CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de motivering

Commissie Omgeving 14 oktober 2024, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan 'Hoofdstuk 22a Pater Sangersbrug'21.455 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Resten die boven de GLG liggen raken in de loop van de tijd steeds ernstiger aangetast door verdroging en oxidatie. Wanneer de grondwaterstand permanent wordt verlaagd kan dit leiden tot degradatie van het aanwezige bodemarchief. Diepte en dynamiek van de grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld wordt aangeduid met de term grondwatertrappen. Grondwatertrappen worden aangeduid met de Romeinse cijfers I-VII en zijn gebaseerd op de gemiddeld hoogste en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GHG en GLG). Binnen het plangebied zijn de grondwaterstanden VI en VII (zie Figuur 13). VI is ter plaatse van de poldervaaggronden. Hier is de grondwaterstand tussen de 40-80 en > 120 cm. De ooivaaggronden hebben een grondwaterstand tussen de > 80 en > 160 cm. De poldervaaggronden zijn hierdoor relatief natter dan de ooivaaggronden. Tabel 3 Grondwatertrappen.

Grondwatertrap

I

II

III

IV

V

VI

VII

GHG in cm beneden maaiveld

(<20)

(<40)

<40

>40

<40

40-80

>80

GLG in cm beneden maaiveld

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

(>160)

29

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 12 Geomorfologische kaart met plangebied Pater Sangersbrug.

30

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 13 Bodemkaart met plangebied Pater Sangersbrug.

2.3 Hoogtebestand AHN Het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) geeft de precieze en gedetailleerde maaiveldhoogtes van Nederland in meters ten opzichte van het Normaal Amsterdams Peil (NAP). De maaiveldhoogtes worden in een kleurenschaal weergegeven. In Figuur 14 is de AHN van het plangebied weergegeven. De hoogte van het gebied loopt van ca. 22 m tot 33 m +NAP. Op de kaart is de hoogte van de N296, de Schansberg en bebouwing duidelijk te zien. Deze elementen liggen op een hoogte van ca. 29 – 33 m +NAP. Deze hoogte steekt strak af met de laagte van de vergraving waar ook de poldervaaggronden zich bevinden. De laagte ligt op ca. 22 – 27 m +NAP en verschilt daarmee zeker twee meter met de verhoogde brug, wegen en bebouwing. De afwisseling van hoogtes en laagtes op de AHN ten oosten van het plangebied is een kronkelwaard patroon. Dit is de riviervlakte waarbij de Maas vermoedelijk sediment heeft weggespoeld tijdens overstromingen en hoog water. De voormalige kronkelwaard bevat een afwisseling van hoogte en laagtes.

31

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 14 Actuele Hoogtekaart Nederland met plangebied Pater Sangersbrug.

2.4

Conclusie landschap

Plangebied ligt in de Maasvallei op het laagterras dat het huidige overstromingsvlak is van de Maas. In het plangebied heeft de Maas sinds het Weichselien een laag van zandig fijn tot grof grind afgezet dat deel uitmaakt van het Laagpakket van Oost-Maarland. Gedurende het Holoceen veranderde de Maas in een meanderende rivier die klei en leem afzet op haar overstromingsvlaktes. Door dit fluviatiele proces is een relatief laaggelegen rivierdalbodem ontstaan binnen het deelgebied. Naast deze landschapsvorm zijn er ook afgravingen/egaliseringen geweest met als resultaat een laagte in het zuidwesten van het plangebied en een vlakte in het zuidoosten. Op de vlakte en de rivierdalbodem zijn ooivaaggronden te vinden. Deze bodem heeft een lagere grondwaterstand dan de poldervaaggrond in de laagte die is ontstaan door afgraving. De verschillende processen leveren een dynamisch landschap van hoogtes en laagtes op, waarbij de N296 en de bebouwing bij de brug met hun hoogte uitsteken boven het landschap.

32

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

3

Archeologische informatie

3.1 Inleiding Archeologie vormt één van de pijlers van de integrale erfgoedbenadering. Om de gespecificeerde archeologische verwachting voor een gebied op te kunnen stellen, is kennis nodig van de reeds bekende archeologische gegevens van het gebied. In dit hoofdstuk worden de bekende archeologische vindplaatsen, uitgevoerde onderzoeken en verwachtingen aan de hand van verschillende bronnen beschreven. Periode

Begin

Einde

Nieuwe Tijd

1500

Heden

Late Middeleeuwen

1050

1500

Vroege Middeleeuwen

450

1050

Romeinse Tijd

12

v. Chr.

450

IJzertijd

800

v. Chr.

12

v. Chr.

Bronstijd

2.000

v. Chr.

800

v. Chr.

Neolithicum

5.300

v. Chr.

2.000

v. Chr.

Mesolithicum

8.800

v. Chr.

4.900

v. Chr.

Laat Paleolithicum

35.000

v. Chr.

8.800

v. Chr.

Midden Paleolithicum

300.000 v. Chr.

35.000

v. Chr.

Tabel 4: Archeologische perioden (Bron: ABR)

3.2 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart De archeologische verwachtingswaarde van een gebied geeft de kans op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats weer. De meeste Nederlandse gemeenten hebben een archeologische verwachtingskaart. De archeologische verwachtingskaart voor de gemeente Echt-Susteren is opgesteld in 2011 door archeologisch adviesbureau Raap. De kaart toont de archeologische verwachting in relatie tot landschapssoort (nat of droog), de AMK-terreinen, vindplaatsen van jager-verzamelaars en landbouwers, onderzoeksgebieden en of deze zijn vrijgegeven, en de provinciale aandachtsgebieden. Binnen het onderzoeksgebied liggen meerdere verwachtingszones (zie Figuur 15). In de westelijke kant ligt een zone met een lage archeologische verwachting voor droge en natte landschappen. Dit gebied is ook al afgegraven (zie Figuur 33). Het zuidoosten van het onderzoeksgebied, zowel als een klein gedeelte langs de Maas, heeft een hoge archeologische verwachting voor droge landschappen. In het noordoosten ligt een zone met een hoge verwachting voor natte landschappen en Maasafzettingen. Nabij de huidige bebouwing ligt tevens een klein gedeelte met een hoge archeologische verwachting voor natte landschappen. De Maas zelf heeft een middelhoge verwachting voor natte landschappen.

Aan de oever van de Maas ligt volgens de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart een onderzoeksgebied dat of niet is vrijgegeven of waarvan de status onbekend is. In dit gedeelte zijn twee vindplaatsen van landbouwers (Romeinse Tijd) bekend. Het onderzoek en de vindplaatsen worden verder beschreven in hoofdstukken 3.4 en 3.5.

33

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 15: Archeologische verwachtingskaart Echt-Susteren.

3.3 Archeologische verwachtingskaart van het Maasdal De archeologische verwachtingskaart voor het Maasdal (AVM) is opgesteld om een in vooronderzoek een betere specificering van de mogelijk aanwezige archeologische resten te verkrijgen (Isarin e.a. 2015). De kaart maakt onderscheid tussen vier periodes: • • • •

Jagers, verzamelaar en de eerste boeren (JV; circa.12.000 – 3400 v Chr.) Vroege landbouwsamenlevingen (LBV; circa. 3400 – 1500 v. Chr.) Late landbouwsamenlevingen (LBL; circa. 1500 – 900 n. Chr.) Staatssamenlevingen (SSL; 900 – 1950 n. Chr.)

Op basis hiervan wordt een archeologische basisverwachting gegeven waarbinnen onderscheid gemaakt wordt tussen: • • • • • •

34

E: kans op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan economische activiteiten; We: kans op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan water gebonden economische activiteiten; ER: kans op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan economische en rituele activiteiten; ERw: kans op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan watergebonden economische en rituele activiteiten; WEB: kans op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan bewoning, begraving en economische activiteiten; WBER: kans op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan bewoning, begraving, economische en rituele activiteiten;

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

•

WBERw: kans op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan bewoning, begraving, en watergebonden economische en rituele activiteiten.

Naast de basis verwachting wordt ook een aanvullende verwachting aangegeven op het aantreffen van archeologische sporen. Deze aanvullende verwachting wordt aangeduid met een cijfersysteem (laag-hoog), die verschilt in scores is voor elk hoofdthema. Uit de verschillende periode kaarten voor het plangebied Pater Sangersbrug Maaseik komt het volgende naar voren: Jager/ verzamelaars In het Nederlandse gedeelte van het onderzoeksgebied zijn geen zones met een verwachting voor deze periode bekend. Een groot deel van het onderzoeksgebied aan de overkant van de Maas, waar de huidige en toekomstige brug uit komen in België, heeft wel een aanvullende verwachting op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan de thema’s wonen en begraven (score 2 van de 6). Dit is deels weergeven op de kaart (zie Figuur 16). Bij het thema wonen en begraven uit deze periode kan gedacht worden aan sporen en/of vondstcomplexen rondom tijdelijke kampementen, zoals haardkuilen, etensresten, vuursteenconcentraties en begravingen. Vroege landbouwsamenlevingen Voor het meest zuidelijke deel van het Nederlandse gedeelte van het onderzoeksgebied is een basisverwachting ERw bekend. Deze basisverwachting geldt ook voor een klein gedeelte in België, ten noordoosten van de huidige brug.

Dit houdt in dat er een kans bestaat op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan water gebonden economische en rituele activiteiten. Een groot deel van het onderzoeksgebied aan de overkant van de Maas, waar de huidige en toekomstige brug uit komen in België, heeft een aanvullende verwachting op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan de thema’s wonen en begraven (score 3 van de 5). Deze verwachtingen zijn aangetoond op de kaart in Figuur 17. Voor de basisverwachting ERw worden watergebonden economische en rituele activiteiten verwacht. Bij economische resten kan gedacht worden aan bijvoorbeeld kano’s of visfuiken, bij rituele resten aan losse deposities zoals bijlen, zwaarden of speerpunten. Bij archeologische resten gerelateerd aan wonen en begraven kan het gaan om boerderijen en huizen, aardewerk, agrarische sporen en begravingen. Late landbouwsamenlevingen Het grootste deel van het Nederlandse onderzoeksgebied heeft de basisverwachting ER. Dit houdt in dat er een kans is op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan economische en rituele activiteiten. Enkele delen (restgeulen) van het Nederlandse onderzoeksgebied hebben de basisverwachting ERw, wat betekent dat er een kans is op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan watergebonden economische en rituele activiteiten. Dit geldt ook voor een klein gedeelte, ten noordoosten van de huidige brug.

In het zuiden van het onderzoeksgebied ligt een aanvullende verwachting op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan de thema’s wonen en begraven (score 2 van de 4). Dit geldt ook voor het grootste deel van het onderzoeksgebied aan de overkant van de Maas, waar de huidige en toekomstige brug op uitkomen in België. Deze verwachtingen worden weergeven op de kaart in Figuur 18. Bij archeologische resten gerelateerd aan economische activiteiten kan gedacht worden aan agrarische sporen, boerderijen en samenhangende structuren, aardewerk, metaal en glas. Resten gerelateerd aan rituele activiteiten zijn bijvoorbeeld cultusplaatsen met deposities van verschillende objecten en/of begravingen en crematies. Bij watergebonden economische en rituele activiteiten kan verder nog gedacht worden aan boten, kades, oeverbeschoeiingen, visfuiken en losse deposities en/of cultusplaatsen in of langs het water. Archeologische resten gerelateerd aan wonen en begraven kunnen sporen van bewoning (boerderijen, villa’s), landgebruikssporen, begravingen en grafvelden of grafheuvels zijn. Staatssamenlevingen Het grootste deel van het onderzoeksgebied binnen Nederland heeft een basisverwachting E. Dit houdt in dat er een kans is op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan economische activiteiten.

Enkele delen (de restgeulen) hebben de basisverwachting Ew, wat betekent dat vindplaatsen gerelateerd aan watergebonden economische activiteiten kunnen voorkomen. Deze laatste basisverwachting geldt ook voor een klein deel in België, ten noordoosten van de huidige brug. Het grootste deel van het onderzoeksgebied aan de overkant van de Maas, waar de huidige en toekomstige brug uit komen in België, heeft een aanvullende verwachting op het voorkomen van vindplaatsen gerelateerd aan de thema’s wonen en begraven (score 2 van de 4). Deze verwachtingen worden weergeven op de kaart in Figuur 19. 35

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Economische archeologische resten kunnen bijvoorbeeld sporen van landbouw en wegen zijn, zowel als veldbrandovens, aardewerk, glas en metaal. Bij watergebonden economische activiteiten kan verder gedacht worden aan bruggen, oeverbeschoeiingen, kades, boten en visfuiken. Bij het thema wonen en begraven kunnen sporen voorkomen van bewoning (boerderijen, huizen) en samenhangende structuren, begravingen, crematies en kerkhoven. Algemene verwachting Voor het Nederlandse gedeelte van het onderzoeksgebied worden archeologische waarden verwacht vanaf de vroege landbouwsamenlevingen (vanaf het Neolithicum). Dit is vooral een basisverwachting voor economische en/of rituele activiteiten, met nabij de Maasoever zowel als in restgeulen een basisverwachting voor watergebonden economische en/of rituele activiteiten. Deze restgeulen zijn duidelijk zichtbaar op de hoogtekaart (zie Figuur 14). Het feit dat het onderzoeksgebied weinig aanvullende verwachtingswaarden heeft gekregen komt door de ligging op de overstromingsvlakte van de Maas. Verder is een groot deel van het onderzoeksgebied in het verleden afgegraven en/of geëgaliseerd. De delen die niet zijn afgegraven betreffen rivierdalbodems, relatief lage delen van het landschap die daardoor minder aantrekkelijk voor permanente bewoning waren.

In het zuiden van het onderzoeksgebied ligt voor de late landbouwers wel een aanvullende verwachting voor wonen en begraven. Dit gedeelte ligt wat verder van de Maasoever en was daardoor aantrekkelijker en beter geschikt voor bewoning. De archeologische verwachting van de Archeologische verwachtingskaart voor het Maasdal (AVM) komt deels overeen met de gemeentelijke verwachtingswaarden. In het westen waar het plangebied en het onderzoeksgebied is afgegraven, geldt een lage verwachting volgens het gemeentelijke beleid. Voor het overige deel in het plangebied en onderzoeksgebied geldt hoge verwachtingen voor droge en/of natte landschappen. De AVM toont een basisverwachting in het plangebied voor economische en/of rituele activiteiten uit de perioden late landbouwsamenlevingen en de staatssamenlevingen. In het zuiden van het onderzoeksgebied ligt volgens de AVM een aanvullende verwachting voor de thema’s wonen en begraven voor de late landbouwsamenlevingen. Op de gemeentelijke verwachtingskaart heeft dit deel een hoge verwachting voor droge landschappen. Gezien de afstand van de Maasoever en de relatief hogere ligging van deze zone kunnen hier sporen van bewoning voorkomen. Op basis van de gemeentelijke en Maasdal verwachtingskaarten worden binnen het plangebied voornamelijk archeologische resten vanaf de Romeinse Tijd verwacht.

Op basis van de landschappelijk situatie (rivierdalbodem) ligt er volgens de AVM een basisverwachting op het aantreffen van resten van economische en rituele activiteiten. De gemeentelijke verwachtingskaart heeft voor het grootste deel van het plangebied een hoge verwachting op sporen uit natte landschappen. Voor het afgegraven westelijke deel geldt een lage archeologische verwachting op de gemeentelijke kaart en een basisverwachting vanaf de late landbouwsamenlevingen op de Maasdal kaarten. Omdat dit gebied reeds is afgegraven worden hier geen archeologische resten meer verwacht.

36

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 16: Archeologische verwachting van het Maasdal voor jager/verzamelaars.

37

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 17: Archeologische verwachting van het Maasdal voor vroege landbouwsamenlevingen.

38

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 18: Archeologische verwachting van het Maasdal voor late landbouwsamenlevingen.

39

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 19: Archeologische verwachting van het Maasdal voor staatssamenlevingen.

40

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

3.4 Vindplaatsen

Figuur 20: Vondstlocaties en onderzoeksmeldingen uit Archis.

3.4.1

AMK-terreinen

Op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) zijn bekende, gewaardeerde, archeologische vindplaatsen weergegeven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen terreinen van waarde, hoge waarde, zeer hoge waarde, en zeer hoge waarde – beschermd. In het laatste geval is het terrein een beschermd Rijksmonument. Het uitgangspunt bij AMK-terreinen is in principe behoud van archeologische resten in situ. Er zijn geen AMK-terreinen bekend binnen het onderzoeksgebied.

3.4.2

Vindplaatsen

Vindplaatsen zijn alle bekende archeologische vindplaatsen die geregistreerd zijn in Archis, zijn aangeleverd vanuit amateurarcheologen en gemeenten en/of zichtbaar zijn op historische kaarten. De Archis-vondstlocaties zijn weergegeven op de kaart in Figuur 20. Binnen het onderzoeksgebied zijn twee vondstmeldingen gedaan, waarvan beiden ook in het plangebied liggen.

41

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Bron & IDnummer

Objectnr.

Datum en plaats

Complextype

Datering

Omschrijving

Archis, 2830191100

1062000

30-121992, Roosteren

Versterking, onbepaald; infrastructuur , onbepaald

Romeinse Tijd; Vroeg Romeinse Tijd – Nieuwe Tijd Laat

Meerdere eikenhoutenpalen (6) aangetroffen op de rechteroever van de Maas, tientallen meters stroomopwaarts van de huidige brug. De palen stonden in 2 rijen in de stroomrichting en leken een soort oeverbeschoeiing te vormen. Paalschoenen van ijzer (4) en grote bouwstenen (Naamse kalksteen) werden ook aangetroffen. De eikenhoutenpalen en paalschoenen dateren uit de Romeinse Tijd en behoren tot een versterkingscomplex. Het steenmateriaal lijkt echter recent, het is onduidelijk of dit bij het complex hoorde.

Archis, 3004243100

1063544

10-041995, Roosteren

Brug

Romeinse Tijd

Vier paalschoenen (ijzer) en 79 houten palen zijn aangetroffen langs de oever van de Maas. De vondsten dateren uit de Romeinse Tijd en behoren tot een brugcomplex.

Tabel 5: Vondstmeldingen.

Op basis van bovenstaande vindplaatsen kan aangenomen worden dat de Maas/Maasoever bij het onderzoeksgebied langere tijd in gebruik is geweest. Het gebruik betrof in ieder geval een oversteekplaats, zoals vandaag nog steeds het geval is, maar gezien de aanwezigheid van beschoeiing is het waarschijnlijk dat andere activiteiten ook nabij de Maasoever plaatsvonden, ten minste in de Romeinse Tijd.

3.5 Eerder uitgevoerd onderzoek Binnen het onderzoeksgebied heeft één onderzoek plaatsgevonden. Deze wordt in onderstaande tabel beschreven en is weergeven op de kaart in Figuur 20. Zaak IDnummer 2160297100

42

Datum, uitvoerder

Type onderzoek

Resultaten

14-06-2007, Sweco/Grontmij

Bureauonderzoek

Het gebied krijgt een lage verwachting voor het LaatPaleolithicum en Mesolithicum; losse vondsten zijn mogelijk maar deze zijn dan waarschijnlijk meegevoerd door de Maas. Er geldt ook een lage verwachting voor het Neolithicum tot de IJzertijd omdat de grond niet geschikt was voor landbouw. Uit de Romeinse Tijd worden geen nederzettingen verwacht maar mogelijk wel vondsten nabij de Maas, gezien de eerder aangetroffen brugpalen en paalschoenen. De Middeleeuwen krijgt een middelhoge verwachting,

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Archeologische begeleiding

aangezien de gronden vroeger gemeenschappelijk waren en op basis van de nabijheid van Kokkelert. Archeologische waarden worden alleen verwacht in het oosten van het gebied, nabij de brug, of in het zuidwesten; het overige deel is vergraven. Alleen het zuidelijke deel van het gebied is onderzocht. Hier zijn geen archeologische vindplaatsen uit de Romeinse Tijd tot aan de Middeleeuwen aangetroffen. De verwachte oeverafzettingen zijn wel aanwezig, maar er zijn verder geen aanwijzingen voor vindplaatsen. Tijdens het onderzoek is een ijzeren paalschoen met bijbehorende paal aangetroffen in het grasland nabij de brug. Volgens het onderzoek zijn deze waarschijnlijk door een bezoeker uit de Maas gehaald.

Tabel 6: Eerder uitgevoerd onderzoek.

3.6

Andere vindplaatsen

Rondom de Belgische kant van het plangebied zijn meerdere vindplaatsen en onderzoeksmeldingen bekend. Deze staan beschreven in de Centrale Archeologische Inventaris (CAI) en zijn samengevat in onderstaand tabel (Tabel 7). De locaties van de vindplaatsen en onderzoeksmeldingen zijn weergeven in Figuur 21. Er is een opgraving uitgevoerd, deze is ook opgenomen in Tabel 7.

CAI-polygoonnummer

Datum, soort onderzoek

2005, mechanische prospectie

52410

Datering

Omschrijving

Late Middeleeuwen

Sporen te relateren aan het pleinbegijnhof en agnetenklooster

18e eeuw

28 putten en deel van de ommuring van een leerlooierij

Nieuwe Tijd

Versterkingsmuren rondom Maaseik volgens de plannen van Vauban; aanleg van de versterking begon in 1627

207860

Geen datum, indicator cartografie

Late Middeleeuwen

Stadswallen

207870

Geen datum, indicator cartografie

Late Middeleeuwen

Stadspoort

43

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

Bron(nen)

Heymans, H. en Neskens, A. 2007. Stadsarcheologie in Maaseik, M&L. Monumenten, Landschappen en Archeologie 26 (2), p.5866

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

208948

212988

220339

Met uitzondering van het vermoedelijke wallichaam geen verdere grondsporen. De eerste 40 cm-Mv, ook de maximale verstoringsdiepte, bleek reeds verstoord waardoor deze laag archeologisch gezien niet relevant is

Geen auteur. 2012. Onderzoeksgebied ‘Werken Ovonde’ nabij de Koning Boudewijnlaan, Bleumerstraat, Sionstraat, Maaseikerweg en de Koningin Fabiolaan. Gemeente Maaseik. Resultaten proefsleuven en archeologische begeleiding van graafwerkzaamheden, Musea Maaseik – Notitie 2-2012.

Late Middeleeuwen

Onbekend

S.N. 2012. Onderzoeksgebied ‘Werken Ovonde’ nabij de Koning Boudewijnlaan, Bleumerstraat, Sionstraat, Maaseikerweg en de Koningin Fabiolaan. Stad Maaseik. Resultaten proefsleuven en archeologische begeleiding van graafwerkzaamheden, Musea Maaseik – Notitie 2-2012.

18e eeuw

Restanten van bakstenen muren en mergelmuren

Nieuwe Tijd

Roodbakkend, witbakkend, steengoed, zwartgoed

2012, opgraving

2012, mechanische prospectie

2010, mechanische prospectie

223356

Geen datum, toevalsvondst

Nieuwste Tijd

Fragmenten kleipijpjes, faunaresten (tanden), majolica/faience, (proto)steengoed, oxiderend gebakken aardewerk, reducerend gebakken aardewerk, industrieel witgoed, knopen, loodzegeltje, 2 munten (19e en 20e eeuw), mogelijk musketkogeltje en mogelijk haardstenen

700281

Geen datum, toevalsvondst

Laat-Neolithicum

Gepolijste bijl uit silex

Tabel 7: Omschrijving vondst- en onderzoeksmeldingen CAI.

44

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

Geen auteur. 2010. Plangebied Schillingstraat z.n. tussen nr. 6 en nr. 8. Gemeente Maaseik. Resultaten archeologische prospectie met ingreep in de bodem, Musea Maaseik – Notitie 1-2010.

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 21: Ligging onderzoeks- en vondstmeldingen CAI.

45

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

3.6.1

Tweede Wereldoorlog

Figuur 22: Indicatieve kaart militair erfgoed.

Op basis van de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) ligt het onderzoeksgebied binnen het slagveld Roerdriehoek (Figuur 22). Een slagveld is een globaal af te bakenen terrein waar een relatief groot aantal personen gevochten hebben. De ligging van een slagveld heeft vaak een relatie met het natuurlijk landschap, zoals bij een rivieroversteekplaats, wat het geval is voor het huidige onderzoeksgebied. Bij een slagveld kunnen verschillende archeologische resten verwacht worden, zoals munitieartikelen, resten van stellingen, loopgraven en ondersteunende posten, en inslagen van granaten of mortieren, vaak in de vorm van beschadigingen aan bestaande bebouwing en/of groen en als microreliëf. De slag van Roerdriehoek duurde van september 1944 tot februari 1945 en betreft het gebied tussen Maaseik, Geilenkirchen en Roermond (Baghus, 1981). De uiteindelijke bevrijding van het gebied kwam als gevolg van operatie Blackcock, uitgevoerd door het Britse leger. Deze operatie duurde 10 dagen en leidde tot meer dan 3,000 doden en gewonden (geallieerden en Duitsers; Ministerie van Defensie). Met betrekking tot de slag van Roerdriehoek wordt Roosteren enkele keren benoemd, in relatie tot een evacuatie van het dorp en het oversteken van Belgen naar Nederland via Roosteren (Baghus, 1981).

Tijdens het begin van de Tweede Wereldoorlog werd de brug tussen Maaseik en Roosteren tevens opgeblazen om de Duitsers de weg te ontzeggen. Het Nederlandse deel bleef hierbij intact. De brug werd hersteld maar ook weer vernietigd door de Duitsers in 1944. Hierna volgde een tijdelijke pontonbrug opgezet door de Engelsen en daarna een houten brug gebouwd door de Amerikanen. Deze bleef in gebruik tot 1952 (Boonen, 1999). Gezien de duidelijke aanwezigheid van soldaten en activiteiten gerelateerd aan de Tweede Wereldoorlog, kunnen mogelijk archeologische resten van deze periode aangetroffen worden in het onderzoeksgebied. Er zijn echter geen archeologische resten uit deze periode bekend.

46

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

4

Cultuurhistorie

4.1 Inleiding Dit hoofdstuk omvat de vijf pijlers van cultureel erfgoed. Er wordt gekeken naar de historische geografie, de historische bebouwing, historische bodemverstoringen, objecten en het natuurlijke erfgoed waaronder waardevol historisch groen. Indien mogelijk en relevant wordt ook het immateriële erfgoed meegenomen in het onderzoek. De historie van een plangebied speelt een grote rol bij het bepalen van het landschapsbeeld. Historische bronnen verschaffen informatie over de ontginning en gebruik van en bewoning in het plangebied. Voor de negentiende en twintigste eeuw is deze informatie beschikbaar middels historisch kaartmateriaal te onderzoeken. Kaarten werden met een relatief grote regelmaat geproduceerd, en laten de ontwikkeling van een landschap nauwkeurig zien.

4.2 Ontwikkeling door de tijd Om een indicatie te verkrijgen van de historische ontwikkeling van het onderzoeksgebied en mogelijke historische bewoningsplaatsen zijn historische kaarten een zeer waardevolle bron.

Ontginningsgeschiedenis en historisch landgebruik De bewoninggeschiedenis in de Maasvallei begint op de Maasterrassen (Lantschap, 2009). Gedurende het Neolithicum tot en met de Romeinse Tijd was men afhankelijk van de Maas en beken voor drinkwater en vruchtbare gronden. De Maas bracht echter ook het gevaar van overstromingen. Door de hoogte en droogte van de Maasterrassen deze locaties in het landschap wel geschikt voor bewoning. Op de terrassen zijn zowel bewoningssporen als grafvelden gevonden uit het Neolithicum, Bronstijd en IJzertijd. De Romeinen legde in de Maasvallei de vaste interregionale wegen aan en stichtte verschillende nederzettingen die tegenwoordig nog bestaan. Na de Romeinse Tijd bereikte het bevolkingsaantal een dieptepunt. Vanaf de 6e eeuw begonnen de Middeleeuwen, in deze periode nam de bevolking weer toe. Met deze toename kwamen ook nieuwe woonplaatsen. Meerdere dorpen vestigde zich op de hoger gelegen zandruggen. Andere vonden hun plek op de terrassen met enige afstand tot de rivier. De dorpen lagen hier vaak op de rand van een terras en de overstromingsvlakte, waarbij de hogere grond langs de Maas gebruikt werd voor bouwland. De lagere delen waren minder geliefd voor bewoning of bouwland, vanwege de vele overstromingen. Dit zorgde daarentegen ook voor vruchtbare gronden, waardoor boeren het gebruikte voor weien hooiland.

Het plangebied ligt in de overstromingsvlakte zonder of met onregelmatige verkaveling (Keunen et al., 2015).

De Pater Sangersbrug Aan de hand van eerdere archeologische vondsten in het plangebied was er vermoedelijk in de Romeinse Tijd al een brug over de Maas. De eerste visuele vastlegging van een brug over de Maas bij Maaseik en Roosterend komt uit 1672 (Boonen, 1999). Op het grondplan van Maaseik staat het gebastioneerd stelsel met aan de linker kant de Maas en de brug richting een hoornwerk (zie Figuur 23). Het noorden is het zuiden op het grondplan. Het hoornwerk ligt dus ten oosten van Maaseik. Dit hoornwerk wordt in de beschikbare literatuur een schans genoemd en is de oorsprong van de naam Schansberg aan de Nederlandse grens. In de rest van dit rapport zal dan ook deze benaming worden gebruikt. De schans is op het grondplan omringt met water uit de Maas en is als het ware een extensie van het bastion van Maaseik. Tussen de 17e en 19e eeuw is, vermoedelijk door de vele oorlogen, de brug tussen de twee landen verdwenen. Halverwege de 19e eeuw begon de noodzaak voor een brug weer te leven (Boonen, 1999). De overtochten met de veer waren dan ook niet vrij van risico’s. In 1871 werd een commissie opgericht die als touwtrekker moest dienen. In 1884 was het eindelijk zover en begon men met het bouwen van de burg tussen Maaseik en Roosteren. De ijzeren brug werd in 1889 voltooid en in 1894 werden de typerende lantaarns in de vorm van kandelaars toegevoegd.

De grensbrug speelde een belangrijke rol in de twee wereldoorlogen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de brug en het bijbehorende douanekantoor bezet door de Duitse grensbewaking (Boonen, 1999). De bewaking moest voorkomen dat Belgen via Nederland richting het slagveld bij IJzer trokken. Daarvoor werden langs de Maas en op de brug een prikkeldraadversperringen met stroom erop gelegd, de Dodendraad genaamd. De driedubbele versperring kosten meerdere jonge mannen hun leven. In 1918 na de overgaven van het Duitse leger trokken ca. 100.000 47

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Duitsers via de brug door Nederland terug richting Duitsland. Midden op de brug werden de wapens en munitie ingeleverd bij de Nederlandse militairen die hen daar opwachtte (zie Figuur 32). Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de brug over de Maas tweemaal vernietigd. Het Belgische deel van de brug werd op 10 mei 1940 opgeblazen door België (Boonen, 1999). De reden was het tegenhouden van de inval van Duitsland via Nederland. Dit hield het leger echter niet lang tegen. De Duitsers bouwde, na het bezetten van het gebied, naast de deels vernietigde brug een nieuwe brug. Deze werd ook vernietigd, maar ditmaal door de Duitsers in 1944 om de Geallieerden tegen te houden. Kort daarna legde de Engelse een tijdelijk pontonburg aan. In de winter van 1944 en 1945 werd deze vervangen met een houten brug door de Amerikanen (na een mislukte eerste poging). De brug in deze vorm bleef tot 1952 staan. Van 1948 tot en met 1952 werd gewerkt aan de huidige Pater Sangersbrug (Boonen, 1999). De brug is vernoemd naar Pater Sanger, een pater die na de Tweede Wereldoorlog het Nederlandse- en Belgische Limburg dichter bij elkaar bracht. Sinds 12 september 1999 draagt de brug officieel zijn naam en is zijn verhaal vastgelegd met een kunstwerk in het midden van de brug.

4.2.1

Onderzoek historische bronnen

De eerste brug over de Maas bij Maaseik-Roosteren is vastgelegd op het grondplan van 1672 (zie Figuur 23). Daarna is de brug niet meer te zien op de eerst kaart, de rivierenkaart van 1849 (zie Figuur 25). In plaats daarvan ligt op de locatie van de brug een veerpont. De pont heeft de taak van de brug overgenomen van 1723 tot 1889 (Ficken, 2005). De weg richting de pont volgt niet de route van de N296, maar naastgelegen weg Schansberg. Op de kaart van 1900 is voor het eerst de ijzeren brug te zien die in 1889 is voltooid. De weg richting de oprit van de brug volgt de route van de N296. Op historische kaarten die volgen is niets te zien van de historie van de brug, waaronder de twee vernietigingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Wel is de N296 tussen 1975 en 1995 verlegt, waardoor de bochten minder scherp zijn ter hoogte van de afrit richting de weg Schansberg. De oude ligging is in het veld nog te herkennen aan de vegetatieopstand die op de locatie staat. De naam van het gebied ‘Schansberg’ verwijst terug naar de schans die daar heeft gelegen. Op het grondplan van 1672 is de schans te zien als verlenging van het bastion van Maaseik, waarbij het water van de Maas om de schans werd heengeleid. De schans is ook terug te zien op het minuutplan van ca. 1811-1832 (zie Figuur 24). Hierop staat ook een gebouw (Schansberg 7).

Op de kaart van 1900 is de schans nog zichtbaar in de aangegeven hoogte en over het midden van de schans ligt de oprit van de brug (zie Figuur 27). Het gebouw ligt direct naast de nieuwe weg. In 1930 zijn drie nieuwe gebouwen, twee naast het al bestaande gebouw (Schansberg 5) en een aan de overkant van de weg (Schansberg 2) (zie Figuur 28). Op de kaart van 1950 komt daar nog het laatste gebouw bij binnen het plangebied (Schansberg 3) (zie Figuur 29). Afgezien Schansberg 2 zijn de gebouwen in de huidige situatie nog aanwezig. Van de schans is slechts aan de noordoostkant recht tegenover Schansberg 2 achter de verhoogde parkeerplaats nog de verhoging op de AHN-kaart te zien (zie Figuur 14). Twee opvallende elementen op de kaart zijn een steenbakkerij (1850) en een spoorlijn (1930 - 1950). De steenbakkerij ligt ten zuiden van het plangebied aan de straat die haaks op de huidige N296 ligt (zie Figuur 29). De ‘laagte die is ontstaan door afgraving’ op de geomorfologische kaart is te koppelen aan de activiteiten vanuit de steenbakkerij. De spoorlijn die zichtbaar is op de kaarten van 1930 en 1950 is een zijlijn van het traject Roermond – Echt – Born – Sittard. De stoomtram reed hier van 1922 tot 1937. Op de bosstatistieken van 1938-1942 zijn in de omgeving van de Schansberg meerdere opstanden te zien van toen nog jonge populieren (< 10 jaar).

De dichtstbijzijnde beplantingen, een singel langs de N296 en een boomlaan langs een oud looppad, lijken in de huidige situatie te zijn teruggebracht.

48

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 23 Visuele weergaven van Maaseik en de schans uit 1672 (Wolters, 1855).

49

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 24 Minuutplan van ca. 1830 met plangebied Pater Sangersbrug.

50

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 25 Rivierenkaart uit 1849 met plangebied Pater Sangersbrug.

51

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 26 Historische kaart van 1850 met plangebied Pater Sangersbrug.

52

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 27 Historische kaart van 1900 met plangebied Pater Sangersbrug.

53

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 28 Historische kaart van 1930 met plangebied Pater Sangersbrug.

54

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 29 Historische kaart van 1950 met plangebied Pater Sangersbrug.

55

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 30 Historische kaart van 1975 met plangebied Pater Sangersbrug.

56

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 31 Historische kaart van 1995 met plangebied Pater Sangersbrug.

57

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 32 Het wapenpark aan de Roosteren-brug met in de achtergrond Schansberg 7 en Schansberg 5 inclusief schuur na de overgave van Duitsland tijdens de Eerste Wereldoorlog (verzameling P. Coolen, Susteren).

4.2.2

Verstoringen

Binnen het plangebied zijn twee bekende verstoringen aanwezig. De N296 is aangegeven op de Vergraven Grondenkaart (2006) als bebouwing (zie Figuur 33). Op het AHN is te zien dat de weg verhoogd in het landschap ligt. Daarbij is de weg tussen 1975 en 1995 verlegd. De laagte door afgraving op de geomorfologische kaart (zie Figuur 12) is aangegeven als delfstofwinning op de kaart. Op de AHN is zichtbaar dat de afgraving een laagte heeft veroorzaakt, waarbij de originele bodem is afgegraven. De delfstofwinning is terug te leiden naar de steenbakkerij die zich in het gebied bevond en te zien is op de historische kaart van 1850 (zie Figuur 26). Verstoringen die niet zijn opgenomen op de Vegraven Grondenkaart zijn de aanwezige bebouwing en de ophoging van de N296 en de schans. Deze verstoringen zijn wel zichtbaar op de AHN als hoogtes in het landschap.

58

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 33 Vergraven grondenkaart met plangebied Pater Sangersbrug.

4.3

Inventarisatie cultuurhistorische waarden

4.3.1

Cultuurhistorische waardenkaart provincie Limburg

Provincie Limburg beschikt over een provinciale cultuurhistorische waardenkaart (Provincie Limburg, z.d.). Van de categorie bouwkunde bevinden zich geen elementen in het plangebied. Van de categorie historische geografie liggen vijf elementen binnen het plangebied. Als eerste is het gebied aangegeven als cultuurlandschap Zuid-Limburg. Het cultuurlandschap bestaat uit grasland met grote blokken of onverkavelde delen (Renes, 1988). Ook ligt het plangebied in een vlak van veranderd cultuurlandschap tussen 1810 en 1981 (Renes, 1991). De specifiekere beschrijving is een sterk veranderd buitengebied van ca. 1810/1830 – 1955. Naast deze twee vlakelementen zijn er ook twee lijnelementen en een puntelement. De lijnelementen zijn de N296, waarvan wordt aangegeven dat de weg uit de periode 1810-1955 is, en de dijk langs de Maas. Het puntelement is een verhoogde woonplaats.

4.3.2

Cultuurhistorische waardenkaart gemeente

Gemeente Echt-Susteren beschikt sinds 2015 over een geactualiseerde cultuurhistorische waarden- en waarderingskaart (Keunen et al., 2015). Deze kaarten zijn samen met de aardkundige waardenkaart geactualiseerd door RAAP Archeologisch Adviesbureau. Op de cultuurhistorische waardenkaart zijn de aanwezige elementen geïnventariseerd en op de waarderingskaart zijn cultuurlandschappen gewaardeerd op basis van een schaal van 0 – 4,4. De uiteindelijke score is vertaald naar zeer laag, laag, laag-gemiddeld, hoog-gemiddeld, hoog of zeer hoog. Op de cultuurhistorische waardenkaart staan zowel punt-, lijn- als vlakvormige elementen aangegeven binnen het plangebied (zie Figuur 34). De schans wordt aangegeven op de kaart met op de westelijke zijde een verhoogde 59

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

woonplaats, zoals deze ook is aangegeven op de waardenkaart van de provincie, en een boerderij of woonhuis. De weg vanaf de schans richting de brug is aangegeven als weg uit 1842 – 1900. De bochten in de N296 worden, ten opzichte van de provinciale kaart, niet aangegeven als cultuurhistorie. In plaats daarvan loopt een rode lijn van de N296 door over de Schansberg-weg waarna het laatste gedeelte is aangegeven als ‘nu verdwenen’. Deze weg is nog van voor 1842, zoals ook vastgesteld op het minuutplan (zie Figuur 24). Langs de Maas is de dijk aangegeven die dezelfde bocht volgt als de overstromingsvlakte met overwegend onregelmatige verkaveling (licht blauw). In de rest van het gebied is de met wit aangegeven overstromingsvlakte met overwegend onverkaveld. Op de waarderingskaart is het plangebied opgedeeld in twee zones. Het gele vlak dat het dichtst bij de Maas ligt, heeft een score gekregen van 2,5 – 3,0. Dit is een hoog-gemiddelde waardering. De rest van het gebied is aangegeven met oranje en dit is een hoge waardering met een score van 3,1 – 3,4.

Figuur 34 Cultuurhistorische waardenkaart van gemeente Echt-Susteren (Keunen et al., 2015).

60

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 35 Waarderingskaart van gemeente Echt-Susteren (Keunen et al., 2015).

4.3.3

Veldbezoek plangebied

Op 31 maart 2023 heeft het veldbezoek voor cultuurhistorie plaatsgevonden in het plangebied Pater Sangersbrug. Het veldbezoek is uitgevoerd door T. Bastet en I. de Jongh van Arcadis. Tijdens het veldbezoek zijn de bekende cultuurhistorische elementen in het veld bekeken en aanvullend nog onbekende cultuurhistorische waardevolle elementen geïnventariseerd (zie Figuur 36 tot en met Figuur 43). Deze zijn opgenomen op de cultuurhistorische inventarisatiekaart (zie Figuur 44). Binnen het plangebied zijn verschillende bekende elementen aangetroffen. De twee kenmerkendste voor dit plangebied zijn de schans en de Pater Sangersbrug. Vanaf Nederland loopt de N296 over het midden van de schans de brug op waarna deze naar België gaat. De schans is in het landschap voor een klein gedeelte te zien (zie Figuur 36). Alleen het meest noordoostelijke gedeelte hiervan is nog zichtbaar in het reliëf. De rest van de schans is verdwenen onder de verhoging en de bebouwing aan de oostelijke kant van de N296 (zie Figuur 37). De Pater Sangersbrug heeft vanaf de Nederlandse kant uitzicht op Maaseik (zie Figuur 38 en Figuur 39). Over de brug gaan twee rijstroken en twee fietsstroken. Rechts van de weg staat een witte grenspaal die de grens tussen Nederland en België markeert. De bebouwing op perceel Schansberg 7 is het meest zichtbaar in het gebied (zie Figuur 37). Het gebouw is leegstaand en vervallen.

De twee schuren achter het gebouw zijn ook vervallen (zie Figuur 40). Schansberg 5 en Schansberg 3 zijn woonhuizen en verkeren in goede staat (zie Figuur 41). Beide huizen zijn zichtbaar op de kaart van 1930. Op Figuur 41 is ook de Schansberg weg te zien. Dit is een cultuurhistorische weg van voor 1842. Ten opzichte van de N296 volgt deze weg wel nog de oude route.

61

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Naast de bebouwing en de brug is ook gekeken naar de groenopstand en de rivierdalbodem binnen het plangebied. De groenopstand met historische waarden bestaat uit een populierenopstand en de houtopstand op de locatie van de oude weg (zie Figuur 41 en Figuur 42). Beide opstanden zijn aangeplant nadat de oude weg richting de Pater Sangersbrug werd vervangen voor de N296 die met een minder scherpe bocht in het plangebied ligt. Beide opstanden zijn redelijk jong, maar wel op een andere manier gebonden aan de historie. De houtopstand laat de oude ligging zien van de voormalige weg, waardoor deze een tijdslaag toont van 1950 en daarvoor. De populierenopstand komt overeen met de verschillende opstanden in het omliggende gebied buiten het plangebied. Op de bosstatistieken van 1938-1942 staat al het omliggend groen aangegeven als populier. De opstand zelf is niet historisch, maar de soort vegetatie wel. De rivierdalbodem waarop de verhoging van de Pater Sangersbrug, de schans en de bebouwing zich bevindt, strekt uit over de uiterwaarden waar deze redelijk zichtbaar is in het landschap. De hoogteverschillen zijn niet aanzienlijk op grotere afstand (1 à 1,5 meter). De rivierdalbodem is alleen aanwezig aan de noordoostzijde van de Schansberg (zie Figuur 43 ).

De aanwezigheid van de rivierdalbodem in het plangebied zorgt voor een verbinding met de rest van de uiterwaard en de ontstaanshistorie van het landschap.

62

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 36 Zichtbare deel van de schans ten noorden van de N296 (foto gemaakt in noordelijke richting).

63

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 37 Leegstaande Schansberg 7, locatie van schans ten zuiden van de N296 (foto gemaakt in zuidwestelijke richting).

64

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 38 Pater Sangersbrug vanaf noordelijke zijde met de grenspaal rechts aan de weg (foto gemaakt in noordwestelijke richting).

65

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 39 Pater Sangersbrug vanaf zuidelijke zijde (foto gemaakt in noordelijke richting).

66

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 40 Twee vervallen schuren achter Schansberg 5 en 7 (foto gemaakt in noordelijke richting).

67

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 41 Schansberg 3 met houtopstand oude weg links en de Schansberg weg (foto gemaakt in zuidoostelijke richting).

68

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 42 Houtopstand van oude weg en populierenopstand vanaf parkeerplaats (foto gemaakt in zuidelijke richting).

69

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Figuur 43 Hoogteverschillen van de rivierdalbodem en de populierenopstand in de omliggende omgeving (foto gemaakt in zuidoostelijke richting).

4.4

Aanwezige waarden per pijler

4.4.1

Natuurlijk erfgoed

Element Vlak Rivierdalbodem

4.4.2

De rivierdalbodem heeft een sterke verbinding met de Maas doordat het de oude loop van de Maas toont. Als onderdeel van het laagterras is het rivierdal als laatste gebied ingesneden van het terrassenlandschap. Bij het insnijden is het terras niet op elke locatie even diep ingesneden, waardoor een variatie aan hoogte is ontstaan in het landschap. De rivierdalbodem is in de huidige situatie te zien in het reliëf van het laaggelegen landschap. Rivierdalbodems langs de grote rivieren zijn niet zeldzaam. Dit element is verstoord door de aanwezige hoogte van de schans, wegen, bebouwing en brug.

Historisch landschap

Element 70

Omschrijving

Omschrijving

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Vlak Schans

Populierenopstand

Lijn Opstand oude weg

Schansberg weg

Punt Locatie van de Pater Sangersbrug

Grenspaal

4.4.3

De lijnvormige opstand aan de westelijke kant van de N296 ligt op de locatie van de oude weg. Deze oude weg leidde men over de brug richting de Maas, voordat de N296 werd aangelegd. De aanwezige opstand is een brede baan aan struiken en bomen. Door de locatie brengt het element een oude tijdslaag in beeld in de huidige situatie. De weg die richting de Schansberg 7, 5 en 3 loopt is aangewezen als cultuurhistorische waarden op de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. De weg is van voor 1842 en is nog steeds aanwezig in het plangebied. De locatie van de brug vanaf de schans is gebruikt door de brug van 1672, de ijzeren brug en de huidige Pater Sangersbrug. Van elke brug is de locatie met beeld vastgelegd. In combinatie met Schansberg 7, de schans, de grenspaal, de opstand van de oude weg en de brug zelf vormt de locatie een ensemble in het landschap van het plangebied. Een de Nederlandse kan van de brug staat een wit met zwarte grenspaal. Op de historische kaarten wordt al een grenspaal in 1900 aangegeven op dezelfde locatie. Het is onduidelijk of dit om dezelfde paal gaat.

Gebouwd erfgoed

Element Vlak Schansberg 7

Schansberg 5

Schansberg 3

Punt De Pater Sangersbrug

71

De schans is vroeger onderdeel geweest van bastion Maaseik wat de reden is van de veldnaam ‘Schansberg’. Van de schans is het noordoostelijke gedeelte nog te herkennen aan het reliëf van het landschap. De rest van de schans in het westen is verdwenen onder de (ophoging van) gebouwen. De schans heeft een sterke verbinding met de voorgangers van en de huidige brug. Sinds de 17e eeuw is de schans de locatie waarop de brug over de Maas richting Maaseik reikt. Hierdoor is de schans niet alleen belangrijk als fysiek element, maar ook als locatie. De populierenopstand in het plangebied is niet historische waardevol door ouderdom, maar door het soort boom. In de omliggende omgeving zijn alle aangeplante landschapselementen populieren, waarbij de soort terug te leiden is naar de oude bosstatistieken van voor 1950.

Omschrijving Geen van de gebouwen op de Schansberg weg is als monumentaal geregistreerd. Schansberg 7 staat prominent aan de N296, maar verkeerd in slechte staat en staat leeg. Schansberg 7 staat op het kadastrale minuutplan van ca. 1830. Ook zijn foto’s gevonden van het huidige gebouw na de overgave van WOI (zie Figuur 32). Geen van de gebouwen op de Schansberg weg is als monumentaal geregistreerd. Schansberg 5 is vanaf de hoofdweg verscholen achter de aanwezige houtopstand en Schansberg 7. Dit huis is ook terug te zien op de historische foto’s van WOI (zie Figuur 32), maar niet aanwezig op het kadastrale minuutplan van ca. 1830 of de kaart van 1900. Dit woonhuis is in goede staat. Geen van de gebouwen op de Schansberg weg is als monumentaal geregistreerd. Het woonhuis is in goede staat. Het huis is gebouwd tussen 1900 en 1930. De huidige Pater Sangersbrug is gebouwd na de Tweede Wereldoorlog, nadat de voorganger tweemaal vernietigd is in deze oorlog. De huidige brug is een herinnering aan het belang van het verbinden van Belgisch

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

Limburg en Nederlands Limburg. Dit is niet alleen in de naamgeving gedaan, maar ook met een kunstwerk dat op de grens van Nederland en België op de brug aanwezig is. De huidige brug ligt zichtbaar in het landschap, maar heeft niet dezelfde historische waarde als de brug van 1889. Die brug was naast de vernietigingen in WO2, ook verbonden met WO1 en het herverbinden van Nederland en België in de negentiende eeuw.

4.4.4

Zichtbare archeologie

Binnen het plangebied bevindt zich geen zichtbare archeologie.

4.4.5

Inventarisatiekaart

Figuur 44 Inventarisatiekaart van plangebied Pater Sangersbrug.

72

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

5

Conclusies en aanbevelingen

In dit hoofdstuk worden de belangrijkste conclusies besproken en op basis daarvan een gespecificeerde archeologische verwachting geformuleerd. Als laatste wordt een advies gegeven voor archeologisch vervolgonderzoek.

5.1 Conclusie archeologie 1.

Hoe ziet de geo(morfo)logische en bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

Het plangebied ligt in het dalingsgebied de Roerdalslenk op een laagterras, de huidige overstromingsvlakte van de Maas. Tijdens het Weichselien en het Holoceen werd fluviatiel sediment in de vorm van zandig fijn tot grof grind afgezet, wat deel uitmaakt van het Laagpakket van Oost-Maarland. Tijdens het Holoceen veranderde de Maas tot een meanderende rivier en werd er klei en leem afgezet op de overstromingsvlaktes. Geologisch gezien ligt het plangebied voor het grootste deel in een rivierdalbodem. De rest van het plangebied is reeds vergraven waardoor de oorspronkelijke bodem niet meer aanwezig is. Er zijn drie bodemtypes in het plangebied: kalkhoudende ooivaaggronden, kalkloze ooivaaggronden en kalkloze poldervaaggronden. Vaaggronden zijn gronden waar weinig of geen bodemvorming heeft plaatsgevonden, wat inhoudt dat er voornamelijk een dunne A-horizont boven op de Chorizont aanwezig is. Op de vlakte in het zuidoosten en de rivierdalbodem zijn ooivaaggronden te vinden. Deze bodem heeft een lagere grondwaterstand (GHG >80 cm-mv) dan de poldervaaggrond in de laagte in het westen die is ontstaan door afgraving. 2.

Welke archeologische vindplaatsen in en rond het plangebied zijn bekend?

Rondom het plangebied zijn twee Romeinse vindplaatsen bekend. De vondsten betreffen in beide gevallen eikenhouten palen en ijzeren paalschoenen. De vondsten worden geïnterpreteerd als oeverbeschoeiing en een brugcomplex. Bij een van de vindplaatsen werden ook bouwstenen aangetroffen, echter zijn deze waarschijnlijk recent. Er zijn verder geen vindplaatsen bekend. 3.

Welke historische gegevens (complexen en landgebruik) in en rond het plangebied zijn bekend?

Op basis van de archeologische vindplaatsen in het gebied kan aangenomen worden dat er tijdens de Romeinse tijd een brug aanwezig is geweest. Het eerste visuele bewijs van een brug rondom deze locatie stamt echter uit 1672, wanneer op een grondplan een brug met bastion zichtbaar is richting een schans omringt met water van de Maas. De brug is vermoedelijk verdwenen tussen de 17e en 19e eeuw; een nieuwe brug is pas weer aanwezig in 1889. Deze 19e eeuwse brug is vernield tijdens de Tweede Wereldoorlog. De schans is nog gedeeltelijk zichtbaar in het landschap, maar is ook deels verdwenen door de ophoging rondom de weg en de aanwezige bebouwing. De bebouwing betreft drie gebouwen, waarvan twee woonhuizen die in goede staat verkeren, het derde gebouw is in slechte staat. De gebouwen hebben geen monumentale status. Andere historische elementen binnen en rondom het plangebied betreffen een voormalige steenbakkerij (1850) in het zuidwesten van het plangebied, waaraan de vergraven vlakte in dit gebied gerelateerd kon worden, een spoorlijn (1930-1950) en deel van de huidige N296 en de Schansberg, welke respectievelijk vanaf 1842 en van voor 1842 dateren. De nieuwe brug en aaneensluitende weg komen op de locatie van de historische weg (Schansberg) en (deel van) de voormalige spoorlijn te staan. Andere cultuurhistorische elementen zijn niet aanwezig op deze locatie.

Gezien de ligging op de overstromingsvlakte van de Maas was het gebied niet heel aantrekkelijk voor bewoning, echter werd dit land vanaf de Middeleeuwen wel in gebruik genomen als wei- en hooilanden. Het plangebied heeft onregelmatige verkaveling langs de oever van de Maas en overwegend geen verkaveling in de rest van het plangebied.

5.1.1 4.

Gespecificeerd verwachtingsmodel Wat is, op basis van bovenstaande gegevens, de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied? Wat zijn de prospectiekenmerken van de te verwachte vindplaatsen?

Op basis van de landschappelijke context (rivierdalbodem, overstromingsvlakte) en de archeologische verwachtingskaarten kunnen archeologische resten vanaf de Romeinse Tijd voorkomen (samengevat in Tabel 8). In vroegere periodes zal het plangebied gezien de lage en natte ligging niet aantrekkelijk geweest zijn als

73

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

vestigingsplaats voor jager-verzamelaars of als locatie voor landbouw en bewoning. De periode Steentijd-IJzertijd krijgt hierdoor een lage verwachting. Op het maaiveld kunnen nog wel losse vondsten uit deze periode voorkomen. Voor de Romeinse Tijd geldt een middelhoge archeologische verwachting. Vanaf het maaiveld kunnen sporen en structuren en/of losse vondsten gerelateerd aan agrarische, rituele en economische activiteiten voorkomen. Door de landschappelijke ligging worden er geen nederzettingen verwacht. Gezien de eerdere vindplaatsen uit deze periode geldt er specifiek een hoge verwachting voor de resten van een Romeinse brug in de oever van de Maas. De gaafheid van mogelijke resten is naar verwachting redelijk tot goed. Voor de vroege en volle Middeleeuwen geldt vanaf maaiveld een middelhoge verwachting op sporen, structuren en losse vondsten gerelateerd aan agrarisch landgebruik, rituele en economische activiteiten. Terwijl het gebied nog steeds niet aantrekkelijk zal zijn geweest voor permanente bewoning, waren de vlaktes wel aantrekkelijk als wei- en hooilanden. De gaafheid van mogelijke resten is naar verwachting goed. Voor de late Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt een hoge archeologische verwachting op resten gerelateerd aan agrarisch landgebruik en watergebonden economische activiteiten.

Specifiek geldt voor deze periode ook een hoge verwachting op sporen en structuren en/of losse vondsten verbonden aan het verdedigingswerk (schans) en de voormalige brug die nabij de Maasoever heeft gestaan. Resten kunnen aanwezig zijn vanaf het maaiveld en de gaafheid is naar verwachting goed. Het plangebied heeft verder een hoge archeologische verwachting voor resten uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog, aangezien het gebied rondom Maaseik en de brug een rol in beide oorlogen hebben gespeeld. Resten van de bruggen uit deze perioden en van militaire activiteiten kunnen dan ook aanwezig zijn. De mogelijke resten worden vanaf maaiveld verwacht. De archeologische verwachtingen gelden voornamelijk voor het noorden, oosten en zuiden van het plangebied. Dit komt terug in het gemeentelijk beleid, aangezien hier twee dubbelbestemmingen archeologie liggen. Het westelijke deel is reeds afgegraven waardoor hier geen archeologische resten verwacht worden. Hier ligt ook geen dubbelbestemming.

74

Archeolog ische periode

Verwa chting

Complextype

Verwachte archeologis che resten

Diepteligging

Omvang

SteentijdIJzertijd Romeinse Tijd

Laag

Nvt Agrarisch landgebruik, rituele deposities, watergebonde n economische activiteiten Resten van een brug

Vanaf het maaiveld Vanaf het maaiveld

Nvt

Middel hoog

Losse vondsten Sporen en structuren, losse vondsten, mogelijk (crematie)gr aven Houten palen en andere gerelateerde vondsten Sporen, structuren en losse vondsten

In de oever van de Maas

50-1000m2

Goed

Vanaf het maaiveld

Nvt

Goed

Sporen en structuren, losse

Vanaf het maaiveld

50 m2 – 10.000m2

Redelijkgoed

Romeinse Tijd

Hoog

Vroege en volle Middeleeu wen

Middel hoge verwa chting

Late Middeleeu

Hoog

Agrarisch landgebruik, rituele deposities, watergebonde n economische activiteiten Agrarisch landgebruik, watergebonde

50-1000m2

Onze referentie: MUTDD55N6D43-956383577-1325:1 - Datum: 9 februari 2024 - Public

Gaafheid en conserver ing Goed tot slecht Redelijkgoed

BUREAUONDERZOEK LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE

wen Nieuwe tijd

Late Middeleeu wen Nieuwe tijd WOI en WOII

n, economische activiteiten Hoog

Hoog

Verdedigings werk en resten van brug Resten van de oude brug en resten van militaire activiteiten

vondsten/von dstlaag, (crematie)grav en Sporen en structuren van steen en losse vondsten Sporen, structuren en losse vondsten gerelateerd aan oorlog

Vanaf het maaiveld

50-1000m2

Redelijk goed

Vanaf het maaiveld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=888eecee-1fb3-4994-a5cb-757a07684e3a