Brief BsGW d.d. 23-02-2021 inz Kadernota
Tekst van het document
Teneinde deze veranderingen te kunnen faciliteren, wordt het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) opgezet en stapsgewijs ontwikkeld. Het DSO dient per 2024 volledig operationeel te zijn. BsGW raadpleegt momenteel andere bronnen zoals bijvoorbeeld luchtfotovergelijking. BsGW voorziet dan ook dat de verwerking van de vergunningsvrije bouwmutaties arbeidsintensiever is dan de huidige werkwijze,
zeker
in
de
overgangsperiode.
In
het
kader
van
het
project
waarderen
op
gebruiksoppervlakte heeft er een nul-meting/mutatiedetectie plaatsgevonden waardoor deze mutaties in beeld worden gebracht. Voor de toekomst zullen hierover afspraken gemaakt dienen te worden. Een en ander ligt in lijn met de beheerfase van het project waarderen op gebruiksoppervlakte én in het verlengde van de uniforme objectenregistratie. Samenwerking / nieuwe deelnemers in BsGW Schaalvergroting op het gebied van belastingheffing en invordering heeft zowel financieel als qua kwaliteit van de dienstverlening een heel direct effect. Waterschap Limburg en 29 Limburgse gemeenten zijn onderdeel van de samenwerking. Slechts twee gemeenten in het werkgebied van BsGW zijn geen deelnemer. Eventuele groei heeft dan ook geen groot toekomstig (financieel) effect voor de zittende deelnemers.
pagina 24 van 33
Uniforme samenhangende objectenregistratie (SOR) Een samenhangende objectenregistratie is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen,
terreindelen,
aangevuld
met
enkele
(administratieve)
objecten
als
woonplaatsen,
gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. Ook het project waarderen op gebruiksoppervlakte toont aan dat de WOZ-data alleen in samenhang met de BGT en de BAG kan plaatsvinden. Naast de ketenprocessen met betrekking tot bouw- en sloopvergunningen, is jaarlijkse mutatiedetectie op basis van luchtfoto’s en puntenwolken noodzakelijk om de administratieve en geometrische data actueel en in lijn te houden. Kortom, de trigger van de beheerprocessen van WOZ, BAG en BGT zijn vaak hetzelfde. Het is dan ook het onderzoeken waard of dit niet centraal belegd zou moeten worden. Gevolgen samenhangende objectregistratie voor gemeenten, gemeentehuizen en BsGW De ontwikkeling naar een samenhangende objectregistratie heeft gevolgen voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen zoals gegevenshuizen. Het is inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken.
Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. Door de samenhangende objectregistratie centraal te organiseren zal – naast de te behalen schaalvoordelen - de kwaliteit en de continuïteit beter gewaarborgd worden. In juni 2020 heeft het dagelijks bestuur aangegeven een businesscase op te laten stellen door een onafhankelijk adviesbureau
met
betrekking
tot de
vraag
waar
en
hoe
de
samenhangende
objectenregistratie voor de deelnemers het beste belegd kan worden. De kosten voor het uitvoeren van de businesscase zullen binnen de begroting van BsGW opgevangen worden danwel (afhankelijk van de vervolgstappen voortvloeiend uit deze businesscase) worden opgenomen in een projectbegroting. Unie van Waterschappen: onderzoek houdbaarheid belastingstelsel De Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) van de Unie van Waterschappen onderzoekt of het huidige belastingstelsel van de waterschappen op de middellange termijn houdbaar is. Tevens wordt de toekomst van kwijtschelding daarbij onderzocht. Landelijk is de trend zichtbaar dat het aantal huishoudens dat kwijtschelding aanvraagt en krijgt toegekend toeneemt. Dit leidt tot een steeds grotere last bij een beperkt aantal belastingplichtigen. In mei 2018 is het definitieve rapport van de commissie opgeleverd, met voorstellen tot wijziging van de waterschapsbelastingen. Een nieuw belastingstelsel voor de waterschappen gebaseerd op het principe ‘de vervuiler betaalt en de gebruiker betaalt’. Op basis van de bevindingen van de commissie heeft het Uniebestuur in juni 2018 een voorstel voor een nieuw belastingstelsel voorgelegd aan de
pagina 25 van 33
waterschappen. Dit voorstel is op basis van de inbreng van de waterschappen in oktober 2018 nog een keer aangepast, echter in december 2018 bleken de waterschappen niet gelijk te denken over de urgentie van de aanpassingen en de manier waarop het belastingstelsel zou moeten worden aangepast. In de ledenvergadering van de Unie van Waterschappen van 13 december 2019 is besloten dat het traject om tot een aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen te komen een vervolg krijgt. Het vervolgtraject vindt plaats onder aansturing van een bestuurlijke stuurgroep van de 21 waterschappen. Op 6 oktober 2020 heeft de stuurgroep zijn definitieve voorstellen vastgesteld. De voorstellen zijn nu in beraad bij de waterschapsbesturen en in de Ledenvergadering van de Unie van 11 december a.s. zullen de waterschappen erover besluiten. Daarna zal de Unie de minister van Infrastructuur en Waterstaat vragen om het wetgevingstraject te starten. Het zal naar verwachting nog enkele jaren duren voordat er een nieuw stelsel is op basis waarvan de waterschappen en hun belastingorganisaties belasting kunnen heffen. Waardering zonnepanelen voor de WOZ-waarde De aanleiding voor een nader onderzoek vormde de vraag welke invloed de waarde van zonnepanelen en andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen heeft op de waardebepaling van een object in het kader van de wet WOZ.
Volgens de Waarderingskamer is het niet mogelijk om zonnepanelen buiten de WOZ-waarde te laten, echter kunnen gemeenten wel zonnepanelen vrijstellen van de onroerendezaakbelasting. BsGW heeft de deelnemers in het najaar 2018 laten weten dat we de zonnepanelen niet in beeld hebben. Zonnepanelen of andere maatregelen die duurzaamheid bevorderen worden niet apart als onderdeel geregistreerd. Op 4 april 2019 antwoordde de Staatssecretaris van Financiën dat de Gemeentewet op het beleidsterrein ligt van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het daarom niet aan hem is om een dergelijk voorstel te ontwikkelen. Daarom heeft hij het verzoek van de Tweede Kamer om een voorstel te ontwikkelen waarmee zonnepanelen standaard buiten de grondslag van de OZB
gehouden
worden,
overgedragen
aan
het
Ministerie
van
Binnenslandse
Zaken
en
Koninkrijksrelaties. Het Ministerie van BZK gaat samen met de VNG in kaart brengen wat de gevolgen van het buiten de OZB laten van zonnepanelen zijn voor de WOZ-administratie van gemeenten en voor de inwoners. (AB 27-6-2019) Met het oog op een eventuele toekomstige landelijke regeling, in combinatie met de ingewikkelde uitvoering van een vrijstelling voor zonnepanelen, adviseert de VNG om niet op korte termijn tot de vrijstelling over te gaan. Vergroening belastingen Er is momenteel veel aandacht voor het vergroenen van belastingen. Te denken valt hierbij aan begunstigend beleid voor het vaststellen van belastingtarieven indien belanghebbenden maatregelen treffen om bij te dragen aan een beter milieu. Concrete ideeën hierin zijn minder rioolbelasting indien tuinen worden vergroend door bestrating achter wege te laten en het afkoppelen van regenwaterafvoer op het riool.
pagina 26 van 33
Indien deelnemers verordeningen hierop willen aanpassen, is het raadzaam om al in een vroeg stadium aandacht te hebben voor het – in samenwerking met BsGW - in kaart brengen van de (financiële) haalbaarheid en uitvoerbaarheid van deze maatregelen. Het hiervoor genoemde standaardisatietraject mag hierbij niet uit het oog worden verloren. Voor dit moment is het aan te bevelen om in de betreffende verordeningen nog niets vast te leggen met
betrekking
tot
maatregelen
die
de
duurzaamheid
bevorderen.
Er
heerst
nog
te
veel
onduidelijkheid. BsGW adviseert gemeenten om burgers en bedrijven op een andere manier tegemoet te komen indien deze energiebesparende maatregelen nemen. Wanneer nu nog niets in de verordeningen opgenomen wordt kunnen extra bezwaren/beroepen en de mogelijk daarmee samenhangende proceskosten voorkomen worden. Wordt er wel iets vastgelegd in de verordeningen, dan kan er voor beroepsmatig gemachtigden, die zich gespecialiseerd hebben in het voeren van procedures tegen WOZ-waarden, een vruchtbaar klimaat ontstaan. Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB Door een aangenomen amendement (14-11-2018) van Omtzigt op het Belastingplan 2019 hebben gemeenten de vrijheid gekregen om voor sportaccommodaties, dorpshuizen en andere 'instellingen van sociaal belang' het woningtarief voor de OZB te rekenen in plaats van het vaak hogere tarief voor niet-woningen. Deze voorgestelde wetswijzing roept veel vragen op die niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Het is namelijk de vraag of de toepassing van het lagere ozb-tarief wel het juiste middel is ter ondersteuning, gelet op de uitvoerbaarheid en mogelijke rechtsongelijkheid die door de maatregel ontstaat. Te meer er ook andere mogelijkheden beschikbaar zijn zoals het verstrekken van een subsidie.
Naar aanleiding van de vragen die hierover zijn gesteld en de reactie van de Minister geeft de VNG aan dat de mogelijkheid bestaat dat er een wetswijziging nodig is om een einde te maken aan de onduidelijkheid. Dit traject heeft een doorlooptijd van ongeveer 2 jaar. Het toepassen van tariefdifferentiatie brengt namelijk financiële risico’s met zich mee en kan leiden tot juridische procedures. Omdat de risico’s thans niet goed te overzien zijn, adviseert de VNG te wachten met het toepassen van tariefdifferentiatie tot de gewenste duidelijkheid er is. Minister Ollongren (BZK) heeft de vragen beantwoord en zij gaat met de VNG op zoek naar mogelijke en wenselijke oplossingen. Dit gebeurt op basis van een inventarisatie van de VNG van de door gemeenten ervaren knelpunten. Feit blijft dat zolang de betreffende wetgeving aan de voorzijde niet wordt afgedicht het risico op een substantieel aantal gerechtelijke procedures en proceskostenvergoedingen hoog is. Archiefwet Archiveren
van
overheidsinformatie
is
niet
vrijblijvend.
De
Archiefwet
verplicht
elke
overheidsorganisatie om haar informatie duurzaam toegankelijk te maken en te houden, en te vernietigen wanneer de bewaartermijn is verlopen. Waarom? Omdat de informatie van belang is bij:
pagina 27 van 33
de uitvoering van onze taken, het afleggen van verantwoording, bewijsvoering/rechtszekerheid t.a.v. burgers en bedrijven, behoud van historisch erfgoed. Een goede, geordende en toegankelijke staat van de archiefbescheiden stelt de organisatie in staat altijd open en transparant te zijn over haar besluitvorming. De Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en de Archiefregeling bevatten kaders waarin deze verplichting nader is uitgewerkt. In 2020 heeft provincie Limburg vanuit haar rol als toezichthouder een onafhankelijke archiefinspectie uitgevoerd. In het advies van het provinciaal toezicht zijn vijf verbeterpunten benoemd, te weten: •
Een werkend kwaliteitssysteem voor het beheer van archiefbescheiden;
•
Een geordende en toegankelijke staat van archiefbescheiden;
•
Een tijdige vernietiging en overbrenging;
•
Een adequate beheer- en bewaaromgeving;
•
Een adequate horizontale verantwoording.
Op dit moment heeft BsGW een aantal actiepunten gericht op optimaal invulling geven aan de Archiefwet. Daarnaast neemt de digitalisering een toevlucht en stellen ook andere (externe) wetten eisen aan ons informatiebeheer. De Wet openbaarheid van bestuur (Wob), de Wet open overheid (Woo) en de Wet hergebruik van overheidsinformatie (Who) verplicht overheidsorganisaties om de informatiehuishouding op orde te brengen. De bevindingen uit deze inspectie worden opgepakt en waar mogelijk hieruit voortvloeiende kosten zullen worden meegenomen in de ICT-aanbesteding.
pagina 28 van 33
6. Investeringen
MIP 2020 (2021-2025) BsGW
Jaar
Jaar
Jaar
Jaar
Jaar
Totaal
(bedragen x 1.000)
2022
2023
2024
2025
2026
2022-2026
Innovatie en Procesoptimalisatie
300
300
300
300
300
1.500
Totaal BsGW
300
300
300
300
300
1.500
Voor het jaar 2022 is in het MeerjarenInvesteringsProgramma (MIP) 2022-2026 een krediet voor innovatie en procesoptimalisatie opgenomen. In het laatste kwartaal van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, benoemt BsGW de deelprojecten voor het investeringskrediet 2022.
pagina 29 van 33
7. Financieel meerjarenperspectief
7.1 Ontwikkeling netto kosten BsGW en bijdragen deelnemers Eén van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van BsGW is kostenreductie. Wat is de toegevoegde waarde van BsGW en wat het heeft opgebracht? In deze paragraaf wordt dit toegelicht vanuit twee invalshoeken: de ontwikkeling van zowel de nettokosten van de organisatie BsGW als de bijdragen aan BsGW van de deelnemers. Ontwikkeling netto kosten BsGW Uitgangspunt voor de begroting van BsGW is altijd geweest: sober en doelmatig. BsGW heeft zich in de eerste 6 jaar na de verzelfstandiging gecommitteerd aan een taakstellende kostenreductie van 12% en heeft in de jaren 2012-2017 daarom de kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar niet doorberekend aan de deelnemers. De totale gerealiseerde kostenreductie loopt hiermee op tot € 1,565 miljoen per jaar. Daarnaast zijn nog enkele kostenreductieprogramma’s doorgevoerd, waardoor de netto kosten nog eens met € 1,284 zijn gedaald. BsGW heeft dit bewerkstelligd via efficiencyverbeteringen van de werkprocessen en aanbestedingstrajecten. Tevens heeft BsGW kostenverlagingen behaald uit het schaaleffect door het toetreden van nieuwe deelnemers in BsGW voor in totaal 5,675 miljoen. Begroting
Kostenreductie (bedragen x 1.000) 2011 Taakstellende kostenreductie Extra kostenreductie
2012 179
1.171
Schaalvoordeel toetreders 2012
2013 204
2014 282
2015 300
66
Totaal
2016 300
2017 300
2018
10
9
28
2019
2020
2021
1.284
229
229
Schaalvoordeel toetreders 2013
888
Schaalvoordeel toetreders 2014
597 2.665
Schaalvoordeel toetreders 2015
1.485 75
2.739
1.182
1.182
Schaalvoordeel toetreders 2021 Totale kostenreductie
reductie 1.565
1.171
474
1.092
3.543
1.557
310
309
28
0
0
40
40
40
8.523
De totale, cumulatieve verlaging van de netto-kosten in de begroting van BsGW vanaf 2011 loopt op hiermee op tot € 8,523 miljoen in 2021. Bijdragen van de deelnemers Een andere manier om de toegevoegde waarde van BsGW te presenteren, is om ook de uitvoeringskosten van de deelnemende partijen te bekijken, voor de toetreding tot BsGW. Dit voordeel is berekend door de uitvoeringskosten van de toetredende partij volgens de nulmeting te vergelijken met de bijdrage aan BsGW volgens de jaarlijkse bestuursbegroting. Met nulmeting wordt het onafhankelijke onderzoek naar uitvoeringskosten, fte en productieaantallen bedoeld dat bij elke afzonderlijke deelnemer voorafgaand aan de samenwerking is uitgevoerd.
pagina 30 van 33
In de volgende tabel samengevat: Financieel voordeel BsGW Bedragen * € 1.000,-
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Totale bijdrage deelnemers 7.246 8.302 Nulmeting geindexeerd met 1,5% inflatiecorrectie 9.642 10.451 Besparing nettokosten a.g.v. samenwerking 2.396 2.149
11.553
15.840
18.467
18.457
20.067
17.487
17.466
17.527 5.974
27.831 11.991
33.816 15.349
34.323 15.866
34.838 14.771
35.361 17.874
35.891 18.425
C umulatief financieel voordeel deelnemers 2.396
10.519
22.510
37.859
53.725
68.496
86.370
104.795
4.545
In de tabel worden de bijdragen van de deelnemers weergegeven voor wat betreft: -
bijdrage in de netto kosten volgens de vastgestelde begroting(swijzigingen)
-
bijdrage in de implementatiekosten bij toetreding, incl. het Libel-traject
-
aanvulling weerstandsvermogen
Er is in dit overzicht geen rekening gehouden met de eenmalige en/of tijdelijke kosten die noodzakelijk waren om de samenwerking te realiseren (frictiekosten deelnemer). Deze totale bijdragen worden afgezet tegen de uitvoeringskosten van de deelnemers vóór de toetreding tot BsGW, geïndexeerd met 1,5% inflatiecorrectie per jaar. Structureel wordt vanaf 2015 een jaarlijkse reductie van de uitvoeringskosten gerealiseerd rond € 16 miljoen voor alle deelnemers ten opzichte van hun oorspronkelijke uitvoeringskosten. Het totale, cumulatieve voordeel loopt tot en met 2019 op tot ruim € 104 miljoen. Toekomstige kostenbesparingen Ondernemings- en ontwikkelplan 2018-2020 BsGW voert, naast de reguliere bedrijfsvoering, momenteel een separaat traject uit, zijnde het ondernemings- en ontwikkelingsplan BsGW 2018-2020 (AB 14-12-2017). Na een fase van groei is het aantal deelnemers in het samenwerkingsverband BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen in het laatste jaar geconsolideerd. Na de verzelfstandiging in 2011 groeide BsGW in slechts vier jaar tijd uit naar het huidige samenwerkingsverband waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers vraagt om een herijking van de organisatie. Herijking binnen BsGW zal fundamenteel ingrijpen in de huidige structuur en werkwijze.
Tegelijkertijd is actie vereist om de verbetering en continuïteit van de werkprocessen te borgen. Voor dit ontwikkeltraject is in eerste instantie een investerings- en ontwikkelbudget benodigd van € 4 miljoen. De dekking voor deze investering kan worden gevonden in de op termijn te realiseren structurele reductie van de netto-kosten. Zoals uit het ondernemingsplan blijkt, committeert BsGW zich aan een taakstellende formatiereductie van 20 fte. Dit leidt uiteindelijk tot een verlaging van de bijdrage voor de deelnemers van € 1,3 miljoen op jaarbasis. Eind 2024 zal de formatiereductie 100% geeffectueerd zijn. In de jaren 2025-2027 wordt deze formatiereductie ingezet als dekking voor de projectkosten OOP. Vanaf 2028 zal deze structurele personele kostenreductie leiden tot lagere bijdragen van de deelnemers.
pagina 31 van 33
Het ondernemingsplan raakt de meerjarenbegroting 2022-2026 van BsGW daarom niet en vormt daarmee geen onderdeel van deze kadernota 2022.
7.2 (Financiële) effecten kadernota 2022 De basis voor de begroting 2022 is de jaarschijf 2022 uit de vastgestelde meerjarenbegroting 20212025, rekening houdend met de nieuwe wijze van kostenverdeling (AB 25 juni 2020). Per saldo stijgen de netto-kosten 2022, en daarmee ook de bijdragen van de deelnemers, met minimaal € 1,846 miljoen ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de volgende posten: •
Loonindexering € 403 duizend;
•
Indexering goederen en diensten € 150 duizend;
•
Proceskostenvergoeding € 960 duizend;
•
Regieportaal € 333 duizend.
In de volgende tabel worden de ontwikkelingen en kostenreducties voor 2022 weergegeven, waar mogelijk zijn de financiële effecten hiervan gekwantificeerd.
Ontwikkelingen begroting 2022
Effect op netto kosten 2022 t.o.v. begroting 2021
Zekere ontwikkelingen - Indexering salarissen en inflatie
+ € 553.000,-
- Proceskosten
+ € 960.000,-
- Stimuleringsregeling
kostenneutraal
- Waarderen op gebruiksoppervlakte: beheerfase regieportaal
+ € 333.000,-
- Visie op Dienstverlening
geen
- Informatievoorziening en ICT
onbekend
- Standaardisatie
onbekend
Mogelijke ontwikkelingen - Beleid COVID-19: opbrengst vervolgingskosten en invorderingsrente
- € 800.000,-
- Fiscale vereenvoudingswet
vooralsnog niet
- Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en Verbreding beslagregister - Verruiming gemeentelijk belastinggebied - Omgevingswet - Samenwerking nieuwe deelnemers - Uniforme (samenhangende) objectenregistratie (SOR - Unie van Waterschappen: onderzoek belastingstelsel
+ € 250.000,- + 1 fte min. vooralsnog niet onbekend vooralsnog niet onbekend onbekend
- Waardering zonnepanelen voor de WOZ waarde
vooralsnog niet
- Vergroening belastingen
vooralsnog niet
- Amendement Omtzigt: verruimde tariefdifferentiatie OZB
vooralsnog niet
- Archiefwet
onbekend
pagina 32 van 33
Bijlage 1: producten-aantallen kostenverdeelmethode Verdeelsleutels per deelnemer
aantal aanslagregels
aantal WOZobjecten
aantal biljetten
aantal klantcontacten
aantal aanslagregels parkeerbelasting
aandeel in de productkosten
aandeel in de productkosten (GDI)
Gemeente Beek
31.000
8.250
15.000
3.442
0
1,09%
0,55%
Gemeente Beekdaelen
70.717
17.887
36.552
7.617
0
2,38%
1,21%
Gemeente Beesel
26.851
7.628
8.311
2.833
0
0,98%
0,50%
Gemeente Bergen
24.650
6.500
9.100
2.800
0
0,87%
0,44%
Gemeente Brunssum
65.100
16.350
18.800
6.073
0
2,15%
1,09%
Gemeente Echt-Susteren
66.115
17.500
14.000
6.698
0
2,30%
1,17%
Gemeente Eijsden-Margraten
108.165
13.247
50.278
5.217
0
2,08%
1,06%
Gemeente Gennep
45.426
8.507
14.826
3.595
0
1,21%
0,62%
Gemeente Gulpen-Wittem
25.204
7.741
7.475
3.012
0
0,99%
0,50%
Gemeente Heerlen
209.000
54.700
59.500
18.515
6.100
7,51%
3,81%
Gemeente Kerkrade
147.101
28.106
50.707
8.481
716
3,86%
1,96%
Gemeente Landgraaf
80.300
19.750
23.700
7.918
0
2,64%
1,34%
Gemeente Leudal
50.500
18.000
17.000
7.634
0
2,28%
1,16%
Gemeente Maasgouw
50.000
12.500
14.900
5.054
0
1,67%
0,85%
Gemeente Maastricht
276.000
69.600
69.750
25.316
0
9,15%
4,64%
Gemeente Meerssen
76.686
9.572
10.477
4.190
900
1,61%
0,82%
Gemeente Mook en Middelaar
16.184
4.221
11.319
1.633
0
0,55%
0,28%
Gemeente Nederweert
31.350
8.200
14.100
3.400
0
1,08%
0,55%
Gemeente Peel en Maas
59.200
22.100
21.900
8.983
0
2,77%
1,40%
Gemeente Roerdalen
38.500
11.000
13.000
4.493
0
1,43%
0,73%
Gemeente Roermond
100.500
30.000
36.500
11.575
4.000
4,14%
2,10%
Gemeente Simpelveld
22.550
5.700
6.600
2.270
0
0,76%
0,38%
Gemeente Sittard-Geleen
212.000
51.900
70.500
19.554
4.325
7,19%
3,65%
Gemeente Stein
71.500
12.900
12.500
5.330
0
1,86%
0,95%
Gemeente Vaals
33.100
6.300
15.600
2.050
0
0,86%
0,43%
Gemeente Valkenburg
26.735
9.846
8.665
3.465
0
1,21%
0,61%
Gemeente Venlo
165.000
56.000
53.000
51.500
17.000
9,83%
4,99%
Gemeente Voerendaal
25.300
6.250
7.300
2.634
0
0,84%
0,43%
Gemeente Weert
74.181
25.079
25.902
10.106
4.235
3,49%
1,77%
Waterschap Limburg
1.800.000
0
594.000
198.500
0
21,23%
60,00%
Totaal verdeelsleutels BsGW
4.028.915
565.334
1.311.262
443.887
37.276
100%
100%
pagina 33 van 33
BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen
Kerkeveldlaan 2 6042 JX Roermond Postbus 1275 6040 KG Roermond T: 088 8420 444
Mededeling aan het Algemeen Bestuur VAN
:
ONDERWERP :
W: www.bsgw.nl KvK-nr. 52426297
Dagelijks Bestuur Oplegnotitie bij Kadernota 2022
Aanleiding Tijdens de AB-vergadering van 18 december 2020 zijn opmerkingen gemaakt ten aanzien van de Kadernota 2022. Deze opmerkingen hadden betrekking op de zorgen rondom de kostenontwikkeling bij BsGW, waarbij enkele zaken nadere toelichting verdienen. Daarnaast is gevraagd te zoeken naar oplossingen rondom de stijgende kosten, door bijvoorbeeld niet te indexeren en/of een taakstellende begrotingspost voor proceskostenvergoeding op te nemen. Deze oplegnotitie (incl. bijlage) gaat nader in op genoemde opmerkingen. Samenvatting Eén van de doelstellingen, die voortvloeien uit de missie van BsGW, is kostenreductie. De afgelopen jaren heeft BsGW verschillende kostenbesparingen gerealiseerd en heeft zich hier ook voor de komende jaren aan gecommitteerd. Het betreft in concreto: 1. Het niet doorbelasten van de loon- en prijsindexeringen aan de deelnemers gedurende de periode 2012 - 2017: € 1,5 miljoen structureel per jaar; 2. Het opvangen van de stimuleringsregeling binnen de eigen begroting: totaal € 5 miljoen; 3. Het opvangen van het Ondernemings- en ontwikkelplan (€ 4 miljoen) binnen de eigen begroting middels formatiereductie1. BsGW zit tot en met 2029 nog middenin het uitvoeringstraject van kostenbesparingen.
Verdere bezuinigingen tasten de continuïteit van de bedrijfsvoering aan, blokkeren de gewenste kwaliteitsverbetering en dragen bij aan een hoger risicoprofiel (rechtmatigheid, foutenmarge, fraudegevoeligheid etc.) en zijn dan ook niet verantwoord. Daarnaast zijn er vragen gesteld over de hoogte van de in de begroting opgenomen proceskostenvergoeding van € 3 miljoen. In de afgelopen jaren zijn de kosten van de proceskostenvergoeding fors toegenomen. De laatste inschatting laat zien dat de te verwachten proceskosten in 2020 zullen liggen rond de € 2,7 miljoen. Uitgangspunt bij het opstellen van een reële begroting is dat er dan ook een zo realistisch mogelijk bedrag wordt ingeschat. Gezien de te verwachten kosten over het begrotingsjaar 2020 betekent dit dat voor de begroting 2022 een bedrag van € 3 miljoen realistisch wordt geacht. Zeker gezien het feit dat de ontwikkeling van het aantal bezwaren en de daaruit voortvloeiende proceskostenvergoedingen niet of nauwelijks beïnvloedbaar zijn door BsGW. Het echte probleem en daarmee ook de oplossing zit in de (landelijke) regelgeving zelf. Concluderend We begrijpen dat verschillende AB-leden hun zorgen hebben uitgesproken over de kostenontwikkeling in de kadernota 2022. Echter gezien bovenstaande is het niet verantwoord de organisatie BsGW nog nadere kostenreducties op te leggen naast de reeds lopende kostenbesparingstrajecten.
1 Het OOP is gefinancierd met vreemd vermogen dat, middels een structurele kostenbesparing van € 1,3 miljoen
per jaar, moet worden afgelost. Pas daarna is er sprake van een structureel lagere bijdrage voor deelnemers.
1
Bijlage 1: Achtergrondinformatie tot en met 2020 Kostenbesparingen De kadernota 2022 dient als basis voor de begroting 2022 en de meerjarenraming 2022-2026. Het belangrijkste bestuurlijke uitgangspunt is een sluitende begroting en meerjarenraming. Daarnaast is één van de doelstellingen die voortvloeien uit de missie van BsGW kostenreductie. Onderstaand wordt inzicht gegeven in welke kostenbesparingen BsGW voor haar deelnemers heeft bereikt, maar ook waar zij in de afgelopen jaren tegenaan is gelopen, waardoor zij haar grenzen van bezuinigingen heeft bereikt. Verdere bezuinigingen tasten de continuïteit van de bedrijfsvoering aan, blokkeren de gewenste kwaliteitsverbetering en dragen bij aan een hoger risicoprofiel (rechtmatigheid, foutenmarge, fraudegevoeligheid etc.) en zijn dan ook niet verantwoord. Ten aanzien van de kostenbesparingen heeft BsGW op verzoek van het AB de afgelopen jaren een aantal zaken binnen haar eigen begroting moeten opvangen. Deels is dat al gelukt; deels is dit in uitvoering; deels wordt hier aan gewerkt. Onderstaand een korte toelichting: •
Geen doorbelaste loon- en prijsindexeringen: € 1,5 miljoen per jaar
In de periode 2012-2017 heeft BsGW een kostenreductie gerealiseerd van ruim 12% middels het niet doorberekenen van een loon- en kostenindexering van gemiddeld 2% per jaar aan de deelnemers. De hiermee gemoeide kostenreductie bedraagt € 1,5 miljoen structureel per jaar. •
Stimuleringsregeling opvangen binnen de eigen begroting: totaal € 5 miljoen
In de periode 2017-2020 konden medewerkers aangeven mee te willen doen met de stimuleringsregeling. Kostentechnisch gezien loopt de huidige regeling echter door tot en met 2029, wanneer de laatste deelnemers aan deze regeling met pensioen gaan. Immers de AOW-leeftijd is verhoogd tot 67 jaar en 3 maanden. De doelstelling van de stimuleringsregeling is tweeledig: o Een snellere oplossing te realiseren met betrekking tot het eerder in dienst genomen boventallig personeel van de Libel-partijen; o Het stimuleren van gezonde mobiliteit en bovendien tijdig kunnen inspelen op de groeiende behoefte aan personeel met andere kenniscompetenties. Deze regeling is niet budgetneutraal: immers voor elke deelnemer is BsGW 25% extra aan loonkosten kwijt, waartegenover geen werkzame arbeidsuren staan. Er zijn in totaal 45 medewerkers (41,4 fte) die gebruik maken van deze regeling. De totale kosten voor de stimuleringsregeling bedragen zo’n € 5 miljoen. Deze kosten worden binnen de begroting van BsGW opgevangen. Dit betekent dus feitelijk dat er 10,35 fte extra bespaard moet worden. •
Ondernemings- en ontwikkelplan: structurele lastenverlichting van € 1,3 miljoen per jaar
Eind 2017 is het Ondernemings- en ontwikkelingsplan (OOP) 2018-2020 vastgesteld (AB 14-12-2017), waarin ook een doorvertaling is gemaakt van de financiële gevolgen hiervan. Het investerings- en ontwikkelbudget voor het uitvoeren van dit ondernemingsplan bedraagt € 4 miljoen. Zoals uit het ondernemingsplan blijkt, wil BsGW zich committeren aan een taakstellende formatiereductie van 20 fte. Eind 2024 zal de formatiereductie 100% geëffectueerd zijn. In de jaren 2025-2027 wordt deze formatiereductie ingezet als dekking voor de projectkosten OOP. De formatiereductie van 20 fte betekent uiteindelijk een structurele lastenverlaging van € 1,3 miljoen en vormt de dekking voor deze investering. Vanaf 2028,
2
uitgaande van een zeker scenario, leidt de formatiereductie van 20 fte uiteindelijk tot een structurele verlaging van de bijdragen van de deelnemers van € 1,3 miljoen per jaar. Investerings/ontwikkelbudget niet geindexeerd (* € 1.000,-)
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Na 7 jaar 100% geeffectueerd
2.000
1.000
1.000
0
0
0
0
-1.300
-1.300
-1.300
-1.300
-1.300
C umulatief voordeel
2.000
3.000
4.000
4.000
4.000
4.000
4.000
2.700
1.400
100
-1.200
-2.500
Overig: Persoonsgebonden basisbudget (PBB) Naast bovengenoemde kostenbesparingen zijn er ook andere zaken binnen de begroting opgevangen, zoals het persoonsgebonden basisbudget (PBB). Met ingang van 2016 is het persoonsgebonden basisbudget (PBB) ingevoerd. Dit hield in dat iedere medewerker de beschikking kreeg over een budget van € 5 duizend. Dit geld kon over een periode van 5 jaar ingezet worden voor interne of externe loopbaanontwikkeling, persoonlijke ontwikkeling of vitaliteit. Gemeentelijke deelnemers kunnen voor dergelijke CAO-effecten een beroep doen op het gemeentefonds. BsGW kan geen beroep doen op een dergelijk fonds en heeft ook dit binnen haar eigen begroting opgevangen.
3
Bijlage 2. Aandachtspunten/discussiepunten vanaf 2021 Naast bovenstaande kostenontwikkelingen, die BsGW in haar eigen begroting opvangt, ziet BsGW zich de afgelopen jaren ook nog geconfronteerd met (nieuwe) kostenontwikkelingen, die zij niet (volledig) kan beheersen. ICT-kosten Zo zijn de ICT-kosten toegenomen, niet alleen voor behoud van slagkracht/efficiency, maar met name vorm gegeven door ontwikkelingen in wet-/regelgeving, die (extra) investeringen noodzakelijk maken. Hierbij is nog geen rekening gehouden met de recente ontwikkelingen en de gevolgen van Covid-19. Daarnaast zijn eind 2020 de eerste voorbereidingen voor de aanbesteding gestart voor zowel de ICTinfrastructuur als het huidige belastingpakket. In de loop van 2021 zal meer inzicht worden verkregen in de hiermee gepaard gaande kosten. Denk hierbij aan extra benodigde inzet voor zowel het aanbestedingstraject zelf als bij de implementatiefase en extra kosten als gevolg van het naar verwachting schaduwdraaien. Proceskostenvergoeding In de afgelopen jaren zijn de kosten van de proceskostenvergoeding fors toegenomen. Hetzelfde geldt voor het aantal ingediende bezwaren. Alleen al in 2020 was dit aantal bijna 50% hoger dan in 2019. Oorzaken hiervan zijn met name de waardestijgingen ten opzichte van 2019 en de geïntensiveerde wervings- en reclamecampagnes door de NCNP-bureaus.
Dit blijkt ook wel uit het feit dat het aantal ingediende bezwaren via een NCNP-bureau meer dan verdubbeld is. Dit is ook een landelijke tendens. De bezwaren via een gemachtigde zijn in totaal toegenomen met 76%, terwijl de stijging bij bedrijven en particulieren is toegenomen met 21% ten opzichte van 2019. De stijging bij bedrijven en particulieren kan mede te wijten zijn aan het feit dat begin 2020 veel mensen in de eerste lockdown thuis zaten en hierdoor meer tijd hadden zich te bedenken om bezwaar te maken tegen de WOZ-waarde. Aantallen bezwaren per indiener d.d. 30-09-2020 2020
2019
verschil
in %
NC NP Overige indieners Totaal indieners
12.395 2.056 14.451
5.490 2.717 8.207
6.905 -661 6.244
126% -24% 76%
Bedrijven & Particulieren
10.822
8.910
1.912
21%
Totaal
25.273
17.117
8.156
48%
Vanwege het verdienmodel van de NCNP-bureaus verwacht BsGW dat het aantal ingediende bezwaren de komende jaren nog verder zal toenemen. De ontwikkeling van het aantal toegekende bezwaren en de daaruit voortvloeiende proceskostenvergoedingen is niet of nauwelijks beïnvloedbaar door BsGW. Het echte probleem en daarmee ook de oplossing zit in de (landelijke) regelgeving zelf. Dit wordt ook door de Waarderingskamer onderkend. De laatste inschatting laat zien dat de proceskostenvergoeding in 2020 zullen liggen rond de € 2,7 miljoen. Rekening houdend met een stijging van het aantal bezwaren via een gemachtigde (NCNP) van 5% à 6%
4
voor zowel 2021 als 2022, betekent dit dat voor de begroting 2022 een bedrag van € 3 miljoen realistisch wordt geacht. Aan deze opwaartse bijstelling liggen een aantal oorzaken ten grondslag, waaronder de verwachting dat de huizenprijzen voorlopig nog blijven stijgen. De hypotheekrente is historisch laag, waardoor het kopen van een huis aantrekkelijk is vanwege de lage maandlasten. Daarnaast is de vraag naar koophuizen groter dan het huizenaanbod. Dit heeft volgens de Waarderingskamer in 2020 tot een gemiddelde waardestijging van 7,3% in Nederland en voor de provincie Limburg tussen de 5%-10% (gemiddeld 8,3%) geleid, hetgeen resulteert in gemiddeld hogere huizenprijzen op de aanslag van 2021. Immers: Op de aanslag 2021 wordt de onroerend zaakbelasting over de waarde per peildatum 1-1-2020 geheven. Alhoewel de coronacrisis een dempend effect op voornoemde waardeontwikkeling zou kunnen hebben, tonen de verkoopcijfers aan dat deze crisis geen negatief effect heeft op de huizenmarkt. Ook de Waarderingskamer verwacht dat dit geen neerwaartse materiële invloed heeft op de huizenprijzen. Door de blijvend lage hypotheekrente en de beperkte nieuwbouw, blijft de vraag naar koophuizen groot. Daarnaast geven de ruimere hypotheeknormen in 2021 financiële ruimte om extra te bieden.
Ook het steuntje in de rug voor jonge huizenkopers, die in 2021 geen overdrachtsbelasting betalen, zorgt voor een opwaartse prijsdruk van naar schatting 5% (Rabobank, ABN AMRO). De Nederlandse vereniging van makelaars verwacht op basis van de verkopen in 2020 zelfs een waardestijging van 11% per 1-1-2021. Deze waardestijging heeft effect op het aanslagbiljet 2022 (waardepeildatum 1-1-2021). Persoonsgebonden basisbudget (PBB) Inmiddels is duidelijk dat op grond van de nieuwe CAO wederom een PBB beschikbaar is van € 5 duizend en ook nu weer met een looptijd van 5 jaar (2021-2025). De uitgangspunten van het PBB zijn niet gewijzigd. De hieruit voortvloeiende daadwerkelijke kosten heeft BsGW steeds binnen haar eigen begroting opgevangen. Zij heeft hiervoor namelijk geen voorziening opgevoerd. Oplossingsrichtingen Om bovenstaande kostenontwikkelingen het hoofd te kunnen bieden, heeft BsGW een aantal instrumenten, die zij inzet c.q. zou kunnen inzetten: Generiek: -
Harmonisatie met als hoofdopgave hoe kan BsGW tegen lagere kosten een gelijkblijvende of hogere service bieden aan de deelnemers. Maar zeker ook de bestuurlijk veel gestelde vraag ‘Hoe krijgen deelnemers meer grip en sturing op kosten’ wordt hiermee beantwoord: door vooraf te gaan bepalen welke producten in welke vorm/variant tegen welke prijs door een deelnemer worden afgenomen.
-
Het doorbelasten van andere en/of extra dienstverlening richting haar deelnemers.
Specifiek: -
Geen verlenging van de stimuleringsregeling.
-
Persoonsgebonden basisbudget (PBB): het vormen van een voorziening waarmee de kosten gelijkmatiger in de exploitatie landen.
-
Proceskostenvergoeding: Een actieplan is hiervoor uitgewerkt. Zie hierna.
5
Reductie proceskosten BsGW REEDS ONDERNOMEN ACTIES (t/m 2020) Bestuurlijk -1-
Haagse lobby a.
Brief van de gemeenten Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen en Venlo aan de VNG (2018)
b.
Participatie in onderzoeken vanuit de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) en de grote samenwerkingsverbanden naar oneigenlijke toepassing proceskostenregeling door nocure-no-pay bedrijven
Procesmatig -2-
Ontwikkeling intake en afhandel portal voor bezwaren (versnellen intake en verbetering afhandeling van bezwaren)
-3-
Verbeteren datakwaliteit bestanden van zowel de WOZ als BAG gegevens door mutatiedetectie en kwaliteitsverbetering
-4-
Herijking van het waarderingsmodel, controle van de herwaardering volgens het 4-ogen principe en aanstelling kwaliteitsmedewerkers voor controles en verbeterprocessen 2
-5-
Vereenvoudiging indienen bezwaar via Mijn BsGW
-6-
Voormelding WOZ; vooroverleg met grote belanghebbenden waaronder de woningcorporaties.
-7-
Flitsbezwaar procedure; telefonisch rechtstreeks contact met de taxateur voorkomt WOZ-bezwaren die anders via een NCNP bureau worden ingediend
-8-
Afspraken met NCNP-bureaus om de proceskostenvergoeding te reduceren/beperken
-9-
Interventiefase; extra toetsen van een bezwaar voordat een NCNP beroep instelt dringt het aantal beroepsschriften terug en reduceert de daarbij behorende proceskostenvergoeding
Communicatie -10- Inzet gedragsdeskundige om potentiële bezwaarmakers eerst met BsGW te laten contacten -11- Verbetering leesbaarheid en layout aanslagbiljet -12- Verbetering website BsGW (meer vraaggericht) -13- Jaarlijks vindt voor het versturen van de WOZ-aanslagen een mediacampagne plaats -14- Samenwerking in VNG-Onderzoek naar effectiviteit communicatie eerdere aanslagcampagnes
2 In 2020 kregen we te maken met Covid-19. Dit betekende dat taxateurs geen inpandige opnames konden ver-
richten in kader van bezwaarafhandeling. Om de benodigde informatie te ontvangen die nodig is bij de afhandeling is met de softwareleverancier een zogenaamde ‘opname-app’ ontwikkeld. De klant kan zowel tekstuele aanvullingen als documenten en foto’s van het object naar BsGW sturen zodat dit kan worden meegenomen in de afhandeling van bezwaarschriften.
6
LOPENDE ACTIES 2021 Bestuurlijk -15-
a. Onderzoek minister Dekker naar mogelijke oneigenlijke toepassing verdienmodel voor de verkrijging van proceskostenvergoedingen. Het rapport hierover is medio februari 2021 gepubliceerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid. b.
Initiatief van de heer Smits (Roerdalen), als lid van de VNG commissie, voor een Limburg brede motie voor de algemene ledenvergadering van de VNG
c.
De heer Aarts (Maastricht) brengt de schrikbarende stijging van de proceskosten nog eens onder de aandacht bij de Tweede Kamercommissie en doet navraag naar de resultaten van het onderzoek en de daaruit voorvloeiende voorstellen en besluiten
Procesmatig De ondernomen acties worden ook in 2021 voortgezet. Communicatie De ondernomen acties worden ook in 2021 voortgezet. -16- Vernieuwd / vereenvoudigd aanslagbiljet -17- Nudging op aanslagbiljet: door het plaatsen van een opvallende memo (zgn ‘Post-It’) bij de WOZ-waarde op het aanslagbiljet worden potentiele bezwaarmakers gestimuleerd eerst contact op te nemen met BsGW. Via de flitsbezwaarmethode kan hiermee bezwaar – al dan niet via een ncnp-bureau - worden voorkomen -18- Prominente aandacht op website (extra kader en extra landingspagina met toegevoegde in formatie over WOZ-waarde en waardebepaling) - 1 - Animatiefilmpje voor raadsleden voor beter begrip over oorzaak en achtergrond proceskosten en hen ambassadeurs te laten zijn voor BsGW - 2 - Presentatie aan DB-, AB leden en Accountmanagers over de proceskosten -19- Toelichting op aanslag bij die gemeenten die deelnemen aan de Lokale Lastenmeter
TOEKOMSTGERICHTE ACTIES 2022 E.V. Bestuurlijk -20- Intensiveren Haagse lobby (gericht lobbytraject; gesprekken met bestuurders, politici en ambtenaren Procesmatig -21- Uitbreiding voormelding WOZ-waarde (pilot ‘voorlopige aanslag’ in afstemming met Waarderingskamer) -22- Optimalisatie datakwaliteit via state of the art methodieken -23- Uitbreiden BsGW-website met beslisboom ter afweging of bezwaar indienen zin heeft Communicatie -24- Evaluatie communicatiecampagne (i.s.m. Zuyd Hogeschool) -25- Nadere analyse gedragsbeïnvloeding en imago BsGW (i.s.m. Zuyd Hogeschool) 7