Bodemonderzoek
Tekst van het document
Geotechnisch bodemonderzoek, nieuwbouw Dijkveldstraat/Eickerveld te Slek
Geotechnisch bodemonderzoek, nieuwbouw Dijkveldstraat/Eickerveld te Slek
Rapportnummer:
AMV251164.003/ROE
Datum:
2 juli 2025
Naam opdrachtgever:
5.1.2e
Adres opdrachtgever:
5.1.2e
Contactpersoon Aelmans Milieu:
5.1.2e
te ECHT
5.1.2e
Collegiale toets:
5.1.2e
Aelmans Milieu Is een handelsnaam van Aelmans Milieu Voerendaal B.V. KvK 14048216 BTW 5.1.2e 5.1.2e Ba BIC 5.1.2e IBA 5.1.2e Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Milieu Voerendaal B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com
Aelmans Milieu 5.1.2e
5.1.2e
6367 JE Voerendaal T 5.1.2e
6095 BE Baexem T 5.1.2e
info@aelmans.com
www.aelmans.com
Inhoud 1
Inleiding .............................................................................................................. 1
2
Projectbeschrijving .............................................................................................. 2
3
Geotechnische gegevens ..................................................................................... 4 3.1 Uitgevoerd grondonderzoek .................................................................................................. 4 3.2 Geotechnisch profiel .............................................................................................................. 5
4
Ontwerpadvies fundering .................................................................................... 6 4.1 Keuze funderingstype ............................................................................................................. 6 4.2 Minimaal vereiste ontgravingsniveaus ................................................................................... 6 4.3 Berekening maximale weerstand ........................................................................................... 7 4.4 Zakkingen in de gebruikssituatie ............................................................................................ 7 4.5 Beddingconstante ................................................................................................................... 7 4.6 Uitvoering ............................................................................................................................... 7 Figuur 1
Ligging onderzoek locatie met situering sondeer-, en boorpunten
Bijlage 1
Relevante delen grondonderzoek
Bijlage 2
Maximale verticale weerstand
Bijlage 3
Algemene uitvoeringsrichtlijnen voor grondverbeteringen voor funderingen op staal
AMV251164.003/ROE
1 Inleiding Aelmans Milieu heeft van 5.1.2e het verzoek gekregen te adviseren omtrent de fundering nieuwbouw op het adres Dijkveldstraat/Eickerveld te Slek. Het ten grondslag liggende grondonderzoek is door onze eigen dienst uitgevoerd. Dit rapport bevat de resultaten van het grondonderzoek en het ontwerpadvies voor de fundering voor de bovengenoemde nieuwbouw, uitgaande van vooralsnog een fundering op staal (FOS). De relevante resultaten van het uitgevoerde grondonderzoek zijn in figuur 1 alsmede bijlage 1 opgenomen.
Geotechnisch bodemonderzoek, nieuwbouw Dijkveldstraat/Eickerveld te Slek Aelmans Milieu
1
AMV251164.003/ROE
2 Projectbeschrijving Het project omvat de nieuwbouw van 7 grondgebonden woningen aan de Dijkveldstraat/Eickerveld te Slek. Ten behoeve van dit project is het volgende document beschikbaar gesteld: -
5.1.2e
projectnummer 2024.028 ontwikkeling kavel Dijkveldstraat-Eickerveld, tekening S-01 d.d. 25-09-2024 Terrein - Verkaveling.
Uit dit document en aanvullende informatie van de opdrachtgever zijn de volgende projectgegevens afgeleid: -
-
-
Het bouwpeil (P=0.000) is, gezien de maaiveldhoogten, door ons op NAP +32,3 m aangenomen (voor het exacte bouwpeil, is de opdrachtgever te contacteren). De geviseerde fundering bestaat vooralsnog uit stroken en/of poeren. Het aanlegniveau van de fundering schatten wij in op P-1.000 oftewel op NAP +31,3 m. De maximale rekenwaarden voor de belastingen op de funderingen zijn als volgt ingeschat; lijnlasten qd,max = 125 kN/m1 en puntlasten Fd,max = 150 kN (UGT, sec druk, verticaal, centrisch belast en horizontaal maaiveld). Wij nemen aan dat de nieuwbouw niet zal worden voorzien van een kelder/souterrain en/of kruipruimte. Vooralsnog worden geen significante ophogingen en/of ontgravingen van het perceel verwacht. Met uitzondering van hetgeen benodigd voor de bouw. Milieukundige aspecten, met name de consequenties van eventueel te verplaatsen of af te voeren grond en het eventueel onttrekken/lozen van grondwater, valt buiten het kader van dit rapport. Archeologische aspecten in verband met het verkrijgen van toestemming voor de ontgraving, zijn in dit rapport buiten beschouwing gebleven.
Geotechnisch bodemonderzoek, nieuwbouw Dijkveldstraat/Eickerveld te Slek Aelmans Milieu
2
AMV251164.003/ROE
De fundering is op basis van bovenstaande projectgegevens in geotechnische categorie 2 ingedeeld. ⁱ
In de norm NEN-EN 1997-1 is een categorie-indeling gemaakt, waarbij een onderverdeling gemaakt is in drie geotechnische categorieën (GC). Deze indeling wordt gebruikt om de complexiteit van een constructie en mate van risico in het ontwerp te kwantificeren en welke mate en kwaliteit van onderzoek en gegevens voor het ontwerp daarbij vereist zijn. De categorieën zijn: 1.
Geotechnische categorie 1 (GC1): eenvoudige constructies, lichte bouwwerken (berekeningen en onderzoek zijn vaak gebaseerd op lokale kennis en ervaring).
2.
Geotechnische categorie 2 (GC2): normale funderingsconstructies zonder buitengewone risico’s of complexe grond- of belasting gesteldheid (circa 80% van alle constructies).
3.
Geotechnische categorie 3 (GC3); bijzondere constructies, vallende buiten categorie 1 of 2 (zeer complexe funderingen, dynamisch belaste constructies).
De keuze voor de toewijzing hangt daarbij af van drie factoren: 1.
Type en afmeting van de constructie.
2.
Grondgesteldheid en grondwaterstand.
3.
Invloeden vanuit of op de omgeving.
Geotechnisch bodemonderzoek, nieuwbouw Dijkveldstraat/Eickerveld te Slek Aelmans Milieu
3
AMV251164.003/ROE
3 Geotechnische gegevens 3.1
Uitgevoerd grondonderzoek Op 1 juli 2025 zijn 7 sonderingen tot op maximaal maaiveld -7,33 meter geplaatst. Alle sonderingen zijn voortijdig gestaakt, vanwege het bereiken van de maximaaldruk. Druksonderingen worden gestaakt op het gewenste niveau of bij een totaaldruk van 10/20 ton dan wel een conusweerstand van 5/10 ton of een combinatie van druk, kleef en helling, waardoor op oordeel van de sondeermeester het risico op conus- en/of buizenbreuk niet acceptabel is. Verder onderzoek zou dan (vermits nodig) kunnen plaatsvinden middels het uitvoeren van zware slagsonderingen en/of machinale boringen (uitvoering tegen meerprijs).De sonderingen zijn met een
200 kN sondeertruck uitgevoerd en conform de NEN-EN-ISO-22476-1 verricht. Bij de sonderingen is naast de conusweerstand tevens de lokale wrijving en de helling gemeten. De continue registratie van de ondervonden bodemweerstand, verzekert een gedetailleerd beeld van de bodemopbouw. Dit niet alleen voor wat betreft de sterkte van de bodem, maar tevens met betrekking tot de aard van de aanwezige ongeroerde grondlagen. De verhouding tussen de wrijvingsweerstand van de kleefmantel en de weerstand aan de conuspunt, het zogenaamde wrijvingsgetal, heeft voor iedere grondsoort een andere waarde. Voor een gladde elektrische conus gelden bij veel voorkomende gronden, ongeveer de navolgende relaties: Wrijvingsgetal in % 0.3 - 1.5 1.5 - 2.5 2.5 - 5.0 > 5.0
Grondsoort Zand, grof tot fijn Silt (leem/löss) Klei Veen
Tussen de verschillende grondsoorten, komen overgangsvormen voor, waardoor de aangegeven grenzen niet als hard zijn te beschouwen. De indicatie is sowieso sec van toepassing op de verschillende grondsoorten beneden het grondwaterniveau. In de elektrische conus bevindt zich een hellingmeter. Hierdoor is controle mogelijk op een eventueel afwijken van de verticaal. Bijzondere afwijkingen zijn niet vastgesteld. Ter verificatie van het profiel in de bovengrond is ter hoogte van sondering SK05 nog een handboring geplaatst tot op maximaal maaiveld -3 meter. Boringen worden conform de NEN-EN-ISO 22475-1 uitgevoerd en beschreven volgens de NEN-EN-ISO 14688-1:2019; Geotechnisch onderzoek en beproeving - Identificatie en classificatie van grond - Deel 1: Identificatie en beschrijving (incl. Nederlandse bijlage:2019). De sondeerlocaties zijn in het terrein in RD-coördinaten uitgezet en ten opzichte van NAP gewaterpast. De relevante delen van het grondonderzoek zijn in figuur 1 en bijlage 1 opgenomen.
Geotechnisch bodemonderzoek, nieuwbouw Dijkveldstraat/Eickerveld te Slek Aelmans Milieu
4
AMV251164.003/ROE
3.2
Geotechnisch profiel De maaiveldhoogte ter plaatse van de sondeerlocaties varieert van NAP +31,87 m tot NAP +32,34 m. Het maaiveld kent daarmee een hoogteverschil van 0,47 meter. Aan de hand van het uitgevoerde grondonderzoek (sonderingen én boring) is het volgende geotechnische profiel opgesteld: -
Vanaf maaiveld tot op het maximaal verkende niveau van NAP +24,7 m wordt voornamelijk zand aangetroffen, waarin conusweerstanden van 5 tot meer dan 30 MPa worden gemeten. Terugvallen in de conusweerstand (tot <2 MPa) worden veroorzaakt door silthoudend en/of losgepakt zand of een ingepakte kleilaag. Het betreft hier vooraleerst de Formatie van Boxtel, een zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind. Omstreeks NAP +29 m zal deze dan liggen op de formatie van Beegden, een zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken (bron: BRO/REGIS II v2.2 en DGM v2.2).
Tijdens de uitvoering van het grondonderzoek kon op een diepte van maaiveld -4,2 meter oftewel op NAP +27,67 m grondwater worden waargenomen. Hierbij wordt opgemerkt, dat de metingen direct ná het sonderen/boren hebben plaatsgevonden en slechts een momentopname zijn en dat onder invloed van spanningswater, lagenopbouw, lokale omstandigheden en seizoen afhankelijke factoren, de waarde hiervan sterk kan afwijken.
Geotechnisch bodemonderzoek, nieuwbouw Dijkveldstraat/Eickerveld te Slek Aelmans Milieu
5
AMV251164.003/ROE
4 Ontwerpadvies fundering 4.1
Keuze funderingstype Gelet op de projectgegevens en de opbouw en samenstelling van de ondergrond is een fundering op staal (FOS), beneden de nieuwbouw mogelijk. Met dien verstande dat er een grondverbetering plaatsvindt. De toe te passen funderingselementen betreffen vooraleerst betonnen stroken en/of poeren. Deze funderingswijze wordt in de onderstaande paragrafen verder uitgewerkt.
4.2
Minimaal vereiste ontgravingsniveaus Voor een vorstvrij aanlegniveau van de funderingselementen wordt een diepte van ten minste toekomstig maaiveld - 0,80 m geadviseerd. In dit rapport is (vooralsnog) uitgegaan van een aanlegniveau van de funderingselementen van NAP +31,3 m. In tabel 4-1 is per sondeerlocatie het minimaal vereiste ontgravingsniveau aangegeven. Indien dit ontgravingsniveau beneden het aanlegniveau ligt, dient een grondverbetering te worden uitgevoerd. De volgende opbouw is hiervoor opportuun; vanaf vereist ontgravingsniveau tot beneden aanlegniveau betonnen sloof zand voor zandbed en verdichten. Tabel 4-1: Minimaal vereiste ontgravingsniveaus, nieuwbouw aan de Dijkveldstraat-Eickerveld te Slek Sondering
Maaiveldhoogte
Aanlegniveau betonnen sloof
Minimaal vereist ontgravingsniveau
nummer
[NAP + m]
[NAP + m]
[NAP + m]
[maaiveld - m]
SK01
32,34
31,3
31,3
1,04
SK02
32,11
31,3
30,8
1,31
SK03
32,31
31,3
31
1.31
SK04
31,97
31,3
30,9
1,07
SK05
32,06
31,3
30,7
1,36
SK06
31,9
31,3
30,6
1,30
SK07
31,87
31,3
30,6
1,27
Op het aanlegniveau van de grondverbetering moet, met name tussen de sondeerpunten in, bijvoorbeeld met een handsondeerapparaat, worden gecontroleerd of zich direct beneden het ontgravingsniveau nog cohesieve en/of humeuze lagen bevinden. Indien dit het geval is dan moeten deze worden verwijderd en door goed verdicht zand worden vervangen. Vooraleerst de fundering c.q. een grondverbetering wordt aangebracht, moet het ontgravingsvlak goed worden afgetrild (met schapenpootwals waar nodig).
Geotechnisch bodemonderzoek, nieuwbouw Dijkveldstraat/Eickerveld te Slek Aelmans Milieu
6
AMV251164.003/ROE
4.3
Berekening maximale weerstand De berekening van de maximale weerstand (weerstandskracht) van de fundering is gebaseerd op de geotechnische norm NEN 9997-1. De berekening van de rekenwaarden van de maximale verticale weerstand van staalfunderingen met een horizontaal funderingsoppervlak is gebaseerd op artikel 6.5.2.2 van NEN 9997-1. Bij de berekening van de maximale verticale weerstandskracht is een hoogste grondwaterstand aangenomen op een niveau gelijk aan het aanlegniveau van de funderingselementen. Eén en ander vanuit conservatieve redenen. De maximale verticale weerstandskrachten (Rv;d) zijn berekend voor verschillende strookbreedten en/of poerafmetingen en voor een dekking van 0,20 m, 0,40 m en 0,60 m. Onder gronddekking wordt verstaan het minimale hoogteverschil tussen het aanlegniveau van funderingselementen en het (toekomstige) naastliggende maaiveld of de bodem van een kruipruimte. De resultaten uit de modelberekening zijn in bijlage 1 opgenomen.
4.4
Zakkingen in de gebruikssituatie Gezien de grondopbouw en uitgaande van een goed uitgevoerde grondverbetering kunnen, door zettingen van de onderliggende samendrukbare lagen, in de bruikbaarheidsgrenstoestand eindzakkingen van de funderingselementen optreden van circa 10 à 15 mm. Verder moeten zettingsverschillen van maximaal 5 à 10 mm worden verwacht. Eén en ander is mede afhankelijk van de werkelijk optredende belastingen en belasting verschillen en de verschillen in opbouw van de ondergrond. De in de zettingsberekeningen gebruikte grondparameters zijn afgeleid uit de beschikbare sondeergrafieken en tabel 2b van NEN 9997-1. De opgegeven zettingen en zettingsverschillen betreffen derhalve een prognose.
4.5
Beddingconstante Voor de berekening van (een) op een zandbed aangelegde betonnen vloer(en) of funderingsplaten kan, bij een zorgvuldige uitvoering, normaliter een statische bedding constante van 10.000 kN/m3 worden aangehouden.
4.6
Uitvoering Bij het uitvoeren van funderings- en grondverbeteringswerkzaamheden is het noodzakelijk, dat het grondwater zich op minimaal 0,5 meter beneden het ontgravingvlak bevindt. Aangezien er géén grondwater op de relevante niveaus is aangetroffen, is een bemaling niet opportuun.
Geotechnisch bodemonderzoek, nieuwbouw Dijkveldstraat/Eickerveld te Slek Aelmans Milieu
7
AMV251164.003/ROE
De ontgravingniveaus dienen nauwgezet te worden geïnspecteerd op geroerde en/of verweekte zones. Ook na het ontgraven dient ervoor zorg gedragen te worden, dat het materiaal niet verweekt. Bij het loodrecht uitgraven van de sleuven en/of de bouwput moet rekening worden gehouden met het inkalven van de wanden, als gevolg van de weinig cohesieve bovengrond. Bij het ontgraven en het aanbrengen van de grondverbetering, dient rekening te worden gehouden met de stabiliteit van de fundering van eventueel belendende bebouwing. Het is aanbevelenswaardig om vooraf de aard van de bestaande funderingen vast te stellen middels het graven van enkele (kleine) proefgaten, vlak naast deze funderingen. In geen geval mag de gehele fundering worden vrij gegraven. Voor algemene richtlijnen voor de uitvoering van ontgravingen en grondverbeteringen voor funderingen op staal wordt naar bijlage 3 verwezen. Indien het bouwplan en/of de uitgangspunten alsnog worden gewijzigd, heeft dit consequenties voor dit ontwerpadvies fundering. Indien u dat aangeeft, dan kan worden nagegaan of de wijzigingen gevolgen hebben voor het voorliggende ontwerp en kan dit advies zo nodig hierop worden aangepast.
Ubachsberg, gemeente Voerendaal, 2 juli 2025 5.1.2e
u
5.1.2e
Projectleider/geotechnisch adviseur Rapport opgesteld door: 5.1.2e
5.1.2e
Projectmedewerker geotechniek
Geotechnisch bodemonderzoek, nieuwbouw Dijkveldstraat/Eickerveld te Slek Aelmans Milieu
8
Y(inm)
Nummer
X (in m)
SKO1
189663,31 344441,25 32,34
SK02
189667,19 344453,96 32,11
SK03
189682,33 344452,6
SK04
189666,69 344469,87 31,97
SK05
189646,95 344468,23 32,06
SK06
189653,9
SK07
189634,85 344483,4
NAP (in m)
& %
1423 5839 5497
GS
32,31
5838
1424
344484,58 31,9 31,87
VP01 hart v/d weg | 189688,24 344443,52 32,26
ä
s301
v
VP02 rioolput weg |189624,35 344474,46 31,94
SKO06
SKO7
5
B
z
5499
VP02 rioolput weg
@
500:
SK05
506
* SK04
5095
944
5
soor
5034
5503
SK02
5946
5616
SK03
959
5505
SKO1
5960
5957
VPO1 hart v/d weg
20 S ©
5061
s771
5768
s772
5067
ge 5922 3776
5774 5321
5020 5775
ee
mn nn ooo GO PVQAAaaa Öp‚aaaaaa[ Ô'Q(QQÔQQQQ" >)
5322
4823
‚>
5069
4824
€
0
10
20
30
40
50m
Legenda
X VPOO = Vast punt w SKO0 = Sondering met kleef [LC] Nieuwbouw contour
s971
_—
5.1.2e 6367 JE Voerendaal T: E: info@aelmans.com
aelmans
5.1.2e
T: https://www.aelmans.com
5.1.2e
5.1.2e
Opdrachtgever
5.1.2e
Onderwerp Locatie
Onderzoekslocatie en sonderingen/boringen
Projectnummer Datum
AMV251164
Getekend
5.1.2e
te Echt
5.1.2e
01-07-2025 | Tekeningnr: RHE
Schaal
1:500
001
Formaat
A3
AMV251164.003/ROE
Bijlage 1 Relevante delen grondonderzoek
33
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
Helling (°) 5 0 o
10 10
12
14
6
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
32 31 30 29 28 27 31.66
26
30.22 31.77 78.58
25
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
24 23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 SONDEERMEESTER : JKR Nr. : 071422 REFERENTIE NIVO : 32.34 m t.o.v. NAP Nr. : CONUS TYPE : P15-CFII-15 DATUM : 1-7-2025 TIJD : 7:43 HELLINGOPNEMER : OPDRACHTGEVER : 5.1.2e EINDWAARDE HELLING : 2.22 OMSCHRIJVING : GEO Dijkveldstraat-Eickerveld te Slek OPMERKING :
OPDRACHT NR : AMV251164 SONDERING :1
33
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
Helling (°) 5 0 o
10 10
12
14
6
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
32 31 30 29 28 27 26 25
31.89
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
24
33.61 42.60
23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 SONDEERMEESTER : JKR Nr. : 071422 REFERENTIE NIVO : 32.11 m t.o.v. NAP Nr. : CONUS TYPE : P15-CFII-15 DATUM : 1-7-2025 TIJD : 7:07 HELLINGOPNEMER : OPDRACHTGEVER : 5.1.2e EINDWAARDE HELLING : 6.07 OMSCHRIJVING : GEO Dijkveldstraat-Eickerveld te Slek OPMERKING :
OPDRACHT NR : AMV251164 SONDERING :2
33
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
Helling (°) 5 0 o
10 10
12
14
6
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
32 31 30 29 28 27 26 32.56
25
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
24 23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 SONDEERMEESTER : JKR Nr. : 071422 REFERENTIE NIVO : 32.31 m t.o.v. NAP Nr. : CONUS TYPE : P15-CFII-15 DATUM : 1-7-2025 TIJD : 7:29 HELLINGOPNEMER : OPDRACHTGEVER : 5.1.2e EINDWAARDE HELLING : 5.41 OMSCHRIJVING : GEO Dijkveldstraat-Eickerveld te Slek OPMERKING :
OPDRACHT NR : AMV251164 SONDERING :3
32
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
Helling (°) 5 0 o
10 10
12
14
6
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
31 30 29 28 27 26 31.93 69.76
25 24
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 8 SONDEERMEESTER : JKR Nr. : 071422 REFERENTIE NIVO : 31.97 m t.o.v. NAP Nr. : CONUS TYPE : P15-CFII-15 DATUM : 1-7-2025 TIJD : 8:03 HELLINGOPNEMER : OPDRACHTGEVER : 5.1.2e EINDWAARDE HELLING : 4.22 OMSCHRIJVING : GEO Dijkveldstraat-Eickerveld te Slek OPMERKING :
OPDRACHT NR : AMV251164 SONDERING :4
33
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
Helling (°) 5 0 o
10 10
12
14
6
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
32 31 30 29 28 27 26 30.97
25 72.22
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
24 23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 SONDEERMEESTER : JKR Nr. : 071422 REFERENTIE NIVO : 32.06 m t.o.v. NAP Nr. : CONUS TYPE : P15-CFII-15 DATUM : 1-7-2025 TIJD : 8:47 HELLINGOPNEMER : OPDRACHTGEVER : 5.1.2e EINDWAARDE HELLING : 1.51 OMSCHRIJVING : GEO Dijkveldstraat-Eickerveld te Slek OPMERKING :
OPDRACHT NR : AMV251164 SONDERING :5
32
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
Helling (°) 5 0 o
10 10
12
14
6
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
31 30 29 30.62
28 27 26
33.01
25
60.32
24
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 8 SONDEERMEESTER : JKR Nr. : 071422 REFERENTIE NIVO : 31.9 m t.o.v. NAP Nr. : CONUS TYPE : P15-CFII-15 DATUM : 1-7-2025 TIJD : 8:17 HELLINGOPNEMER : OPDRACHTGEVER : 5.1.2e EINDWAARDE HELLING : 3.62 OMSCHRIJVING : GEO Dijkveldstraat-Eickerveld te Slek OPMERKING :
OPDRACHT NR : AMV251164 SONDERING :6
32
Plaatselijke wrijving (MPa) 0 0.05 0.10 0.15 0.20 Conusweerstand (MPa) 0 2 4 6 8
Helling (°) 5 0 o
10 10
12
14
6
Wrijvingsgetal (%) 5 4 3 2 1 0
31 30 29 31.13
28 27 26
32.13 0.67 74.29
25 24
DIEPTE IN METERS T.O.V. NAP
23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 8 SONDEERMEESTER : JKR Nr. : 071422 REFERENTIE NIVO : 31.87 m t.o.v. NAP Nr. : CONUS TYPE : P15-CFII-15 DATUM : 1-7-2025 TIJD : 8:32 HELLINGOPNEMER : OPDRACHTGEVER : 5.1.2e EINDWAARDE HELLING : 3.47 OMSCHRIJVING : GEO Dijkveldstraat-Eickerveld te Slek OPMERKING :
OPDRACHT NR : AMV251164 SONDERING :7
Boring:
BSO5
Datum:
1-7-2025
0
0
20
50
50
100
100
Zand uiterst fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen wortels, donkerbruin Zand uiterst fijn, zwak siltig, zwak grindig, sporen kolen, donkerbruin Zand uiterst fijn, zwak siltig, zwak grindig, neutraalbruin Zand uiterst fijn, zwak siltig, neutraalbruin
150
200
200
Zand uiterst fijn, zwak siltig, neutraalbruin 250
300
300
Projectnaam: Projectcode:
Geo Dijkerveldstraat Slek AMV251164 getekend volgens NEN 5104
AMV251164.003/ROE
Bijlage 2 Maximale verticale weerstand
Aelmans Advies Groep Opdrachtnummer
AMV251164 Datum 2-7-2025
MAXIMALE WEERSTAND VAN FUNDERINGEN OP STAAL Referentievlak Maaiv. hoogte Aanlegniveau Gw.stand
NAP [NAP + m] [NAP + m] [NAP + m]
32,30 31,30 31,30
Partiële materiaalfactoren 1,10 gm;g = 1,15 gm;j' = gm;c' = 1,60
Project: nieuwbouw Dijkveldstraat-Eickerveld te Slek
REPRESENTATIEVE WAARDEN VAN DE GRONDEIGENSCHAPPEN Laagnr. MV / dek. 1 2 3 4 5 6 7 8
gk gsat;k bovenk. laag onderk. laag [NAP + m] [NAP + m] [kN/m³] [kN/m³] 32,30 31,30 17,0 19,0 31,30 17,0 19,0
REKENWAARDEN GRONDEIGENSCH.
j'k [° ]
[kN/m ]
30,0
0,0
gd gsat;d [kN/m³] [kN/m³] 15,45 17,27 17,27
c'k 2
j'd [°]
[kN/m ]
26,66
0,00
c'd 2
REKENWAARDEN VAN DE VERTICALE WEERSTAND OP EEN HORIZONTAAL FUNDERINGSOPPERVLAK (Rv;d) Effectief funderingsopp. b' l'
dekking : s'max;d
0,20 Rv;d
m
dekking : s'max;d
2
0,40 Rv;d
m
2
[m] 0,70 0,80 0,90 1,00 1,10 1,20 1,30 1,40 1,50
[m] strook strook strook strook strook strook strook strook strook
[kN/m ] 70 74 78 83 87 91 95 99 103
49 59 71 83 95 109 124 139 155
0,75 1,00 1,25 1,50
0,75 1,00 1,25 1,50
79 87 94 102
45 87 148 229
dekking : s'max;d
0,60 Rv;d
m
107 125 145 165 186 208 230 254 278
[kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m']
[m] 0,99 1,14 1,28 1,42 1,56 1,70 1,85 1,99 2,13
[m] 2,50 2,86 3,22 3,58 3,94 4,29 4,65 5,01 5,37
109 201 326 486
[kN] [kN] [kN] [kN]
1,06 1,42 1,77 2,13
2,68 3,58 4,47 5,37
2
[kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m']
[kN/m ] 111 115 120 124 128 132 136 140 144
78 92 108 124 141 158 177 196 217
[kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m'] [kN/m']
[kN/m ] 152 156 161 165 169 173 177 181 186
[kN] [kN] [kN] [kN]
136 144 151 159
77 144 237 357
[kN] [kN] [kN] [kN]
193 201 208 216
Invloedsgebied ze ae
maaiveld
dekking
aanlegniveau
grondwater ze
referentievlak
b' (x l' ) ae
AMV251164.003/ROE
Bijlage 3 Algemene uitvoeringsrichtlijnen voor grondverbeteringen voor funderingen op staal
AMV251164.003/ROE
ALGEMENE RICHTLIJNEN VOOR DE UITVOERING VAN ONTGRAVINGEN EN GRONDVERBETERINGEN VOOR STAALFUNDERINGEN Voor de aanvang van de uitvoering van ontgravingen/grondverbeteringen voor staalfunderingen moeten de volgende zaken bekend zijn: - Het funderingsplan met de afmetingen en aanlegniveaus van de funderingselementen, hierop dienen de locaties waar de sonderingen (en boringen) zijn gemaakt te zijn aangegeven. - De maaiveldhoogten ter plaatse van de te maken funderingen. - De maaiveldhoogten ter plaatse van de sondeer(- en boor)locaties. - Het grondonderzoek en het bijbehorende funderingsadvies. Indien het geadviseerde ontgravingsniveau lager ligt dan het aanlegniveau moet een grondverbetering worden toegepast. Voor elk bouwdeel moet het graafwerk worden begonnen bij de sondering, waarvoor het diepste ontgravingsniveau is geadviseerd. Op deze wijze kunnen in het werk de overgangen naar minder diepe ontgravingsniveaus worden vastgesteld. Deze overgangen moeten geleidelijk of (bij abrupte overgangen in ontgravingsniveaus) terrasgewijs worden uitgevoerd in samenhang met de laagdikten van de grondverbetering. De ontgravingen kunnen in het algemeen worden uitgevoerd onder een talud van circa 1:1. Bij een grondprofiel waarbij water uit het talud kan treden zijn extra maatregelen nodig.
Verder is verondersteld dat langs de insteek van het talud geen zwaar materieel wordt geplaatst of zware materialen worden opgeslagen en dat de grondwaterstand permanent ten minste 0,5 m beneden het actuele ontgravingsniveau blijft of wordt gehouden. Nadat de geadviseerde ontgravingsniveaus zijn bereikt, moet bij een staalfundering op zand met een handsondeerapparaat worden gecontroleerd of zich direct onder dit niveau nog samendrukbare laagjes bevinden. Deze controle moet vooral tussen de sonderingen (en boringen) intensief worden uitgevoerd. Worden dergelijke laagjes aangetroffen, dan moeten ze worden verwijderd en vervangen door zand of een ander hiervoor goedgekeurd materiaal. Vervolgens moet de bodem van de put of sleuf worden verdicht met een trilapparaat. Het te verdichten materiaal dient een vochtgehalte te hebben dat rond het optimum ligt van de Proctorproef. De mate van verdichting moet worden gecontroleerd, bijvoorbeeld met een handsondeerapparaat. Daarbij geldt als criterium dat de conusweerstand met de diepte moet toenemen tot minimaal 2,5 MPa op 0,10 m en 5 MPa op 0,30 m diepte. De mate van verdichting kan ook worden gerelateerd aan de uit (vooraf gemaakte!) Proctorproeven verkregen maximale Proctor-dichtheid. Hierbij moet de dichtheid, die in situ wordt gecontroleerd, ten minste 98% bedragen met een gemiddelde dichtheid van ten minste 100%.
Hierna kan de werkvloer voor de fundering worden gestort of - bij een ontgravingsniveau beneden het aanlegniveau - de eerste laag van de grondverbetering worden aangebracht. Soms blijkt (ook na verdichten) dat de hiervoor gestelde verdichtingseis niet (of niet meteen) wordt bereikt. Dit kan door diverse redenen of door een combinatie van dergelijke redenen worden veroorzaakt. Hierbij valt onder meer te denken aan een onvoldoende drooglegging, een te hoog vochtgehalte, een minder gunstige gradatie en of het gebruik van te zware verdichtingsapparatuur die minder goed in staat is om de zeer oppervlakkige lagen goed te verdichten. In geval van twijfel dient in overleg met de geotechnisch adviseur te worden bepaald hoe hier verder mee omgegaan moet worden. De geotechnisch adviseur zal dan veelal op basis van eenvoudige metingen eerst willen weten of het aanwezige materiaal in principe geschikt is (controle via handboringen, in geval van twijfel korrelverdelingen laten bepalen en of een in situ geschiktheidsproef uitvoeren) en dat de drooglegging voldoende is (peilbuismetingen).
AMV251164.003/ROE
Het zand voor de grondverbetering moet mineraal, matig grof materiaal zijn en mag ten hoogste 5 gewichtsprocenten (van de korrels) aan korrels kleiner dan 16 m en ten hoogste 10 gewichtsprocenten aan korrels kleiner dan 63 m bevatten. Het gehalte aan organische stof (gloeiverlies) moet kleiner zijn dan of gelijk zijn aan 3 gewichtsprocenten. De grondverbetering moet in lagen met een dikte van maximaal 0,3 m worden aangebracht. Iedere laag moet in minimaal 4 gangen, die elkaar kruisen en overlappen, mechanisch worden verdicht, waarbij voor iedere laag de reeds geformuleerde verdichtingseis geldt. Indien de bovenlaag door het gebruik van relatief zware trilapparatuur is losgeschud, moet het funderingsniveau met een lichte trilplaat worden afgetrild, voordat de werkvloer van de fundering wordt gestort. Voor de controle van de mate van verdichting gelden de bovenvermelde criteria. De breedte van de grondverbetering moet op de bodem van de put of sleuf ten minste B + 2d respectievelijk L + 2d bedragen. Hierbij zijn B en L respectievelijk de breedte en de lengte van de fundering en d de dikte van de grondverbetering. Soms wordt een staalfundering op klei (bijvoorbeeld op potklei), leem of löss aangelegd. In dit geval moet de laatste 0,1 m zo voorzichtig worden afgeschaafd, dat de klei, leem of löss beneden het ontgravingsniveau niet wordt geroerd.
Om vervolgens verweking van de grondslag door neerslag te voorkomen moet zo snel mogelijk na ontgraving op de bodem van de ontgraving een beschermlaag (van bijvoorbeeld folie of 0,1 m stampbeton) worden aangebracht. Extra aandacht moet worden besteed aan ontgravingen naast, dan wel nabij een bestaande, op staal gefundeerde belending. Dit geldt in het bijzonder voor ontgravingen dieper dan het aanlegniveau van de bestaande fundering. Dergelijke ontgravingen verminderen de draagkracht van de bestaande fundering en dienen daarom zo veel mogelijk te worden vermeden. Indien dergelijke ontgravingen noodzakelijk zijn dan moet worden nagegaan of speciale maatregelen moeten worden genomen. Tijdens het verdichten van grondlagen moet de grondwaterstand zich minimaal 0,5 m beneden het ontgravingsniveau bevinden. Is dit niet het geval dan moet een bemaling worden geïnstalleerd, die in staat moet zijn de grondwaterstand tot ten minste dit niveau te verlagen. Deze verlaging moet zijn gerealiseerd voordat met ontgraven het vereiste niveau is bereikt. Ter controle van de stijghoogte van het grondwater kan worden overwogen vooraf een of meer peilbuizen te plaatsen. In twijfelgevallen ten aanzien van de uitvoering of andere omstandigheden is het raadzaam de geotechnische adviseur te raadplegen.
Tot slot maken wij u erop attent dat Aelmans Milieu beschikt over: Deskundig opzichters voor de begeleiding van alle grond- en funderingswerken. Goede apparatuur en medewerkers voor het controleren van de gerealiseerde verdichting(en). Laboratoriumfaciliteiten (derden) voor het keuren van de geschiktheid van het materiaal voor de Grondverbetering.
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
2, 4, 5, 11, 12, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20