CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de motivering

Gemeenteraad 7 november 2024, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan 'Hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug'21.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug In opdracht van De Vlaamse Waterweg NV

NL.IMRO.1711.TAMSangersbrug-VG01 VASTGESTELD 4 september 2024

Contactpersoon T M E

Arcadis Nederland B.V. Maastricht

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de motivering

5

Bijlage 1 Archeologie

Bureauonderzoek Landschap, Cultuurhistorie en 6

Bijlage 2

Quicscan natuurwetgeving

90

Bijlage 3

Oplegnotitie Quickscan natuurwetgeving

124

Bijlage 4

Aeriusberekeningen

127

Bijlage 5

Passende beoordeling

148

Bijlage 6 mantel

Toetsing Natuurnetwerk Limburg en Groenblauwe

Bijlage 7

Compensatieplan

421

Bijlage 8

Activiteitenplan soortenbescherming

424

Bijlage 9

Weging van het waterbelang

509

Bijlage 10

Rivierkundige effectstudie

525

Bijlage 11

Verkeerstoets

646

Bijlage 12

Externe veiligheid

651

393

3

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

Bijlage 13

Bodemonderzoek

655

Bijlage 14

Oplegnotitie bodem

1440

Bijlage 15

Akoestisch onderzoek

1443

Bijlage 16

Onderzoek geluidwering gevel Schansberg 5

1469

Bijlage 17

Onderzoek ontplofbare oorlogsresten

1496

Bijlage 18

Aanmeldingsnotitie

1585

4

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

Bijlagen bij de motivering

5

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug (vastgesteld)

Bijlage 1 Bureauonderzoek Landschap, Cultuurhistorie en Archeologie

6

Bureauonderzoek Landschap, Cultuurhistorie en Archeologie Pater Sangersbrug Maaseik Nederland AAR 394 De Vlaamse Waterweg 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Contactpersoon ARCADIS NL

Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 'sHertogenbosch Nederland

2

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Inhoudsopgave Samenvatting

6

1

Inleiding

9

1.1

Aanleiding van het onderzoek

9

1.2

Plangebied en onderzoeksgebied

9

1.3

Administratieve gegevens

10

1.4

Huidige en toekomstige situatie plangebied

11

1.5

Doel van het bureauonderzoek

14

1.6

Normen en werkwijze

14

1.6.1

Werkwijze

15

1.7

Juridisch- en beleidskader

17

•

Europees: Verdrag van Malta (1992)

17

•

Nationaal: Omgevingswet (2024) en Erfgoedwet (2016)

17

2

3

3

Omgevingswet

17

Erfgoedwet (2016)

18

1.7.1

Provinciaal beleid

18

1.7.2

Gemeentelijk: beleidskaart en bestemmingsplan

20

Landschap

25

2.1

Inleiding

25

2.2

Landschap

25

2.2.1

Geologie en paleogeografie

25

2.2.2

Geomorfologie en bodem

29

2.3

Hoogtebestand AHN

31

2.4

Conclusie landschap

32

Archeologische informatie

33

3.1

Inleiding

33

3.2

Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart

33

3.3

Archeologische verwachtingskaart van het Maasdal

34

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

4

5

3.4

Vindplaatsen

41

3.4.1

AMK-terreinen

41

3.4.2

Vindplaatsen

41

3.5

Eerder uitgevoerd onderzoek

42

3.6

Andere vindplaatsen

43

3.6.1

Tweede Wereldoorlog

46

Cultuurhistorie

47

4.1

Inleiding

47

4.2

Ontwikkeling door de tijd

47

4.2.1

Onderzoek historische bronnen

48

4.2.2

Verstoringen

58

4.3

Inventarisatie cultuurhistorische waarden

59

4.3.1

Cultuurhistorische waardenkaart provincie Limburg

59

4.3.2

Cultuurhistorische waardenkaart gemeente

59

4.3.3

Veldbezoek plangebied

61

4.4

Aanwezige waarden per pijler

70

4.4.1

Natuurlijk erfgoed

70

4.4.2

Historisch landschap

70

4.4.3

Gebouwd erfgoed

71

4.4.4

Zichtbare archeologie

72

4.4.5

Inventarisatiekaart

72

Conclusies en aanbevelingen

73

5.1

Conclusie archeologie

73

5.1.1

Gespecificeerd verwachtingsmodel

73

5.2

Advies

75

5.3

Conclusie cultuurhistorie

76

5.4

Risico’s en kansen

77

5.4.1

Risico’s

77

5.4.2

Kansen

77

5.5

Advies

78

Bronnen

79

Bijlagen

80

4

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Colofon

5

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

82

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Samenvatting In opdracht van de Vlaamse Waterweg N.V. heeft Arcadis Nederland B.V. een archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek uitgevoerd voor plangebied Pater Sangersbrug, gemeente Echt-Susteren in de provincie Limburg. Het bureauonderzoek is uitgevoerd in het kader van het vervangen van de huidige brug voor een nieuw exemplaar. Het bureauonderzoek heeft als doel inzicht te verschaffen in de archeologische en cultuurhistorische waarden die zich in het plangebied kunnen bevinden. Het onderzoek dient tevens om een specifieke verwachting voor archeologie op te stellen Beleid De archeologische verwachtingskaart van de gemeente Echt-Susteren is opgesteld door archeologisch adviesbureau RAAP in 2011 en omvat de archeologische verwachting en de bijbehorende vrijstellingsgrenzen. Voor alle waarden geldt dat de vrijstellingsdiepte 40 cm -Mv bedraagt. Het vrijstellingsoppervlak is voornamelijk 500 m 2. Op het bestemmingsplan heeft het onderzoeksgebied twee dubbelbestemmingen archeologie, namelijk ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 5’. Hiervoor gelden een vrijstellingsdiepte van 40 cm -Mv en de vrijstellingsoppervlakte van 500 m2 (WA-3) of 1000 m2 (WA-5). De geplande ingreep gaat over de vergunningsvrije grens heen en is hiermee onderzoeksplichtig. De cultuurhistorische waarden van gemeente Echt-Susteren zijn beschermd via de (paraplu)bestemmingsplannen.

De aangewezen gronden zijn, naast de andere bestemmingen, bestemd voor het in stand houden en versterken van de aanwezige cultuurhistorische ne oudheidkundig waardevolle elementen, patronen en gebieden. Hieronder vallen ook verkavelingen, wegenpatronen en stedenbouwkundig beeld. Aardkunde en landschap Plangebied ligt in de Maasvallei op het laagterras dat het huidige overstromingsvlak is van de Maas. In het plangebied heeft de Maas sinds het Weichselien een laag van zandig fijn tot grof grind afgezet dat deel uitmaakt van het Laagpakket van Oost-Maarland. Gedurende het Holoceen veranderde de Maas in een meanderende rivier die klei en leem afzet op haar overstromingsvlaktes. Door dit fluviatiele proces is een relatief laaggelegen rivierdalbodem ontstaan binnen het deelgebied. Naast deze landschapsvorm zijn er ook afgravingen/egaliseringen geweest met als resultaat een laagte in het zuidwesten van het plangebied en een vlakte in het zuidoosten. Op de vlakte en de rivierdalbodem zijn ooivaaggronden te vinden. Deze bodem heeft een lagere grondwaterstand dan de poldervaaggrond in de laagte die is ontstaan door afgraving. De verschillende processen leveren een dynamisch landschap van hoogtes en laagtes op, waarbij de N296 en de gebouwen bij de brug met hun hoogte uitsteken boven het landschap. Archeologische verwachting Rondom het plangebied zijn twee Romeinse vindplaatsen bekend.

De vondsten betreffen in beide gevallen eikenhouten palen en ijzeren paalschoenen. De vondsten worden geïnterpreteerd als oeverbeschoeiing en een brugcomplex. Bij een van de vindplaatsen werden ook bouwstenen aangetroffen, maar deze zijn waarschijnlijk recent. Er zijn verder geen andere vindplaatsen bekend. Op basis van de landschappelijke context (rivierdalbodem, overstromingsvlakte) en de archeologische verwachtingskaarten kunnen archeologische resten vanaf de Romeinse Tijd voorkomen. Voor de Romeinse Tijd geldt een middelhoge archeologische verwachting. Voor de vroege en volle Middeleeuwen geldt vanaf maaiveld een middelhoge verwachting op sporen, structuren en losse vondsten gerelateerd aan agrarisch landgebruik, rituele en economische activiteiten. Het plangebied heeft verder een hoge archeologische verwachting voor resten uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog, aangezien het gebied rondom Maaseik en de brug een rol in beide oorlogen hebben gespeeld. Resten van de bruggen uit deze perioden en van militaire activiteiten kunnen dan ook aanwezig zijn. Cultuurhistorische waarden Op basis van de archeologische vindplaatsen in het gebied kan aangenomen worden dat er tijdens de Romeinse tijd een brug aanwezig is geweest.

Het eerste visuele bewijs van een brug rondom deze locatie stamt echter uit 1672, wanneer op een grondplan een brug met bastion zichtbaar is richting een schans omringt met water van de Maas. De brug is vermoedelijk verdwenen tussen de 17e en 19e eeuw; een nieuwe brug is pas weer aanwezig in 1889. Deze 19 e 6

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

eeuwse brug is vernield tijdens de Tweede Wereldoorlog. De schans is nog gedeeltelijk zichtbaar in het landschap, maar is ook deels verdwenen door de ophoging rondom de weg en de aanwezige bebouwing. De bebouwing betreft drie gebouwen, waarvan twee woonhuizen die in goede staat verkeren, het derde gebouw is in slechte staat. De gebouwen hebben geen monumentale status. Andere historische elementen binnen en rondom het plangebied betreffen een voormalige steenbakkerij (1850) in het zuidwesten van het plangebied, waaraan de vergraven vlakte in dit gebied gerelateerd kon worden, een spoorlijn (1930-1950) en deel van de huidige N296 (1842) en de Schansberg (< 1842). De nieuwe brug en aaneensluitende weg komen op de locatie van de historische weg (Schansberg) en (deel van) de voormalige spoorlijn te staan. Andere cultuurhistorische elementen zijn niet aanwezig op deze locatie. Gezien de ligging op de overstromingsvlakte van de Maas was het gebied niet heel aantrekkelijk voor bewoning, echter werd dit land vanaf de Middeleeuwen wel in gebruik genomen als wei- en hooilanden. Het plangebied heeft onregelmatige verkaveling langs de oever van de Maas en overwegend geen verkaveling in de rest van het plangebied.

Advies archeologie Op basis van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart en de verwachtingskaart van het Maasdal worden archeologische resten vanaf de Romeinse Tijd verwacht. Uitgaande van de specifieke archeologische verwachting die uit het bureauonderzoek is gekomen worden met name losse vondsten en resten van eerdere bouwwerken verwacht. Booronderzoek is daarvoor geen goede onderzoeksmethode derhalve zal op die locaties afgeweken worden van de AMZ-cyclus in ons advies (zie Figuur 45). Het eerste advies geldt voor de locatie van de bouwputten voor de fundering van het landhoofd en de pijler (zone 1). Gezien de verwachting op het aantreffen van restanten van een Romeinse brug op deze locatie wordt geadviseerd deze locatie in de planontwikkeling te ontzien. Indien dit niet mogelijk is adviseren wij om op de locatie van de bekende vindsplaatsen een proefsleuvenonderzoek uit te voeren om zo eventueel aanwezige resten van de Romeinse brug in beeld te brengen. Voor het uitvoeren van dit onderzoek dient een PvE opgesteld te worden. Voor zone 2 wordt geadviseerd om bij de sloopwerkzaamheden bij de huidige brug en mogelijke vergraving van de schans en gedempte gracht een intensieve archeologische begeleiding uit te voeren om zo eventuele oudere bouwfasen van de brug en de restanten van de schans te kunnen documenteren.

Ook hiervoor dient een PvE opgesteld te worden waarin het onderzoek zich specifiek richt op de bouwresten. Voor de locaties waar teelaarde wordt afgegraven (zone 1 en zone 2), wordt vrijgaven van het gebied geadviseerd. De ingrepen blijven beperkt tot 20 cm-mv, waardoor de kans op het aantasten van de eventueel aanwezig archeologische resten laag is. De geplande diepte blijft ook binnen de vrijstellingsgrenzen, waardoor archeologische vervolgonderzoek niet verplicht is. Voor het gedeelte van het plangebied dat is afgegraven voor kleiwinning geldt geen verwachting meer op archeologische resten, ook hiervoor adviseren we dit gedeelte vrij te geven. Voor de vrijgegeven gebieden geldt wel dat niet kan worden uitgesloten dat er nog archeologische vondsten bij toeval worden aangetroffen. In dat geval dienen deze bij de gemeente Echt-Susteren te worden gemeld. Dit advies kan door de initiatiefnemer te worden voorgelegd aan het Bevoegd Gezag, in dit geval de Gemeente EchtSusteren. Het Bevoegd Gezag kan van het door Arcadis gegeven advies afwijken. Advies cultuurhistorie Voor de cultuurhistorische en landschappelijke elementen in het plangebied zijn drie opties mogelijk (behouden, beperken en compenseren): • •

7

De eerste optie is behoud door het aanpassen van het ontwerp. De locatie van de huidige brug wordt aangehouden voor de nieuwe brug. Hierdoor wordt het ensemble van de locatie van de brug, de Schansberg weg en de houtopstand van verdwenen historische weg gespaard. Een tweede optie is het beperken van het verlies van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden door kleinschalige ontwerpaanpassingen. Beperking van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden is mogelijk Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

•

door de ligging van de weg richting de nieuwe brug over de historische Schansberg weg te leggen. Door alleen het hoognodige te kappen kan wordt de historische houtopstand zo min mogelijk aangetast. Een derde optie is compensatie. In dit geval wordt een cultuurhistorisch element hersteld of opnieuw beleefbaar gemaakt. Een deel van de Schansbergweg en de houtopstand daarnaast wordt bij de toekomstige ingrepen aangetast en de historische brug wordt gesloopt. Deze ingrepen zouden gecompenseerd kunnen worden. De kansen hiervoor zijn opgenomen in paragraaf 5.4.2.

Wanneer behoud van cultuurhistorie of beperking op het verstoren van cultuurhistorische elementen niet mogelijk is, adviseren wij om te kijken naar compensatie mogelijkheden. Door de verdwenen cultuurhistorische elementen op een nieuwe manier te reconstrueren of in te zetten op herstel van andere cultuurhistorische elementen, blijft het verhaal van deze locatie toch beleefbaar. We adviseren daarnaast ook de kansen uit paragraaf 5.4.2 in de toekomstige ontwikkelingen mee te nemen om zo een goede omgang binnen het plangebied met cultuurhistorie te creëren.

8

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

1

Inleiding

1.1 Aanleiding van het onderzoek In opdracht van de Vlaamse Waterweg N.V. heeft Arcadis Nederland B.V. een archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek uitgevoerd voor plangebied Pater Sangersbrug, gemeente Echt-Susteren in de provincie Limburg. Het bureauonderzoek is uitgevoerd in het kader van het vervangen van de huidige brug voor een nieuw exemplaar. De huidige Pater Sangersbrug is gebruik genomen in 1952. De brug is door de jaren heen met hevige regenval en overstroming verouderd. In plaats van renoveren wordt er gekeken naar de optie om een nieuwe brug ten zuiden van de huidige te bouwen. Met de nieuwe brug wordt ook gekeken naar duurzaamheid, door aan te sluiten op het vele fietsverkeer dat de brug gebruikt. Bij de uitvoering van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen mogelijk archeologische en cultuurhistorische waarden worden verstoord. Het bureauonderzoek heeft als doel inzicht te verschaffen in de archeologische en cultuurhistorische waarden die zich in het plangebied kunnen bevinden. Het onderzoek dient tevens om een specifieke verwachting voor archeologie op te stellen.

1.2 Plangebied en onderzoeksgebied Het plangebied is gelegen aan de oostelijke oever van de Maas (zie Figuur 1). De brug ligt bij Maaseik (BE) over de Maas en verbind daarmee Nederland en België. Aan de Nederlandse kant ligt de brug in de gemeente Echt-Susteren. Op de brug gaat de Nederlands N296 over in de Belgische N761. Voorliggend rapport focust zich op het gedeelte van het plangebied dat in Nederland ligt (7.4 ha). De aanlanding van de brug en het gebied daaromheen in België wordt door het Belgische bedrijf uitgevoerd en in een ander onderzoeksrapport uitgewerkt. Beide archeologische bedrijven hebben contact gehad om informaties uit te wisselen over de plangebieden. Voor het onderzoeksgebied is een zone van 200 meter om het plangebied genomen. Hierdoor wordt een completer beeld verkregen van de aanwezige (archeologische) waarden in en rondom het plangebied en kunnen resultaten uit de omgeving worden geëxtrapoleerd.

9

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 1 Topografische kaart van plangebied Pater Sangersbrug.

1.3 Administratieve gegevens Tabel 1: Objectgegevens onderzoek

Objectgegevens onderzoek Arcadis Projectnummer ISSN-nummer Projectnaam Plaats Gemeente Provincie Coördinaten (X,Y) Oppervlakte plangebied Onderzoeksmelding Archis3 Uitvoerder Auteur

Contactpersoon Opdrachtgever Bevoegd Gezag Uitvoeringsperiode onderzoek Beheerder en plaats documentatie

10

30128693 2666-8718 LCA Pater Sangersbrug Maaseik Echt-Susteren Limburg 51.092589, 5.798749 Ca. 7,4 ha 5381902100 Arcadis Nederland BV E. van Veen, T. Bastet en I. de Jongh (senior KNA archeoloog bureauonderzoeken) I. de Jongh Arcadis Nederland B.V. De Vlaamse waterweg N.V. Mevr. E. Du Rang Gemeente Echt-Susteren (NL) Maart – juni 2023 Arcadis Nederland BV, locatie Arnhem

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

1.4 Huidige en toekomstige situatie plangebied Pater Sangersbrug ligt op de grens van België en Nederland over de Maas ter hoogte van Maaseik. Het plangebied omvat de brug en de bijbehorende op- en afritten (zie Figuur 2). In Nederland ligt het in de gemeente Echt-Susteren in Limburg. Op de brug gaat de Nederlandse N296 over op de Belgische N761. De dichtstbijzijnde woonplaatsen zijn Roosteren, Kokkelert en Oevereind die zich ten oosten van het plangebied bevinden. Bij de oprit van de Pater Sangersbrug liggen drie gebouwen: Schansberg 3, 5 en 7. De N296 loopt door Roosteren richting de Maas. Ter hoogte van Schansberg 3 buigt de N296 af richting de Pater Sangersbrug. De Schansberg is de naam gegeven aan zowel de N296 als de doodlopende weg die ten oosten ligt van de N296. In de omgeving worden de percelen aangegeven als landbouwpercelen, maar het gebied maakt ook deel uit van de ecologische hoofdstructuur. Voor de nieuwe situatie wordt de doodlopende Schansberg de nieuwe oprit voor de nieuwe brug (zie Figuur 4). De afbuiging van N296 wordt een doodlopende weg richting Schansberg 5 en 7. De fietspaden langs de N296 worden beide langs de noordoostkant van de nieuwe brug geleid. De nieuwe locatie voor de nieuwe brug ligt vast.

De nieuwe locatie is gekozen voor de meest optimale inpassing in het landschap op de al aanwezige infrastructuur en de aanwezige bebouwing aan zowel de Nederlandse als Belgische zijde. De oude brug wordt na de aanleg van de nieuwe brug gesloopt. Anno juni 2023 is de as van de nieuwe weg aan de Nederlandse zijde richting het zuiden gelegd (zie Figuur 4). Het overzicht en de toelichting van de ingrepen zijn zichtbaar op Figuur 3. In dit figuur is de ligging van het ontwerp van mei 2023 gebruikt. De ingrepen zijn verdeeld in twee zones. De beschrijving van de ingrepen zijn als volgt: •

•

11

Zone 1 – Afgraven van de teelaarde (verstoringsomvang: 7041 m2 x 0,2 m-mv) – Bouwput graven voor de fundering voor landhoofd NL (verstoringsomvang: 216 m2 x 5 m-mv) – Bouwput graven voor de fundering voor pijler NL (verstoringsomvang: 160 m2 x 5 m-mv) – Bouwput graven voor de fundering voor middenpijler brug (in Maas) (verstoringsomvang: 485 m2 x 2,755 m-mv) Zone 2 – Afgraven weerdverlaging (in Maas) (verstoringsomvang: 8805 m2 x 1,95 m-mv) – Afgraven van de teelaard (verstoringsomvang: 958 m2 x 0,2 m-mv) – Bouwput graven voor de afbraak voor landhoofd O1 (verstoringsomvang: 162 m2 x 3,6 m-mv) – Bouwput graven voor de afbraak voor landhoofd O2 (verstoringsomvang: 111 m2 x 3,6 m-mv) – Uitgraving van brugtoerit (verstoringsomvang: 419 m2 x 1,95 m-mv)

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 2 Luchtfoto van de huidige situatie met plangebied Pater Sangersbrug.

12

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 3 Het overzicht en de toelichting van de ingrepen aan de Nederlandse zijde van het plangebied, (mei 2023). Voor het ontwerp zie Figuur 4.

13

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 4 Het ontwerp en de nieuwe situatie na werkzaamheden Pater Sangersbrug, anno juli 2023.

1.5 Doel van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is drieledig: 1. 2. 3.

Het bureauonderzoek archeologie en cultuurhistorie heeft als doel inzicht te verschaffen in de archeologische en cultuurhistorische waarden die zich mogelijk in het plangebied bevinden of verwacht worden. Aan de hand van het bureauonderzoek wordt een gespecificeerd verwachtingsmodel opgesteld voor het aantreffen van archeologische resten en de risico’s op het verstoren van deze resten binnen de planvorming. Aan de hand van het bureauonderzoek wordt uitspraak gedaan over de noodzaak van archeologisch en cultuurhistorisch vervolgonderzoek en wordt een advies gegeven op voor de te nemen vervolgstappen. Dit wordt weergegeven op een advieskaart archeologie en cultuurhistorie.

1.6 Normen en werkwijze Arcadis streeft naar een integrale aanpak van erfgoed. Erfgoed bevat zes pijlers (zie Figuur 5): archeologie, historische gebouwen, historisch landschap, natuurlijk erfgoed, collecties & objecten en immaterieel erfgoed. Deze aspecten vertonen een grote verbondenheid en onderlinge samenhang. Een integrale benadering van deze aspecten heeft een meerwaarde voor het project waarbinnen het wordt uitgevoerd. Het zorgt ervoor dat er een gedegen inventarisatie beschikbaar is en dat er een integrale erfgoedwaardering kan worden uitgevoerd. Erfgoed vormt een basis voor de planvorming, het omgevingsproces, het ontwerp en de uitvoering. Het biedt kennis, inspiratie en handvatten voor het formuleren van risico's en kansen. De pijlers zullen niet allemaal van even groot 14

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

belang zijn in ieder project en met onze werkwijze hebben we dat vroeg in het proces in beeld. Hierdoor kunnen kansen en risico's worden meegenomen en vindt zorgvuldige besluitvorming plaats. Van collecties & objecten en immaterieel erfgoed is geen sprake in het plangebied. Deze worden buiten beschouwing gelaten. De overige pijlers laten zich omschrijven als: •

•

• •

Archeologie: Deze pijler omvat alle bekende en onbekende, in en op het bodemarchief aanwezige resten van menselijke activiteiten, die wel of niet verstoord zullen gaan worden. Archeologie zal worden uitgevoerd volgens de KNA 4.1, protocol bureauonderzoek 4002. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de te verwachten aanof afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Historisch landschap: In deze pijler worden de elementen die behoren tot de historische geografie beschreven. Dit zijn cultuurhistorische punten, lijnen en vlakken, zoals cultuurhistorische landschappen, historisch groen, historische paden, sloten, dijken, beplantingen etc. als ook historische zichtlijnen en historische wegen-, verkavelings- en beplantingspatronen etc. Gebouwd Erfgoed: Deze pijler bestaat uit elementen die behoren tot de historische (steden)bouwkunde. Hieronder vallen beschermde stads- en dorpsgezichten, Rijksmonumenten, en waardevolle bouwkundige objecten (molens, boerderijen, sluizen, etc.) en ensembles (erven, dorpen, linten, landgoederen, etc.). Natuurlijk Erfgoed: Onderdeel van deze pijler zijn bijzondere elementen van het landschap die door natuurlijke processen zijn gevormd, zoals bijvoorbeeld een steilrand of een stuwwal. Ook aardkundige waarden vallen onder deze pijler.

Figuur 5 Zes pijlers van het cultureel erfgoed.

1.6.1

Werkwijze

Methodiek Archeologie Het bureauonderzoek archeologie wordt opgesteld conform KNA 4.1, protocol bureauonderzoek 4002. De landschappelijke en archeologische situatie wordt beschreven op basis van een aantal bronnen. De landschappelijke opbouw en ontwikkeling van het onderzoeksgebied zegt veel over de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied. In combinatie met gegevens over bekende archeologische vondsten en historische gegevens wordt een verwachting opgesteld voor de kans op het aantreffen van archeologische resten. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de verwachte aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. De doelstellingen vermeld bij 1.5 worden bereikt door het beantwoorden van de volgende vragen: 1. 2. 3.

Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied eruit? Welke archeologische gegevens in en rond het plangebied zijn bekend? Welke historische gegevens (complexen en landgebruik) in en rond het plangebied zijn bekend?

15

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

4. 5. 6.

Wat is, op basis van bovenstaande gegevens, de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Wat zijn de prospectiekenmerken van de te verwachte vindplaatsen? In welke mate worden de bekende en/of verwachte archeologische vindplaatsen bedreigd door de geplande ontwikkeling? Is archeologisch vervolgonderzoek nodig en zo ja, welke onderzoeksmethode wordt geadviseerd?

Voor het bureauonderzoek archeologie worden de volgende bronnen geraadpleegd: • • • • • • • • •

Archeologische Monumenten Kaart (AMK); Gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart; Relevante publicaties van reeds uitgevoerd archeologisch onderzoek; Bodemkaart, geomorfologische kaart, het AHN; Informatie uit Archis 3. Historische kaartmateriaal. Gemeentelijke bestemmingsplannen De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed De Archeologische Verwachtingskaart van het Maasdal

Methodiek Cultuurhistorie In de inventarisatie is gekeken naar historische geografische en historisch stedenbouwkundige elementen in Voor het aspect cultuurhistorie zijn de relevante identiteitsbepalende cultuurhistorische patronen en elementen beschreven. Het gaat om de sporen die de mens heeft nagelaten in het landschap, in samenhang met de oorspronkelijke vorm van het landschap. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen historische geografie en historische (steden)bouwkunde, waarvan de elementen zijn geïnventariseerd middels bureauonderzoek en veldinventarisatie. Bij de inventarisatie is gekeken naar historische geografische en historisch stedenbouwkundige elementen in het plangebied: • •

Historische geografie: Cultuurhistorische punten, lijnen en vlakken, zoals cultuurhistorische landschappen, historische paden, sloten, dijken, beplantingen etc. als ook historische zichtlijnen en historische wegen-, verkavelings- en beplantingspatronen etc. Historische (steden)bouwkunde: Beschermde stads- en dorpsgezichten, Rijksmonumenten, en waardevolle bouwkundige objecten (molens, boerderijen, sluizen, etc.) en ensembles (erven, dorpen, linten, landgoederen, etc.).

Om tot een overzicht te komen van de kenmerkende elementen, is gebruik gemaakt van: • • • •

Bestaande literatuur (o.a. Renes 1999); Het rijksmonumentenregister; De atlas landschappelijk groen erfgoed; Historisch kaartmateriaal (Oude Rivierkaarten Rijkswaterstaat, Kadastraal Minuutplan, historisch topografische kaarten).

Middels een veldinspectie zijn alle elementen geïnventariseerd en in context beschouwd. Er zijn elementen toegevoegd die op basis van het bronmateriaal nog niet waren benoemd, maar wel tijdens de veldinspectie zijn bevonden. Alle elementen zijn gekarteerd en op een inventarisatiekaart weergegeven.

Gezondheid Het verzekeren van een goede gezondheid en het promoten van welzijn zijn de twee speerpunten van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals) van de Verenigde Naties. Het thema ‘Gezondheid en Welzijn’ staat in algemeenheid hoog op de agenda, waarbinnen een groeiende focus is ontstaan op de rol van erfgoed en ruimtelijke kwaliteit als bepalende factoren. Vanuit de wetenschap worden regelmatig nieuwe resultaten gepubliceerd over hoe erfgoed en ruimtelijke kwaliteit op een positieve manier kunnen bijdragen aan gezondheid en welzijn. Enerzijds kan worden gedacht aan onderzoek naar landschappelijke factoren zoals aanwezigheid van groen en behoud en/of ontwikkeling van herkenbare landschapselementen, inclusief aspecten als stilte en donkerte. Anderzijds

16

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

wordt veel geschreven over het organiseren van activiteiten (sociale factoren) zoals participatie in veldwerkprojecten, objecthandling en storytelling. De (inter-)nationale politiek geeft – direct en indirect – richting aan het behalen van de bovengenoemde gezondheidsdoelen. Twee van de voornaamste voorbeelden waarin het wederkerende thema’s zijn, zijn de Omgevingswet, waarin de kwaliteit van de leefomgeving centraal staat (fysiek, direct), en het Verdrag van Faro, waarin de samenleving centraal wordt geplaatst in de erfgoedwaardering (sociaal, indirect). Als reactie op deze ontwikkeling heeft Team Erfgoed en Ruimtelijke Kwaliteit van Arcadis de Gezondheidslijn geïmplementeerd in de integrale erfgoedadvisering. Het doel van deze lijn is om gezondheid en welzijn mee te nemen in de integrale erfgoedadvisering om een de kwaliteit van de duurzame leefomgeving, en daarmee de levenskwaliteit voor de samenleving, te verbeteren. De centrale vraag die wordt meegenomen in onze advisering is: hoe draagt erfgoed in Pater Sangersbrug Maaseik bij aan de gezondheid en het welzijn van de samenleving? In de beantwoording zal moeten worden gekeken naar zowel fysieke aspecten (leefomgeving en ruimtelijke kwaliteit) als sociale aspecten (samenleving).

Dit zijn onder andere: de natuur, historisch groen en de stedelijke omgeving, maar ook toegankelijkheid, sociale cohesie en (mogelijkheden tot het organiseren van) sociale activiteiten. De implementatie van de Gezondheidslijn sluit aan bij de volgende beleidskaders en richtlijnen: • • • • •

Het streven naar ‘Improving quality of life’, als hoofddoel van Arcadis; Het streven naar het behalen van de SDG’s in 2030, met name SDG 3 (goede gezondheid en welzijn); De ingang van de Omgevingswet, waarin een grotere focus ligt op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; De ratificatie van het Verdrag van Faro, waarin de mens en de samenleving meer centraal staan en meer zeggenschap hebben over erfgoedwaardering; De aansluiting en doorwerking van ‘Erfgoed als middel’ zoals opgesteld door Frans Soeterbeek in opdracht van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

1.7 Juridisch- en beleidskader • Europees: Verdrag van Malta (1992) Op 16 januari 1992 is door de Raad van Europa het Europese verdrag van Malta - ook wel bekend als de Conventie van Malta of het Verdrag van Valletta - gesloten. Het verdrag beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. In het verdrag zijn drie uitgangspunten ten aanzien van de omgang met archeologie geïntroduceerd: • •

•

Het streven naar het behouden van archeologie in de bodem, het zogenaamde "behoud in situ" (artikel 4, tweede lid). De gedachte daarachter is dat er bodemarchief voor toekomstige generaties bewaard moet blijven. “Behoud in situ” wordt bereikt door in de planvorming tijdig rekening houden met de (mogelijke) aanwezigheid van archeologische vindplaatsen, zodat er nog ruimte is voor archeologievriendelijke alternatieven (artikel 5). Dit gebeurt door vooraf onderzoek uit te voeren naar archeologische resten. Door er vooraf rekening mee te houden, wordt vertraging in bouwprocessen voorkomen. Wanneer ‘behoud in situ” niet mogelijk is, dienen de behoudenswaardige archeologische resten te worden veiliggesteld door middel van archeologisch onderzoek. Elke lidstaat die het Verdrag van Malta ondertekent, is verplicht maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat bij alle ontwikkelingsprojecten de kosten van het archeologisch onderzoek worden gedekt (artikel 6). In de Nederlandse wetgeving is dit vertaald in het ‘de verstoorder betaalt’-principe (Wet op de Archeologische Monumentenzorg 2008). De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de kosten van het archeologisch onderzoek en de uitwerking van de resultaten.

• Nationaal: Omgevingswet (2024) en Erfgoedwet (2016) Omgevingswet Alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving – de waarneembare omgeving door zicht, reuk en gehoor – zijn per 01-01-2024 opgenomen in de Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt regels over milieu, natuur, water, ruimtelijke kwaliteit, infrastructuur, bouwwerken en erfgoed. Erfgoed in de Omgevingswet wordt opgedeeld in zes

17

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

categorieën: Stads- en dorpsgezichten, Monumenten, Archeologische monumenten, Cultuurlandschappen, Roerend en immaterieel cultureel erfgoed en Werelderfgoed. Inhoudelijk worden deze categorieën als volgt beschreven: 1. Stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken, van algemeen belang vanwege hun: schoonheid, onderlinge ruimtelijke/structurele samenhang, wetenschappelijke/ cultuurhistorische waarde, en in welke groepen zich een of meer monumenten bevinden. 2. Monumenten en hun omgeving: onroerende zaken die deel uitmaken van het cultureel erfgoed, inclusief de omgeving van de onroerende zaak. 3. Archeologische monumenten: terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen. 4. Cultuurlandschappen: gebieden – landschappen – zoals die door mensen worden waargenomen, waarvan het karakter wordt bepaald door natuurlijke of menselijke factoren en de interactie daartussen die deel uitmaken van cultureel erfgoed. 5. Roerend en immaterieel cultureel erfgoed voor zover aan een locatie verbonden. Deze categorie omvat alle erfgoed die niet onder te brengen is in de bovenstaande categorieën, zolang ze aan een locatie verbonden kunnen worden. 6.

Werelderfgoed: cultureel en/of natuurlijk erfgoed dat wordt beschouwd als onvervangbaar, uniek en universeel, en dat behouden dient te worden als eigendom van de hele wereld. In de Omgevingswet worden regels gesteld over: het opstellen van nationale, provinciale, gemeentelijke, en door waterschappen op te stellen, omgevingsplannen, omgevingsvisies en omgevingsprogramma’s. Erfgoed – en het behoud van erfgoed voor de toekomst – moet deel uitmaken van deze producten. Dit geldt ook voor Werelderfgoed. In de Omgevingswet komen verder de volgende zaken aan de orde: • • • • •

Aanwijzing van en omgang met beschermde stads- en dorpsgezichten gebeurt op grond van de Omgevingswet; Aanwijzing van en omgang met provinciale en gemeentelijke monumenten gebeurt op grond van de Omgevingswet; Vergunningverlening voor het wijzigen van (archeologische) Rijksmonumenten gebeurt op basis van de Omgevingswet; Omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving (vergunningen en integratie in planvorming) is geregeld in de Omgevingswet; Adviescommissies worden aangesteld op grond van de Omgevingswet.

Erfgoedwet (2016) Sinds 1 juli 2016 geldt de Erfgoedwet. Deze wet harmoniseert wet- en regelgeving omtrent roerend en onroerend erfgoed op land en in water, en vormt één integrale wet voor het beheer en behoud van cultureel erfgoed. In de Erfgoedwet komen de volgende zaken aan de orde: • • • •

Duiding van cultureel erfgoed en zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit is geregeld in de Erfgoedwet; Aanwijzing van Rijksmonumenten (gebouwde of aangelegde monumenten) gebeurt op grond van de Erfgoedwet; Aanwijzing van archeologische Rijksmonumenten gebeurt op grond van de Erfgoedwet; Het stelsel van archeologische certificering is geregeld in de Erfgoedwet.

1.7.1

Provinciaal beleid

Cultuurhistorie Omgevingsvisie Limburg De omgevingsvisie van Limburg van 2021 vervangt het Provinciaal Omgevingsplan (POL) van 2014. De omgevingsvisie heeft voor de periode 2021 tot 2030-2050 de lange termijnvisie van de provincie. Het draait vooral om hoe men richting gaat geven aan de toekomstbestendige ontwikkelingen en hoe de fysieke leefomgeving wordt beschermd en benut. Cultuurhistorie en landschap vallen binnen het thema Cultuur, Sport en Erfgoed en het thema Landschap. De omgevingsvisie gaat pas in bij het ingaan van de Omgevingswet, die anno april 2023 gepland staat voor januari 2024.

18

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

De omgevingsvisie pakt cultuurhistorie en landschap apart op. Voor cultuurhistorie staat het behoud en (her)gebruik van cultureel erfgoed en monumenten in hun omgeving (erfgoed-ensembles) centraal. Het doel voor landschap is het behouden en versterken van kenmerkende kwaliteiten en afwisseling van het Limburgse landschap. Hieronder vallen ook de groenblauwe mantel, Nationale Parken, Nationaal Landschap-Zuid Limburg en stad-landzones. In de omgevingsvisie zijn ook de gezamenlijke opgaven voor Noord- en Midden-Limburg opgenomen. Midden-Limburg heeft een verbindende functie in Limburg en kent hoge landschaps- en cultuurhistorische waarden in het Maasdal en de ontginningsgebieden. De visie voor de toekomst is dat het landschap veel cultuurhistorische waarden kent en ook wordt gewaardeerd door de bewoners en omliggende regio. De geschiedenis blijft concreet tastbaar en behouden voor de toekomst. Provinciaal Omgevingsplan 2014 Het Provinciaal Omgevingsplan (POL) is de omgevingsvisie waarin centraal staat wat er nodig is om de kwaliteit van de fysieke omgeving te verbeteren in een periode van tien jaar.

De ambitie voor cultuurhistorie en landschap is de kenmerkende kwaliteiten en afwisseling van het landschap te behouden en te versterken en daarin de geschiedenis van Limburg samenhangend in de ruimte zichtbaar te houden om daarmee een aantrekkelijk woon-, leef- en vestigingsklimaat te bieden. Cultuurhistorie wordt beschouwd als onderdeel van de identiteit van het landschap en draagt bij aan ruimtelijke kwaliteit. De provincie streeft naar duurzaam gebruik van erfgoed in samenhang met de ruimte. In het Provinciaal Omgevingsplan worden in het landelijk gebied vier zones onderscheiden. Dit zijn: de Goudgroene natuurzone, de Zilvergroene natuurzone, de Bronsgroene landschapszone en het buitengebied. Een groot deel van het studiegebied ligt in de Bronsgroene landschapszone en de Goudgroene natuurzone. Wat betreft archeologie streeft de provincie naar het behouden van archeologische waarden, waar mogelijk onverstoord op de vindplek zelf (in situ). Archeologische waarden vormen bij ruimtelijke ontwikkelingen onderdeel van een integrale belangenafweging en worden zo in relatie gebracht met de bovengrondse inrichting. Verder heeft de provincie de ambitie om burgers en betrokkenen bewust(er) te maken van archeologie als een van de bouwstenen die bijdraagt aan het Verhaal van Limburg.

De provincie treedt op als bevoegde overheid voor archeologisch onderzoek in enkele specifieke gevallen, te weten aanvragen in het kader van ontgrondingsvergunningen en inpassingsplannen, MER en Tracéwet. Daarnaast heeft de provincie Limburg archeologische aandachtsgebieden in haar ruimtelijke plannen en beleidsnota’s (bijvoorbeeld het provinciaal omgevingsplan) aangewezen. Dit zijn representatieve en relatief gave delen van de verschillende Limburgse cultuurlandschappen met een groot potentieel aan archeologische waarden. Delen van het Maasdal zijn aangewezen als Provinciaal Archeologisch aandachtsgebied. Het betreft Maasdal-Bergen, Maasdal, Maasdal-Kessel, Maasdal-Buggenum en Maasdal-Leteraal kanaal West (Van der Gaauw, 2008). De provinciale aandachtsgebieden hebben geen juridische status, noch zijn ze verankerd in bindende wetgeving. Bij ontwikkelingen binnen aandachtsgebieden zullen Plannen van Aanpak (PvA’s), Programma’s van Eisen (PvE’s) en rapporten van archeologisch onderzoek echter getoetst worden door de provincie, hoewel deze geen formele bevoegdheid heeft. Met de gemeenten worden afspraken gemaakt over de te volgen procedure. De provincie Limburg wil hiermee bevorderen dat het archeologisch onderzoek in een vroegtijdig stadium wordt opgepakt.

Via de Erfgoedwet 2016 is de provincie, met uitzondering van die gemeentes met een eigen gemeentelijk archeologisch depot, eigenaar en depothouder van het archeologisch vondstmateriaal afkomstig uit archeologisch onderzoek binnen de betrokken gemeentes. Omgevingsverordening Limburg, 2014 In de Omgevingsverordening Limburg heeft de Provincie regels vastgelegd en worden de kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone beschreven. Dit zijn: het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. De Bronsgroene landschapszone wordt voor een kwart gevormd door het winterbed van de Maas. Een groot deel van het studiegebied ligt in de Bronsgroene landschapszone.

19

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

In verband met de Omgevingswet ligt sinds 2021 ook een nieuwe Omgevingsverordening Limburg klaar. De ingang van deze verordening loopt echter gelijktijdig met de Omgevingswet en gaat daarom anno maart 2023 in op 1 januari 2024.

Archeologie De provincie Limburg is vooral verantwoordelijk voor archeologische waarden van provinciaal belang, zoals de provinciale archeologische aandachtsgebieden. De provincie laat regelmatig analyses uitvoeren van het actuele uitgevoerde archeologisch onderzoek. Met de inzichten die hieruit voortkomen kunnen de provincie zowel als de gemeenten hun archeologiebeleid beter opstellen. De actuele archeologische kennis (tot 2017 voor de Middeleeuwen, 2013 voor de andere periodes) is samengevoegd tot vier publicaties voor de volgende archeologische periodes: de vroege prehistorie, de late prehistorie, de Romeinse Tijd en de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. De kennis is beschreven per landschapstype. Deze publicaties zijn raadpleegbaar op de website van de provincie. Het onderzoeksgebied ligt in de Maasvallei. De provincie legt in dit gebied de nadruk op een goede balans tussen het beschermen van archeologische vondsten en het belang van projecten die bijdragen aan de hoogwaterbescherming van Limburg. De aanpak volgt zes pijlers: vergaren en bewaren van inhoudelijke kennis; landschappelijk onderzoek Maasvallei; toewerken naar nog beter onderzoek en pilots; krijgen en behouden van meer steun; ontwikkelen van selectiebeleid; en verkennen van andere financieringsvormen.

Op het gebied van archeologie en monumentenzorg in Limburg is het Steunpunt Archeologie en Monumentenzorg (SAM) het aanspreekpunt. Ook ondersteunt SAM de gemeenten bij de uitvoering van wettelijke taken omtrent archeologie en monumentenzorg. Voor het grootste deel van de officiële archeologische opgravingen in Limburg is de provincie eigenaar en depothouder van vondsten en documentatie. Deze komen in beheer van het Provinciaal Depot voor bodemvondsten. Het depot beschikt over een archeologisch archief en geeft een deel van het materiaal in bruikleen. Omgevingsvisie Limburg 2021 (vervangt het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014) De omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden en heeft als doel om richting te geven aan toekomstbestendige ontwikkelingen met een focus op de balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Met betrekking tot archeologie wil de provincie een verbindende rol hebben op het gebied van beleid en inhoud, in aansluiting op de ambities van het Rijk. Het uitgangspunt is een zorgvuldige omgang met, en behoud van, archeologische waarden. Aan de juridische kant ligt de nadruk op het behoud van wetenschappelijke waarden in de bodem, in een depot en in wetenschappelijke rapporten. De toegevoegde waarde van het archeologische verhaal voor een locatie of geplande ontwikkeling blijft op dit moment echter onderbelicht.

Archeologische verhalen dienen verbonden te worden aan de huidige en toekomstige leefomgeving en dichter bij de samenleving te staan. Zo kunnen deze verhalen gebruikt worden bij nieuwe ontwikkelingen. Van belang hierbij zijn doelgerichte en efficiënte archeologische onderzoeken. De provincie beschikt over een kaart met provinciale archeologische aandachtsgebieden. Dit zijn 6 soorten gebieden, verspreid over 16 gemeenten, met representatieve en relatief gave delen van Limburgse cultuurlandschappen welke het verhaal van Limburg vertegenwoordigen. Het is van provinciaal belang om de archeologische waarden in deze gebieden te onderzoeken en te behouden. Het onderzoeksgebied maakt geen deel uit van een aandachtsgebied. Archeologisch beleidsprogramma (2020-2023) De provincie Limburg heeft een archeologisch beleidsprogramma (2020-2023) waarvan de uitgangspunten ook zijn opgenomen in de omgevingsvisie. Het beleidsprogramma is ingedeeld in twee actielijnen: ‘de verbindende waarde van archeologie’ en ‘de verbeterde archeologische monumentenzorg’. Binnen deze actielijnen wordt vooral ingezet op publieksbereik, publieksparticipatie, (digitale) ontsluiting en het benutten van de resultaten van archeologisch onderzoek. Er is een subsidie beschikbaar voor projecten welke gericht zijn op o.a. het zichtbaar en publiektoegankelijk maken van archeologie.

1.7.2

Gemeentelijk: beleidskaart en bestemmingsplan

Gemeenten krijgen tot 01-01-2032 de tijd om het tijdelijk deel van het Omgevingsplan om te zetten naar een definitief Omgevingsplan. In het tijdelijk deel vallen onder andere de tot 01-01-2024 vigerende bestemmingsplannen en verordeningen. Het tijdelijk deel geldt totdat het nieuwe Omgevingsplan is vastgesteld. 20

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Input voor het tijdelijk deel van het Omgevingsplan is veelal een gemeentelijke archeologische beleidskaart. Deze is gebaseerd op een onderliggende archeologische verwachtings- en/of waardenkaart, welke een actueel overzicht van de archeologische verwachtingen en bekende archeologische waarden binnen de gemeentegrenzen biedt. Daarnaast hebben veel gemeenten een cultuurhistorische waarden- en/of beleidskaart opgesteld, waarop punt-, lijn- en vlakelementen zijn opgenomen die een historische waarde vertegenwoordigen. Bijvoorbeeld: monumenten, cultuurlandschappen, historische infrastructuur en/of waterwegen of historisch groen. De archeologische en cultuurhistorische kaarten dienen uiteindelijk opgenomen te worden in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).

Archeologie Erfgoedverordening 2018 De gemeente Echt-Susteren beschikt over een Erfgoedverordening (2018) welke de regeling omtrent bescherming en behoud van rijks- en gemeentelijke monumenten, stads- en dorpsgezichten, gemeentelijke cultuurgoederen en verzamelingen en duurzaam erfgoed omvat. De verordening heeft niet langer betrekking op archeologie aangezien dit wordt opgenomen binnen de bestemmingsplannen. Rijks- en gemeentelijke monumenten kunnen echter wel archeologische monumenten zijn. In de verordening staat ook beschreven wat de taken en werkwijze van de Omgevingscommissie MER zijn. Structuurvisie Echt-Susteren 2025 De structuurvisie heeft als doel om richting te geven aan de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Deze visie onderbouwt de bestemmingsplannen maar geeft ook de mogelijkheid om keuzes binnen een onbekende toekomst af te wegen en hierbij bestemmingsplannen te wijzigen en/of herzien. Binnen het thema landschap en cultuurhistorie wordt concreet ingezet op het behoud van archeologische waarden, bij voorkeur in situ. De gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingenkaart (2011) vormt de basis hiervoor. Gemeentelijke verwachtings- en beleidskaart Zoals hierboven beschreven zijn gemeenten verplicht de belangen van de archeologische monumentenzorg in hun bestemmingsplannen te verankeren.

Input hiervoor is veelal een gemeentelijke archeologische beleidskaart. Deze is gebaseerd op een archeologische verwachtingskaart, welke een actueel overzicht van de archeologische verwachtingen en bekende archeologische waarden binnen de gemeentegrenzen biedt. De archeologische verwachtingskaart van de gemeente Echt-Susteren is opgesteld door archeologisch adviesbureau RAAP in 2011 en omvat de archeologische verwachting voor droge en natte landschappen in de regio, zowel als vindplaatsen, onderzoeksgebieden en AMK-terreinen (zie Figuur 15). Tevens wordt aangewezen welke gebieden (deels) zijn vrijgegeven. De op het plangebied van toepassing zijnde vrijstellingsgrenzen voor bodemingrepen per verwachte archeologische waarde worden aangegeven in onderstaande tabel (zie Tabel 2). Het plangebied ligt in meerdere verwachtings- en beleidszones. Voor alle waarden geldt dat de vrijstellingsdiepte 40 cm-Mv bedraagt. Het vrijstellingsoppervlak is voornamelijk 500 m2. Deze ondergrenzen zijn deels overgenomen in het bestemmingsplan Grensmaas 2016, echter geldt voor de lage verwachtingszone een vrijstellingsoppervlak van 1.000 m2 en komen de locaties van de dubbelbestemmingen niet geheel overeen met de gemeentelijke verwachtingskaart.

Verwachtingswaarde Gemeentelijk beleid Hoge verwachting voor droge landschappen Hoge verwachting voor natte landschapen; Maasafzettingen Hoge verwachting voor natte landschappen Middelhoge verwachting voor natte landschappen

21

Vrijstellingsoppervlak bodemingrepen

Vrijstellingsdiepte

500 m2

40 cm-Mv

500 m2

40 cm-Mv

500 m2

40 cm-Mv

500 m2

40 cm-Mv

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Lage verwachting voor droge en natte landschappen Bestemmingsplan beleid Waarde – Archeologie 3 Waarde – Archeologie 5

Geen restricties

40 cm-Mv

500 m2 1.000 m2

40 cm-Mv 40 cm-Mv

Tabel 2: Archeologiebeleid Echt-Susteren

Het afgraven van de teelaarde blijft beperkt tot 20 cm-mv. Hiermee blijft de ingreep binnen de grens van de vrijstellingsdiepte en is daarmee niet onderzoeksplichtig. De overige geplande ingrepen gaan over de vergunningsvrije grens heen en zijn hiermee onderzoeksplichtig. Bestemmingsplan Conform het vigerende bestemmingsplan ‘Grensmaas 2016’ (2016-07-06) heeft het onderzoeksgebied twee dubbelbestemmingen archeologie, namelijk ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 5’ (zie Figuur 6 en Figuur 7). De hiervoor aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behouden en beschermen van de archeologische waarden van de gronden gelegen in droge en natte landschappen met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, dan wel een provinciaal aandachtsgebied met hoge en/of middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Binnen dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ geldt een onderzoeksplicht voor archeologie als de bodemingrepen dieper dan 0,40 m -Mv reiken over een oppervlakte groter dan 500 m2. Binnen dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ geldt een onderzoeksplicht indien de bodemingrepen dieper dan 0,40 m -Mv reiken over een oppervlakte groter dan 1.000 m2.

De burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de dubbelbestemming te verwijderen indien onderzoek heeft aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, deze voldoende zijn veiliggesteld of deze niet meer beschermd hoeven te worden.

Figuur 6 Bestemmingsplan 'Grensmaas 2016' van gemeente Echt-Susteren met ‘Waarde - Archeologie 3’.

22

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 7 Bestemmingsplan 'Grensmaas 2016' van gemeente Echt-Susteren met ‘Waarde - Archeologie 5’.

Cultuurhistorie In 2012 heeft gemeente Echt-Susteren een rapport op laten stellen waarin staat hoe rekening moet worden gehouden met de cultuurhistorische en aardkundige waarden in de gemeente. Naast het rapport zijn ook een aardkundige-, cultuurhistorische- en (cultuurhistorisch) waarderende kaart opgesteld. Aan de hand van paraplubestemmingsplannen is het beleid van cultuurhistorie opgenomen in een overkoepelend bestemmingsplan. De cultuurhistorische waarden van gemeente Echt-Susteren zijn beschermd via deze (paraplu)bestemmingsplannen. Binnen het plangebied geldt het overkoepelende bestemmingsplan ‘Cultuurhistorie Echt-Susteren’ (2016) (zie Figuur 8). De aangewezen gronden zijn, naast de andere bestemmingen, bestemd voor het in stand houden en versterken van de aanwezige cultuurhistorische ne oudheidkundig waardevolle elementen, patronen en gebieden. Hieronder vallen ook verkavelingen, wegenpatronen en stedenbouwkundig beeld. Voor het plangebied geldt de specifieke vorm van het cultuurhistorisch ensemble van De Pas en Overeind. Voor bouwwerkzaamheden moet het bouwwerk passen binnen de cultuurhistorische (landschaps)waarden. Voor afwijkingen hiervan kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen mits bewezen kan worden dat de cultuurhistorische waarden niet onaanvaardbaar worden verstoord.

Voor andere type werkzaamheden, zoals graafwerkzaamheden en het verwijderen of aanleggen van groen, moet een omgevingsvergunning worden geregeld, met uitzondering van het herstel of versterken van gebouwen en terreinen met cultuurhistorische waarden. Ook hiervoor moet bewezen worden dat de cultuurhistorische waarden niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord.

23

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 8 Bestemmingsplan 'Cultuurhistorie Echt-Susteren' (2016) van gemeente Echt-Susteren met 'Waarde - Cultuurhistorie' en de functieaanduiding van het cultuurhistorische ensemble De Pas en Oevereind.

24

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

2

Landschap

2.1 Inleiding De keuze voor een vestigingslocatie werd in het verleden in grote mate bepaald door de landschappelijke omgeving en de mogelijkheden die hierin geboden werden. De locatie was afhankelijk van de landschappelijke omstandigheden en voorwaarden veranderden gedurende de perioden. Een relatief hoge plaats ten opzichte van de omgeving en beschikbaarheid van (stromend) water gold voor nagenoeg alle perioden als voorwaarde voor een vestigingslocatie. Gedurende de jager/verzamelaar periode (tot en met het Neolithicum) was echter met name de beschikbaarheid van natuurlijke voedselbronnen van belang, terwijl de landbouwers (vanaf de Bronstijd tot en met de Late Middeleeuwen) de voorkeur hadden voor de aanwezigheid van vruchtbare gronden voor akkerbouw. De geologische, geomorfologische en bodemkundige situaties zijn daarom van belang voor het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting.

2.2 Landschap 2.2.1

Geologie en paleogeografie

Van belang voor de beschrijving van het landschap zijn de geologische processen die zich in Nederland hebben afgespeeld. Het huidige Nederlandsche landschap is gevormd gedurende het Pleistoceen en het Holoceen. Ter hoogte van het plangebied zijn het met name de landschappelijke ontwikkelingen uit het Pleistoceen die het huidige landschap gevormd hebben. Pleistocene ontwikkelingen Door Limburg loopt een stelsel van zuidoost-noordwest georiënteerde tektonische breuklijnen (Berendsen, 1998). De breuklijnen verdelen de ondergrond in slenken (dalingsgebieden) en horsten (opheffingsgebieden). De breuken die in de ondergrond van Limburg voorkomen, hebben een belangrijke rol gespeeld in de latere sedimentatie- en erosiegeschiedenis van het gebied. In de dalende slenken zijn oude formaties weggezonken en bedekt met dikke pakketten jonger sedimenten. Het plangebied bevindt zich in het grootste dalingsgebied de Roerdalslenk. De slenk wordt in het noordoosten begrensd door de Peelrandbreuk en in het zuidwesten door de Feldbissbreuk. De opheffing van de Ardennen en de Eifel zorgde dat ook het midden en zuiden van Limburg omhoog zijn gekomen (Lantschap, 2009). Door de opheffing ging de Maas insnijden in het landschap, waarbij in fases de rivierterrassen zijn ontstaan. Drie terrasniveaus zijn te onderscheiden: het hoogterras, het middenterras en het laagterras.

Het laagterras is de huidige overstromingsvlakte van de Maas en het terras waarop het plangebied ligt. Tijdens het Saalien (238.000 tot 126.000 jaar geleden) en Weichselien (117.000 tot 11.500 jaar geleden) bereikt het landijs Limburg niet. In plaats daarvan heerst er een koud toendraklimaat. Tijdens de langere periodes van kou groeit weinig tot geen vegetatie. Hierdoor heeft de wind vrij spel op het sediment. In Limburg wordt löss verstuift, zeer fijne korrels die kleiner zijn dan de zandkorrels van het dekzand. Door de kleine afmeting, legde het löss verdere afstanden dan het dekzand af, waarna het in Limburg neerstreek (Kokshoorn, z.d.). Tijdens het Weichselien en het Holoceen heeft de Maas ook fluviatiel sediment afgezet in de vorm van zandig fijn tot grof grind. Dit grind maakt deel uit van het Laagpakket van Oost-Maarland, Formatie van Beegden (zie Figuur 9; TNO-GDN, 2023). Holocene ontwikkelingen Na het Pleistoceen volgde het warme Holoceen (ca. 10.000 jaar geleden tot nu). De temperatuur steeg en de open vlaktes uit het Weichselien raakten bebost. Gedurende het Holoceen veranderde de Maas van een vlechtende rivier naar een meanderende rivier (Lantschap, 2009). De meanderde rivier vormt in Limburg nu de grens met België waaronder in het plangebied. Op de overstromingsvlakte langs de Maas werd klei en leem afgezet.

25

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 9 Geologische kaart van plangebied Pater Sangersbrug.

26

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 10 Paleogeografische kaartenreek deel 1, met plangebied Pater Sangersbrug. 27

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 11 Paleogeografische kaartenreek deel 2, met plangebied Pater Sangersbrug. 28

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

2.2.2

Geomorfologie en bodem

De geologische ontwikkelingen in het Pleistoceen/Holoceen hebben in geomorfologisch opzicht geleid tot de vorming van het Maasdal in het terrassenlandschap Op de geomorfologische kaart zijn drie landschapsvormen aanwezig in het plangebied (zie Figuur 12). De rivierdalbodem (R41) is ontstaan door fluviatiele processen. Een rivierdalbodem is het laagst gelegen vlakke deel van een dal waar een rivier zich heeft ingesneden (Maas et al., 2021). Voor rivierdalbodems wordt onderscheidt gemaakt tussen relatief hooggelegen en relatief laaggelegen gedeelten. Binnen het plangebied is de riviervlakte relatief laaggelegen. Rivierdalbodems komen op meerdere plekken langs de rivieren voor. De overige twee landschapsvormen zijn ontstaan door antropogene processen. Dit zijn een vlakte ontstaan door afgraving of egalisatie en een laagte ontstaan door afgraving. Beide zijn ontstaan door menselijk handelen met als gevolg dat de natuurlijke landschapsvorm is verdwenen. Op de bodemkaart worden drie bodemtypes binnen het plangebied weergeven (zie Figuur 13). Dit zijn de kalkhoudende ooivaaggronden (Rd10A), kalkloze ooivaaggronden (Rd10C) en kalkloze poldervaaggronden (Rn15C). De bodems zijn ontstaan door de dynamische en fluviatiele omstandigheden van de Maas. De drie bodemtypes vallen onder de vaaggronden van de rivierkleigronden.

Vaaggronden zijn gronden waar nog geen of weinig bodemvorming heeft plaatsgevonden. Vaaggronden bestaan vaak uit een dunne of lichtgekleurde A-horizont op de oorspronkelijke C-horizont. Er kan humusaanrijking optreden maar te weinig om het te classificeren als een eerdgrond. In vaaggronden kan ook humusinspoeling en uitspoeling voorkomen maar niet genoeg om de bodem te classificeren als een podzolbodem (Zijverden en de Moor, 2014). Ooivaaggronden zijn diepbruin gekleurde en goed gehomogeniseerde zavel- en kleigronden. In Limburg worden hoge bruine rivierleemgronden gerekend onder de ooivaaggronden als zij geen briklaag (een Bt-horizont waar lutum is ingespoeld vanuit de bovenliggende E-horizont) bevatten. De briklaag is meestal verdwenen door toedoen van akkerbouw of langdurige erosie (De Bakker en Schelling 1989; Van Zijverden en de Moor 2014). De poldervaaggronden onderscheiden zich door de aanwezigheid van roest- en grijze vlekken binnen de eerste 50 cm. De roestvlekken zijn het bewijs van de invloed van het grondwater op de bodem. Het grondwaterpeil bepaalt voor een groot deel de mate van conservering van archeologische resten in de bodem. Met name organische resten die zich onder de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) bevinden, worden door het water tegen degradatie beschermd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=46c807f4-e846-4aaf-a4df-c15910e20864