Bijlage 3 (toelichting) Quickscan flora en fauana
Tekst van het document
RAPPORT QUICKSCAN FLORA EN FAUNA LOCATIE MOUWWEG 1 TE NIEUWSTADT GEMEENTE NIEUWSTADT, SECTIE F, NUMMER 762
PROJECT: N219563
VERANTWOORDING Titel
QUICKSCAN FLORA EN FAUNA MOUWWEG 1 TE NIEUWSTADT
Opdrachtgever
SALEMANS OMGEVINGSONTWIKKELING & BOUWBEGELEIDING MILDERT 12 6031 SM NEDERWEET
Rapportnummer
N219563
Datum
10 december 2021
Projectleider
de heer J.J. Jager
Autorisatie
de heer J.B.P. van der Stroom
handtekening
handtekening
NIPA milieutechniek b.v. Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss
tel. +31 (0)412 – 65 50 58 www.nipamilieu.nl info@nipamilieu.nl
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/2
INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING ________________________________________________________________ 2 1
INLEIDING _____________________________________________________________________ 4
2
WETTELIJK KADER ______________________________________________________________ 5
3
2.1
WET NATUURBESCHERMING ______________________________________________________ 5
2.2
GEBIEDSBESCHERMING __________________________________________________________ 5
LOCATIEGEGEVENS _____________________________________________________________ 7 3.1
ALGEMEEN __________________________________________________________________ 7
3.2
OMGEVING _________________________________________________________________ 7
4
DOELSTELLING _________________________________________________________________ 9
5
QUICKSCAN __________________________________________________________________ 10
6
5.1
BIOTOOPTYPEN ______________________________________________________________ 10
5.2
INVENTARISATIEGEGEVENS VANUIT DE OMGEVING_______________________________________ 11
5.3
EFFECTEN INGREEP OP FLORA EN FAUNA _____________________________________________ 17
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ________________________________________________ 19
Bijlage 1 2 3 4 5
Situering in de regio Kadastrale kaart Gegevens Natuurloket Checklist vooronderzoek vleermuizen Fotobijlage
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/3
1
INLEIDING Salemans Omgevingsontwikkeling & Bouwbegeleiding heeft, in verband met de herontwikkeling van een braakliggend perceel nabij de Mouwweg 1 te Nieuwstadt, aan NIPA milieutechniek b.v. te Oss opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna. De contactpersoon namens de opdrachtgever is Ir. H.J.M. Salemans. De werkzaamheden bij NIPA milieutechniek b.v. zijn gecoördineerd door de heer J.J. Jager MSc.
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/4
2
WETTELIJK KADER 2.1
Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in: 1.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§3.1 van de wet).
2.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd (§3.2 van de wet).
3.
Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage) en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§3.3 van de wet).
Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als voorheen onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat ingrepen die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.
De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is door de provincie Limburg geregeld in het Natuurbeheerplan Limburg 2022, geconsolideerd op 24 augustus 2021 2.2
Gebiedsbescherming
Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/ aangemeld. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die moeten zorg dragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal. De wet biedt verschillende instrumenten om deze instandhoudingsdoelstellingen te realiseren:
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/5
• Het treffen van instandhoudingsmaatregelen. • Het treffen van passende maatregelen om te voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechterd of soorten verstoord worden. • Beoordelingsplicht voor plannen, projecten en andere handelingen die kunnen leiden tot (significante) verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden. Voor projecten en andere handelingen geldt daartoe een vergunningplicht.
Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat -gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied- de kwaliteit van de natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (art 2.7 lid 2). Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor het beheer van een gebied, en dat afzonderlijk of in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning niet verleend nadat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art 2.7 lid 3 onder a en art 2.8 lid 1). Een uitzondering is een project dat een herhaling of voortzetting is van een ander project, of deel uitmaakt van een ander plan, waarvoor al een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe gegevens op inzichten op kan leveren (art 2.8 lid 2).
De vergunning voor een project wordt alleen verleend wanneer zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast en de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar worden gebracht, dit geldt ook voor externe werking. Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer alternatieve oplossingen voor het project ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Bovendien moet voorafgaande aan het toestaan van een afwijking zeker zijn dat alle schade gecompenseerd wordt (de ADC-toets) (art 2.8 lid 4).
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/6
3
LOCATIEGEGEVENS 3.1
Algemeen
Het voornemen bestaat om het zuidwestelijk deel van het perceel, kadastraal bekend als gemeente Nieuwstadt, sectie F, nummer 762, te ontwikkelen en te betrekken bij de bestaande manege. Het terrein is al deels bouwrijpgemaakt. Uit de luchtfoto van 2020 is te zien dat het plangebied grotendeels was begroeid met bomen en struiken, waarvan er een klein aantal waren omgevallen. In de noordwestelijke hoek van het plangebied stonden coniferen en enkele taxusstruiken. Op de luchtfoto van februari 2021 is te zien dat een groot deel van de bomen en struiken reeds is gerooid, verder waren een aantal opslagcontainers en een lage overkapping van ongeveer 50m2 zichtbaar. Het terrein bevatte nauwelijks vegetatie.
In het plangebied wordt nog een nieuw bosplantsoen in wildverband aangeplant De boomsoorten worden bepaald aan de hand van het bestaande boombestand. Er wordt een nieuwe opslagloods gebouwd aan de noordoostelijke zijde. Verder worden er in het plangebied drie paddocks ingericht. De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. Het locatieoverzicht is opgenomen als bijlage 2. 3.2
Omgeving
De onderzoekslocatie is gelegen in het noordoostelijke buitengebied van Nieuwstadt. De directe omgeving van de locatie bestaat uit:
Noordzijde:
weilanden
Oostzijde:
bestaande manege met daarachter de Mouwweg
Zuidzijde:
weilanden
Westzijde:
de Vloedgraaf beek met daarachter de kern van Nieuwstadt.
Circa 5,2 kilometer ten noordoosten van de onderzoekslocatie is de Grensmaas gelegen dat is aangewezen als Natura 2000 gebied (figuur 1). Gezien de kleinschaligheid en de afstand van het bouwproject worden geen nadelige effecten op het natuurgebied verwacht. De locatie valt niet binnen de natuurbeheergebieden van de Provincie Limburg (figuur 2) of binnen het Natuurnetwerk Limburg (figuur 2). Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden.
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/7
Grensmaas
Figuur 1: Nabij gelegen Natura2000 gebieden.
Figuur 2: Natuurnetwerk Limburg
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/8
4
DOELSTELLING Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of de geplande ingrepen van invloed zijn op beschermde soorten en/of bij de ontwikkeling van het perceel rekening gehouden dient te worden met deze soorten.
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/9
5
QUICKSCAN 5.1
Biotooptypen
De quickscan bestaat uit het vaststellen van welke beschermde soorten in het plangebied aanwezig kunnen zijn. De quickscan is op 1 november 2021 uitgevoerd. Het locatiebezoek is uitgevoerd door de heer J.J. Jager in 2018 afgestudeerd als bioloog aan de WUR. In bijlage 5 zijn foto’s van het locatiebezoek opgenomen.
Voor het veld bezoek waren een aantal bomen in het plangebied gerooid. Ten tijde van het veldbezoek had grondverzet plaatsgevonden en waren al diverse bomen en struiken gerooid die op de luchtfoto van februari 2021 nog zichtbaar waren (foto 1-4). De taxusstruiken en coniferen die op het plangebied stonden, waren eveneens gekapt (foto 5) en de omgevallen bomen waren opgeruimd. De lage overkapping was gesloopt. De containers waren verplaatst en hebben een tijdelijke overkapping gekregen (foto 6). Het talud met hekwerk en de beukhaag aan de westzijde was ten tijde van het veldbezoek al aanwezig (foto 7). Achter het hek liggen takkenstapels (foto 8). In het zuidelijke deel van het talud zijn holen aangetroffen (foto 9). In de nog staande eiken, es en beukenbomen zijn 5 vleermuiskasten geplaatst (foto 10). In één van de beuken is in een gat in de stam een mogelijk spechten- of boomkleveraambeeld aangetroffen (foto 11).
Tijdens de terreininspectie zijn geen beschermde soorten of jaarrond beschermde nesten van vogels waargenomen.
De voorheen aanwezige coniferen, bomen en het taxusstruiken boden mogelijke nestelplekken en foerageergebied voor vogels, kleine zoogdieren, amfibieën en reptielen. De taxusstruiken boden mogelijk een voedselbron voor vogels en kleine zoogdieren. De overkapping bood mogelijk verblijfplaatsen voor kleine zoogdieren en een mogelijke broedplaats voor vogels. Gezien de hoogte en open zijdes is het geen goede verblijfplaats geweest voor vleermuizen.
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/10
5.2
Inventarisatiegegevens vanuit de omgeving
De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd via quickscanhulp.nl dat door het natuurloket is opgesteld. Binnen een straal van 0-1 kilometer van de onderzoekslocatie zijn bij inventarisaties de volgende soorten vanuit de Habitatrichtlijn waargenomen:
Amfibieën (alpenwatersalamander, bastaardkikker, boomkikker) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn ook de kamsalamander en rugstreeppadwaargenomen.
Voor de rugstreeppad zijn open gebieden met slechts hier en daar schuilplaatsen een geschikte habitat, liefst met zandgrond om goed te kunnen graven, maar er zijn ook populaties bekend die leven op een rotsachtige ondergrond, ze schuilen dan in de rotsspleten. Rugstreeppadden zijn aangetroffen in uiteenlopende omgevingen, zoals militaire oefenterreinen, zandafgravingen of landbouwgebieden. Ze komen ook in de duinen en zelfs langs het strand voor. De rugstreeppad staat bekend als een echte pioniersoort omdat ze een voorkeur heeft voor primaire stadia in de ecologische successie. Veel ingrepen van de mens kunnen als zodanig worden aangemerkt, van bouwterreinen tot afgravingen en net gegraven poelen en sloten. De rugstreeppad heeft een hekel aan hogere begroeiing, omdat deze het zonlicht weg vangt. Dat tijdelijke poelen worden gebruikt als kraamkamer voor het nageslacht, heeft zowel voor- als nadelen. Tijdelijke plassen drogen soms te snel op, waardoor alle larven sterven. Daar staat tegenover dat in kleinere wateren geen vissen of andere roofdieren zoals insecten of de larven leven en het water bovendien sneller wordt opgewarmd door de zon. De rugstreeppad is door het gebrek struweel in het plangebied uit te sluiten. De tijdens het veldwerkaanwezige poelen zouden in het voorjaar geschikte voortplantingspoelen kunnen bieden (foto’s 12-13).
Op het plangebied ontbreekt geschikt voortplantingswater voor de overige genoemde soorten. Hierdoor is er voor deze soorten geen sprake van geschikt voortplantingsgebied. De Vloedgraaf die op circa 10 meter van de onderzoekslocatie loopt is een snelstromende beek en niet vrij van vis. Deze beek is derhalve niet geschikt voor amfibieën. Verder is in de omgeving van de onderzoekslocatie geen geschikt voortplantingswater beschikbaar.
Insecten (grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, vermiljoenkever) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de planlocatie zijn de bosbeekjuffer, vliegend hert, gewone bronlibel, teunisbloempijlstaart waargenomen.
Voor de genoemde vlindersoorten ontbreken de waardplanten binnen het plangebied, waardoor deze vlindersoorten uit te sluiten zijn.
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/11
De biotoop van de vermiljoenkever wordt gevormd door vochtige bossen, houtwallen en lanen met bomen en dikke takken die recent zijn doodgegaan. Ook meer solitaire of opgestapelde boomstammen kunnen gekoloniseerd worden. De larve van de kever leeft twee jaar achter de schors van vers dode bomen of takken en ook de volwassen kever leeft het grootste deel van zijn leven achter schors. Populier is in Nederland de absolute favoriete boom voor de soort, echter worden ook de andere loofboomsoorten en zelfs enkele naaldboomsoorten bewoond. De verwijderde bomen zijn direct na kap weggehaald waardoor het onwaarschijnlijk is dat deze soort tijd heeft gehad om deze te koloniseren derhalve is deze soort uit te sluiten in het plangebied.
Het vliegend hert is, voor de ontwikkeling van haar larven, afhankelijk van door schimmels aangetast rottend hout. De soort heeft kunnen overleven in ons land dankzij hakhout cultuur en doordat omgevallen bomen niet meer geruimd worden. Het verspreidingsgebied is echter beperkt. Het aanleggen van een broedstoof zou erg voordelig kunnen zijn voor deze soort. Op het perceel zijn geen houtstapels of stervende bomen aanwezig welke door deze soort gebruikt kunnen worden. Derhalve is essentieel voortplantingsgebied binnen het plangebied uit te sluiten.
Door het ontbreken van oppervlaktewater zijn de bosbeekjuffer en gewone bronlibel uit te sluiten in het plangebied.
Reptielen (hazelworm, levendbarende hagedis) De habitat van de hazelworm bestaat uit vochtige, begroeide omgevingen met een strooisellaag waarin het dier kan schuilen en jagen. De hazelworm is voornamelijk te vinden in bossen op open plekken, bosranden en houtwallen. Ook in door de mens aangepaste omgevingen kan de hazelworm zich handhaven, zoals houtwallen, kalkgraslanden, (spoor)wegbermen, kerkhoven en zelfs in tuinen, parken en volkstuintjes kan de hagedis worden aangetroffen. In meer agrarisch georiënteerde landschappen is de hagedis te vinden in de overgangen van het landschap en hoekjes van het terrein die niet omgeploegd worden door landbouwwerktuigen. Een belangrijke voorwaarde die gesteld wordt is de aanwezigheid van schuilplaatsen, zoals houtstapels of dichte bodemvegetatie. De soort was voor de werkzaamheden niet geheel uit te sluiten in het plangebied, momenteel echter wel. De hazelworm is in Limburg in de maanden juli, augustus en september een vrijgestelde soort. Er geldt wel een zorgplicht.
De levend barende hagedis heeft heide en hoogveen als voorkeurshabitat. De soort komt ook voor in open bossen en ruige graslanden, in bermen van (spoor)wegen en in een beperkt deel van de duinen. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen die tamelijk dichtbegroeid zijn. Derhalve was deze soort niet uit te sluiten in het plangebied voor de start van de werkzaamheden. Ten tijde van het
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/12
veldbezoek is deze soort wel uit te sluiten. Tevens is de levendbarende hagedis vrijgesteld van 15 augustus tot en met 15 oktober, er geldt wel een zorgplicht.
Vaatplanten (groot spiegelklokje, grote leeuwenklauw, wolfskers) Het groot spiegelklokje komt voor op zonnige, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, kalkrijke grond (zand, leem, zavel, lichte klei, löss en mergel). Deze eenjarige plant komt voor op akkers (graanakkers en braakliggende stoppelvelden), bermen en dijken (open plaatsen), braakliggende grond, als adventief nabij graansilo's (haventerreinen) en langs spoorwegen (spoorwegterreinen). De bodem bestaat ter plaatse uit klei en is derhalve niet geschikt voor het groot spiegelklokje.
De grote leeuwenklauw komt voor op zonnige, open plaatsen, op vochtige tot vrij droge, goed gedraineerde, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkhoudende grond (lemig zand, löss, leem, zavel en klei). De grote leeuwenklauw groeit in bermen, langs onverharde wegen (in de strook vlak langs de rijweg), akkers (graanakkers), waterkanten (rivieroeverwallen en sloothellingen), braakliggende grond, bij veevoerkuilen, dijken, tuinen en langs spoorwegen. Deze soort is uit te sluiten gezien de grond niet kalkhoudend is.
Nabij het plangebied (1 tot 5 km) zijn Dreps en Wilde ridderspoor waargenomen.
Dreps is een grassoort die op zonnige, open plaatsen op matig droge, vrij kalkarme, matig voedselrijke, lichte grond (löss, leem en zavel) voorkomt. De soort komt voor op akkers (wintergraanakkers en speltakkers), soms langs spoorwegen (spoorwegterreinen), braakliggende grond, wegranden (open plekken in bermen van grote verkeerswegen), ruigten, ruderale plaatsen en storttereinen. Door de afwezigheid van lichte grond is deze soort uit te sluiten in het plangebied.
De wilde ridderspoor komt voor op zonnige plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, matig bemeste, kalkrijke, omgewerkte zandige klei (zavel en lichte klei). De groeiplaatsen bestaan uit akkers (wintergraanakkers) en soms op ruderale plaatsen, bij graansilo's en graanoverslagbedrijven. Deze soort is uit te sluiten gezien het plangebied geen kalkhoudende grond bevat.
Vissen (-) Door het ontbreken van geschikt oppervlaktewater zijn de soorten binnen het plangebied uit te sluiten. In en nabij het plangebied (0-5km) zijn geen waarnemingen van vissen geregistreerd.
Vogels (boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, roek, sperwer, steenuil, wespendief)
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/13
Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn ook de ransuil, slechtvalk en de zwarte wouw waargenomen.
Van de genoemde soorten zijn de gierzwaluw, de huismus, steenuil en de kerkuil voor hun nest gebonden aan gebouwen. Gezien er geen gebouwen aanwezig zijn in het plangebied zijn deze soorten uit te sluiten. Ook zijn er geen braakballen aangetroffen die op de aanwezigheid van een roesplek van een uil duiden.
De grote gele kwikstaart nestelt graag vlak bij stromend water in een nis in een muur of onder een brug of bij boomwortels in oevers. De grote gele kwikstaart broedt en foerageert vrijwel uitsluitend aan de oevers van beken en rivieren, liefst met loofbos of loofbomen omzoomd. Bij voorkeur zijn die beken en rivieren snelstromend, maar hij broedt ook aan zwak of zelfs nauwelijks stromend water. De nesten van de grote gele kwikstaart zijn jaarrond beschermd aangezien deze soort honkvast is. Gezien de afstand tot de Vloedgraaf en het plangebied geen onderdeel is van de beekoever is deze soort in het plangebied uit te sluiten.
Voor de overige vogelsoorten waren binnen het plangebied geen nestmogelijkheden aanwezig. Er zijn geen nesten waargenomen voor de werkzaamheden. Tijdens het veldbezoek zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen.
Vleermuizen (bosvleermuis, gewone dwergvleermuis, laatvlieger) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn de gewone/kleine/ruige dwergvleermuis, ingekorven vleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis waargenomen.
De gewone dwergvleermuis, laatvlieger, kleine dwergvleermuis en ingekorven vleermuis zijn gebouw bewonende vleermuizen. Op het plangebied stonden geen gebouwen alleen een lage overkapping hierdoor zijn de gebouw bewonende soorten uit te sluiten.
De bosvleermuis en rosse vleermuis zijn boombewonende soorten. De overige soorten kunnen zowel in bomen als in gebouwen voorkomen. Op het plangebied stonden vooral jonge dunne bomen waarin naar verwachting geen gaten of scheuren aanwezig waren. Hierdoor is het niet aannemelijk dat met het rooien van de bomen verblijfplaatsen zijn weggenomen.
De manege is een zeer waarschijnlijke foerageerplaats voor vleermuizen door de grotere hoeveelheid insecten die hier vaak aanwezig zijn.
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/14
Het plangebied is gelegen langs de Vloedgraaf (foto 14), wat als migratieroute kan worden gebruikt door vleermuizen.
Overige zoogdieren (bever, bunzing, damhert, das, egel, konijn, ondergrondse woelmuis, rosse woelmuis, steenmarter, wild zwijn) Op een afstand van 1 tot 5 kilometer van de onderzoekslocatie zijn de eekhoorn, haas, hermelijn en wezel waargenomen. In de provincie Limburg zijn de bunzing, eekhoorn, egel, haas, hermelijn, konijn, ondergrondse woelmuis, rosse woelmuis, steenmarter (15 aug t/m feb) en wezel vrijgestelde soorten. Ondanks de vrijstelling van deze soorten (in de periode 15- aug t/m feb) geldt er wel een zorgplicht. Indien een vrijstelling wordt verleend, zijn uitzonderingen op verboden vastgesteld in de natuurwet toegestaan door aan gestelde eisen te voldoen. Nadelige gevolgen voor planten en dieren moeten moet nog steeds, ondanks de vrijstelling, voorkomen worden.
Bevers zijn afhankelijk van gebieden met water en aangrenzende bosgebieden. De bever is tussen Nieuwstadt en Susteren waargenomen in de Vloedgraaf. Het struweel en bebossing is te dun voor deze soort om hier te een burcht te bouwen. Het zou wel mogelijk onderdeel kunnen zijn van een foerageergebied. Het plangebied heeft weinig schuilplaatsen waardoor het niet aantrekkelijk is voor de bever. Het hek wat op het talud staat, vormt tevens een barrière voor de bever waardoor het plangebied ontoegankelijk is (foto’s 8, 14).
Van de genoemde soorten zouden kleine marterachtigen (bunzing, steenmarter, hermelijn en wezel) binnen de planlocatie voor kunnen komen.
Als rust- en verblijfplaats voor kleine marterachtigen worden aangemerkt:
• holen • houtstapels • hole bomen • mollennesten • drainagepijpen • takkenrillen • hooi- en strobalen • stapels stenen en puin • gaten en holten • schuurtjes, stallen, kelders en hooizolders Waarbij deze goed geïsoleerd/beschut moeten zijn om onderkoeling te voorkomen. “Bij de keuze voor een locatie voor de rustplaatsen is het van belang dat de in- en de uitgang van de rustplaats dekking biedt en in verbinding staat met lijnvormige groene elementen zodat de rustplaats veilig kan worden
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/15
bereikt.” De foerageergebieden zijn hoofdzakelijk struwelen, bosranden en groene oevers. Door de openheid van het plangebied zijn deze soorten momenteel uit te sluiten. Net buiten het plangebied liggen wel grote houtstapels.
Het damhert komt van nature voor in volwassen loofbossen en gemengde bossen, zelden in naaldbossen. Hij heeft een voorkeur voor bossen met een dichte oeverbegroeiing, in de buurt van open parkachtig bosgebied en landbouwgronden. De bossen dienen voornamelijk als schuilplaats, terwijl de meer open gebieden als graasplek dienen. Gezien de ligging van het plangebied is deze soort uit te sluiten.
De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Tijdens het locatie bezoek is er geen burcht aangetroffen. Ook zijn er geen tot weinig voedselbronnen aanwezig in het plangebied. Gezien het plangebied compleet omheind is en er geen tunnel of graafsporen zijn aangetroffen wordt het terrein ook niet gebruikt voor een migratie route voor deze soort. Hierdoor is deze soort uit te sluiten in het plangebied.
De egel heeft een breed scala aan verblijfsruimtes maar op de locatie is geen sprake van een essentieel leefgebied. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in Limburg is de egel een vrijgestelde soort.
De eekhoorn komt voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos omdat daar meer voedsel en nestgelegenheid is. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Gezien de ligging, het gebrek aan groen en nestgelegenheid is deze soort uit te sluiten van het plangebied.
De haas heeft een voorkeur voor kleinschalig gras- en bouwland, open veld als akkers en weilanden maar komt ook wel voor in open bos, heide en kwelders. In dichtbevolkte gebieden komt de soort weinig voor. Hazen bewonen bosranden, windkeringen, ruigtezomen en onder heggen.
Konijnen leven in holen en hebben daarom een voorkeur voor zandige bodems waarin het makkelijk graven is. Ze prefereren halfopen landschappen zoals perken, tuinen en bosranden en mijden vochtige terreinen zoals moeras en veen of zware klei, omdat ze daarin geen holen kunnen graven. Ook in open polderlandschap ontbreekt het konijn veelal.
De ondergrondse woelmuis komt enkel in Zuid-Nederland voor. Deze soort komt vooral voor in kleinschalig cultuurlandschap. Hij houdt van een dichte gras- of kruidlaag en zoomvegetaties zoals bermen
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/16
en bomenrijen maar ook van (hooggelegen) weide- en akkerbouwland, licht (vochtig) loofbos, boomgaarden en tuinen. De ondergrondse woelmuis leeft voornamelijk ondergronds en kan dan ook goed graven, en kan ook zwemmen. De ondergrondse woelmuis eet vrijwel uitsluitend plantaardig voedsel zoals kruidachtige planten en vooral de delen onder de grond daarvan, grassen, maar ook cultuurgewassen en mossen, noten en vult zijn dieet soms aan met insecten en wormen. In het talud zijn meerder gangen van mogelijk een woelmuissoort aangetroffen (foto 9, 15, 16).
De rosse woelmuis leeft bij voorkeur in loof- en gemengd bos met daaronder een struik- of kruidlaag, maar hij komt ook voor in jonge aanplant en in naaldbos. Ook leeft hij in houtwallen, heggen, bosranden en parken. Hij waagt zich zelden in open gebieden zonder beschutting. Deze soort is binnen het plangebied uit te sluiten gezien het vrij open is.
Het wild zwijn komt voor in droge en natte voedselrijke loofbossen en gemengde bossen. Hij heeft een duidelijke voorkeur voor eiken- en beukenbossen aangezien daar in de herfst veel eikels en beukennootjes (de zogenaamde ‘mast’) te vinden zijn. Een voorwaarde die wilde zwijnen aan een bos stellen is de aanwezigheid van natte/moerassige plaatsen, waar ze in zogenaamde 'zoelen' (ondiepe poelen) modderbaden kunnen nemen. Gezien de ligging van het plangebied is deze soort uit te sluiten. 5.3
Effecten ingreep op flora en fauna
Het plangebied heeft momenteel geen tot beperkte natuurwaarde. Voorheen was het gebied sterk begroeid met bomen en struiken. Dit waren vooral populieren en exoten. Momenteel is er weinig begroeiing. Bij de herinrichting zal een meer natuurlijke begroeiing worden aangeplant wat weer mogelijkheden biedt voor dieren. Door het aanplanten van diverse inheemse boomsoorten komt er meer diversiteit dan voorheen. Door de te bouwen schuur zouden er nestmogelijkheden voor gebouwbewonende vogelsoorten kunnen ontstaan.
Voor de werkzaamheden zijn er bomen gerooid, aangegeven is dat dit buiten het broedseizoen om gebeurd. In de bomen konden nesten zitten die niet verstoord mochten worden tijdens het broedseizoen.
De hazelworm en levendbarende hagedis waren voor de werkzaamheden niet geheel uit te sluiten in het plangebied. Door het rooien is mogelijk foerageer en verblijfsgebied verloren gegaan. Echter hebben ze door de kap die van zuidwest naar noordoost werd uitgevoerd een mogelijkheid gehad om weg te trekken. Ook wordt er weer nieuw leefgebied voor de hazelworm en levendbarende hagedis gecreëerd door de nieuwe aanplanting van inheemse boomsoorten en inheemse struweelsoorten.
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/17
De overkapping was niet geschikt voor vleermuizen gezien deze te laag was. Ook de nabij gelegen opstal is niet geschikt voor vleermuizen gezien deze te open is voor een winterverblijf. De gerooide bomen waren te klein om echte gaten en spleten te bevatten waarin vleermuizen konden nestelen. Aan de achter gebleven bomen zijn vleermuiskasten gehangen. Dit biedt nestmogelijkheden voor vleermuizen.
Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (Natuurnetwerk Limburg/Natura 2000).
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/18
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel Mouwweg 1 te Nieuwstadt, kan worden uitgesloten dat de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming en natuurgebieden.
Nabij de locatie is de rugstreeppad waargenomen. Door de werkzaamheden zijn er en kunnen er meer tijdelijke poeltjes ontstaan. Deze soort gebruikt dit soort tijdelijke poeltjes om in voort te planten. Deze poeltjes moeten voorkomen worden zodat deze soort zich hier niet tijdens de bouwfase gaat voortplanten (medio april t/m juli).
Tevens dient rekening gehouden te worden met het broedseizoen als er voor de werkzaamheden meer bomen gerooid moeten worden. Tijdens het veldbezoek zijn er geen nesten aangetroffen, echter is het niet uit te sluiten dat in deze bomen (niet jaarrond beschermde) nesten aanwezig zijn tijdens de broedperiode. Daarom dienen te rooien bomen buiten het broedseizoen (circa half maart half augustus) verwijderd te worden.
Ten opzichte van de voorgaande situatie en de toekomstige situatie is er geen winst of verlies van groen en variatie. Er worden minder bomen bij geplant dan voorheen, maar er wordt wel meer variatie aan inheemse soorten aangeplant waar nu coniferen stonden. Ook komt er meer struweel wat meer mogelijkheden biedt.
Door de aanplant van inheemse boomsoorten en struweel komt er veel meer groen en variatie ten opzichte van de huidige situatie. Het gebied is nu erg kaal met een paar verspreide bomen. De nieuwe aanplant zorgt voor nieuwe verblijfsmogelijkheden en voedselbronnen voor verschillende soorten.
Door tijdens de ontwerpfase te denken aan “natuurinclusief” bouwen kan de nieuwe schuur meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voor huismussen en gierzwaluwen, maar ook aan het plaatsen van nestkasten in het plangebied voor uilen.
Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (Natuurnetwerk Limburg/Natura 2000).
Quickscan Flora en Fauna Mouwweg 1 te Nieuwstadt
JJJager/N219563/19
Bijlage 1
Bijlage 1
Uw referentie: 219563
Bijlage 2
Kadastrale kaart
Uw referentie: N219563
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 1000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Nieuwstadt F 762
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 10 december 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Bijlage 3
Project
: Mouwweg 1 te Nieuwstadt
Referentie : N219563 Datum
: 29 oktober 2021
Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 29 oktober 2021' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333
Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 29 oktober 2021'
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Alpenwatersalamander
Amfibieën
0 - 1 km
Bastaardkikker
Amfibieën
0 - 1 km
Bever
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Boomkikker
Amfibieën
wnb-hrl
0 - 1 km
Boomvalk
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Bosvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Buizerd
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Bunzing
Zoogdieren
0 - 1 km
Damhert
Zoogdieren
0 - 1 km
Das
Zoogdieren
0 - 1 km
Egel
Zoogdieren
0 - 1 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
0 - 1 km
Gierzwaluw
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Groot spiegelklokje
Vaatplanten
Grote gele kwikstaart
Vogels
Grote leeuwenklauw
Vaatplanten
0 - 1 km
Grote vos
Dagvlinders
0 - 1 km
Grote weerschijnvlinder
Dagvlinders
0 - 1 km
Havik
Vogels
Hazelworm
Reptielen
Huismus
Vogels
Iepenpage
Dagvlinders
Kerkuil
Vogels
Kleine ijsvogelvlinder
Dagvlinders
0 - 1 km
Konijn
Zoogdieren
0 - 1 km
Laatvlieger
Zoogdieren
Levendbarende hagedis
Reptielen
0 - 1 km
Ondergrondse woelmuis
Zoogdieren
0 - 1 km
Ooievaar
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Roek
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Rosse woelmuis
Zoogdieren
Sperwer
Vogels
Steenmarter
Zoogdieren
Steenuil
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Vermiljoenkever
Geleedpotigen
wnb-hrl
0 - 1 km
Wespendief
Vogels
wnb-vrl
0 - 1 km
Wild zwijn
Zoogdieren
0 - 1 km
Wolfskers
Vaatplanten
0 - 1 km
Bosbeekjuffer
Libellen
1 - 5 km
Dreps
Vaatplanten
1 - 5 km
Eekhoorn
Zoogdieren
1 - 5 km
Gewone bronlibel
Libellen
1 - 5 km
Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
Haas
Zoogdieren
1 - 5 km
Hermelijn
Zoogdieren
1 - 5 km
0 - 1 km wnb-vrl
wnb-vrl
0 - 1 km
0 - 1 km 0 - 1 km
wnb-vrl
0 - 1 km 0 - 1 km
wnb-vrl
wnb-hrl
0 - 1 km
0 - 1 km
0 - 1 km wnb-vrl
0 - 1 km 0 - 1 km
wnb-hrl
1 - 5 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Ingekorven vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Kamsalamander
Amfibieën
wnb-hrl
1 - 5 km
Ransuil
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Rosse vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Rugstreeppad
Amfibieën
wnb-hrl
1 - 5 km
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
1 - 5 km
Slechtvalk
Vogels
wnb-vrl
1 - 5 km
Teunisbloempijlstaart
Nachtvlinders
wnb-hrl
1 - 5 km
Vliegend hert
Kevers
Watervleermuis
Zoogdieren
Wezel
Zoogdieren
1 - 5 km
Wilde ridderspoor
Vaatplanten
1 - 5 km
Zwarte wouw
Vogels
Akkerdoornzaad
Vaatplanten
5 - 10 km
Akkerogentroost
Vaatplanten
5 - 10 km
Baardvleermuis / Brandts vleermuis
Zoogdieren
Beekprik
Vissen
5 - 10 km
Beekrombout
Libellen
5 - 10 km
Edelhert
Zoogdieren
5 - 10 km
Franjestaart
Zoogdieren
Getande veldsla
Vaatplanten
Gevlekte witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
5 - 10 km
Gewone/Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Glad biggenkruid
Vaatplanten
Grijze grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Hamster
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Kartuizer anjer
Vaatplanten
5 - 10 km
Kwabaal
Vissen
5 - 10 km
Meervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Muurhagedis
Reptielen
wnb-hrl
5 - 10 km
Myoot (soort onbekend)
Zoogdieren
wnb-hrl
5 - 10 km
Oehoe
Vogels
wnb-vrl
5 - 10 km
Poelkikker
Amfibieën
wnb-hrl
5 - 10 km
Ruw parelzaad
Vaatplanten
1 - 5 km wnb-hrl
wnb-vrl
wnb-hrl
wnb-hrl
1 - 5 km
1 - 5 km
5 - 10 km
5 - 10 km 5 - 10 km
5 - 10 km
5 - 10 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Vroedmeesterpad
Amfibieën
wnb-hrl
5 - 10 km
Adder
Reptielen
10 - 25 km
Akkerboterbloem
Vaatplanten
10 - 25 km
Baardvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Bechsteins vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Beekdonderpad
Vissen
10 - 25 km
Berggamander
Vaatplanten
10 - 25 km
Bergnachtorchis
Vaatplanten
10 - 25 km
Blaasvaren
Vaatplanten
10 - 25 km
Blauw guichelheil
Vaatplanten
10 - 25 km
Boommarter
Zoogdieren
10 - 25 km
Bosboterbloem
Vaatplanten
10 - 25 km
Bosdravik
Vaatplanten
10 - 25 km
Brandts vleermuis
Zoogdieren
Brave hendrik
Vaatplanten
10 - 25 km
Brede wolfsmelk
Vaatplanten
10 - 25 km
Bruin dikkopje
Dagvlinders
10 - 25 km
Bruinrode wespenorchis
Vaatplanten
10 - 25 km
Dennenorchis
Vaatplanten
10 - 25 km
Donker pimpernelblauwtje
Dagvlinders
wnb-hrl
10 - 25 km
Drijvende waterweegbree
Vaatplanten
wnb-hrl
10 - 25 km
Eikelmuis
Zoogdieren
10 - 25 km
Elrits
Vissen
10 - 25 km
Franjegentiaan
Vaatplanten
10 - 25 km
Gaffellibel
Libellen
wnb-hrl
10 - 25 km
Geelbuikvuurpad
Amfibieën
wnb-hrl
10 - 25 km
Geelgroene wespenorchis
Vaatplanten
10 - 25 km
Gestippelde alver
Vissen
10 - 25 km
Gevlekte glanslibel
Libellen
10 - 25 km
Gewone/Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Gladde slang
Reptielen
wnb-hrl
10 - 25 km
Groene nachtorchis
Vaatplanten
10 - 25 km
Grote bosaardbei
Vaatplanten
10 - 25 km
Grote bosmuis
Zoogdieren
10 - 25 km
wnb-hrl
10 - 25 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Grote modderkruiper
Vissen
Heikikker
Amfibieën
Hoogveenglanslibel
Libellen
Juchtleerkever
Kevers
Kalkboterbloem
Vaatplanten
10 - 25 km
Kalketrip
Vaatplanten
10 - 25 km
Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
Kleine wolfsmelk
Vaatplanten
10 - 25 km
Kluwenklokje
Vaatplanten
10 - 25 km
Knoflookpad
Amfibieën
Liggende ereprijs
Vaatplanten
10 - 25 km
Muurbloem
Vaatplanten
10 - 25 km
Naakte lathyrus
Vaatplanten
10 - 25 km
Naaldenkervel
Vaatplanten
10 - 25 km
Otter
Zoogdieren
Pijlscheefkelk
Vaatplanten
10 - 25 km
Ringslang
Reptielen
10 - 25 km
Rood peperboompje
Vaatplanten
10 - 25 km
Schubvaren
Vaatplanten
10 - 25 km
Schubzegge
Vaatplanten
10 - 25 km
Sierlijke witsnuitlibel
Libellen
Sleedoornpage
Dagvlinders
10 - 25 km
Smalle raai
Vaatplanten
10 - 25 km
Spiegeldikkopje
Dagvlinders
10 - 25 km
Stijve wolfsmelk
Vaatplanten
10 - 25 km
Stofzaad
Vaatplanten
10 - 25 km
Tengere veldmuur
Vaatplanten
10 - 25 km
Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Vale vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Veldparelmoervlinder
Dagvlinders
10 - 25 km
Vinpootsalamander
Amfibieën
10 - 25 km
Vliegenorchis
Vaatplanten
10 - 25 km
Vuursalamander
Amfibieën
10 - 25 km
Waterspitsmuis
Zoogdieren
10 - 25 km
10 - 25 km wnb-hrl
10 - 25 km 10 - 25 km
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
10 - 25 km
10 - 25 km
10 - 25 km
10 - 25 km
10 - 25 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Wilde kat
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Wilde weit
Vaatplanten
Wolf
Zoogdieren
wnb-hrl
10 - 25 km
Zandhagedis
Reptielen
wnb-hrl
10 - 25 km
Bokkenorchis
Vaatplanten
25 - 50 km
Bruine eikenpage
Dagvlinders
25 - 50 km
Gentiaanblauwtje
Dagvlinders
25 - 50 km
Gladde zegge
Vaatplanten
25 - 50 km
Grote parelmoervlinder
Dagvlinders
25 - 50 km
Hazelmuis
Zoogdieren
Karwijselie
Vaatplanten
25 - 50 km
Kempense heidelibel
Libellen
25 - 50 km
Knolspirea
Vaatplanten
25 - 50 km
Kommavlinder
Dagvlinders
25 - 50 km
Oostelijke witsnuitlibel
Libellen
wnb-hrl
25 - 50 km
Rivierrombout
Libellen
wnb-hrl
25 - 50 km
Speerwaterjuffer
Libellen
25 - 50 km
Spits havikskruid
Vaatplanten
25 - 50 km
Tweekleurige bosspitsmuis
Zoogdieren
25 - 50 km
Wezel/Hermelijn
Zoogdieren
25 - 50 km
Zilveren maan
Dagvlinders
25 - 50 km
Zinkviooltje
Vaatplanten
25 - 50 km
Aardbeivlinder
Dagvlinders
50 - 100 km
Gestreepte waterroofkever
Kevers
Knollathyrus
Vaatplanten
50 - 100 km
Korensla
Vaatplanten
50 - 100 km
Kranskarwij
Vaatplanten
50 - 100 km
Kruipend moerasscherm
Vaatplanten
Kruiptijm
Vaatplanten
Noordzeehouting
Vissen
wnb-hrl
50 - 100 km
Pimpernelblauwtje
Dagvlinders
wnb-hrl
50 - 100 km
Platte schijfhoren
Weekdieren
wnb-hrl
50 - 100 km
Roggelelie
Vaatplanten
Rosse / Bos- / Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger
Zoogdieren
10 - 25 km
wnb-hrl
wnb-hrl
wnb-hrl
25 - 50 km
50 - 100 km
50 - 100 km 50 - 100 km
50 - 100 km wnb-hrl
50 - 100 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Tengere distel
Vaatplanten
Tonghaarmuts
Mossen
Wilde averuit
Vaatplanten
50 - 100 km
Zandwolfsmelk
Vaatplanten
50 - 100 km
Bosparelmoervlinder
Dagvlinders
100 - 250 km
Brede geelgerande waterroofkever
Geleedpotigen
Breed wollegras
Vaatplanten
Bruinvis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Bultrug
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Butskop
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Dikkopschildpad
Reptielen
wnb-hrl
100 - 250 km
Donkere waterjuffer
Libellen
100 - 250 km
Duinparelmoervlinder
Dagvlinders
100 - 250 km
Dwergvinvis
Zoogdieren
Europese rivierkreeft
Geleedpotigen
Geel schorpioenmos
Mossen
Geplooide vrouwenmantel
Vaatplanten
Gestreepte dolfijn
Zoogdieren
Gevlekt zonneroosje
Vaatplanten
Gewone dolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Gewone spitssnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Gewone vinvis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Gewone zeehond
Zoogdieren
Griend
Zoogdieren
50 - 100 km wnb-hrl
wnb-hrl
50 - 100 km
100 - 250 km 100 - 250 km
wnb-hrl
100 - 250 km 100 - 250 km
wnb-hrl
100 - 250 km 100 - 250 km
wnb-hrl
100 - 250 km 100 - 250 km
100 - 250 km wnb-hrl
100 - 250 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Grijze zeehond
Zoogdieren
Groene glazenmaker
Libellen
wnb-hrl
100 - 250 km
Groenknolorchis
Vaatplanten
wnb-hrl
100 - 250 km
Groensteel
Vaatplanten
Grote vuurvlinder
Dagvlinders
Honingorchis
Vaatplanten
100 - 250 km
Kleine ereprijs
Vaatplanten
100 - 250 km
Kleine heivlinder
Dagvlinders
100 - 250 km
Kleine schorseneer
Vaatplanten
100 - 250 km
Kleine vlotvaren
Vaatplanten
wnb-hrl
100 - 250 km
Laatvlieger / Tweekleurige vleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Lange zonnedauw
Vaatplanten
Lederschildpad
Reptielen
Moerasgamander
Vaatplanten
Mopsvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Narwal
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Noordse winterjuffer
Libellen
wnb-hrl
100 - 250 km
Noordse woelmuis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Potvis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Rosse / Bosvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Rozenkransje
Vaatplanten
100 - 250 km
Scherpkruid
Vaatplanten
100 - 250 km
100 - 250 km
100 - 250 km wnb-hrl
100 - 250 km
100 - 250 km wnb-hrl
100 - 250 km 100 - 250 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Steenbraam
Vaatplanten
100 - 250 km
Trosgamander
Vaatplanten
100 - 250 km
Tuimelaar
Zoogdieren
Veenbesblauwtje
Dagvlinders
100 - 250 km
Veenbesparelmoervlinder
Dagvlinders
100 - 250 km
Veenbloembies
Vaatplanten
100 - 250 km
Veenhooibeestje
Dagvlinders
100 - 250 km
Veldspitsmuis
Zoogdieren
100 - 250 km
Vroege ereprijs
Vaatplanten
100 - 250 km
Walrus
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Water-/Meervleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Witflankdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Witsnuitdolfijn
Zoogdieren
wnb-hrl
100 - 250 km
Zweedse kornoelje
Vaatplanten
wnb-hrl
Afstand
100 - 250 km
100 - 250 km
Bijlage 4
Vleermuizenprotocol
(versie 1 januari 2021)
Inleiding Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek. Checklist 1. Dikke bomen Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig? JA / NEE a) Zijn er zichtbare holtes, spleten, scheuren, losse bast aanwezig? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar (winter-,) kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten. b) Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar vliegroutes van alle (in de omgeving) voorkomende vleermuissoorten.
c) Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. 2. Opgaande gewassen Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/gewassen > 1,5 meter aanwezig? JA / NEE a)
Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding (lijnelement)? JA / NEE Zo ja, onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen.
b)
Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom (bomen)? Zo ja, nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten.
c)
Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.
JA / NEE
JA / NEE
3. Open water Is er open water aanwezig?
JA / NEE
a) Is er water? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute), tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis ruige dwergvleermuis, watervleermuis (> 1m breed) en meervleermuis (> 2m breed). b) Is er water in tenminste iets besloten gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) gewone of ruige dwerg-, baard-, brandt’s-, ingekorven, franjestaart, grijze en gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. c) Is er water in open gebied? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) tweekleurige-, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. d) Heeft het water een mogelijk essentiële functie als drinkwater? Zo ja, nader onderzoek naar functie voor alle soorten vleermuizen. 4. Open gebied Is er open gebied (> 1 ha)?
JA / NEE
JA / NEE
a) Bestaat het plangebied uit moeras, grasland, akker of anderszins (denk bij < 500 meter van water breder dan 2 meter extra aan meervleermuis)? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebruik door rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en ruige dwergvleermuis. 5. Gebouwen Zijn er gebouwen aanwezig?
JA / NEE
a) Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbekleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter inzage vragen). JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. b)
Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels, vraatresten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en dergelijke? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen.
c)
Mogelijk foerageergebied? Zo ja, nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen.
JA / NEE
d)
Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig? Zo ja, nader onderzoek naar gebiedsfuncties vlieg- en/of migratieroutes.
JA / NEE
e)
Is er sprake van hoogbouw? Zo ja, aandacht voor paarverblijfplaatsen voor tweekleurige vleermuis.
JA / NEE
6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere objecten met ruimten? JA / NEE a) Zijn deze geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen, met de nadruk op winter-, en paarverblijfplaatsen? 7. Grootschalige landschapselementen Zijn er grootschalige lijnvormige landschapselementen zoals kustzones, grootschalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of waterpartijen aanwezig, die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen zomer- en winterleefgebieden? JA / NEE Zo ja, nader onderzoek naar mogelijke migratieroutes van o.a. meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis in voor- en najaar. Randvoorwaarden en vervolg De conclusies uit de veldverkenning in combinatie met deze checklist, gekende verspreiding, de ligging in het landschap, de relatie met het landschap en de uitgebreide tabel van het protocol, geven de onderzoeksinspanning (tijdstip, omstandigheden frequentie per te onderzoeken soort) voor het nader onderzoek aan. Er is zowel in deze checklist als bij de uitgebreide tabel uit het protocol aangenomen dat de onderzoeker een ervaren ecoloog is die kennis heeft van het landschap en potentieel geschikte habitats voor vleermuizen kan identificeren.
Bijlage 5
Foto 1: zuidelijk gedeelte van de onderzoekslocatie.
Foto 2: zuidwestelijk gedeelte van de onderzoekslocatie.
Fotobijlage N218391
Foto 3: noordwestelijk gedeelte van het onderzoeksgebied.
Foto 4: Noordelijk gedeelte van het onderzoeksgebied.
Fotobijlage N218391
Foto 5: noordoostelijke hoek van de onderzoekslocatie, waar voorheen coniferen en taxussen stonden.
Foto 6: de verplaatste containers met een tijdelijk dak.
Fotobijlage N218391
Foto 7: talud met beukhaag.
Foto 8: hekwerk achter de beukhaag. Ook buiten de onderzoekslocatie gelegen houtstapel.
Fotobijlage N218391
Foto 9: aangetroffen hol van mogelijk woelmuis.
Foto 10: 1 van de 5 opgehangen vleermuiskasten.
Fotobijlage N218391
Foto 11: mogelijk aambeeld van een specht
Foto 12: plas ontstaan tijdens de bouw.
Fotobijlage N218391
Foto 13: poelen ontstaan door de werkzaamheden.
Foto 14: de vloedgraaf, in de voorgrond hekwerk aan de zuidzijde van het perceel.
Fotobijlage N218391
Foto 15: meerdere gangen van mogelijke woelmuis.
Foto 16: gang van mogelijk een woelmuis.
Fotobijlage N218391