CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij regels.

Commissie Omgeving 13 mei 2024, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg8.760 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan - Bijlagen bij regels -

Swaantjes- en Zandweg Gemeente Echt-Susteren

BESTEMMINGSPLAN - Bijlagen bij regels -

Swaantjes- en Zandweg Gemeente Echt-Susteren

IDN-nummer:

NL.IMRO.1711.BP20220087-VG01

Status:

vastgesteld

Datum:

Maart 2024

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Bijlagen bij regels

5

Bijlage 1

Natuurbeschermingswetvergunning Zandweg 10 Maria Hoop

6

Bijlage 2

Ecologisch werkprotocol soorten Wnb Zandweg 10 Maria Hoop

40

Bijlage 3

Landschapsinpassingsplan inclusief uitlichting maatregelen

54

Bijlage 4

Beeldkwaliteits- en landschapsinpassingsplan inclusief bijlagen

58

Bijlage 5

Staat van bedrijfsactiviteiten

105

Bijlage 6

Landschapstypen en kenmerken

111

Bijlage 7

Cultuurhistorische waardenkaart (blad 1)

120

Bijlage 8

Cultuurhistorisch ensemble Berkelaar

122

Bijlage 9

Lijst aan huis gebonden bedrijven

126

Bijlage 10 Echt

Landschappelijke inpassing en Kwaliteitsbijdrage Swaantjesweg 16,

Bijlage 11

Sloop bebouwing Swaantjesweg 16

178

Bijlage 12

Nevenactiviteiten / functieveranderingen

180

Bijlage 13

Parkeerkencijfers

184

128

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

3

4

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

Bijlagen bij regels

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

5

Bijlage 1 Natuurbeschermingswetvergunning Zandweg 10 Maria Hoop

6

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

Bijlage 2 Ecologisch werkprotocol soorten Wnb Zandweg 10 Maria Hoop

40

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

Ecologisch werkprotocol Zandweg 10 te Maria Hoop Rapportnummer P2022-0224

www.starobv.nl

Ecologisch werkprotocol

Zandweg 10 te Maria Hoop Augustus 2022

Rapportnummer:

P2022-0224

Opdrachtgever:

Pouderoyen Tonnaer

Uitgevoerd door:

Staro Natuur en Buitengebied Lodderdijk 38a 5421 XB Gemert tel. 0492-450161 fax. 0492-450162 www.starobv.nl

Auteur: Kwaliteitscontrole:

Inhoud

1

Inleiding ............................................................................................................................................3 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................3 1.2 Leeswijzer .................................................................................................................................3

2

Plangebied .......................................................................................................................................4 2.1 Ligging en beschrijving plangebied ..........................................................................................4 2.2 Voorgenomen plannen .............................................................................................................6

3

Te verwachten soorten ...................................................................................................................8

4

Werkzaamheden en planning ...................................................................................................... 10 4.1 Maatregelen in het kader van Algemene Zorgplicht .............................................................. 10 4.2 Mitigerende maatregelen ....................................................................................................... 10 4.2.1 Aanleggen van de perceel ontsluitingswegen ................................................................... 10 4.2.2 (Graaf)werkzaamheden op het akkerland en grasland ..................................................... 11 4.2.3 Kunstmatig lichtgebruik in plangebied tijdens werkzaamheden ........................................ 11 4.3 Planning ................................................................................................................................. 11 4.4 Rolverdeling ........................................................................................................................... 11

Literatuur .............................................................................................................................................. 12

1

Inleiding 1.1

Aanleiding Aan de Zandweg 10 te Maria Hoop is de initiatiefnemer voornemens een ‘Experience Centre’ te realiseren voor het Limburgse kloostervarken. Op deze locatie worden een bezoekerscentrum, vleesatelier, slachterij en kleinschalige varkenshouderij gebouwd. In verband met deze voorgenomen ontwikkeling en bestemmingsplanwijziging is een Quickscan flora en fauna uitgevoerd (Staro Natuur en Buitengebied, 2022). Uit de quickscan is gebleken dat mogelijk overtredingen op de Wet natuurbescherming optreden door negatieve effecten ten gevolge van uitvoering van voorgenomen werkzaamheden en plannen op beschermde soorten. Door de maatregelen uit dit ecologisch werkprotocol te volgen worden overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming voorkomen.

1.2

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van het plangebied en de voorgenomen plannen. In hoofdstuk 3 wordt toegelicht welke beschermde soorten flora en fauna in het gebied kunnen voorkomen en in welke periode deze soorten kwetsbaar zijn. In hoofdstuk 4 staat de planning en een beschrijving van de te nemen maatregelen om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen.

Ecologisch werkprotocol, Zandweg 10 te Maria Hoop, augustus 2022

3

2

Plangebied 2.1

Ligging en beschrijving plangebied Het plangebied ligt aan de Zandweg 10 in Maria Hoop, ten oosten van de bebouwde kom van Echt. Het plangebied bestaat uit drie akkers en één agrarisch grasland. Ook zijn op deze locatie stallen, een rijbak en een woonhuis aanwezig. Het plangebied wordt in het zuiden en oosten begrensd door bos en in het noorden en westen door de Zandweg en Heuvel. De akkers zijn afgezet met hekwerk. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in figuur 1. De globale begrenzing van het onderzoeksgebieden zijn weergegeven in figuur 2. Foto 17 geeft een impressie van het plangebied.

Figuur 1. Ligging plangebied aan de Zandweg 10 te Maria Hoop (geel omlijnd) (bron: PDOK Viewer)

Figuur 2. Globale begrenzing plangebied (geel omlijnd) (bron: PDOK Viewer)

Ecologisch werkprotocol, Zandweg 10 te Maria Hoop, augustus 2022

4

Foto 1. Het gras op de akker in het oosten

Foto 2. Recent gemaaid grasland in het midden van het plangebied

Foto 3. De akker met graan in het noordwesten van het plangebied

Foto 4. De akker met graan in het noordwesten van het plangebied

Foto 5. De akker met graan in het noordwesten van het plangebied

Foto 6. De omgeploegde akker in het zuidwesten van het plangebied

Foto 7. De omgeploegde akker in het zuidwesten

Ecologisch werkprotocol, Zandweg 10 te Maria Hoop, augustus 2022

5

2.2

Voorgenomen plannen De initiatiefnemer is voornemens een ‘Experience Centre’ te ontwikkelen aan de Zandweg 10 te Maria Hoop, zoals is weergegeven in figuur 3a en b. Het Experience Centre zal in de toekomst gaan samenwerken met de varkenshouderij. Op deze locatie worden een zeugenstal, kraamstal, vleesvarkensstal,bezoekerscentrum, vleesatelier en slachterij gebouwd. Ondersteunende programmapunten zoals akkerbouw (producten t.b.v. varkens) en andere dieren kunnen ook een plek krijgen. Aan het woonhuis en de reeds aanwezige stallen vinden geen werkzaamheden plaats.

Figuur 3a en b. Schetsen van mogelijke inrichting gebouwen in het plangebied (bron: Coonen architecten)

Op diverse locaties binnen het plangebied worden perceel ontsluitingswegen aangelegd (figuur 4). De perceel ontsluitingswegen zijn tijdens de realisatie van het ‘Experience Centre’ functioneel als toegangsweg voor werkverkeer, maar ook tijdens de gebruiksfase als vaste inrit. Volgens de opgestelde voorwaardelijke verplichtingen van de landschapsinpassing stelt elke pijl maximaal één perceelontsluiting voor met een toegestane maximale breedte van 10 meter (Pouderoyen compagnons, 2019b). Indien de perceelontsluiting een inrit betreft voor werkverkeer tijdens de realisatiefase, mag er van deze verplichting afgeweken worden.

Ecologisch werkprotocol, Zandweg 10 te Maria Hoop, augustus 2022

6

Figuur 4. Locatie van de aan te leggen perceel ontsluitingswegen binnen het plangebied. Elke pijl geeft de locatie weer van een perceelontsluiting (Bron: Pouderoyen compagnons, 2019a)

Ecologisch werkprotocol, Zandweg 10 te Maria Hoop, augustus 2022

7

3

Te verwachten soorten De voorgenomen plannen ten behoeve van de realisatie van het ‘Experience Centre’ bestaan onder andere uit graafwerkzaamheden, het aanleggen van inritten en bouwwerkzaamheden. Deze werkzaamheden kunnen invloed hebben op voorkomende beschermde soorten. In tabel 1 zijn de beschermde soorten weergegeven die worden verwacht in het plangebied met de bijhorende kwetsbare perioden. Deze soorten zijn tijdens de bouwwerkzaamheden, bij graafwerkzaamheden, het verwijderen van vegetatie of materialen op de grond en bij het aanleggen van inritten het meest kwetsbaar in de oranje gekleurde periodes in onderstaande tabel.

 Algemene en niet-kritische amfibieën kunnen tijdens de werkzaamheden verschuilen

 

 

tussen de vegetatie of materialen op de grond. Wanneer er graafwerkzaamheden plaatsvinden of vegetatie in de bermen en akkerranden wordt verwijderd, kunnen deze soorten worden verwond of gedood. Dit geldt tevens voor levendbarende hagedis die op minder dan 100 meter afstand van het plangebied is waargenomen. De soort kan in de greppels of tussen vegetatierijke stroken in het plangebied voorkomen. Algemeen broedende vogels kunnen in het plangebied nestgelegenheid vinden in de akkers, akkerranden, greppels en bebouwingen. Als gevolg van werkzaamheden in de akkers, graslanden en greppels kunnen grond broedende vogels worden verstoord en nesten worden vernield. Tijdens de werkzaamheden en na realisatie van de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied zijn mogelijk negatieve effecten op vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen aanwezig door lichtverstoring. Bij het verwijderen van de vegetatie in de bermen, greppels en akkerranden en bij graafwerkzaamheden op deze locaties kunnen algemene muizensoorten en egels, worden verwond en gedood en verblijfplaatsen worden vernietigd.

Tabel 1. Kwetsbare periodes voor mogelijk voorkomende beschermde soorten binnen het plangebied op het land Groen= niet kwetsbare periode, werkzaamheden mogen worden uitgevoerd; Oranje= meest kwetsbare periode, geen werkzaamheden uitvoeren; Blauw= kwetsbare periode, werkzaamheden alleen mogelijk na ecologische controle; licht geel= kwetsbare periode; altijd mitigerende maatregelen nemen.

Soort(groep)

J

F

M

A

M

J

J

A

S

O

N

D

Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Algemene vogels Vleermuizen Algemene spits- woel en ware muizensoorten Egel

Amfibieën, levendbarende hagedis, algemene muizensoorten en egel kunnen voorkomen langs akkerranden en in de greppels van het plangebied. Voor bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, algemene muizensoorten en egel geldt bij ruimtelijke ingrepen in provincie Limburg een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Wel geldt altijd de Algemene zorgplicht, zie §1.4. Werkzaamheden dienen Ecologisch werkprotocol, Zandweg 10 te Maria Hoop, augustus 2022

8

buiten de kwetsbare periode uitgevoerd te worden om het verwonden of doden van individuen te voorkomen. Uit de tabel blijkt dat de werkzaamheden langs akkerranden en in de greppels waar deze soorten voor kunnen komen, kunnen worden uitgevoerd tussen 15 mei tot 1 oktober (RAVON, 2022; Zoogdierenvereniging 2022). Voor levendbarende hagedis geldt deze vrijstelling niet en dienen mitigerende maatregelen genomen te worden om een negatief effect op de soort en daarmee overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Uit de tabel blijkt dat de werkzaamheden langs akkerranden en in de greppels waar deze soort voor kan komen, kunnen worden uitgevoerd tussen 15 april tot 1 oktober (BIJ12, 2017). Rekening houdend met het voorkomen van de vrijgestelde soorten, wordt deze periode verkort naar 15 mei tot 1 oktober. De werkzaamheden worden tijdens de actieve periode van de dieren uitgevoerd, waardoor ze goed in staat zijn te vluchten. Werkzaamheden op de akkers, greppels of akkerranden waar grond broedende vogels kunnen nestelen, kunnen uitgevoerd worden tussen 1 augustus tot 15 maart. Vogels kunnen echter nog een tweede legsel leggen tussen augustus tot half september of van februari tot half maart (zie blauw gekleurde periode in tabel 1). Indien binnen deze periode wordt gewerkt, dient voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden een broedvogelcheck uitgevoerd te worden.

Voor vleermuizen kan verstoring optreden in de vorm van kunstmatige verlichting tijdens de werkzaamheden gedurende het gehele jaar. Door het nemen van mitigerende maatregelen wordt verstoring op foeragerende vleermuizen voorkomen. In hoofdstuk 4 worden de werkzaamheden, maatregelen en planning verder toegelicht.

Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Dit betekent dat voorafgaand aan handelingen inzichtelijk moet zijn welke natuurwaarden aanwezig zijn, de kwetsbaarheid hiervan en de mogelijke gevolgen die de handeling hiervoor kan hebben. Bij de uitvoering van de handelingen dienen negatieve gevolgen zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel beperkt of ongedaan te worden gemaakt. De zorgplicht is altijd van toepassing, ongeacht vrijstelling of ontheffing.

Ecologisch werkprotocol, Zandweg 10 te Maria Hoop, augustus 2022

9

4

Werkzaamheden en planning 4.1

Maatregelen in het kader van Algemene Zorgplicht

 Werkzaamheden vinden altijd plaats met zorg voor de aanwezige flora en fauna.    

4.2

Bij twijfel over zorgvuldig handelen en bij onvoorziene omstandigheden wordt altijd direct de ecoloog gewaarschuwd. In algemene zin geldt dat werkzaamheden altijd in één richting uitgevoerd worden, waarbij dieren kunnen vluchten naar een locatie buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden wanneer dit nodig is. Dit ecologisch werkprotocol wordt nageleefd door de opdrachtgever en aannemer, en het document is tijdens de werkzaamheden op het werk voorhanden. Individuen die gedurende de werkzaamheden worden aangetroffen, worden naar een geschikte plek buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden verplaatst. Werkzaamheden worden uitgevoerd onder begeleiding van een ter zake deskundig ecoloog.

Mitigerende maatregelen 4.2.1 Aanleggen van de perceel ontsluitingswegen  Toegestane periode van 15 mei tot 1 oktober.  Bij werkzaamheden tussen februari en half september dienen de werklocaties broedvogelvrij verklaard te worden. Check hierbij ook het gebied binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden.  Ten alle tijden dienen de werkzaamheden in één richting uitgevoerd te worden, waarbij dieren kunnen vluchten naar een locatie buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden.  Voor aanvang van de werkzaamheden dient elke locatie waar een perceelontsluiting wordt aangelegd ongeschikt gemaakt te worden voor levendbarende hagedis. Dit dient als volgt gedaan te worden: De locaties waar de perceelontsluiting wordt aangelegd dienen kort gemaaid te worden (tot 5 centimeter hoogte). Het maaien dient op lage snelheid en in één richting uitgevoerd te worden, zodat aanwezige individuen kunnen vluchten. Tijdens en na het maaien dient een ecologisch deskundige aanwezige materialen waar individuen onder kunnen verschuilen zoals takken en stenen te verwijderen. Op dezelfde dag dat de (graaf)werkzaamheden starten voor de aanleg van de perceelontsluiting, dient van tevoren het gebied vrijgesteld verklaard te worden door een ecoloog. Dit wordt gedaan door de locatie 5 keer af te lopen in eenzelfde richting, waarbij geluid en beweging mogelijk aanwezige individuen verjagen van het werkterrein.

Als de werkzaamheden daarna starten, zullen de individuen verjaagd zijn en vanwege geluid en trilling niet terug keren.

Ecologisch werkprotocol, Zandweg 10 te Maria Hoop, augustus 2022

10

4.2.2 Graafwerkzaamheden op het akkerland en grasland  Toegestane periode van 1 augustus tot 15 maart  Indien de werkzaamheden tussen februari tot half maart, of van augustus tot half september worden uitgevoerd, dient voorafgaand aan de werkzaamheden op het akkerland en grasland door een ecoloog gecontroleerd te worden op aanwezigheid van nestlocaties van grond broedende vogels. Indien er geen nesten aanwezig zijn, kunnen de werkzaamheden uitgevoerd worden. Tussen oktober tot en met januari is geen broedvogelcheck nodig, gezien algemene vogels gedurende deze maanden niet zullen broeden. 4.2.3 Kunstmatig lichtgebruik in plangebied tijdens werkzaamheden  Met het oog op foeragerende vleermuizen in het plangebied dienen ten alle tijden de volgende maatregelen genomen te worden: o De boomkronen en bosranden onverlicht laten; lichtarmaturen blijven onder de boomkronen, o Toepassing van armaturen met zo min mogelijk verstrooiing naar de omgeving, o Toepassing van vleermuisvriendelijke (amberkleurig) verlichting.

4.3

Planning Voorafgaand aan de werkzaamheden dienen de locaties vrijgesteld te worden van aanwezige soorten. Tussen 15 mei tot 1 oktober kunnen de perceel ontsluitingswegen aangelegd worden met de benodigde voorbereiding en mitigerende maatregelen. Werkzaamheden op het akkerland en grasland kunnen in de periode van 1 augustus tot 15 maart uitgevoerd worden. Indien de werkzaamheden op het akkerland en grasland tussen februari tot half maart, of van augustus tot half september worden uitgevoerd, dient voorafgaand een broedvogelcheck uitgevoerd te worden door een ecologisch deskundige. Gedurende het hele jaar dienen tijdens de werkzaamheden de algemene zorgplichtregels in acht genomen te worden en mitigerende maatregelen ter voorkoming van lichtverstoring voor vleermuizen worden nageleefd.

4.4

Rolverdeling Rol

Persoon

Telefoonnummer

Opdrachtgever

Pouderoyen Tonnaer

0243224579

Begeleidend ecoloog

Staro Natuur en Buitengebied

Ecoloog

Nader te bepalen

Nader te bepalen

(vrijstellen van aanwezigheid levendbarende hagedis en grond broedende vogels)

Ecologisch werkprotocol, Zandweg 10 te Maria Hoop, augustus 2022

11

Literatuur  BIJ12, 2017. Kennisdocument Levendbarende hagedis Zootoca vivipara, Versie 1.0, juli 2017.  Pouderoyen compagnons, 2019a. Bestemmingsplan Bijlagen bij regels. Abdij Lilbosch/ LIVAR   

Experience Centre, gemeente Echt-Susteren. Projectnummer NL. IMRO.1711BP20180094VG01. Pouderoyen compagnons, 2019b. Bestemmingsplan Regels. Abdij Lilbosch/ LIVAR- Experience Centre, gemeente Echt-Susteren. Projectnummer NL. IMRO.1711BP20180094-VG01. RAVON, 2022. Soorten: Soorten (ravon.nl). Staro Natuur en Buitengebied, 2022. Quickscan flora en fauna Zandweg 10 te Maria Hoop. Rapportnummer 20220224. Zoogdiervereniging, 2022. Zoogdiersoorten: zoogdiersoorten | De Zoogdiervereniging.

Ecologisch werkprotocol, Zandweg 10 te Maria Hoop, augustus 2022

12

Bijlage 3 Landschapsinpassingsplan inclusief uitlichting maatregelen

54

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

BIJLAGE BIJ DE REGELS

Indicatie perceelsontsluitingen

Bijlage 4 Beeldkwaliteits- en landschapsinpassingsplan inclusief bijlagen

58

bestemmingsplan Swaantjes- en Zandweg

BEELDKWALITEITSPLAN LIVAR EXPERIENCE CENTRE MARIA-HOOP

22 mei 2018

2

Hoofdstuk: INHOUDSOPGAVE

VOORWOORD | INLEIDING

4

AMBITIE EN UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP

5

PROVINCIAAL BELEID

6

UITGANGSPUNTEN

12

HET LANDSCHAP

14

HET HUIDIGE LANDSCHAP

16

UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP

18

LANDSCHAPSPLAN

27

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING RANDEN

31

ARCHITECTUUR

34

PROGRAMMA VAN RUIMTEN

35

PROGRAMMA VAN WENSEN

38

BEBOUWING

39

REFERENTIES

44

COLOFON

46

Hoofdstuk: INHOUDSOPGAVE

INHOUDSOPGAVE

3

VOORWOORD | INLEIDING Livar is voornemens om op de Zandweg in Maria hoop een ‘Livar Experience Centre ’ te vestigen, waarbij bezoekers op één locatie kennis kunnen maken met alle aspecten van het Limburgs Kloostervarken. De locatie aan de Zandweg 10 bevindt zich in de nabijheid van Abdij Lilbosch, waar de oorsprong van het Limburgs Kloostervarken is gelegen. Het Livar Experience Centre aan de Zandweg betreft een uitbreiding van het boerderijgedeelte van de abdij. De locatie zal worden gebruikt om consumenten, scholieren en mensen werkzaam in de agrarische- en voedingssector kennis te laten maken met alle aspecten van de bedrijfsvoering te midden van de landschappelijke kwaliteiten die de streek te bieden heeft. Op locatie zal te zien zijn hoe ‘Livar varkens’ worden gefokt en grootgebracht. Ook zal hier worden getoond hoe de varkens uiteindelijk worden verwerkt tot een (h)eerlijk stukje vers vlees, exclusieve vleesproducten en vleeswaren. De nadruk zal hierbij liggen op de kennismaking van geïnteresseerden in de productie van streekgebonden, lekker, puur en eerlijk eten volgens de ‘Slow food’ gedachte. Zij richt zich op het behoud van de traditionele keuken en een voedselproductie waarin rekening gehouden wordt met het welzijn van het milieu, de planten, dieren en gezondheid van de mens.

Er zal uitleg worden gegeven over de authentieke productiemethoden en aan bezoekers wordt de smaakbeleving meegegeven, die mede wordt gevoed door de

landschappelijke context waarin het streekproduct wordt ervaren. Het planvoornemen is een sprekend voorbeeld dat past in het beleid van Echt-Susteren om een Cittaslow-gemeente te zijn. Het Livar Experience Centre zal op een educatieve en recreatieve manier bijdragen aan de bewustwording van consument op het gebied van voedselproductie en consumptie. Dit zal met alle zintuigen worden ervaren. GEFASEERDE ONTWIKKELING Het concept van het Livar Experience Centre is een heel innovatief concept dat nog niet eerder is ontwikkeld. Het opzetten van een Livar Experience Centre is dus pionieren. Pionieren vereist veel tijd, inspiratie en ook financiële middelen om de investering te realiseren. Daarom is gekozen voor een opzet waarbij het concept de mogelijkheid krijgt om in de tijd te groeien zodat voortdurend nieuwe belevingselementen toegevoegd kunnen worden om zodoende de belevingswereld blijvend innovatief te laten zijn. Eén van de cruciale vereisten om het concept ook in de toekomst levend en vernieuwend te houden is niet alleen om vanaf het allereerste begin te zorgen dat een bezoek de moeite waard is, het is nog belangrijker dat een herhalingsbezoek ook zeker de moeite waard is. Steeds blijven vernieuwen en verrassen is dan de opdracht en de uitdaging.

AMBITIE EN UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP

Daarna volgt een analyse en typering van het landschap en de ligging van het plangebied in zijn omgeving. Als achterliggend doel van het landschap willen we het bestaande Limburgse landschap herkenbaar maken. Het Livar varken is op een steenworp afstand van deze plek ontwikkeld. De abdij Lilbosch waar het varken zijn oorsprong heeft is een bijzondere plek waar abdij, varkens en landschap op elkaar inspelen. Alle drie de lagen dragen bij aan de beleving en de kwaliteit van het Limburgs Kloostervarken. Met het Livar Experience Centre wordt een zelfde verwevenheid van functies en landschap beoogd. Naast de veehouderij (de varkens) krijgt de locatie een educatieve rol waar bezoekers kennis kunnen maken met alle aspecten van het Limburgs Kloostervarken. De belevingswereld van Livar leidt de bezoeker door het Limburgse landschap langs de verschillende aspecten van het Limburgs Kloostervarken. In het laatste deel van dit hoofdstuk volgt een opsomming van de ruimtelijke uitgangspunten die belangrijk zijn voor de landschappelijke inpassing van de belevingswereld van Livar. Deze uitgangspunten komen voort uit het bestaande landschap en beantwoorden aan de gevraagde ingrepen vanuit het beleid. Een kaart waarop de landschappelijke uitgangspunten staan aangegeven en een aantal thema kaarten die naar het beleid verwijzen geven inzicht in de beoogde ambitie.

Hoofdstuk: AMBITIE EN UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ambitie, de uitgangspunten en de kwaliteit die vanuit het landschap worden nagestreefd. Hiervoor kijken we naar de uitgangspunten die omschreven staan in het provinciaal en gemeentelijk beleid met als belangrijk aandachtspunt het versterken van het Natura2000 gebied dat in de directe omgeving ligt.

5

PROVINCIAAL BELEID In de navolgende paragraaf wordt het provinciaal beleid dat betrekking heeft op het plangebied toegelicht.

Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) Het grondgebied van de provincie Limburg is opgedeeld in zoneringen, met voor iedere zone eigen kwaliteiten en ontwikkelingsmogelijkheden. Voor het landelijk gebied bestaan deze zoneringen uit ‘Buitengebied’, ‘Bronsgroene landschapszone’,

Uitsnede vastgestelde POL 2014 zonering kaart met aanduiding plangebied (rode omkadering).

Hoofdstuk: PROVINCIAAL BELEID

‘Zilvergroene natuurzone’ en ‘Goudgroene natuurzone’.

6

POL2014 en het plangebied

Daarom wordt deels binnen en deels buiten de zilvergroene natuurzone

Uit de voorgaande kaart blijkt dat het plangebied met bebouwing en erf van de

geïnvesteerd in landschapselementen die kunnen bijdragen aan de biodiversiteit.

boerderij aan de Zandweg 10 binnen de zonering ‘Buitengebied’ ligt. Het betreft

Concreet betekent dit de realisatie van bomenrijen, hagen, solitaire bomen,

gronden met een overwegend agrarisch karakter. Hierin wordt ruimte geboden aan

struweelsingels, etc.

de ontwikkeling van bestaande en nieuwe agrarische bedrijven. Het gebied dat evenwijdig aan de Zandweg ligt gaat richting de Annendaalderweg over in de zonering ‘Zilvergroene natuurzone’. Bij ontwikkelingen binnen de

Natura 2000-gebieden Het gebied Abdij Lilbosch & voormalig klooster Mariahoop is op 30 december 2010 door de staatssecretaris van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie definitief aangewezen als Natura 2000-gebied.

zonering ‘Zilvergroene natuur’ dient bekeken te worden op welke wijze samen met natuurnetwerk en aan de instandhouding van bedreigde soorten. Binnen de ‘Zilvergroene natuurzone’ wordt tevens ingezet op behoud en ontwikkeling van cultuurhistorische waarden als onderdeel van de landschappelijke waarden. Voor de begrenzing van zilvergroene zones geldt dat er zoveel mogelijk ingespeeld wordt op kansen die zich aandienen vanuit lokale en regionale initiatieven. De begrenzing is dan ook flexibel. Als buiten de nu aangegeven zilvergroene natuurzone een goed initiatief wordt aangedragen, dat een duidelijke meerwaarde heeft voor de kwaliteit van natuur en landschap, is aanpassing van de begrenzing via een GS-besluit mogelijk. Daarbij wordt in principe een saldobenadering gevolgd; uitbreiding van zilvergroen op de ene plek zal gecompenseerd worden door inkrimping van zilvergroen op een andere locatie. Inrichting volgens het POL2014

De Abdij Lilbosch is gelegen te midden van landbouwgronden en een broekbos, het Haeselaarsbroek. Het voormalig klooster Mariahoop ligt hemelsbreed ongeveer 4 km oostelijk van de Abdij Lilbosch. De omgeving van deze terreinen bevat veel bomenrijen, lanen en bosstructuren. Tot ongeveer 1986 was het gebouwencomplex in Mariahoop in gebruik bij een Katholieke kloosterorde. Er zal zorgvuldig worden gekeken naar kwaliteit van de natuurlijke habitat en het habitat van de soort die in dit natura2000-gebied aanwezig is bij de inpassing van het Livar Experience Centre . Met het voorliggende Beeld Kwaliteitsplan wordt beoogd de kwaliteit van de omgeving te verhogen ten behoeve van het natura2000 gebied. De zolders van de Abdij Lilbosch en het gebouw voormalig klooster Mariahoop beide gelegen op een steenworpafstand van het de planlocatie herbergen de enige bekende kraamverblijfplaatsen van de ingekorven vleermuis in Nederland. Het voorgenomen initiatief is, samen met vleermuisexperts van Regelink Ecologie & Landschap, gezocht naar het versterken van de aanwezige populatie.

De bestaande bosstructuren dienen te worden versterkt. Dit dient echter niet door bosuitbreiding van de bestaande boselementen te gebeuren, omdat ecologische winst hierdoor beperkt blijft. Er ontstaat namelijk met een dergelijke uitbreiding geen substantieel nieuw leefgebied of een nieuwe ecologische verbinding.

Met de ontwikkeling van het Livar Experience Centre wordt beoogd het foerageergebied voor de ingekorven vleermuis te versterken. Verderop in dit hoofdstuk staat een uitgebreide omschrijving welke maatregelen er worden beoogd om dit voor elkaar te krijgen. De maatregelen spelen zowel in op het landschap als op de gebouwen.

Hoofdstuk: PROVINCIAAL BELEID

de ruimtelijke ontwikkeling een bijdrage geleverd kan worden aan een robuust

7

Voormalig klooster Maria Hoop

Kaart uit Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg, vergunning, Artikel 16/19d Natuurbeschermingswet 1998, Kenemerk:2016/60745,d.d. 4 augustus 2016

Hoofdstuk: PROVINCIAAL BELEID

Abdij Lilbosch

8

Voor het kunnen bepalen van de grondwaarde, ten behoeve van de aankoop van de locatie Zandweg 10 en de omliggende gronden, is uitgegaan van de functie agrarische bouwkavel. Om deze reden is het beoogde plan, voor het bepalen van de landschappelijke inpassing/kwaliteitsverbetering, aangemerkt als een agrarische ontwikkeling. Voor het bepalen van de financiële kwaliteitsbijdrage is het plan aangemerkt als een VAB-locatie (Voormalige Agrarische Bedrijfsbebouwing), omdat er sprake is van het hergebruiken van bestaande bedrijfsbebouwing.

2. Omvang landschappelijke inpassing/kwaliteitsverbetering Basiskwaliteit Plus met Aanvullende Kwaliteitsverbetering (Plus) wil zeggen dat nieuwe én bestaande bebouwing en verharding goed ingepast moet worden. Dit betekent ook dat er voorzieningen worden getroffen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek als gevolg van nieuwe bebouwing en verharding. Als basis voor omvang van de inpassing geldt dat de oppervlakte ‘landschappelijke inpassing’ of ander groen/natuur overeenkomt met 10% van de oppervlakte die op basis van het bestemmingsplan bebouwd/verhard kan worden.

De Structuurvisie Echt – Susteren 2012 – 2025, Ontwikkelen met kwaliteit 1. Uitgangspunten Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Op basis van het Gemeentelijke Kwaliteitsmenu zal de beoogde ontwikkeling landschappelijk ingepast dienen te worden en afhankelijk van de omvang van de verstening zal een landschappelijke kwaliteitsverbetering/een financiële kwaliteitsbijdrage geleverd dienen te worden.

Hoofdstuk: PROVINCIAAL BELEID

Het Livar Experience Centre bestaat globaal uit drie onderdelen, zijnde een boerderij met de huisvesting van uitloopvarkens, een vleesatelier en een bezoekerscentrum. Door het feit dat het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu opgebouwd is uit verschillende ontwikkelmodules, waarbij sprake is van één hoofdfunctie, kan de ontwikkeling niet zonder meer onder een bepaalde ontwikkelmodule geschaard worden.

Op basis van de gehanteerde uitgangspunten is voor de beoogde ontwikkeling de ontwikkelmodule nr. 4-7 ‘Agrarische nieuwvestiging en uitbreiding buiten bouwvlak’ van toepassing. Zie hiertoe de tabel ‘Kwaliteitsbijdragen ruimtelijke ontwikkelingen’ op pag. 126 van de Structuurvisie. Voor het bepalen van de landschapsvoorwaarden is ontwikkelmodule 6 ‘Uitbreiding IV’ binnen de landschappen Jonge ontginningen/Hoogterras (incl. steilrand) van toepassing. Zie hiertoe de tabel op pag. 108 van de Structuurvisie. Op basis van de tabel gelden voor deze landschappen de normale landschapsvoorwaarden (lichtblauw). Voor het gedeelte van het plangebied (+/- 25%) dat binnen de ecologische ladder is gelegen zijn de zware landschapsvoorwaarden van toepassing. Aangezien de te realiseren agrarische bouwkavel boven de referentiemaat van 1,5 ha komt, is op basis van paragraaf 6.7 ‘Kwaliteitsbijdragen’ van de Structuurvisie, de categorie kwaliteitsverbetering ‘Basiskwaliteit Plus met Aanvullende Kwaliteitsverbetering’ op 75% van de beoogde ontwikkeling van toepassing. Voor 25% van het plangebied geldt de categorie kwaliteitsverbetering ‘Basiskwaliteit Plus met Aanvullende Kwaliteitsverbetering Plus’.

GEMEENTELIJK BELEID

9

Totaal: 6.014m². Dit is meer dan de minimaal vereiste omvang van landschappelijke inpassing + aanvullende kwaliteitsverbeterende maatregelen (5785 m² op basis van bovenstaande kwaliteitsberekening).

Vereiste omvang landschappelijke inpassing:

3. Financiële kwaliteitsbijdrage

X m2 (= bebouwing (15.500 m2) +verharding (20100m2)*10% = 3560 m2 landschappelijke inpassing.

a.

Kwaliteitsverbeterende maatregelen op basis van omvang kwaliteitsbijdrage eigen gronden Het Livar Experience Centre wordt deels op eigen gronden beoogd en deels op gronden aan te kopen van de gemeente. Over de eigen gronden dient initiatiefnemer een financiële bijdrage te leveren van € 50.000,--. Deze bijdrage zal gestort worden in de reserve kwaliteitsverbeterende projecten buitengebied. Aangezien het Gemeentelijke Kwaliteitsmenu niet voorziet in een aparte ontwikkelmodule is voor de financiële kwaliteitsbijdrage aangesloten op de ontwikkelmodule 15 ‘Omzetting VAB of CHW-bebouwing’ waarbij € 15,--/m2 wordt gevraagd om het bebouwd oppervlak te kunnen uitbreiden. De bijdrage van € 50.000,-- is gebaseerd op 3.300 m2 aan bebouwing die aanvullend op de bestaande bebouwing wordt gerealiseerd. Deze bijdrage mag initiatiefnemer inzetten voor aanvullende kwaliteitsverbeterende maatregelen, niet zijnde de maatregelen zoals bedoeld onder 2. Omvang landschappelijke inpassing/kwaliteitsverbetering, in danwel rondom het plangebied. Deze maatregelen zijn uitgewerkt in het hoofdstuk ‘Landschapsplan’ .

b.

Kwaliteitsverbeterende maatregelen op basis van omvang kwaliteitsbijdrage gemeentelijke gronden De financiële kwaliteitsbijdrage met betrekking tot de gemeentelijke gronden is in de verkoopprijs verwerkt. Van het verkoopbedrag zal € 145.000,-- in de reserve kwaliteitsverbeterende projecten buitengebied gestort worden. Ook hier is gerekend met een financiële kwaliteitsbijdrage van € 15,--/m2 voor bebouwing die aanvullend op de bestaande bebouwing wordt gerealiseerd, zijnde 9.700 m2.

Vereiste omvang aanvullende kwaliteitsverbeterende maatregelen: (3560 m2 landschappelijke inpassing/2)* 75% =1335 m2 aanvullende kwaliteitsverbeterende maatregel 3560 m2 landschappelijke inpassing * 25%

= 890 m2 aanvullende kwaliteitsverbeterende maatregel plus

Totaal vereiste omvang aanvullende kwaliteitsverbeterende maatregelen (1335 + 890) = 2225 m2 Zoals uit het hoofdstuk ‘Landschapsplan’ uit dit beeldkwaliteitsplan zal blijken wordt aan de randen binnen het plangebied voorzien in een verplichte inpassing van een:  

Singel met haag en bomen (reservering van 4m breed): 1032 x 4 = 4.128m² Haag (reservering van 2m breed): 943x2 = 1.886m²

Hoofdstuk: PROVINCIAAL BELEID

De omvang van de landschappelijke inpassing/te leveren kwaliteitsverbetering kan berekend worden aan de hand van de volgende formule:

10

Op aangeven van de GKM-commissie is in dit verband bepaald dat het bedrag van € 145.000,- in eerste instantie zal worden aangewend om de boskamer in deelgebied C (zoals verbeeld en verwoord in het ‘Landschapsplan’ dat onderdeel vormt van dit beeldkwaliteitsplan) te realiseren. Binnen dit kader is een positief advies van de Kwaliteitscommissie noodzakelijk. Dit betekent dat naast een welstandsadvies ten aanzien van de beoogde bebouwing in deelgebied C tevens een advies aan de Kwaliteitscommissie wordt gevraagd met betrekking tot de inrichting van de boskamer in dit deelgebied. Met de inrichting van de boskamer wordt overigens tevens de nagestreefde invulling van dit plangebied gerealiseerd zoals bedoeld in het POL 2014 betreffende de structuur ‘Zilvergroene natuurzone’, zoals aangehaald in het hoofdstuk provinciaal beleid.

Enkele gewenste maatregelen binnen het plangebied zijn in dit beeldkwaliteitsplan weergegeven. Een verdere uitwerking hiervan kan nog in een later stadium plaatsvinden. Zodra één van de gewenste maatregelen uitgevoerd zal worden, kan in overleg met de gemeente een verzoek ingediend worden voor een financiële bijdrage uit de reserve kwaliteitsverbeterende projecten buitengebied.

Hoofdstuk: PROVINCIAAL BELEID

Indien van dit bedrag hierna nog middelen resteren worden deze eerst binnen het plangebied voor projecten ingezet. Indien ook hierna nog middelen resteren is het ook mogelijk dat initiatiefnemer buiten het plangebied projecten aandraagt die eventueel gefinancierd kunnen worden uit deze kwaliteitsbijdrage.

11

UITGANGSPUNTEN Voor de planvorming dienen de volgende uitgangspunten in acht te worden

Welke uitstraling

genomen:

Welke uitstraling sluit het beste aan bij Livar? Varkens scharrelen in het bos met poelen en schuilvoorzieningen. Zorgen dat de inrichting een geheel vormt met het

Situering ten opzichte van het Natura 2000 gebied, Abdij Lilbosch en klooster Maria

omliggende landschap (bos- en natuurgebieden). Uiteraard mag er best een

Hoop. Er kan bijvoorbeeld worden voorzien in aanvullende lijnvormige structuren

eigentijdse inrichting worden gekozen, bijvoorbeeld de boskamerbenadering die

(lanen) om een bijdrage te leveren aan de instandhouding van het Natura 2000

eerder aan de orde is geweest. Het zou mooi zijn als het bedrijf ook beleefd kan

gebied. Ook aandacht voor verlichting in relatie tot vleermuizen.

worden vanuit de omgeving, bijvoorbeeld door overdag de mogelijkheid te bieden

De provinciale ambitie voor het gebied is Zilvergroene natuur, hiervoor kan

om tussen de verschillende weiden te kunnen wandelen.

mogelijk financiering van de provincie aangewend worden om hieraan invulling te geven. Zoeken dus naar een versterking van het nationale natuurnetwerk. 

Vanuit de Livar filosofie zoeken naar de relatie met Abdij Lilbosch, de Pepinusbeek, de steilrand, het agrarisch gebruik om zodoende een samenhangende inrichting na te streven.

Inrichting dient het landschapstype (zie structuurvisie) te ondersteunen/ versterken. Rekening houden met inrichtingskenmerken landschap en toe te passen elementen en soorten. Welke uitstraling sluit het beste aan bij Livar? Naast het verblijf in de varkensstallen kunnen de varkens ook scharrelen in de weide en het bos met poelen en schuilvoorzieningen. Zorgen dat de inrichting min of meer een geheel vormt met het omliggende landschap (bos- en natuurgebieden). Het zou mooi zijn als het bedrijf ook beleefd kan worden vanuit de omgeving, bijvoorbeeld door overdag de mogelijkheid te bieden om tussen de verschillende weiden te kunnen wandelen. Het plan dient te bestaan uit een heldere analyse van het gebied, een visie, een inventarisatie sterkte-zwakte, een ontwerp dat gebaseerd is op de visie en analyse, en een uitgewerkt inrichtingsplan met materialisering, kwaliteitsomschrijvingen en beheerparagraaf.

Hoofdstuk: UITGANGSPUNTEN

12

Kaart uit 2015 met plangebied

Hoofdstuk:

Historische kaart uit 1800

13

HET LANDSCHAP Bodem en geomorfologie De ontstaansgeschiedenis van bodem en landschap in de gemeente is grotendeels

Het plangebied ligt op de overgangszone van jonge ontginningsgebieden en het

terug te voeren op de invloed van de Rijn en de Maas. In het Middenpleistoceen

hoogterras.

heeft de Rijn dikke lagen zand en grind afgezet. De Maas heeft zich in fasen ingesneden in de Rijnafzettingen waardoor terrassen in het landschap zijn ontstaan. In het plangebied zijn alleen het hoogterras en het laagterras nog terug te vinden. De tussenliggende middenlaag is hier door de eroderende werking van de Maas nagenoeg volledig verdwenen. Naast de rivieren heeft de wind materiaal aangevoerd in de vorm van dekzanden en vruchtbare löss, welke op de hoger gelegen delen nog terug te vinden zijn. Op het

Hoogterras: 

De randen van de terrassen worden vaak beplant met bossen op de steile overgang;

Meer besloten landschap door lanen en bosschages;

Grootschalige landschapelementen.

hoogterras rond Koningsbosch ligt een lösspakket met een dikte van meer dan 1,20 m.

Jonge ontginningsgebieden:

en zand). Het grondgebied onder de steilrand bestond tot het eind van de 19e eeuw uit uitgestrekte moerassen doordat zandruggen ten noorden en westen van de steilrand de afvoer van kwel- en afstromingswater belemmerden.

Kernkwaliteiten van het gebied zijn: 

het reliëf;

het groene karakter;

de schaalcontrasten; van zeer open (plateaus) naar besloten (hellingen en beekdalen).

Gezien de nadruk in het rijksbeleid op het belang van behoud van cultuurhistorie in nationale landschappen voegt de provincie hieraan toe: 

de kenmerkende en gebiedseigen cultuurhistorische elementen.

Meer open door het ontbreken van bosschages;

Kenmerkend zijn de ontginningslijnen in het landschap;

De beplanting bestaat veelal uit lanen en singels.

Kenmerkende elementen en mogelijke aanknopingspunten 

Overgang tussen hoogterras en jonge ontginning;

Besloten rand door de bosrand aan de zuidzijde van de kavel;

Meer open landschap in het noordelijk deel met lange ontginningslijnen, welke op enkele plekken beplant zijn met bomenlanen.

Hoofdstuk: HET LANDSCHAP

Het laagterras wordt gekenmerkt door fluviatiele afzetting van de Maas (klei, zavel

14

Fietspad langs de Annendaalderweg

Hoofdstuk: HET LANDSCHAP

Zicht op bestaande bebouwing vanuit het noorden

Plangebied in omgeving

Zicht op het plangebied vanaf de Annendaalderweg

15

HET HUIDIGE LANDSCHAP Ruimtelijke en landschappelijke analyse Het plangebied ligt aan de Zandweg in het buitengebied van de gemeente Echt-

In de directe omgeving van het plangebied zijn de boerenerven vaak functioneel

Susteren. De huidige situatie bestaat uit een agrarisch erf met bedrijfswoning,

ingericht. Er is weinig tot geen gebruik gemaakt van de aanwezige landschappelijke

manege en opstallen, en om het erf enkele weiden en een akker. De Zandweg en

elementen, waardoor het veelal op zichzelf staande elementen in het landschap

Annendaalderweg worden begeleid door veelal volwassen bomenlanen. Aan

zijn.

weerszijden van het plangebied liggen kleine bospercelen. De Annendaalderweg en het aangrenzende bosperceel liggen op een hoogterras, waardoor het maaiveld van

Een uitzondering hierop vormt de Abdij Lilbosch. Deze bijzondere functie maakt

het plangebied gekenmerkt wordt door een aflopend terrein met steilrand.

deel uit van de het landschap en de omliggende landschappelijk waarden. Het gebouw, het landschap en het Limburgs kloostervarken vormen zodoende één

Het landschap van de jonge ontginning kan worden omschreven als een weids en

beleving en vormen samen het merk Livar. Natuur, veeteelt, wonen, bezinning,

open, grootschalig agrarisch gebied, met verspreid liggende boerderijen. Het veelal

liefde en zorg voor de omgeving komen hier samen.

komen uit in de Pepinusbeek, die samen met de beekbeplanting en flauwe oevers

Het Livar Experience Centre heeft als doel om het verhaal van het Limburgs

een karakteristiek element in het landschap vormt.

Kloostervarken te vertellen. Onderdeel hiervan is de inbedding van het complex in

Het plangebied maakt aan de zuidzijde deel uit van het landschap van het

het landschap en het creëren van een natuurlijke omgeving voor de varkens. Ook

Hoogterras, dat gekenmerkt wordt door reliëf (steilranden), boscomplexen en

het verbouwen van voedsel voor de varkens zal gedeeltelijk een plek krijgen in het

eveneens lange zichtlijnen.

plangebied. De relatie tussen het Livar Experience Centre en het landschap speelt zodoende een grote rol. Het centrum en bijhorende bebouwing en voorzieningen worden geënt op de karakteristieken van het landschap zodat ook de landschappelijke ervaring onderdeel wordt van het planconcept. Daarnaast biedt het mogelijkheden voor ecologische ontwikkeling en ondersteuning van het nabij gelegen natura2000 gebied.

Algemeen voorkomend boerenerf

Abdij Lilbosch: verwevenheid met het landschap

Hoofdstuk: HET HUIDIGE LANDSCHAP

natte gebied wordt ontwaterd door rechte sloten en greppels. De waterlopen

16

Hoofdstuk: HET HUIDIGE LANDSCHAP Locatie in het bestaande landschap

17

UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP Het landschap wordt gekarakteriseerd door een aantal herkenbare landschappelijke

LANDSCHAPPELIJKE INRICHTINGSELEMENTEN

inrichtingselementen. Deze kunnen als basis dienen voor voorgenomen plannen en bijdragen aan het zichtbaar maken van de landschapstypen. Per landschapstype of onderdeel wordt hierna een toelichting gegeven. Deze vormen de bouwstenen voor het landschapsplan en de verder planvorming.

Hagen

Openheid en doorzicht In

het

landschap

zijn

de

overgangen

tussen

hoogterras

en

jonge

ontginningsgronden waarneembaar. De steilrand is nog aanwezig maar in de loop van de jaren afgezwakt. Met de ontwikkeling van het Livar Experience Centre worden de verschillende landschappelijke zones/deelgebieden weer herkenbaar

Solitaire bomen

Singels

gemaakt. Hieronder worden de verschillende type landschap in het plangebied aangeduid en worden de ontwerpelementen omschreven.

Jonge ontginningsgronden Dit plandeel wordt geënt op de landschappelijke inrichting die rond de Abdij

Grasland

Hoofdstuk: UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP

Lilbosch te vinden is. De basis is hier open akkers met lijnvormige landschappelijke elementen zoals: lanen, singels, hagen en hier en daar een solitaire boom. Door toepassen van deze elementen kan de landschappelijke kwaliteit verhoogd worden evenals de natuurwaarde van het gebied.

Referentie jonge ontginningslandschap het hagen, singels en vergezichten

Akkers met gewassen

Locatie jong ontginningslandschap

18

Steilrand Langs de bosrand en over de planlocatie loopt een steilrand die de overgang vormt

LANDSCHAPPELIJKE INRICHTINGSELEMENTEN

tussen hoogterras en het jonge ontginningsgebied. Dit hoogteverschil wordt benadrukt en zichtbaar gemaakt in het landschap. Eventuele paden kunnen hier doorheen snijden om zo het hoogteverschil te accentueren. De steilrand wordt ten behoeve van de leesbaarheid in het landschap niet beplant, hier wordt uitgegaan van gras.

Referentie steilrand

Locatie Steilrand

Hoofdstuk: UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP

Gras

19

Hoogterras Langs de Annendaalderweg ligt het plangebied op het hoogterras. Dit

LANDSCHAPPELIJKE INRICHTINGSELEMENTEN

landschapstype onderscheidt zich van de jonge ontginning door een meer besloten landschap met bossen en lanen. Door het besloten karakter en de bijhorende grotere landschappelijke elementen is het mogelijk om in dit landschap grootschaligere bebouwing op te nemen. Het inrichtingsconcept is voor dit landschapstype bos en bosschages. Dit betekent dat bomen met beperkte ondergroei het beeld bepalen, zonder dat het zicht naar de bebouwing verloren gaat. De gebouwen zijn in “open” plekken in het bos voorzien. Het besloten karakter van het bos zorgt voor een duidelijk onderscheid met het open jonge ontginningslandschap.

Referentie bos zonder ondergroei. Het zicht op ooghoogte is grotendeels behouden.

Locatie hoogterras

Hoofdstuk: UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP

Bos: verspreid staande bomen in het gras

20

Behoud van de bomenlanen en bospercelen In de structuurvisie wordt gepleit voor het behoud van de bomenlanen en

LANDSCHAPPELIJKE INRICHTINGSELEMENTEN

bospercelen. De bomenlaan van de Zandweg is een fraai wegbegeleidend element dat behouden blijft. Ook de bospercelen die aan het plangebied grenzen vormen een meerwaarde voor het plan. De bomen vormen een decor voor de bebouwing en zorgen voor een inkadering en begrenzing van het perceel.

Hoofdstuk: UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP

Bomen laan

De bestaande laan langs de Zandweg

Locatie bestaande laan

21

Vernatting en relatie met de Pepinusbeek De ontwikkeling van het plangebied kan worden aangewend voor de vernatting van

LANDSCHAPPELIJKE INRICHTINGSELEMENTEN

het landschap, zoals ook bepleit wordt in de structuurvisie. Deze vernatting kan in relatie worden gebracht met de noordelijk gelegen beekzone van de Pepinusbeek. Een passende vorm van vernatting is een laagte in het perceel aanbrengen in de vorm van een geïsoleerde poel (natuurdoelen) en/of een aparte waterberging (wadi of open berging t.b.v. de waterbergingsopgave). Poelen

Moeras/helofytenfilter

Pepinusbeek als verbindend element Het het Livar Experience Centre wordt beoogd op de locatie Zandweg 10 en ligt op steenworp afstand van Abdij Lilbosch, de oorsprong van het Limburgs Kloostervarken. De Abdij en de gronden behorende bij het Livar Experience Centre aan de Zandweg 10 liggen beiden aan de beekzone van de Pepinusbeek. De beek vormt daarom het verbindende element tussen beide locaties en geeft samenhang aan het Livar-initiatief. Evenwel is de fysieke afstand tussen de beek en onderhavige planlocatie net te groot om daar in het landschapsplan een fysieke relatie mee aan

Langs de beek, vanaf de Haeselaarsweg, loopt een laarzenpad. Deze eindigt momenteel ter hoogte van de Abdij. Referentie poelen natuur

Referentie varkenspoel

Hoofdstuk: UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP

te gaan.

22

Water als onderde

De landschappelijke inpassing van het initiatief heeft een positieve invloed als foerageergebied voor de ingekorven vleermuis. Door aanplant van bomenlanen met ondergroei wordt een biotoop aangelegd waar spinnen aanwezig zijn, één van het hoofdvoedsel voor de ingekorven vleermuis. De aanwezigheid van spinnen wordt versterkt door de aanplant van inheems plantmateriaal van diverse soorten bomen en heesters. De te bouwen stallen worden ontworpen zodat deze geschikt zijn als foerageergebied op vliegen. Voorzieningen die worden getroffen, zijn gericht op toegankelijkheid en voedsel. In de stallen worden invliegopeningen gemaakt waardoor de ingekorven vleermuis permanent in en uit kan vliegen. Tevens worden windluwe plekken in de stallen ontwikkeld waar stalvliegen zich concentreren, het andere hoofdvoedsel voor de ingekorven vleermuis. Tevens wordt met de verlichting van het terrein rekening gehouden met de ingekorven vleermuis. Rondom en in de stallen wordt enkel verlichting aangebracht die met een schakelaar handmatig aan en uitgezet wordt, voor gebruik in de wintermaanden. Enkel rondom het belevingscentrum zelf wordt vanwege veiligheid gewerkt met externe verlichting met een bewegingsmelder. Er wordt geen verlichting aangebracht die op een tijdschakelaar werkt.

De verlichting zal hierbij moeten voldoen aan de eisen die zijn opgenomen in de geldende Natuurbeschermingswetvergunning hetgeen ook planologisch zal worden verankerd. Doordat bij de landschappelijke inpassing, bouw van de stallen en aanbrengen van verlichting rekening gehouden wordt met de ingekorven vleermuis, kan het plangebied een belangrijke foerageerlocatie worden voor de populatie ingekorven vleermuis.

Uitgangspunten bij planvorming voor de landschappelijke inpassing:   

 

Groeninrichting Gebruiken van gebiedseigen plantmateriaal; Inheemse loofbomen; (wintereik , winterlinde, ruwe berk, zoete kers,…), hoe groter het plantmateriaal en hoe dichter het plantverband hoe sneller ze bijdragen als foerageergebied; Mogelijkheid: solitaire (fruit)bomen; (aantrekken insecten); Mogelijk inheems bosplantsoen als onderbeplanting (meidoorn, sleedoorn, hazelaar, kardinaalsmuts).

Ve

Voorziening in stallen:     

Overleg tussen architect en ecoloog is noodzakelijk om details goed in het plan te krijgen; Permanenten opening (minimaal 10x10 cm) in stallen, op minimaal 1,5 meter hoogte; Verlichting aan de buitenzijde van stallen moet voldoen aan de eisen die hieraan zijn gesteld in de Natuurbeschermingswetvergunning; Verlichting binnen in de periode 15 mei – 15 september enkel gebruiken wanneer dat echt noodzakelijk is; Wanneer ventilatie via de nok plaats vindt: aanbrengen van balken en deels maken van zolder: waar warmere plekken ontstaan waar vliegen zich verzamelen (zonder tocht).

Hoofdstuk: UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP

Natuurontwikkeling/Natura2000

23

Hoofdstuk: UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP

Uitgangspunten voor de inbedding van het plangebied in de omgeving

24

Hoofdstuk: UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP Uitgangspunten Beeldkwaliteitsplan plangebied

25

KAART MET UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP

Hoofdstuk: UITGANGSPUNTEN LANDSCHAP

De kaart op de vorige pagina geeft een beeld van de uitgangspunten per landschapstype die de basis vormen voor verdere planvorming. De getekende lijnen en vlakken zijn aanduidingen van de landschapselementen die daar toe te passen zijn. Bij verdere planvorming wordt hier vorm aan gegeven.

26

LANDSCHAPSPLAN

Deelgebied A Bestaande bomenlaan Behouden en regelmatig opkronen (gemeente Echt- Susteren) Deelgebied B Bestaande steilrand Overgang tussen deelgebieden C en D; Onbeplant laten t.b.v. leesbaarheid steilrand in het landschap.

Hoogterras: Deelgebied C1 Gewenst beeld: - Bomenweiden met solitaire en meerstammige bomen; - Hogere dichtheid (per m²) dan in C2: relatief weinig tussenruimten; - Aanplant rondom verharding en bebouwing; - Behoud van doorzichten op ooghoogte: slechts beperkte ondergroei; - Evenwijdig aan de Zandweg en langs de erfverharding worden geschoren hagen (1.0-1.5m hoog) aangeplant.

Totale oppervlakte deelgebied C1 is ca. 21.600m²; Te beplanten oppervlakte: ca. 4.300m² (20%) (bomen/heesters) Zijde van de Zandweg: strook van gemiddeld 3m t.b.v. inpassing straatzijde, totale lengte is ca. 225m. Ter hoogte van de inrit komt geen beplanting (ligging nog te bepalen).

Deelgebied C2 Gewenst beeld: - Bomenweiden met solitaire en meerstammige bomen; - Lagere dichtheid (per m²) dan C1: grotere plantafstanden; - Ondergroei van gras; - Doorzichten op ooghoogte naar de bebouwing blijft mogelijk; - Evenwijdig aan de Zandweg en langs de erfverharding worden geschoren hagen (1.0-1.5m hoog) aangeplant. Totale oppervlakte is ca. 13.800m²; Te beplanten oppervlakte: ca. 2.800m² (20%) (bomen/heesters) Toe te passen soorten: Inheemse en streekeigen loofsoorten, zoals: Bomen: zomereik, wintereik, linde, berk, haagbeuk, lijsterbes; Hagen: meidoorn, beuk, haagbeuk of gemengd.

Hoofdstuk: LANDSCHAPSPLAN

Navolgende kaart illustreert het landschapsplan voor het Livar Experience Centre . Het is een doorvertaling van het schetsvoorstel zoals eerder beschreven. Het gebied is opgedeeld in deelgebieden, zodat eenvoudiger is te bepalen welk beeld gewenst is en waar de landschapselementen zoals hiervoor beschreven kunnen worden toegepast.

27

Jonge ontginningsgronden: Deelgebied D1 Gewenst beeld: Bebouwing inpassen met geschoren hagen en overstaanders; Doorzicht op ooghoogte zoveel mogelijk openhouden door opkronen van bomen en hagen niet hoger te laten groeien dan 1,5 meter; Aanplant van verspreid staande solitaire bomen en boomgroepen. Langs de Zandweg wordt 3m brede strook aangelegd voor de inpassing; lengte betreft hier ca. 300m. Inpassing met geschoren hagen.

Toe te passen soorten: Inheemse en streekeigen loofsoorten, zoals: Zomereik, wintereik, linde, berk, haagbeuk, lijsterbes; Totale lengte groensingel is ca. 1.200m; Breedte groensingel ca. 4m; Minimale plantafstand voor bomen is 12 meter h.o.h.

Hoofdstuk: LANDSCHAPSPLAN

Deelgebied D2 Gewenst beeld: Open akkers met lijnvormige landschapselementen aan de randen; Doorzicht op ooghoogte openhouden door opkronen van bomen en hagen niet hoger te laten groeien dan 1 meter; Schuilstallen aan de rand van het perceel situeren en op laten gaan in de bosrand.

28

Hoofdstuk: LANDSCHAPSPLAN

Verbeelding bij beplantingsvoorstel zoals hiervoor beschreven. Een volledig exemplaar is in de bijlage opgenomen.

29

Hoofdstuk: LANDSCHAPSPLAN

Dwarsprofielen behorend bij verbeelding beplantingsvoorstel (schaal wijkt in deze verkleinde weergave af). Een volledig exemplaar is opgenomen in de bijlage.

30

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING RANDEN

Hoofdstuk: LANDSCHAPPELIJKE INPASSING RANDEN

Navolgende tekening toont de verplichte maatregelen voor de landschappelijke inpassing. De maatregelen zijn aan de randen van de percelen voorzien en kunnen hierdoor ongeacht het bouwprogramma worden gerealiseerd.

31

32

Hoofdstuk: LANDSCHAPPELIJKE INPASSING RANDEN

33

Hoofdstuk: LANDSCHAPPELIJKE INPASSING RANDEN

ARCHITECTUUR ANALYSE OPGAVE | ONTWIKKELINGSVISIE Het Livar Experience Centre (LEC) wordt aan de Zandweg deels gerealiseerd in bestaande bebouwing, maar grotendeels in nieuwbouw.

Hoofdstuk: ARCHITECTUUR

Dit zal gebeuren in 3 fasen waarbij uitgangspunt is dat in alle fasen een compleet beeld ontstaat. Tevens dient er rekening gehouden worden met de routing voor de bezoekers en de bedrijfsvoering in alle fasen.

34

PROGRAMMA VAN RUIMTEN De locatie aan de Zandweg is een voormalige manege bestaande uit een woonhuis, rijbak en 2 stallen. In de rijbak wordt in fase I het bezoekerscentrum en het vleesatelier ondergebracht terwijl de overige stallen facilitair worden gebruikt. De eigenaar wordt de bewoner van de woning. Tevens zullen in deze fase de zeugenstal, de kraamstal (50%) en de vleesvarkensstal (50%) gebouwd worden. In fase II volgt de nieuwbouw van het bezoekerscentrum en het vleesatelier bij de Annendaalderweg. Uiteindelijk komt eventueel nog een fase III waarbij kraamstallen en vleesvarkensstallen uitgebreid worden met eventueel aanvullende facilitaire bouwwerken.

Hoofdstuk: PROGRAMMA VAN RUIMTEN

Ondersteunende programmapunten zoals akkerbouw (producten t.b.v. varkens) en andere dieren kunnen ook een plek krijgen.

35

De volgende functies zullen per fase worden gecreëerd: FASE II: Bezoekerscentrum: Presentatie: Ruimte waarin een uitleg wordt gegeven wat Livar is. Horeca fase II: Horecafunctie voor drank en eten. Verkooppunt fase II: Winkel waar Livar en andere streekproducten verkocht worden. Vleesatelier in separaat bouwwerk: fase II: Vleesverwerking om bezoekers te laten zien hoe producten gemaakt worden.

Hoofdstuk: PROGRAMMA VAN RUIMTEN

FASE I: Alle functie is het bezoekerscentrum: Presentatie: Ruimte waarin een uitleg wordt gegeven wat Livar is. Horeca fase l: Op kleinschalige wijze om de bezoekers te kunnen voorzien van een drankje tijdens het bezoek. Vleesatelier fase l: Kleinschalige vleesverwerking om bezoekers te laten zien hoe producten gemaakt worden. Verkooppunt fase l: Kleinschalige winkel waar Livar en andere streekproducten verkocht worden.

36

PROGRAMMA VAN RUIMTEN IN RELATIE MET FASERING

FASE l

FASE ll

VLEESATELIER

VARKENSHOUDERI **

FACILITAIR **

VLEESVERWERKI NG WORKSHOP | DEMONSTRATIE

ZEUGE NSTAL

KRAAM STAL

VLEESVA RKENS

MACHI NE MATERI EEL

STRO OPSLAG

MESTOP SLAG DRIJFME ST

VASTE MEST

SILO MENGVOE R

A

C

C 72 HOKKE N

C

B

C

C

C

C

24 HOKKEN

BESTA AND

A BESTAAND

BESTAAND

M2

M2

D GEBOUW 2500 M2 *

D GEBOUW 2500 M2 *

1200 M2

FASE lll

900 M2

1400 M2

C 72 HOKKE N 900 M2

C

180 M2

ROND

SLEUF

SILO

250 M2

750 M2

BINNEN

24 HOKKEN 1400 M2

* In fase II wordt een gedeelte van deze m2 gebouwd – exacte pve is nog niet bekend – de resterende m2 kunnen in een later stadium gebouwd worden. ** De m2 van de varkenshouderij en facilitair zijn indicatief, er geldt wel een maximum aantal m2 die gebouwd mogen worden.

B gebouwd mogen worden

D

C

B

A

C Bestaand woonhuis

Hoofdstuk: PROGRAMMA VAN RUIMTEN

BEZOEKERSCE NTRUM PRESENTATIE | EDUCATIE HORECA VERKOOPPUNT

37

PROGRAMMA VAN WENSEN

Omdat het welzijn van de varkens voorop staat zullen er twee bewegingsstromen op het gebied noodzakelijk zijn. Dit is enerzijds de bedrijfsvoering van de varkenshouderij en anderzijds de educatieve beleving van de bezoeker. Om infecties en ziektes bij de dieren te voorkomen zullen bezoekers niet direct in contact kunnen komen met de varkens. Om dit te realiseren is een gescheiden routing noodzakelijk. Vanuit het bezoekerscentrum begint de educatieve route (groen). Aan deze route zijn diverse mogelijkheden om de varkens van dicht bij te beleven. In het middengebied ligt een facilitaire infrastructuur (oranje). Door de structuren gescheiden te houden kan de bezoeker beleven hoe de varkensleven en de bedrijfsvoering van een varkenshouderij functioneert zonder dat er infecties en ziektes overgedragen kunnen worden. Tijdens de wandeling door het LEC zal de bezoeker op diverse manieren geïnformeerd worden. De wijze van educatief presenteren is een essentieel onderdeel van het ontwerp.

Concept routing

Wat is de beleving van de kijker? Welke kijkwijze heeft hij? Hoe wordt de bezoeker geïnformeerd? Er zullen wisselde thema’s noodzakelijk zijn om het interessant te houden en in het verlengde hiervan flexibiliteit en het gebruik maken van innovatieve technieken. Naast de beleving van levenswijze van de varkens zal er ook aandacht moeten worden besteed aan de vleesbeleving (verwerken en bereiden) en de smaakbeleving. Zoals eerder beschreven ligt het LEC op een mooie locatie in het Limburgse landschap. Het is dan ook een belangrijk onderdeel om de bezoeker bewust te maken van de kwaliteiten van het buitengebied. Dit kan door bepaalde beplanting toe te passen maar ook bepaalde zichtlijnen | doorkijken in harmonie te realiseren. Naast de bovenstaande wensen voor de beleving van de bezoeker worden er ook minimale eisen gesteld aan de leefomgeving van de varkens. Zo zal er bij de inrichting zal onder andere rekening moeten worden gehouden met de regels van het Beter Leven Keurmerk ***

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=d0565748-f97b-435c-83f8-636d1e77f61f