CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen toelichting

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Landgoed Bos en Broek Koningsbosch'12.104 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan ‘Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch’ Gemeente Echt-Susteren Bijlagen bij Toelichting

Bestemmingsplan ‘Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch’ Gemeente Echt-Susteren Bijlagen bij Toelichting

Rapportnummer:

P02865

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.1711.BP20220080-VG01

Datum:

juni 2023

Projectteam BRO:

ROs, IMo

Concept:

Februari 2022

Ontwerp:

Juli 2022, december 2022, maart 2023

Vaststelling:

28 september 2023

Bron foto kaft:

BRO

Beknopte inhoud:

Bestemmingsplan ten behoeve van het bestemmen van landgoed Bos en Broek, waarbinnen de reeds gebouwde beheerschuur wordt gerealiseerd en de bestemming wonen wordt aangepast op de huidige woning en garage.

BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl

Inhoudsopgave

Bijlagen bij T oelichting

3

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

4

Bijlage 2

Quickscan flora en fauna

18

Bijlage 3

AERIUS notitie

36

Bijlage 4

Reactie vooroverleg Provincie

56

Bijlage 5

Nota van zienswijze PM

58

2

Bestemmingsplan "Landgoed Bos en Broek Koningsbosch" (vastgesteld)

Bijlagen bij T oelichting

Bestemmingsplan "Landgoed Bos en Broek Koningsbosch" (vastgesteld)

3

Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan

4

Bestemmingsplan "Landgoed Bos en Broek Koningsbosch" (vastgesteld)

Landschappelijke inpassing Landgoed ‘Bos en Broek’ (Donnerskamp 3 Koningsbosch) Gemeente Echt-Susteren 2 december 2021

colofon

projectnaam Landschappelijke inpassing landgoed ‘Bos en Broek’ datum 2 december 2021 P02865 opdrachtgever PH BRO projectleider RO projectteam RT IB bron kaft BRO

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding en initiatief 1.2 Kaders en uitgangspunten 1.3 Kenschets (historisch) landschap 1.4 Huidige situatie plangebied

4 4 4 5 6

2

Inpassingsplan 2.1 Inrichtingsmaatregelen 2.2 Beplantingsindicatie boomgaard

7 8 9

Landschappelijke inpassing

2 december 2021

10

3

Inleiding

Landschappelijke inpassing Landgoed ‘Bos en Broek’ (Donnerskamp 3 Koningsbosch)

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en initiatief

De eigenaar van Donnerskamp 3 (hierna initiatiefnemer) heeft de wens om een in aanbouw zijnde schuur op dit adres te legaliseren. Uit een verkenning van het gemeentelijk beleid is gebleken dat dit - onder voorwaarden - mogelijk is via de oprichting van een landgoed. Op basis van het gemeentelijk kwaliteitsmenu (GKM), zoals opgenomen in de Structuurvisie Echt-Susteren 2025, zijn nieuwe landgoederen binnen het gebiedstype waarbinnen de locatie gelegen is gewenst c.q. mogelijk. Wel zijn er in de gemeentelijke structuurvisie voorwaarden opgenomen waaraan voldaan dient te worden bij de oprichting van een nieuw landgoed. Voor de ontwikkelingen die onder het GKM vallen is daarnaast altijd een landschappelijke inpassing vereist om te voldoen aan een bepaalde basiskwaliteit. Basiskwaliteit wil zeggen dat nieuwe bebouwing en verharding goed ingepast moet worden. Dit betekent dat er ook voorzieningen worden getroffen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek als gevolg van nieuwe bebouwing en verharding. Onderhavig advies voorziet in deze vereisten en geeft inzicht in welke inrichtingsmaatregelen er genomen moeten worden opdat de beoogde ontwikkeling kan worden gerealiseerd.

1.2

Kaders en uitgangspunten

1.2.1 Planvoornemen Het planvoornemen bestaat uit meer dan enkel het legaliseren van een schuur. De initiatiefnemer heeft namelijk de ambitie om de locatie verder te ontwikkelen tot landgoed en hiermee een meerwaarde te creëren voor de omgeving. Het planvoornemen bestaat onder andere uit: • de aanleg van een (educatieve) boomgaard met verschillende fruitbomen en vruchtdragende heesters. Hierbij wordt aangeduid welke rassen er aanwezig zijn en hoe deze worden gebruikt als nutsbomen; • de kwalitatieve verbetering van de bospercelen; • het aanleggen van bospaden; • het onderhouden en beheren van de bospercelen op een duuzame en eigentijdse manier; • openstellen van het bos; • aanleggen wildpassages ten behoeve van de ree, zwijn en das. 1.2.2 Beleidskaders Op de locatie zijn verschillende beleidsregimes van toepassing. Hieronder is beknopt weergeven welke uitgangspunten relevant en sturend zijn voor het planvoornemen. POL2014: • Ligging binnen de goudgroene en bronsgroene natuurzone strekt tot ‘behoud, beheer, ontwikkeling en beleving van de (landschappelijke, cultuurhistorische, natuurlijke en waterhuishoudkundige) kernkwaliteiten.

2 december 2021

Vanuit de gemeentelijke structuurvisie gelden de volgende voorwaarden: • Er dient sprake te zijn van een functionele eenheid van bos of natuur, met een omvang van ten minste 10 hectare; • Er dient sprake te zijn van een ecologische, economische en esthetische eenheid van het landgoed en er dient een tuin aanwezig te zijn met allure en uitstraling; • Er is sprake van een ruimtelijke eenheid van bebouwing, die op één plek op het landgoed is geconcentreerd; • 90% van de gronden dient opengesteld te worden voor publiek Vanuit het GKM geldt: • Wanneer er sprake is van een functiewijziging van bestaande gebouwen geldt er een kwaliteitsbijdrage van 5 ha nieuwe natuur; • Een landschappelijke inpassing is vereist om te voldoen aan een bepaalde basiskwaliteit. Als basis voor omvang van de inpassing geldt dat de oppervlakte ‘landschappelijke inpassing’ overeenkomt met 10% van de oppervlakte van het deel van het bouwvlak waar de nieuwe bebouwing of erf komt. De inpassingsmaatregelen zoals voorgesteld in onderhavige rapportage geven invulling aan zowel de ambities uit het planvoornemen als aan de eisen vanuit het beleid.

4

Inleiding

Landschappelijke inpassing Landgoed ‘Bos en Broek’ (Donnerskamp 3 Koningsbosch)

1.3

Kenschets (historisch) landschap

De planlocatie is gelegen binnen het landschapstype ‘Hoog van Koningsbosch’, een van de oudste en hoogst gelegen terrasniveaus van de Maas. Op de plateaus zijn sporen herkenbaar van droogdalen die uitgesleten zijn in tijden met extreme neerslag. Deze zijn vanwege hun zeldzaamheid belangrijke aardkundige monumenten. Aan de noordzijde grenst het gebied aan het lager gelegen Haeselaarsbroek, een natte natuurparel. Tussen deze twee gebieden is een steilrand gelegen die voor een extreme overgang zorgt door een hoogteverschil van meer dan 15m.

Figuur 2: ligging binnen ‘oud loofbos, nu gemengd landgebruik (bron: RAAP 2015)

Figuur 5: 1958 (bron: topotijdreis.nl)

1 “Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens - Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)”, RAAP 2015

Figuur 3: 1910 (bron: topotijdreis.nl)

Figuur 6: 1999 (bron: topotijdreis.nl)

Figuur 1: Aanduiding planlocatie

Figuur 4: 1937 (bron: topotijdreis.nl)

Figuur 7: 2011 (bron: topotijdreis.nl)

Binnen het Hoog van Koningsbosch ligt de planlocatie in het sub-landschapstype ‘oud loofbos, nu gemengd landgebruik’ (aanduiding ‘Ruo’ op de Cultuurhistorische waardenkaart)1. In deze gebieden werd al vóór 1850 op grote schaal bos aangeplant. Hiervoor bestond het gebied voornamelijk uit droge heidevelden. Het Koningsbosch was een van de eerste vroege loofbossen uit de eerste helft van de 19e eeuw. Dit deel van het hoogterras is pas laat (±1920) agrarisch ontwikkeld. Waar een deel van de jongere bossen aan de randen van het

2 december 2021

5

Inleiding

Landschappelijke inpassing Landgoed ‘Bos en Broek’ (Donnerskamp 3 Koningsbosch)

Hoogterras zijn blijven staan, hebben de oudere bossen voor een belangrijk deel plaats moeten maken voor landbouwgrond of droog productiebos met naaldhout. Koningsbosch is sinds halverwege de vorige eeuw uitgegroeid tot de dominerende nederzetting op het plateau.

1.4

Huidige situatie plangebied

De planlocatie is gelegen aan de Donnerskamp 3 te Koningsbosch en wordt aan de noordwestzijde begrenst door de steilrand en de weg Bos en Broek. Het plangebied heeft een oppervlakte van +/- 10,2 ha. en bestaat uit bebouwing, een boomgaard, een bomenweide met naaldbomen en bospercelen. De hoofd- en bijgebouwen zijn centraal gelegen, op ca 85m vanaf de weg Donnerskamp. Aan de zijde van de weg is het perceel ommuurd. De inrit loopt via een bomenweide door naar het achtererf, wat vervolgens overgaat in een gemengd bos. Aan de westzijde is een boomgaard aanwezig, waar men recentelijk is gestart met de aanplant van fruitbomen en vruchtdragende struiken. De bospercelen, die tot aan de weg Bos en Broek in eigendom zijn, bestaan hoofdzakelijk uit zomereik, grove den, enkele berken en een onderbeplanting van braam en koningsvaren. Door het bos zijn enkele onverharde paden aangelegd. De perceelgrenzen zijn afgebakend door een grofmazig hekwerk met houten palen en enkele toegangspoorten aan de noord- en zuidzijde.

2 december 2021

Figuur 8: Bijgebouw met uitsparing in het dak voor de aanwezige boom

Figuur 11: Wandelpaden

Figuur 9: Educatieve boomgaard

Figuur 12: Toegangspoorten planlocatie

Figuur 10: Gemengd naald- en loofbos

Figuur 13: Steilrand zichtbaar vanaf de weg Bos en Broek

6

Inpassingsplan

Landschappelijke inpassing Landgoed ‘Bos en Broek’ (Donnerskamp 3 Koningsbosch)

2

Inpassingsplan

Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een plan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan kan de bebouwing op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren. Het toekomstige landgoed bestaat uit aaneengesloten percelen, die hoofdzakelijk zijn begroeid met bos en een gezamenlijke oppervlakte hebben van ruim 10 hectare. Door het aanbrengen van nieuwe padenstructuren wordt de ruimtelijke eenheid binnen het landgoed versterkt. De bebouwing ligt ruimtelijk geconcentreerd op het voorste gedeelte van de site, waardoor er een natuurlijk verloop is van intensief gebruik bij het huiskavel naar een meer natuurlijke situatie in de achterliggende bossen. In deze bossen zal een kwalitatieve verbetering plaatsvinden naar een meer gevarieerd gemengd bos. Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleidskaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. Concreet zijn de volgende ingrepen voorgesteld: 1.

Binnen het plangebied (10,2 ha.) is bestaande natuur aanwezig die enerzijds kwalitatief zal worden verbeterd (a, b, c) en anderzijds aangevuld met nieuwe natuur. 2. Openstellen van 90% van het gebied middels bestaande en nieuwe bospaden; 3. Aanleg educatieve boomgaard.

2 december 2021

Figuur 14:Landschappelijk inpassingsplan Landgoed ‘Bos en Broek’ (Donnerskamp 3 te Koningsbosch)

7

Inrichtingsmaatregelen

Landschappelijke inpassing Landgoed ‘Bos en Broek’ (Donnerskamp 3 Koningsbosch)

2.1

Inrichtingsmaatregelen

2.1.1 Kwalitatieve verbetering van het bos. Naaststaande afbeelding uit het natuurbeheerplan illustreert de opbouw van de bospercelen. Droog bos met productie bestaat uit verschillende aangeplante bosopstanden van den, (winter)eik, beuk, Douglas, lariks of fijnspar. De diversiteit is daardoor relatief laag. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de uniforme aanleg en beheer in het verleden ten behoeve van de mijnbouw. Dennen-, eiken-, of beukenbos omvat bossen met dennen, eiken, beuken en/of berken en zijn vaak eenvoudig van structuur. Het kronendak is minder gesloten en er is meer variatie tussen lichte en donkere delen. Op open plekken ontwikkelen zich vaak braamstruwelen en vestigen zich struiken als lijsterbes en vuilboom. Door ‘Droog bos met productie’ om te vormen naar ‘Dennen-, eiken-, of beukenbos’. Kan er meer gevarieerd struweel ontstaan en groeien, dit zal de biodiversiteit in het bos ten goede zal komen. Hierdoor kunnen de natuurwaarden worden versterkt. Maatregelen die hiervoor genomen kunnen worden zijn: • Dode bomen weghalen + controle takbreuk. Exoten weghalen, zoals Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik; • Grond verbeteren ter hoogte van voormalige crossbaan. Deze kwaliteitsverbetering heeft een omvang van +/- 5 ha; • Dichtbegroeide bosschages (voornamelijk Grove den) uitdunnen en creeren van open plekken.

Op deze manier draagt het voornemen bij aan de opgave die het POL 2014 stelt. Daarnaast is de grond op een aantal plekken verdicht door het gebruik als crossbaan, wat ook verbeterd kan worden.

2 december 2021

Samen met ecologen van de provincie zal worden bekeken op welke manier er kan worden bijgedragen aan de ecologische verbetering van de bospercelen. De inrichtingsmaatregelen zijn uitgewerkt in het Inrichtingsen beheerplan Landgoed Bos en Broek (2021), waarin de maatregelen voor aanleg en onderhoud zijn uiteengezet. 2.1.2

Openstellen van 90% van het gebied middels bestaande en nieuwe bospaden De bospercelen worden openbaar toegankelijk middels de aanleg van onverharde bospaden en poorten in de hekwerken. In het bos is een bestaande padenstructuur voorhanden (ca. 900m1) die in verbinding staat met verschillende toegangspoorten die op het terrein aanwezig zijn. De onverharde padenstructuur wordt uitgebreid met ca. 500m1 en aangesloten op diverse recreatieve routes in de omgeving. Daarnaast zullen de entrees van het gebied op een aantrekkelijke manier worden ingericht, zodat het uitnodigd om de bospercelen te bezoeken. Dit kan door middel van een informatiebord, wegwijzer of een natuurpoort. Er is zelfs de wens om een uitkijktoren te plaatsen om bezoekers het hoogteverschil te kunnen laten beleven van de steilrand. In de open plekken zal dit middels een rustpunt met een bankje worden vormgegeven. In het kader van toegankelijkheid zijn de borden met ‘hondenbewaking’ zijn inmiddels verwijderd en de toegangspaden beter zichtbaar gemaakt door het verwijderen van beplanting. Op deze manier wordt invulling gegeven aan de voorwaarde vanuit de gemeentelijke structuurvisie.

Figuur 15: Bruin is ‘Droog bos met productie’. Donkergroen is ‘Dennen-, eiken- en beukenbos’ (bron: Beheertypenkaart 2020)

2.1.3 Hekwerken Het huidige hekwerk rondom het plangebied is een gaashekwerk met grove mazen en houten palen. Het hekwerk is daardoor passeerbaar voor kleine fauna. Om de toegankelijkheid te verbeteren voor grote fauna (ree, vos, das, zwijn) worden er 4 groot wildpassages aangelegd, waarbij de belangrijkste verbindingen worden gelegd met de natuurgebieden in de omgeving; de corridor tussen de toekomstige zonneparken (oost), het Haeselaarsbroek (noordzijde) en de zuidwestkant nabij de weg Bos en Broek. Ter plaatse zal het gaashekwerk worden vervangen door draad tussen de houten palen. De breedte van de grote faunavoorzieningen is minimaal 8m. De maatvoering en locaties zijn afgestemd met de gemeente en kwaliteitscommissie. In het bestaande hekwerk worden 11 kleinwildpassages aangelegd in de vorm van twee gestapelde betonnen U-profielen, waardoor er een doorgang ontstaat van ca. 50cm. Zelfs wilde zwijnen kunnen hierdoor gemakkelijk passeren. De betonnen profielen zijn duidelijk zichtbaar voor vluchtend wild. De kans op verstrikt raken in draad is daarmee kleiner geworden. Daarnaast zijn de profielen duurzamer dan bijv. 8

Inrichtingsmaatregelen

Landschappelijke inpassing Landgoed ‘Bos en Broek’ (Donnerskamp 3 Koningsbosch)

een houten frame. De ligging van de maatregelen is aangegeven op onderstaande kaart.

Amandelboom

Beplantingsindicatie

Amandelboom

grootwildpassages

Rode bes, zwarte bes, framboos, kruisbes en bosbes

toegangspoorten

Kastanje Walnoot

329

356

355

29

30

358

357

28

27 26

25

24 22

23

Vijver

3A

19 359

3

20

21

360

18 16

17 14

15 13

12

62 396

2.1.4 Aanleg educatieve boomgaard De educatieve boomgaard (waar 60 hazelaars 8 verschillende soorten, 8 soorten vlierbes en 30 fruitbomen aanwezig zijn) kan via de routes door het bos bereikt worden en omgekeerd. De onderbegroeiing van de boomgaard zal bestaan uit extensief beheerd grasland met een glooiend pad richting het bosrijke gebied. Dit pad zal een gemaaid pad zijn, wat een natuurlijke uitstraling geeft. Vanaf Donnerkamp kan men richting het zuidwesten naar het Duitse natuurgebied ‘Im Eiländchen’ wandelen.

63

11

10

8

9 7

6

64

5 31

Figuur 16: Uitsnede boomgaard, beplantingsindicatie

2 december 2021

1. Hauszwetsche 2. Prunus mirabelle de Nancy 3. Prunus monsieur Hatif 62 4. Prunus Opal 396 5. Sterappel 63 6. Notarisappel 7. Schone van Boskoop 8. Appel dubbele Bellefleur 9. Peer Beurré de Mérode 10. Bongerpeer 55 11. Peer Gieser Wildeman 12. Peer Beurré Alexandre Lucas 64 13. Koningskers 56 14. Prunus a. Schneider Späte Knorpelkirsche 15. Prunus a. Hedelfinger Riesenkirsche 16. Prunus c. Dubbele Meikers 57 17. Reijmerstokker Kroonreinette 58 18. Reijmerstokker Kroonreinette 19. Peregrine 20. Malus domestica Rosette 21. Peter van den Elzen 22. Gronsvelder Klumpke 23. Nashi Shinko 24. Wijnappel 25. Elstar 26. Rode Dijkmans Zoet 27. Warwickshire Drooper 28. Bruine Kriekpeer 29. Hongaarse Kwets 30. Prunus p. Wassenberger 31 Hazelaars

Walnoot

kleinwildpassages

359

4 3

2

1

Tamme kastanje

9

Goede overgang privé en openbaar ter inpassing huiskavel

Landschappelijke inpassing Landgoed ‘Bos en Broek’ (Donnerskamp 3 Koningsbosch)

De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op verschillende soorten fruit als appel, kers, perzik, pruim en peer. In de kaart hiernaast is terug te zien op welke locatie welke soort is toegepast.

worden beide plannen geïntegreerd en uiteindelijk gezien als een samenvallend geheel in het landschap.

Binnen het sortiment van de educatieve boomgaard gaat het om echte hoogstammers. De meeste fruitbomen hebben een stamdiameter van 17 cm. Deze soorten hebben een aanplanthoogte van 2 tot 3 meter. Per soort verschilt de eindhoogte. Zo worden de appel bomen ± 4/5 meter hoog, echter is dit ook afhankelijk van het ras. De kersenbomen gaan wel tot ±7/8 meter hoog. De Perzik is dan weer lager ±3/4 meter. De pruimen 4/5 meter en de peren 5/6 meter hoog. 2.1.5

Goede overgang privé en openbaar ter inpassing huiskavel Aangezien de boomgaard openbaar wordt gemaakt blijft 10% van het plangebied privé. De bestaande bosrand aan de oostzijde zal de daadwerkelijke grens van privé en openbaar bepalen. Daarnaast wordt er aan de noordzijde van het woonhuis een overdekt terras gerealiseerd waar de bezoekers gebruik van kunnen maken. De Huiskavel kan eventueel af worden gesloten met een (houten) hekwerk, maar heeft nu geen harde scheidslijn. De huiskavel heeft +/- een oppervlakte van ca. 10.200 m2 (ca 10% van het plangbied) 2.1.6 Aansluiting op toekomstig zonnepark Op de naastgelegen percelen aan de oostzijde van Donnerskamp 3 bestaat het voornemen een zonnepark te ontwikkelen. Binnen het inpassingsplan is het van belang goed te kunnen aansluiten op deze ontwikkeling. Het landgoed van Donnerskamp wordt als planonderdeel gekoppeld aan de ontwikkeling van het zonnepark. Dit door middel van de laanleg van toegangspaden, die richting het landgoed langs het zonnepark worden geleid. In het plan zijn hiervoor twee toegangspoorten opgenomen. Door dit in acht te nemen 2 december 2021

10

Bijlage 1

Landschappelijke inpassing

bestaande wandelroute richting Echt

Dennen-, eiken-, beukenbos bestaande uit: dennen, eiken, beuken, berken, lijsterbes, ratelpopulier of vuilboom. Bij open plekken ontwikkelen zich vaak braam-, luisterbes- en vuilboomstruiken. In later stadium kan hulst dominant aanwezig zijn.

1a

huidige toegangspoort

47

22

beleving steilrand vergroten door toevoegen rustpunt bankje)

48

1

1b

plangebied totaal ca. 10,2ha.

49

kleinwildpassages Houten uitkijktoren (bouwwerk maximaal 10 meter hoog)

Br

oe k

1c

se

n

nieuwe open plek (indicatief)

Bo

1c

grootwildpassages

2 1a

nieuwe toegangspoort in aansluiting op zonnepark+

2

huidige toegangspoort

1a

427

Toekomstig zonnepark hekwerken

1b 424

nieuwe toegangspoort in aansluiting op zonnepark

1a

Inspelen op routing toekomstig zonnepark

nieuwe paden (onverhard) bestaande paden

rij naaldbomen valt buiten perceelsgrens. Opbouw kern, mantel en zoom tot aan mogelijk toegangspad

356

aangrenzende bospercelen

huiskavel ca. 10% van het plangebied (privé) 10.200 m2

329

bijgebouw

56

357 57

3

58

3

3A

overdekt terras waar bezoekers gebruik van kunnen maken

3

woonhuis

Bo s

360

B en

toegang langs zonnepark

k roe

Amandelboom Amandelboom

Walnoot Rode bes, zwarte bes, framboos, kruisbes en bosbes Kastanje

Walnoot 355

55

29

30

358

357

28

56

27

57

26 25

Duitsland

58

24 22

23

Vijver

3A

19 359

1. Hauszwetsche 2. Prunus mirabelle de Nancy 3. Prunus monsieur Hatif 62 4. Prunus Opal 396 5. Sterappel 63 6. Notarisappel 7. Schone van Boskoop 8. Appel dubbele Bellefleur 9. Peer Beurré de Mérode 10. Bongerpeer 11. Peer Gieser Wildeman 12. Peer Beurré Alexandre Lucas 64 13. Koningskers 14. Prunus a. Schneider Späte Knorpelkirsche 15. Prunus a. Hedelfinger Riesenkirsche 16. Prunus c. Dubbele Meikers 17. Reijmerstokker Kroonreinette 18. Reijmerstokker Kroonreinette 19. Peregrine 20. Malus domestica Rosette 21. Peter van den Elzen 22. Gronsvelder Klumpke 23. Nashi Shinko 24. Wijnappel 25. Elstar 26. Rode Dijkmans Zoet 27. Warwickshire Drooper 28. Bruine Kriekpeer 29. Hongaarse Kwets 30. Prunus p. Wassenberger 31 Hazelaars

3

20

21

Beplantingsindicatie

aangrenzende bospercelen

329

356

toegangspoort huiskavel

360

18 16

17

D

14

15 13

er n on

p m a sk

12 11

10

Inrichtingsmaatregelen

8

9 7

6 5 31

1

Binnen het plangebied (10,2 ha.) is bestaande natuur aanwezig die enerzijds kwalitatief zal worden verbeterd en anderzijds aangevuld met nieuwe natuur. De maatregelen die hiervoor worden getroffen bestaan uit: a) Kwalitatieve verbetering van het bos; dode bomen weghalen + controle takbreuk. Exoten weghalen, zoals Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik; b) Grond verbeteren ter hoogte van voormalige crossbaan. Deze kwaliteitsverbetering heeft een omvang van +/- 5 ha; c) Dichtbegroeide bosschages (voornamelijk Grove den) uitdunnen en creeren van open plekken.

2

Openstellen 90% van het gebied middels bestaande en nieuwe bospaden, toegangspoorten en het toevoegen van een rustpunt/ bankje met uitzicht over de steilrand om het hoogteverschil beleefbaar te maken. Nieuwe paden: ca. 500 m1 Bestaande bospaden: ca. 900 m1

3

Aanleg educatieve boomgaard Aanplanten 31 niewe boomsoorten + aanleg vijver (zie kader)

4 3

2

1

Tamme kastanje

D

n on

er

am sk

p

datum: april 2021

Landschappelijke inpassing Landgoed ‘Bos en Broek’ (Donnerskamp 3 Koningsbosch) Gemeente Echt-Susteren

Bosscheweg 107 Boxtel www.bro.nl

schaal: 1:1.000

info@bro.nl

formaat: A1

telefoon +31 (0)411 85 04 00

project nr. P02865

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Tegelen Industriestraat 94

www.bro.nl | info@bro.nl

5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01

Bijlage 2 Quickscan flora en fauna

18

Bestemmingsplan "Landgoed Bos en Broek Koningsbosch" (vastgesteld)

Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid

colofon

titel rapport Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch datum 4 april 2022 projectnummer P02865 opdrachtgever Pasarela S.A. BRO projectleider ROs opgesteld door RdM interne controle MvdS bron Kaft NL

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna

3 3

2

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

4 4 4

3

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden

6 6 6 7

4

Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten

8 9 10 10 11 11 11 11 12

5

Conclusie

13

6

Samenvatting Geraadpleegde bronnen

14 15

maandag 4 april 2022

2

1 Inleiding Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de inrichting van Landgoed Donnerskamp, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1

Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 17 december 2021 tussen 14.00 – 16.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 7°C, volledig bewolkt, zonder neerslag, met een noordoostenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Limburg geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

maandag 4 april 2022

3

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen is aan de Donnerskamp 3 te Koninngsbosch. In de omgeving zijn voornamelijk landbouwgronden en bossen gelegen. Aan de noordwestzijde wordt het plangebied begrenst door de Steilrand en de weg Bos en Broek. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied heeft een oppervlakte van +/- 10,2 ha. en bestaat uit bebouwing, een boomgaard, een bomenweide met naaldbomen en bospercelen. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek.

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Toekomstige situatie De bospercelen worden openbaar toegankelijk middels de aanleg van onverharde bospaden en poorten in de hekwerken. De onverharde padenstructuur wordt uitgebreid met ca. 500 meter. Binnen de percelen zal op twee locaties het bos worden uitgedund, waarna hier vuilboom, lijsterbes en vogelkers worden aangeplant. In de uitgedunde locatie in het noorden van het plangebied zal een uitkijktoren worden gerealiseerd. De bebouwing in het zuiden van het plangebied zal ongewijzigd blijven. In het zuiden van het plangebied zal tevens een educatieve fruitboomgaard worden aangelegd. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Figuur 3: Uitsnede LIP

maandag 4 april 2022

4

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch

Figuur 5: Zuidoostelijke bosrand, tegen het toekomstige zonnepark

Figuur 6: Bestaand bospad te midden van het plangebied

Figuur 4: Bosperceel, gezien vanuit het midden van het plangebied

Figuur 7: Toekomstig uit te dunnen bosschage

maandag 4 april 2022

Figuur 8: Toekomstig uit te dunnen bosschage

Figuur 9: Locatie educatieve boomgaard

5

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch

3

Toetsing gebiedsbescherming

Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Abdij Lilbosch & Voormalig Klooster”, bevindt zich op circa 1,6 kilometer afstand ten noorden van het projectgebied. Dit betreft geen stikstofgevoelig gebied. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelig habitat Natura 2000-gebied, “Roerdal”, bevindt zich op circa 8,8 kilometer afstand ten noorden van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten.

Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden, waarbij een partiële vrijstelling geldt voor stikstofuitstoot tijdens de bouw-, aanleg- en sloopactivi-

maandag 4 april 2022

teiten. Daardoor hoeft in beginsel alleen voor de gebruiksfase een berekening te worden uitgevoerd; een berekening voor de aanlegfase kan achterwege blijven. Daar de voorgenomen ontwikkeling de omzetting tot een landgoed betreft, is een beperkte toename aan stikstofuitstoot te verwachten. Gezien de afstand tot het stikstofgevoelig habitat is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten. Volledige zekerheid omtrent het aspect stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS Calculator. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen.

Binnen de provincie Limburg bestaat het NNN uit de goudgroene natuurzone. Daarnaast worden ook de zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

Figuur 10: Ligging goudgroene natuurzone (groen), zilvergroene natuurzone (geel) en bronsgroene landschapszone (blauw) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Het plangebied is gelegen binnen de goudgroene natuurzone en bronsgroene landschapszone (zie figuur 10). Binnen de voorgenomen plannen zal er geen sprake zijn van afname aan oppervlakte, aangezien de voorgenomen werkzaamheden binnen de goudgroene natuurzone ten behoeve van de natuur en de beleving hiervan zijn. Daarnaast zal er tevens geen sprake zijn van verlies aan kwaliteit van de goudgroene natuurzone. Door het plangebied de bestemming landgoed te

6

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch

geven, zal in de toekomstige situatie het groen nog beter gewaarborgd blijven. Daarnaast is er reeds een inrichtings- en beheerplan opgesteld voor het landgoed, waarin beschreven is hoe de algehele kwaliteit van de natuurwaarden worden verhoogd (Staro, 2021) Het plaatselijk uitdunnen van de bosschages zal lijden tot een variatie binnen het opgaand groen, daar waar momenteel sprak is van een monotone begroeiing. Daarnaast wordt grotendeels gebruik gemaakt van reeds aanwezig wandelpaden, waardoor het aanleggen van nieuwe wandelpaden tot een minimum wordt behouden. Binnen de toekomstige inpassing van het landschap zijn meerdere faunapassage in het hekwerk opgenomen, waardoor het plangebied voor soorten als ree, wild zwijn en das toegankelijk zal worden (figuur 11). Hierdoor zal de samenhang met omliggend opgaand groen en goudgroene natuurzone verbeteren. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de goudgroene natuurzone niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van de goudgroene natuurzone wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud.

bosschage dient dit conform de beleidsregels omtrent houtopstanden van Provincie Limburg en gemeente Echt-Susteren te gebeuren.

Het plangebied bestaat nagenoeg in zijn geheel uit een bosschage. Indien er gekapt of gedund gaat worden binnen deze

Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw Figuur 11: Locaties faunapassages in hekwerk maandag 4 april 2022

7

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch

4

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:   

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde

maandag 4 april 2022

soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot de meeste provincies, eekhoorn, steenmarter, hazelworm en levendbarende hagedis vrijgesteld in bepaalde periodes in het jaar in Limburg.

Tabel 1

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de

Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

-

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

-

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

8

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch

jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels In de ‘Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg’ van de provincie Limburg (6 december 2017) is een aangepaste lijst met jaarrond beschermde nesten gepubliceerd. Hier wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten die beschermd zijn binnen de provincie Limburg. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn.

Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 13 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 4-soorten’).

maandag 4 april 2022

De bebouwing in het zuiden van het plangebied zal in huidige staat behouden blijven. Hierdoor kan het verloren gaan van broedlocaties van gebouwbewonende vogelsoorten als kerkuil, huismus, huiszwaluw, boerenzwaluw en gierzwaluw worden uitgesloten. Gezien het veldbezoek in het najaar heeft plaatsgevonden, hebben veel van de bomen reeds hun blad verloren. Hierdoor konden de kronen van de bomen goed worden gecontroleerd op de aanwezigheid van (roofvogel)horsten. In het noordoosten van het plangebied is een horst aangetroffen (figuur 12 en 13). In de directe omgeving van het nest is tevens een buizerd waargenomen en gehoord gedurende het veldbezoek. Volgens de eigenaar van het landgoed betreft dit tevens de soort die gebuikt maakt van dit nest. Dit nest ligt circa 70 meter van de locatie waar het bos lokaal wordt uitgedund. In deze hoek van het plangebied zullen geen nieuwe wandelpaden worden aangelegd. Verstoring van deze horst kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Daarnaast betreft de buizerd in Limburg een soort zonder jaarrond beschermd nest. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels als havik en ransuil aangetroffen. Wel zijn er meerdere kleinere nesten aangetroffen binnen het plangebied.

Het betreft hier nesten van “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning, en houtduif tot broeden komen. De locatie van de toekomstige educatieve boomgaard biedt mogelijk (essentieel) leefgebied voor steenuil. Hier zijn reeds meerdere fruitbomen aanwezig. Gezien binnen de toekomstige plannen deze boomgaard slechts wordt aangevuld met fruitbomen en een vijver, zal de kwaliteit van het leefgebied minstens gelijk blijven of worden verhoogd. Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de

Figuur 12: (Roofvogel)horst in het noordoosten van het plangebied

Figuur 13: Locatie van (roofvogel)horst (oranje stip) binnen het plangebied (rood omlijnd)

werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval

9

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch

(bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.

plangebied dienen als vliegroutes en/of foerageergebied voor meerdere vleermuissoorten, gezien bosschages nagenoeg het gehele plangebied beslaan. Licht schijnend of uitstralend op de bosschages dienen waar mogelijk vermeden te worden, om verstoring te voorkomen.

Vleermuizen

Het plaatselijk uitdunnen van het opgaand groen binnen het plangebied zal voor een meer afwisselende structuur zorgen. Mede hierdoor zal er bijvoorbeeld meer bosrand ontstaan rond de locatie waar de uitkijktoren is voorzien. Een soort als de grootoorvleermuis zal hier profijt van hebben, gezien deze vaak juist langs de bosranden foerageert. Tevens zal door het aanplanten van soorten als vuilboom, lijsterbes en vogelkers, zoals opgenomen binnen het beheersplan van het landgoed, de diversiteit aan insecten worden verhoogd, wat voor een verbetering aan foerageergelegenheden zorgt. Daarnaast is er voldoende bos en opgaand groen aanwezig binnen en in de directe omgeving van het plangebied, waardoor het plaatslijk dunnen redelijkerwijs geen negatief effect zal hebben.

Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, bosvleermuis, ingekorven vleermuis en watervleermuis. De bebouwing in het zuiden van het plangebied zal in huidige staat behouden blijven. Hierdoor kan het verloren gaan van rust- of verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten worden uitgesloten. De bomen binnen het plangebied bestaan uit tamelijk jonge opwas. Hierdoor zijn de bomen binnen het plangebied gevrijwaard van grote holten, kieren en loshangede stukken schors. Met name de uit te dunnen stukken binnen de bosschages zijn hierop geïnventariseerd. Binnen het nieuwe beheersplan is opgenomen dat houtwinning geen doel meer is van het landgoed. Hierdoor zullen de bomen in de toekomstige situatie ouder worden en mogelijk geschikt worden als rust- of verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten. Wel kan het gehele plangebied dienen als vliegroutes en/of foerageergebied voor meerdere vleermuissoorten, gezien bosschages nagenoeg het gehele plangebied beslaan. Toetsing Bij de werkzaamheden gaan geen potentiële verblijfplaatsen verloren.

Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaatsen. Wel kan het gehele

maandag 4 april 2022

Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt zeer geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel, konijn, bosmuis en rosse woelmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van in-

Figuur 14: Hekwerk rond het plangebied

dividuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten steenmarter, das, eekhoorn, hamster, bever, damhert en wild zwijn voor. Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor de steenmarter. Met de voorgenomen plannen zal er geen leefgebied voor deze soort verloren gaan, noch zal de kwaliteit van het leefgebied worden verlaagd. Binnen de uit te dunnen plekken in de bosschages is het voorname om o.a. vuilboom, lijsterbes en vogelkers aan te planten. De vruchten van deze struikvormers dienen als voedselbron voor zowel de steenmarter zelf, als ook voor prooidieren van de steenmarter. Binnen de delen van het plangebied waar werkzaamheden plaatsvinden zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig als takkenhopen, of holen in bomen of grond. Gezien de fijnmazigheid van het hekwerk rond het plangebied en het ontbreken van faunapassages, heeft de das geen toegang tot het plangebied (figuur 14). Binnen het plangebied zijn ook geen sporen, in de vorm van burchten, loop- of eetsporen, la-

10

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch

trines of wissels, aangetroffen. De aanwezigheid van das binnen het plangebied kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Door de aanleg van de faunapassages in de toekomstige situatie, zal het plangebied mede voor deze soort toegankelijk zijn. Binnen het plangebied zijn geen nesten van de eekhoorn aangetroffen. Wel biedt het plangebied geschikt leefgebied voor deze soort. Mede door het uitdunnen en het aanbieden van een grote verscheidenheid binnen de bosschages zal de kwaliteit van het leefgebied voor deze soort worden verhoogd. Met betrekking tot de hamster, bever en damhert biedt het plangebied geen geschikt leefgebied. Van het wild zwijn zijn meerder waarnemingen bekend in de direct omgeving van het plangebied. Voor deze soort geld tevens dat het huidige hekwerk rond het plangebied te fijnmazig is en het voorkomen van deze kan worden uitgesloten. Door de aanleg van de faunapassages in de toekomstige situatie zal het plangebied voor deze soort toegankelijk zijn. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren.

Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis en hazelworm. Voor levendbarende

maandag 4 april 2022

hagedis is het gebied te dicht begroeid. Hazelworm zou binnen het bosgebied incidenteel voor kunnen komen. Bij de werkzaamheden worden door de dunning de omstandigheden voor beide soorten verbeterd. Met de voorgenomen plannen zal er geen (essentieel) leefgebied voor deze soorten verdwijnen. Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beide soorten kunnen worden uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad, boomkikker, poelkikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater, waardoor de aanwezigheid van voortplantingshabitat redelijkerwijs is uitgesloten. Wel kan het plangebied mogelijk als landhabitat voor enkele van deze soorten dienen. Gezien de voorgenomen werkzaamheden slecht een kleinschalig herinrichting betreft, gaat er geen tot nauwelijks landhabitat verloren en is er slechts sprake van tijdelijke, geringe verstoring. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.

Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om

voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten. Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart, bosbeekjuffer en gewone bronlibel. Al deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Zo zijn er geen significante hoeveelheden wilgen, iepen of kamperfoelie aangetroffen. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, vermiljoenkever, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten.

11

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch

Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn beschermde soorten bekend als dreps, groot spiegelklokje, grote leeuwenklauw, wolfskers. Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun standplaatsen. Gezien het aanwezige biotoop van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

maandag 4 april 2022

12

5 Conclusie Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch

5

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:  

Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden; Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van opgaand groen en nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

maandag 4 april 2022

13

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch

6

Samenvatting

Tabel 2

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Tabel 3

Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 8,8 km

Nee

-

Geen externe verstorende factoren

Natuurnetwerk Nederland

Gelegen binnen de Goudgroen natuurzone

Nee

-

Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk

Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep

Broedvogels

Vleermuizen

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Algemeen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf

Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

-

-

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

-

-

Foerageerhabitat

Ja

Te voorkomen

Vliegroutes

Ja

Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op opgaand groen te worden vermeden

Licht heeft een verstorende werking op vleermuizen

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de egel

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

maandag 4 april 2022

14

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna Landgoed Bos en Broek te Koningsbosch

Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a.

huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)

maandag 4 april 2022

Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)

Provinciale websites  van Buggenum, H.J.M., R.P.G. Geraerds & A.J.W. Lenders (red.) 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980-2008. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht.  Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg, Gedeputeerde Staten van Limburg, 6 december 2017  Hermans, J.T., R.W. Akkermans, F. Mertens, J. van der Weele & H.W.G. Heijligers 2004. Werkatlas libellen in Limburg. Inventarisatiegegevens periode 1977-2003. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Roermond.  Huizinga, C.E., L.S.G.M. Verheggen & R.W. Akkermans 2005. Werkatlas zoogdieren in Limburg. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Roermond.  Huizinga, C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen 2010. Zoogdieren van Limburg. Verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht.  Kurstjens, G., B. Peters & K. van Looy 2010. De flora van het Maasdal. Ontwikkelingen van bijzondere soorten sinds de start van natuurontwikkeling vanaf 1994. Deelrapport 7. Kurstjens ecologisch adviesbureau, Beek-Ubbergen / Bureau Drift, Berg en Dal / INBO, Brussel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=83ef8f31-9a6a-44a1-8b91-c388d5e5f3e9