CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - nota beantwoording zienswijzen

Commissie Omgeving 22 maart 2021, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Oud Roosteren2.080 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Project Projectnummer Onderwerp Referentie Aan Auteur Datum

Oud Roosteren 15 te Echt-Susteren SLM010951 Beoordeling externe veiligheid SLM010951.NOT002.RL_v2 Sander van Helden – gemeente Echt-Susteren Richard Leenards 25 januari 2021

1 Inleiding De gemeente Echt-Susteren is voornemens om op korte termijn het bestemmingsplan ‘Oud Roosteren’ vast te stellen. Dit bestemmingsplan heeft als doel mogelijkheden te bieden om (intensieve) veehouderijen en andere (agrarische) bedrijvigheid in het woongebied van Oud Roosteren te herbestemmen, waarmee het woon- en leefklimaat ter plaatse op termijn aanzienlijk kan worden verbeterd. Voor de locatie Oud Roosteren 15 wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die de mogelijkheid biedt om vier nieuwe burgerwoningen naast de bestaande bedrijfswoning te realiseren in ruil voor beëindiging van het agrarische intensieve veehouderijbedrijf. De bestaande bedrijfswoning wordt burgerwoning. Voor de locatie Kanaalstraat 14 – 16 wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het toevoegen van één nieuwe extra burgerwoning op deze locatie en het omzetten van de twee bestaande bedrijfswoningen (huisnummer 14 en 16) in burgerwoningen in ruil voor beëindiging van het agrarische bedrijf. Vanwege de voorziene functiewijziging op deze locatie is in voorliggende memo het aspect externe veiligheid beoordeeld. In onderstaande afbeelding is de ligging van de locatie weergegeven.

1/8

2 Toetsingskader 2.1

Wettelijk kader

2.1.1 Inrichtingen Voor de normstelling van risicovolle bedrijven moet worden aangesloten bij het Besluit externe veiligheid voor inrichtingen (Bevi). Het toetsingskader is meer gedetailleerd uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). 2.1.2

Transportassen

Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vastgesteld. In de Regeling Basisnet is dit verder uitgewerkt. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen (enkele uitzonderingen daargelaten). Hierin zijn PR 10-6 contouren vastgelegd in de vorm van een gestandaardiseerde maximale risicocontour, een PRplafond genoemd. Tot slot is voor sommige vervoersassen een plasbrandaandachtsgebied (PAG) vastgesteld. Dit is een zone van 30 meter langs de vervoersas waarbinnen bouwkundige veiligheidseisen aan bebouwing worden gesteld om de effecten van een plasbrand te minimaliseren. 2.1.3

Buisleidingen

De normering voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door ondergrondse buisleidingen is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Dit besluit is op 1 januari 2011 in

2/8

werking getreden. Het toetsingskader is meer gedetailleerd uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). 2.1.4

Risiconormen

In het beleid en regelgeving voor externe veiligheid worden 2 risiconormen onderscheiden: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. •

Het plaatsgebonden risico (PR) wordt uitgedrukt in de kans op overlijden van een denkbeeldig continu aanwezige persoon zonder bescherming op een bepaalde plaats als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico is vastgelegd in een grenswaarde of een richtwaarde. Deze normen zijn vastgesteld op een kans van 10-6 (kans van 1 op de 1 miljoen) per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt.

•

Het groepsrisico (GR) wordt uitgedrukt in de kans op overlijden ineens van een groep personen als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt gepresenteerd in een curve waarbij de omvang van de groep dodelijke slachtoffers wordt uitgezet tegen de kans dat die groep komt te overlijden. De normstelling voor het groepsrisico heeft een status van oriëntatiewaarde. Verantwoording van het groepsrisico moet plaatsvinden bij toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Daarbij wordt ingezoomd op het gebied waarbinnen nog 1% van de aanwezige personen kan komen te overlijden. Dit wordt ook wel het invloedsgebied van het groepsrisico genoemd.

In de wet- en regelgeving wordt onderscheid gemaakt in kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Van elk object in de nabijheid van een risicovolle activiteit kan het PR in de vorm van een contour worden berekend. Voor kwetsbare objecten geldt het PR als een grenswaarde. Hieraan moet worden voldaan. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt het PR als een richtwaarde. Van deze richtwaarde kan gemotiveerd worden afgeweken. 2.2

Beleidsvisie externe veiligheid

In december 2012 is de Beleidsvisie Externe Veiligheid Echt-Susteren vastgesteld. In deze beleidsvisie is een aantal richtsnoeren vastgelegd die een wezenlijke invulling vormen van de beleidsruimte voor de verantwoording groepsrisico. De richtsnoeren zijn ruimtelijk van aard en te verwerken in bestemmingsplannen door ze te koppelen aan zones rond risicobronnen. Er zijn 5 zones die planologisch-juridisch van belang zijn: 1. De veiligheidszone De zone waarbinnen het plaatsgebonden risico groter is dan 10-6. Daarbinnen is het wettelijk verboden om kwetsbare objecten te vestigen. Beperkt kwetsbare objecten vergen een voor beroep vatbare afweging. 2. Het plasbrandaandachtsgebied Dit gebied geldt langs aangewezen routes (weg, spoor, eventueel water). Binnen het plasbrandaandachtsgebied kunnen door middel van een omgevingsvergunning eisen

3/8

worden gesteld aan constructie en gevels. Nieuwbouw in het plasbrandaandachtsgebied vergt een voor beroep vatbare verantwoording. 3. De 100%-letaliteitszone Het gebied waar ook mensen die in gebouwen verblijven slachtoffer kunnen worden van een ongeval. De aanwezigheidsdichtheid in dit gebied bepaalt in de regel volledig de hoogte van het groepsrisico. 4. De 200 m zone De zone waarbinnen ruimtelijke beperkingen gesteld kunnen worden uit oogpunt van externe veiligheid. Daarbuiten is dat juridisch niet meer mogelijk. Ontwikkelingen buiten de 200 m zone hebben in de regel geen of een zeer kleine invloed op het groepsrisico. 5. Het invloedsgebied De zone waarbinnen mensen nog kunnen overlijden door een ongeval met een gevaarlijke stof. Wanneer een plangebied overlapt met een invloedsgebied dient het bevoegd gezag het groepsrisico te verantwoorden.

De richtsnoeren voor de ruimtelijke ordening binnen het invloedsgebied van risicobronnen zijn:

1

Richtsnoer inrichting ruimte met beperkt groepsrisico

Vertaald naar zones

Ontwerp met afnemende dichtheid: waar hogere concentraties

Hoge dichtheden bij voorkeur buiten zone 3

personen worden gepland, projecteer deze zo ver mogelijk van de risicobron. 2

Nieuwe kwetsbare objecten van een bijzonder karakter worden

Bouwobjecten met minder zelfredzame

bij voorkeur buiten het invloedsgebied van de risicobron

personen bij voorkeur buiten zone 5.

geprojecteerd. 3

Nieuwe kwetsbare objecten van een bijzonder karakter worden

Bouwobjecten met minder zelfredzame

niet binnen de 100% letaliteitszone geprojecteerd.

personen buiten zone 3, ook bij zwaarwegende belangen

4

Goede verkeerskundige ontsluiting voor de hulpdiensten en

Krijgt extra nadruk binnen zone 2 en 3

aandacht voor vluchtroutes van de risicobron af 5

Bluswatervoorziening (m.n. secundair) geborgd in plan

Krijgt extra nadruk binnen zone 2 en 3

De richtsnoeren zijn nadrukkelijk bedoeld om te gebruiken bij nieuwe bestemmingsplannen of bestemmingsplannen die wijzigingen mogelijk maken. Door toepassing van de richtsnoeren wordt het groepsrisico zo beperkt mogelijk gehouden en wordt rekening gehouden met het te verantwoorden aspect zelfredzaamheid.

3 Uitgangspunten 3.1

Risicobronnen

In de omgeving van voorliggende locatie bevindt zich een aantal risicobronnen. Onderstaand is een deel van de openbare risicokaart weergegeven met deze bronnen.

4/8

1. Basisnetroute A2 Afrit 45 (Echt) - Afrit 47 (Born) 2. Provinciale weg N296 Susteren - Maaseik België 3. Basisnetroute Maascorridor Julianakanaal 4. Hogedruk aardgastransportleiding Gasunie Z-540-01 5. K1 leiding Petrochemical Pipeline Services B.V. PRB Leiding 3.2

Personendichtheid locatie

Op de locaties bevinden zich in de huidige situatie een intensieve veehouderijbedrijf, een agrarisch bedrijf en 3 bedrijfswoningen. In de toekomstige situatie kunnen er op de locaties 5 extra burgerwoningen worden gerealiseerd waarbij het intensieve veehouderijbedrijf en het agrarisch bedrijf komen te vervallen. Op basis van 2,4 personen per woning betekent dit een toevoeging van ca. 12 personen. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele werknemers van het veehouderijbedrijf en het agrarisch bedrijf die in de toekomst niet meer op de locatie aanwezig zijn. Dit leidt niet tot een

5/8

significante toename van de personendichtheid binnen het invloedsgebied van de omliggende risicobronnen. De burgerwoningen zijn niet specifiek bedoeld voor bewoning door beperkt zelfredzame personen.

4 Beoordeling Onderstaand zijn de minimale afstanden van genoemde bronnen tot de plangrens weergegeven. Tevens is per bron de breedte van de 5 genoemde zones uit de Beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente vermeld. Tabel 4-1 Afstanden plangebied-bron en breedtes van de 5 veiligheidszones

Bron

Afstand [m]

Zonebreedte [m] 1

2

3

4

5

1

Basisnetroute A2

80

17

30

126

200

355

2

Provinciale weg N296

146

0

0

126

200

355

3

Basisnetroute Maascorridor

185

0

0

45

200

1.070

4

Hogedruk aardgastransportleiding Gasunie

25

5*

0

80

200

150

5

K1 leiding Petrochemical Pipeline Services B.V.

18

11

0

9

200

28

* Uitgangspunt is dat voor alle hogedruk aardgastransportleiding binnen de gemeente Echt-Susteren geldt dat de PR=10-6 contour binnen de belemmeringenstrook is gelegen. Daarmee bedraagt deze zonebreedte maximaal 5 m.

Een aantal veiligheidszones overlapt het plangebied (rood gemarkeerd). In het geval dat zone 3 (100%-letaliteit) het plangebied overlapt, dient er bijzondere aandacht geschonken te worden aan een goede verkeerskundige ontsluiting, vluchtroutes van deze bronnen af en borging van bluswatervoorzieningen. De 200 meter zone van alle genoemde bronnen overlappen het plangebied. De voorgenomen ontwikkeling geeft geen aanleiding om binnen deze zone ruimtelijke beperkingen te stellen. Zone 5 (invloedsgebied) van alle genoemde bronnen overlappen het plangebied. Het bevoegd gezag dient voor deze bronnen het groepsrisico te verantwoorden. 4.1

Plaatsgebonden risico

Geen van de plaatsgebonden risicocontouren PR-10-6 (zone 1) van de genoemde bronnen overlapt de locatie. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het realiseren van een kwetsbaar object op deze locatie.

6/8

4.2

Groepsrisico

Uit de rapportage van project 122180 van Adviesgroep AVIV BV1 blijkt dat voor alle in deze paragraaf genoemde risicobronnen het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriënterende waarde. Gezien de toename van maximaal 12 personen wordt het huidige groepsrisico nauwelijks of niet beïnvloed. 4.3

Richtsnoeren

Er is binnen de locaties in de toekomstige situatie geen sprake van hoge concentraties van personen en evenmin van beperkt zelfredzame personen. Hiermee wordt voldaan aan de richtsnoeren 1, 2 en 3. De richtsnoeren 4 en 5 krijgen extra nadruk bij de ligging van het plangebied binnen zone 2 en 3. In Tabel 4-1 is af te lezen dat zone 3 van de A2 en van de aardgasleiding het plangebied overlappen.

5 Verantwoording Met betrekking tot de transportroutes A2, N296 en Julianakanaal geldt dat het plangebied is gelegen binnen 200 meter van deze routes. Tevens is de locatie gelegen binnen het invloedsgebied van deze routes. Op grond van Artikel 7 van het Bevt dient ingegaan te worden op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op deze routes. Daarnaast dient ingegaan te worden op de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen. Op grond van Artikel 8 is verdere verantwoording voor deze routes niet aan de orde aangezien het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (lid 2 onder a). Voor de beide buisleidingen geldt dat overeenkomstig Artikel 12 van het Bevb dient ingegaan te worden op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op deze routes. Daarnaast dient ingegaan te worden op de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen. Op grond van Artikel 13 lid 3 onder b is verdere verantwoording voor deze routes niet aan de orde aangezien het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. 5.1

Bestrijdbaarheid

Er wijzigt niets aan de infrastructuur rondom de te ontwikkelen locatie. Het huidig niveau van bereikbaarheid en bestrijdbaarheid blijft intact.

1

Teksten tbv beleidsvisie externe veiligheid Echt-Susteren, d.d. 18 juni 2012

7/8

Bij de herinrichting van het plangebied dient, zeker gezien de ligging binnen zone 3 van zowel de A2 als de hogedruk aardgasleiding, aandacht geschonken te worden aan de borging van de bluswatervoorziening. 5.2

Veilig vluchten en schuilen

Ten aanzien van de woningen is het wenselijk dat men in geval van een calamiteit in staat is weg te vluchten van de betreffende bronnen, hiermee zal bij de realisatie van de woningen rekening gehouden moeten worden. In het geval er sprake is van een calamiteit waarbij een toxisch scenario aan de orde is, biedt schuilen in de woning een goede bescherming. In dat geval dient het ventilatiesysteem eenvoudig afgesloten kunnen worden. Alarmering kan plaats vinden via de WAS palen, NL-Alert of social media.

6 Conclusie Op grond van het wettelijk kader en de Beleidsvisie Externe Veiligheid van de gemeente EchtSusteren vormt externe veiligheid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid dient advies te worden ingewonnen bij de Veiligheidsregio Noord-Limburg. De aanvullende adviezen van de Veiligheidsregio dient de gemeente Echt-Susteren mee te wegen in haar besluitvorming.

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=08e2b31d-8487-41ec-8a73-c9a53a50644f