CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting

Commissie Omgeving 13 mei 2024, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg20.926 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Verkoeijen in Leunen (circa 65 kilometer afstand) is een slagerij met eigen productie van vlees. Voorheen was er tevens een slachterij bij het bedrijf gevestigd. Koppes in Bergen (circa 80 kilometer afstand) is internationale leverancier voor vlees en vleesproducten. D’n Wildebras in Gennep (circa 95 kilometer afstand) werkt met wildvlees met een lokale afkomst en verwerkt dit tot vlees voor de consument thuis.

NAAM

ADRES

PLAATS

Gebr. Snijders

Heirweg 4

Alle Smaken

Burgemeester Beerenbroekstraat 34

AFSTAND

M2 BVO*

Born

15 km

2.100

Roermond

15 km

n.b.

Van Poortvliet

Heiweg 12

Geleen

20 km

4.550

Wico Diervoeding

Maalbroekweg 1B

Swalmen

25 km

720

34

BIJLAGE 2

Verhey Vlees

Horselstraat 2

Nuth

25 km

2.850

Keulen Vleeswaren

Logistiekstraat 5

Nuth

25 km

2.000

Van de Laar Vleeswaren

Langheckweg 14

Kerkrade

30 km

360

Van Melik

De Koumen 150

Hoensbroek

30 km

3.850

Maasland Vleeswaren

Pannenberg 9

Belfeld

40 km

3.500

Verkoeijen

Horsterweg 1A

Leunen

65 km

230

Koppes Bergen

De Flammert 1025

Bergen

80 km

310

D’n Wildebras

Loodsstraat 11

Gennep

95 km

170

TABEL 5 VLEESVERWERKINGSBEDRIJVEN IN DE PROVINCIE LIMBURG Bron: inventarisatie Bureau Stedelijke Planning *Bag viewer

Bijlage 2

Geuronderzoek

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

41

Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Pouderoyen B.V. Vestigingen te Nijmegen, Vught, Baexem en Voerendaal

Geuronderzoek Aan

Holding Sus-Scrofa BV

T.a.v.

de heer

Van

Datum

14 juni 2022

Betreft

Geuronderzoek Zandweg 10 te Maria Hoop

Project

P141456.017

Reikwijdte geuronderzoek Op de locatie van de voormalige manege en de omringende gronden aan de Zandweg 10 te Maria Hoop wordt een ‘Livar Experience Centre’ (LEC) gerealiseerd. Ter plaatse van het Livar Experience Centre worden de varkenshouderijactiviteiten gecombineerd met een bezoekerscentrum, vleesatelier en een slachterij. In dit geuronderzoek worden de varkenshouderijactiviteiten aan de Zandweg nader beschouwd vanuit het oogpunt van de Wet Geurhinder en veehouderij en hierop gebaseerde regelgeving. Geurverordening Op 16 december 2009 heeft de gemeenteraad van Echt de “Verordening Wet geurhinder en veehouderij gemeente Echt-Susteren 2009” vastgesteld. Op grond van deze verordening mag de geurbelasting op een geurgevoelig object niet meer bedragen dan:     

3 OUE/m3 lucht in bebouwde kommen; 6 OUE/m3 lucht bij “Kloostertuin Koningsbosch”; 14 OUE/m3 lucht in het buitengebied; 20 OUE/m3 lucht in de zone rondom LOG Slek en Montfort; 25 OUE/m3 lucht in LOG Slek en LOG Montfort.

In de onderstaande figuur worden de geldende normen uit de Gebiedsvisie geurhinder weergegeven incl. de ligging van de planlocatie.

Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 voorwaarden van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl

P141456.017.004/ELO, pagina 2 van 7

Planlocatie

Figuur 1. Geldende normen uit de Gebiedsvisie geurhinder incl. ligging planlocatie

Uit bovenstaande figuur blijkt dat de planlocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Echt-Susteren. Geurgevoelige objecten In de omgeving van de planlocatie bevinden zich veehouderijbedrijven. Woningen bij veehouderijbedrijven en woningen bij voormalige veehouderijbedrijven hoeven in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij niet getoetst te worden. In de onderstaande figuur worden de veehouderijbedrijven aangeduid met rode stippen. Planlocatie Pepinusbrug

Planlocatie

Figuur 2. Veehouderijbedrijven aangeduid met rode stippen

P141456.017.004/ELO, pagina 3 van 7

In de onderstaande figuur wordt de ligging van de te toetsen geurgevoelige objecten inzichtelijk gemaakt.

Figuur 3. Ligging te toetsen geurgevoelige objecten

Toetsing geurhinder De geuremissie wordt getoetst aan de geurnormen uit de gemeentelijke geurverordening en de afstandseisen uit de geurwet. Afstandseisen Op grond van artikel 3 lid 2 sub b van de Wet geurhinder en veehouderij geldt tussen een veehouderij en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij, indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is gelegen, een afstand van ten minste 50 meter. Op grond van artikel 5, lid 1, sub b van de Wet geurhinder en veehouderij geldt van de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object, indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is gelegen, een minimum afstand van 25 meter. De afstand van de grens van het gebied met de functie “veehouderijbebouwing (saw-vee)” tot het dichtstbijzijnde geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van de veehouderij op Zandweg 9 bedraag ca. 150 meter. Geconcludeerd wordt dat aan de afstandseis van artikel 2 sub b én artikel 5, lid 1, sub b van de Wet geurhinder en veehouderij ruimschoots wordt voldaan. In de onderstaande figuur wordt inzichtelijk gemaakt hoe de afstand tussen de grens van het gebied met de functie “veehouderijbebouwing (saw-vee)” tot het bouwvlak Zandweg 9 is bepaald.

P141456.017.004/ELO, pagina 4 van 7

Figuur 4. Afstand tussen grens van het gebied met de functie saw-vee tot het bouwvlak Zandweg 9

Geurnormen op geurgevoelige objecten In de tabel op de volgende pagina worden de geurgevoelige objecten incl. de geldende geurnomen weergegeven. Volgnummer

Adres

2 3 4 5 6 7 8 9 10

Heuvel 1 Heuvel 4 Heuvel 6 Annendaalderweg 1 Pepinusbrug 5 Pepinusbrug 7 Pepinusbrug 13 Pepinusbrug 15 Heuvel 2

Norm (OUE/m3) 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0

Status buitengebied buitengebied buitengebied buitengebied buitengebied buitengebied buitengebied buitengebied buitengebied

Tabel 1. Geurgevoelige objecten

Berekening geuremissie De geurberekening is uitgevoerd met het programma V-Stacks. De invoergegevens zijn bepaald overeenkomstig de Gebruikershandleiding V-Stacks vergunning waarbij:  de geuremissie is bepaald door het aantal dieren te vermenigvuldigen met de geuremissiefactor, zie tabel 2. De geuremissiefactoren voor het bepalen van de geuruitstoot zijn overgenomen uit bijlage 1 van de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). Zoals uit de emissiefactoren blijkt betreft het varkens die op traditionele wijze worden gehuisvest;

P141456.017.004/ELO, pagina 5 van 7

 het emissiepunt is bepaald op de rand van het bouwvlak, zie figuur 5. Dit omdat de afstand vanaf dit punt tot het dichtstbijzijnd gelegen geurgevoelig object, zijnde de woning Heuvel 6, de kleinste afstand is waar veehouderijbebouwing opgericht kan worden. Op deze manier wordt een worst-case situatie berekend.  Aangezien de uitvoering van de stallen niet bepaald is wordt rekening gehouden met een emissiepunthoogte van 1,5 meter (dit is volgens de handreiking het minimum), een gemiddelde gebouwhoogte van 1,5 meter (dit is voor een situatie van lage bronnen waarbij de geur lang rondom de gebouwen blijft hangen), een uittreedsnelheid van 0,4 m/sec. (horizontale uitstroming) en een diameter van de uitstroomopening van 0,5 meter (defaultwaarde). In de onderstaande tabel wordt inzichtelijk gemaakt hoe de geuremissie bepaald is. Rav-code

Diercategorie/huisvestingssysteem

D 1.3.100 D 2.100 D 1.2.100 D 1.1.100 D 3.3.2

Guste en dragende zeugen Beren Kraamzeugen Gespeende biggen Vleesvarkens Totaal

Aantal dieren 117 2 33 300 770

Geur emissiefactor 18,7 18,7 27,9 7,8 23,0

Tabel 2. Aantal dieren met geuremissie

In de onderstaande figuur wordt de ligging van het emissiepunt inzichtelijk gemaakt. Emissiepunt

Figuur 5. Ligging emissiepunt

Totaal geur 2.187,9 37,4 920,7 2.340 17.710,0 23.196

P141456.017.004/ELO, pagina 6 van 7

Resultaten In onderstaande tabel worden de geurresultaten weergegeven. Volgnr.

GGLID

2 3 4 5 6 7 8 9 10

Heuvel 1 Heuvel 4 Heuvel 6 Annendaalderweg 1 Pepinusbrug 5 Pepinusbrug 7 Pepinusbrug 13 Pepinusbrug 15 Heuvel 2

X-coördinaat

Y-coördinaat

Geurnorm

Geurbelasting

193 145 193 215 193 227 193 045 192 725 192 740 192 802 192 827 193 178

344 096 344 234 344 247 344 042 344 306 344 297 344 314 344 294 344 177

14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0 14,0

1,0 1,4 1,5 0,7 0,6 0,6 0,7 0,7 1,2

Tabel 3. Geurresultaten

Geconcludeerd kan worden dat bij alle geurgevoelige objecten voldaan wordt aan de geldende geurnormen uit de “Verordening Wet geurhinder en veehouderij gemeente Echt-Susteren 2009”. De V-Stacks berekening is toegevoegd als bijlage. Woon en leefklimaat Een hoogste voorgrond geurbelasting van 1,5 komt overeen met een percentage gehinderden van ca. 5 % (bron: ´Handreiking Wet geurhinder en veehouderij – Aanvulling: bijlagen 6 en 7”). Conform de Handreiking Wet geurhinder en veehouderij komt een percentage gehinderden van 5-10% in het concentratiegebied overeen met een goede milieukwaliteit. Er kan derhalve gesteld worden dat er ten aanzien van het aspect geur ter plaatse van de geurgevoelige objecten sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

P141456.017.004/ELO, pagina 7 van 7

Bijlage 3

Luchtkwaliteitsonderzoek

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

49

Pouderoyen Tonnaer is een handelsnaam van Pouderoyen B.V. Vestigingen te Nijmegen, Vught, Baexem en Voerendaal

Onderzoek luchtkwaliteit Aan

Holding Sus-Scrofa BV

T.a.v. Van

Datum

5 juni 2023

Betreft

Onderzoek luchtkwaliteit Zandweg 10 te Maria Hoop

Project

P141456.017

Reikwijdte onderzoek luchtkwaliteit Op de locatie van de voormalige manege en de omringende gronden aan de Zandweg 10 te Maria Hoop wordt een ‘Livar Experience Centre’ (LEC) gerealiseerd. Ter plaatse van het Livar Experience Centre worden de varkenshouderijactiviteiten gecombineerd met een bezoekerscentrum, vleesatelier en een slachterij. Deze ontwikkeling heeft indirect invloed op de luchtkwaliteit als gevolg van toename van het aantal verkeersbewegingen en (toename van) het houden van dieren. Dit onderzoek luchtkwaliteit heeft betrekking op voornoemde ruimtelijke ontwikkeling. Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wmb). Omdat de luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in titel 5.2 Wmb, staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Het doel van titel 5.2 Wmb is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen.

Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm:

Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 voorwaarden van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl

P141456.017.005/ELO, pagina 2 van 8

-

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen.

Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2 (voor PM10 bedraagt de norm 40 µg/m3 jaargemiddelde concentratie. Verder mag het daggemiddelde concentratie van 50 µg/m3 op niet meer dan 35 dagen per jaar worden overschreden; de jaargemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide bedraagt 40 µg/ m3 (kubieke meter)en de 1-uurs gemiddelde grenswaarde bedraagt 200 µg/m3). Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. De realisatie van het “Livar Experience Centre” heeft, zoals hiervoor aangehaald, indirect invloed op de luchtkwaliteit door toename van het aantal voertuigbewegingen en (toename van) het houden van dieren. Achtergrondconcentratie fijnstof en stikstofdioxide De achtergrond concentratie fijnstof (PM10) op de planlocatie is 14,6 µg/m3 (GCN, RIVM 2020). De achtergrond concentratie is weergegeven in onderstaande kaart. De norm voor PM10 bedraagt 40 µg/m3.

Aan deze norm wordt ruimschoots voldaan. De achtergrondconcentratie voor stikstofdioxide aan de Zandweg 10 bedraagt 10,8 µg/m3 (GCN, RIVM 2020). Ook deze concentratie is ver onder de norm van 40 µg/m3. Er is daarom geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde.

P141456.017.005/ELO, pagina 3 van 8

P141456.017.005/ELO, pagina 4 van 8

Berekening luchtkwaliteit ten gevolge van vervoersbewegingen NIBM-tool InfoMil Het aantal voertuigbewegingen als gevolg van het planvoornemen is niet zodanig dat er sprake is van een toename van de concentratie schadelijke stoffen in de lucht. NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. (zie handreiking ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (NIBM) luchtkwaliteit). InfoMil heeft de NIBM-tool ontwikkeld waarmee een ‘worst-case’ berekening kan worden verricht voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit. Dit rekenmodel toont aan dat tot 130 extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Hierbij wordt uitgegaan van 100% vrachtverkeer ‘worst-case’. In de onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de voertuigbewegingen t.g.v. het planvoornemen. Het aantal voertuigen is gebaseerd op de het Onderzoek verkeersgeneratie (P20781.005). Voor het bepalen van het aandeel van vrachtverkeer en lichtverkeer is paragraaf 3.4.1 van het “Akoestisch onderzoek industrielawaai” (M141456.013.001.R2) als uitgangspunt genomen. Vervoersbewegingen vrachtwagens bestelauto’s Personenauto’s tractor shovel Totaal

Aantal aan- en afvoerbewegingen 72 74 196 2 2 346

Tabel 1. Aantal vervoersbewegingen planvoornemen

Resultaten ten gevolge van vervoersbewegingen In de figuur op de volgende bladzijde worden de rekenresultaten uit de NIBM-tool weergegeven. Voor het aandeel vrachtverkeer zijn worst-case de vrachtwagens, bus, tractor en shovel als aandeel vrachtverkeer beschouwd.

P141456.017.005/ELO, pagina 5 van 8

Figuur 1. Uitsnede NIBM-tool

Uit bovenstaande figuur blijkt dat ten gevolge van de vervoersbewegingen, de concentratie aan fijn stof toeneemt met maximaal 0,10 µg/m3 lucht. Stikstofdioxide heeft een maximale toename van 1,01 µg/m3 lucht. Deze toename is niet-in-betekende-mate. Berekeningen luchtkwaliteit ten gevolge van het houden van dieren De fijn stof berekening is uitgevoerd met het programma ISL3a (v2022). De invoergegevens zijn als volgt bepaald:  de fijn stof emissie is bepaald door het aantal dieren te vermenigvuldigen met de fijn stof emissiefactor, zie tabel 2;  het emissiepunt is in berekening 1, overeenkomstig het geuronderzoek, bepaald op de zuidelijke rand van het bouwvlak met de functieaanduiding (sba-vee) zie figuur 2. In berekening 2 is het emissiepunt bepaald op de noordelijke rand van het bouwvlak met de functieaanduiding (sba-vee) zie figuur 3;  aangezien de uitvoering van de stallen niet bepaald is wordt overeenkomstig het geuronderzoek gerekend met een emissiepunthoogte van 1,5 meter, een gemiddelde gebouwhoogte van 1,5 meter, een uittreedsnelheid van 0,4 m/sec. (horizontale uitstroming) en een diameter van de uitstroomopening van 0,5 meter (defaultwaarde). In de onderstaande tabel wordt inzichtelijk gemaakt hoe de fijn stof emissie bepaald is. Rav-code

Diercategorie/huisvestingssysteem

D 1.3.100 D 2.100

Guste en dragende zeugen Beren

Aantal dieren 117 2

Fijn stof emissie-factor 175 180

Totaal fijnstof 20.475 360

P141456.017.005/ELO, pagina 6 van 8

D 1.2.100 D 1.1.100 D 3.3.2

Kraamzeugen Gespeende biggen Vleesvarkens Totaal

33 300 770

160 74 153

5.280 22.200 117.810 166.125

Tabel 2. Aantal dieren met fijn stof emissie

In de onderstaande figuur wordt de ligging van het emissiepunt inzichtelijk gemaakt.

Emissiepunt

Emissiepunt

Figuur 2. Ligging emissiepunt zuidelijke rand

Figuur 3. Ligging emissiepunt noordelijke rand

Resultaten ten gevolge van het houden van dieren In tabel 3 worden de rekenresultaten uit berekening 1 weergegeven waarbij het emissiepunt op de zuidelijke rand van het bouwvlak met de functieaanduiding (sba-vee) ligt. Te beschermen object Naam:

RD X Coord. [m]

RD Y Coord [m]

Concentratie [microgram/m3]

Overschrijding [dagen]

Zandstraat 9 Dominicusweg 4 Dominicusweg 3 Dominicusweg 1 Waldfeuchterbaan 4 Waldfeuchterbaan 6 Heuvel 6 Heuvel 4 Heuvel 1 Annendaalderweg 1 Pepinusbrug 15 Pepinusbrug 13 Pepinusbrug 7 Pepinusbrug 5 Heuvel 2 Waldfeuchterbaan 5

193 571 192 767 192 778 192 757 193 622 193 670 193 045 193 227 193 145 192 725 192 178 192 827 192 802 192 740 193 215 193 942

344 767 344 822 344 933 344 904 343 852 343 837 344 042 344 047 344 096 344 306 344 177 344 294 344 314 344 297 344 234 343 840

14.62 14.55 14.55 14.55 14.67 14.66 14.45 14.47 14.46 14.55 14.55 14.55 14.55 14.55 14.46 14.66

6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0

Tabel 3. Fijn stof resultaten ligging emissiepunt op zuidelijke rand van het bouwvlak met de functieaanduiding (sba-vee).

P141456.017.005/ELO, pagina 7 van 8

Uit bovenstaande figuur blijkt dat de hoogste berekende concentratie aan fijn stof 14,66 µg/m3 lucht is. Het aantal overschrijdingsdagen komt hierbij uit op 6,0. De hoogst berekende toename aan fijn stof ten gevolge van het plan (bronbijdrage) bedraagt 0,18 µg/m3 lucht. De berekening is toegevoegd als bijlage. In tabel 4 worden de rekenresultaten uit berekening 2 weergegeven waarbij het emissiepunt op de noordelijke rand van het bouwvlak met de functieaanduiding (sba-vee) ligt. Te beschermen object Naam:

RD X Coord. [m]

RD Y Coord [m]

Concentratie [microgram/m3]

Overschrijding [dagen]

Zandstraat 9 Dominicusweg 4 Dominicusweg 3 Dominicusweg 1 Waldfeuchterbaan 4 Waldfeuchterbaan 6 Heuvel 6 Heuvel 4 Heuvel 1 Annendaalderweg 1 Pepinusbrug 15 Pepinusbrug 13 Pepinusbrug 7 Pepinusbrug 5 Heuvel 2 Waldfeuchterbaan 5

193 571 192 767 192 778 192 757 193 622 193 670 193 045 193 227 193 145 192 725 192 178 192 827 192 802 192 740 193 215 193 942

344 767 344 822 344 933 344 904 343 852 343 837 344 042 344 047 344 096 344 306 344 177 344 294 344 314 344 297 344 234 343 840

14.33 14.22 14.22 14.22 14.32 14.32 14.12 14.13 14.12 14.22 14.21 14.22 14.22 14.22 14.13 14.32

6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0 6.0

Tabel 4. Fijn stof resultaten ligging emissiepunt op noordelijke rand van het bouwvlak met de functieaanduiding (sba-vee)

Uit bovenstaande figuur blijkt dat de hoogste berekende concentratie aan fijn stof 14,33 µg/m3 lucht is. Het aantal overschrijdingsdagen komt hierbij uit op 6,0. De hoogst berekende toename aan fijn stof ten gevolge van het plan (bronbijdrage) bedraagt 0,22 µg/m3 lucht. De berekening is toegevoegd als bijlage. Conclusie ten gevolge van planvoornemen Op de planlocatie is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde voor zowel fijnstof (PM10) als stikstofdioxide (NO2). De luchtkwaliteit eisen vormen daarom geen belemmering voor het planvoornemen. Fijnstof berekening 1 Geconcludeerd kan worden dat de totale toename aan fijn stof door het planvoornemen maximaal 0,28 µg/m3 lucht bedraagt. (0,10 µg/m3 + 0,18 µg/m3). Dit is ruimschoots onder de norm van 1,2 microgram/m3 lucht. Het project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een toename van deze hoeveelheid fijnstof leidt niet tot een naderende

P141456.017.005/ELO, pagina 8 van 8

overschrijding van de grenswaarde (40 µg/m3). Fijnstof berekening 2 Geconcludeerd kan worden dat de totale toename aan fijn stof door het planvoornemen maximaal 0,32 µg/m3 lucht bedraagt. (0,10 µg/m3 + 0,22 µg/m3). Dit is ruimschoots onder de norm van 1,2 microgram/m3 lucht. Het project draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een toename van deze hoeveelheid fijnstof leidt niet tot een naderende overschrijding van de grenswaarde (40 µg/m3). Stikstofdioxide berekening De maximale toename van stikstofdioxide is 1,01 µg/m3 lucht. Dit is ruimschoots onder de norm van 1,2 microgram/m3 lucht. De bijdrage is in niet betekende mate. Bovendien is de achtergrondconcentratie stikstofdioxide in het gebied is 10,8 µg/m3. Deze toename zorgt niet voor een (naderende) overschrijding van de grenswaarde (40 µg/m3). Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Het Besluit gevoelige bestemmingen is niet op onderhavig planvoornemen van toepassing.

Bijlage 4 Bijlage bij luchtkwaliteitsonderzoek isl3a berekening fijnstof Zandweg 10

58

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

Gegenereerd met ISL3a Versie 2022_1, Rekenhart Release 20 april 2022

(c) DNV GL

Gebiedsgegevens Berekend op: 2023/02/23

Naam van deze berekening: Zandweg10_MariaHoop_noord

16:32:27

Project: Zandweg 10 Maria-Hoop - noord RD X coordinaat: 192 500

Lengte X: 2000

Aantal Gridpunten X: 11

RD Y coordinaat: 343 700

Breedte Y: 2000

Aantal Gridpunten Y: 11

Berekende ruwheid: 0.205

Eigen ruwheid

Type Berekening: PM10

Eigen ruwheid: 0.000

Rekenjaar:2023

Soort Berekening: Contour

Toets afstand: n.v.t.

Onderlinge afstand: n.v.t.

Uitvoer directory: S:\Echt Susteren\P202781 Beroepsprocedure LIVAR bedrijf Zandweg 10 Maria-Hoop\GIS-Milieu\Beantwoording toets specialisten RD X Coord.

RD Y Coord.

Concentratie

Overschrijding

[m]

[m]

[microgram/m3]

[dagen]

Zandstraat 9

193 571

344 767

14.33

6.0

Dominicusweg 4

192 767

344 822

14.22

6.0

Dominicusweg 3

192 778

344 933

14.22

6.0

Dominicusweg 1

192 757

344 904

14.22

6.0

Waldfeuchterbaan 4

193 622

343 852

14.32

6.0

Waldfeuchterbaan 6

193 670

343 837

14.32

6.0

Heuvel 6

193 045

344 042

14.12

6.0

Heuvel 4

193 227

344 247

14.13

6.0

Heuvel 1

193 145

344 096

14.12

6.0

Annendaalderweg 1

192 725

344 306

14.22

6.0

Pepinusbrug 15

192 178

344 177

14.21

6.0

Pepinusbrug 13

192 827

344 294

14.22

6.0

Pepinusbrug 7

192 802

344 314

14.22

6.0

Pepinusbrug 5

192 740

344 297

14.22

6.0

Heuvel 2

193 215

344 234

14.13

6.0

Waldfeuchterbaan 5

193 942

343 840

14.32

6.0

Te beschermen object Naam:

Brongegevens Naam : Emissiepunt

Type: AB

RD X Coord.: 193 652

RD Y Coord.: 344 643

hoogte van emissiepunt:

1.50

Emissie:

0.00527

verticale uittreesnelheid:

0.40

diameter van emissiepunt:

0.50

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 193 652

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 344 643

Date: 23-02-2023

Time: 16:32:30

hoogte van gebouw: 6.0

lengte van gebouw:

65.00

breedte van gebouw:

30.00

orientatie van gebouw:

60.00

Page 1

Gegenereerd met ISL3a Versie 2022_1, Rekenhart Release 20 april 2022

Date: 23-02-2023

Time: 16:32:30

(c) DNV GL

Page 2

Gegenereerd met ISL3a Versie 2022_1, Rekenhart Release 20 april 2022

(c) DNV GL

Gebiedsgegevens Berekend op: 2023/06/05

Naam van deze berekening: Zandweg 10 Maria-Hoop - zuid 050

22:55:38

Project: Zandweg 10 Maria-Hoop - zuid RD X coordinaat: 192 500

Lengte X: 2000

Aantal Gridpunten X: 11

RD Y coordinaat: 343 700

Breedte Y: 2000

Aantal Gridpunten Y: 11

Berekende ruwheid: 0.205

Eigen ruwheid

Type Berekening: PM10

Eigen ruwheid: 0.000

Rekenjaar:2022

Soort Berekening: Contour

Toets afstand: n.v.t.

Onderlinge afstand: n.v.t.

Uitvoer directory: S:\Echt Susteren\P202781 Beroepsprocedure LIVAR bedrijf Zandweg 10 Maria-Hoop\GIS-Milieu\Beantwoording toets specialisten RD X Coord.

RD Y Coord.

Concentratie

Overschrijding

[m]

[m]

[microgram/m3]

[dagen]

Zandstraat 9

193 571

344 767

14.62

6.0

Dominicusweg 4

192 767

344 822

14.55

6.0

Dominicusweg 3

192 778

344 933

14.55

6.0

Dominicusweg 1

192 757

344 904

14.55

6.0

Waldfeuchterbaan 4

193 622

343 852

14.67

6.0

Waldfeuchterbaan 6

193 670

343 837

14.66

6.0

Heuvel 6

193 045

344 042

14.45

6.0

Heuvel 4

193 227

344 247

14.47

6.0

Heuvel 1

193 145

344 096

14.46

6.0

Annendaalderweg 1

192 725

344 306

14.55

6.0

Pepinusbrug 15

192 178

344 177

14.55

6.0

Pepinusbrug 13

192 827

344 294

14.55

6.0

Pepinusbrug 7

192 802

344 314

14.55

6.0

Pepinusbrug 5

192 740

344 297

14.55

6.0

Heuvel 2

193 215

344 234

14.46

6.0

Waldfeuchterbaan 5

193 942

343 840

14.66

6.0

Te beschermen object Naam:

Brongegevens Naam : Emissiepunt

Type: AB

RD X Coord.: 193 597

Date:

RD Y Coord.: 344 576

hoogte van emissiepunt:

1.50

Emissie:

0.00527

verticale uittreesnelheid:

0.40

diameter van emissiepunt:

0.50

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 193 652

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 344 643

5-06-2023

Time: 22:55:58

hoogte van gebouw: 6.0

lengte van gebouw:

65.00

breedte van gebouw:

30.00

orientatie van gebouw:

60.00

Page 1

Gegenereerd met ISL3a Versie 2022_1, Rekenhart Release 20 april 2022

Date:

5-06-2023

Time: 22:55:58

(c) DNV GL

Page 2

Bijlage 5

64

Verkeersgeneratieonderzoek

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

Onderzoek verkeersgeneratie Datum Documentnummer Relatie Onderwerp

8 februari 2023 M141456.010.002.001.R3/EVO Holding Sus-Scrofa BV Onderzoek verkeersgeneratie

Reikwijdte onderzoek verkeersgeneratie De Abdij Lilbosch is voornemens haar veehouderijactiviteiten, voor zover het betreft de veehouderijactiviteiten rondom het Limburgse kloostervarken (Livar-varken), uit te breiden en hieraan een totaalconcept rondom het Livar-varken te verbinden. Hiervoor wordt op het deel van het bouwvlak dat is gelegen aan de Zandweg een ‘Livar Experience Centre’ gerealiseerd. Ter plaatse van het Livar Experience Centre worden de varkenshouderijactiviteiten gecombineerd met een bezoekerscentrum, vleesatelier en een slachterij. Dit onderzoek verkeersgeneratie heeft betrekking op de voornoemde ruimtelijke ontwikkeling aan de Zandweg. Uitgangspunten onderzoek verkeersgeneratie Om een inschatting te kunnen maken van de verkeersgeneratie ten gevolge van het planvoornemen is enerzijds aansluiting gezocht bij de bij onderhavig plan gevoegde “Ladderonderbouwing Livar Experience Centre”. In de ladderonderbouwing is a.d.h.v. concreet marktonderzoek een reëel beeld ontstaan van de maximaal te verwachten verkeersbewegingen ten gevolge van bezoekers. Voor dit onderzoek is relevant dat het planvoornemen (zoals opgenomen in het bestemmingsplan met identificatienummer NL.IMRO.1711.BP20220078) uitgaat van een functionele onderverdeling binnen het deel van plangebied aan de Zandweg: 1.

ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden bezoekerscentrum (saw-bc)’ is onder voorwaarden een bezoekerscentrum toegestaan alsmede een vleesatelier. Vanuit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering zijn de activiteiten binnen deze aanduiding verder ingedeeld naar zwaarte van de toelaatbare activiteiten (middels de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.1’ dat voor een deel binnen de voornoemde aanduiding ‘saw-bc’ geldt); 2. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - veehouderijbebouwing (sbavee)’ is veehouderijbebouwing toegestaan. Een en ander uitsluitend ten behoeve van een varkenshouderij met vrije weidegang en vrije uitloop (als gevolg van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - varkenshouderij met vrije weidegang en vrije uitloop’ en bijbehorende planregels); 3. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - vleesatelier en bezoekerscentrum (saw-vbc)’ is onder voorwaarden een bezoekerscentrum, vleesatelier en slachterij toegestaan. Hierbij geldt voor de slachterij dat deze is toegestaan in de maximale milieucategorie 3.2 volgens de VNG Brochure bedrijven en milieuzonering tot en met een maximum verwerkingscapaciteit van 6000 ton levend gewicht aan dieren per jaar.

De verbeelding en de planregels voorzien voorts met betrekking tot vorenstaande verder in specifieke regels, onder andere ten aanzien van gebruiksvloeroppervlakte, toegelaten ondersteunende functies (horeca en detailhandel) en bebouwingsmogelijkheden (onderverdeeld naar vleesatelier/ bezoekerscentrum, veehouderijbebouwing en overige agrarische bebouwing).

M141456.010.002.001.R3/EVO, Pagina 2 van 4

Bezoekerscentrum en ondersteunende functies Voor het Livar Experience Centre wordt voorzien in maximaal 2.500 m2 bvo voor gebruiksfuncties die onderdeel zijn van het bezoekerscentrum: workshop-, trainings- en lesruimte, informatiecentrum, horeca (proeflokaal met keuken), ruimte voor kookworkshops en ondersteunende verkoop. Bovengenoemde functies zijn ladder plichtige functies die uitgewerkt zijn in de “Ladderonderbouwing Livar Experience”. Uit dit onderzoek blijkt dat ten gevolge van het bezoekerscentrum in de definitieve fase sprake is van 15.000 bezoekers per jaar. In de “Ladderonderbouwing Livar Experience Centre” is de verkeersaantrekkende werking van het Livar Vleesatelier, de slachterij, de veehouderijbebouwing en de overige agrarische bebouwing niet beschouwd. Derhalve wordt dit in onderstaande nader uitgewerkt. Vleesatelier / slachterij en ondersteunende functies Voor het Livar vleesatelier en de slachterij wordt voorzien in circa 7.500 m2 bvo: koelcellen, vleesbewerking, slachterij en workshopruimte. Gezien de ruime opzet van het geheel en de hoeveelheid opslag, is de systematiek rond CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren, Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ hier bewust niet toegepast. De reden daarvan is dat op basis van deze systematiek resulteerde in onrealistisch hoge aantallen verkeersbewegingen.

Dit heeft natuurlijk alles te maken met de weinig specifieke uitwerking van industriële activiteiten als de onderhavige. De slachterij en het vleesatelier bestaan namelijk uit de slachterij zelf, de uitsnijderij en de afdeling met verwerking vers vlees. Tevens zijn er een rook-, kook-, gril-, opslag- en koelruimten. In navolgende tabel is een overzicht van de hoeveelheid verkeersbewegingen in een worst-case benadering weergegeven. Vervoersbewegingen vleesatelier en slachterij Vrachtwagens: - eigen; - leveranciers; - transportbedrijven; - aanvoer varkens. Totaal Bestelauto’s: - eigen; - leveranciers; - klanten. Totaal Personenauto’s: - personeel; - bezoekers. Totaal

Aantal aan- en afvoerbewegingen 20 20 10 10 60 20 20 30 70 100 14 114

Er is uitgegaan van de in het bestemmingsplan vastgelegde maximale hoeveelheid te slachten en verwerken hoeveelheid dieren. Dat betreft maximaal jaarlijks 6.000 ton aan levende have. Dat komt

M141456.010.002.001.R3/EVO, Pagina 3 van 4

per week neer op 115 ton en per gemiddelde weekdag op circa 16,5 ton en per gemiddelde werkdag op 23 ton. Een deel van de te slachten dieren komt van de naastgelegen agrarische inrichting. In overleg met en op advies van initiatiefnemer is uitgegaan van een worst-case representatieve benadering. In een vrachtwagen passen ten hoogste 11.000 kg aan levende have. Dat betekent per gemiddelde werkdag ruim 2 volle vrachtwagens aanvoer van dieren. In de praktijk wisselt de aanvoer enigszins en er is lang niet altijd sprake van volle vrachtwagens. Hiermee is rekening gehouden bij voorliggende studie, zie voorgaande tabel. Veehouderijbebouwing en overige agrarische bebouwing In de veehouderijbebouwing is sprake van het huisvesten van maximaal de volgende dieraantallen : 117 guste- en dragende zeugen, 2 dekberen, 33 kraamzeugen, 300 gespeende biggen en 770 vleesvarkens. Voor veehouderijactiviteiten worden in de CROW publicatie geen waarden gepresenteerd. Derhalve wordt de verkeersgeneratie ten gevolge van de veehouderijbebouwing en overige agrarische bebouwing onderbouwd op basis van ‘expert judgement’. Aanvoer Gelten Maximaal 1 keer per maand worden gelten aangevoerd. De aanvoer vindt plaats met een vrachtwagen. Dit resulteert in 2 bewegingen per maand met vrachtverkeer. Op een dag dat kadavers worden geladen worden er geen gelten aangevoerd.

De vervoersbewegingen ten gevolge van de aanvoer van gelten worden derhalve geacht voldoende verdisconteerd te zijn met de vervoersbewegingen ten gevolge van het laden van kadavers. Afvoer vleesvarkens en zeugen Maximaal 3 keer per week worden, zolang er nog geen slachthuis is, varkens afgevoerd. De afvoer vindt plaats met een vrachtwagen. Dit resulteert in maximaal 2 bewegingen per dag met vrachtverkeer. Laden biggen Maximaal 2 keer per week worden biggen afgevoerd. De afvoer vindt plaats met een vrachtwagen. Dit resulteert in maximaal 2 bewegingen per dag met vrachtverkeer. Laden kadavers Maximaal 1 keer per week worden kadavers afgevoerd. De afvoer vindt plaats met een vrachtwagen. Dit resulteert in maximaal 2 bewegingen per dag met vrachtverkeer. Vullen silo’s veevoer Maximaal 2 keer per week wordt een bulkwagen veevoer aangevoerd. De aanvoer vindt plaats met een vrachtwagen. Dit resulteert in maximaal 2 bewegingen per dag met vrachtverkeer. Aanvoer van stro Maximaal 1 keer per week wordt stro aangevoerd. De aanvoer vindt plaats met een tractor. Dit resulteert in maximaal 2 bewegingen per dag met een tractor. Afvoer van stromest Maximaal 1 keer per week wordt stromest afgevoerd. De afvoer vindt plaats met een vrachtwagen. Dit resulteert in maximaal 2 bewegingen per dag met vrachtverkeer.

M141456.010.002.001.R3/EVO, Pagina 4 van 4

Shovel Het laden van stromest gebeurt met een shovel. Deze komt van buiten de inrichting. Dit resulteert in maximaal 2 bewegingen per dag met een shovel. Bezoek dierenarts/onderhoudswerkzaamheden Maximaal 3 keer per dag wordt de inrichting bezocht door een dierenarts, monteur etc. Dit resulteert in maximaal 6 bewegingen per dag met een personenauto of bestelbus. Conclusie: In de onderstaande tabel wordt de te verwachten verkeersgeneratie ten gevolge van het planvoornemen samengevat. Activiteit

Totaal aantal motorvoertuig-bewegingen per weekdag

Bezoekerscentrum -workshop-, trainings- en lesruimte;

82*

-informatiecentrum; - horeca (proeflokaal met keuken); - ruimte voor kookworkshops; - ondersteunende verkoop. Vleesatelier en slachterij - koelcellen;

244

- vleesbewerking; - slachterij. Veehouderijbebouwing en overige agrarische bebouwing - aanvoer gelten;

20

- laden vleesvarkens en zeugen; - laden biggen; - laden kadavers; - vullen silo’s veevoer; - aanvoer stro; - afvoer stromest; - shovel; - dierenarts/onderhoudswerkzaamheden. Totaal te verwachten verkeersgeneratie

346

* volgens ladderonderzoek 15.000 bezoekers/jaar. De genoemde bewegingen zijn worst-case, er wordt rekening gehouden met 1 bezoeker per auto.

Verkeersafwikkeling De onderhavige weg kan gekenmerkt worden als een streekweg in het buitengebied c.q. een veldweg. De etmaalintensiteit wordt grotendeels bepaald door het verkeer van en naar de onderhavige inrichting. Deze etmaal intensiteit valt ruim binnen de te verwachten verkeerscapaciteit van dit type weg. Het ligt bovendien niet in de verwachting dat de bewegingen allen in korte tijd van en naar de inrichting gaan, zoals dit wel kan bij vaste aanvangs- en eindtijden.

Bijlage 6 bijlagen

Stikstofdepositieonderzoek incl

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

69

Notitie beoordeling stikstof P202781

Aan

Holding Sus-Scrofa BV

Van Datum

26 mei 2023

Betreft

Stikstofdepositie onderzoek voertuigen incl. cumulatie met vergunde situatie

Aanleiding De Abdij Lilbosch is voornemens haar veehouderijactiviteiten, voor zover het betreft de veehouderijactiviteiten rondom het Limburgse kloostervarken (Livar-varken), uit te breiden en hieraan een totaalconcept rondom het Livar-varken te verbinden. Hiervoor wordt op het deel van het bouwvlak dat is gelegen aan de Zandweg een ‘Livar Experience Centre’ gerealiseerd. Ter plaatse van het Livar Experience Centre worden de varkenshouderijactiviteiten gecombineerd met een bezoekerscentrum, vleesatelier en een slachterij. Het planvoornemen brengt vervoersbewegingen met zich mee, welke mogelijk een effect kunnen hebben op de stikstofdepositie op natuurgebieden (Natura 2000). Daarnaast kan de realisatie van het voornemen (mobiele werktuigen die worden gebruikt bij de bouw) een mogelijk effect hebben op de stikstofdepositie. Voor deze ontwikkeling is daarom een voortoets ten aanzien van het aspect stikstof in het kader van de Wnb aan de orde. In onderhavig onderzoek worden stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden onderzocht. In het bestemmingsplan is geborgd dat de ontwikkeling geen toename in depositie mag veroorzaken op voor stikstofgevoelige Natura2000 gebieden. Aan deze voorwaarde wordt in deze notitie ook getoetst.

Voor het houden van varkens is op het deel van het bouwvlak gelegen aan de Zandweg op 4 augustus 2016 een vergunning in het kader van artikel 16/19d Natuurbeschermingswet 1998 verleend. Deze vergunning, welke is gebaseerd op een passende beoordeling, is onherroepelijk. Deze onherroepelijke vergunning wordt in dit bestemmingsplan 1 op 1 ingepast. Voor een compleet cumulatief beeld van effecten is de vergunning Natuurbeschermingswet 1998 in AERIUS ingevoerd, zijn de vervoersbewegingen en bouwwerkzaamheden in AERIUS ingevoerd en is een verschilberekening in AERIUS uitgevoerd. In deze notitie wordt hier verder op ingegaan.

1

Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. In deze wet worden drie eerdere wetten vervangen: de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet), de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wnb is (onderdeel van) het geldende toetsingskader voor plannen en projecten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is in het onderdeel gebiedsbescherming van de Wnb opgenomen. Als (een wijziging van) een activiteit of ontwikkeling negatieve gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden kan het in beginsel geen doorgang vinden. Om vast te stellen of sprake is van negatieve gevolgen moet onder andere vastgesteld worden of er sprake is van stikstofdepositie. Dit kan vastgesteld worden met een AERIUS-berekening. Indien er geen sprake is van stikstofdepositie mag een activiteit of ontwikkeling plaatsvinden. Voor initiatieven die ten opzichte van de uitgangssituatie op het referentiemoment geen significante toename in stikstofdepositie veroorzaken, zijn negatieve effecten ten aanzien van stikstof ook uit te sluiten. Indien er wel sprake is van stikstofdepositie moet het bevoegd gezag ingevolge artikel 2.8 van de Wnb eerst een passende beoordeling opstellen. Uit de passende beoordeling moet blijken dat de instandhoudingdoelstelling van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het initiatief.

Wanneer de instandhoudingsdoelstellingen niet aangetast worden, moet een natuurvergunning in het kader van de Wnb aangevraagd worden en mag het initiatief plaatsvinden. Als niet aangetoond wordt dat aan de instandhoudingdoelstellingen voldaan wordt, kan het initiatief geen doorgang vinden. Er zijn eerder wijzigingen geweest in het wettelijk kader, welke in het huidige moment weer teruggedraaid zijn. Hierbij zijn twee wijzigingen relevant: 

Per 1 juli 2015 werd het Programma Aanpak Stikstof (PAS) ingevoerd. Met dit programma werd op voorhand toestemming gegeven voor initiatieven die weinig stikstof uitstoten, omdat toekomstige maatregelen stikstofruimte zouden opleveren. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State geoordeeld dat het PAS in strijd is met het natuurbeschermingsrecht en niet meer als basis voor toestemmingsverlening in het kader van de Wnb gebruikt mag worden. Per 1 juli 2021 werd de Wet Stikstofreductie en Natuurherstel ingevoerd. Volgens de bouwvrijstelling die in deze wet opgenomen was, was het was niet nodig om tijdelijke stikstofuitstoot tijdens sloop-, bouw- en aanlegactiviteiten te onderzoeken. Op 2 november 2022 heeft de Raad van State geoordeeld dat de bouwvrijstelling in strijd is met het natuurbeschermingsrecht. Daarmee is de bouwvrijstelling komen te vervallen.

AERIUS Calculator is het rekeninstrument voor het bepalen van de emissie van stikstof uit een bron, de verspreiding door de lucht en de depositie op Natura 2000-gebieden. De calculator laat ook zien hoe groot de effecten op de stikstofgevoelige habitats zijn.

2

Beschrijving van het initiatief Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de Zandweg 10 (kadastraal bekend gemeente Echt, sectie AA, nummer 526). Het plangebied ligt in landelijke gebied omringd door agrarische gronden. Het plangebied wordt aan de noordoostzijde begrenst door de zandweg, aan de westzijde door agrarische percelen en in het zuiden door een bos.

Figuur 1. Ligging van het plangebied

Afstand tot Natura 2000 gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Abdij Lillbosch & vootmalig Klooster Mariahoop en ligt op circa 1,2 km van het plangebied. Natura 2000-gebied met voor stikstof relevante habitats ligt op een afstand van ca. 6,2 km van het plangebied (zie figuur 2). Dit is Natura 2000-gebied Roerdal.

3

Figuur 2. Nabijgelegen Natura 2000 gebieden

Huidige situatie In de huidige situatie zijn in het plangebied een woonhuis, een manege en kantine (incl. horecavergunning), een paardenstal, een stroberging en enkele kleinere opstallen aanwezig. De manage is inmiddels niet meer in gebruik. Het bestaande grondgebruik van de onbebouwde percelen is agrarisch in de vorm van grasland en akkerbouw. Op basis van de luchtfoto’s en Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG panden) zijn de oppervlaktes bepaald van de in de huidige situatie aanwezige gebouwen. Het woonhuis heeft een oppervlakte van 278 m2, de schuren hebben een gezamenlijk oppervlak van 1581 m2.

4

Figuur 3. Luchtfoto huidige situatie (bron: Slagboom en Peeters luchtfotografie, foto gemaakt op: 09-04-2021)

Planvoornemen Op de locatie van de voormalige manege en de omringende gronden aan de Zandweg 10 te Maria Hoop wordt een ‘Livar Experience Centre’ gerealiseerd. Ter plaatse van het Livar Experience Centre worden de varkenshouderijactiviteiten gecombineerd met een bezoekerscentrum, vleesatelier en een slachterij. De ontwikkeling bestaat uit de volgende drie hoofdonderdelen: •

• •

Het Livar Bezoekerscentrum met een training- en lesruimte, informatiecentrum, horeca (keuken met proeflokaal), ruimte voor kookworkshops, ondersteunende kleinschalige verkoop (zowel aan bedrijven als consumenten); Livar Boerderij waar het varken wordt opgefokt en een goed leven heeft; Livar Vleesatelier, waartoe de slachterij en vleesverwerking behoort en waar de bezoeker kan kennismaken met de diervriendelijke wijze van de laatste fases van het Livar-varken (o.a. is hier ook een workshopruimte).

De toedeling van de gebruiksmogelijkheden binnen het plangebied, voor zover het betreft het Livar Experience Centre aan de Zandweg 10, kan worden toegelicht aan de hand van de planologische verbeelding (een uitsnede hiervan is in onderstaande figuur opgenomen): 1. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden bezoekerscentrum (saw-bc)’ is onder voorwaarden een bezoekerscentrum toegestaan alsmede een vleesatelier. 2. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - veehouderijbebouwing (sbavee)’ is veehouderijbebouwing toegestaan. Een en ander uitsluitend ten behoeve van een varkenshouderij met vrije weidegang en vrije uitloop (als gevolg van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - varkenshouderij met vrije weidegang en vrije uitloop’ en bijbehorende planregels); 5

3. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - vleesatelier en bezoekerscentrum (saw-vbc)’ is onder voorwaarden een bezoekerscentrum, vleesatelier en slachterij toegestaan. Hierbij geldt voor de slachterij dat deze is toegestaan met een maximale verwerkingscapaciteit van 6000 ton levend gewicht aan dieren per jaar.

Figuur 4. Uitsnede planologische verbeelding

In het bestemmingsplan zijn de maximale vloeroppervlakten opgenomen die gebouwd mogen worden. Gezamenlijk is het maximum bruto vloeroppervlak 10.000 m2 voor de gebruiksfuncties bezoekerscentrum, vleesatelier en slachterij en ondersteunende functies ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - bezoekerscentrum' en 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - vleesatelier, bezoekerscentrum’. Daarnaast zijn grenzen gesteld aan het te ontwikkelen vloeroppervlak per onderdeel: -

Maximum 2.500 m2 bruto vloeroppervlak voor gebruiksfunctie bezoekerscentrum (inclusief ondersteunende functies) Maximum van 7.500 m2 bruto vloeroppervlak voor gebruiksfuncties vleesatelier en slachterij (inclusief ondersteunede functies) Ondersteunende functies (binnen de 10.000 m2): o Ondersteunende horeca maximum 500 m2 bruto vloeroppervlak 6

o

Ondersteunende groot- en detailhandel maximum bruto vloeroppervlak van 200 m2

Beperkingen in de oppervlakte en bouwhoogte zoals vastgesteld in het bestemmingsplan (maatvoering) zijn per onderdeel van de ontwikkeling weergegeven in onderstaande tabel. Het bouwvlak zoals opgenomen op de verbeelding heeft een oppervlakte van 66.837 m2. De bedrijfswoning, bestaande bedrijfsgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - bezoekerscentrum' alsmede de mantelzorgwoning zijn al gerealiseerd en zijn geen onderdeel van de ontwikkeling. Tabel 1. Overzicht van de beperkingen in maatvoeringen zoals opgenomen in het bestemmingsplan Functieaanduiding

specifieke vorm van agrarisch met waarden bezoekerscentrum (saw-bc) specifieke vorm van agrarisch met waarden - vleesatelier en bezoekerscentrum (saw-vbc) Veehouderijbebouwing Agrarische bebouwing Bedrijfswoning** Mantelzorgwoning** Bestaande bedrijfsgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden bezoekerscentrum' **

Maximum bruto vloeroppervlakte (m2) ***

10.000, waarvan: - bezoekerscentrum 2.500* - vleesatelier en slachterij 7.500*

-

Maatvoering **** Maximum Maximale oppervlakte bouwhoogte (m2) (m) 5.000 13,2

9.500 1.000 bestaand

13,2 13,2 10 9 13,2

Maximale inhoud(m3) -

1000 550 -

*inclusief ondersteunende functies waarbij ondersteunende horeca een maximum bruto vloeroppervlak van 500 m2 en ondersteunende groot- en detailhandel van 200 m2. De slachterijactiviteiten zijn hierbij uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (saw-vbc) toegestaan. **valt onder huidige gebruik en hoort niet bij de ontwikkeling. Voor bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning en de mantelzorgwoning geldt daarnaast dat er gelet op de afstand tot voor stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden géén sprake is van effecten. *** maximum bruto vloeroppervlakte voor gebruiksfuncties op basis van nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving als bedoeld in artikel 4.1.2 van de planregels van het bestemmingsplan. **** maximum maatvoeringen als bedoeld in artikel 4.2 van de planregels van het bestemmingsplan.

Het plan zal stapsgewijs plaatsvinden. De ontwikkeling kan worden ingedeeld in de volgende fases: •

• •

Een strostal wordt ingericht waar de guste en dragende zeugen worden gehuisvest. De bestaande stroberging zal in gebruik blijven als stroberging, waarbij tevens stalling van machines (bijv. tractor) en gereedschappen mogelijk wordt gemaakt. Er worden nieuwe stallen gebouwd voor het huisvesten van de kraamzeugen en jonge biggen Er worden nieuwe stallen gebouwd voor het huisvesten van de vleesvarkens (vanaf 11 weken leeftijd tot slachtleeftijd). 7

•

• •

Vanuit de bestaande bebouwing wordt gestart met een vleesatelier (zonder slachterijactiviteiten) en een bezoekerscentrum. De bestaande bebouwing wordt hiervoor gebruik gereed gemaakt. Het vleesatelier in de bestaande bebouwing zal, binnen de maximaal toegestane gebruiksvloeroppervlakte, op termijn als een nevengeschikt onderkomen gaan functioneren ten opzichte van een nieuw op te richten bezoekerscentrum, vleesatelier en slachterij in de hoek van het plangebied dat is gelegen nabij de Annendaalderweg Bouw nieuw bezoekerscentrum Toevoeging van de slachterij aan het vleesatelier

In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de combinatie van het bezoekerscentrum, vleesatelier en veehouderijbebouwing binnen 2 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan moeten worden gerealiseerd. Hiervan kan na verlening van een omgevingsvergunning van worden afgeweken.

Onderzoeksopzet Het doel van deze notitie is om aan te tonen of het initiatief negatieve gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. Om dit vast te stellen, moet eerst vastgesteld worden of er sprake is van stikstofdepositie door het initiatief. Dit kan worden vastgesteld met een AERIUS berekening. Op basis van een plan of project zijn ten aanzien van stikstof verschillende fasen te onderscheiden waarin stikstof wordt uitgestoten: 1. Bestaande gebruiksfase (effecten ten aanzien van het huidige gebruik); 2. Realisatiefase (tijdelijke effecten ten gevolge van sloop-, bouw-, en aanlegactiviteiten); 3. Beoogde gebruiksfase (effecten voor onbepaalde tijd na ingebruikname van de nieuwbouw). In onderstaande AERIUS berekening wordt allereerst de stikstofdepositie tijdens de realisatiefase en beoogde gebruiksfase bepaald. Wanneer er sprake is van stikstofdepositie, wordt vervolgens ook de depositie in de bestaande gebruiksfase bepaald. Is er nog steeds sprake van depositie, dan wordt onderzocht of middels extern salderen of een ecologische voortoets aangetoond kan worden dat de instandhoudingsdoelstellingen niet aangetast worden door het initiatief. Op basis van de resultaten van deze stappen wordt geconcludeerd of het initiatief in aanmerking komt voor toestemmingsverlening en eventueel voor een Wnb-vergunning. Fasering Het project kan worden in gedeeld in drie fases.

In fase een worden de huidige stallen omgebouwd en nieuwe stallen gebouwd. Ook wordt in de huidige bebouwing een vleesatelier en bezoekerscentrum gerealiseerd. Tijdens fase 1 zijn er nog geen varkens aanwezig op de planlocatie. Dit is een tijdelijke fase. In fase twee wordt het nieuwe bezoekerscentrum en slachterij/vleesatelier gebouwd. Dit is ook een tijdelijke fase. In fase drie is het totaal concept LIVAR gerealiseerd en vinden er geen bouwwerkzaamheden meer plaats. In deze fase zijn er alleen stikstofemissies vanuit het beoogd gebruik. Deze fase is dan ook het beoogd gebruik van het plan.

8

Eerst wordt de stikstofdepositie voor het gehele project (fase 1, 2 en 3) bepaald. Alleen wanneer er sprake is van depositie, wordt er onderzocht of dat per fase ook het geval is. Per fase moet dan zowel rekening gehouden met wat er in die periode gerealiseerd is en wat al in gebruik.

Tabel 2. Overzicht van de fasering van de ontwikkeling en bijbehorende stikstofemissies per fase Fase 1

2

3

Strostal wordt ingericht voor guste en dragende zeugen Bouw nieuwe stallen voor kraamzeugen en jonge biggen en vleesvarkens Vleesatelier en bezoekerscentrum in bestaande bebouwing (zonder slachterijactiviteiten) Bouw nieuw bezoekerscentrum

Realisatie Herinrichting stal

Stikstofemissies Gebruik -

Bouw nieuwe stallen

Gebruik gereed maken bestaande bebouwing

-

Toevoeging slachterij

Bouw nieuw bezoekerscentrum Bouw slachterij

Volledig in gebruik name

-

Houden van guste en dragende zeugen, kraamzeugen en vleesvarkens; verkeersbewegingen voor bedrijfsvoering (inclusief vervoer naar slachterij); verkeersbewegingen vleesatelier bezoekerscentrum fase 1 Houden van guste en dragende zeugen, kraamzeugen en vleesvarkens; verkeersbewegingen voor bedrijfsvoering; verkeersbewegingen vleesatelier bezoekerscentrum

9

Uitgangspunten AERIUS berekening Stikstofemissies realisatie Sloopfase In de huidige situatie is er een bedrijfswoning en 3 schuren aanwezig. Deze worden in het planvoornemen niet gesloopt. De overige gronden van het plangebied zijn in de huidige situatie in agrarisch gebruik. Op deze agrarische gronden bevinden zich verder geen bouwwerken. Van sloop is in de ontwikkeling daarom geen sprake. Bouwfase Er zijn nog geen concrete bouwplannen uitgewerkt. Om een inschatting te maken van de stikstofemissies die gepaard gaan met de bouw nodig voor de ontwikkeling, is er gebruik gemaakt van kengetallen. Omdat deze notitie is opgesteld voor het bestemmingsplan van het voornemen is uitgegaan van een worst-case scenario, waarbij maximaal gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden zoals opgenomen in het bestemminsplan. Voor de ontwikkeling worden verschillende onderdelen gerealiseerd: -

Herinrichting stal Bouw nieuwe stallen Gebruik gereed maken van bestaande bebouwing voor vleesatelier en bezoekerscentrum Bouw nieuw bezoekerscentrum Bouw slachterij

Voor de inschatting van stikstofemissies in de realisatiefase wordt gebruik gemaakt van kengetallen afgeleid van woningbouw-kengetallen. Realisatiefase op basis van kengetallen In de voorgenomen ontwikkeling worden varkensstallen gerealiseerd, die voor een groot deel uit prefab-elementen bestaan. In de bouwfase brengt de realisatie stikstofemissies met zich mee ten aanzien van de inzet van mobiele werktuigen en verkeersbewegingen van het bouwverkeer. De emissies tijdens de bouwfase is sterk afhankelijk van de mate van inzet van werktuigen (draaiuren, duur bouwfase) en typologie van de werktuigen (bouwjaar, evt. elektrisch). De emissies tijdens zo’n bouwfase lopen sterk uiteen. Hetzelfde geldt voor de bouw van een bezoekerscentrum en slachterij. Met betrekking tot woningbouw is er door het Rijk een handreiking opgesteld waarbij er wordt aangenomen dat de bouwfase van één woning een gemiddelde emissie van 3 kg NOx/jaar genereert. Op basis van een gemiddelde omvang van ca. 600 m3 per woning zou dat neer komen op ca. 0,005 kg NOx/m3. Woningbouw is complexer van aard dan de bouw van stallen, waar vaak met prefab elementen wordt gewerkt en waar er een groot deel van het bouwvolume loze ruimte is (stal: weinig bebouwd oppervlak per m3 in vergelijking tot een woning).

Er wordt verondersteld dat de emissie voor de bouw van stallen, bezoekerscentrum en slachterij een fractie is van de emissie voor de bouw van woningen, maar voor de herleidbaarheid wordt het kengetal voor woningbouw aangehouden wat neerkomt op 0,005 kg NOx/m3/jaar.

10

In fase 1 worden de bestaande gebouwen heringericht en nieuwe stallen gebouwd. In de huidige situatie zijn er al een aantal schuren aanwezig, deze hebben een gezamenlijk oppervlak van 1581 m2. Deze schuren zullen gedeeltelijk heringericht worden. In het bestemmingsplan is vastgesteld dat de maximum oppervlakte van veehouderijgebouwen maximaal 9.500 m2 mag zijn (tabel 1). Daarnaast mag er 1000 m2 aan overige agrarische bebouwing aanwezig zijn. De maximale bouwhoogte is 13,2 meter. In deze berekening is voor de inschatting van de stikstofemissies in de bouwsituatie uitgegaan, dat de mogelijkheden binnen het bestemmingsplan volledig worden benut en dat alles nieuw wordt gebouwd. In fase 2 worden het nieuwe bezoekerscentrum en de slachterij/vleesatelier gerealiseerd. Volgens de maatvoering in het bestemmingsplan mag voor de bouw van het bezoekerscentrum en vleesatelier maximaal 5.000 m2 worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 13,2 meter. Voor de berekening is uitgegaan van het volledig benutten van deze mogelijkheden. Uitgaande van de bouwregels die gelden voor de ontwikkeling resulteert dit in de geschatte emissies voor de bouwfase in onderstaande tabel. De stikstofemissie is in AERIUS ingevoerd als een vlakbron met de begrenzing van het bouwvlak. Tabel 3. Uitgangspunten en berekening voor de stikstofemissies voor de bouw Fase 1 1

Herinrichting stal Bouw nieuwe stallen

1

Gebruik gereed maken bestaande bebouwing voor vleesatelier en bezoekerscentrum Bouw nieuw bezoekerscentrum Bouw slachterij Volledig in gebruik name

2 2 3 Totaal

oppervlak (m2) 9.500 + 1000

bouwhoogte (m) 13,2

Inhoud (m3) 138.600

Stikstofemissie (kg NOx/jaar) 693

5.000

13,2

66.000

330

-

-

-

1023

Verkeersbewegingen bouwverkeer Naast gebruik van mobiele werktuigen genereert de bouwfase ook bouwverkeer. Op basis van het bouwvolume is er per fase een inschatting gemaakt van het aantal vervoersbewegingen. De vervoersbewegingen zijn voor de aan- en afvoer van bouwmaterialen, mobiele werktuigen en verkeersbewegingen van het personeel. Deze is weergegeven in onderstaande tabel 4. De emissies van het bouwverkeer worden doorgerekend totdat het verkeer wordt opgenomen in het heersend verkeersbeeld. Vanaf het plangebied kan het verkeer in twee richtingen rijden, de noordwestelijke richting en richting het oosten. Er zijn dus twee mogelijke routes: 1. Noordwestelijke richting: het verkeer gaat op in het heersende verkeersbeeld bij de provinciale weg N572. De N572 is te bereiken via de zandweg en de Dominicusweg. 2. Oostelijke richting: bij deze route volgt het verkeer vanaf het plangebied de zandweg is zuidoostelijke richting naar de Annedaalderweg. De Annedaalderweg is de doorgaande weg die de N572 en N274 met elkaar verbindt. Bij de Annedaalderweg gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. 11

Er zijn twee berekeningen uitgevoerd; voor elke route een. Het volledige aantal verkeerbewegingen volgt elke route. Zo wordt het er een worst-case scenario gemaakt van de verkeersbewegingen van het bouwverkeer. Tabel 4. Uitgangspunten voor stikstofemissies uit bouwverkeer Fase

1 1 1

2 2 3

Inhoud (m3) Herinrichting stal Bouw nieuwe stallen Gebruik gereed maken bestaande bebouwing voor vleesatelier en bezoekerscentrum Bouw nieuw bezoekerscentrum Bouw slachterij Volledig in gebruik name

Totaal

138.600

Aantal verkeersbewegingen per jaar Zware Middelzware lichte 280 560 840

Stikstofemissie (kg /jaar) Route NW Route O 3,9 NOx 0,8 NOx 0,1 NH3 0,031 NH3

66.000

140

280

420

1,9 NOx 0,072 NH3

0,4 NOx 0,015 NH3

-

-

-

-

-

-

5,8 NOx 0,2 NH3

1,2 NOx 0,046 NH3

Beoogde gebruiksfase totaal Stikstofemissies in de gebruiksfase bestaan uit de verkeersbewegingen vanuit het bezoekerscentrum, vleesatelier en slachterij en veehouderij bebouwing en overige agrarische bebouwing. Daarnaast vinden stikstofemissies plaats door het houden van varkens. Als onderdeel van de ontwikkeling wordt er een nieuwe bezoekerscentrum en vleesatelier gebouwd. Hierbij is er voor de berekening van uitgegaan dat deze gebouwen gasloos worden gerealiseerd. De rijksoverheid wil dat er in 2050 geen CO2 (Energieakkoord). Daarom moeten sinds 2018 alle nieuwbouwwoningen gasloos zijn en moeten ook bedrijfsgebouwen en kantoren hun aardgasverbruik verminderen1 en in 2050 helemaal geen aardgas meer verbruiken. Het is daarom gangbaar dat nieuwe bedrijfspanden ook gasloos zijn. Veehouderij Voor het houden van varkens is in 2016 een vergunning verleend (zie ook paragraaf hierboven). In fase 1 zijn er nog geen varkens aanwezig. In fase 2 en 3 worden op de planlocatie wel varkens gehouden. Voor de berekening is aangenomen dat gebruik wordt gemaakt van de totaal aantallen dieren die in de vergunning staan. Zij hebben een totale stikstofemissie van 3293,3 kg NH3 per jaar.

De depositie ten gevolge van deze emissie wordt in deze notitie verder niet beoordeeld, omdat er voor deze emissie al een onherroepelijke Natuurbeschermingswetvergunning is welke passend is beoordeeld en met dit bestemmingsplan 1 op 1 wordt ingepast. Voor een cumulatieve beoordeling zijn wel een verschillenberekeningen gemaakt met AERIUS waarvoor wordt verwezen naar de paragraaf resultaten.

1

In 2023 moet elk kantoor groter dan 100 m2 minimaal energielabel C (Bouwbesluit, 2012)

12

Varkens worden nog niet in fase 1 gehouden, omdat in deze fasen de stallen worden gebouwd en heringericht. In fase 2 en 3 worden wel varkens gehouden. Verkeersbewegingen Voor de verkeersbewegingen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

Het aantal voertuigen is gebaseerd op de het Onderzoek verkeersgeneratie (P20781.005). Voor het bepalen van het aandeel van vrachtverkeer, lichtverkeer en bussen is paragraaf 3.4.1 van het “Akoestisch onderzoek industrielawaai” (M141456.013.001.R1) als uitgangspunt genomen. Dit resulteert in de aantallen voertuigen per dag in onderstaande tabel. In fase 1 wordt er enkel gebouwd en zijn er alleen verkeersbewegingen van bouwverkeer (zie bouwfase). Omdat er in fase 2 nog geen slachterij aanwezig is op het terrein, zullen de varkens vervoerd moeten worden naar een slachterij. De verkeersbewegingen voor het vervoer van varkens naar de slachterij zijn niet meer nodig in fase 3, wanneer er een slachterij aanwezig is op het LIVAR terrein.

Tabel 5. Overzicht van de uitgangspunten van de verkeersbewegingen gebruiksfase (aantallen per dag) voor fase 2 (boven) en fase 3 (onder) Fase 2

Zwaar vrachtverkeer Bussen Lichtverkeer

Bezoekerscentrum Vrachtwagens Tractor shovel Bus Bestelauto’s Personenauto’s

Fase 3

Zwaar vrachtverkeer Bussen Lichtverkeer

•

•

Vrachtwagens Tractor shovel Bus Bestelauto’s Personenauto’s

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=e9349fb8-e4b6-4bf6-8700-495ec0f579bf