CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage3 bij toelichting

Gemeenteraad 7 maart 2024, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Molenveldweg 63.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Watertoets Betreft

Ons kenmerk

Datum

Behandeld door

Ontwikkeling Molenveldweg 6 Susteren ECH118 21-04-2023 C. Maas / B. Deus / R. Rijneveld

Inleiding Een initiatiefnemer heeft een bouwplan ontwikkeld om op de locatie Molenveldweg 6 te Susteren zes grondgebonden, levensloopbestendige woningen te realiseren, na sloop van de bestaande opstallen op het terrein. Het perceel is kadastraal bekend als gemeente Susteren, sectie D, nummer 6016. De ontwikkeling van deze woningen past niet binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan ’Stedelijk gebied’ van de gemeente Echt-Susteren. Het perceel is weliswaar tot ‘Wonen’ bestemd, maar het op de verbeelding opgenomen bouwvlak en het aantal toegestane woningen laten de bouw van de zes grondgebonden woningen niet toe. Hierdoor is sprake van strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren heeft op 1 februari 2022 besloten onder voorwaarden principemedewerking te verlenen aan het initiatief. Eén van deze voorwaarden is dat er een bestemmingsplanwijziging plaatsvindt, waarin de zes grondgebonden, levensloopbestendige woningen planologisch-juridisch worden vastgelegd. Daarnaast dient ook te worden voldaan aan de andere (milieu-)planologische uitgangspunten en randvoorwaarden. In het gewijzigde bestemmingsplan is de bouw van de zes woningen planologisch-juridisch mogelijk gemaakt via de verbeelding en de regels. Bij het opstellen van dit nieuwe bestemmingsplan dient ook gekeken te worden hoe met water wordt omgegaan.

In deze notitie wordt beschreven op welke wijze rekening gehouden wordt met de waterhuishoudkundige aspecten en met de wensen en voorwaarden van de waterbeheerder. Hiervoor zijn de relevante uitgangspunten zoals het beleid, de omgeving, de bodemopbouw en de grondwaterstanden beschreven. Vervolgens worden de beoogde waterhuishoudkundige voorzieningen getoetst aan het beleid van Waterschap Limburg ten aanzien van het afkoppelen van hemelwater. Met deze watertoets kan vervolgens de watertoetsprocedure doorlopen worden. Beleid Het beleid van Waterschap Limburg schrijft voor de afhandeling van regenwater de trits ‘opvangen, bergen en infiltreren’ voor. Dit beleid is opgenomen in de Keur van het waterschap. Per 1 april 2019 geldt als norm voor midden- en noord Limburg dat 100 mm/dag per m2 verhard oppervlak opgevangen dient te worden binnen het plangebied. De gemeente Echt-Susteren heeft in het beleid staan dat er 45 mm water moet worden geborgen over het volledige toekomstig verhard oppervlak.

Uitgangspunten Beschikbare gegevens Voor het opstellen van deze watertoets zijn de volgende gegevensbronnen beschikbaar: - Dinoloket, www.dinoloket.nl, TNO - Bodemkaart van Nederland, maps.bodemdata.nl - Actueel Hoogtebestand Nederland, www.ahn.nl - Grondwaterkaart van Nederland, TNO - Legger Waterschap Limburg, www.waterschaplimburg.nl - Keur Waterschap Limburg, www.waterschaplimburg.nl - Infiltratieonderzoek februari 2022, Kragten

Blad 2

Omgeving De ligging van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. Het perceel ligt aan de zuidzijde van Susteren, ten noorden van de Molenveldweg.

Figuur 1 begrenzing planlocatie Oppervlaktewater Met behulp van de leggerkaart van Waterschap Limburg is nagegaan of er zich in de omgeving van de projectlocatie oppervlaktewateren bevinden. Deze zijn weergegeven op Figuur 2. Op de afbeelding is te zien dat circa 200 m ten zuidwesten van het projectgebied de dichtstbijzijnde A-watergang ligt (Roothgraaf). Deze watergang sluit aan op de Rode Beek, welke aan de zuidzijde van Susteren ligt. Verder bevindt zich op circa 500 m ten oosten van het projectgebied de A-watergang Rijdsbemdengraaf.

Figuur 2 Leggerkaart

Blad 3

Maaiveldniveau Met behulp van de AHN3 is het maaiveldniveau van het terrein in beeld gebracht, zie Figuur 3. Het maaiveldniveau van het projectgebied varieert tussen NAP +31 en NAP +32 m. Het midden van het gebied is het hoogst en de aansluiting op de Molenveldweg is het laagste punt in het gebied.

Figuur 3 Maaiveldniveau Bodemopbouw Met behulp van de Bodematlas is het bodemtype van de ondiepe bodem in beeld gebracht. De projectlocatie is als “Bebouwing” gekarteerd (Figuur 4). Als de bodem uit de omgeving naar de projectlocatie wordt geïnterpoleerd dan is de verwachting dat de bodem bestaat uit bodemcode “KRn1” wat inhoudt dat de bodem bestaat uit “Poldervaaggronden”. Bij dit bodemtype bestaat de bovenlaag van de bodem uit oude rivierklei. Dit bodemtype staat bekend om zijn lage waterdoorlatendheid.

Figuur 4 Bodemkaart

Blad 4

Met behulp van Dinoloket is de bodemopbouw van de projectomgeving in beeld gebracht. Het geohydrologische model REGIS II v.2.2 biedt inzicht in de verschillende lagen in de ondergrond. Een doorsnede is opgenomen in Figuur 5. De bovenste 2 meter bestaat uit de kleiige eenheid van de Formatie van Boxtel. Hieronder bevinden zich tot een diepte van circa 10 m beneden maaiveld de zandige eenheden van de Formatie van Boxtel en Formatie van Beegden. Op circa 10 m beneden maaiveld begint de kleiige eenheid van de Formatie van Beegden, welke de begrenzing is van het eerste watervoerend pakket.

Figuur 5 Geohydrologische doorsnede Grondwaterstanden Met behulp van Dinoloket is nagegaan waar zich in de omgeving peilbuizen bevinden. Hierbij kwam naar voren dat er vier locaties met recente metingen in de omgeving van de projectlocatie aanwezig zijn, welke over een langere tijd gemeten zijn. Deze liggen op circa 400 tot 800 m rondom het projectgebied. De locaties van deze peilbuizen zijn weergegeven op Figuur 6. De peilbuizen zijn B60A2564, B60A1745, B60A2562 en B60A2565. De gemeten grondwaterstanden van de peilbuizen zijn opgenomen in Figuur 7.

Blad 5

Figuur 6 Peilbuizen in de omgeving Uit de grafiek komt naar voren dat de grondwaterstand van de oostelijke peilbuizen hoger ligt dan de grondwaterstanden aan de westzijde. Dit is ook terug te zien in de Grondwaterkaart van Nederland (Figuur 8), waarin te zien is dat de grondwaterstroming noordwestelijk gericht is. Dit houdt in dat de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) van peilbuis B60A2562 het meest representatief voor het projectgebied is. Voor een GHG-bepaling dient data van 8 jaar beschikbaar te zijn. Bij peilbuis B60A2562 is echter data van circa 6 jaar beschikbaar. Daarom kan deze peilbuis alleen gebruikt worden als indicatie voor de GHG van het projectgebied. De indicatie van de GHG van deze peilbuis is circa NAP + 29,2 m. Dit komt redelijk overeen met het resultaat van het meest recente grondwatermodel van Limburg (Figuur 9). Deze geeft voor het projectgebied een GHG van circa NAP + 29 m. Hierom wordt aangenomen dat de GHG van het projectgebied circa NAP + 29 m is. Dit houdt in dat de GHG circa 2 tot 3 m beneden maaiveld ligt. Tijdens het infiltratieonderzoek zijn boringen in het gebied geplaatst waarbij de grondwaterstand op circa 2 m beneden maaiveld is aangetroffen. Februari is vaak de maand waarin de GHG bereikt wordt, aangezien dit aan het eind van het natte seizoen is. Dit onderbouwt dus de aanname van de GHG op circa 2 m beneden maaiveld.

Blad 6

Figuur 7 Grondwaterstanden

Figuur 8 Grondwaterkaart van Nederland met in de rode cirkel de globale locatie van het projectgebied

Blad 7

Figuur 9 Resultaten grondwatermodel Limburg Infiltratieonderzoek Om de mogelijkheden voor de omgang met hemelwater te onderzoeken is op het terrein een infiltratieonderzoek uitgevoerd. Tijdens het onderzoek zijn op het terrein handmatig 3 boringen geplaatst (B01 t/m B03) en zijn op 3 locaties infiltratiemetingen uitgevoerd (I01 t/m I03). De locaties zijn weergegeven op Figuur 10. Aan de hand van de boringen is de bodemopbouw inzichtelijk gemaakt en de textuur uit de te onderscheiden horizonten geclassificeerd. De boorprofielen zijn opgenomen als bijlage bij deze notitie. Uit de boringen is gebleken dat de bovenste 1,5 m van de ondergrond bestaat uit matig fijn zand, welk afwisselend matig siltig en kleiig is. Op circa 1,5 m beneden maaiveld bevindt zich een kleilaag van 0,3 m tot 0,5 m dik. Onder deze kleilaag bevindt zich matig grof zand, welk matig siltig is. In het noorden van het gebied bevindt zich onder deze zandlaag een kleilaag op circa 3,5 m beneden maaiveld.

Blad 8

Figuur 10 locaties boringen en infiltratiemetingen De horizontale waterdoorlatendheid van de ondergrond is gemeten ter plaatse van I01 t/m I03. Dit is gedaan met behulp van de omgekeerde boorgatmethode. Bij deze methode worden de boorgaten (tijdelijk) afgewerkt met een meetbuis. Vervolgens is de meetbuis gevuld met water waarna de zaksnelheid is geregistreerd met behulp van een digitale drukopnemer (Diver-meetsysteem). Aan de hand van zaksnelheid van het water in de boringen is de horizontale waterdoorlatendheid herleid van de bodem. Eén meting is uitgevoerd in kleiig zand (I02). De overige metingen zijn in matig siltig zand uitgevoerd. Tabel 1 resultaten infiltratieonderzoek Locatie Meting K-waarde (m/dag) I01 1 1,6 2 1,4 3 1,6 4 1,5 I02 1 0,1 I03

1 2 3

2,6 2,2 1,7

Bodemlaag Matig fijn zand, matig siltig

Matig fijn zand, kleiig Matig fijn zand, matig siltig

Uit de resultaten van het infiltratieonderzoek valt op te maken dat de infiltratiewaarde van het kleiige zand, zoals verwacht, laag is. Deze heeft een doorlatendheid van 0,1 m/d. De doorlatendheid van het matig siltig matig fijn zand is, zoals verwacht, hoger. De gemiddelde doorlatendheid van het matig siltig, matig fijn zand is 1,8 m/d. Om de rekenwaarde van de k-waarde te bepalen wordt conform het voorschrift van Stichting RioNED een factor 0,5 op de gemiddelde k-waarde toegepast. De k-waarde waarmee voor een eventuele infiltratievoorziening in het kleiige zand rekening mee gehouden dient te worden is (0,1 m/d * 0,5 =)

Blad 9

0,05 m/d. Voor een infiltratievoorziening in het matig siltig, matig fijne zand dient rekening gehouden te worden met een k-waarde van (1,8 * 0,5 =) 0,9 m/d. Regenwatersysteem / omgang met hemelwater en afvalwater Verhard oppervlak Aan de hand van het ontwerp (d.d. 21-06-2022, bijlage) is het toekomstig verhard oppervlak van de ontwikkeling vastgesteld. Er wordt vanuit gegaan dat circa 1.938 m2 verharding in de nieuwe situatie komt te liggen. Dit komt voort uit de in onderstaande tabel benoemde verharde oppervlakken. De oppervlakken waarmee rekening is gehouden zijn te zien in Figuur 11. Bij de woningen is het achterste getal de aanname van de hoeveelheid verharding in de tuin. De aanname van de verharding in de tuin is 30 % van het perceel oppervlak exclusief de woning. Tabel 2 Overzicht toekomstig verhard oppervlak Type verharding Woning 1 Woning 2 Woning 3 Woning 4 Woning 5 Woning 6 Openbare verharding Totaal

Verhard oppervlak (m2) 200 + 63 = 263 225 + 87 = 312 155 + 44 = 199 155 + 42 = 197 105 + 21 = 126 105 + 21 = 126 715 1.938

Figuur 11 Overzicht type oppervlakken Berging De gemeente heeft in het beleid staan dat er over het volledige toekomstig verhard oppervlak 45 mm moet worden geborgen. Aangezien de nieuwe toegangsweg uiteindelijk in beheer van de gemeente komt, eist de gemeente dat de woningen het water op eigen terrein bergen. De toekomstige eigenaren van de

Blad 10

woningen staan vrij in hoe zij dit willen bergen. In Tabel 3 staat aangegeven hoeveel berging er in de tuinen dient te worden gerealiseerd. Tabel 3 Benodigde berging woningen Woning nummer Verhard oppervlak [m2] Woning 1 263 Woning 2 312 Woning 3 199 Woning 4 197 Woning 5 126 Woning 6 126 Totaal 1.223

Benodigde berging [m3] 11,8 14,0 8,9 8,9 5,7 5,7 55,0

Daarnaast dient er ook hemelwaterberging aangelegd te worden voor de openbare verharding. Dit heeft een gezamenlijk oppervlak van 715 m2. De bergingsopgave voor de openbare verharding is hierdoor (715 * 0,045 =) 32,2 m3. Ondergrondse oplossingen zijn in de regel financieel minder aantrekkelijk dan bovengrondse oplossingen. Bovengrondse maatregelen kosten echter meer ruimte aan het maaiveld. In het openbare gebied is er weinig ruimte om bovengrondse hemelwaterberging te implementeren. Hierom is er voor gekozen om de hemelwaterberging van het openbaar gebied ondergronds in te richten met behulp een lavakoffer rondom een HWA-leiding, welke is uitgevoerd als een infiltratieleiding. Bij bovenstaande bergingsconstructie wordt water geborgen in zowel de infiltratieleiding als het lavapakket. De leiding komt onder de openbare verharding te liggen en heeft hierdoor een lengte van circa 100 m (Figuur 12). Er is in deze watertoets vanuit gegaan dat de leiding een diameter gaat krijgen van 300 mm, wat resulteert in een berging in de leiding van (0,152 * π * 100 =) 7,0 m3. De exacte diameter voor het hydraulisch functioneren van de leiding dient echter later nog bepaald te worden. Om de leiding heen komt een pakket van lavastenen te zitten. Een pakket lavastenen heeft een porositeit van 48 %. Dit betekent dat 1 m3 aan lavastenen 0,48 m3 aan water kan bergen.

Dit lavapakket wordt om de volledige lengte van de infiltratieleiding heen gelegd. In Figuur 13 is een schets van de opbouw van de bergingsvoorziening weergegeven. Er is voor gekozen om de lavakoffer een afmeting te geven van 1,1 m x 0,6 m (b x h). In het deel van de lavakoffer waar de leiding ligt, wordt geen water geborgen in de lavakoffer zelf, maar in de leiding. Hierom mag dit deel van de lavakoffer niet meegerekend worden als bergend oppervlak voor de lavakoffer. Het bergend oppervlak van de lavakoffer is hierdoor circa (1,1 * 0,6 – 0,152 * π =) 0,59 m2. Over een lengte van 100 m en rekening houdend met de porositeit kan hier dus circa (0,59 * 100 * 48 % =) 28,3 m3 water in geborgen worden. In totaal kan er in de leiding en het lavapakket samen circa (7,0 + 28,3 =) 35,3 m3 water worden geborgen. Hiermee wordt voldaan aan de bergingsopgave voor het openbare gebied.

Blad 11

Figuur 12 Ligging IT-leiding

Figuur 13 Schets opbouw bergingsvoorziening Leegloop De voorzieningen moeten worden aangelegd in het goed doorlatende zand. De doorlatendheid van het zand is 0,9 m/d. De infiltratiekoffer rondom de infiltratieleiding heeft een wandoppervlak van circa (100 * 0,6 * 2 + 1,1 * 0,6 * 2 =) 121,3 m2. Hiermee is de leegloop snelheid van het lavapakket circa (0,9 * 121,3 =) 109,2 m3/d. Dit is ruim voldoende om de bergingsvoorziening te laten ledigen via infiltratie. De leiding en de kratten dienen ook aangesloten te worden op het gemeentelijke stelsel. Deze aansluiting dient uitgevoerd te worden met een overstort, waardoor er pas water op het gemeentelijk stelsel wordt overgestort als er 45 mm is geborgen. Deze overstort dient de hoogte te hebben van de bovenkant van het lavapakket.

Blad 12

Overstort-/escapemogelijkheid Voor het geval de bergingsinhoud ter plaatse van de voorzieningen overbelast raakt (om welke reden dan ook) dient een overstortmogelijkheid (escape) te worden voorzien. Op de perceelsgrens moet het water vrijelijk kunnen overstorten naar het openbare gebied zonder daarbij overlast te veroorzaken. Bijlagen

1. Boorprofielen 2. Ontwerp

Blad 13

Bijlage 1: Boorprofielen

Boring:

B03

Boring:

I03

X: Y Boormeester:

187919,86 341580,46 Joris Scharnigg weiland 0

X: Y Boormeester:

187919,40 341579,33 Joris Scharnigg weiland 0

0

50

50

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak koolhoudend, donkerbruin

50

50

Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbruin 90

100 120

Zand, matig fijn, matig siltig, lichtgrijs Zand, matig fijn, matig siltig, bruingrijs

150

155

90

Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbruin

120

Zand, matig fijn, matig siltig, lichtgrijs

100

150

155

Zand, matig fijn, matig siltig, bruingrijs

180

Klei, matig siltig, grijsoranje

Klei, matig siltig, grijsoranje 180

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, zwak koolhoudend, donkerbruin, Boorgat 70mm, buis 63mm, diver S0693

Zand, matig grof, matig siltig, neutraalgrijs

200

250

300

350

350

Klei, matig zandig, neutraalbruin

400

400

Boring:

B02

Boring:

I02

X: Y Boormeester:

187940,29 341562,31 Joris Scharnigg weiland 0

X: Y Boormeester:

187940,39 341561,65 Joris Scharnigg weiland 0

0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin 40

40

Zand, matig fijn, kleiïg, neutraalbruin

50

100

50

Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Boorgat 70mm, buis 63mm, diver W1663 Zand, matig fijn, kleiïg, neutraalbruin

100

140

140

Klei, matig siltig, grijsoranje

150

Klei, matig siltig, grijsoranje

150

180

180

Zand, matig grof, matig siltig, neutraalgrijs

200

250

300

350

400

400

Locatie

Susteren

Boormeester:

Joris Scharnigg

Projectcode:

ECH118

Schaal:

1: 50

Getekend volgens: NEN 5104

Boring:

B01

Boring:

I01

X: Y Boormeester:

187951,37 341535,47 Joris Scharnigg tegel 0

X: Y Boormeester:

187951,75 341534,06 Joris Scharnigg tegel 0

0

50

0

5 9

25

Zand, matig fijn, matig siltig, licht beigebruin

60

Zand, matig fijn, matig siltig, sterk baksteenhoudend, donkerbruin Zand, matig fijn, matig siltig, donkerbruin

100

25

50

Boorgat 100mm, buis 63mm, diver AM150 Zand, matig fijn, matig siltig, licht beigebruin Zand, matig fijn, matig siltig, sterk baksteenhoudend, donkerbruin

120

Zand, matig fijn, matig siltig, donkerbruin Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbruin

145

175

60

100

Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbruin 150

5 9

Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, oranjegrijs Zand, matig grof, matig siltig, neutraalgrijs

200

250

300

350

400

400

Locatie

Susteren

Boormeester:

Joris Scharnigg

Projectcode:

ECH118

Schaal:

1: 50

Getekend volgens: NEN 5104

Blad 14

Bijlage 2: Ontwerp

E

D C

tuin projectie draaicirkel brandweerauto

250

veeglijn rijlijn sleeplijn

40

31

2360

R=7910

250

100

2955

350

3845 100

2045

2400

5150

100

5150

7500

tuin

100

4600

9355

2150

3300

6500

350

730

9355

100

2955

B

wielas

aanzicht 6

aanzicht 7

100 1100

overloop

overloop

aanzicht 1

rijbaan

inloopkast

terras

woonkamer

terras bijkeuken

slaapkamer 3

bijkeuken

berging

berging 350

blokhaag (openbaar)

woonkamer

3175

houten schutting 1.80m. hoog

12750

aanzicht 3

slaapkamer 2

slaapkamer 2

slaapkamer 1

100

wielas

slaapkamer 1

8475

aanzicht 8

slaapkamer 1

slaapkamer 1

7520

2180

6870

aanzicht 8

B

renvooi

2

hal/entree vloerpeil=peil+0.00

verhard oppervlak parkeren, manoevreren en opstellen.

techniek

bijkeuken-provisie

A

groenblijvende haag: vuurdoorn 1.80m hoog

E

hal/entree

hal/entree

5805

publiek

S3

A

openbaar parkeren kort

20900

1

privaat

kliko opstelling

woonkamer

12235

eethoek

12245

prive-parkeerplaats

hal/entree vloerpeil=peil+0.00

slaapkamer 2

slaapkamer 2

berging 350

5100

hellend dak

3600

100

100

3400

7550

5100

R=10000

kavelnummer

3

berging

tuin/terras/patio aanzicht 5

7500

5740

doorgangbeperkende maatregel (uitneembare paaltjes)

aanzicht 5 uitsnede kavel 1 en 2 zie linksboven R2=9500

3025

aanzicht 2

buiten-unit warmtepomp kavels 1 t/m 4 op terrein met omkasting

R1=4200

doorgangbeperkende maatregel (uitneembare paaltjes)

buiten-unit warmtepomp kavels 5 en 6 op plat dak tegen gevel berging

bestaande haag

03.01.2022>

N

eethoek

woonkamer

overkapping: bij kavels 1 t/m 4: buiten bestek bij kavels 5 en 6: binnen bestek

aanzicht 2

20.07.2022> 07.02.2023> 24.03.2023>

woning kavel 3 en 4, begane grond D

1145

5400

aanzicht 7

1135

aanzicht 6

groenblijvende haag: vuurdoorn 1.80m hoog

3725

6280

1500

6280

C

5435

geluidscherm S1 t/m S4 vlgs rapport Spider Monkey Consultancy rapportnummer: 2112-03, dd 19.12.2022

strook blokhaag tussen rijbaan en erfgrens groenblijvende haag: vuurdoorn 1.80m hoog

4800

3

515

Sylvia en Jean

Hans

4

7550

S3 20.07.2022> 30.07.2022> 07.02.2023>

woningen kavel 1 en 2, begane grond

N

21.05.2022>

bestaande tuinmuur

kavel

kavelopp.

woningopp.

woninginh.

01.07.2022>

1.

487

178

796

01.07.2022>

2.

511

198

856

3.

314

132+53

577

4.

306

132+53

577

5.

171

91

427

(m2)

BVO: (m2)

F 3680

G uitsnede kavel 3 en 4 zie rechtsboven

(m3)

3870

6445

3865

6445

S4

opp.

rijweg

604

parking

openbaar

22 (1pp)

groen

72

22.05.2022>

3485 aanzicht 3

S2

2850

bergruimte/installaties extra sanitaire ruimte

3610

2445

427

100

3640

3200

infra

91

1500-lijn

vl.peil=2850+peil=0.00

slaapkamer 2

woning kavel 3 en 4, verdieping

slaapkamer 1

slaapkamer 1

(m2)

berging/ bijkeuken

hal/entree

hal/entree

vl.peil=peil+0.00

vl.peil=peil+0.00

berging/ bijkeuken

voorlopig

aanzicht 1

N 0

5m.

10m.

architectuur bouwtechniek ruimtelijke planning

keuken/eethoek

25m.

3265

6A

20.07.2022> 06.10.2022> 07.02.2023> 24.03.2023>

6

verbrede toegang ivm manoevreren vuilniswagens

Molenveldweg

stedenbouwkundig overzicht 1:250

CHRIS GHIJSEN architect

keuken/eethoek

7045

F 20.07.2022> 07.02.2023> woning kavel 5 en 6, begane grond

aanvrager 3265

7045

G

project

onderdeel

majoor Evanslaan 5 6114 KR Susteren E: ch.ghijsen@home.nl T: 06-40737284 arch.reg. : 1.910103.014

de heer A. H. Wagter, wonend: Molenveldweg 6 te Susteren

627-MVO-1

herontwikkeling plan Wagterhof te Susteren tbv de bouw van 6 woningen stedenbouw en plattegronden

formaat

1050 x 594

schaal

1:100,

get. datum

21.06.2022

wijz.datum 1 en 5

01.07.2022

03.02.2022>

wijz.datum 2 en 6

20.07.2022

07.02.2023>

wijz.datum 3

30.07.2022

24.03.2023>

wijz.datum 4

06.10.2022

status

definitief ontwerp

N

blokhagen

5150

06.10.2022>

171

patio

slaapkamer 2

aanzicht 4

2 seniorenwoningen (in ontwikkeling)

uitsnede kavel 5 en 6 zie linksonder

6.

extra slaapkamer

10100

S1

8100

6

patio

7295

2100-lijn

5

aanzicht 4

7560

Deze tekening is auteursrechtelijk beschermd en mag daarom niet worden gewijzigd, gekopieerd, gescand, of aan derden ter beschikking gesteld zonder onze schriftelijke toestemming

h/b = 594 / 841 (0.50m2)

Allplan 2015

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=39134861-cc1f-4a47-830f-504346dd7565