Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
4 Beantwoording onderzoeksvragen en advies ................................................................................... 19 4.1 Beantwoording onderzoeksvragen ...................................................................................................... 19 4.2 Advies ............................................................................................................................................... 20 4.3 Tot slot .............................................................................................................................................. 22
Literatuur .......................................................................................................................................... 23 Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen ......................................................................................... 24
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[4]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van SP Development Europe B.V. heeft RAAP in februari 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd voor de aanleg van twee zonneparken te Peij en Koningsbosch in de gemeente Echt-Susteren (figuur 1). Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Het plangebied bestaat uit twee delen: deelgebied Dominicusweg te Peij en deelgebied Donnerskamp te Koningsbosch.
Figuur 1. Ligging deelgebieden (rood gearceerd). Inzet: ligging in Nederland (ster).
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[5]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Echt-Susteren (Verhoeven e.a., 2010) ligt deelgebied Dominicusweg te Peij grotendeels in een zone met een middelhoge en hoge verwachting. Deelgebied Donnerskamp ligt deels in een zone met een hoge verwachting en deels in een zone met een lage verwachting. Het beleid voor zones met een hoge verwachting schrijft voor dat er bij bodemingrepen groter dan 500 m 2 en dieper dan 40 cm -mv een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Voor zones met een middelhoge verwachting gelden grenzen van 1000 m 2 en 40 cm –mv. Voor zones met een lage verwachting geld geen onderzoeksplicht conform het gemeentelijke beleid, maar de gemeente Echt-Susteren heeft het advies uit het bureauonderzoek (Nater, 2020a) overgenomen om ook de zones met een lage verwachting te onderzoeken. Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan Buitengebied (14-12-2017; www.ruimtelijkeplannen.nl). De omvang van de bodemingrepen is voor beide deelgebieden tezamen meer dan 500 m2 en de diepte van de ingrepen zal de 40 cm eveneens overschrijden.
De ingrepen zijn daarmee groter dan de vrijstellingsgrens. Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is daarom verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgr oep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programm a van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[6]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek
Inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Opdrachtgever
SP Development Europe B.V.
Bevoegde overheid
Gemeente Echt-Susteren
Plaats
Peij en Koningsbosch
Gemeente
Echt-Susteren
Provincie
Limburg
Centrumcoördinaten (X/Y)
Dominicusweg: 192575 / 344975 Donnerskamp: 192690 / 342000
Toponiem
Dominicusweg en Donnerskamp
Kadastrale gegevens
Dominicusweg: ECH00AA452 en ECH00AA454 Donnerskamp: ECH00AB40, ECH00AB45, ECH00AB53, ECH00AB54, ECH00AB55, ECH00AB56, ECH00AB286, ECH00AB287 en ECH00AB288
Oppervlakte plangebied
17,31 hectare
Afbakening plangebied
Tijdens onderhavig onderzoek is het hele plangebied onderzocht.
Onderzoeksperiode
Februari 2021
Uitvoerder
RAAP Zuid
Projectleider
M.H.P.M. Ruijters MA
RAAP-projectcode
KONBO
ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer
4949793100
Beheer en plaats documentatie
RAAP regio Zuid te Weert en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.
Tabel 1. Administratieve gegevens.
1.3 Doel- en vraagstelling Het inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) heeft als doel de geo(mor fo)logische en/of bodemkundige opbouw in kaart te brengen, evenals eventuele bodemverstoringen. Het onderzoek heeft niet tot doel eventuele archeologische vindplaatsen in kaart te brengen. Dit neemt niet weg dat er archeologische resten kunnen worden aangetroffen tijdens het veldwerk. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd:
Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?
Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van de gespecificeerde archeologische verwachting verwacht werd?
Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?
Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch inter essante lagen?
Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[7]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Algemeen
Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?
Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?
Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen verwachte resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[8]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
2 Archeologische verwachting Voor beide deelgebieden is in 2020 een bureauonderzoek uitgevoerd waarbij een archeologische verwachting is opgesteld.
2.1 Deelgebied Dominicusweg te Peij (Nater, 2020b) De landschappelijke situatie en de uit de omgeving bekende vondsten duiden op een brede archeologische verwachting voor het plangebied. Hierbij gaat het vooral om de zuidelijke/zuidoostelijke helft van het gebied, maar ook in de rest van het gebied kunnen archeologische resten aanwezig zijn. Vanwege de landschappelijke situatie is er een hoge verwachting op het aantreffen van archeolog ische resten van jagers-verzamelaars en boerengemeenschappen vanaf het laat -paleolithicum. Het plangebied is in het verleden in gebruik geweest als weiland, landbouwgronden of natuurgebied. Hierdoor kan eventueel enige verstoring van de bovenste lagen van het bodemprofiel zijn opgetreden. Er werd naar aanleiding van deze verwachting geadviseerd het plangebied te onderzoeken door middel van een verkennend booronderzoek in combinatie met een oppervlaktekartering. Dit advies is door de gemeente Echt-Susteren overgenomen.
2.2 Deelgebied Donnerskamp te Koningsbosch (Nater, 2020a) De gradiëntzone waarin een deel van het plangebied gelegen is, was in het verleden een erg aantrekkelijke vestigingslocatie voor de mens. Er geldt derhalve een brede archeologische verwachti ng voor het plangebied. Voor de rest van het plangebied geldt een minder hoge verwachting, maar ook daar kunnen archeologische resten aanwezig zijn. Door de landschappelijke kenmerken is er een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten van jagers-verzamelaars en boerengemeenschappen uit het (verre) verleden. Deze verwachting wordt eveneens bevestigd door de vele archeologische vondsten en waarnemingen uit het verleden. Er werd naar aanleiding van deze verwachting geadviseerd het hele plan gebied (zowel hoge als lage verwachting op de archeologische beleidskaart) te onderzoeken door middel van een verkennend booronderzoek in combinatie met een oppervlaktekartering. Dit advies is door de gemeente Echt Susteren overgenomen.
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[9]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3 Veldonderzoek 3.1 Methode Het inventariserend veldonderzoek (IVO) bestond uit een verkennend booronderzoek aangevuld met enkele handmatig gegraven profielputjes. De gevolgde onderzoeksmethode voor het veldwerk is bepaald op basis van de resultaten van de bureauonderzoeken (Nater, 2020a en 2020b). Het veldonderzoek is uitgevoerd in twee dagen, op 18-02-2021 en 24-02-2021. Het onderzoek had tot doel het verkrijgen van inzicht in de bodemgesteldheid, de mate van bodemverstoring en de diepteligging van het verwachte archeologische niveau in het plangebied. Daarmee wordt de gespecificeerde archeologische verwachting getoetst en waar nodig aangepast en kunnen uitspraken worden gedaan over de gaafheid van archeologisch relevante niveaus. In beide deelgebieden zijn telkens 42 boringen gezet en drie profielputjes gegraven. De boringen zijn gezet in een grid van 40 bij 50 m. Bij deelgebied Dominicusweg resulteerde dit in vier zuidwest noordoost georiënteerde raaien, in deelgebied Donnerskamp in negen noordwest -zuidooost georiënteerde raaien. De boordichtheid bedroeg 5,2 boringen per hectare. Ten behoeve van de optimale spreiding versprongen de boorpunten ten opzichte van de volgende raai 25 m van elkaar, waardoor een systeem van gelijkbenige driehoeken ontstond. Er is geboord tot maximaal 100 cm -mv met een Edelmanboor (7 cm) en zandguts (2 cm).
De boringen zijn tijdens het veldwerk lithologisch conform NEN 5104 (Nederlands Normalisatie -instituut, 1989) digitaal beschreven in het boorbeschrijvingssysteem van RAAP (Deborah3) en met behulp van RTKGPS ingemeten. Van alle boringen is de hoogte eveneens bepaald met behulp van GPS. Hoewel het onderzoek een verkennend onderzoek betreft, is het opgeboorde materiaal in het veld door middel van verbrokkeling en versnijding gecontroleerd op de aanwezi gheid van archeologische indicatoren (zoals houtskool, vuursteen, aardewerk, metaal, bot, verbrande leem en fosfaatvlekken). Hoewel de akkers grotendeel begroeid waren of bedekt waren met afgestorven bladeren en stengels, is bij het lopen van boring naar boring gelet op mogelijk archeologische vondsten aan het oppervlak.
3.2 Resultaten Dominicusweg 3.2.1
Veldwaarnemingen
De percelen aan de Dominicusweg waren begroeid met rogge (als groenbemester) en schorseneren, die nog geoogst moeten worden. Langs de noordwestelijk e rand was sprake van een zone die verleden jaar was ingezaaid met een bloemenmengsel, en nu braak lag. In vergelijking met de omgeving is het terrein wat lager gelegen, en erg vlak. De hoogte ligt tussen 29,85 en 30,89 m NAP, waarbij het zuidoostelijkste hoekje van het plangebied het hoogst ligt, en het deel van het perceel meteen ten noorden daarvan het laagst gelegen is.
3.2.2
Geologie
De ondergrond bestaat uit zwak tot matig siltig zand met een matig fijne tot matig grove korrelgrootte. Het zand wordt over het algemeen door een redelijk goede sortering gekenmerkt. In het zand komt grind voor, maar een echt kenmerk is dat her en der plekken met dikke keien (5 tot 40 cm) voorkomen
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[10]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
in de ondiepe ondergrond. In het uiterste zuidoosten, nabij boringen 27, 28, 29 en 45 reikt de laag met keien tot aan het maaiveld (figuur 2). Elders lijken binnen 70 à 80 cm diepte minder keien voor te komen.
Figuur 2. Enkele grote keien uit profielputje 45 te deelgebied Dominicusweg.
Het zwak tot matig siltige zand van de ondergrond wordt met name in het zuidwestelijke deel van het plangebied afgedekt met sterk siltig zand, kleiig zand of sterk zandige klei (figuur 3). Vaak is deze laag uiterst roestig, waardoor de bodem aan het maaiveld soms zelfs roestbruin verkleurd is. Deze sterk siltige en kleiige sedimenten zijn afgezet door rustig stromend water. Aan het maaiveld is echter overal zwak tot matig siltig redelijk goed gesorteerd zand aanwezig, dat vaak zwak grindig is. Het grind, de keien, en kleiige afzettingen wijzen erop dat de Maas de grootste rol heeft gespeeld bij de vorming van de afzettingen die nabij het maaiveld liggen. Echte grofzandige en zeer grindrijke Maasafzettingen komen binnen 1 m diepte dan weer niet voor. De redelijke tot goede sortering van het zand wijst er echter op dat een deel van de sedimenten in het plangebied ook door de wind verplaatst kan zijn. Omdat de aangetroffen sedimenten al meer dan honderdduizend jaar min of meer aan het oppervlak liggen, heeft als gevolg van bioturbatie (verstoring als gevolg van dieren en planten) en kryoturbatie (verstoring door dooi en vorst) vermenging van bodemlagen plaatsgevonden, waardoor riviersedimenten waarschijnlijk met wat dekzand vermengd zijn geraakt en omgekeerd.
Metersdik dekzand komt namelijk wel enkele honderden meters naar het noordwesten voor in natuurgebieden Het Marissen en Kranenbroek.
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[11]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 3. Overzicht van sterk siltig zand, kleiig zand en sterk zandige klei onder de bouwvoor te deelgebied Dominicusweg.
3.2.3
Bodemvorming
In de boringen zijn geen aanwijzingen voor bodemvorming aangetroffen. In alle boringen ligt de bouwvoor meteen op de lichtgele tot lichtgeel-grijze C-horizont (figuur 4). Het bodemtype kan vanwege het ontbreken van een minimaal 80 cm dikke doorlopende roestlaag, worden aangemerkt als een gooreerdgrond. Dit zijn relatief natte zandgronden met dunne roestlagen of geheel zonder roest. De bodem is ook op de bodemkaart als gooreerdgronden aangegeven (DLO -Staring Centrum, 1993). Er zijn geen verstoorde bodemprofielen aangetroffen.
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[12]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 4. Profielput 1: bouwvoor op lichtgeel -grijze C-horizont te deelgebied Dominicusweg.
3.2.4
Archeologische indicatoren
Te deelgebied Dominicusweg zijn geen vondsten aangetroffen. Ter hoogte van de begroeiing met rogge, schorseneren en op het braakliggende deel van het perceel was een oppervlaktekartering niet mogelijk.
3.2.5
Archeologische relevantie
In het bureauonderzoek (Nater, 2020b) is een brede verwachting aan het plangebied toegekend. Vindplaatsen van jager-verzamelaars (laat paleolithicum en mesolithicum), die gekenmerkt worden door een concentratie van vondsten in de bovenste laag van de bodem, zullen in de bouwvoor zijn opgenomen en daardoor niet meer gaaf zijn. Intacte vindplaatsen uit het laat paleolithicum en mesolithicum worden zodoende niet meer verwacht. Vanwege de relatief natte omstandigheden (GWT III; Krabbenborg 1966) in het grootste deel van plangebied, die door de aangetroffen gooreerdgronden bevestigd worden, kan de verwachting voor het overgrote deel van het plangebied voor vindplaatsen van landbouwende gemeenschappen (neolithicum tot nieuwe tijd) naar laag worden bijgesteld. Een uitzondering vormt het uiterste zuidoostelijke deel, dat een meter hoger ligt. Hier kunnen wel grondsporen van landbouwende gemeenschappen verwacht worden.
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[13]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3.3 Resultaten Donnerskamp 3.3.1
Veldwaarnemingen
Het perceel aan de weg Donnerskamp was bedekt met afgestorven mosterdplanten (groenbemester). Het noordwestelijke deel van het deelgebied heeft een hoogte rond 44,0 m NAP, het zuidoostelijke ligt rond 50,5 m NAP.
3.3.2
Geologie
Nagenoeg het hele bodemprofiel te deelgebied Donnerskamp wordt door matig grof tot uiterst grof zand gekenmerkt. Het zand is in de regel zwak of matig siltig. De ondergrond is meestal matig tot sterk grindig, terwijl de hoeveelheid grind naar boven toe wat afneemt ( figuur 5). Het gaat hierbij om beddingmateriaal van de Maas: op de ene plek werd fijner zand afgezet met minder grind, op de andere plek grover zand met veel grind. Dat de hoeveelheid grind naar boven toe minder wordt, zo u ermee te maken kunnen hebben dat plaatselijk een zeer dunne laag dekzand aanwezig was, die als gevolg van ploegen met het onderliggende grind vermengd is geraakt.
Figuur 5. Profielput 46: bouwvoor op bruine sterk grindhoudende B -horizont onder zwak grindige bouwvoor te deelgebied Donnerskamp.
Verder komt in het centrale deel van deelgebied Donnerskamp sterk siltig zand, kleiig zand en sterk zandige klei voor in de ondergrond (figuur 6). Soms is dat direct onder de bouwvoor, soms pas op grotere diepte. Het bovenste deel van het bodemprofiel bestaat altijd uit zwak of matig siltig zand. Deze sterker siltige en kleiige sedimenten zijn afgezet door rustig stromend water. Net als de deelgebied Dominicusweg, zijn rivieren de vormende kracht geweest in deelgebied Donnerskamp. Voorheen werd gedacht dat deelgebied Donnerskamp op het hoogterras van de Rijn lag (Stiboka, 1970). Tegenwoordig worden de terrassen in dit deel van Limburg tot de Maasterrassen
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[14]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
gerekend. Deelgebied Donnerskamp ligt op het Maasterras van Caberg 1 (Staring Centrum/RGD, 1989). Deze riviervlakte is tussen waarschijnlijk in een vroege fase van het Saalien, tussen circa 200.000 en 300.000 jaren geleden door de Maas verlaten.
Figuur 6. Overzicht van sterk siltig zand, kleiig zand en s terk zandige klei onder de bouwvoor te deelgebied Donnerskamp.
3.3.3
Bodemvorming
De bodem wordt gekenmerkt door bruin of lichtbruin zand, dat naar beneden toe steeds lichter van kleur wordt, en in de regel op 50 à 70 cm diepte lichtgeelbruin van kleur is. Het g aat daarbij om gronden waarin sprake is van een (veelal zwak ontwikkelde) moderpodzol-B-horizont. Volgens de bodemclassificatie vallen dergelijke gronden onder de vorstvaagronden. Op de bodemkaart (DLO Staringcentrum, 1993) staan ook vorstvaaggronden aange geven. Er zijn geen verstoorde bodemprofielen aangetroffen.
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[15]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
3.3.4
Archeologische indicatoren
Hoewel als gevolg van de bedekking met bladeren en stengels van mosterdplanten een systematische oppervlaktekartering niet representatief zou zijn geweest te deelgebied Donnerskamp, zijn toch enkele vondsten aangetroffen bij het lopen van boring naar boring (figuur 7 en figuur 8). Het gaat om enkele vuurstenen artefacten uit de steentijd (laat paleolithicum B tot neolithicum) en handgevormd aardewerk uit de late prehistorie, waarschijnlijk de ijzertijd (tabel 2).
Figuur 7. Overzicht van de vondsten van deelgebied Donnerskamp. Van links naar rechts V1 t/m V7.
nummer materiaal omschrijving
datering
aantal gewicht (gram)
1
vuursteen afslag
laat-paleolithicum B tot neolithicum
1
2,4
2
vuursteen dubbele klingschrabber
laat-paleolithicum B tot neolithicum
1
16,3
3
vuursteen afslag
laat-paleolithicum B tot neolithicum
1
1,8
4
vuursteen kling
laat-paleolithicum B tot neolithicum
1
5,3
5
keramiek
handgevormd aardewerk
ijzertijd
1
3,7
6
keramiek
handgevormd aardewerk
ijzertijd
1
6,5
7
keramiek
handgevormd aardewerk
ijzertijd
1
15,2
Tabel 2. Overzicht van de vondsten aangetroffen in deelgebied Donnerskamp.
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[16]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 8. Ligging van de vondsten te deelgebied Donnerskamp.
3.3.5
Archeologische relevantie
In het bureauonderzoek (Nater, 2020a) is aan het hele deelgebied Donnerskamp een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor alle perioden toegekend. Kampementen van jager -verzamelaars (paleolithicum en mesolithicum), die door concentraties vondsten in de bovenst e bodemlagen gekenmerkt worden, zullen grotendeels in de bouwvoor zijn opgenomen. Intacte vindplaatsen uit deze perioden worden derhalve niet meer verwacht. Het uitgevoerde booronderzoek heeft de relatief vruchtbare en ook lemige vorstvaaggronden, die op basis van het bureauonderzoek verwacht werden, bevestigd. Eveneens zijn er per toeval enkele vondsten uit de vermoedelijk de ijzertijd gevonden, die de hoge verwachting bevestigen. De hoge verwachting voor vindplaatsen uit de late prehistorie wordt nog ver der bevestigd door nadere bestudering van een bewerkte zogenaamde “hillshade” van het Actueel Hoogtebestand Nederland 2
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[17]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
(figuur 9). Hier zijn in de naastgelegen bossen vaag de walletjes van een akkersysteem uit de late prehistorie (zogenaamde Celtic Fields) zichtbaar. Op de huidige akkers zijn deze walletjes geheel verploegd, maar zeer waarschijnlijk zijn de ook in deelgebied Donnerskamp aanwezig geweest. In en nabij de akkersystemen lag meestal de bijbehorende nederzetting /boerderij.
Figuur 9. Deelgebied Donnerskamp en de directe omgeving op een bewerkte hillshade van het AHN2. In de bossen naast het plangebied zijn vaag de walletjes (aangegeven met rode pijlen) van een akkersysteem uit de late prehistorie (zogenaamde Celtic Field) zichtbaar.
De in het bureauonderzoek opgestelde verwachting, waarbij de hoogste verwachting aan het noordwestelijke deel en een middelhoge verwachting aan het zuidoostelijke deel van Donnerskamp werd toegekend, lijkt gerechtvaardigd. Er is dus een gerede kans op vindplaatsen (nederzetting, grafveld e.d.) en grondsporen uit de perioden neolithicum tot Romeinse tijd. Vindplaatsen uit de middeleeuwen en nieuwe tijd worden echter niet verwacht, omdat vondsten uit die perioden in de omgeving –ondanks de vele vindplaatsen in ARCHIS – geheel ontbreken.
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[18]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
4 Beantwoording onderzoeksvragen en advies 4.1 Beantwoording onderzoeksvragen Op grond van de onderzoeksresultaten kunnen de onderzoeksvragen als volgt beantwoord worden. Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? Te deelgebied Donnerskamp is sprake van zwak grindige Maasafzettingen die nabij het maaiveld waarschijnlijk als gevolg van kryo- en bioturbatie met dekzand vermengd zijn. Deels komen in de ondergrond sterk siltige zanden, kleiige zanden en zandige klei voor. Het deelgebied is met uitzondering van het zuidoostelijke hoekje vrij laaggelegen ten opzichte van de omgeving. Deze lage ligging uit zich ook in bodemkundige zin: er is sprake van gooreerdgronden, waarbij de bouwvoor direct op de C-horizont ligt. In deelgebied Donnerskamp is sprake van matig tot sterk grindige Maasafzettingen. De bouwvoor is meestal minder grindig, wat erop kan wijzen dat er sprake is van een zeer dunne laag dekzand vermengd met Maasafzettingen. Hier en daar is onder de bouwvoor ook sprake van sterk lemige en kleiige zanden. Het gebied ligt op een hoge terrasrand, en in bodemkundige zin is er sprake van vorstvaaggronden.
Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van de gespecificeerde archeologische verwachting verwacht werd? Ja, de geo(morfo)logische en bodemkundige situatie komt overeen met gespecificeerde verwachting. Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld? Voor beide deelgebieden gold een brede archeologische verwachting. Vindplaatsen van jager verzamelaars, die uit een concentratie vondsten in de bovenste bodemlagen bestaan, zullen overal als gevolg van ploegwerkzaamheden nagenoeg volledig verstoord zijn. Deelgebied Dominicusweg blijkt met uitzondering van het zuidoostelijke hoekje te worden gekenmerkt door vrij hoge grondwaterstanden, zodat met uitzondering van deze kleine zone in het zuidoosten, aldaar ook geen vindplaatsen van landbouwende gemeenschappen meer verwacht worden. Deelgebied Donnerskamp was in het verleden wel in trek als vestigingslocatie voor landbouwende gemeenschappen uit de perioden neolithicum tot en met Romeins e tijd en met name de late prehistorie.
De relatief lemige en vruchtbare vorstvaaggronden in combinatie met de aangetroffen vondsten en de laat-prehistorische akkersystemen in de naastgelegen bossen , bevestigen de middelhoge en hoge archeologische verwachting die voor dit deelgebied in het bureauonderzoek werd uitgesproken. Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen? Daar waar nog archeologische resten (grondsporen) verwacht worden, zullen deze zich meteen onder de bouwvoor bevinden op een diepte vanaf 30 à 40 cm beneden maaiveld.
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[19]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is? Vindplaatsen van jager-verzamelaars zullen overal in de bouwvoor zijn opgenomen en worden derhalve niet meer intact verwacht. Vindplaatsen van landbouwende gemeenschappen, die gekenmerkt worden door grondsporen die tot onder de bouwvoor ingegraven kunnen zijn, worden wel nog verwacht. Aangezien nergens verstoringen zijn aangetroffen, kunnen deze vindplaat sen in de verwachte zones (zuidoostelijke hoekje Dominicusweg en hele deelgebied Donnerskamp) nog redelijk gaaf aanwezig zijn. Deze zones kunnen dus niet worden vrijgegeven.
4.2 Advies De voorgenomen bodemingrepen bestaan het plaatsen van hekwerk, versterking en voor het hekwerk, de onderconstructie van de zonnepanelen, elektrische uitrusting en ondergrondse kabelgangen. Verder vindt beplanting plaats rondom de zonneparken. Voor het hekwerk en de onderconstructie van de panelen worden palen de grond in gedreven. Hiervoor vindt geen graafwerk plaats. Voor de kabelgangen en elektrische uitrusting vindt wel graafwerk plaats. Voor deelgebied Donnerskamp is een berekening gemaakt van het te verstoren oppervlak. Dit bedraagt circa 400 m 2 (exclusief eventuele plantgaten). De te verstoren oppervlakte is daardoor kleiner dan de vrijstellingsgrenzen conform het gemeentelijk beleid (500 m 2 ). Voor wat betreft de plantgaten wordt aanbevolen deze maximaal 30 cm diep te maken (boven diepte archeologisch niveau). Dit houdt in da t de bovenstaande ingrepen (palen, kabelgangen, elektrische installatie, en beplanting) zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek mits de 500 m 2 oppervlak in combinatie met 30 cm diepte niet overschreden worden. Bovenal is de te verstoren oppervlakte (4 00 m 2 ) is in verhouding tot de omvang van het plangebied (85.687 m 2 ) zo klein en versnipperd, dat archeologisch vervolgonderzoek in het kader van de voorgenomen ingrepen niet zinvol is.
Desalniettemin dient aan het hele deelgebied Donnerskamp de dubbelstemming “waarde-archeologie” te worden toegekend, of te worden gehandhaafd waar deze dubbelbestemming reeds bestond. Voor deelgebied Dominicusweg geldt dat het grootste deel kan worden vrijgegeven (figuur 11). Hier gelden zodoende geen restricties meer ten aanzien van bodemingrepen. Alleen in het zuidoostelijke hoekje blijft de hoge archeologische verwachting staan (figuur 11). Voor deze zone dient de dubbelbestemming “waarde-archeologie” dus te worden gehandhaafd. Zolang in de zuidoostelijke zone de bestaande onderzoeksgrenzen (500 m 2 in combinatie met 40 cm diepte) niet overschreden worden, is vervolgonderzoek in het kader van de aanleg van het zonnepark en beplanting niet aan de orde. In het algemeen geldt: wordt afgeweken van bovenstaande bodemingrepen, dan zal opnieuw een afweging in relatie tot de archeologie gemaakt moeten worden.
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[20]
Plangebied Zonneparken te Peij en Koningsbosch, gemeente Echt -Susteren; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
Figuur 10. Advieskaart deelgebied Donnerskamp.
RAAP-rapport 5044 / versie 16-03-2021
[21]