CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen toelichting

Gemeenteraad 3 november 2022, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bbestemmingsplan 'Stedelijk gebied, partiële herziening Hoekstraat 29 Roosteren'8.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan Stedelijk gebied, partiële herziening Hoekstraat 29 Roosteren

Plangegevens Naam: Plantype: IMRO: Status:

Stedelijk gebied, partiële herziening Hoekstraat 29 Roosteren bestemmingsplan NL.IMRO.1711.BP20210652-VG01 vastgesteld

Datum: Projectnummer:

21AF089

Opdrachtgever:

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV | Stationsstraat 37 | 7622 LW Borne | T 074-2557020 | F 074-265967 | E info@ad-fontem.nl

Stedelijk gebied, partiële herziening Hoekstraat 29 Roosteren

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

3

Bijlage 1

Ecologie-Quickscan Flora Fauna

4

Bijlage 2

Ecologie-Aerius

37

bestemmingsplan Stedelijk gebied, partiële herziening Hoekstraat 29 Roosteren NL.IMRO.1711.BP20210652-VG01

2

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Stedelijk gebied, partiële herziening Hoekstraat 29 Roosteren NL.IMRO.1711.BP20210652-VG01

3

Bijlage 1

Ecologie-Quickscan Flora Fauna

bestemmingsplan Stedelijk gebied, partiële herziening Hoekstraat 29 Roosteren NL.IMRO.1711.BP20210652-VG01

4

Hoekstraat 29 te Roosteren - Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming -

Opdrachtgever

FIRE Maesland Burcht B.V

Datum veldbezoek

14 juli 2020

Kenmerk rapport

Q2020.097- Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren

Datum rapport

3 augustus 2020

Versie

V1.0

Auteur

K.H. Eymael

Controle

ing. J.M. de Wever

EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Abraham Teerlinkstraat 10, 7424 DM Deventer Bezoekadres: Engelenburgstraat 57, 7391 MV Twello www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418

Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming

Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT

5 5 5 5 5

2 ONDERZOEKSOPZET

6

2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEK

6 6

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN 3.1 PLANGEBIED 3.2 GEWENSTE TOEKOMSTIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN INGREPEN 4 BEVINDINGENONDERZOEK 4.1 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK 4.2 BEVINDINGEN VELDONDERZOEK 5 EFFECTENBEOORDELING 5.1 EFFECTEN BESCHERMDE GEBIEDEN/ HOUTOPSTANDEN 5.2 EFFECTEN SOORTEN 6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 CONCLUSIE 6.2 VRIJBLIJVEND ADVIES

7 7 9 10 10 10 12 12 12 14 14 15

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.

Wettelijk kader Lijst beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Bronnen

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 3

SAMENVATTING In opdracht van FIRE Maesland Burcht B.V. heeft EcoTierra- ecologisch bij een schuur gelegen aan de Hoekstraat 29 te Roosteren (gemeente Echt-Susteren) een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het plangebied is gelegen in de bebouwde kern van Roosteren en betreft een schuur met overkapping op het perceel van Hotel Restaurant de Roosterhoeve. De initiatiefnemer is voornemens om een zorgcomplex te ontwikkelen in de oude schuur en de naastgelegen Maaslandburcht. In dat kader dient alleen de oude schuur onderzocht te worden. Ingrepen aan de schuur bestaan onder andere uit renoveren van het dak en interne verbouwingen. In het kader van de voorgenomen ingrepen zullen geen bomen worden gekapt of oppervlaktewateren worden gedempt. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Onderhavige quickscan is gebaseerd op een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Het veldbezoek heeft op 14 juni 2020 plaatsgevonden. Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat: → Het plangebied niet is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland en er in Limburg geen externe werking van toepassing is.

Verdere toetsing aan het NNN wordt niet noodzakelijk geacht → Er geen significante aantasting wordt verwacht op soorten die voor de meest nabijgelegen Natura2000-gebieden zijn aangewezen (Wnb- Natura2000-soorten). → Er niet aan stikstof getoetst is (Wnb-Natura2000-stikstof). Mogelijk dient een AERIUS-berekening uitgevoerd te worden; → Er geen gevolgen zijn aangaande het onderdeel Wnb- houtopstanden; → Er geen nadelige gevolgen zijn aangaande streng en strikt beschermde soorten of hun beschermde verblijfplaats (Wnb-soorten); Een ontheffing niet noodzakelijk is; Er geen nader onderzoek hoeft plaats te vinden; → Voor algemeen voorkomende soorten een algemene vrijstelling geldt als het ruimtelijke ingrepen betreft; → De zorgplicht altijd van toepassing is.

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 4

1 INLEIDING In opdracht van FIRE Maesland Burcht B.V. heeft EcoTierra- ecologisch bij een schuur gelegen aan de Hoekstraat 29 te Roosteren (gemeente Echt-Susteren) een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens om een zorgcomplex te ontwikkelen in de oude schuur en de naastgelegen Maaslandburcht te herontwikkelen tot zorgwoningen. In dat kader dient alleen de oude schuur onderzocht te worden. Ingrepen aan de schuur bestaan onder andere uit renoveren van het dak en interne verbouwingen. In verband met de Wet natuurbescherming (Wnb) is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doelstelling Het doel van onderhavige quickscan is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben.

Om dit inzicht te verkrijgen worden de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied beschermde dier- en plantsoorten aangetroffen en/of worden deze verwacht? • wat is de juridische status van deze soorten? • hebben de voorgenomen activiteiten een (significant) negatief effect op deze soorten? • ligt het plangebied in of nabij beschermde natuurgebieden, zoals het NNN of Natura2000-gebieden? • wat zijn de gevolgen en dienen er (mitigerende) maatregelen genomen te worden? • dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden? • dient er een ontheffing aangevraagd te worden? 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand expert-judgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die seizoensgebonden zijn en volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. 1.4 Geldigheidsduur rapport Afhankelijk van de aangetroffen soorten is de rapportage drie of vijf jaar geldig.

Voor Habitatrichtlijnsoorten en vogels met een jaarrond beschermd nest dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd met als voorwaarde dat er weinig (fysieke) veranderingen hebben plaatsgevonden in het plangebied.

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 5

2 ONDERZOEKSOPZET In onderhavige quickscan is de locatie gescreend op de aanwezigheid van beschermde planten diersoorten. Er is gestart met een bronnenonderzoek en vervolgens is de locatie bezocht. 2.1 Bronnenonderzoek Alvorens het terrein is bezocht zijn diverse (digitale) verspreidingsatlassen geraadpleegd. De waarnemingen zijn gedaan tussen 2015 en 2020. Hierdoor is indicatief een beeld verkregen of er streng en strikt beschermde soorten voorkomen in het kilometer-/uurhok waarin het plangebied is gelegen. Diverse kaarten (waaronder kernkwaliteiten NNN, Natura2000 en Natuurbeheerplan) van de provinciale site limburg.nl zijn geraadpleegd in juli en augustus 2020. Op internet is gezocht naar openbare rapportages van ecologische onderzoeken die in de directe omgeving van onderhavig plangebied zijn uitgevoerd. 2.2 Veldbezoek Het plangebied is op 14 juli 2020 overdag bezocht. Ten tijde van het veldbezoek was wisselvallig bij een temperatuur van rond de 19°C. Het gehele plangebied was ten tijde van het veldbezoek toegankelijk. De directe omgeving van het plangebied is eveneens bekeken. Tijdens het onderzoek is een medewerker van het hotel geïnterviewd.

Tijdens het veldonderzoek is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke). Het onderzoek is uitgevoerd door een ecoloog (J.M. de Wever) met een relevante Hboopleiding en ruime ervaring met het uitvoeren van quickscans. Tevens worden door de ecoloog diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoeker is in het bezit van diverse certificaten, waaronder ‘Zorgvuldig handelen Flora en faunawet, ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, niveau 4. IPC Groene Ruimte (door Stadswerk erkend certificaat)’.

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 6

3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN In dit hoofdstuk zijn de onderzoekslocatie en de voorgenomen activiteiten beschreven. Op onderstaande afbeelding is het plangebied weergegeven waarbinnen de activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden. 3.1 Plangebied Het plangebied is gelegen in de bebouwde kern van Roosteren en betreft een oude schuur met overkapping op het perceel van Hotel Restaurant de Roosterhoeve. De schuur heeft een pannendak zonder beschot. De muren zijn halfsteens. De schuur wordt gebruikt als werk-/ opslagplaats. De overkapping heeft wel beschot. De directe omgeving bestaat uit het hotel De Roosterhoeve, groen en agrarische percelen.

Afbeelding 1: Situering plangebied (bron: google.nl).

Foto’s: Indrukken plangebied.

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 7

Foto’s: Indrukken plangebied. Binnenzijde schuur.

Foto’s: Indrukken plangebied. Binnenzijde schuur.

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 8

3.2 Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens om een zorgcomplex te ontwikkelen in de oude schuur en de naastgelegen Maaslandburcht. In dat kader dient alleen de oude schuur onderzocht te worden. Ingrepen aan de schuur bestaan onder andere uit renoveren van het dak en interne verbouwingen. In de oude schuur zullen onder andere een keuken, koeling, kantoor, berging en woningen worden gerealiseerd. In het kader van de voorgenomen ingrepen zullen geen bomen worden gekapt of oppervlaktewateren worden gedempt. Voor verdere informatie dient het document ‘Voorlopig ontwerp Zorgcomplex Roosterhoeven 15-05-2020’, Kern Architecten geraadpleegd te worden. De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.

Afbeelding 2: Plattegrond gewenste situatie. (bron: Kern architecten).

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 9

4 BEVINDINGENONDERZOEK Hieronder worden de bevindingen van het bronnenonderzoek en vervolgens de bevindingen van het veldonderzoek besproken. 4.1 Bevindingen bronnenonderzoek In de databases van de provincie is af te lezen dat het plangebied niet is gelegen in het Natuurnetwerk Nederland en geen natuurbeheertypen heeft meegekregen in het vigerende Natuurbeheerplan. Er liggen geen Natura2000-gebieden binnen een straal van 3.000 meter. Volgens de geraadpleegde bronnen (betreft vaak bronnen die met kilometer- of uurhokken werken) kunnen er in de omgeving soorten (niet uitputtend opgesomd en relevant voor plangebied) als gewone, ruige en kleine dwergveermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis, meervleermuis, tweekleurige vleermuis, franjestaart, baardvleermuis, gierzwaluw en huismus voorkomen. Er zijn geen relevante rapportages gevonden van planlocaties in de directe omgeving van onderhavige planlocatie. 4.2 Bevindingen veldonderzoek Interview De geïnterviewde medewerker kon geen relevante informatie verschaffen. Flora Beschermde (muur)flora is niet aangetroffen in het plangebied. Het plangebied is geheel bebouwd en verhard. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn binnen het daadwerkelijke plangebied en de omgeving enkele vogels waargenomen zoals zwarte roodstaart, kauw, merel en pimpelmees.

Er zijn in de schuur oude nestresten van onder andere merel aanwezig. Tevens vloog er ook een zwarte roodstaart weg uit de schuur. Waarschijnlijk broedt deze soort hier ook. Deze soort is tijdens de rondgang over het gehele terrein op meerdere plekken op het hotelcomplex waargenomen. Nesten van huismus, huiszwaluwen, gierzwaluwen, boerenzwaluwen en uilensoorten als steen- en kerkuil zijn niet aanwezig of te verwachten in de schuur. Er zijn dan ook geen sporen van deze soorten aangetroffen. Er zijn geen groenstructuren aanwezig die onderdeel kunnen uitmaken van essentieel leefgebied van soorten. Grondgebonden zoogdieren Er zijn binnen het daadwerkelijke plangebied geen exemplaren of voortplantings- en/ of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Er zijn in de schuur uitwerpselen aangetroffen van steenmarter. De uitwerpselen betreffen oude exemplaren, er zijn geen aanwijzingen dat de steenmarter recentelijk aanwezig is geweest in de opstal.

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 10

Door het ontbreken van bomen is het plangebied niet geschikt voor eekhoorn, boommarter en dergelijke. Algemeen voorkomende soorten zoals huis- en veldmuis kunnen worden verwacht binnen en nabij het plangebied. Vleermuizen De schuur zelf heeft geen elementen, zoals spouw, dakbeschot, gevelbetimmering en dergelijke, waarin of -achter vleermuizen kunnen verblijven. Tevens is het erg tochtig, nat en koud in de schuur. Vleermuizen houden niet van tocht. Er zijn dan ook geen uitwerpselen of andere sporen zoals afgebeten vlindervleugels (indicatie aanwezigheid grootoorvleermuis) aangetroffen in de schuur. De overkapping heeft wel beschot, maar de ruimte tussen de dakpannen en het beschot is te open voor vleermuizen (tochtig, te toegankelijk voor roofdieren). Met een lange ladder kon de ruimte tussen het beschot en de pannen goed onderzocht worden op sporen en exemplaren. Er zijn dan ook geen sporen en exemplaren aangetroffen. De verwachting is dat er niet of nauwelijks wordt gefoerageerd door vleermuizen binnen het plangebied. Er zijn geen significante vliegroutes aanwezig binnen het plangebied. Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het daadwerkelijke plangebied. De aanwezigheid van vissen en voortplantingswater van amfibieën kan derhalve worden uitgesloten.

Door het ontbreken van elementen als groenstructuren wordt ook landhabitat van amfibieën niet verwacht. De schuur lijkt te goed afgesloten voor soorten om naar binnen te kunnen kruipen. Het plangebied is niet geschikt bevonden voor reptielen door het ontbreken van geschikt leefgebied (zoals broeihopen en geschikt landhabitat). Ongewervelden/ overige soorten Het ontbreken van specifieke habitats zoals heide en (laag)veen, grote rivieren en oude, rottende eiken maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet te verwachten zijn. Die soorten hebben vaak specifieke ecologische eisen die in dergelijke plangebieden beperkt aanwezig zijn.

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 11

5 EFFECTENBEOORDELING Hieronder zijn de effecten van de voorgenomen ingrepen op eventueel aanwezige beschermde gebieden en de aanwezige flora en fauna getoetst aan de Wet natuurbescherming. 5.1 Effecten beschermde gebieden/ houtopstanden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om NNN. Verdere toetsing aan het NNN wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Het plangebied is niet gelegen nabij een Natura2000-gebied. Er zal derhalve geen rechtstreekse aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting door bijvoorbeeld verdroging plaatsvinden op soorten die voor omliggende Natura2000-gebieden zijn aangewezen. Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Mogelijk dient een AERIUS-berekening uitgevoerd te worden. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen geen bomen gekapt. Derhalve is het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. 5.2 Effecten soorten Er wordt in het kader van de vigerende wetgeving nagegaan of beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen door het project opzettelijk worden aangetast (vernield, beschadigd of ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood.

Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen en te verwachten. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep. Vogels Er zijn geen jaarrond beschermde nesten aanwezig binnen het daadwerkelijke plangebied. Nesten van soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen worden verwacht. De voorgenomen ingrepen dienen buiten het broedseizoen, in onderhavige situatie globaal lopende van maart tot en met augustus, worden uitgevoerd of er dient voorafgaande aan de start van de ingrepen zijn vastgesteld dat er geen broedgevallen aanwezig zijn. De wet hanteert geen vaste datum als broedseizoen, het gaat erom of een broedgeval wordt verstoord of vernietigd. Indien aan genoemde voorwaarden wordt voldaan zijn er geen negatieve effecten op vogels te verwachten. Grondgebonden zoogdieren Er zijn geen soorten, of verblijfplaatsen ervan, waargenomen die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of niet zijn vrijgesteld door de provincie (zie bijlage 1 voor vrijgestelde soorten). Mogelijk komen er algemeen voorkomende soorten voor. Algemeen voorkomende soorten

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 12

zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande grondgebonden zoogdieren, mits de zorgplicht wordt nageleefd. Vleermuizen Door het ontbreken van geschikte opstallen en bomen zijn er geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen te verwachten binnen het plangebied. Er zal door vleermuizen gefoerageerd worden nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In onderhavige situatie zal dit niet aan de orde zijn. Er gaan geen vliegroutes verloren het kader van onderhavig project. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande vleermuizen. Amfibieën, reptielen en vissen Binnen het plangebied zijn geen exemplaren waargenomen of vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of nationaal beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroepen. Ongewervelden/ overige soorten Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of voorkomen op de ‘nationale lijst’.

Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande overige soorten. De zorgplicht (art 1.11 Wnb) De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan waarschijnlijk ook al uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten.

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 13

6 CONCLUSIE EN VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 Conclusie Op basis van onderhavige quickscan is beoordeeld of er procedurele gevolgen zijn betreffende de vigerende (natuur)wetgeving. Voor toelichting bij de conclusie dient hoofdstuk vijf geraadpleegd te worden. Onderdeel

NNN Natuurbeheertype Natura2000 -soorten Natura2000 - stikstof

Overtreding Wnb/ overige wetgeving Nee Nee

Nader onderzoek naar/ vervolg actie

Periode

Mitigatie

Nee Nee

N.v.t. N.v.t.

N.v.t. N.v.t.

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Niet aan getoetst

N.v.t

N.v.t

N.v.t.

N.v.t.

Houtopstanden

Nee

Mogelijk dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd. Dit is aan bevoegd gezag om te bepalen. Nee

Flora

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Vogels - Jaarrond beschermde nesten

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

- Functioneel leefgebied

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

- Niet jaarrond beschermde nesten

Nee

Zorgplicht

Broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m augustus

Ingrepen buiten broedseizoen uitvoeren of check aanwezigheid broedsels

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

- Functioneel leefgebied Vleermuizen -Vaste verblijfplaatsen opstallen -Vaste verblijfplaatsen bomen - Essentieel foerageergebied

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t.

- Essentiële vliegroute Amfibieën/ reptielen/vissen

Nee Nee

Nee Nee

N.v.t. N.v.t.

N.v.t. N.v.t.

Ongewervelden/ overige soorten Vrijgestelde soorten en alle overige dieren en planten

Nee

Nee

N.v.t.

N.v.t

Nee

Zorgplicht

N.v.t.

- Zoveel mogelijk werken buiten kwetsbare periodes als kraam- en winterperiode - verplaatsen exemplaren -voorkomen vestiging

Grondgebonden zoogdieren Habitatrichtlijn en Nationaal - Verblijfplaatsen

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 14

6.2 Vrijblijvend advies In de nieuwe situatie kan (indien mogelijk) rekening worden gehouden met huismussen door vogelschroot bij bijvoorbeeld de derde panlat te plaatsen. Dan kan er door huismus gebroed worden in de eerste twee rijen dakpannen. Tevens kunnen speciale nestkasten voor de huismus, gierzwaluw en vleermuizen worden aangebracht. Over dit zogenaamde natuurinclusief bouwen is tegenwoordig veel te vinden op internet. Een goede site om informatie en inspiratie op te doen is www.bouwnatuurinclusief.nl. Het is raadzaam om wel een ecoloog/ ter zake kundige bij aanschaf en plaatsing te betrekken opdat er het hoogste rendement uit de kasten gehaald kan worden.

Voorbeelden voorzieningen vleermuizen en gierzwaluw/ huismus (bron: Faunaprojecten.nl).

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 15

BIJLAGE 1 WETTELIJK KADER

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 16

Wet natuurbescherming (Wnb) De Flora- en faunawet is op 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de wet is nog steeds een deling van bescherming van soorten en gebieden (Natura2000). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd (Vogelrichtlijn). Sommige soorten genieten een extra bescherming onder het verdrag van Bern of is het nest ervan jaarrond beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. - Verbodsbepalingen Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 17

De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3).

- Ontheffing of vrijstelling Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: → Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. → Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn. → Ten slot mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’).

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 18

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingenmogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Vrijstellingen kunnen in principe gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Om soorten vrij te stellen, zal altijd voldaan moeten zijn aan de vereisten van de wet, met name de afweging dat de vrijstelling geen afbreuk mag doen aan het streven de populatie van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (voor Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten) dan wel dat de vrijstelling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van vogelsoorten.

Belangen voor ontheffingsverlening of vrijstelling onder de Wet natuurbescherming Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 19

Voor andere, 'nationaal' beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd; • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, • in het algemeen belang van de betreffende soort.

Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Onder meer op basis van regionale verschillen in de staat van instandhouding van soorten kunnen de vrijgestelde soorten per provincie verschillen.

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 20

(Bron: Website Ecologica, december 2019).

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 21

- Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscodes zijn bedoeld voor organisaties die in hun reguliere taken of activiteiten regelmatig met de wet te maken hebben. Elke sector kan een gedragscode opstellen en laten goedkeuren. Wanneer een gedragscode is goedgekeurd, kan eenieder die aantoonbaar in overeenstemming met de betreffende gedragscode handelt, zonder ontheffing de handelingen verrichten. Er kan gecontroleerd worden of er gehandeld wordt volgens de gedragscode. Dat dient aangetoond te worden; de bewijslast dat er correct wordt gehandeld ligt bij de initiatiefnemer.

Gedragscodes worden goedgekeurd door de Minister van EZ, in overleg met de provincies. De goedkeuring geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. - Ecologisch onderzoek laten uitvoeren Voordat de beoogde ingreep kan plaatsvinden dient inzichtelijk gemaakt te zijn dat er door de ingreep geen overtreding zal plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. Meestal wordt eerst een zogenaamde quickscan (natuurtoets) flora en fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek dient naar voren te komen of er vervolgstappen genomen dienen te worden. De vervolgstappen kunnen bestaan uit een nader onderzoek, het nemen van mitigerende maatregelen en/ of het aanvragen van een ontheffing. De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren wordt overtreden. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied.

Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen. Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt).

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 22

De redenering hierbij is dat bij een dergelijke verstoring de ecologische functionaliteit van de voortplantings- of rustplaatsen niet meer gegarandeerd is. In deze gevallen is dan ook artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Het ministerie van Economische Zaken heeft een stappenschema opgesteld die door initiatiefnemers doorlopen dient te worden.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 23

Natura2000 (gebiedsbescherming) Gebieden die bescherming genieten zijn Natura2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Handelingen binnen beschermde gebieden die de wezenlijke kenmerken van het gebied aantasten, zijn in principe verboden en worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Bij ruimtelijke ingrepen in de nabije omgeving van de beschermde gebieden moet worden bepaald in hoeverre de externe werking van de ingreep een effect heeft op het beschermde gebied. Indien er negatieve effecten te verwachten zijn, bijvoorbeeld door een toename van stikstofdepositie, dient er een vervolgonderzoek plaats te vinden. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden.

De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Ook kan de provincie een ontheffing verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond. Verder kan de provincie ontheffing verlenen en kan de provincie bij verordening vrijstelling verlenen van zowel de meldingsplicht als de plicht tot herbeplanting. Nationaal Natuur Netwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige EHS) komt voort uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het netwerk kan in verschillende provincie andere benamingen hebben, zo heet de NNN in provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant. Dit NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.

Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In het NNN liggen: bestaande natuurgebieden (waaronder Natura2000, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden (beheerd volgens agrarisch natuurbeheer) en ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee. In het netwerk geldt voor nieuwe ontwikkelingen het 'nee, tenzij'-principe. Ruimtelijke ingrepen zijn niet toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn. Ook moeten de ontwikkelingen een groot openbaar belang hebben. De schadelijke effecten van de activiteit op de natuur moeten bovendien worden gemitigeerd. De kernkwaliteiten en

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 24

omgevingscondities vormen het toetsingskader. De initiatiefnemer dient onderzoek te doen naar eventuele significant negatieve effecten die een activiteit kan hebben op het NNN. Overige natuurgebieden Buiten de bescherming van de Wet natuurbescherming en het NNN bevinden zich ook natuurgebieden beschermd middels provinciaal beleid, veelal beschreven in Omgevingsplannen of Streekplannen. In dit provinciale beleid is de bescherming van bijvoorbeeld ganzenfoerageergebied en weidevogelgebied uitgewerkt. Rode Lijst Rode Lijst soorten zijn soorten die zijn opgenomen op officiële, door het parlement bekrachtigde en in de Staatscourant gepubliceerde, lijsten van soorten die gevoelig of kwetsbaar zijn of zelfs direct in hun voortbestaan bedreigd worden. De bedreigde dier- en plantensoorten op de Rode Lijsten hebben geen juridische status, tenzij ze ook in de wet zijn opgenomen. De aanwijzing van nationale soorten is mede gebaseerd op de status die de soorten in de rode lijsten hadden ten tijde van het opstellen van de Wnb.

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 25

BIJLAGE 2 LIJSTEN BESCHERMDE SOORTEN

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 26

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 27

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 28

BIJLAGE 3 JAARROND BESCHERMDE NESTEN Mogelijk dat in de loop der tijd per provincie de lijst met jaarrond beschermde nesten wordt aangepast. Voor een actuele stand van zaken dient altijd de stand van zaken in de desbetreffende provincie bekeken te worden.

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 29

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 30

BIJLAGE 4 BRONNEN

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 31

www.google.nl minez.nederlandsesoorten.nl/soorten www.natura2000.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl

- Q2020.097-Quickscan flora en fauna Hoekstraat 29 te Roosteren-

Pagina | 32

Bijlage 2

Ecologie-Aerius

bestemmingsplan Stedelijk gebied, partiële herziening Hoekstraat 29 Roosteren NL.IMRO.1711.BP20210652-VG01

37

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Totale emissie

Ad Fontem Stationsstraat 37, 7622 LW Borne Gebruiksfase Roosterhoeve Roosteren Gebruiksfase Roosterhoeve Roosteren RnFSrJrBYqDp 25 februari 2022, 22:40 Wnb-rekengrid

Rekenjaar Gebruiksfase Roosterhoeve Roosteren - 2023 Beoogd

Resultaten

Emissie NH3 0,8 kg/j

Hoogste depositie Hexagon Gebruiksfase Roosterhoeve Roosteren - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j

RnFSrJrBYqDp (25 februari 2022)

Emissie NOx 92,2 kg/j Gebied

2/6

Projectberekening

Gebruiksfase Roosterhoeve Roosteren (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Woningen | Zorgsuites 2 Wonen en Werken | Woningen | Appartementen en Werken | Kantoren en winkels | Gemeenschappelijke 3 Wonen ruimtes  Verkeersnetwerk

RnFSrJrBYqDp (25 februari 2022)

Emissie Emissie NH3 NOx - 28,9 kg/j -

7,8 kg/j

- 44,0 kg/j 0,8 kg/j 11,5 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RnFSrJrBYqDp (25 februari 2022)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase Roosterhoeve Roosteren" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal

RnFSrJrBYqDp (25 februari 2022)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

0,00

0,00

0,00

0,00

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

0,00

0,00

5/6

Projectberekening

Gebruiksfase Roosterhoeve Roosteren, Rekenjaar 2023 1 Wonen en Werken | Woningen Naam Zorgsuites Uittreedhoogte Locatie 184947, 344141 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie

1,0 m 0,000 MW

NOx

28,9 kg/j

1,0 m 0,000 MW

NOx

7,8 kg/j

11,0 m 0,014 MW

NOx

44,0 kg/j

2 Wonen en Werken | Woningen Naam Appartementen Uittreedhoogte Locatie 184945, 344136 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Continue Emissie

3 Wonen en Werken | Kantoren en winkels Naam GemeenschappelijkeUittreedhoogte ruimtes Warmteinhoud Locatie 184942, 344132 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Standaard Profiel Industrie

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.4_20220217_5a8b67b7c6 Database versie 2021.0.4_5a8b67b7c6 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RnFSrJrBYqDp (25 februari 2022)

6/6

AERIUS Calculator 2021 stikstofberekening Verbouwing Roosterhoeve te Roosteren

Plangegevens Naam: Plantype: Status:

AERIUS berekening verbouwing Roosterhoeve Roosteren AERIUS Calculator 2021 Definitief

Datum:

25 februari 2022

Projectnummer:

20AF164

Opdrachtgever:

Focus International Real Estate B.V.

Opsteller:

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7622 LW BORNE T) 074 – 255 7020 E) info@ad-fontem.nl

Contactpersoon:

Y. Yildirim LLB

1. Inleiding en voornemen Aan de Hoekstraat 29 in Roosteren staat het hotel-restaurant De Roosterhoeve. Initiatiefnemers zijn voornemens om een deel van het hotel te transformeren naar zorgwoningen en appartementen met bijbehorende voorzieningen. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Roosteren, sectie F, perceelnummer 759 en 1442. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt het volgende inpandig ontwikkeld: • 26 zorgsuites; • 7 appartementen; • Gemeenschappelijke- en ondersteunende ruimtes van in totaal ca. 275 m². Het plangebied wordt ontsloten via de Hoekstraat en de Passtraat. Figuur 1.1 toont de begrenzing van het plangebied, figuur 1.2 toont de huidige situatie.

Figuur 1.1. Luchtfoto huidige situatie plangebied (bron: PDOK). Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zal er stikstof en ammoniak worden uitgestoten, zoals bij de verbranding van fossiele brandstof, welke kan neerslaan in kwetsbare natuur. Initiatiefnemer heeft Ad Fontem gevraagd om de effecten van deze emissies op kwetsbare Natuur 2000 gebied te onderzoeken. In dit kader is een AERIUS berekening uitgevoerd.

-1-

Figuur 1.2. Planlocatie zwart omlijnd (bron: Kern Architecten).

-2-

2. Programma Aanpak Stikstof en de AERIUS berekening 2.1 Programma Aanpak Stikstof (PAS) Volgens de Wet natuurbescherming is een vergunning nodig voor activiteiten die kunnen leiden tot schade aan Natura 2000-gebieden, bijvoorbeeld als gevolg van stikstofdepositie (uitstoot en neerslag van stikstof). Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000– gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Te veel stikstof is slecht voor planten die leven op voedselarme grond. Als deze planten verdwijnen, kan dat ook slecht zijn voor dieren die in dat gebied leven. Daarnaast leidt stikstof tot verzuring van de bodem. In sommige delen van de Natura 2000-gebieden is de hoeveelheid stikstof te hoog. De overheid wil de hoeveelheid stikstof in de natuur (stikstofdepositie) terugdringen. Daarvoor introduceerde zij in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma was ook gericht op het versterken van de natuur en het maakte tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk. Op 29 mei 2019 heeft het hoogste bestuursorgaan van ons land, de Raad van State, de vergunningen op basis van het PAS ongeldig verklaard omdat dit in strijd is met de Europese natuurwetgeving. De overheid werkt nu aan een nieuwe aanpak stikstof.

De depositie van stikstof vindt plaats in de vorm van NO x (stikstofoxide) en NH3 (ammoniak). De depositie van NOx vindt onder meer plaats bij de verbranding van fossiele brandstoffen. De depositie van NH3 is voor het overgrote deel afkomstig van de landbouw. Om voor afzonderlijke projecten aan te tonen wat het effect is op Natura 2000-gebieden is het rekeninstrument AERIUS in het leven geroepen. Op 13 januari 2022 is de huidige AERIUS Calculator geactualiseerd. De belangrijkste verandering is de ‘afkapgrens’ van 25 km voor stikstofdepositie bij alle projecten. De aanleiding hiervoor is het eindrapport van het adviescollege ‘Meten en berekenen Stikstof’(ook wel de ‘Commissie Hordijk’) en de uitspraak van de Raad van State over de A15 van begin dit jaar. Eventuele deposities voorbij deze afkapgrens werden voorheen niet in beeld gebracht. De nieuwe afkapgrens van 25 km zal vooral voor grotere projecten consequenties hebben. Hoewel in de AERIUS 2020 ook een afkapgrens was opgenomen, gold deze slechts voor wegverkeer en was de afstand veel korter (5 km). 2.2 Besluit stikstofreductie en natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden.

Deze wet regelt onder meer drie resultaatverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura-2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Ook regelt de wet de tussentijdse monitoring en zo nodig bijsturing. Voor de zogeheten PAS melders en initiatiefnemers die onder het PAS vergunningvrij waren is in de wet bepaald dat zij alsnog gelegaliseerd worden. De wet maakt een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering werkt de stikstofwet verder uit, waaronder de bouwvrijstelling. De vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd. Dat betekent bijvoorbeeld dat nog steeds een natuurvergunning nodig kan zijn voor de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door het verkeer op een aan te leggen weg. 2.3 AERIUS Calculator 2021 Het rekeninstrument AERIUS Calculator 2021 berekent zowel de stikstof- als ammoniakdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden.

Met het rekeninstrument kan de uitstoot van stikstof/ammoniak en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. De uitkomst van de berekening geeft inzicht in de uitvoerbaarheid van het plan voor wat betreft stikstof en ammoniak. -3-

3. Toetsing ontwikkeling verbouwing Roosterhoeve 3.1 Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 -gebied De planlocatie ligt ten noorden van de kern Roosteren en behoort niet tot een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Grensmaas’, gelegen op circa 900 meter afstand van de planlocatie (zie figuur 3.1). Een ander Natura 2000-gebied op relatief korte afstand (circa 1 kilometer) ligt op Belgisch grondgebied en betreft ‘Uiterwaarden langs de Limburgse Maas met Vijverbroek’.

Figuur 3.1: Afstand planlocatie tot Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator) 3.2 Methode 3.2.1 Referentiesituatie De stikstofemissie die gepaard gaat met de voorgenomen ontwikkeling moet bezien worden in relatie tot de referentiesituatie. Ingevolge de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt als referentiesituatie bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan ter vervanging van het vigerende bestemmingsplan: de huidige – legale – feitelijke situatie ten tijde van de vaststelling van het nieuwe plan. In onderhavige situatie is uitgegaan dat er geen depositie plaatsvindt in de huidige feitelijk legale situatie (worst-case). In feite is dat wel het geval, momenteel is het beoogde deel van de Roosterhoeve in gebruik als hotel en feestzaal (gasgestookt). Voorzichtigheidshalve is gekozen voor een worst-case benadering.

-4-

3.2.2 Beoogde situatie Op basis van Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering geldt er een vrijstelling voor de bouw-, aanleg- en sloopactiveiten van nieuwe projecten. Voor de gebruiksfase geldt geen vrijstelling. Tijdens de gebruiksfase kan er op twee mogelijke manieren stikstof vrijkomen: 1. Bewoning en gebruik van het pand: het gaat om transformatie van een bestaand gebouw met een bestaande gasaansluiting. Na de verbouwing kan de gasaansluiting worden behouden en worden uitgebreid naar de te realiseren gebruiksfuncties. Daarmee zal er in de beoogde situatie ook sprake zijn van uitstoot van NOx, als gevolg van het verwarmen, het koken en/of verwarmen van tapwater in de functies. 2. Verkeersbewegingen gebruiksfase: betreft de verkeersbewegingen die de voorgenomen ontwikkeling te weeg brengt tijdens de gebruiksfase. De calculator berekent de depositiebijdrage van het wegverkeer met een implementatie uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 tot een afstand van 25 km van de weg. Zoals hiervoor reeds beschreven ligt de planlocatie op circa 900 meter van een Natura 2000-gebied. Verkeersbewegingen tijdens de gebruiksfase dienen daarom in de berekening meegenomen te worden. Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld.

Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. 3.3 Uitgangspunten 3.3.1 Referentiesituatie In onderhavige situatie is uitgegaan dat er geen depositie plaatsvindt in de huidige feitelijk legale situatie (worst-case). 3.3.2 Gebruiksfase Gasaansluiting Ook na de transformatie van een deel van de Roosterhoeve blijft het gebouw en de bijbehorende functies aangesloten op het gasnet. Het betreft de volgende functies: • 26 zorgsuites; • 7 appartementen • Gemeenschappelijke- en ondersteunende ruimtes van circa 275 m² Voor de verschillende functies zijn de volgende kengetallen aangehouden1:

Functie Zorgsuites (nieuwbouw) Appartementen (nieuwbouw) Gemeenschappelijke ruimtes (nieuwbouw)2 1

Kengetal (NOx in kg/jaar) 1,11 1,11 0,16 per m²

26 7

Emissie NOx (kg/j) 28,86 7,77

275

44,00

Aantal / m² bvo

Emissiewaarden AERIUS, bron: CPB/ER

2

Voor gemeenschappelijke ruimtes zijn geen kengetallen beschikbaar. Voorzichtigheidshalve is hiervoor aangesloten bij de kengetallen voor kantoren- en winkels.

-5-

Voor zorgsuites zijn geen kengetallen bekend. Voorzichtigheidshalve zijn daarom de kengetallen van een appartement aangehouden. Ook voor de gemeenschappelijke- en ondersteunende ruimtes zijn geen kengetallen. Hier is aangesloten op de kengetallen voor kantoren- en winkels. Verkeersgeneratie Dit betreft de verkeersgeneratie die de beoogde ontwikkeling te weeg brengt. Als uitgangspunt zijn de kengetallen van CROW, het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte, aangehouden. Het plangebied kent een weinig stedelijkheidsgraad en is gelegen in het gebiedstype rest bebouwde kom. • Zorgunits: Voor de zorgunits is aangesloten bij de kengetallen van een serviceflat. De gemiddelde verkeersgeneratie van een serviceflat bedraagt gemiddeld 2,6 verkeersbewegingen per woning. Dit komt neer op in totaal afgerond 68 verkeersbewegingen voor de zorgunits. •

Appartementen: De gemiddelde verkeersgeneratie van een appartement bedraagt gemiddeld 6,0 verkeersbewegingen per dag per appartement. Dit komt neer op in totaal 42 verkeersbewegingen voor de appartementen.

De gemeenschappelijke- en ondersteunende ruimtes zijn bedoeld voor de zorgsuites en appartementen en zorgen niet voor een extra verkeersgeneratie. De gemiddelde gezamenlijk verkeersgeneratie bedraagt daarmee 110 verkeersbewegingen per dag. 3.4 Uitkomsten AERIUS Calculator 2021 3.4.1 Rekenresultaten De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma AERIUS Calculator 2021. Voor de beoogde situatie is gerekend voor het rekenjaar 2023, omdat uitgegaan wordt dat voorliggend project dan pas gereed is. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden is in alle gevallen berekend voor een vergunning Wet natuurbescherming. Als bijlage bij deze rapportage behoort het AERIUS analysebestand (pdf) met rekenresultaten (bronnen, rekenpunten en resultaten) van de gebruiksfase van de beoogde situatie. Gebruiksfase De totale NOx-emissie in de gebruiksfase bedraagt 92,2 kg/j. De totale NH3-emissie bedraagt 0,8 kg/j ton/j. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. 3.4.2 Conclusie Hoewel er NOx en NH3 vrijkomt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, is door de uitvoering van de AERIUS berekening aangetoond dat dit niet leidt tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof en ammoniak. In de gebruiksfase ligt de emissie dan ook niet hoger dan 0,00 mol/ha/j.

Als gevolg van de berekende emissie, tijdens de gebruiksfase, vindt er dan ook géén meetbare verhoging van de depositie NOx of NH3 plaats in Natura 2000-gebieden. De ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. De AERIUS Calculator 2021 biedt voldoende inzicht in het effect van de voorgenomen activiteit op Natura 2000-gebieden voor het aspect stikstof en ammoniak. De uitkomsten van de berekeningen met de AERIUS Calculator zijn geldig en toepasbaar voor ruimtelijke plannen. De Wet natuurbescherming vormt voor het aspect stikstof en ammoniak geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling.

-6-

Bijlage Als bijlage bij deze rapportage behoort het AERIUS analysebestand opgenomen in pdf-bestand met het volgende kenmerk: • Gebruiksfase verbouwing Roosterhoeve Roosteren

-7-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=f88929da-18c7-4684-9efd-7e35cb6ee1cc