Begroting Westrom 2025
Tekst van het document
BEGROTING 2025
1
Inhoudsopgave
Aanbiedingsbrief 1.
Directieverslag ........................................................................................................................ 4 1.1 Inleiding ................................................................................................................................ 4 1.2 Algemeen .............................................................................................................................. 4 1.3 Onderzoek van nieuw eigenaarschap .................................................................................... 5 1.4 Ontwikkeling dienstverlening ............................................................................................... 6 1.5 Invulling functie algemeen directeur..................................................................................... 6 1.6 Behoud infrastructuur sociale ontwikkelbedrijven ............................................................... 6 1.7 Meerjarenbegroting ............................................................................................................... 7 1.8 Vier pijlers ............................................................................................................................. 9 1.9 Tot Slot ................................................................................................................................ 11 2.
Beleidsbegroting.................................................................................................................... 12 2.1 Programmaplan ................................................................................................................... 12 2.2 Paragrafen............................................................................................................................ 13 3. Financiële begroting .............................................................................................................. 20 3.1 Baten en lasten .................................................................................................................... 20 3.2 Grondslagen ........................................................................................................................ 21 3.3 Toelichting baten en lasten .................................................................................................. 21 3.4 Financiële positie................................................................................................................. 22 3.5 Meerjarenraming ................................................................................................................. 25 4 Bijlagen .................................................................................................................................
27 4.1 Gemeentelijke tabellen ........................................................................................................ 27
Adresgegevens: Westrom De Hanze 1 Postbus 1117 6040 KC Roermond Kamer van Koophandel 14114157
Telefoon E-mail Website Facebook
(0475) 389898 info@westrom.nl www.westrom.nl facebook.com/westromNL
2
Betreft Datum
: Aanbiedingsbrief conceptbegroting 2025 : 19 maart 2024
Hierbij bied ik u de conceptbegroting van Westrom aan voor het jaar 2025. Deze begroting is opgesteld conform de regels van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De conceptbegroting bestaat uit een directieverslag (hoofdstuk 1), een beleidsbegroting (hoofdstuk 2) en een financiële begroting (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 2 bevat een diepere financiële analyse o.a. over de financiering van Westrom. Ik verzoek u deze conceptbegroting via de in de Gemeenschappelijke Regeling Westrom voorgeschreven procedure ter vaststelling door te leiden naar het algemeen bestuur. Een concept vaststellingsbesluit wordt op 19 juni 2024 aan de vergadering van het algemeen bestuur van Westrom voorgelegd. Besluitvormingsprocedure De besluitvormingsprocedure met betrekking tot de Begroting 2025 is als volgt: -
26 maart 2024
:
-
3 april 2024 4 april 2024
: :
-
10 juni 2024
:
-
12 juni 2024 14 juni 2024
: :
-
19 juni 2024
:
-
11 september 2024 : 11 september 2024 :
Bespreking van de conceptbegroting met de beleidsambtenaren van de deelnemende gemeenten; Bespreking van de conceptbegroting in het dagelijks bestuur; Verzending van de conceptbegroting voor zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten; Uiterste ontvangstdatum van de zienswijzen van de raden van de deelnemende gemeenten; Behandeling van de ontvangen zienswijzen in het dagelijks bestuur; Het DB stelt de raden schriftelijk in kennis van zijn oordeel over de ingediende zienswijzen; Behandeling van de conceptbegroting en vaststelling in het algemeen bestuur; Vaststelling van de conceptbegroting door het algemeen bestuur; Verzending van de vastgestelde Begroting 2025 aan het college van Gedeputeerde Staten en aan de deelnemende gemeenten.
Begin 2024 is er een onderzoek opgestart naar de opzet van een MensOntwikkelBedrijf (MOB) door gemeente Roermond, waarbij tevens onderzocht wordt of de overname van Westrom daarin plaats kan vinden. Aangezien we niet vooruit kunnen lopen op de uitkomsten van dit onderzoek, is deze primaire begroting 2025 opgesteld uitgaande van een ongewijzigde dienstverlening van Westrom aan de vijf deelnemende gemeenten. In de voorliggende begroting bedraagt de Gemeentelijke Bijdrage in 2025 in totaal € 1.380.000, kortom een daling van -/- € 50.000 ten opzichte van de Gemeentelijke Bijdrage in de Herziene Begroting 2024. De Rijksbijdrage 2025 daalt in absolute zin wederom t.o.v. 2024, maar vanwege landelijke volumeinzichten stijgt – uitgaande van een gelijkblijvend subsidieregime - ook in 2025 het subsidiebedrag per Wsw-fte. Evenals in voorgaande begrotingen hebben we het subsidiebedrag naar het prijspeil van het begrotingsjaar (hier: 2025) gebracht. Beide effecten zorgen ervoor dat er vanaf 2025 een positief Wswsubsidieresultaat gebudgetteerd wordt. Graag ben ik bereid om deze conceptbegroting 2025 nader toe te lichten. Stefano Elias algemeen directeur
3
1. Directieverslag 1.1 Inleiding Op het moment dat dit verslag wordt geschreven, is het maart 2024. We doen een poging om een beeld van de toekomst te krijgen, maar realiseren ons direct dat dit een onmogelijke opgave is. Zo had niemand in 2007 voorspeld dat er een wereldwijde financiële crisis zou ontstaan, waar het bankensysteem bijna aan onderdoor is gegaan. Hetzelfde geldt voor het Coronavirus, waarvan niemand in 2018 had voorspeld dat er een wereldwijde lockdown zou ontstaan en de economie tot stilstand werd gebracht. Het zijn dit soort onverwachte gebeurtenissen die niet voorspelbaar zijn, maar een enorme impact hebben op onze maatschappij. En die effecten zijn nog altijd voelbaar. Iedereen merkt bij de dagelijkse boodschappen dat er flinke prijsstijgingen zijn. Ook bedrijven zullen steeds meer moeite krijgen om kapitaal aan te trekken door de sterke rentestijgingen. Kortom, een begroting 2025 opstellen voor Westrom is in deze hectische tijd nog niet zo eenvoudig. De strategienota die in 2017 is vastgesteld voor de periode 2018 – 2020 in combinatie met de verbetermaatregelen voor 2020 - 2024 uit het onderzoek van Robert Capel vormen nog steeds de basis voor het opstellen van begroting 2025. We gaan hierbij uit van voortzetting van de huidige dienstverlening totdat er besluiten genomen zijn over de verdere toekomst van Westrom.
Bestuur en directie van Westrom hebben met elkaar en met de deelnemende gemeenten als ‘partners in participatie’, de volgende drie doelstellingen in de strategienota geformuleerd: 1. Uitvoeren van de re-integratie in gezamenlijkheid 2. Succesvol invullen van (beschutte) werkplekken 3. Ontwikkelen van medewerkers middels (zo regulier mogelijk) werk In paragraaf twee vindt u basisinformatie over Westrom, waarna in paragraaf drie beknopte informatie over het onderzoek naar nieuw eigenaarschap van Westrom verstrekt wordt. Paragraaf vier gaat dieper in op de ontwikkeling van de dienstverlening binnen Westrom, terwijl paragraaf vijf de invulling van de functie algemeen directeur nader toelicht. In paragraaf zes wordt het landelijk standpunt omtrent het belang van het behoud van de infrastructuur van de sociale ontwikkelbedrijven nader uiteengezet. In paragraaf zeven wordt de meerjarenbegroting toegelicht, waarna in paragraaf acht ingegaan wordt op de verdeling van de begroting naar 4 pijlers. Tot slot volgt in paragraaf negen een kort slotwoord.
1.2 Algemeen Westrom is een uitvoeringsorganisatie van en voor de gemeenten Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Roermond. Onze deelnemende gemeenten mogen en moeten van ons eisen dat de uitvoering plaatsvindt binnen de gestelde sociale en financiële kaders. Zoals bekend staat Westrom op beide vlakken voor serieuze uitdagingen. De recente kostenontwikkelingen hebben deze uitdagingen vergroot. Westrom voert voor alle deelnemende gemeenten de volledige Wsw uit. Daarnaast worden ook taken uitgevoerd voor de Participatiewet zijnde beschut werk, PW-ers met loonkostensubsidie (LKS) en Re-Integratie activiteiten. De volgende kaders zijn voor ons relevant: -
De Wsw kent geen nieuwe instroom meer. Mensen die al een Wsw-plek hebben, behouden deze; De Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) kent eveneens nauwelijks nieuwe instroom meer. Criteria voor de mensen met een Wajong uitkering zijn aangescherpt; 4
-
-
-
De PW verplicht sinds 1 januari 2017 tot het aanbieden van beschut werk via een dienstbetrekking bij de gemeente of bij werkgevers. Gemeenten bepalen de verdere invulling zelf; De PW compenseert werkgevers door middel van een loonkostensubsidie voor het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer op basis van het minimumloon en de daadwerkelijke loonwaarde; De gemeenten kregen tot en met 2020 jaarlijks € 500,- minder per Wsw-medewerker. Het einde van deze bezuinigingsmaatregel en de hoger dan verwachte uitstroom van Wsw-medewerkers zorgen voor een dalend subsidietekort; In de voorliggende Begroting 2025 zijn de effecten van de afbouw van de Wsw-populatie, in combinatie met de voorspelbare uitstroom, verwerkt.
Wij hebben en houden de overtuiging dat ieder mens talenten heeft die het verdienen te worden ontwikkeld en te worden benut. Onze bijdrage hieraan is mensen arbeidsfit maken of houden. Wij brengen mensen werknemersvaardigheden bij (o.a. tijdig aanwezig zijn, solliciteren, conflicthantering) en werken in nauwe samenwerking met de klantmanager van de gemeente aan het oplossen van problemen in andere leefgebieden zodat de slaagkans op de arbeidsmarkt zo groot mogelijk is. Wij blijven erop gericht om elke medewerker zo regulier mogelijk aan de slag te helpen, waarbij we streven naar een zo hoog mogelijke loonwaarde. Voor onze Wsw-medewerkers doen wij dit zowel intern als extern. Intern door een grote diversiteit aan activiteiten met verschillend niveau van complexiteit en uitdaging, extern met behulp van detacheringsconstructies. Ook voor PW-medewerkers die wij niet in vaste dienst kunnen nemen, dragen wij maximaal bij aan het verhogen van hun kans om blijvend deel uit te maken van de arbeidsmarkt. Een van de werkwijzen die wij hierbij toepassen is mensen een tijdelijk contract geven en detacheren bij een reguliere werkgever. Via die constructie kunnen werkgever en werknemer elkaar leren kennen. Waar dit niet leidt tot een vaste baan bij de werkgever, levert het in elk geval werkervaring op.
De belangrijkste resultaten voor wat betreft de reïntegratie-activiteiten zijn niet zichtbaar in de administratie van Westrom, maar treden op bij de gemeenten. Het resultaat van de inzet van de diverse reïntegratie-producten is namelijk (gedeeltelijke) uitstroom uit de bijstand. Er is niet alleen sprake van het bereiken van een sociale doelstelling (een inwoner krijgt werk), maar ook een financieel effect omdat de uitgaven voor de bijstand dalen.
1.3 Onderzoek van nieuw eigenaarschap Het dagelijks bestuur heeft in januari 2024 de ambitie uitgesproken te onderzoeken of de bedrijfsactiviteiten van Westrom overgenomen kunnen worden door de gemeente Roermond. Het college van B&W van de gemeente Roermond heeft het besluit genomen een mensontwikkelbedrijf te willen opzetten. Onderzocht wordt of Westrom een onderdeel kan vormen van het nog te ontwikkelen mensontwikkelbedrijf van de gemeente Roermond. Op dit moment bevinden we ons in de onderzoeksfase. Als het onderzoek leidt tot een positief onderhandelingsresultaat tussen de 5 gemeenten, dan zou Westrom per 1-1-2025 eigendom kunnen worden van de gemeente Roermond. Op verzoek van het dagelijks bestuur heeft de algemeen directeur van Westrom Robert Capel ingehuurd om te onderzoeken of en onder welke voorwaarden een overdracht van eigendom kan plaatsvinden. Een mogelijke overdracht van eigendom kan een effect hebben op de voorliggende primaire begroting 2025. Aangezien het op dit moment nog onzeker is of het onderhandelingsresultaat leidt tot een overname, zullen we daar in deze begroting niet op vooruitlopen. 5
1.4 Ontwikkeling dienstverlening In 2023 zijn door het management van Westrom gesprekken gevoerd met diverse stakeholders over de (verbetering van de) dienstverlening. Dat heeft tot een nieuw dienstverleningsconcept geleidt: • Waarom? Iedereen doet mee en is nodig in onze samenleving. • Hoe? Iedere dag ontwikkelen we de talenten van inwoners integraal met creatieve Maatwerkoplossingen. • Wat? We bieden en begeleiden bij alle vormen van werk en wat daarvoor nodig is. In 2024 wordt door de medewerkers van Westrom verder gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit en de inhoud van de dienstverlening. Daarbij realiseren we ons dat iedere gemeente een goede dienstverlening wenst. Dat geldt zowel bij een eigenaarschap als bij een inkooprelatie. Echter, we hebben op dit moment nog geen beeld van de inhoud van het te ontwikkelen mensontwikkelbedrijf van Roermond en de mogelijke overname van Westrom. Dat is een grote onzekere factor met betrekking tot verdere invulling van de dienstverlening van Westrom.
1.5 Invulling functie algemeen directeur De algemeen directeur van Westrom heeft een interim opdracht tot 1 januari 2025. Daarna zal de opdracht eindigen zoals het er nu uit ziet. Dat betekent dat uw algemeen directeur een verslag schrijft over een periode waar hij naar alle waarschijnlijkheid geen onderdeel meer van zal uitmaken. De onzekerheden over de toekomst, het resultaat van het onderzoek over het toekomstig eigenaarschap van Westrom en de gewenste dienstverlening in de toekomst, maakt dat we op dit moment alleen kunnen kijken naar het heden en voor de nabije toekomst uitgaan van gelijkblijvende dienstverlening.
1.6 Behoud infrastructuur sociale ontwikkelbedrijven In 2023 is er in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Vereniging van Nederlandse gemeenten en Cedris een diepgaand onderzoek uitgevoerd naar de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. In reactie op dit rapport is er een een aantal oplossingsrichtingen uitgewerkt voor een toekomstbestendige infrastructuur voor sociaal ontwikkelbedrijven. De minister van SZW onderstreept hierbij het belang van gelijke kansen voor iedereen om mee te doen op de arbeidsmarkt. In deze opgave spelen sociaal ontwikkelbedrijven een ontzettend belangrijke rol. Zij zorgen ervoor dat mensen die niet, of niet zonder meer bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen, toch een kans krijgen op de arbeidsmarkt. Dit is zeer waardevol, aldus de minister. Behoud van de huidige infrastructuur is van belang om te voorkomen dat de kansen op werk/ondersteuning voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt verminderen. De minister kondigt dan ook aan dat vanaf 2025 over een periode van 10 jaar in totaal 330 miljoen euro beschikbaar komt om de inrichting en de positionering van de sociaal ontwikkelbedrijven toekomstbestendig te maken. Op welke manier dit geld beschikbaar komt wordt nog uitgewerkt.
Wel is duidelijk dat het een eenmalig transformatiebudget betreft, waarmee gemeenten worden gestimuleerd om concrete plannen te maken en uit te voeren. In de periode vanaf 2025 blijft van het incidentele budget 34,7 miljoen structureel beschikbaar. Dit is bedoeld voor de invulling van 10.000 extra banen binnen sociaal ontwikkel bedrijven. Hoewel er in het huidige demissionaire kabinet inhoudelijke overeenstemming is over de extra middelen, vindt de formele besluitvorming hierover plaats bij de voorjaarsbesluitvorming in juni. Volgens het ministerie van SZW is dit naar verwachting een formaliteit. 6
1.7 Meerjarenbegroting De meerjarenbegroting is de resultante en financiële weergave van alle activiteiten van Westrom zijnde de uitvoering van de Wsw, PW, beschut Werk en re-integratie. Begroting 2025
2026
2027
2028
Toegevoegde waarde
8.789.000
8.429.000
8.053.000
7.681.000
Loonkosten regulier
-5.641.000
-5.596.000
-5.429.000
-5.488.000
Overige kosten
-5.090.000
-5.135.000
-5.168.000
-5.179.000
Gemeentelijke bijdrage
530.000
530.000
530.000
530.000
Operationeel resultaat
-1.412.000
-1.772.000
-2.014.000
-2.456.000
Loonkosten Wsw
-20.991.000
-19.212.000
-17.549.000
-16.128.000
Subsidies Wsw
21.398.000
20.061.000
19.004.000
17.793.000
Subsidieresultaat Wsw
407.000
849.000
1.455.000
1.665.000
Kosten Begeleid Werken
-394.000
-376.000
-367.000
-372.000
Subsidies Wsw
962.000
917.000
896.000
906.000
Resultaat Begeleid Werken
568.000
541.000
529.000
534.000
Loonkosten PW
-770.000
-782.000
-794.000
-806.000
Loonkostensubsidie PW
258.000
262.000
266.000
270.000
Begeleidingsvergoeding PW
202.000
202.000
202.000
202.000
Subtotaal PW
-310.000
-318.000
-326.000
-334.000
Loonkosten BuW
-1.688.000
-1.714.000
-1.739.000
-1.765.000
Loonkostensubsidie BuW
1.182.000
1.200.000
1.218.000
1.236.000
Begeleidingsvergoeding BuW
527.000
527.000
527.000
527.000
Subtotaal BuW
21.000
13.000
6.000
-2.000
Overige baten en lasten
-100.000
-100.000
-100.000
-100.000
Gemeentelijke bijdragen Wsw
850.000
800.000
470.000
700.000
Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten
24.000
13.000
20.000
7.000
9.913.000
9.868.000
9.701.000
9.760.000
Kosten van overhead
Operationeel resultaat Sinds enkele jaren zien we in de realisatie een negatief operationeel resultaat, dat de komende jaren verder oploopt. De dalende toegevoegde waarde vanwege de krimpende doelgroep in combinatie met hoge inflatie, het aandeel vaste kosten en het feit dat de rek eruit is als het gaat om kostenbesparingen, maakt dat het operationeel resultaat verder daalt. In onze sector en dus ook voor Westrom blijft de belangrijkste uitdaging het managen van de toegevoegde waarde en de effecten hiervan op het operationeel resultaat. De uitstroom is elk jaar hoger dan begroot, de instroom is jaarlijks lager dan begroot en de groep die start is zwakker dan de groep die uitstroomt. Dit leidt tot een vergrijzing en verzwakking van de populatie met als gevolg dat de toegevoegde waarde steeds verder onder druk staat. 7
Dit ondanks de prijsstijging die Westrom bij haar klanten heeft doorgevoerd die in lijn lag met de inflatiecijfers. Gezien de hoge inflatie leidt de terugloop van de toegevoegde waarde in combinatie met de gestegen bedrijfskosten (o.a. reguliere loonkosten, energie en huur pand) ook in 2025 tot een verdere daling van het operationeel resultaat. De komende jaren monitoren wij deze ontwikkeling. Indien nodig zetten wij – in overleg met het DB - de opgebouwde krimpvoorziening in om eventuele verliezen op te vangen. We lichten dit nader toe in de bijlage onder de opzet van het 4-pijler model. Het is een landelijk gegeven dat de Wsw-uitstroom zich beduidend sneller ontwikkelt dan oorspronkelijk verwacht; de volumedaling van de Wsw initieel (start Participatiewet) wijkt af van de realisatiecijfers. Dit heeft ook een positieve uitwerking, namelijk een gunstiger subsidieresultaat. We zien dat in Den Haag het besef toeneemt dat behoud van sociale ontwikkelbedrijven van belang is, maar dat vraagt ook om het beschikbaar stellen van middelen. Op korte termijn ontstaan anders opnieuw oplopende financiële tekorten. Nu moeten gemeenten de tekorten financieren hetgeen - begrijpelijk - leidt tot terughoudendheid. Onze zorg is dat bestaande arbeidsplekken ingevuld door Wsw-medewerkers behouden blijven voor de diverse doelgroep-medewerkers, nu onder gebracht in de Participatiewet.
Westrom bevindt zich qua kosten op het gemiddelde niveau van de sector. Het overgrote deel van de kostenstijgingen doet zich in de hele sector voor waarmee Westrom niet afwijkt van de trend. Wat betreft de reguliere personeelsbezetting zien we al enkele jaren een stapsgewijze daling, die meebeweegt met de krimpende bezetting.
Subsidieresultaat In het verleden zijn wij en u vaak verrast door onverwachte bijstellingen in het beschikbare budget voor de uitvoering van de Wsw. Deels komt dit door de complexe systematiek van het P-budget als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen en deels door ondoorzichtige prognoses van het gemeentelijke budget op basis van het zogenoemde ‘blijfkansenmodel’. Van belang is ons te realiseren dat landelijke volumeontwikkelingen serieus van invloed zijn op het beschikbaar bedrag per standaardeenheid (SE). Deze effecten zijn verdisconteerd in de jaarlijkse circulaires (mei/september), waardoor het subsidiebedrag per SE zich de komende jaren gunstig ontwikkelt. Dit heeft een positief effect op het bedrijfsresultaat. Dit geldt voor iedere gemeente, ongeacht het aandeel in het landelijk budget. Sinds enkele jaren hebben wij de effecten van het gunstigere Wsw-subsidieresultaat zo reëel mogelijk in de begroting verwerkt, dit geldt ook voor de begroting 2025. De subsidie uit de meest recente circulaire wordt door ons op het prijsniveau van het begrotingsjaar gebracht, door dezelfde indexering toe te passen, die ook op de SW-loonkosten toegepast wordt. Als gevolg hiervan verwachten wij geen grote bijstellingen in het gepresenteerde subsidieresultaat bij het bekend worden van toekomstige circulaires. Wel zien wij een risico t.a.v. de indexering van de loonkosten.
Verwacht mag worden dat de vakbonden blijven vragen om hogere lonen gezien de lastige financiële situatie waarin veel van onze doelgroepmedewerkers zich bevinden. We hebben rekening gehouden met 2,5% in 2024 en 2,5% in 2025. Mochten de cao-afspraken hoger uitvallen, dan heeft dat een beperkt negatief effect op het subsidieresultaat, omdat de SW-subsidies dan ten opzichte van de begroting - naar verwachting - ook hoger uit zullen vallen.
8
We gaan ervan uit dat het huidige SW-subsidieregime en de onderliggende berekeningssystematiek voor de komende jaren gehandhaafd blijft. Dit is een kanttekening die we hier willen plaatsen en een uitgangspunt dat we in de risicoparagraaf op willen nemen. Indien (toekomstige) bezuinigingsmaatregelen door het Rijk, een verlaging van de SW-subsidie-uitkering tot gevolg mocht hebben, heeft dit - als vanzelfsprekend - direct consequenties op de geschetste hoogte van de gemeentelijke bijdragen om tot een sluitende begroting te komen. Verder is er landelijk aangekondigd dat er in de nabije toekomst incidentele rijksmiddelen beschikbaar worden gesteld voor de infrastructuur van de sociale ontwikkelbedrijven (zie paragraaf 1.6). Hiermee is in voorliggende begroting geen rekening gehouden, omdat de hoogte van deze middelen pas bekend worden gemaakt in (toekomstige) circulaires.
Subtotaal PW en BuW Het financiële resultaat van de pijlers PW en BuW op basis van de integrale verdeelsystematiek is terug te vinden in het 4-pijler model (zie paragraaf 1.8). Westrom wil zo goed mogelijk inzicht geven in de loonkosten van alle type medewerkers en neemt daarom deze subtotalen zichtbaar op in de begroting. We kiezen ervoor om de netto loonkosten (loonkosten -/- loonkostensubsidie) van resp. de doelgroep PW en BuW in de resultatenrekening van Westrom zichtbaar te maken. Tegenover deze netto loonkosten, staat het streven naar een minimaal even hoge detacheringsvergoeding of toegevoegde waarde uit werk. De dekkingsbijdrage van resp. PW en BuW wordt hier gepresenteerd hetgeen optelt tot een Subtotaal PW / BuW. Deze dekkingsbijdragen zijn ter dekking van de begeleidingskosten en doorberekende bedrijfs- en overheadkosten aan resp. de pijler PW en de pijler BuW. Sinds 2022 zijn deze separate tarieven geïntroduceerd, waardoor de gemeentelijke bijdragen evenredig zijn verlaagd. Ten opzichte van kalenderjaar 2024 zijn deze tarieven voor het jaar 2025 met 5% geïndexeerd, naar resp. € 6.300 (PW) per persoon en € 8.925 (BuW) per persoon. Wellicht ten overvloede, het bieden van een werkplek of een tijdelijke baan aan mensen die nu geen werk hebben, is een van de doelstellingen van Westrom en draagt bij aan de uitstroom van mensen uit de bijstand.
Dit heeft een positief effect op de begroting van gemeenten.
1.8 Vier pijlers Sinds de begroting 2021 is de indeling in de vier pijlers inzichtelijk gemaakt. De vier pijlers dienen: Als inzicht in de begrotings- en verantwoordingscyclus hoe de activiteiten en financiën zijn verdeeld naar de verschillende doelgroepen. Als basis om te beoordelen wat een passende vergoeding is voor de nieuwe doelgroepen, zodat voor Westrom naast afspraken over de uitvoering Wsw een (marktconforme) dekkende financiering ontstaat voor de uitvoering van overige taken. Omdat gemeenten verschillende beleidskeuzes maken en er sprake is en kan zijn van een verschillende intensiteit per gemeente waarmee van deze diensten gebruikt wordt gemaakt, is extra van belang dat de berekeningswijze gebaseerd is op objectieve criteria die vooraf zijn vastgelegd. Deze integrale verdeelsystematiek is bij de introductie ervan afgestemd met zowel Robert Capel als het DB van Westrom.
9
In onderstaand 4-pijler model zien we de uitkomsten voor de Begroting 2025: Samenvatting 4-pijler-model PB2025
Wsw
BuW
PW
Re-Int
Totaal
Toegevoegde waarde
6.399.000
661.000
438.000
1.291.000
8.789.000
Rechtsstreeks toewijsbare kosten
-1.471.000
-189.000
-45.000
-40.000
-1.745.000
Totaal doorbelastingen
-6.280.000
-689.000
-238.000
-1.248.000
-8.455.000
Resultaat na doorbelastingen
-1.352.000
-217.000
155.000
3.000
-1.411.000
Loonkosten Wsw
-20.991.000
-20.991.000
Subsidies Wsw
21.398.000
21.398.000
Subsidieresultaat Wsw
407.000
407.000
Kosten Begeleid Werken
-394.000
-394.000
Subsidies Wsw
962.000
962.000
Resultaat Begeleid Werken
568.000
568.000
Loonkosten PW
-770.000
-770.000
Loonkostensubsidie PW
258.000
258.000
Dekkingsbijdrage PW
202.000
202.000
Subtotaal PW
-310.000
-310.000
Loonkosten BuW
-1.688.000
-1.688.000
Loonkostensubsidie BuW
1.182.000
1.182.000
Dekkingsbijdrage BuW
527.000
527.000
Subtotaal BuW
21.000
21.000
Overige baten en lasten
-100.000
-100.000
Gemeentelijke bijdragen Wsw
850.000
850.000
Resultaat
373.000
-196.000
-155.000
3.000
0
0
0
0
0
373.000
-196.000
-155.000
3.000
25.000
Onttrekking uit reserves Resultaat na onttrekking uit reservers
25.000
De pijlers zijn als volgt gedefinieerd: 1. WSW (aantallen medewerkers WSW-fte’s met dienstverband) 2. Beschut (aantallen medewerkers met indicatie beschut in fte’s met dienstverband) 3. PW-LKS (aantallen PW-medewerkers met LKS in fte’s met dienstverband) 4. Re-integratie en overige activiteiten in het kader van de P-wet (trajecten e.d. zonder dienstverband) Vanaf het jaar 2022 is – conform bestuursbesluit - een dekkingsbijdrage voor de doelgroepen PW en BuW in de begroting opgenomen, waardoor de Gemeentelijke Bijdrage verlaagd kon worden. Voor de jaren 2022 en 2023 was de hoogte van de dekkingstarieven vastgesteld op € 6.900 per persoon (PW) en € 7.700 per persoon (BuW). Op basis van voortschrijdend inzicht zijn deze tarieven voor het jaar 2024 vastgesteld op resp. € 6.000 per persoon (PW) en resp. € 8.500 per persoon (BuW). Uit de Cedris-benchmark over 2022 is gebleken dat de bij Westrom gevraagde tarieven per persoon voor zowel PW-ers als BuW-ers boven het landelijk gemiddelde liggen. Om de tariefstelling voor 2025 niet verder uit de pas te laten lopen met het landelijk gemiddelde is ervoor gekozen om een indexatie van 5% toe te passen op de tarieven van 2024. Dit betekent dat in de primaire begroting 2025 gerekend is met dekkingstarieven van resp. € 6.300 per persoon (PW) en resp. € 8.925 per persoon (BuW).
Bij de pijler Re-integratie wordt in de primaire begroting 2025 uitgegaan van een verhoging van de lumpsumbedragen met 13%. Dit is een inhaalindexatie, omdat deze bedragen sinds de oorspronkelijke aanvang van deze systematiek nooit geïndexeerd zijn.
10
1.9 Tot Slot Sinds enkele jaren is de wereld waarin wij leven flink veranderd. De coronapandemie zorgde voor veel onzekerheid en vroeg ongelofelijk veel flexibiliteit van onze organisatie maar vooral van onze doelgroepmedewerkers. Waar we hadden gehoopt inmiddels weer in stabiel vaarwater te komen nu de pandemie in Nederland verslagen is, tekent zich helaas een andere realiteit af. Ook Westrom wordt financieel serieus geraakt door de effecten van de hoge inflatie. Desondanks is het positieve vooruitzicht in de voorliggende begroting dat de gemeentelijke bijdrage de komende jaren redelijk stabiel blijft. We hebben zo goed mogelijk een inschatting gemaakt van de kostenstijgingen en de inflatie vanaf 2025 weer genormaliseerd. Of de werkelijkheid zich zo gaat voltrekken, is maar zeer de vraag. Waar wij invloed kunnen uitoefenen om de financiële situatie te verbeteren, zullen wij dit uiteraard doen.
Al onze medewerkers werken, ondanks de onzekere tijden, hard en enthousiast aan de verdere ontwikkeling van de dienstverlening, waarbij de begeleiding van de aan ons toevertrouwde inwoners van Echt-Susteren, Leudal, Maasgouw, Roerdalen en Roermond voorop staat. Uiteraard realiseren we ons hoe belangrijk het voor elke gemeente is om dit tegen acceptabele kosten te doen. Wij blijven met u in gesprek over zowel onze sociale als financiële opdracht.
11
2. Beleidsbegroting1 2.1 Programmaplan 2.1.1.
Baten en lasten
In onderstaande tabel zijn de baten en lasten van het programma vermeld. In de financiële begroting zijn deze baten en lasten verder gespecificeerd en toegelicht.
Jaarrekening 2023
Herziene Begroting 2024
Begroting 2025
Totaal baten
36.703.272
35.613.000
35.602.000
Totale lasten Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten
-36.210.692
-36.196.000
-35.578.000
492.580
-583.000
24.000
Mutatie reserves Gerealiseerd / geraamd resultaat
2.1.2.
583.000 492.580
0
24.000
Algemene dekkingsmiddelen
In onderstaande tabel zijn de inkomsten van deelnemende gemeenten en Rijk in beeld gebracht.
Jaarrekening 2023
Herziene Begroting 2024
Begroting 2025
Rijksbijdrage Wsw
22.648.739
22.511.000
22.360.000
Loonkostensubsidie
1.247.747
1.361.000
1.440.000
Dekkingsbijdragen PW/BuW Gemeentelijke bijdrage Gemeentelijke bijdrage infrastructuur
2.1.3.
667.807
677.000
729.000
1.050.000
900.000
850.000
530.000
530.000
530.000
Overhead
De kosten van overhead ter uitvoering van het primaire proces van het programma zijn als volgt begroot:
Kosten van overhead
2.1.4.
Jaarrekening 2023
Herziene Begroting 2024
Begroting 2025
9.186.000
9.904.000
9.913.000
Vennootschapsbelasting
Het standpunt dat de Gemeenschappelijke Regeling Westrom inzake de vennootschapsbelasting inneemt, is dat er geen sprake is van een belastingplicht inzake de vennootschapsbelasting. Het overleg hierover met de belastingdienst heeft geleid tot de bevestiging dat Westrom een beroep kan doen op de subjectvrijstelling van artikel 5 (zgn. SW-vrijstelling). Westrom is vrijgesteld van vennootschapsbelasting.
1
Deze cijfers zijn gebaseerd op de jaarrekening 2023, de herziene begroting 2024 en de conceptbegroting 2025.
12
2.2 Paragrafen 2.2.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Bij het weerstandsvermogen wordt de mate bepaald waarin Westrom in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat het om een beleidswijziging vraagt. Dit vermogen hangt af van de middelen waarover Westrom beschikt om niet begrote kosten te dekken en kent de onderdelen: Weerstandscapaciteit Risico’s Weerstandscapaciteit versus risico’s Kengetallen Weerstandscapaciteit Bij het beoordelen van mogelijke financiële gevolgen voor Westrom is het financiële weerstandsvermogen van belang. Dit betreft de vrij besteedbare reserves; reserves waaraan door het algemeen bestuur een bestemming is gegeven worden hier niet in meegenomen. Het verloop van de reserves is als volgt:
Jaarrekening 2023 Prognose 2024 Prognose 2025 Algemene reserve
1.400.000
1.400.000
1.400.000
Egalisatiefondsreserve
1.745.079
2.237.659
1.654.659
Gerealiseerd / geraamd resultaat Totaal
492.580
-583.000
24.000
3.637.659
3.054.659
3.078.659
In de Regeling verdeling van baten en lasten Westrom is vastgelegd dat de hoogte van de algemene reserve maximaal gelijk mag zijn aan de som van de gekwantificeerde risico's. Het meerdere van een eventueel exploitatieoverschot komt vervolgens ten goede aan het egalisatiefonds. Dit fonds kent een maximum van 20% van het balanstotaal in betreffend boekjaar. Bij een exploitatietekort wordt het tekort eerst gedekt vanuit het egalisatiefonds. Is dit fonds niet toereikend dan wordt het tekort verder gedekt uit de algemene reserve tot het niveau van het weerstandsvermogen is bereikt. Een groter tekort wordt aangevuld door de deelnemende gemeenten conform de verdeling zoals deze is vastgelegd in de Regeling. Westrom kent tevens een bestemmingsreserve voor personele verplichtingen van € 0,42 miljoen. De bestemmingsreserve corona is door het bestuur omgezet naar een inflatie-reserve van de inflatie van € 0,61 miljoen. Risico’s Risico’s die de financiële positie van Westrom kunnen beïnvloeden dienen in beeld te zijn. Hierbij gaat het om risico’s welke niet of nauwelijks in te schatten zijn of welke gezien het kostenaspect niet afgedekt kunnen worden. Risico’s die afgedekt zijn door middel van voorzieningen of verzekeringen vallen hier niet onder.
13
De volgende risico’s worden onderkend: Bedrijfsvoering Een inventarisatie van de risico’s in de bedrijfsvoering bij de operationele divisies van Westrom levert een gekwantificeerd risico op van € 0,90 miljoen. Dit risico wordt veroorzaakt door mogelijk tegenvallende omzetten, die niet of onvoldoende kunnen worden gecompenseerd. Inflatierisico Sinds enkele jaren bevinden we ons in onzekere tijden, waarin de inflatie-component onvoorspelbaar is. Hiertoe heeft Westrom sinds 2022 een inflatiereserve gevormd, die ultimo 2023 ca. € 611.000 bedraagt. Deze opgebouwde inflatie-reserve is bedoeld om toekomstige inflatie-tegenvallers op te vangen. Indien de afwijkingen materieel zijn wordt door Westrom na het uitbrengen van de primaire begroting – op basis van voortschrijdend inzicht zowel aan de kosten- als de opbrengstzijde – een herziene begroting uitgebracht. Momenteel is het voornemen om medio april 2024, gelijktijdig met het uitbrengen van Primaire Begroting 2025, ook een Herziene Begroting 2024 uit te brengen. Rijksbeleid De begroting laat een oplopend overschot zien bij het subsidieresultaat Wsw bij ongewijzigd Rijksbeleid met betrekking tot de beschikking stelling van subsidiegelden Wsw. Dit beleid is mogelijk aan verandering onderhevig. Hiervoor nemen we als financieel risico additioneel een bedrag van € 0,50 miljoen op.
Deelnemingen In 2023 heeft Westrom Groen BV de schuld, die zij aan GR Westrom had, volledig terugbetaald en is deze onderneming eveneens formeel opgeheven bij de Kamer van koophandel. Dit betekent dat we geen risico t.a.v. de deelnemingen opnemen in deze risicoparagraaf. Omzetbelasting en loonheffing In het kader van horizontaal toezicht is Westrom sinds enkele jaren in overleg met de belastingdienst over de opzet van een Tax Control Framework en het bijbehorende monitoringplan, waarbij onder andere risico’s met betrekking de omzetbelasting en loonheffing tot de aandachtspunten behoren. We zijn verheugd om te vermelden dat Westrom in februari 2023 het horizontaal toezicht convenant met de belastingdienst voor een periode van drie jaar heeft kunnen verlengen. Het totaal van de gekwantificeerde risico’s bedraagt in 2024 € 1,4 miljoen. Weerstandscapaciteit versus risico’s Uit de boven aangegeven risicoanalyse blijkt dat de weerstandscapaciteit in 2025 voldoende is om de geïnventariseerde risico’s op te vangen.
Kengetallen Netto schuldquote/ Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Deze quote wordt berekend door de vaste schulden, de netto-vlottende schulden en de overlopende passiva op te tellen en de financiële vaste activa (exclusief deelnemingen), uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar, liquide middelen en de overlopende activa ervan af te trekken. Het resultaat wordt gedeeld door het gerealiseerde totaal saldo van de baten. Een netto-schuldquote van 100% betekent dat de schuldenlast de omvang heeft van een jaaromzet.
14
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre Westrom de financiële verplichtingen (betalingen) aan verschaffers van vreemd vermogen (leningen) kan nakomen. De solvabiliteitsratio wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het balanstotaal van alle activa. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan welke structurele ruimte de organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten.
2026
2027
2028
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Jaarrekening 2023 Prognose 2024 Prognose 2025 -15,9%
-14,8%
-15,0%
-16,0%
-17,2%
-18,1%
-15,9%
-14,8%
-15,0%
-16,0%
-17,2%
-18,1%
Solvabiliteitsratio
51,3%
46,5%
47,0%
47,4%
48,0%
48,3%
Structurele exploitatieruimte
0,4%
-1,6%
0,1%
0,0%
0,1%
0,0%
Kengetallen
Beoordeling verhouding kengetallen ten opzichte van de financiële positie Een netto schuldquote tot 100% wordt als goed beoordeeld, erboven niet meer. Een negatieve uitkomst betekent dat er geen netto-schuld is. De verwachting voor 2025 is een continuering van dit beeld. Westrom voldoet aan de norm. De solvabiliteit wordt in deze als voldoende beoordeeld bij een waarde tenminste tussen de 25% en 40%. Westrom voldoen aan de norm. De structurele exploitatieruimte wordt als toereikend gezien als er sprake is van een positieve waarde. De verwachte negatieve waarden in 2024 hangt samen met gedaalde toegevoegde waarde en gestegen kosten ten gevolge van de inflatie. Het tekort wordt gemitigeerd vanuit de reserves. Met ingang van 2025 keert Westrom terug naar een genormaliseerde situatie met een klein positief resultaat. 2.2.2.
Onderhoud kapitaalgoederen
Voor 2024 zijn geen beheerplannen ten behoeve van groot onderhoud opgenomen. 2.2.3.
Financiering
Treasury beleid Op 1 juli 2011 heeft het algemeen bestuur het Treasury statuut vastgesteld. Dit statuut geeft de kaders aan waarbinnen Westrom het financieringsbeleid uitvoert en met voorkomende financieringsrisico’s omgaat 2. Ontwikkeling De liquiditeitspositie van Westrom is in 2023 gestegen ten opzichte van de 2022 (€ 1.246.976). Om in een eventuele liquiditeitsbehoefte te kunnen voorzien bestaat een rekeningcourant-overeenkomst met de Bank Nederlandse Gemeenten. Risicobeheer Het renterisico kent de begrippen kasgeldlimiet en rente-risiconorm.
2
De kaders die hieraan ten grondslag liggen zijn vastgelegd in de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden en RUDDO (Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden).
15
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet dient om de risico’s van korte termijnschulden te beperken en grote fluctuaties in de rentelasten te vermijden. Daartoe wordt de werkelijke vlottende schuld getoetst aan een percentage van de omvang van de lasten. Dit percentage (8,20%) is per ministeriële regeling vastgesteld. Uit de tabel blijkt dat Westrom voldoet aan de gestelde eisen. Begroting
Begroting
Q1
Realisatie 2023 Q2
Q3
Q4
2024
2025
Omvang van de lasten (grondslag)
35.811
35.811
35.811
35.811
36.196
35.578
% toegestane kasgeldlimiet
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
Toegestane kasgeldlimiet
2.937
2.937
2.937
2.937
2.968
2.917
Omvang vlottende korte schuld
532
327
245
371
1.000
1.000
Vlottende middelen
4.304
4.387
6.144
5.476
2.000
5.000
Netto vlottende middelen
3.772
4.061
5.899
5.105
1.000
4.000
Toegestane kasgeldlimiet
2.937
2.937
2.937
2.937
2.968
2.917
Netto vlottende middelen
3.772
4.061
5.899
5.105
1.000
4.000
Kasgeldruimte
6.708
6.997
8.836
8.042
3.968
6.917
(bedragen x € 1.000)
Rente-risiconorm De renterisiconorm dient om de risico’s van de lange termijnschuld te beperken door spreiding van de looptijden van leningen. Hierdoor werken veranderingen in de rente vertraagd door op de rentelasten. In een jaar mogen de herfinancieringen als gevolg van aflossingen en renteherziening gezamenlijk niet meer dan 20% van het begrotingstotaal per 1 januari bedragen. De norm wordt berekend door dit percentage te nemen van de totale vaste schuld per 31-12. Dit percentage is per ministeriële regeling vastgesteld. Uit onderstaande tabel blijkt dat Westrom voldoet aan de gestelde eisen. Realisatie
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
Netto renteherziening op vaste schuld
0
0
0
Netto nieuw aangetrokken vaste schuld
0
0
0
Betaalde aflossingen
0
0
0
Herfinanciering
0
0
0
Renterisico op vaste schuld
0
0
0
Stand van de vaste schuld per 31 december
0
0
0
Ministerieel vastgesteld %
20%
20%
20%
Renterisiconorm (minimum € 2.500)
2.500
2.500
2.500
Renterisiconorm
2.500
2.500
2.500
0
0
0
2.500
2.500
2.500
Renterisico op vaste schuld Ruimte (+) / Overschrijding (-) (bedragen x € 1.000)
16
2.2.4.
Bedrijfsvoering
Westrom kent de operationele divisie Bedrijven en de operationele divisie Arbeidsontwikkeling bestaande uit de teams Re-integratie (incl. Diagnose) en Ontwikkeling. Daarnaast heeft Westrom de ondersteunende stafdiensten Sociale Zaken, Financiën & Informatievoorziening en Facilitaire Zaken. De divisie Bedrijven biedt een (beschutte) werkplek aan diegenen die (nog) niet op de reguliere arbeidsmarkt kunnen functioneren. Begin 2022 is de organisatievorm aangepast waarbij de mens ook in de structuur centraal is gepositioneerd. Daardoor ligt er nog meer focus op het ontwikkelen van de medewerkers. Door middel van een grote diversiteit aan werksoorten en werkvormen bieden wij onze medewerkers een breed scala aan mogelijkheden om via passend werk te participeren en stappen te maken in hun persoonlijke ontwikkeling. Team Re-integratie heeft als doel om de deelnemer in een re-integrati-traject of de deelnemer die uitgevallen is op zijn huidige werkplek, zo snel mogelijk weer inzetbaar te krijgen op een zo regulier mogelijke werkplek of participatieplek. Aan de hand van leerdoelen en begeleiding door de consulent op de leerwerkplek maken we een start richting duurzame plaatsing.
Team Ontwikkeling heeft als doel om duurzame plaatsingen van de gedetacheerde deelnemers alsook deelnemers bij externe werkgevers met loonkostensubsidie te realiseren en bovendien de inzetbaarheid van deelnemers te behouden en te ontwikkelen. De stafdiensten houden zich bezig met personeelsbeleid, financiën, informatievoorziening en facilitaire zaken. Zij ondersteunen daarmee de organisatie bij de uitvoering van de kerntaken.
17
2.2.5.
Verbonden partijen
Stichtingen Aan de Gemeenschappelijke Regeling Westrom zijn twee stichtingen gelieerd. Het dagelijks bestuur van Westrom vormt het bestuur; de algemeen directeur van Westrom voert de directie. De Stichting Bevordering Werkgelegenheid, Roermond Deze in 1990 opgerichte stichting is in het leven geroepen om private en publieke middelen gescheiden te houden. Via deze stichting kan (tijdelijk) personeel op basis van het Burgerlijk Wetboek worden aangetrokken. Daarnaast kan deze stichting projecten ondersteunen die de werkgelegenheid bij Westrom kunnen bevorderen.
Stichting Bevordering Werkgelegenheid ultimo 2023 Eigen vermogen € 107.081 Vreemd vermogen € 259.135 Resultaat 2023 €0
ultimo 2022 € 107.081 € 234.366
De Stichting Baanmobiel, Roermond Deze in 1997 opgerichte stichting is in 2001 aan de Gemeenschappelijke Regeling Westrom gelieerd. De stichting vervult louter de rol van formeel werkgever voor de PW-ers die na 18 juni 2017 een arbeidsovereenkomst hebben gekregen.
Stichting Baanmobiel Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat 2023
ultimo 2023 € 4.474 €0
ultimo 2022 € 4.474 €0
€0
18
Besloten Vennootschappen De Gemeenschappelijke Regeling Westrom is 100% aandeelhouder van Westrom Holding BV; Westrom Groen BV is een 100% dochtermaatschappij van Westrom Holding BV. Westrom Holding BV, Roermond Met instemming van de raden van de deelnemende gemeenten en onder goedkeuring van het College van Gedeputeerde Staten van Limburg heeft de Gemeenschappelijke Regeling Westrom op 24 juni 2010 de besloten vennootschap Westrom Holding opgericht.
Westrom Holding BV Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat 2023
ultimo 2023 € 89.956 €0
ultimo 2022 € 629.717 €0
€ 8.239
Westrom Groen BV, Roermond Op 9 december 2013 is de besloten vennootschap Westrom Groen BV opgericht. Deze BV is per 1 januari 2014 toegetreden tot het bestaande samenwerkingsverband tussen Risse Cultuurtechniek BV en Vebego Wsw-activiteiten IV BV. Vanaf 1 januari 2014 opereerden zij als VOF onder de naam RisseWestrom Groen, tegenwoordig Prio Verve Groen. In onderling overleg hebben de vennoten besloten om Prio Verve Groen met ingang van 31 december 2018 te ontbinden. Zoals bekend heeft Westrom Groen BV tussen 2018 en 2021 tijdelijk voor drie gemeenten de functie van het groenbedrijf uitgevoerd. Met ingang van 2022 is de groenactiviteit van de gemeente Roermond overgegaan naar Groen & Doen BV. De administratieve afwikkeling van Westrom Groen BV is in 2023 afgerond en de BV is opgeheven.
Westrom Groen BV Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat 2023
ultimo 2023 €0 €0
ultimo 2022 € 10.825 € 1.374.619
€ 8.446
.
19
3.
Financiële begroting 3.1 Baten en lasten 3.1.1.
Overzicht baten en lasten
Jaarrekening 2023
Herziene Begroting 2024
Begroting 2025
Toegevoegde waarde
8.899.949
8.775.000
8.789.000
Loonkosten regulier
-5.607.555
-5.640.000
-5.641.000
Overige kosten
-4.945.316
-5.078.000
-5.090.000
Gemeentelijke bijdrage
530.000
530.000
530.000
Operationeel resultaat
-1.122.922
-1.413.000
-1.412.000
Loonkosten Wsw
-21.848.030
-21.823.000
-20.991.000
Subsidies Wsw
21.798.693
21.633.000
21.398.000
Subsidieresultaat Wsw
-49.337
-190.000
407.000
Kosten Begeleid Werken
-352.348
-375.000
-394.000
Subsidies Wsw
850.046
878.000
962.000
Resultaat Begeleid Werken
497.698
503.000
568.000
Loonkosten PW
-723.857
-735.000
-770.000
Loonkostensubsidie PW
242.510
251.000
258.000
Begeleidingsvergoeding PW
211.994
192.000
202.000
Subtotaal PW
-269.353
-292.000
-310.000
Loonkosten BuW
-1.431.656
-1.586.000
-1.688.000
Loonkostensubsidie BuW
1.005.237
1.110.000
1.182.000
Begeleidingsvergoeding BuW
455.813
485.000
527.000
Subtotaal BuW
29.394
9.000
21.000
Overige baten en lasten
357.100
-100.000
-100.000
1.050.000
900.000
850.000
492.580
-583.000
24.000
9.186.000
9.904.000
9.913.000
Gemeentelijke bijdragen Wsw Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten Kosten van overhead
20
3.2 Grondslagen Onderstaande uitgangspunten waarop de begroting is gebaseerd, zijn bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de financiële overzichten.
De realisatie van circa 512 fte’s arbeidsovereenkomsten Wsw van de deelnemende gemeenten en de realisatie van circa 23 fte’s Begeleid Werken; Uitbesteding re-integratieactiviteiten door gemeenten op tenminste het bestedingsniveau van 2023; Uitbesteding te plaatsen beschut werk door gemeenten binnen de kaders van de Participatiewet; Een begeleidingsvergoeding van € 8.925 per persoon BuW en € 6.300 per persoon PW; Een (inhaal-)indexatie van de lumpsumbedragen vanaf 2025 met 13%; Ten behoeve van prognose prijspeil 2025, hanteren we een indexering 2,5% voor prijspeil 2024 en 2,5% voor prijspeil 2025 op de loonkosten Wsw (al verdisconteerd is een stijging van 3,8% eind 2023) ten opzichte van 2023, waarbij het personeelsverloop gerelateerd wordt aan pensioen en 2% extra uitstroom; De te ontvangen Rijksbijdrage Wsw wordt begroot op basis van de Septembercirculaire 2023 geïndexeerd met resp. 3,8%, 2,5% en 2,5% ter compensatie van (verwachte) stijgingen loonkosten Wsw gedurende de jaren 2023 tot en met 2025; Een gemeentelijke bijdrage van € 850.000 ter gedeeltelijke dekking van het exploitatietekort; Een gemeentelijke bijdrage van € 530.000 voor de infrastructuur; Een indexering van de reguliere loonkosten o.b.v. het CAO SGO 2024 (effectief 5,2% in 2024) en jaarlijks 2% (2025 tot en met 2028); Het lage-inkomensvoordeel (LIV) of het loonkostenvoordeel (LKV) vervalt met ingang van 2025.
3.3 Toelichting baten en lasten Toegevoegde waarde Onder de toegevoegde waarde zijn de opbrengsten geraamd van de operationele activiteiten van Westrom, verminderd met de direct aan deze opbrengsten toe te rekenen kosten. Deze activiteiten bestaan uit industriële werkzaamheden in de divisie Bedrijven, detacheringen via de divisie Arbeidsontwikkeling in het reguliere bedrijfsleven en re-integratietrajecten in het kader van de Participatiewet. Subsidies De subsidies bestaan uit de door de gemeenten doorbetaalde Rijkssubsidie Wsw, de loonkostensubsidies op de PW’ers en BuW’ers en de dekkingsbijdragen BuW en PW. Gemeentelijke bijdrage De totale gemeentelijke bijdrage Wsw wordt binnen Westrom uitgesplitst naar gemeentelijke bijdrage voor de infrastructuur (€ 530.000) en een gemeentelijke bijdrage overig ter dekking van het exploitatietekort van de pijler Wsw. Loonkosten De loonkosten bestaan uit de loonkosten voor de Wsw-, PW- en Buw-medewerkers en de reguliere medewerkers die werkzaam zijn bij Westrom. Bij de doelgroep PW en BuW wordt rekening gehouden met het terug te ontvangen ziekengeld op basis van de ervaringscijfers van het afgelopen jaar. Overige kosten De overige kosten worden gevormd door de kosten voor de infrastructuur en diverse kosten. 21
3.4 Financiële positie 3.4.1. EMU-saldo Het exploitatiesaldo (i.e. het saldo van de rekening van baten en lasten) waar decentrale overheden mee werken is een saldo in “baten-lasten” termen. Voor het EMU-saldo zijn echter alleen de transacties met derden relevant. Om het EMU-saldo vanuit het exploitatiesaldo van gemeenten te berekenen moeten correcties worden doorgevoerd. Enerzijds moet het exploitatiesaldo worden gecorrigeerd voor lasten en baten die geen transacties met derden betreffen, zoals afschrijvingen en dotaties aan de voorzieningen. Dit zijn immers lasten die niet tot daadwerkelijke uitgaven leiden. Deze worden dus verwijderd. Anderzijds moet het exploitatiesaldo worden gecorrigeerd voor transacties met derden die niet in de exploitatie zijn opgenomen, zoals investeringen in de (im-)materiële vaste activa die direct op de balans worden geactiveerd en/of mutaties in de voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen. Deze worden toegevoegd.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Mutatie (im)materiële vaste activa Mutatie voorzieningen
Jaarrekening 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
492.581
-583.000
24.000
157.475
-37.000
-43.000
0
0
0
Mutatie voorraden
-50.143
13.729
0
EMU-saldo
385.249
-559.729
67.000
EMU-norm Volgens het Groei- en Stabiliteitspact voor euro-voerende landen mag het tekort van de overheid niet boven 3% van het bruto binnenlands product (bbp) en de schuld van de overheid niet boven 60% van het bbp uitkomen. Is dit wel het geval dan moet de overheid inspanningen verrichten om het tekort en/of de schuld te verlagen. Wanneer het EMU-saldo > € 0 is, is Westrom GR geen onderdeel van het landelijk tekort. Vanaf 2025 is het EMU-saldo van Westrom weer positief als gevolg van het positieve exploitatiesaldo. 3.4.2. Verplichtingen jaarlijks terugkerende arbeidskosten Volgens de voorschriften van het BBV dient aandacht besteed te worden aan de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. In dit kader volgt hier een opsomming van de niet uit de balans blijkende jaarlijkse verplichtingen voor wat betreft vakantiegeld en vakantiedagen. Voor het niet-gesubsidieerd personeel geldt dat vanaf 2017 geen vakantiegeld verplichtingen meer ontstaan doordat opbouw en uitkering plaatsvinden in hetzelfde boekjaar.
22
Wsw-medewerkers. Deze verplichting kent het volgende verloop: Bedragen in euro's
Realisatie 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Vakantiegeld
820.675
808.000
748.000
Vakantiedagen
443.000
436.000
404.000
1.263.675
1.244.000
1.152.000
Totaal
PW-medewerkers. Deze verplichting kent het volgende verloop: Bedragen in euro's
Realisatie 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Vakantiegeld
97.200
98.000
102.000
Vakantiedagen
25.000
25.000
26.000
Totaal
122.200
123.000
128.000
Niet-gesubsidieerd personeel. Deze verplichting kent het volgende verloop: Bedragen in euro's
Realisatie 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Vakantiedagen
289.000
294.000
283.000
Totaal
289.000
294.000
283.000
3.4.3.
Verloop Vaste activa € € € € € € €
842.409 150.000 187.000 805.409 150.000 193.000 762.409
€ € € € €
0 0 0 0 0
Algemene reserve Deze reserve is opgebouwd ter dekking van het benodigde weerstandsvermogen. Stand per 31 december 2023 € 2024: € Stand per 31 december 2024 € 2025: € Stand per 31 december 2025 €
1.400.000 0 1.400.000 0 1.400.000
Boekwaarde per 31 december 2023 Prognose Investeringen 2024 Prognose Afschrijvingen 2024 Boekwaarde per 31 december 2024 Prognose Investeringen 2024 Prognose Afschrijvingen 2024 Boekwaarde per 31 december 2025 3.4.4.
-/-
Verloop Financiering
Stand per 31 december 2023 Aflossing 2024 Stand per 31 december 2024 Aflossing 2025 Stand per 31 december 2025 3.4.5.
-/-
-/-/-
Ontwikkeling eigen vermogen
23
Egalisatiefonds Dit fonds wordt (tot aan het maximum) opgebouwd door de gerealiseerde exploitatieresultaten. Het geprognotiseerde negatieve resultaat 2024 wordt gedekt door het egalisatiefonds. Stand per 31 december 2023 € 1.745.079 2024: Resultaat 2023 € 492.580 Stand per 31 december 2024 € 2.237.659 2025: Resultaat 2024 -/€ 583.000 Stand per 31 december 2025 € 1.654.659 Bestemmingsreserve personele verplichtingen Deze reserve is in het verleden gevormd voor de verplichtingen ten aanzien van het vakantiegeld en de vakantiedagen van het niet-gesubsidieerd personeel. M.i.v. 2017 (vanwege invoering IKB) is deze reserve bestemd voor de vakantiedagen van het niet gesubsidieerd personeel. Stand per 31 december 2023 € 420.000 2024: € 0 Stand per 31 december 2024 € 420.000 2025: € 0 Stand per 31 december 2025 € 420.000 Bestemmingsreserve inflatie Het dagelijks bestuur heeft op 15 februari 2023 besloten om de ultimo boekjaar 2022 aanwezige coronareserve te hernoemen in inflatiereserve. Stand per 31 december 2023 € 611.367 2024: € 0 Stand per 31 december 2024 € 611.367 2025: € 0 Stand per 31 december 2025 € 611.367
Samenvattend ziet het verloop van het eigen vermogen er als volgt uit: Jaarrekening 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Algemene reserve
1.400.000
1.400.000
1.400.000
Egalisatiefondsreserve
1.745.079
2.237.659
1.654.659
Bestemmingsreserves
1.031.367
1.031.367
1.031.367
492.580
-583.000
24.000
4.669.026
4.086.026
4.110.026
Gerealiseerd / geraamd saldo Totaal
24
3.5 Meerjarenraming 3.5.1. Meerjarenraming Programmarekening
Begroting 2025
2026
2027
2028
Toegevoegde waarde
8.789.000
8.429.000
8.053.000
7.681.000
Loonkosten regulier
-5.641.000
-5.596.000
-5.429.000
-5.488.000
Overige kosten
-5.090.000
-5.135.000
-5.168.000
-5.179.000
Gemeentelijke bijdrage
530.000
530.000
530.000
530.000
Operationeel resultaat
-1.412.000
-1.772.000
-2.014.000
-2.456.000
Loonkosten Wsw
-20.991.000
-19.212.000
-17.549.000
-16.128.000
Subsidies Wsw
21.398.000
20.061.000
19.004.000
17.793.000
Subsidieresultaat Wsw
407.000
849.000
1.455.000
1.665.000
Kosten Begeleid Werken
-394.000
-376.000
-367.000
-372.000
Subsidies Wsw
962.000
917.000
896.000
906.000
Resultaat Begeleid Werken
568.000
541.000
529.000
534.000
Loonkosten PW
-770.000
-782.000
-794.000
-806.000
Loonkostensubsidie PW
258.000
262.000
266.000
270.000
Begeleidingsvergoeding PW
202.000
202.000
202.000
202.000
Subtotaal PW
-310.000
-318.000
-326.000
-334.000
Loonkosten BuW
-1.688.000
-1.714.000
-1.739.000
-1.765.000
Loonkostensubsidie BuW
1.182.000
1.200.000
1.218.000
1.236.000
Begeleidingsvergoeding BuW
527.000
527.000
527.000
527.000
Subtotaal BuW
21.000
13.000
6.000
-2.000
Overige baten en lasten
-100.000
-100.000
-100.000
-100.000
Gemeentelijke bijdragen Wsw
850.000
800.000
470.000
700.000
Gerealiseerd / geraamd totaal saldo van baten en lasten
24.000
13.000
20.000
7.000
9.913.000
9.868.000
9.701.000
9.760.000
Kosten van overhead
3.5.2.
Toelichting
Op basis van de op dit moment bekend zijnde informatie is een meerjarenraming voor de jaren 2025 tot en met 2028 opgesteld. Bij het opstellen van deze raming is rekening gehouden met een uitstroom Wsw op basis van pensioen en 2% extra. Voor de jaren 2025 en volgende is het niveau PW en BuW constant gehouden (basis = niveau Januari 2024), omdat de daadwerkelijke instroomcijfers niet bekend zijn.
25
3.5.3
Eigen vermogen
Stand per primo
Prognose 2025
2026
2027
2028
4.086.026
4.110.026
4.123.026
4.143.026
Mutaties reserves Saldo Stand per ultimo
3.5.4
24.000
13.000
20.000
7.000
4.110.026
4.123.026
4.143.026
4.150.026
Prognose 2025
2026
2027
2028
24.000
13.000
20.000
7.000
-43.000
-58.000
-61.000
-42.000
0
0
0
0
EMU-saldo
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Mutatie (im)materiële vaste activa Mutatie voorzieningen Mutatie voorraden EMU-saldo
0
0
0
0
67.000
71.000
81.000
49.000
26
4
Bijlagen
4.1 Gemeentelijke tabellen De volgende tabellen geven inzichten, onderverdeeld naar gemeenten. 4.1.1.
Totale gemeentelijke bijdrage per gemeente 2025
2026
2027
2028
Echt-Susteren
232.892
225.224
172.251
206.297
Leudal
230.542
223.023
178.630
211.185
Maasgouw
167.542
160.406
126.646
154.670
Roerdalen
167.339
156.735
117.653
144.427
Roermond
581.685
564.612
404.819
513.421
Totaal
1.380.000
1.330.000
1.000.000
1.230.000
Met ingang van 2019 wordt het aandeel gemeentelijke bijdrage huisvesting à € 530.000 verdeeld conform een vaste verdeelsleutel (inwoners per gemeente peildatum 1-1-2017 = eind 2016). De resterende gemeentelijk bijdrage wordt verdeeld naar rato van de loonsom Wsw-ers van het voorbije jaar. 4.1.2.
Prognose FTE Wsw inclusief Begeleid Werken per gemeente 2025
2026
2027
2028
Echt-Susteren
82,1
73,8
66,8
60,8
Leudal
75,2
70,2
64,5
61,1
Maasgouw
57,2
55,1
51,9
46,7
Roerdalen
66,7
60,9
57,2
54,8
Roermond
253,6
232,0
211,4
196,4
Totaal
534,7
492,0
451,8
419,8
4.1.3.
Bijdrage ten behoeve van financiering Wsw uit participatiebudget per gemeente 2025
2026
2027
2028
Echt-Susteren
3.241.000
3.034.000
2.835.000
2.589.000
Leudal
3.112.000
2.939.000
2.790.000
2.680.000
Maasgouw Roerdalen Roermond
2.524.000
2.474.000
2.420.000
2.239.000
2.757.000
2.615.000
2.467.000
2.411.000
10.726.000
9.916.000
9.388.000
8.780.000
Totaal
22.360.000
20.978.000
19.900.000
18.699.000
De Rijkssubsidie Wsw is - met als basis Septembercirculaire 2023 - naar prijspeil 2025 gebracht.
27
4.1.4.
Subsidiesaldo Wsw per deelnemende gemeente.
Subsidiesaldo Wsw resultaten per gemeente gebaseerd op de begrote loonkosten en de te ontvangen geprognotiseerde Rijkssubsidie. Subsidiesaldo Wsw arbeidsovereenkomsten 2025
Loonkosten Wsw 2025
Subsidie Wsw arbeidsovereenkomsten 2025
Subsidie Wsw Begeleid Werken 2025
Echt-Susteren
3.300.000
3.107.000
134.000
3.241.000
Leudal
2.908.000
2.900.000
212.000
3.112.000
-8.000
Maasgouw
2.260.000
2.417.000
107.000
2.524.000
157.000
Subsidie Wsw 2025
-193.000
Roerdalen
2.416.000
2.467.000
290.000
2.757.000
51.000
Roermond
10.107.000
10.507.000
219.000
10.726.000
400.000
Totaal
20.991.000
21.398.000
962.000
22.360.000
407.000
4.1.5.
Onderbouwing krimpvoorziening per deelnemende gemeente.
In BJ2020 is € 651.000 gedoteerd aan de krimpvoorziening. In BJ2021 is € 558.000 gedoteerd aan de krimpvoorziening (o.b.v. gerealiseerde krimp gemiddeld aantal Wsw-FTE's BJ2021 versus BJ2020). Daarnaast is in BJ2021 een bedrag van € 437.432 gedoteerd aan de krimpvoorziening (= besluit resultaatsbestemming BJ2020 medio BJ2021) In BJ2022 is € 563.000 gedoteerd aan de krimpvoorziening (o.b.v. gerealiseerde krimp gemiddeld aantal Wsw-FTE's BJ2022 versus BJ2021). Totaal saldo krimpvoorziening ultimo BJ2022 = € 2.209.432 Conform het bestuursbesluit op 10 juni 2021, werd de dotatie aan de krimpvoorziening voorlopig stilgelegd met ingang van begroting 2023. Dus in BJ2022 werd voor de laatste keer gedoteerd aan de krimpvoorziening.
28
4.1.6.
Overzicht van toegerekende baten en lasten per pijler.
Samenvatting 4-pijler-model PB2025
Wsw
BuW
PW
Re-Int
Totaal
Toegevoegde waarde
6.399.000
661.000
438.000
1.291.000
8.789.000
Rechtsstreeks toewijsbare kosten
-1.471.000
-189.000
-45.000
-40.000
-1.745.000
Totaal doorbelastingen
-6.280.000
-689.000
-238.000
-1.248.000
-8.455.000
Resultaat na doorbelastingen
-1.352.000
-217.000
155.000
3.000
-1.411.000
Loonkosten Wsw
-20.991.000
-20.991.000