Bijlage 4 bij toelichting
Tekst van het document
Onderwerp
Datum: 18 februari 2022
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Molenveldweg 6, te Susteren (ons kenmerk: 21-1034)
Opgesteld door: Ecologisch adviesbureau
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u van ons de rapportage inzake het Quickscanonderzoek Ecologische Waarden, uitgevoerd ter plekke van de Molenveldweg 6, te Susteren, zie figuur 1.
Figuur 1: Onderzoekslocatie Molenveldweg 6 te Susteren
Aanleiding Op dit perceel wordt een deel van de bebouwing, bestaande uit een garagestalling/werkschuur, gesloopt en er wordt nieuwbouw gerealiseerd in de vorm van 6 levensloopbestendige woningen. Hierbij wordt ook het achterliggende weiland (in gebruik als schapenwei) bebouwd. In het kader van de bestemmingsplanwijziging en in het kader van de Wet natuurbescherming is het noodzakelijk dat er een beeld ontstaat van de aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten (en/of op gebruiksfuncties hiervan) en dient beoordeelt te worden of eventuele natuurwaarden met de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten ondervinden.
Onderzoeksmethodiek Om erachter te komen of er op en rondom de betreffende onderzoekslocatie geschikt leefgebied aanwezig/ontwikkeld is voor beschermde planten of diersoorten is de locatie middels een veldinspectie ter plekke bekeken. Dit onderzoek is uitgevoerd op 10 februari 2022. Hierbij is gelet op de mogelijke functies van de onderzoekslocatie voor beschermde en/of bijzondere soorten, zoals vleermuizen, broedvogels, kleine marterachtigen, uilen en roofvogels, grondgebonden zoogdieren, amfibieën en beschermde en/of bijzondere (muur)planten. Er is tijdens het onderzoek verder gelet op mogelijke andere functies van soorten rondom de onderzoekslocatie.
Huidige situatie De onderzoekslocatie bestaat uit een woonhuis met daarachter gelegen een werkschuur/garagestalling. Achter de werkschuur is een kleine weide waar enkele schapen grazen. Aan oostzijde van deze weide ligt een struweel van laurierkers.
Foto 1: te slopen werkschuur/garagestalling
Aanwezige natuurwaarden Broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) Ter plekke van de te slopen schuur zijn geen indicaties aangetroffen die wijzen op aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismus, gierzwaluw, huiszwaluw en andere soorten met jaarrond beschermde nesten. Het gebouw beschikt niet over geschikte broedplekken voor deze soorten omdat er geen dakbeschot is waar deze soorten nesten onder of tegenaan kunnen maken. Er zijn tevens geen sporen aangetroffen die duiden op enige aanwezigheid van broedvogels met jaarrond beschermde nesten. In de opgaande vegetatie aan de randen van de onderzoekslocatie zijn nergens nesten aangetroffen die geschikt of gebruikt zijn door roofvogelsoorten (zoals sperwer) waarvan nesten jaarrond beschermd zijn.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Molenveldweg 6, te Susteren (ons kenmerk: 21-1034) 2
Er zijn ook nergens restanten aangetroffen van prooidieren of braakballen en uitwerpselstrepen, die duiden op de aanwezigheid (of frequent gebruik) van roofvogelsoorten waarvan nesten jaarrond beschermd zijn. Roestbomen voor (rans)uilen zijn niet aangetroffen. Sporen van (rans)uilen zijn eveneens niet aangetroffen. Effecten op jaarrond beschermde nesten van broedvogels treden niet op, omdat er geen geschikte nestlocaties aanwezig zijn.
Foto 2: Open schuur; de dakconstructie is geheel ongeschikt voor broedvogels zoals huismus, gierzwaluw en huiszwaluw
Effecten op algemeen voorkomende soorten broedvogels kunnen optreden als de werkzaamheden uitgevoerd worden binnen de broedperiode. Indien de meest verstorende werkzaamheden buiten de broedperiode uitgevoerd kunnen worden, of starten net voorafgaande aan het broedseizoen, dan is (opzettelijke) verstoring niet aan de orde. De broedperiode loopt grofweg vanaf half maart tot en met half juli. Vleermuizen Tijdens het onderzoek is geconcludeerd dat de te slopen bebouwing geen geschikte vaste rust- en verblijfplaats herbergt voor vleermuizen. Er is geen spouwmuur aanwezig in waar de vleermuizen in kunnen kruipen. Daarnaast is de te slopen schuur niet geschikt als overwinteringsplaats voor vleermuizen. De klimatologische omstandigheden in de te slopen bebouwing is verre van ideaal. Door de openheid van de schuur is de temperatuurwisseling te groot om als vaste rust- en verblijfplaats te dienen. Er zijn in de schuur ook geen uitwerpselen en/of vraatsporen aangetroffen die anders doen vermoeden.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Molenveldweg 6, te Susteren (ons kenmerk: 21-1034) 3
Foto 3: De schuur is geheel ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Dit komt door de bouwstijl en de openheid van de schuur (zie ook foto 2)
Effecten op vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen zijn op voorhand geheel uit te sluiten. Negatieve effecten treden dan ook niet op. Nader onderzoek is daarmee niet noodzakelijk. De locatie vormt geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen vanwege het ontbreken van een goed ontwikkelde hoogopgaande bomen en struiken vegetatie. De aanwezige laurierhaag vormt geenszins geschikt jachtgebied voor vleermuizen, omdat hier nauwelijks insecten op af komen die door vleermuizen als voedsel dienen. Door het ontbreken van enige opgaande vegetatie is er tevens geen sprake van het aanwezig zijn van een primaire vliegroute van vleermuizen. Effecten op essentiële foerageergebieden en primaire vliegroutes treden dan ook niet op. Vaatplanten (muurplanten) Op en rondom de bebouwing zijn geen beschermde en/of bijzondere vaatplanten aangetroffen die enige hinder kunnen ondervinden, of hun groeiplaats verliezen door de beoogde werkzaamheden. Effecten op beschermde en of bijzondere vaatplanten zijn uit te sluiten, omdat deze geen standplaatsen/groeiplaatsen hebben op het onderhavige perceel. In het kader van de Wet natuurbescherming kan gesteld worden dat er geen vervolgstappen noodzakelijk zijn (zoals een nader onderzoek, ontheffing of het opstellen van een verplantingsplan).
Grondgebonden zoogdieren De locatie ligt binnen het jachtgebied van steenmarters en kleine marterachtigen, maar vormt qua habitat geen belangrijk onderdeel van het leefgebied, omdat er geen geschikte groenelementen aanwezig zijn waar prooidieren aanwezig zijn. Tijdens het veldbezoek zijn er geen sporen aangetroffen wat op de aanwezigheid van de steenmarter of andere (kleine) marterachtigen doet blijken.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Molenveldweg 6, te Susteren (ons kenmerk: 21-1034) 4
De onderzoekslocatie ligt in verstedelijkt gebied zonder enige uitgestrekte groenstroken met een bepaalde dichtheid en structuur. Daarmee is het uitgesloten dat kleine marterachtigen het gebied gebruiken als (permanent) leefgebied. Effecten op beschermde soorten grondgebonden zoogdieren, treden in het geheel niet op. Overige soorten Andere beschermde soorten, zoals amfibieën, reptielen, vissen, libellen, dagvlinders en andere ongewervelden, zijn niet aangetroffen en ook niet te verwachten op de locatie. Hiervoor zijn geen (optimaal ontwikkelde) leefgebieden aanwezig. Effecten op beschermde soorten, zoals amfibieën, reptielen, vissen, libellen, dagvlinders, grondgebonden zoogdieren en andere ongewervelden, treden in het geheel niet op.
Literatuurstudie en internetbronnen Uit de geraadpleegde bronnen (bijlage 1) blijkt dat er geen beschermde soorten aanwezig en/of te verwachten zijn op de ingreeplocatie.
Conclusies Op basis van het onderzoek en in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) kan gesteld worden dat: Er geen overtredingen van verbodsbepalingen optreden door de herbestemming en voorgenomen ingrepen op broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten), mits de werkzaamheden uitgevoerd worden buiten de broedperiode (buiten half maart-half juli); Er geen effecten en daarmee geen overtredingen van verbodsbepalingen optreden door de ingreep op vleermuizen, omdat er geen geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn in de schuur. Effecten op essentiële jachtgebieden en primaire vliegroutes treden ook niet op omdat deze niet aanwezig/ontwikkeld zijn ter plekke; Er geen effecten optreden ten aanzien van amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, overige ongewervelden en grondgebonden zoogdieren zoals marterachtigen; Op basis van deze resultaten gesteld kan worden dat er geen vervolgonderzoeken noodzakelijk zijn. Er geen noodzaak is tot het aanvragen van een ontheffing en het treffen van mitigerende maatregelen in het kader van de Wet natuurbescherming; De herbestemming en ruimtelijke ingrepen uitgevoerd kunnen worden zoals beoogd.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Molenveldweg 6, te Susteren (ons kenmerk: 21-1034) 5
Bijlage 1 Geraadpleegde bronnen www.natuurgegevensprovincielimburg.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl (NDFF) Hustings F., van der Coelen J., van Noorden B., Schols R. & Voskamp P. 2006. Avifauna van Limburg. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Buggenum, H.J.M. van, R.P.G. Geraeds & A.J.W. Lenders (redactie), 2009. Herpetofauna van Limburg. Verspreiding en ecologie van amfibieën en reptielen in de periode 1980-2008. Stichting Natuurpublicaties, Maastricht. Kleukers, R.M.J.C., E.J. van Nieukerken, B. Odé, L.P.M. Willemse & W.K.R.E. van Wingerden, 1997. De sprinkhanen en krekels van Nederland (Orthoptera). – Nederlandse Fauna 1. Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden 416 blz., 14 platen. Turin, H., 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). – Nederlandse Fauna 3. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, Leiden 666 blz., 16 platen, met cd-rom. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff, De Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea).
- Nederlandse Fauna 7. Leiden. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Huizenga, C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen & L.S.G.M. Verheggen, 2010. Zoogdieren van Limburg, verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Provincie Limburg (2017). Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wnb in Limburg, Provinciaal Blad Nr. 5634 (6 december 2017). Limburg. Provincie Limburg (2017). Wijzigingsverordening Hoofdstuk 3 Natuur van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Provinciaal Blad Nr. 1845 (25 april 2017). Limburg.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden Molenveldweg 6, te Susteren (ons kenmerk: 21-1034) 6