Beleidsregels leerlingenvervoer 2014
Tekst van het document
Beleidsregels leerlingenvervoer 2014 Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren; Gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs; Gelet op de door de gemeenteraad in zijn openbare vergadering van 15 mei 2014 vastgestelde ‘Verordening leerlingenvervoer 2014’; Gelet op artikel 1:3, lid 4, van de Algemene wet bestuursrecht; Besluit vast te stellen de Beleidsregels leerlingenvervoer 2014. Artikel 1a. Structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap Uitwerking van de artikelen 11 lid 1 onderdeel b, 12 lid 1 onderdeel e, 14 lid 5, 15 lid 6 en 18 lid 1 onderdeel d Verordening Leerlingenvervoer 2014 Ouders van leerlingen die door hun structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet zelfstandig met het openbaar vervoer kunnen reizen, komen in aanmerking voor bekostiging van de vervoerskosten voor de leerling en een begeleider, ongeacht de afstand van de woning naar de school. Passend vervoer wordt verstrekt indien het reizen met openbaar vervoer ook niet met begeleiding mogelijk is. Bij een structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap zijn de ouders geen drempelbedrag of een financiële draagkracht afhankelijke bijdrage verschuldigd.
Lichamelijke handicap Nadrukkelijk mag alleen dan tot de grondslag lichamelijke handicap worden besloten wanneer onomstotelijk vaststaat dat met (para)medische middelen/behandeling geen herstel of verbetering van functioneren meer te verwachten is (een stabiele toestand) en er sprake is van een eindstadium. Bij twijfel moet de vraagstelling aan de behandelend arts wat dit betreft duidelijk zijn en het antwoord niet voor meerdere uitleg vatbaar. Verstandelijke handicap Er is sprake van een verstandelijke handicap als de verzekerde cognitief/intellectueel beneden gemiddeld scoort op een algemene intelligentietest (norm: IQ 70 of lager), en er blijvende beperkingen zijn op het gebied van de sociale redzaamheid en dit voor het 18e levensjaar is ontstaan. In dat geval is sprake van een grondslag verstandelijke handicap. Op grond van historische overwegingen is er in Nederland consensus dat, als er sprake is van ernstige en chronische beperkingen in sociale redzaamheid, leerproblemen en/of gedragsproblemen, en een IQ-score tussen 70 en 85 eveneens mag worden opgevat als een licht verstandelijke handicap. Dat de leerling een IQ van 70 of lager moet hebben, dan wel een IQ tussen de 70 en 85, hoeft niet in alle gevallen door een nieuwe IQ test te worden ondersteund. Het gaat erom dat de gegevens nog voldoende actueel zijn om de grondslag Verstandelijke handicap vast te stellen.
Zintuiglijke handicap Visuele handicap Er is sprake van een visuele handicap bij: 1. Een gezichtsscherpte van < 0.3 aan het beste oog, en/of; 2. Een gezichtsveld < 30 graden, en/of; 3. Een gezichtsscherpte tussen 0.3 en 0.5 aan het beste oog met daaraan gerelateerde ernstige beperkingen in het dagelijks functioneren. waarbij de gezichtsscherpte 1.0 is bij 100%.
Beleidsregels leerlingenvervoer 2014
1
Auditief communicatieve handicap De mate van gehoorverlies wordt vastgesteld door middel van audiometrie van het beste oor, zonder gebruik van een eventueel hulpmiddel zoals een gehoorapparaat. Van communicatieve beperking is sprake als een leerling door een medische oorzaak zodanige problemen in de communicatie ondervindt, dat hij in het contact met anderen afhankelijk is van ondersteunende communicatiemiddelen. Er is sprake van een auditieve stoornis en daarmee van een grondslag Zintuiglijke handicap als het drempelverlies bij het audiogram ten minste 35 dB bedraagt, verkregen door het gehoorverlies bij frequenties van 1000, 2000 en 4000 Hz te middelen of, als het drempelverlies groter is dan 25 dB bij meting volgens de Fletcherindex, het gemiddelde verlies bij frequenties van 500, 1000 en 2000 Hz. Artikel 1b. Kortdurend verblijf in andere gemeente Uitwerking van artikel 1 onderdeel v Verordening Leerlingenvervoer 2014 De hoofdregel is dat de ouders een aanvraag indienen in de gemeente waar de leerling structureel en feitelijk verblijft,. Een uitzondering op de hoofdregel wordt gemaakt bij zeer kort tijdelijk verblijf in verband met crisisopvang van de leerling in een andere gemeente, indien de leerling: 1. reeds in de gemeente Echt-Susteren gebruik maakt van het leerlingenvervoer, en; 2. een korte periode (max. 6 weken) in een andere gemeente verblijft, en; 3.
de oude school blijft bezoeken. Als de crisisopvang langer dan 6 weken duurt, betaalt de gemeente Echt-Susteren alleen de vervoerskosten gedurende de eerste 6 weken. De vervoerskosten vanaf de 7e week dienen betaald te worden door de gemeente waar de leerling tijdelijk verblijft. De maximale vergoeding bedraagt € 100,per week. Artikel 1c. Vervoer van leerlingen die in gezinsvervangend tehuis (GVT) verblijven Uitwerking van artikel 1 onderdeel v Verordening Leerlingenvervoer 2014 In de gemeente Echt-Susteren zijn enkele gezinsvervangende tehuizen gevestigd met schoolgaande kinderen. In de praktijk kan het voorkomen dat gedurende een lopend schooljaar een leerling op het GVT wordt geplaatst die op het moment van plaatsing onderwijs geniet op een school die niet als ‘dichtstbijzijnde, toegankelijke school’ wordt aangemerkt en waarbij het – blijkende uit een door of namens de gemeente ingesteld (medisch) onderzoek - niet wenselijk is dat de leerling tussentijds van school verandert. In dat geval kan de leerling aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van vervoer naar de verder weg gelegen school voor een naar het oordeel van de gemeente redelijke termijn.
In beginsel wordt het leerlingenvervoer bekostigd tot de eerstvolgende schoolvakantie (herfst-, kerst-, voorjaars-/carnavals-/krokus-, mei-, zomervakantie), maar nooit langer dan tot het einde van het lopende schooljaar. Als de eerstvolgende schoolvakantie binnen een termijn van 6 weken start, wordt het leerlingenvervoer bekostigd tot de daarop volgende schoolvakantie. Na de bovengenoemde redelijke termijn beperkt de bekostiging zich tot het vervoer naar de dichtstbijzijnde school. Artikel 1d. Vervoer van leerlingen naar opvangadres Uitwerking van artikel 1 onderdeel v Verordening Leerlingenvervoer 2014 Leerlingenvervoer is uitsluitend bedoeld voor vervoer van en naar school. In bepaalde gevallen staat het college vervoer toe naar een opvangadres na schooltijd, anders dan het woonadres. Onder een opvangadres na schooltijd valt in ieder geval niet: een adres voor een vorm van therapie, dagbehandeling of een sportvoorziening. Er valt in ieder geval wel onder: geregistreerde buitenschoolse opvang, geregistreerde gastouderopvang, opa of oma en buren. In andere gevallen beslist het college in het individuele geval of vervoer naar het adres is toegestaan. Vervoer van school naar een opvangadres na schooltijd is mogelijk als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. De leerling maakt gebruik van aangepast vervoer.
Beleidsregels leerlingenvervoer 2014
2
2. Het opvangadres ligt binnen de gemeentegrens van Echt-Susteren. 3. Er is één opvangadres naast het woonadres toegestaan. 4. Er dient sprake te zijn van een vast patroon, dat wil zeggen één vast opvangadres alsmede vaste dagen per week. 5. Een volwassene dient ter plekke aanwezig te zijn om de leerling op te vangen. De chauffeur moet de leerling aan de volwassene kunnen overdragen bij de taxi(bus). Het college draagt geen verantwoordelijkheid vanaf het moment dat de leerling de taxi(bus) heeft verlaten. 6. Het vervoer vindt plaats in aansluiting op de reguliere begin- en eindtijd van de school volgens de schoolgids. 7. Vervoer vanaf het opvangadres naar het woonadres behoort in geen enkel geval tot de mogelijkheden. 8. Indien het vervoer naar het opvangadres leidt tot individueel vervoer of om andere redenen leidt tot hogere kosten dan het vervoer naar het woonadres, dan wel langere reistijd (meer dan 10 minuten) voor de overige leerlingen ontstaat, behoudt het college zich het recht voor het vervoer te weigeren. Voor de bepaling van het recht op leerlingenvervoer blijft de afstand van het woonadres tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school bepalend, ook indien het opvangadres op minder dan 6 kilometer van de dichtstbijzijnde toegankelijke school ligt. Artikel 2.
Berekening afstand tussen woning en school Uitwerking van artikel 1 onderdeel b Verordening Leerlingenvervoer 2014 Voor het bepalen van de afstand tussen het woonadres en het schooladres wordt gebruik gemaakt van de routeplanner op www.anwb.nl met als reismethode de kortste route per auto. Het op deze routeplanner gebaseerde aantal kilometers is te allen tijde uitgangspunt bij de beoordeling van de aanvraag alsmede voor de bekostiging van leerlingenvervoer. Artikel 3. Berekening reistijd Uitwerking van artikel 1 onderdeel o Verordening Leerlingenvervoer 2014 Voor het bepalen van de reistijd per openbaar vervoer wordt gebruik gemaakt van de door REISinformatiegroep beschikbaar gestelde informatie via 0900-9292, www.9292ov.nl en mobiel.9292ov.nl. Voor het vaststellen van de reistijd per aangepast vervoer, wordt de vervoerder geraadpleegd. Artikel 4. Stagevervoer Uitwerking van artikel 3 lid 1 Verordening Leerlingenvervoer 2014 Is de stage een onderdeel van het onderwijsprogramma en krijgt de leerling dagelijks leerlingenvervoer naar de school, dan bestaat in beginsel aanspraak op leerlingenvervoer naar het stageadres. Dat is dan immers aan te merken als de dichtstbijzijnde toegankelijke school.
Ook hier zal beoordeeld worden welk vervoer de goedkoopst compenserende oplossing is (in de volgorde: fietsvergoeding, eventueel met begeleiding, vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer, eventueel met begeleiding, taxivervoer of een vergoeding voor aangepast vervoer). Dat kan betekenen dat de leerling met taxivervoer naar school wordt gebracht, maar dat de leerling met de fiets naar het stageadres kan gaan. Per bestemming (school of stage) zal apart beoordeeld worden wat de goedkoopst compenserende oplossing is. Aangepast vervoer naar de stage kan alleen plaatsvinden in aansluiting op de officiële schooltijden. Artikel 5. Schakelklas (primair onderwijs) en internationale schakelklas (VO) Uitwerking van artikel 3 lid 1 Verordening Leerlingenvervoer 2014 Voor leerlingen in de basisschoolleeftijd die vanuit het buitenland in de gemeente Echt-Susteren komen wonen en een grote achterstand hebben in de Nederlandse taal, kan een bekostiging voor het leerlingenvervoer worden toegekend naar de schakelklas van basisschool ‘De Driepas’ aan de Mispelstraat te Echt voor één schooljaar om intensief Nederlands te leren. Een schoolvakantie is een natuurlijk moment om vervolgens door te stromen in het regulier basisonderwijs.
Beleidsregels leerlingenvervoer 2014
3
Indien leerlingenvervoer voor een tweede schooljaar wordt aangevraagd dient bij de aanvraag een schriftelijke verklaring van de ‘De Driepas’ te worden gevoegd waaruit blijkt dat het taalniveau van de leerling onvoldoende is en de toegang tot de schakelklas opnieuw noodzakelijk is. Leerlingen die op vierjarige leeftijd halverwege het schooljaar zijn ingestroomd en leerlingen die tussentijds zijn ingestroomd, omdat ze nieuwkomers zijn in het onderwijs, kunnen bijvoorbeeld wel langer dan één schooljaar in de schakelklas zitten. Leerlingen in het voortgezet onderwijs, waarbij de dichtstbijzijnde middelbare school beargumenteert dat het taalniveau van de leerling onvoldoende is en dat de toegang tot een internationale schakelklas noodzakelijk is, komen niet in aanmerking voor bekostiging van het leerlingenvervoer. Indien de leerling vanwege een structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke handicap niet of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken komt de leerling wel in aanmerking voor bekostiging (paragraaf 3 van de verordening).
Artikel 6 Vervoer naar school voor speciaal basisonderwijs binnen gemeentegrenzen Uitwerking van artikel 3 lid 1 en 9 lid 3 Verordening Leerlingenvervoer 2014 Als de ouders hun kind naar het binnen de gemeentegrens gelegen speciaal basisonderwijs ‘De Horst’ willen laten gaan, terwijl dit niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is binnen het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, bestaat er – indien aan de overige geldende voorwaarden wordt voldaan - toch recht op leerlingenvervoer. Artikel 7. Betaling Uitwerking van artikel 4 Verordening Leerlingenvervoer 2014 De vergoedingen worden maandelijks uitbetaald met een maximum van tien maanden (periode augustus tot en met mei). Artikel 8. Ontbreken van inkomensgegevens voor berekening drempelbedrag bij basisonderwijs Uitwerking van artikel 5 lid 1 Verordening Leerlingenvervoer 2014 Om te kunnen bepalen of het drempelbedrag als bedoeld in artikel 14 Verordening Leerlingenvervoer 2014 moet worden geheven, is het noodzakelijk dat door de aanvrager bij de aanvraag inkomensgegevens worden overlegd. Indien deze gegevens ontbreken of anderszins niet (volledig) kunnen worden beoordeeld, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om binnen een bepaalde termijn alsnog deze gegevens aan te leveren.
Indien na afloop van deze termijn de gegevens nog niet (volledig) zijn ontvangen, gaat het college er vanuit dat het inkomen hoger is dan de inkomensgrenzen als bedoeld in artikel 14 lid 1 en 2 Verordening Leerlingenvervoer. Dit heeft tot gevolg dat alleen een bekostiging zal plaatsvinden indien de kosten van het vervoer van de leerling de kosten van het openbaar vervoer over een afstand van 6 kilometer te boven gaan (drempelbedrag). Bij aangepast vervoer zijn de ouders een eigen bijdrage verschuldigd die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over een afstand van 6 kilometer (drempelbedrag). Artikel 9a. Vergoeding van de kosten van openbaar vervoer Uitwerking van de artikelen 10 lid 1, 17 lid 1 Verordening Leerlingenvervoer 2014 Onderstaande tabel geeft niet aan of een leerling in aanmerking komt voor leerlingenvervoer. Er wordt enkel en alleen aangegeven wat van een leerling voor wat betreft het reizen met openbaar vervoer mag worden verwacht. Openbaar
Primair onderwijs
vervoer
Speciaal
Voortgezet
(basis)onderwijs
speciaal onderwijs
vergoeding
Beleidsregels leerlingenvervoer 2014
4
Tot 10 jaar
Het kind mag altijd gebruik maken van aangepast vervoer, tenzij de leerling gebruik kan maken al dan niet onder begeleiding van het vervoer per fiets. Er wordt namelijk niet verwacht dat de leerling al dan niet onder begeleiding gebruik maakt van het openbaar
Het kind mag altijd gebruik
maken
van
aangepast
vervoer,
tenzij
leerling
de
-
gebruik kan maken al dan
niet
onder
begeleiding van het vervoer per fiets.
Er
wordt namelijk niet verwacht
dat
de
leerling al dan niet onder
begeleiding
gebruik maakt van het openbaar vervoer.
vervoer. Vanaf 10 jaar
Zelfstandig, maximaal
Met
3 overstappen. Indien
maximaal
nodig
overstappen
wordt
begeleiding,
-
3
begeleiding (tijdelijk) vergoed Voortgezet
-
-
onderwijs
In
eerst
instantie
zelfstandig tot maximaal 3 overstappen. Indien nodig wordt begeleiding vergoed.
Algemeen aanvullende opmerkingen voor OV •
Peildatum voor de leeftijd is 1 augustus.
•
Indien twijfel bestaat over de mogelijkheden van de leerling om met het openbaar vervoer te reizen (zelfstandig of met begeleiding) kan advies worden opgevraagd over de medische beperkingen van de leerling met betrekking tot reizen met het openbaar vervoer.
•
Uitgaan van OV9292, tenzij het aantal overstappen verminderd kan worden door de inzet van de fiets als voor- en/of natransport, waarbij alleen de kosten van de goedkoopste rit worden vergoed.
Artikel 9b. Fietsvergoeding
Beleidsregels leerlingenvervoer 2014
5
Uitwerking van de artikelen 10 lid 2 en 17 lid 3 Verordening Leerlingenvervoer 2014 Onderstaande tabel geeft niet aan of een leerling in aanmerking komt voor leerlingenvervoer. Er wordt enkel en alleen aangegeven wat van een leerling voor wat betreft het vervoer per fiets mag worden verwacht. Fietsvergoeding
t/m 10 jaar
Primair onderwijs
Fietsen tot maximaal 10
Speciaal
Voortgezet
(basis) onderwijs
speciaal onderwijs
Fietsen tot maximaal
-
kilometer, 10
eventueel
met
eventueel
kilometer, met
begeleiding. Voor de
begeleiding. Voor de
daadwerkelijk
daadwerkelijk af te
af
te
leggen afstand door leggen afstand door
Vanaf 11 jaar Voortgezet
de leerling wordt de
de leerling wordt e
individuele
individuele
situatie
situatie
beoordeeld.
beoordeeld.
Fietsen tot maximaal
Fietsen tot maximaal
10 km.
10 km.
-
-
onderwijs
Zelfstandig tot maximaal 10
km,
eventueel
met
begeleiding. Algemeen aanvullende opmerkingen •
Peildatum voor de leeftijd is 1 augustus.
•
Van kinderen vanaf 11 jaar in het regulier basisonderwijs wordt verwacht dat zij kunnen fietsen als de afstand tot de school minder dan 10 km is, omdat ze in groep 7 verkeersles hebben gehad. Dit wordt gezien als voorbereiding op het voortgezet onderwijs.
•
Indien twijfel bestaat over de fietsmogelijkheden van de leerling kan advies worden opgevraagd over de medische beperkingen van de leerling met betrekking tot reizen met de fiets.
De fietsvergoeding bedraagt € 0,09 per afgelegde kilometer en is gebaseerd op de Reisregeling Binnenland. Indien begeleiding noodzakelijk is, wordt er tevens € 0,09 per afgelegde kilometer vergoed. Als dat bedrag uit de Reisregeling Binnenland wordt geïndexeerd, volgt de gemeente de hoogte van de Reisregeling Binnenland. Artikel 10. Autovergoeding Uitwerking van de artikelen 13 lid 2 en 19 lid 2 Verordening Leerlingenvervoer 2014 De autovergoeding bedraagt € 0,19 per kilometer voor zowel beladen kilometers (kilometers die de leerling aflegt) als onbeladen kilometers (kilometers die de begeleider aflegt zonder leerling). Beleidsregels leerlingenvervoer 2014
6
Artikel 11. (Medisch) advies bij aanvraag ten behoeve van gehandicapte leerling Uitwerking van de artikelen 9 lid 4 en 16 lid 2 Verordening Leerlingenvervoer 2014 Bij aanvragen voor gehandicapte leerlingen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs wordt – indien nodig voor de beoordeling van de aanvraag – advies ingewonnen bij een door het college aangewezen onafhankelijke (medisch) adviseur. Ouders dienen aan het onderzoek mee te werken. Het onderzoek kan zich beperken tot een onderzoek van het (medisch) dossier, maar kan bijvoorbeeld ook een bezoek aan de (medisch) adviseur inhouden. Ter beoordeling dienen de aanvragers recente en relevante documenten te overleggen, met betrekking tot de problematiek van het kind. Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel. Deze beleidsregels treden in werking met ingang van 1 augustus 2014 en kunnen worden aangehaald als ‘Beleidsregels leerlingenvervoer 2014’.
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 15 juli 2014. de secretaris,
de burgemeester,
drs. G. W. T. van Balkom
drs. J.W.M.M.J. Hessels
Beleidsregels leerlingenvervoer 2014
7