CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de regels

Gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM)-Omgevingsplan 'Hoofdstuk 22b Louerveld'32.543 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

15 Omdat de methodiek sterk samenhangt met de herkomst van de databestanden, zullen we hieronder de onderdelen dienovereenkomstig uitsplitsen. In hoofdstuk 3 zullen we de inhoudelijke aspecten meer thematisch toelichten.

2.4.2 De provinciale inventarisatie De provincie Limburg heeft in 2012 zijn verbeterde cultuurhistorische waardenkaart (CHW) via een GIS-viewer op de provinciale website gelanceerd. De CHW Limburg bestaat uit drie deelonderwerpen (archeologie, bouwkunde en historische geografie) en is opgebouwd uit landelijke databases (onder meer van gebouwde en archeologische rijksmonumenten) en de gegevens die door Renes voor de provincie zijn verzameld in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. Voor elke discipline zijn de gegevens in GIS-databases opgenomen die door belangstellenden kunnen worden bekeken en gedownload vanaf de provinciale website. Het betreft thematische databases (o.a. van kerken, kloosters, boerderijen), databases op basis van een beschermingsregime (rijksmonument) of inventarisatieproject (MIP) of verzameldatabases van landschappelijk erfgoed (cultuurhistorische elementen, onderverdeeld naar punten, lijnen en vlakken). In het kader van het samenstellen van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart hebben we de provinciale databases nader uitgeselecteerd. Daarbij is alleen overgenomen wat een toevoeging vormt op de inventarisatie die op een lokaal schaalniveau hebben plaatsgevonden. Wat op basis van historisch kaart materiaal in het kader van de gemeentelijke CHW met een grotere nauwkeurigheid is gekarteerd, is derhal ve

15

Dit was deels ook noodzakelijk doordat de provinciale databases voor landschapselementen niet waren uitgesplitst, terwijl dit voor een nuttig gebruik wel noodzakelijk is. Het is bijvoorbeeld voor een goede raadpleging wenselijk om alleen de historische wegen te kunnen combineren met de aardkundige ondergrond. Bij de nieuwe inventarisaties (RAAP, heemkundekringen) is deze thematische indeling wel gebruikt. In de toekomst zouden de provinciale data ook dienovereenkomstig overgezet of nieuw gekarteerd moeten worden.

24

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

niet uit de provinciale databases overgenomen. Dat daardoor de invalshoeken soms anders waren, was onvermijdelijk. Zo hebben we de wegen met een veel grotere geografische nauwkeurigheid gekarteerd en de wirwar aan legendaeenheden teruggebracht, maar was het niet mogelijk om (zoals door Renes destijds wel gedaan was) na te gaan waar we te maken hadden met holle wegen of onverharde wegen. Uit de volgende databestanden hebben we onderdelen verwerkt in de nieuwe lokale kaartlagen: -

TUINEN_P_p

-

CULTUURHISTORIE_MONUMENT_inven_ne

-

CULTUURHISTORISCHE_ELEMENTEN_2clip_ne

-

KASTELEN_KASTEELDOMEINEN_P_p_c

-

CULTUURHISTORIE_kruisen_p

-

RIJKSMONUMENTEN_P_p_Clip_ne

-

CULTUURHISTORISCHE_ELEMENTEN_c_ne

-

NEDERZET_GEWAARD_ZL_KRT3_V_v_c

-

HISTORISCHE_BUITENPLAATSEN_V_c

Waar mogelijk is de inhoud van deze bestanden, indien hieruit objecten zijn overgenomen, inhoudelijk verbeterd door bijvoorbeeld de ligging te preciseren. De gekozen insteek was vooral om alles te herstructureren in thematische databases, ongeacht de bron. 16

2.4.3 Nieuwe inventarisaties Bureaustudie door RAAP De provinciale inventarisatie heeft tot doel gehad een overzicht te geven van cultuurhistorische waarden op een provinciaal schaalniveau. Dat betekent impliciet ook dat specifieke waarden die van belang zijn op een gemeentelijk schaalniveau, niet in die kaart zijn opgenomen. Om die lacune te vullen zijn op basis van kaartstudie, met name van de kadastrale minuutplans en diverse generaties topografisch kaartmateriaal, elementen geïnventariseerd en naar type op de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart gepresenteerd. Hierbij hebben we een thematische databasestructuur opgebouwd die correspondeert met de legenda van de kaarten en waar ook (indien bruikbaar) de provinciale gegevens in zijn ondergebracht. Het betreft allereerst de historische nederzettingslocaties op basis van het kadastraal minuutplan uit 1842. 17 Deze nederzettingslocaties geven weer waar op een zeker moment 18 bebouwing stond. Dat heeft een historisch-geografische betekenis omdat het wat zegt over de nederzettingsstructuur, maar is daarnaast ook van belang voor de archeologische en bouwhistorische verwachting. 16

Let op: de kartering van historische nederzettingen (geel gearceerd op de kaart) heeft alleen plaatsgevonden voor de voormalige gemeente Susteren. De gemeente Echt viel onder de inventarisatie Noord- en Midden-Limburg en daarin is geen aandacht besteed aan de nederzettingen. Dit hebben we ondervangen door in de landschapskartering voor de gehele gemeente de historische kernen te begrenzen. De categorie ‘historische nederzettingen’ uit de provinciale inventarisatie heeft daardoor beperkte meerwaarde. Verder is het aanbevelenswaardig dat de provincie op haar website een module toevoegt waarop gebruikers een gewijzigd bestand kunnen indienen, waarmee de bestaande bestanden verbeterd kunnen worden.

17

Overigens zijn de kaarten als instrument in 1842 in werking getreden, maar heeft de kartering (op basis van een opmerking op één van de kaartbladen) waarschijnlijk al in 1819 plaatsgevonden. De afgebeelde situatie is dus nog iets ouder. Wel heeft er nog in 1839 een aanpassing plaatsgevonden. De omvang daarvan is nog niet duidelijk (bron: W. Schulpen, Susteren).

18

IJkjaar is 1842, de oudst bekende nauwkeurige kartering van de stedenbouwkundige structuur.

25

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

In of onder het huidige pand op die plek kunnen immers nog sporen van vroegere bewoning voorkomen. Deze historische nederzettingslocaties zeggen dus iets over hoe een nederzetting vroeger in elkaar zat, niet welke molens en huizen er ooit in de hele gemeente hebben gestaan of waar nu nog oude huizen staan. Dit onderdeel is vooral van belang om gedetailleerd na te kunnen gaan of de bebouwing in het verleden verspreid lag of geclusterd in een dorp, etc. Het ijkjaar 1842, het jaar waarin in Limburg het kadaster werd ingevoerd, geeft een goede impressie van de structuur voor de industrialisatie van Nederland. Verder gaat het om een verdere detaillering van alle wegen en paden en van de waterstaat(swerken), zoals waterlopen en brug- en vonderlocaties. Naast correcties op de bestaande provinciale inventarisaties (wegen voor de kernen, waterlopen voor de gehele gemeente), die op gemeentelijk schaalniveau slecht bruikbaar bleken, hebben er dus voor wat betreft wegen, waterstaatswerken en historische nederzettingslocaties ook aanvullingen plaatsgevonden. Daarbij is de gekozen methodiek (periodisering, opzet databases) zo gekozen dat dit handvatten biedt voor een eventuele vervolgcorrectie. De inventarisatie van opgaand groen is aangevuld met databases van de Stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen Limburg.

De historische nederzettingslocaties zijn voor het toenmalige buitengebied als puntlocaties weergegeven. Dat geeft voldoende informatie om de situering ervan in te schatten. Voor de grotere kernen van de gemeente Echt-Susteren ligt dat iets anders. Het plaatsen van stippen op alle huisjes in de stadskern van Echt, Susteren en Nieuwstadt zou een puntenwolk zonder duidelijke duiding opleveren. Om die reden is ervoor gekozen om bouwblokken te begrenzen en daarbij uiteraard de toenmalige open ruimte ook als open ruimte aan te duiden. Voor een stedenbouwkundige interpretatie is die benadering veel waardevoller. De begrenzing tussen beide manieren van karteren (punten in het buitengebied, bouwvlakken in de kernen) is getrokken op basis van de grenzen van kadastrale bladen van het kadaster in 1842. We willen daarmee geen harde uitspraken doen over grenzen van bebouwde kommen in de 19e eeuw. De volgende bestanden zijn door RAAP voor kaartbijlage 2 aangemaakt: -

ECHCU5_infrastructuur_punt

-

ECHCU5_infrastructuur_lijn

-

ECHCU5_infrastructuur_vlak

-

ECHCU5_waterstaat_punt

-

ECHCU5_waterstaat_lijn

-

ECHCU5_waterstaat_vlak

-

ECHCU5_oorlogdefensie_punt

-

ECHCU5_oorlogdefensie_lijn

-

ECHCU5_oorlogdefensie_vlak

-

ECHCU5_economie_vlak

-

ECHCU5_opgaandgroen_punt

-

ECHCU5_opgaandgroen_lijn

26

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

-

ECHCU5_opgaandgroen_vlak

-

ECHCU5_religie_vlak

-

ECHCU5_verkaveling_lijn

-

ECHCU5_histned_punt

-

ECHCU5_histned_vlak

-

ECHCU5_rijksmonument_1dec2014

-

ECHCU5_rijksmonumenten_buitenplaatsen

-

ECHCU5_kastelen_punt

-

ECHCU5_bebouwing_punt

-

ECHCU5_gewaardeerdenederzetting_punt

Inbreng door heemkundekringen De gemeente Echt-Susteren hechtte om begrijpelijke redenen grote waarde aan het inzetten van heemkundekringen bij het samenstellen van de cultuurhistorische waardenkaart. Niet alleen is het een goede manier om (een deel van de) inwoners van de gemeente bij het project te betrekken, ook kan er de nodige kennis naar boven komen die anders verborgen zou blijven. Om die reden is binnen dit project voorzien in de samenwerking met amateurs via vier lijnen: -

het instrueren van leden van heemkundekringen over gewenste gegevens en deze vervolgens volgens een vaste procedure via veldwerk te laten verzamelen;

-

het organiseren van een workshop in het gemeentehuis om met een wat breder gezelschap de conceptkaart te bespreken;

-

het uitvoeren van een waardering van de reeds bekende en nieuw geïnventariseerde, nietbeschermde historische bouwkunst;

-

het leveren van een bijdrage aan de beschrijving van de cultuurhistorisch waardevolle ensembles.

Op de cd-rom bij dit rapport zijn de inventarisatieformulieren opgenomen die aan de heemkundekringen ter beschikking zijn gesteld om de informatie te verzamelen. De heemkundekringen hebben voornamelijk met betrekking tot de volgende aspecten materiaal aangeleverd (achter de activiteit de eerste letter van het werkgebied van de kringen: E = Echt, S = Susteren, N = Nieuwstadt): -

rijksmonumenten, MIP-objecten: controle geregistreerde gegevens, actualisering m.b.t. staat MIP-objecten (E, S, N);

-

beeldbepalende panden: nieuwe registratie (E, S, N);

-

opgaand groen: nieuwe registratie (E, S);

-

diverse categorieën aan landschapselementen: oorlog en defensie, economie, bestuur, religie, gedenktekens, etc. (E, S, N).

Opgaand groen en de overige categorieën aan landschapselementen hebben geen uitputtend karakter gehad. Hierbij is vooral opgenomen wat bij de kringen bekend was. De check van het gebouwd erfgoed tijdens de inventarisatie en het vervolgens uitvoeren van de waardering waren binnen de gekozen methodiek wel volledig (met name op coördinaten, adressen en op de

27

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

eventue le sloop sinds de inventarisatie). Bij de nieuwe inventarisatie van beeldbepalende panden speelden naast een algemene architectuur- en bouwhistorische invalshoek (afwezigheid van spouw, intactheid van het object) vooral de cultuurhistorische betekenis (lokale sociaal-maatschappelijke betekenis van het pand en zijn bewoners) en de kenmerkendheid voor het lokale gebouwde erfgoed (zoals de poorten in Nieuwstadt) een rol. De inventarisatie besloeg de periode tot en met 1940 en voor Echt tot en met 1950. De database, zoals aangeleverd door de heemkundekringen, is aangevuld met de inventarisatie van kerkgebouwen van na 1940 in Limburg. 19 De inventarisatie van het gebouwd erfgoed had met name tot doel een kennisdatabase aan te leggen, op basis waarvan later beredeneerde keuzes voor bescherming en borging gemaakt kunnen worden. De database biedt een inzicht in wat vanuit de heemkundekringen belangrijke bebouwing wordt gevonden. De mening van experts (architectuurhistorici) is er nu niet in betrokken, zij vormde de basis van de data (MIP). De inventarisatie, met name waar het gaat om gebouwd erfgoed uit de periode na de Tweede Wereldoorlog, heeft vanuit dat perspectief dus geen uitputtend karakter. In het kader van de waardering werden op meerdere criteria scores toegekend. Kwam een totaalscore boven de 80 uit, dan wordt het pand van gemeentelijk belang geacht.

Tevens vervulden de heemkundekringen een belangrijke rol bij het formuleren en beschrijven van voor hen belangrijke ensembles van cultuurhistorisch erfgoed (zie kaartbijlage 3). De landschappelijke cultuurhistorische databases van de heemkundekringen zijn bewerkt met informatie die tot en met 15 juni 2012 is aangeleverd. 20 De databases met beeldbepalende bebouwing zijn tot en met december 2014 bijgewerkt. De volgende bestanden zijn op aanwijzing van de heemkundekringen door RAAP voor kaartbijlage 2 aangemaakt: - ECHCU5_bouwkunst_5dec2014 - ECHCU5_bouwkunst_5dec2014_80enhoger

19

Jacobs & Wiekart, 2003; de informatie is gedestilleerd uit http://www.kerkgebouwen-in-limburg.nl. De kerk in Echt is later uit de lijst verwijderd omdat het gebouw inmiddels gesloopt is.

20

Dit geldt niet voor informatie over de aardkundige kaart (m.n. steilranden) en de begrenzingen en toevoegingen m.b.t. de aardkundige en cultuurhistorische ensembles. Die informatie is bijgewerkt tot en met 10 juli 2012.

28

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

3 Toelichting op de kaarten

3.1 Aardkundige waardenkaart In deze paragraaf gaan we in op de geo(morfo)logische processen die het ‘natuurlijke’ landschap hebben gevormd, welke hoofdindeling daaruit herleid kan worden en tot welke afzonderlijke aardkundige landvormen deze hoofdindeling verder opgesplitst zijn (kaartbijlage 1).

3.1.1 Geo(morfo)logische processen Voor een uitgebreide toelichting op de chronologische ontwikkeling van het landschap in de gemeente Echt-Susteren wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van RAAP-rapport 1951, deelrapport II. 21 Hier wordt volstaan met een beknopte toelicht op de belangrijkste geologische en geomorfologische processen. De Maas en de wind zijn de belangrijkste vormende krachten geweest van het abiotische landschap in de gemeente Echt-Susteren. Over een periode van duizenden jaren zijn de aard en inwerking van deze krachten gestuurd door klimatologische veranderingen. Met name de invloed van de afwisseling van glacialen (ijstijden) en interglacialen (tussenijstijden) gedurende het Pleistoceen is van grote invloed geweest op de landvormen die in de gemeente te vinden zijn. Als reactie op de klimaatwisselingen sneed de Maas zich herhaaldelijke in, waarbij delen van de voormalige dalvlakte werden opgeruimd, maar ook delen als terrassen bewaard bleven. Doordat dit proces over vele honderdduizenden jaren heeft plaatsgevonden zijn meerdere terrasniveaus gevormd, waarbij de oudste terrassen het hoogste zijn gelegen (figuur 3). De rivierterrassen bepalen op macroniveau het reliëf in de gemeente Echt-Susteren. Op microniveau hebben (meer lokale) processen van erosie en sedimentatie een belangrijke rol gespeeld.

Wederom was water een vormende kracht, maar nu in de vorm van smeltwaterstromen en beken. Met name tijdens de overgangen van glacialen naar interglacialen (en in de zomerperiodes) kwamen grote hoeveelheden smeltwater vrij. Vanwege de diep bevroren bodem (permafrost) stroomde dat oppervlakkig af, waarbij erosiedalen werden uitgesleten. Vaak zijn deze dalen niet meer watervoerend (droogdalen), al worden ze soms gebruikt door de huidige beken (beekdalen). De dalen versnijden de hogere terrassen in de gemeente. Daarnaast heeft de wind in grote delen van de gemeente gezorgd voor een uitgesproken reliëf op microniveau. Onder de periglaciale omstandigheden tijdens de laatste twee ijstijden, vergelijkbaar met de toendra’s in noordelijk Siberië, werden door de wind grote hoeveelheden bodemmateriaal verplaatst. 22 Dit heeft erin geresulteerd dat de Maasterrassen werden afgedekt met een zand- of leemdeken (dekzand respectievelijk löss). Vooral in droogvallende en onbegroeide rivierbeddingen 21 22

Verhoeven e.a., 2010 De Mulder, e.a., 2003

29

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)



















3H HOUD QGE 



N UHX

XN ar la nk -L a en Ei

sd

3



nt Ge er tru id

Ro th em

C ab er g 5(HFKFXBUH

2

2

1

g er ab C

g er





ab C









 NP

Si

G

'XLWVODQG

2 Si n Si t Pi e nt Pi ters be et er rg sb 2 er g 1 Si nt G ee rtr ui d 3

EUH

ei st in ge n

)H OGE LVV









%HOJLs









 

OHJHQGD 0DDVWHUUDVVHQ

RYHULJ

WHUUDVYDQ(LVGHQ/DQNODDU

WHUUDVYDQ&DEHUJ

JHRORJLVFKHEUHXN

WHUUDVYDQ0HFKHOHQDG0DDV

WHUUDVYDQ&DEHUJ

JHPHHQWHJUHQV

WHUUDVYDQ*HLVWLQJHQ

WHUUDVYDQ&DEHUJ

KXLGLJH0DDVORRS

/DWH'U\DVWHUUDV QLHWLQJHPHHQWH

WHUUDVYDQ5RWKHP

5RHUGDO

+RORFHQHRYHUVWURPLQJVYODNWH

WHUUDVYDQ6LQW3LHWHUVEHUJ

Figuur 3. Overzicht van de Maasterrassen (naar Van den Berg, 1996 en Staring Centrum/RGD, 1989).

waren de omstandigheden optimaal voor intensieve zandverstuiving door de wind. Daardoor zijn aan het eind van de laatste ijstijd (Late Dryas) langs de riviervlakten plaatselijk rivierduinen ontstaan. 23 Vaak ging de verstuiving door tot in de eerste fase van het Holoceen. 24

23 24

De Mulder, e.a., 2003 Stiboka & RGD, 1988

30







31









NP

+ROWXP +ROWXP +ROWXP +ROWXP +ROWXP +ROWXP







/LPEULFKW /LPEULFKW /LPEULFKW /LPEULFKW /LPEULFKW

1LHXZVWDGW 1LHXZVWDGW 1LHXZVWDGW 1LHXZVWDGW 1LHXZVWDGW 1LHXZVWDGW

6XVWHUHQ 6XVWHUHQ 6XVWHUHQ 6XVWHUHQ 6XVWHUHQ



(FKW (FKW (FKW (FKW

6LQW-RRVW 6LQW-RRVW 6LQW-RRVW 6LQW-RRVW 6LQW-RRVW 6LQW-RRVW



0RQWIRUW 0RQWIRUW 0RQWIRUW 0RQWIRUW 0RQWIRUW

.RQLQJVERVFK .RQLQJVERVFK .RQLQJVERVFK .RQLQJVERVFK .RQLQJVERVFK

0DULD+RRS 0DULD+RRS 0DULD+RRS 0DULD+RRS 0DULD+RRS





3RVWHUKROW 3RVWHUKROW 3RVWHUKROW 3RVWHUKROW 3RVWHUKROW 3RVWHUKROW







*XWWHFRYHQ *XWWHFRYHQ *XWWHFRYHQ *XWWHFRYHQ *XWWHFRYHQ

%RUQ %RUQ %RUQ %RUQ %RUQ

%XFKWHQ %XFKWHQ %XFKWHQ %XFKWHQ %XFKWHQ %XFKWHQ

5RRVWHUHQ 5RRVWHUHQ 5RRVWHUHQ 5RRVWHUHQ 5RRVWHUHQ 5RRVWHUHQ

/DDN /DDN /DDN /DDN /DDN /DDN

6WHYHQVZHHUW 6WHYHQVZHHUW 6WHYHQVZHHUW 6WHYHQVZHHUW 6WHYHQVZHHUW





5(HFKFXBUH













RAAP-RAPPORT 2943

Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)



Figuur 4. Uitsnede van de geologische kaart (Weerts e.a., 2006) ter hoogte van de gemeente Echt-Susteren (rode lijn).

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

3.1.2 Aardkundige hoofdindeling De hierboven beschreven processen hebben geresulteerd in een landschap met duidelijke en onderscheidende karakteristieken. Op het hoogste schaalniveau kan een aardkundige hoofdindeling worden gemaakt in Hoog van Koningsbosch, Maasterrassen, eolische ruggen en bekkens (dekzand en rivierduinen), holoceen Maasdal en beekdalen. Hier volgt een korte toelichting op de ontstaanswijze en morfologie van deze vijf landschapstypen.

Hoog van Koningsbosch De oudste en hoogst gelegen terrasniveaus van de Maas zijn te vinden op het Hoogterras, ook wel aangeduid als het Hoog van Koningsbosch. Hier komen oude zanden en grinden van Rijn en Maas (Formatie van Sterksel 25) dicht onder het maaiveld voor. Met name de hoogste delen van het Hoog van Koningsbosch zijn bedekt met een lössdeken (figuur 4, code Bx7). Hoewel het ‘Hoog’ in de dalende Roerdalslenk ligt, heeft het vanaf het Midden Pleistoceen weinig bodemdaling gekend waardoor de oude afzettingen nu als een uitgesproken plateauterras in het landschap liggen. 26 In het overige deel van de gemeente zijn de afzettingen van de Formatie van Sterksel diep weggezakt en in de loop van het Pleistoceen met dikke pakketten jongere Maassedimenten bedekt geraakt.

Maasterrassen Nadat de Maas in het Holsteinien het Hoog had verlaten, werd een nieuwe dalbodem gevormd. Door herhaaldelijk insnijding van de Maas, onder invloed van klimaatwisselingen tijdens de voorlaatste en laatste ijstijd (Saalien en Weichselien), werd het stroomdal herhaaldelijk verdiept en zijn de restanten van de voormalige stroomdalen als dalvlakteterrassen in het landschap bewaard gebleven: de Maasterrassen. Er is onderscheid te maken tussen de (grofzandige) rivierterrassen uit het Saalien (terras van Caberg 3 en terras van Eisden-Lanklaar 27) en de jongere, wat lager gelegen terrassen uit het Weichselien (figuur 3). De overgang van terrassen uit het Saalien naar die uit het Weichselien is herkenbaar als een trede in het landschap (van ca. 31 m +NAP naar ca. 28 m +NAP), veelal gemarkeerd door een restgeul. 28 Deze geul is bijvoorbeeld duidelijk zichtbaar tussen Susteren en Dieteren (Taterbosch). Het oudste (bewaard gebleven) terrasniveau uit het Weichselien (terras van Mechelen aan de Maas) is gevormd in het Pleniglaciaal, de koudste fase van het Weichselien. Een restant hiervan bevindt zich in de gemeente nog tussen Echt en Maasbracht. Door het koude klimaat en de on regelmatige sedimentaanvoer had de Maas een vlechtend karakter. Het terras wordt daardoor doorsneden door een complex van stroomgeulen. 29 Een niveau lager ligt in de gemeente het terras van Geistingen.

Dit is gevormd aan het begin van het Laat Glaciaal, een periode waarin klimaatwisselingen elkaar snel opvolgden. Het laatste terrasniveau (het Late Dryasterras) komt in de gemeente niet voor. Omdat het in andere delen van het Maasdal vrijwel overal is terug te vinden, lijkt het aannemelijk dat het in de gemeente Echt-Susteren door de eroderende werking van de 25 26 27 28 29

Westerhoff, 2003 Staring Centrum & RGD, 1989 Verlaten eind Saalien; Van den Berg, 1996 Staring Centrum & RGD, 1989 Staring Centrum/RGD, 1989

32

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

Maas tijdens het Holoceen is opgeruimd. Kenmerkend voor de laagste Maasterrassen is dat naast zand en grind ook kleiige afzettingen voorkomen, met name in de oude stroomgeulen. Deze klei is afgezet toen de rivier zich in het holocene dal terugtrok en alleen bij hoogwater nog de terrassen overstroomde, waarbij de geulen weer watervoerend werden. De oude geulen laten zich bodemkundig dan ook duidelijk onderscheiden van de omringende hogere zandbanken. 30

Eolische ruggen en bekkens Met name in het noordelijk deel van de gemeente, ten oosten van Sint Joost, worden delen van de Maasterrassen uit het Saalien gemaskeerd door afdekkende eolische zanden. Plaatselijk is het niet meer dan een dunne laag golvend dekzand, waar het reliëf van de terrassen nog doorheen schemert (figuur 4, code Be4). Maar op andere plekken zijn hogere duinen opgewaaid die zich kenmerken door een uitgesproken reliëf (rivierduinen; figuur 4, code Bx4). Het zand is veelal afkomstig uit de tijdens koude perioden droog liggende en onbegroeide beddingen en werd door sterke westen winden aan de oostzijde tot duinen opgewaaid. Op de plaatsen waar het zand was weggewaaid, bleven soms diepe uitblazingsbekkens in het landschap achter; zij vormen als het ware de negatieven van de duinen. De uitgestoven vlakten (uitblazingsbekkens) en opgestoven landduinen zijn op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) duidelijk herkenbaar ten oosten van St. Joost (figuur 5). In feite vormen zij de meest zuidelijke Maasduinen die zich ten oosten van de Maas uitstrekken tot bij Gennep. De duinen hebben vaak een paraboolvorm en zijn van zuidwest naar noordoost georiënteerd. Het hoogteverschil varieert van ca. 1 tot ruim 3 m over zeer kort afstand (minder dan 50 m).

Het grootste uitblazingsbekken bevindt zich tussen de noordgrens van de gemeente en Montfort (het Groot Broek) en hier is zelfs sprake van hoogteverschillen van meer dan 5 m.

Holoceen Maasdal Het huidige holocene Maasdal vormt in feite het volgende terrasniveau ‘in wording’. In de overstromingsvlakte zet de Maas tijdens perioden van hoog water nog altijd sedimenten af. Dat de rivier daarbij haar loop regelmatig heeft veranderd, blijkt wel uit het feit dat de overstromingsvlakte wordt doorsneden met oude stroomgeulen en hoefijzervormige meanders (ook herkenbaar op het AHN ten westen van Roosteren; zie figuur 5). Met name vanaf de Bronstijd is op grote schaal weer klei afgezet, vooral op de oevers van de huidige rivierloop, waardoor een soort oeverwallen zijn ontstaan.

Beekdalen De beken die voor de lokale afwatering van het gebied zorgden, volgden voornamelijk de oude geulen van de vlechtende en meanderende Maas. De Geleenbeek en Roode Beek stromen voor een groot deel echter dwars over een relatief hooggelegen plateauterras (tussen Nieuwstadt en Susteren) en vervolgen pas ten westen van Susteren hun weg weer in een oude Maasgeul. Het vermoeden bestaat dat de beken oorspronkelijk een dal volgden op de grens met het Hoog van Koningsbosch (het Haeselaarbroek), maar dat dit dal als gevolg van intensieve zand verstuiving aan het eind van het Weichselien is dicht gestoven, zodat de beken gedwongen werden een andere loop te zoeken. Kenmerkend voor de dalen van de huidige beken is dat ze door alle

30

DLO-Staring Centrum, 1993

34

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

landschappelij ke zones heen lopen. Ontspringend in de hogere delen (Hoogterras of het heuvelland) stromen ze over de Maasterrassen en monden uiteindelijk uit in het holocene Maasdal.

3.1.3 Aardkundige landvormen en aardkundig waardevolle gebieden De resultaten van het onderzoek zijn vertaald in een aardkundige waardenkaart (kaartbijlage 1). Wanneer de gemeente van west naar oost doorkruist wordt, dan worden alle landschappelijke hoofdeenheden aangedaan. Kenmerkend is ook dat alle hoofdeenheden als zodanig herkenbaar zijn. Dit is duidelijk zichtbaar gemaakt op een doorsnede van het AHN (figuur 6). Hierop zijn de landschappelijke hoofdindelingen weergegeven, evenals de verschillende terrasniveaus en enkele topografische gegevens.

Figuur 6. Doorsnede van west naar oost van het reliëf (rode lijn; zie A-A’ in figuur 5) in de gemeente Echt-Susteren.

De aardkundige hoofdindeling (landschapstypen) is verder opgesplitst in aardkundige landvormen. De aar dkundige waardenkaart is grafisch zodanig uitgewerkt dat alle afzonderlijke landvormen zijn weergeven, maar op een hoger schaalniveau ook de landschappelijke hoofdindeling te herleiden is. Daarnaast zijn ook aardkundig waardevolle gebieden (ensembles) afgebeeld.

Aardkundige landvormen Hieronder volgt een korte toelichting op de kaartbijlage, inzoomend van de landschappelijke hoofdindeling naar de daarbinnen benoemde landvormen. Per landvorm staat ook een verwijzing naar een referentiefoto. Deze zijn terug te vinden in bijlage 1. Op het Hoog van Koningsbosch (purpertinten) zijn de volgende landvormen onderscheiden: -

plateaus: vlakke hooggelegen delen (referentiefoto 1);

-

wanden: hellingen rond de droogdalen, maar ook de treden tussen terrasniveaus (referentiefoto 2);

35

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

-

glooiingen: glooiingen van hellingafspoeling materiaal en daluitspoelingswaaiers aan de voet van het Hoog (referentiefoto 3);

-

dalen: niet watervoerende (droog)dalen die de plateaus en wanden doorsnijden (referentiefoto 4). Opvallend is het grote centrale droogdal midden op het Hoog. Dit dal betreft een voormalige geul van de Maas. Deze is tijdens het Holsteinien interglaciaal gevormd, toen de Maas zich als meanderende rivier geleidelijk naar het westen verplaatste en zich daarbij in de oudere afzettingen insneed. 31

De Maasterrassen (groentinten) liggen ingeklemd tussen het Hoog en het holocene Maasdal. Binnen de verschillende terrasniveaus zijn de volgende landvormen onderscheiden: -

terrassen: vlakke voormalige dalbodems, gekenmerkt door een zwak golvend reliëf van geulen en zandbanken (referentiefoto 5);

-

reliëflijnen: steilranden tussen terrasniveaus (referentiefoto 6);

-

geulen: laagtes die de terrassen doorsnijden, vaak langs de terrastreden en in veel gevallen de dalen voor de huidige beken (referentiefoto 7);

-

dalen: niet watervoerende kleinschalige dalen ontstaan door erosie op overgangen van hoog naar laag.

Eolische ruggen en bekkens (geeltinten) dekken de Maasterrassen in het noordelijk deel van de gemeente af. Er is onderscheid gemaakt in: -

terrassen: dunne laag dekzand, waardoor het reliëf van de onderliggende terrassen vorm bepalend is (referentiefoto 5);

-

glooiingen: zwak golvende dekzanden, niet uitgesproken genoeg om ruggen te begrenzen (referentiefoto 8);

-

ruggen: uitgesproken dekzandruggen met uitgesproken maar niet extreem hoogteverschil (referentiefoto 9);

-

duinen: rivierduinen meestal aan de oostzijde van uitblazingsbekken met extreme hoogteverschillen (referentiefoto 10);

-

bekkens: uitblazingsbekkens meestal begrensd door opgestoven duinen (referentiefoto 11).

Het holocene Maasdal vormt op macroniveau het dal dat de Maas sinds de start van het Holoceen in de oudere afzettingen heeft uitgesleten. Daarbinnen komen de volgende landvormen voor: -

geulen: veelal hoefijzervormige voormalige geulen van de zich verleggende meanderende Maas (referentiefoto 12);

-

vlaktes: breed uitgesleten Maasdal (referentiefoto 13); er is onderscheid te maken in hoger gelegen delen (de oudste delen van het holocene Maasdal) en lager gelegen delen (de huidige dalbodem);

-

ruggen: hogere delen in het Maasdal, waar door opslibbing een soort oeverwallen zijn ontstaan;

-

wielen: naast de geulen, ruggen en vlaktes landvormen zijn binnen het Holocene Maasdal enkele bijzondere indirect door de mens beïnvloedde landvormen aanwezig: wielen (referentiefoto 14). Deze zijn ontstaan als gevolg van dijkdoorbraken, waarbij achter de doorbraak een kolk ontstond, waarin door de kracht van het water de grond diep is weggeschuurd.

31

Staring Centrum & RGD, 1989

36

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

Onder de beekdalen zijn de huidige water lopen gevat. Zij hebben de volgende landvormen in het landschap gevormd: -

geulen: voormalige geulen van de Maas, nu benut door (gegraven) beken (referentiefoto 15);

-

dalen: door de beken uitgesleten dalen (referentiefoto 16);

-

terrassen: hoger gelegen vlaktes van beekafzettingen, waarin de beek zich heeft ingesneden.

Aardkundig waardevolle gebieden Op basis van de onder § 2.2.5 toegelichte uitgangspunten zijn in de gemeente vijf gebieden aangewezen die op basis van het ensemble van aanwezige landvormen en de herkenbaarheid daarvan als aardkundig waardevol aangemerkt kunnen worden. De verschillende gebieden zijn in tabel 6 kort beschreven. 32 ID

hoofdindeling

vormen

naam

omschrijving

1

Maasterrassen, beekdal

terrasruggen, geulen en dalvormi ge laagten

Rooterbeek (referentiefoto 17)

Typevoorbeeld van een vlechtend versneden Maasterras. Zeer reliëfrijk met herkenbare zandruggen en geulen waarin de huidige beken lopen.

2

Maasterrassen

terras(vlakte) en geulen

’Doort-Taterbos (referentiefoto 18)

Typevoorbeeld van een reliëfrijk dalvlakteterras. De hogere terrasdelen worden begrensd door een uitgesproken, deels watervoerende meanderende geul op overgang naar het hogere terrasniveau.

3

Maasterrassen, dekzand, rivierduin

terras(vlakte), glooiingen, ruggen, duinen en bekkens

Reigelsbroek (referentiefoto 19)

Typevoorbeeld van het eolische beïnvloede landschap. Met diepe uitblazingsbekkens, omringd door hoge steile stuifduinen. Bovendien omvat dit gebied de transitiezone tussen de zandruggen en de onbedekte Maasterrassen.

4

Maasterrassen, Hoog van Koningsbosch

terras(ruggen), geulen, plateau s, wanden, glooiingen en (droog)dalen

Haeselaarsbroek (referentiefoto 20)

Typevoorbeeld van de overgang van het versneden middenterras naar het Hoog van Koningsbosch. De overgang wordt gemarkeerd door een steilrand, doorsneden met droogdalen en met glooiingen van hellingmateriaal aan de voet.

5

holoceen Maasdal

(rivier)vlakte en geulen

Oude Maas (referentiefoto 21)

Typevoorbeeld van het Holocene rivierdal. Gekenmerkt door verlaten Maasgeulen, grenzend aan hogere terrasdelen, doorsneden met huidige beeklopen.

Tabel 6. Overzicht en beschrijving van de aardkundig waardevolle gebieden in de gemeente Echt-Susteren.

Aan de hand van de (redengevende) criteria wordt hierna een uitgebreide toelichting gegeven op de 5 begrensde aardkundig waardevolle gebieden. Daarbij dient bedacht te worden dat de begrensde aardkundig waardevolle gebieden gezamenlijk voldoen aan het eerste criterium dat alle landschappelijke hoofdeenheden vertegenwoordigd moeten zijn, te weten Beekdal (De Horst), Dekzand (Broek en Hei), Holocene Maasdal (Oude Maas), Hoog van Koningsbosch (Op d’n Berg), Maasterrassen (alle gebieden) en Rivierduin (Broek en Hei). Dat alle gebieden de Maasterrassen omvatten is te wijten aan het feit dat de Maasterrassen de basis van het landschap in de gemeente Echt-Susteren vormen.

32

Aardkundig waardevol gebied 3 is op verzoek van gemeente en heemkundekringen naar het zuiden toe vergroot ten opzichte van de eerdere kartering van RAAP.

37

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

1. Aardkundig waardevol gebied De Horst is gelegen in de landschappelijke hoofdeenheid Maasterrassen en omvat bovendien Beekdalen. De typerende landvormen bestaan uit terras(ruggen) en geulen/dalvormige laagten, die in sterke onderlinge samenhang voorkomen en vanwege de aanzienlijke hoogteverschillen als zodanig duidelijk in het veld herkenbaar zijn. De voormalige stroomgeulen van de Maas vormen nu de dalen van de Vulensbeek en de Nieuwe Graaf. Het feit dat hier nog altijd water stroomt, maakt ook voor een ‘leek’ duidelijk dat de geulen door water zijn uitgesleten. Het gebied omvat in het westen bovendien een reliëftrede naar een lager gelegen terrasniveau als resultante van de zich tijdens het Pleistoceen herhaaldelijk insnijdende Maas. Aardkundig waardevol gebied De Horst kan op basis van deze kenmerken binnen de gemeente en de regio aangeduid worden als een typevoorbeeld van een versneden terras van de vlechtende Maas. Ingeklemd tussen de bebouwde kernen van Slek en Pey vormt het een soort landschapspark. Bij de begrenzing is rekening gehouden met zowel landschappelijke overgangen als perceelsgrenzen en wegen. 2. Aardkundig waardevol gebied D’n Doort is gelegen in de landschappelijke hoofdeenheid Maasterrassen. De typerende landvormen bestaan uit een terras waar (voormalige) geulen van de Maas doorheen slingeren.

De onderlinge samenhang is in het veld duidelijk herkenbaar in de afwisseling van hogere en lagere terreindelen resulterend in een zwak golvend reliëf. Het landgebruik draagt hier nog verder aan bij door akkers op de hogere delen en natte natuur in de lagere delen, zodat de verschillende landvormen ook voor een ‘leek’ eenvoudig herkenbaar zijn. Het gebied omvat in het noorden bovendien een reliëftrede naar een hoger gelegen terrasniveau als resultante van de zich tijdens het Pleistoceen herhaaldelijk insnijdende Maas. De terrasovergang wordt begrensd door een uitgesproken, deels watervoerende voormalige Maasgeul. Aardkundig waardevol gebied D’n Doort kan op basis van deze kenmerken binnen de gemeente en de regio aangeduid worden als een typevoorbeeld van een reliëfrijk dalvlakteterras van de Maas. Gelegen in een oude bocht van de Maas vormt het een geïsoleerd, rustig, landelijk gebied. De begrenzing is in eerste instantie gebaseerd op de landschappelijke gaafheid en herkenbaarheid, rekening houdend met perceelsgrenzen en infrastructuur. 3. Aardkundig waardevol gebied Broek en Hei is gelegen in de landschappelijke hoofdeenheden Maasterrassen, Dekzand en Rivierduin. Het Maasterras vormt de basis van het landschap, waar onder invloed van zandverstuiving eolische landvormen zijn ontstaan. De typerende landvormen bestaan uit terras(vlaktes), glooiingen, ruggen, duinen en bekkens.

In dit gebied is de onderlinge samenhang dermate sterk en goed in het veld herkenbaar dat voor een ‘leek’ direct duidelijk is dat het hier een door de wind gevormd duingebied betreft. Uitgeblazen laagtes grenzen namelijk direct aan hoog opgewaaide duinen, waardoor op korte afstand reliëfverschillen voorkomen die hun gelijke alleen kennen in de duinen langs de kust. Kenmerkend en (met enige kennis) in het veld duidelijk herkenbaar, zijn de zogenaamde paraboolduinen, ontstaan door langdurige verstuiving en daardoor geleidelijke migratie van de duin. Deze duinvormen zijn typisch voor de aan het eind van de laatste ijstijd gevormd Maasduinen waarvan Broek en Hei in feite de meest zuidelijke verbreiding vormen. Bovendien omvat het gebied in het oosten de transitiezone tussen het met eolisch zand bedekte landschap en de onbedekte Maasterrassen. Aardkundig waardevol gebied Broek en Hei kan op basis van deze kenmerken binnen

38

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

de gemeente en de regio aangeduid worden als een typevoorbeeld van een eolisch beïnvloed landschap. Ingeklemd tussen Sint Joost en Montfort vormt dit gemeentegrens overschrijdende gebied een zeer reliëfrijk eiland te midden van de vlakkere, voor de landbouw ontgonnen Maasterrassen. Binnen de begrenzing zijn, rekening houdend met perceelsgrenzen, alle landvormen vertegenwoordigd. Het gebied overschrijdt de gemeentegrens omdat het grootste uitblazingsbekken (het Groot Broek) zich hier overheen uitstrekt. 4. Aardkundig waardevol gebied Op d’n Berg is gelegen in de landschappelijke hoofdeenheden Maasterrassen en Hoog van Koningsbosch. De typerende landvormen bestaan uit terras(ruggen) en geulen op het Maasterras en plateau’s, wanden, glooiingen en (droog)dalen op het Hoog van Koningsbosch. In het veld is de onderlinge samenhang duidelijk herkenbaar door de overgang van het lagere Maasterras naar het Hoog van Koningsbosch in de vorm van een steile wand, die onder invloed van afstromend hemelwater versneden is geraakt met droogdalen. Het afgespoelde hellingmateriaal vormt glooiende pakketten aan de voet van de wand. Dat het hier om de grootste hoogteverschillen binnen de gemeente gaat, maakt het ook voor een ‘leek’ inzichtelijk dat de vorming van het ‘Hoog’ niet enkel aan lokale erosieprocessen te danken is, maar dat ook grotere geologische krachten invloed hebben.

Het gebied vormt daarmee in feite de meeste noordelijke uitstulping van het Zuid-Limburgse heuvelland. Dat op het Maasterras nog altijd water door de oude Maasgeul stroomt (de Pepinusbeek), maakt duidelijk dat de vorming van dit deel van het landschap wel in hoofdzaak door het water gevormd is. Aardkundig waardevol gebied Op d’n Berg kan op basis van deze kenmerken binnen de gemeente en de regio aangeduid worden als een typevoorbeeld van de overgang van het heuvelland (Hoog van Koningsbosch) naar de lagere, vlakkere Maasterrassen. Gelegen in de periferie van de gemeente op de grens met Duitsland vormt het gebied een oase van rust en natuur. Rekening houdend met de perceelsgrenzen omvat het gebied niet alleen de overgang tussen beide landschappelijke hoofdeenheden, maar ook de daarvoor kenmerkende landvormen. Een klein stuk Duitsland is bij het gebied betrokken omdat hier de hoogteverschillen maximaal zijn. 5. Aardkundig waardevol gebied Oude Maas is gelegen in de landschappelijke hoofdeenheid Holocene Maasdal. Omdat dit de laatste insnijding van de Maas betreft, kan het gebied in theorie ook als Maasterras benoemd worden. Het meeste zuidelijk deel (ten noorden van Roosteren) ligt bovendien hoger, zodat het een soort sub-terrasniveau vormt. Het lagere deel kenmerkt zich door de typerende landvormen vlakte, doorsneden met een uitgesproken geul.

Omdat deze geul tegenwoordig door de Geleenbeek wordt gevolgd om verderop in de Maas uit te monden, is ook voor een ‘leek’ duidelijk dat de geul door water is uitgesleten. De oevers van de geul zijn herkenbaar als onontgonnen, uiterwaard-achtige gebieden, waarvan duidelijk is dat ze bij hoogwater als eerste overstromen. Aardkundig waardevol gebied Oude Maas kan op basis van deze kenmerken binnen de gemeente en de regio aangeduid worden als een typevoorbeeld van een het Holocene rivierdal, met actieve en verlaten Maasgeulen grenzend aan regelmatig overstroomde uiterwaarden. Ingeklemd tussen de Maas en de Hoge weg tussen Roosteren en Aasterberg, vormt dit gebied een door de mens enigszins vergeten gebied waar de landschapsvormende processen echter nog altijd een actieve rol spelen.

39

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

3.1.4 Steilranden Voor de waardering van de (ten opzichte van de oorspronkelijke aardkundige waardenkaart) opnieuw gedefinieerde reliëflijnen is uitgegaan van een combinatie van het hoogteverschil en de herkenbaarheid. Allereerst is het hoogteverschil door vertaald in vier reliëfklassen: 1. relatief beperkt hoogteverschil (0,5-1 m); 2. relatief middelmatig hoogteverschil (1-2 m); 3. relatief groot hoogteverschil (2-7 m); 4. relatief zeer groot hoogteverschil (>7 m). Vervolgens is aan alle reliëflijnen een herkenbaarheidswaardering toegekend, zijnde: slecht, matig, goed of zeer goed (zie referentiefoto’s 22-24; bijlage 1). Op basis van de combinatie tussen reliëfklasse en herkenbaarheid zijn de reliëflijnen vervolgens op de aardkundige waardenkaart geprojecteerd. De reliëflijnen zijn aan de hand van een uniek ID-nummer beschreven in bijlage 2.

3.2 Cultuurhistorische landschapstypen In deze paragraaf gaan we in op de kartering van de cultuurhistorische landschappen. Zoals reeds in § 2.3 is aangegeven staat deze kartering op zichzelf. De aanwezige aardkundige landvormen blijken vaak sturend te zijn geweest in de occupatie van een gebied, maar kunnen niet één op één over worden genomen. De gekarteerde landschappen zijn afgebeeld op kaartbijlage 2.

3.2.1 Algemeen De gehele gemeente Echt-Susteren kan tot het landschapstype van de rivierterrasontginningen worden gerekend. 33 Als we wat verder inzoomen, blijkt al dat de variatie veel groter is en dat het beeld juist heel divers is. Niet alleen kennen rivierterrasontginningen per definitie (letterlijk) meerdere landschappelijke niveaus, ook kunnen er grote verschillen zijn ontstaan door het voorkomen of juist ontbreken van afzettingen op de pleistocene rivierzanden. Hydrologie speelt voor het (agrarisch) gebruik van dergelijke landschappen bijvoorbeeld een belangrijke rol. De verdere onderverdeling levert binnen het ene ‘hoofdcultuurlandschap’ van Echt-Susteren niet minder dan 37 ‘sublandschapstypen’ binnen tien clusters op. Deze 37 historische landschapstypen vormen de belangrijkste uitkomst van de kartering. In deze paragraaf zullen we van die 37 cultuurhistorische landschappen bespreken wat hun primaire kenmerken zijn, waarin ze zich onderscheiden en in hoeverre dit historische beeld bewaard is gebleven. In het GIS is een tussenniveau aangebracht.

Dat heeft betrekking op het terras waar de betreffende ontginning zich op bevond: het Hoog van Koningsbosch (het oorspronkelijke maaiveld vóór de rivierinsnijding in het zuidoosten van de gemeente), het middenterras (de diverse terrasniveaus uit de afgelopen millennia als gevolg van rivierinsnijding) en de overstromingsvlakte (het huidige rivierterras). Tabel 7 geeft een overzicht van alle sublandschapstypen en de groepen waarin we ze kunnen clusteren. In de beleidsvorming kan er uiteindelijk natuurlijk voor gekozen worden om bepaalde

33

We sluiten hierbij aan bij systematieken die in heel Nederland worden gebruikt, zoals het GIS Histland van Alterra en Overland.

40

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

cluster

sublandschapstype

code

droge kampontginningen

droge kampontginning in overstromingsvlakte

Rkdo

droge kampontginning met rationele structuur

Rkdr

droge kampontginning met rationele structuur, deels bebost

Rkdrb

droge kampontginning, onregelmatig verkaveld

Rkdw

droge kampontginning met onregelmatige structuur, deels bebost

Rkdwb

droge kampontginning, type open akker

Rkda

halfopen kampontginning met onregelmatige structuur

Rkdh

natte kampontginning met onregelmatige structuur

Rknw

natte kampontginning met rationele structuur

Rknr

natte kampontginning met rationele structuur, deels bebost

Rknrb

beekdal, onregelmatig verkaveld

Rbi

beekdal, onregelmatig verkaveld met verspreide bebouwing

Rbiv

beekdal, overwegend onverkaveld

Rbn

beekdal, rationeel verkaveld

Rbr

halfopen beekdal, onregelmatig verkaveld

Rbw

broekontginning, onregelmatig verkaveld

Rbo

broekontginning, onregelmatig verkaveld, deels bebost

Rbob

oud loofbos, nu gemengd landgebruik

Ruo

oud loofbos, nu overwegend gemengd bos

Rug

oud loofbos, nu overwegend landbouwgrond

Rul

oud naaldbos, nu gemengd landgebruik

Rvo

oud naaldbos, nu overwegend gemengd bos

Rvg

oud naaldbos, nu overwegend landbouwgrond

Rvl

buitenplaatsen en landgoederen

oud buiten

Rl

bebouwing

historische kern met huispercelen

Sh

bebouwing met opgaande beplanting aan Maasoever

Sm

Maasgeulontginning met overwegend onregelmatige verkaveling

Rmw

Maasgeulontginning met overwegend ooibos

Rmo

Maasgeulontginning, onverkaveld

Rmk

overstromingsvlakte met overwegend onregelmatige verkaveling

Rzw

overstromingsvlakte, overwegend onverkaveld

Rzk

jonge broekontginning, nu overwegend landbouwgrond

Rjl

jonge heideontginning, nu gemengd landgebruik

Rho

jonge heideontginning, nu overwegend landbouwgrond

Rhl

jonge heideontginning, nu overwegend naaldbos

Rhn

Maas

M

niet-ontgonnen broekgebied

Rw

natte kampontginningen

beekdalen

broeken

oude bossen

riviervlakteontginningen

jonge ontginningen

niet-ontgonnen gebieden

Tabel 7. De onderscheiden clusters en sublandschapstypen.

41

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

beleidsbeslissingen op het niveau van het cluster te nemen en bepaalde op het niveau van het sublandschapstype. We hebben zoals hiervoor aangegeven naast een onderscheid in cultuurlandschapstype ook een onderscheid gemaakt tussen het Hoog van Koningsbosch (het niet-versneden pleistocene reliëf), het middenterras (de verschillende niveaus van insnijding van de Maas) en de overstromingsvlakte van de Maas (het huidige insnijdingsniveau). Tot op zekere hoogte kan deze indeling tot verwarring leiden, en wel omdat in fysisch-geografische termen dat middenterras weer uit allerlei terrassen bestaat. Wat wij ‘middenterras’ noemen is dus feitelijk een verzamelnaam voor meerdere terrasniveaus. Ons ‘Hoog van Koningsbosch’ is het oorspronkelijke maaiveld van vóór de rivierinsnijding. In cultuurlandschappelijk opzicht was het echter te verantwoorden om het middenterras als één terrasniveau te beschouwen.

3.2.2 De cultuurlandschappen van Echt-Susteren Algemeen Bij de kartering hebben we een onderscheid gemaakt op basis van ouderdom. De scheidslijn tussen ‘oude ontginningen’ en ‘jonge ontginningen’ hebben we op het jaar 1850 gelegd, een gebruikelijk jaar voor historisch-geografen vanwege de beschikbaarheid van specifiek kaartmateriaal. 34 In die periode begon men met de grootschalige bebossing en ontginning van de heide. We zullen zien dat men hier in de gemeente Echt-Susteren al wat eerder mee bezig was. Over de ouderdom van de oude ontginningen valt veel te zeggen, maar dat gaat buiten het kader van dit rapport. Belangrijk om te weten is dat de droge kampontginningen relatief het vroegst tot stand zijn gekomen, vanaf de Vroege Middeleeuwen. Verwijzingen naar de vorm van verkavelingen etc. zijn gebaseerd op de historische situatie (1850). De aanduiding zegt niets over wat nog aanwezig is van deze verkaveling. Die beoordeling is terug te vinden in de waardering.

Droge kampontginningen Droge kampontginning in overstromingsvlakte (Rkdo) Deze kampontginningen worden gekenmerkt door hun relatief hoge ligging in het landschap binnen het Maasdal. Zij waren volledig in gebruik als akkerland en hebben in beperkte mate een onderverdeling door middel van wegen. Opgaand groen was plaatselijk aanwezig langs de randen. Bebouwing ontbrak binnen het landschapstype en moet in de directe omgeving vooral gezocht worden binnen de verschillende dorpen die langs het Maasdal gesitueerd zijn. Door veranderingen in grondgebruik en aanplant van opgaand groen zijn zij nog in beperkte mate als zodanig herkenbaar in het huidige landschap. Droge kampontginning met rationele structuur (Rkdr) Kampontginningen van dit type, vanouds met name in gebruik als akkerland, liggen zowel op het middenterras als het hoogterras. Ze worden gekenmerkt door een regelmatige verkaveling en wegenstructuur. Ze hebben een geringere ouderdom dan de open akkers. Bebouwing komt in zeer 34

We realiseren ons dat er lokaal soms een beter ijkjaar denkbaar is, bijvoorbeeld de start van grote ontginningen omstreeks 1900. We hebben er echter bewust voor gekozen om, in lijn met het systeem Histland, landelijk een uniforme methode te kiezen. Lokale verschillen zijn uiteindelijk wel af te leiden uit het resultaat van de kartering of uit verdiepende studies voor deelgebieden.

42

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

beperkte mate in deze kampontginningen voor, en dan vaak nog aan de randen. Opgaande beplanting ontbreekt vrijwel. Op het hoogterras vinden we een vrij uitgestrekt gebied met deze ontginningen langs de rijksgrens, op het middenterras hebben de ontginningen een veel geringere omvang en liggen ze vaak ingeklemd tussen beekdalen en broekgebieden. Op het hoogterras bevindt de nederzetting Koningsbosch zich grotendeels binnen deze landschappelijke eenheid. De ontginningen hebben weinig historische binding met de oude nederzettingen Echt, Susteren en Nieuwstadt, maar vormen de buitenste en jongste rand van het cultuurland van de plaatsen rondom Waldfeucht. Ze kwamen in de loop van de 18e eeuw tot stand uit een ontginning van het gedegradeerde Koningsbos. 35 Uit het jaar 1740 kennen we zo’n ontginningscampagne. 36 Droge kampontginning met rationele structuur, deels bebost (Rkdrb) Rationele kampontginningen met bos komen uitsluitend voor ten oosten van Hingen, op lage landduinen op het middenterras. Bebouwing ontbreekt historisch gezien in dit landschapstype, en met name aan de oostzijde, op de overgang naar het grote broekgebied, komt loofbos (vegetatietype onbekend) voor. Mogelijk gaat het hier om de nattere randen van deze kampenontginning. Verder komen de karakteristieken van dit landschapstype overeen met die van eenheid Rkdr.

Droge kampontginning, onregelmatig verkaveld (Rkdw) Onregelmatig verkavelde kampontginningen vinden we uitsluitend ten oosten van Dieteren en Susteren. Dit landschapstype onderscheidt zich van de voorgaande kampontginningen door een onregelmatige structuur, die versterkt wordt door de aanwezigheid van opgaande beplanting, mogelijk overstaanders van hakhout, binnen (delen van) de kampontginning. Bebouwing ontbreekt binnen dit landschapstype, of is hooguit aan de randen op de overgang naar nattere gronden te vinden. Droge kampontginning met onregelmatige structuur, deels bebost (Rkdwb) Van de deels beboste variant van het voorgaande landschapstype vinden we slechts één voorbeeld terug in de gemeente Echt-Susteren. Het wordt aan alle kanten omsloten door een beekdal en ligt tussen Echt en Dieteren. De onregelmatigheid ervan blijkt uit de begrenzing van het gebied (met kromme lijnen) en de onregelmatige perceelsgrenzen van het loofbos rond het centrale akkerland. Door het gebied liepen van noord naar zuid enkele wegen, waarvan de Doorderweg nog over is. Het gebied is in het huidige landschap nog altijd zeer goed te herkennen. Met name aan de zuid en (in mindere mate) aan de westkant is het contract met het natte en lage beekdal goed zichtbaar gebleven. Ook de afwisseling tussen landbouwgrond en bos is blijven bestaan.

De relatief hoog en droog gelegen uitloper aan de zuidoostelijke zijde is door herverkaveling niet meer herkenbaar. Droge kampontginning, type open akker (Rkda) Verreweg het grootste areaal aan oud akkerland behoort tot dit type kampontginning, dat voorkomt op alle drie terrasniveaus binnen de gemeente Echt-Susteren (figuur 7). In Limburg spreken we meestal van velden. De grootte van de open akkers varieert sterk, maar het meest in het oog springt het grote areaal akkerland dat de gehele gemeente van noord naar zuid doorsnijdt. Met name in het zuidwestelijk deel is het akkerland doorsneden door verschillende beekdalen, 35 36

Roebroeck, 1967: 27 Roebroeck, 1967: 284

43

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

waardoor het landschap wat fragmentarischer oogt dan ten noorden en oosten van Echt. Belangrijke kenmerken van dit landschapstype zijn de openheid, het gebruik van het land als akker, en het meestentijds ontbreken van bebouwing (uitgezonderd langs de randen) en opgaand groen. In de omgeving van Nieuwstadt werd en wordt dit landschapstype doorsneden door beken, begeleid door opgaand groen. Het akkerland loopt daar tot aan de oever door, en er is daar dan ook geen sprake van een afzonderlijk beekdallandschap dat het landschap van de open akker heeft gefragmenteerd. Het opgaand groen langs de beken zorgde daar uiteraard visueel wel voor. Plaatselijk komen depressies in het landschap voor, die men niet als akkerland, maar als grasland heeft benut. Deze depressies hebben we niet tot een afzonderlijk landschapstype gerekend, maar als wezenlijk kenmerk van het landschap van de open akkers. In deze lagere delen zijn vaak ook de dorpen en stadjes gesitueerd. Het reliëf van de open akkers was en is veelal licht golvend, een gevolg van het reliëf van de ondergrond. Ophoging heeft vanaf het einde van de Late Middeleeuwen plaatsgevonden door bemesting van een mengsel van mest en heide- of beekdalplaggen. De verkaveling is veelal door ruilverkaveling opgeschaald, al zullen op veel plekken de grenzen van de huidige percelen overeenkomen met de grenzen van de vroegere ontginningsblokken.

Dat impliceert dat de vroegere percelen zijn samengevoegd tot grotere en dat er niet overal een compleet nieuwe verkaveling is uitgerold. Dat valt onder meer op te maken uit het feit dat de oude wegen over de akkers zijn gehandhaafd en uit enkele steekproeven, onder meer ten westen van Gebroek. In die zin vertegenwoordigt de huidige verkaveling toch nog een zekere waarde. Er heeft geen gedetailleerde studie van de verkaveling plaatsgevonden. Halfopen kampontginning met onregelmatige structuur (Rkdh) Kenmerkend voor de halfopen kampontginningen is, naast de onregelmatige structuur die al in de naam vervat zit, de aanwezigheid van bredere houtsingels dan in de hiervoor genoemde typen. We vinden deze kampontginningen op de overgang van de open akker (Rkda) van Echt naar de deels beboste kampontginningen (Rkdrb) ten zuidoosten van Hingen. Tussen de omzoomde bouwlandkampen, vaak met afgeronde hoeken die naar de ondergrond zullen verwijzen, lagen depressies. Het landschap heeft zijn beslotenheid deels weten te behouden en vormt nog steeds een fraaie overgang tussen de twee bovengenoemde landschappen.

Natte kampontginningen Natte kampontginning met onregelmatige structuur (Rknw) Het enige gebied dat we als natte kampontginning met een onregelmatige structuur kunnen typeren, lag ten zuiden van de oude kern van Susteren op het dalvlakteterras. Een zeer onregelmatige verkaveling met bochtige percelen, zowel gras- als akkerland en veel perceelsrandbeplanting waren de belangrijkste kenmerken. Bebouwing ontbrak. Het gebied is voor de helft bebouwd door de uitbreiding van Susteren in zuidelijke richting. Aan weerszijden van de Elzenweg liggen de relicten van dit gebied, waarvan beplanting en verkaveling overigens volledig veranderd zijn. Natte kampontginning met rationele structuur (Rknr) De enige (maar uitgestrekte) natte kampontginning met een rechtlijnige structuur ligt in het noordoosten van de gemeente op het middenterras, niet ver ten zuiden van Montfort. De ontginning,

44

RAAP-RAPPORT 2943 Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

190

189

191

347

347

348

348

188

0

500 m

LBS1/echcu_tmk_lufo 188

189

1000 1:20.000

2012 190

191

Figuur 7. Droge kampontginningen van het type ‘open akker’ ten noorden van Echt (witte gebied). De kampontginningen strekten zich ooit vanuit de stadskern van Echt uit. Nu zijn ze deels overbouwd, maar elders nog bewaard gebleven (bron: TMK 1840).

waarvan de boerderij Putbroek deel uitmaakt, bestaat uit blokvormige percelen wei- en akkerland en naaldbos. De wegen kenden laanbeplanting, en op een paar locaties lagen boerenerven met bebouwing. Ook op de randen van de percelen stond opgaande beplanting. De hoofdstructuur van het gebied (o.a. de wegen) is bewaard gebleven, maar door een uitbreiding van de bebossing en vooral de ontginning van het aangrenzende broekgebied is het karakter ten opzichte van dat van de 19e eeuw sterk gewijzigd. Natte kampontginning met rationele structuur, deels bebost (Rknrb) Lilbosch was in 1623 een heidegebied waar ooit bos had gestaan. In de loop van de 17e eeuw moet het ontgonnen zijn. In de late 17e eeuw was het weer een ‘verlaten en steriel bos’, dat ooit ontgonnen was geweest, maar weer verwilderd was omdat een renderend landbouwbedrijf er niet

45

RAAP-RAPPORT 2943

186500

187000

187500

340500

340500

341000

341000

186000

341500

341500

Fraaie landstreken, belangrijke wandelingen en indrukwekkende gedenktekens Een cultuurhistorische en aardkundige waardenkaart van de gemeente Echt-Susteren (actualisatie)

0

250

500

m LBS1/echcu_tmk_lufo

186000

1:15.000

186500

187000

2012 187500

Figuur 8. Het westelijk deel van dit gebied, ten westen van de beek, was rond 1840 nog onverkaveld. Rechtsboven zien we nog net de bebouwde kom van Susteren.

kon bestaan. Het behoorde tot de Koninklijke domeinen. 37 Meer dan het voorgaande landschapstype werd de ontginning Lilbosch gekenmerkt door verspreid gelegen loofbosjes. De wegenstructuur was zo mogelijk nog regelmatiger dan in de variant zonder bos en er was één boerenerf met boomgaarden aanwezig. Lilbosch moet gezocht worden ten zuidoosten van Peij, en werd in 1883 aangekocht door een Cisterciënzer orde. Alhoewel de verkaveling nog wel grotendeels intact is, is door de uitbreiding van de bebouwing en de verdergaande verkaveling in de omgeving het contrast met de omliggende landschapstypen verloren gegaan.

Beekdalen Beekdal, onregelmatig verkaveld (Rbi) De onregelmatig verkavelde beekdalen lagen vooral in het zuidwestelijk deel van de gemeente op het middenterras, in de directe omgeving van Susteren en Nieuwstadt (figuur 8). De gebieden, vrijwel uitsluitend grasland in de 19e eeuw, kenmerken zich door een zeer onregelmatige verkaveling met percelen van uiteenlopende grootte. Randbeplanting kwam langs de beken en de grotere structuurlijnen door, maar mogelijk niet altijd tussen de kleinere percelen. Wellicht lagen daar alleen slootjes. Bebouwing ontbrak in dit landschapstype. Dit type landschap is door ingrepen ten behoeve van de landbouwkundige ontwikkeling sterk veranderd, al vinden we hier en daar nog wel enkele lijnen uit het oude landschap terug. Onder meer bij Susteren is het landschap deels overbouwd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=e05eb9d6-5622-4fb2-b6b1-76b33980d7b7