Begroting 2026
Tekst van het document
Klantgerichtheid, Kwaliteit, Kostenefficiency, Kwetsbaarheidsmindering De directie heeft de dagelijkse leiding en is eindverantwoordelijk voor SC-MER. Om continue te verbeteren en te innoveren met als missie “Pr☺fessionals in service dichtbij” stuurt de directie de organisatie ontwikkeling aan. Vanuit het programma bestuur en organisatie wordt tevens nadrukkelijk gestuurd op gezamenlijkheid. Opgaven voor de vier organisaties, worden gezamenlijk opgepakt, vaak onder de regie van SC-MER. Dit reduceert de ‘couleur locale’ vraagstukken in de uitvoering en draagt bij aan de kwaliteit, kostenefficiency en kwetsbaarheidsvermindering. “Scherp aan de wind varen” is hierbij nadrukkelijk als opdracht door de 3 gemeenten meegegeven en heeft continue de aandacht binnen SC-MER door o.a. kritisch te kijken naar procesverbeteringen, vacaturestellingen e.d. In 2026 zetten partijen hierin mogelijk samen een stap verder, omdat in 2025 in het DB uitgesproken is om ook over de 4 partners heen te bekijken welke mogelijke efficiency er nog te behalen is.
Pagina 45 van 67
Samenwerking in Partnerschap In 2024 heeft het DB er nadrukkelijk voor gekozen te focussen en te investeren op samenwerking in partnerschap, dit is ook in 2026 een speerpunt voor de directie. Dit betekent niet alleen iets voor de samenwerking tussen SC MER en de 3 MER gemeenten, maar ook zeker binnen SC MER. Thema’s meer integraal managen i.p.v. per domein zaken organiseren vraagt iets van alle betrokkenen en alle betrokken teams met bijzondere aandacht voor de verbetering van onderlinge samenwerking binnen de 3 teams bedrijfsvoering. Een voorbeeld van de investering in samenwerking in partnerschap is de in 2024 heringerichte P&C Cyclus gericht op: • Het komen tot gedragen besluitvorming • Verbetering van de samenwerking binnen MT SC MER • Verbetering van het partnerschap door onder andere gezamenlijke input en voorbereiding • Meer gezamenlijke sturing en betrokkenheid per domein • Voorspelbaarheid van de begroting • Duidelijkheid over verantwoordelijkheden In 2026 investeert SC MER met partners samen verder in de borging van de heringerichte structuur.
Andere opgaven voor de vier organisaties, worden ook steeds meer gezamenlijk opgepakt onder de regie van het SC-MER, in 2026 is SC MER zo ook trekker voor het gezamenlijk programma dienstverlening en de krachten van de 4 organisaties te bundelen om gezamenlijk in te kunnen spelen op een krappe arbeidsmarkt en een toekomstbestendige overheid.
5.3 Wat gaan we ervoor doen? • • • • • • • • • • • • •
Organisatie-ontwikkeling SC MER Opdrachtgever programma gezamenlijke dienstverlening/ regiegroep dienstverlening; Managen van het bestuurlijke besluitvormingsproces SC-MER; Kwaliteitstoets beslutivormingsvoorstellen Managen van het besluitvormingsproces over de vier organisaties bij bedrijfsvoering en dienstverlening thema’s; Strategische advisering bestuur; Algemene juridische ondersteuning; Facilitering van de Ondernemingsraad; Secretariële ondersteuning voor de OR; Regie op en coördinatie van de P&C cyclus SC-MER met als resultaat het opleveren van de kadernota 2027 (voorspelbaar en integraal) Controle van jaarrekening en jaarverslag Facilitering van de Ondernemingsraad; Secretariële ondersteuning voor de OR.
Pagina 46 van 67
5.4 Wat gaat dat kosten?
Bestuur & Organisatie
Accountantskosten Diverse uitgaven Fiscaliteiten juridisch advies Bureaukosten Communicatie Huur Huisvesting Loonkosten Bestuur & Organisatie OR budget Organisatieontwikkeling Verzekeringen
Begroting 2028
Begroting 2029
40.000
40.000
40.000
15.000 10.000 5.000
15.000 10.000 5.000
15.000 10.000 5.000
15.000 10.000 5.000
15.000 10.000 5.000
210.000 745.365 12.127 23.961 45.809
453.795 10.000 0 40.000
427.145 10.000 25.000 40.000
402.108 10.000 50.000 40.000
402.108 10.000 50.000 40.000
402.108 10.000 50.000 40.000
1.098.210
573.795
572.145
572.108
572.108
572.108
12.212
12.212
12.212
12.212
12.212
0
12.212
12.212
12.212
12.212
12.212
Totaal lasten
1.098.210
586.007
584.357
584.320
584.320
584.320
Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen
490.408 368.962 238.840
181.238 238.048 154.509
180.587 237.936 153.622
180.575 237.921 153.613
180.575 237.921 153.613
180.575 237.921 153.613
1.098.210
573.795
572.145
572.108
572.108
572.108
3.857 5.067 3.288
3.854 5.079 3.279
3.854 5.079 3.279
3.854 5.079 3.279
3.854 5.079 3.279
0
12.212
12.212
12.212
12.212
12.212
1.098.210
586.007
584.357
584.320
584.320
584.320
0
0
0
0
0
0
Huisvestingskosten Echt-Susteren
Totaal Bijdrage huisvesting
Begroting 2027
40.000
Totaal
Bijdragen
45.685 15.262
Begroting 2026
40.000
Totaal Huisvestingskosten
Begroting 2025 na wijzigingen t/m 2025-1
Realisatie 2024
Bestuur & Organisatie
Huisvestingskosten Maasgouw Huisvestingkosten Echt-Susteren Huisvestingskosten Roerdalen Totaal Totaal baten Saldo
Toelichting Onze lasten bestaan hoofdzakelijk uit personeelskosten: loonkosten, inhuurkosten, overige personeelskosten en organisatie ontwikkeling SC-MER. Onze baten bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten. De gemeentelijke bijdrage wordt bepaald op basis van de kostenverdeelsleutel.
Pagina 47 van 67
6 Paragrafen 6.1. Inleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de volgende paragrafen van de begroting en de jaarrekening verplicht gesteld (indien relevant). In de paragrafen worden de beheersmatige taken van de organisatie verder uitgewerkt. De verplichte paragrafen voor het Servicecentrum MER zijn: • Bedrijfsvoering; • Weerstandsvermogen en risicobeheer; • Onderhoud kapitaalgoederen; • Financiering; • Verbonden partijen. • Openbaarheid De paragrafen verbonden partijen, grondbeleid en lokale heffingen zijn niet relevant voor het Servicecentrum MER. Servicecentrum MER is voor de deelnemende gemeenten een verbonden partij, maar beschikt zelf niet over verbonden partijen waarover verantwoording dient te worden afgelegd. Het grondbeleid maakt deel uit van de kerntaken van de gemeenten en voor de uitvoering van de lokale heffingen maken de gemeenten gebruik van de diensten van BsGW.
6.2. Paragraaf bedrijfsvoering Het SC MER is een uitvoeringsorganisatie met als missie: “Pr☺fessionals in Service dichtbij.” In deze begroting hebben alle organisatie onderdelen: Omgevingsdienst, Sociaal Domein, Bedrijfsvoering (HRM, Financiën en Informatisering) en Bestuur en Organisatie, hun eigen programma. Deze programma’s bestaan grotendeels uit lasten en baten met betrekking tot personeel. Er zijn nagenoeg geen inhoudelijke lasten en baten. De teams HRM, Financiën en Informatisering leveren producten en diensten aan de drie gemeenten én aan het SC-MER. Het begrotingsprogramma bedrijfsvoering bestaat naast de lasten en baten met betrekking tot het personeel ook uit de inhoudelijke kosten op het gebied van informatisering en automatisering. Deze paragraaf spitst zich toe op de bedrijfsvoering van het SC-MER als geheel.
Missie Pr☺fessionals in Service dichtbij In het Servicecentrum werken we iedere dag opnieuw aan onze missie. Professionals krijgen en creëren ruimte om innovatief, efficiënt en effectief hun werk te doen. De professionals bij het Servicecentrum werken met plezier. Zij verlenen service aan de inwoners van de drie gemeenten, en aan de collega’s van de drie gemeenten én aan de collega’s van het Servicecentrum. Zij doen dit dichtbij, wat betekent dat ze betrokken en goed bereikbaar opereren, daarbij gebruik makend van de verschillende kanalen. De ontwikkeling, doorontwikkeling en innovatie in het SC-MER staat steeds in het licht van het bereiken van onze missie.
Pagina 48 van 67
6.3. Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer Risicomanagement In 2017 zijn de kaders voor risicomanagement vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De risico’s in het SC-MER worden enerzijds veroorzaakt door externe ontwikkelingen, zoals een toename van de vraag en liggen anderzijds aan de bedrijfsvoerings-kant. Risico’s als gevolg van beleidskeuzes en gemeentelijke projecten maken geen onderdeel uit van het risicomanagement van SC MER en zijn niet in deze paragraaf opgenomen. Het risicomanagementproces maakt onderdeel uit van de planning en control cyclus in het SC-MER. Risico-identificatie en classificatie zijn belangrijke onderdelen van dit proces. Dit gebeurt met behulp van de kans- en gevolg-klassen uit de onderstaande tabel.
Tabel: kans- en gevolgklassen Kans-klassen
Gevolg-klassen
Hoe waarschijnlijk is het dat het risico zich zal voordoen? Klein
Gemiddelde
Verwachte financiële omvang
Gemiddelde
20%
Als dit risico zich voordoet, wat zou het voor effect hebben op het realiseren van de doelstellingen van het Servicecentrum MER? Zeer laag
1-40%
< € 25.000
€ 12.500
Gemiddeld
40-60%
50%
Laag
€ 25.000 – € 100.000
€ 62.500
Groot
60-95%
80%
Gemiddeld
€ 100.000 - € 500.000
€ 300.000
Hoog
€ 500.000 - € 1000.000
€ 750.000
Zeer hoog
> € 1000.000
€ 1.500.000
Risico’s in 2026 We hebben de risico’s in beeld gebracht in onderstaande tabel. Voor elk risico is de kans dat het risico zich voordoet en de impact die het risico heeft ingeschat. Dit leidt tot een risicoscore die de basis vormt voor het benodigde weerstandsvermogen van SC-MER. De totale risicoscore voor 2026 bedraagt € 612.500. Dit is iets hoger dan afgelopen jaar, maar is aanzienlijk lager dan voorgaande jaren, omdat er veel meer beheersmaatregelen zijn ingericht. Wanneer we de risico’s in de tabel op de volgende bladzijde analyseren zien we dat ze zich hoofdzakelijk toespitsen op drie categorieën: (1) personeel (2) afhankelijkheden van derden en (3) het risico van beveiligingsincidenten.
Pagina 49 van 67
Risico
Beheersmaatregel
Frictiekosten Er kunnen onvoorziene loonkosten ontstaan, zoals frictiekosten die van te voren niet voorzien waren en medewerkers die op voorhand niet wilden deelnemen aan de RVU (conform cao), maar uiteindelijk wel willen deelnemen.
Impact Omgevingswet (OW) en Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) onduidelijk. De impact van de per 01-07-2024 in werking getreden Wet kwaliteitsborging voor het bouwen – met name mbt de personele consequenties – is nog niet duidelijk. En daarmee zijn ook de financiële gevolgen voor de begroting 2026 op dit onderdeel niet voldoende voorspelbaar. Een en ander is vooral het gevolg van de aanhoudende onduidelijkheid mbt (gedeeltelijke of volledige) invoering van de wetgeving. Door plaatsing bij de RUD kan het leiden tot een tekort aan capaciteit.
Kans
Impact
Risico Score
Klein
Groot
150.000
Gemiddeld
Laag
31.250
Groot
Laag
50.000
Groot
Laag
50.000
Ook de niet voorzienbare kosten opnemen in een voorziening, zoals de RVU. RVU-Rechthebbenden zijn in kaart gebracht en worden opgevolgd in het gebruik van dat recht zodat we daar ook in financieel opzicht zo veel mogelijk op kunnen anticiperen. Frictiekosten worden zoveel mogelijk beperkt door te sturen op kwaliteit en ontwikkeling van medewerkers en het bijbehorende loopbaanpad. We kunnen dit echter niet volledig uitsluiten.
• • •
Monitoren de impact van de wetgeving op het werk en op personele aspecten. In kaart brengen de impact op de functieboek en formatieplan. Sturen op inzet flexibele schil bij uitvoering UP’26 ter voorkoming van mogelijke frictiekosten
Inkomstenderving door afnemende vraag RUD academie Vraag van RUD-partners naar opleidingen van de RUD academie neemt af en schommelingen in opdrachten vanuit het RUD-netwerk met als gevolg dat de begroting SC-MER niet sluitend is. (Omgevingsdienst levert immers in RUDverband tegen betaling diensten aan andere gemeenten in de regio). Dit risico is groter dan gebruikelijk vanwege de ‘ergens’ in 2026 te vormen nieuwe robuuste RUD Limburg Noord. Vanaf dat moment vallen deze inkomsten in elk geval weg Gegevensonveiligheid
•
Het zich voordoen van gegevensveiligheid incidenten zoals datalekken, het onbewust onrechtmatig verwerken van gegevens of het optreden van beveiligingsincidenten zoals phishing, CEO-fraude of het onversleuteld versturen van vertrouwelijke informatie. Maatregelen kunnen nooit 100% incidenten voorkomen.
- Het uitvoeren van risicoanalyses op bestaande processen en systemen met een hoog risico op het gebied van gegevensveiligheid, en voorafgaand aan nieuwe ontwikkelingen in die processen en systemen. - Het nemen van technische en organisatorische maatregelen
• •
Sturen aan de kostenkant: vaste kostenstructuur op vast werkpakket. Sturen op relatiebeheer in RUD. Indien nodig (bijv. ivm start nieuwe RUD) middels begrotingswijziging inkomstenraming naar beneden aanpassen.
Pagina 50 van 67
Risico
Beheersmaatregel
Gegevensveiligheid incidenten hebben een sterk variërende mogelijke impact, van een onjuist geadresseerde brief tot een ransomware aanval die de volledige dienstverlening stillegt. Daarnaast kunnen toezichthouders ingrijpen d.m.v. boetes of verscherpt toezicht.
voortkomend uit deze risicoanalyses. - 100% veiligheid bestaat niet. - Integrale en MER-brede aanpak op het gebied van gegevensveiligheid.
Uitval ICT en Cyberincidenten (Langdurige) uitval (meer dan 8 uur) van ondersteunende applicaties, apparatuur en infrastructuur als gevolg van storingen, ernstige kwetsbaarheidsmeldingen of cybersecurityincidenten zoals hacks en ransomware. Hierdoor komen de dienstverlening en (wettelijke) termijnen in het gedrang.
-
Impact
Risico Score
Klein
Hoog
150.000
Gemiddeld
Gemiddel d
150.000
Gemiddeld
Laag
31.250
Preventieve ICT maatregelen ICT continuiteitsplannen Backup en herstel Mitigerende maatregelen naar aanleiding van risicoanalyses Redundant uitvoeren van verbindingen Geavanceerde detectieve maatregelen met geautomatiseerde logging analyse
Leveranciersafhankelijkheid software
Softwareleveranciers hebben vaak grote marktmacht. Dit uit zich op diverse manieren, zoals zeer hoge indexaties (>20%) op licentiekosten, software die niet voldoet aan de verwachtingen of inschrijving, oplopende doorlooptijden bij het leveren van ondersteuning of het uitbrengen van offertes, het onvoldoende leveren van inzet bij implementaties of het maken van aanpassingen, zoals bij het leggen van koppelingen in het complexe netwerk. De gevolgen van marktwerking drijft de kosten op.
Kans
- We zijn slechts beperkt in staat om maatregelen te nemen tegen de marktmacht van softwareleveranciers. - Contractmanagement is een discipline en vereist kennis, tijd en een structurele aanpak. Toepassen van de GIBIT voorwaarden die ons beschermen tegen hoge indexaties. sluiten meerjarige (4-5 jaar) contracten met leveranciers.
. Continuïteitsrisico door krapte op arbeidsmarkt Gebrek aan beschikbaarheid nieuwe medewerkers met voldoende specialistische en kennis. Dit doet zich steeds breder in de organisaties voor. Ook bij externe inhuur zijn al tekorten gebleken hetgeen de continuïteitsrisico’s vergroot en de kosten opdrijft.
- D.m.v. het project Toekomst Gericht Werkgeverschap werken we aan het behoud van onze medewerkers, een versterking van onze aantrekkingskracht en concurrentiepositie op de arbeidsmarkt. - Dat krijgt ook een plaats in ons beloningsbeleid
Pagina 51 van 67
Risico
Beheersmaatregel
Kans
Impact
Risico Score
- We gaan ons functiehuis meer strategisch inrichten op bredere inzet, doorgroeimogelijkheden, ingroeifuncties, ed. - D.m.v. een meer strategische personeelsplanning gaan we sterker anticiperen op de toekomstige personeelsbehoefte. - Onderzoeken hoe we aan onze opgaven kunnen voldoen met minder mensen. - Inzetten budget langdurig zieken voor tijdelijke inhuur. - Risico gestuurd keuzes maken in de uitvoering van het werk. Totaal
€ 612.500
Weerstandsvermogen Risicomanagement is doelgericht, gestructureerd, communicerend omgaan met risico’s. Een risico is een onzekere gebeurtenis met oorzaken, een kans van optreden en effecten op doelstellingen. Pas als een risico zich – ondanks de inspanningen op het gebied van risicomanagement- toch voordoet en negatieve gevolgen heeft voor het SC-MER, komt het weerstandsvermogen in beeld. Het weerstandsvermogen is het geheel van alle middelen en mogelijkheden waarover SC MER beschikt, om de gevolgen van niet begrote kosten te dekken zonder dat dit leidt tot aanpassing van het bestaand beleid. Hierbij zijn twee elementen belangrijk: • •
Hoeveel middelen zijn nodig om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen? Dit noemen we de benodigde weerstandscapaciteit. Hoeveel middelen zijn beschikbaar om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen? Dit noemen we de beschikbare weerstandscapaciteit.
Weerstandsvermogen= Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit In de kaders risicomanagement hebben we gekozen voor een weerstandsvermogen met de waardering ‘voldoende’. Een uitkomst van 1,0 betekent dat de organisatie precies genoeg geld heeft om de risico’s financieel af te dekken. Er wordt niet geopteerd voor een hogere waardering omdat dit zou impliceren dat de gemeente een te hoog deelnamebedrag betalen. Overigens staan de gemeenten op basis van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen garant voor het Servicecentrum. Onze inschatting van de risicoscore leidt tot een weerstandsvermogen van: Weerstandsvermogen= € 280.681 = 0,46 € 612.500
Pagina 52 van 67
Deze score betekent dat het weerstandsvermogen in 2026 onvoldoende is. Gelet op de bevindingen van de afgelopen jaren (door inzet van beheersmaatregelen was de financiële impact van risico’s in 2024 bijvoorbeeld € 0) hoeft hierop geen verdere actie ondernomen te worden.
Financiële kengetallen In onderstaande tabel is het verloop van de financiële kengetallen te zien die van toepassing zijn voor het Servicecentrum MER: de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte. In het BBV zijn ook kengetallen voorgeschreven voor de grondexploitatie en belastingcapaciteit. Beiden zijn niet van toepassing voor het Servicecentrum MER. Deze kengetallen zijn een grofmazig instrument om een uitspraak te kunnen doen over de financiële positie. Het betreft onderstaande kengetallen. In onderstaande tabel is het verloop van de financiële kengetallen te zien.
Financiële kengetallen Kengetal
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 2028
Begroting 2029
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
0,3%
1,2%
1,2%
1,2%
1,2%
1,2%
0,3%
1,2%
1,2%
1,2%
1,2%
1,2%
Solvabiliteitsratio
3,0%
2,7%
2,7%
2,7%
2,7%
2,7%
Structurele exploitatieruimte
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Structurele exploitatieruimte
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van het Servicecentrum MER ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, worden bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is én wat dat betekent voor de schuldenlast. De MER heeft geen leningen en rentelasten en aflossingen drukken dus ook niet op de exploitatie. Zowel de netto schuldquote alsook de quote gecorrigeerd voor verstrekte leningen zijn meerjarig vrijwel onveranderd en voor de MER niet echt relevant aangezien de MER geen leningen mag aantrekken. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin het Servicecentrum MER in staat is haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid.
Ook deze ratio is meerjarig vrijwel onveranderd en niet zozeer relevant aangezien de algemene reserve van de MER een minimale omvang (zeker vergeleken met de 3 MER gemeenten) heeft en de omvang van de passiva per ultimo balansdatum aanzienlijk kan fluctueren en dus een vertekend beeld geven.
Pagina 53 van 67
De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte we hebben om de eigen lasten te kunnen dragen, of welke structurele stijging of daling van de lasten daarvoor nodig is. In de begroting van de MER zijn alle lasten (loonkosten formatie en I&A budgetten) structureel van aard en deze worden afgedekt met structurele baten (bijdragen van de drie MER-gemeenten). Aangezien de MER middelen die niet benut zijn, teruggeeft i.c. in mindering brengt op de financiële bijdragen van de deelnemende gemeenten, is deze ratio 0% en niet relevant.
6.4. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf is voor het Servicecentrum MER niet van toepassing.
6.5. Paragraaf financiering Het Servicecentrum MER wordt volledig gefinancierd door de deelnemende gemeenten en contracten met derden.
Schatkistbankieren Per 1 januari 2014 is het verplicht Schatkistbankieren een feit. Hierdoor zijn alle decentrale overheden verplicht om hun (tijdelijk) overtollige liquide middelen aan te houden in de rijksschatkist. Hierdoor hoeft het Rijk minder geld te lenen op de financiële markten en daalt de staatsschuld. Met het oog op de verplichting met betrekking tot het schatkistbankieren worden alle overtollige middelen boven de grens van € 420.000 dagelijks afgestort naar de schatkist.
Risicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm) De kasgeldlimiet laat zien welk risico er bestaat ten aanzien van vlottende schulden. Het ‘rood’ staan is aan regels en richtlijnen gebonden. Hiermee beoogt de wetgever te voorkomen dat lagere overheden uitsluitend kortlopende leningen afsluiten. Het aantrekken van leningen met een kortlopende rentevaste periode is aantrekkelijk, wanneer de rente hierop erg laag is. Maar het renterisico (van een stijgende rente in het geval van herfinanciering) is daarmee in verhouding hoog. Om dit risico te beperken, mogen gemeenten maximaal 8,2 % van het jaarlijkse begrotingstotaal gebruiken voor kortlopende leningen.
Pagina 54 van 67
Kasgeldlimiet
2026
2027
2028
2029
1 2 3
Vlottende schuld Vlottende middelen Netto vlottende schuld (1-2)
€ 1.150.000 € 4.319 € 1.145.681
€ 1.150.000 € 4.319 € 1.145.681
€ 1.150.000 € 4.319 € 1.145.681
€ 1.150.000 € 4.319 € 1.145.681
4
Kasgeldlimiet
€ 2.938.521
€ 2.924.168
€ 2.924.168
€ 2.924.168
(5a) = (4>3 )
Ruimte onder kasgeldlimiet Overschrijding kasgeldlimiet
€ 1.792.840
€ 1.778.487
€ 1.778.487
€ 1.778.487
€ 35.835.617 8,2% € 2.938.521
€ 35.660.580 8,2% € 2.924.168
€ 35.660.580 8,2% € 2.924.168
€ 35.660.580 8,2% € 2.924.168
(5b) = (3>4)
Berekening kasgeldlimiet: Begrotingstotaal (4b) Percentage regeling (4) = (4a x 4b) Kasgeldlimiet
(4a)
De renterisiconorm is een maatstaf om te bepalen welke kredietrisico’s de GR MER loopt op de vaste schulden. Dit zijn de schulden met een looptijd langer dan 1 jaar. De renterisiconorm wordt gemeten in een bedrag ter grootte van 20% van het begrotingstotaal. Renterisiconorm 1 Renteherziening leningen o/g Renteherziening leningen u/g Saldo
2026
2027
2028
2029
€ € €
- € - € - €
- € - €
€ - € - €
-
2
Aflossing leningen o/g Aflossing leningen u/g Saldo
€ € €
- € - € - €
- € - € - €
- € - € - €
-
3
Renterisico (saldo 1 + 2)
€
- €
- €
- €
-
4
Renterisiconorm
€
7.167.123 €
7.132.116 €
7.132.116 €
7.132.116
(5a) = (4>3) (5b) = (3>4)
Ruimte onder renterisiconorm € Overschrijding renterisiconorm €
7.167.123 € - €
7.132.116 € - €
7.132.116 € - €
7.132.116 -
35.835.617 € 20% 7.167.123 €
35.660.580 € 20% 7.132.116 €
35.660.580 € 20% 7.132.116 €
35.660.580 20% 7.132.116
Berekening renterisiconorm: (4a) Begrotingstotaal (4b) Percentage regeling (4) = (4a x 4b) Renterisiconorm
€ €
Pagina 55 van 67
EMU saldo Het begrotingssaldo van een land geeft weer of dat land een overschot of een tekort heeft bij zijn overheidsuitgaven. Als de uitgaven in een bepaald jaar groter zijn dan de inkomsten, is er in dat jaar sprake van een tekort en groeit de staatsschuld. Het begrotingssaldo geeft dus een indicatie van de staat waarin het ‘huishoudboekje’ van de overheid in een bepaald jaar verkeert. Het is gebruikelijk dat het begrotingssaldo wordt gepresenteerd als percentage van het bruto binnenlands product (BBP). Zo wordt de omvang van het begrotingssaldo gerelateerd aan de omvang van de totale economie. De lidstaten van de Europese Unie hebben afgesproken allemaal met eenzelfde definitie van het begrotingssaldo te werken. Ze noemen dit het EMU-saldo. Het EMU-saldo wordt gemeten op transactiebasis. Dat betekent dat de economische handeling die leidt tot de uitgave of ontvangst (de transactie) zoveel mogelijk als meetmoment wordt gehanteerd. Om precies te zijn is het EMU-saldo het vorderingensaldo van de totale overheid. Dit betekent dat niet alleen de financiën van de Rijksoverheid meetellen voor het EMU-saldo, maar ook die van de decentrale overheden (zoals gemeenten, provincies en waterschappen) en premie gefinancierde sectoren als de sociale zekerheid en de zorg.
Om te voorkomen dat de overheidsfinanciën van EMUlanden ontsporen, is een aantal jaren geleden in het zogenaamde Stabiliteits- en Groeipact afgesproken dat het EMU-tekort maximaal 3% van het BBP mag bedragen. EMU Saldo
1.
2.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) Mutatie (im)materiële vaste activa
3.
Mutatie voorzieningen
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa
5.
Berekend EMU-saldo
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
x € 1000,-
x € 1000,-
x € 1000,-
x € 1000,-
x € 1000,-
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0
0
0
0
0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
6.6. Verbonden partijen Zoals gedefinieerd volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten kent de Gemeenschappelijk Regeling MER geen verbonden partijen.
Pagina 56 van 67
6.7. Openbaarheid Inleiding Een bestuursorgaan moet jaarlijks in de begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Wet open overheid (Woo) en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering van de Woo in relatie tot die beleidsvoornemens. Deze bepaling is bedoeld om de naleving van de Woo, waaronder de bepalingen over de actieve openbaarmaking, te stimuleren. Wet open overheid De Woo beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid. Met dit doel kan het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter worden gediend. De Woo kent daarom de verplichting voor overheden om bepaalde categorieën informatie uit eigen beweging openbaar te maken. Om actieve openbaarmaking structureel en duurzaam te kunnen organiseren is het van belang dat de informatiehuishouding van overheden op orde is. De Woo bevat een algemene zorgplicht om documenten in goede, geordende en toegankelijke staat te houden en schrijft maatregelen voor om digitale documenten duurzaam toegankelijk te maken. De wet is in 2022 in werking getreden en kent een stapsgewijze implementatie die ook leidend is voor SC MER.
Wat willen we bereiken? Servicecentrum MER wil een transparante en open overheid zijn. Informatiehuishouding en openbaarmaking staan daarmee hoog op de agenda. Onze inzet is om zo snel mogelijk, zo veel mogelijk openheid te kunnen geven. Gestreefd wordt naar een zo open en inclusief mogelijke samenleving waarbij informatie hierbij een cruciale rol speelt. De informatie moet vindbaar, inzichtelijk en herbruikbaar zijn. Er wordt binnen SC MER daarom gewerkt om de informatiehuishouding op orde te krijgen teneinde sneller de informatie te kunnen vinden. Hierdoor kan beter worden voldaan aan de wettelijke termijnen die de Woo bij afhandeling van Wooverzoeken stelt en kunnen medewerkers (inwoners en partners) sneller en efficiënter werken. Zo dragen we bij aan een samenleving waarin we: • • • •
controleerbaar zijn en het vertrouwen in ons handelen vergroten; zorgen voor een gelijke informatiepositie van burgers en instellingen en integrale afwegingen inzichtelijk maken; de kwaliteit van onze informatie en daarmee van ons handelen, verbeteren door deze open te stellen aan kritiek onze eigen doelmatigheid verhogen.
Met ingang van 2023 is ook het implementatieproject WOO MER-breed gestart om de vier MERorganisaties voor te bereiden op de tranches van de Wet open overheid (Woo) en Wet elektronische publicaties (Wep). Kern van het project, waarvan de regie sinds 2025 bij SC MER ligt, ligt in het ontwikkelen van een uniforme, samenhangende aanpak die recht doet aan de landelijke wetgeving en de specifieke behoeften van de organisaties. Doel is het gezamenlijk voorbereiden en uniformeren van processen, systemen en rollen, zodat de implementatie binnen de afzonderlijke organisaties efficiënt en effectief kan plaatsvinden In 2024 heeft dit er onder andere toe geleid dat de informatiecategorieën uit de eerste tranche actief openbaar zijn gemaakt en via de Woo-index toegankelijk zijn voor het publiek. In 2025 en 2026
Pagina 57 van 67
treden drie nieuwe tranches van informatiecategorieën in werking. Deze informatie wordt door de afzonderlijke organisaties gepubliceerd via hun eigen publicatieplatform of andere bestaande voorzieningen. Al deze informatie wordt uiteindelijk ontsloten via de landelijke Woo-index, zodat deze centraal en toegankelijk beschikbaar is voor het publiek. Tevens wordt in 2026, onder regie van SC MER, een pilot over de 4 organisaties heen afgerond om te onderzoeken welke taken, ondersteuning en omvang hiervan er in 2026 en verder structureels zijn om de implementatie van de wet gezamenlijk goed vorm te geven. In 2026 voert SC MER regie over de implementatie bij de 4 partners. Een onderdeel van de uitvoering is ook het opleiden van medewerkers en het opzetten van monitoring en kwaliteitscontrole, zodat de naleving van de Woo kan worden gevolgd en de kwaliteit van openbaar gemaakte informatie structureel bewaakt en verbeterd kan worden. Financiën Het kabinet heeft financiële middelen, voor de periode 2022 tot en met 2026, vrijgemaakt om gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de Woo te ondersteunen. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen. De incidentele middelen zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie.
De structurele middelen zijn bedoeld voor actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. Het oormerken van de middelen is aan de gemeenten, middelen zullen de taken en uitvoering volgen.
Pagina 58 van 67
7. Financiële Begroting 2026-2029 7.1 Geprognosticeerde balans
Balans per 31 december 2024 en begroting 2025 t/m 2029 ACTIVA
31-dec-2024
2025
2026
2027
2028
2029
Vaste activa
Totaal vaste activa
€
- €
- €
- €
- €
- €
-
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar
€ € €
1.514.388 € € 1.655.831 €
1.515.000 € € 1.650.000 €
1.515.000 € € 1.650.000 €
1.515.000 € € 1.650.000 €
1.515.000 € € 1.650.000 €
1.515.000 1.650.000
Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van het volgende begrotingsjaar komen Liquide middelen
€ €
2.093.981 € 311.183 €
2.000.000 € 320.000 €
2.000.000 € 320.000 €
2.000.000 € 320.000 €
2.000.000 € 320.000 €
2.000.000 320.000
Totaal vlottende activa
€ 5.575.382 €
5.485.000 €
5.485.000 €
5.485.000 €
5.485.000 €
5.485.000
TOTAAL GENERAAL ACTIVA
€ 5.575.382 €
5.485.000 €
5.485.000 €
5.485.000 €
5.485.000 €
5.485.000
PASSIVA
31-dec-2023
2025
2026
2027
2028
2029
Vlottende Activa
Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve
€
130.681 €
130.681 €
130.681 €
130.681 €
130.681 €
130.681
Voorzieningen Voorzieningen voor te verwachten verplichtingen of verliezen
€
1.284.307 €
1.250.000 €
1.250.000 €
1.250.000 €
1.250.000 €
1.250.000
Totaal vaste passiva
€ 1.414.988 €
1.380.681 €
1.380.681 €
1.380.681 €
1.380.681 €
1.380.681
Netto vlottende schulden met rentetypische looptijd < 1 jaar Overige schulden Banksaldi
€ €
1.189.128 € - €
1.150.000 € 4.319 €
1.150.000 € 4.319 €
1.150.000 € 4.319 €
1.150.000 € 4.319 €
1.150.000 4.319
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen m.u.v. jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateertde verpliuchtingen van vergelijkbaar volume
€
2.971.266 €
2.950.000 €
2.950.000 €
2.950.000 €
2.950.000 €
2.950.000
Totaal vlottende passiva
€ 4.160.394 €
4.104.319 €
4.104.319 €
4.104.319 €
4.104.319 €
4.104.319
TOTAAL GENERAAL PASSIVA
€ 5.575.382 €
5.485.000 €
5.485.000 €
5.485.000 €
5.485.000 €
5.485.000
Vlottende passiva
Pagina 59 van 67
7.2 Staat van Reserves Het eigen vermogen van het Servicecentrum MER bestaat uit de algemene reserve. Reserves
Saldo 31-12-2024
2025
2026
2027
2028
2029
Algemene reserve
€
130.681 €
130.681 €
130.681 €
130.681 €
130.681 €
130.681
€
130.681 €
130.681 €
130.681 €
130.681 €
130.681 €
130.681
Bestemmingsreserves Totaal
Het saldo van de algemene reserve van € 130.681 kan worden beschouwd als een beperkte buffer voor onvoorziene financiële tegenvallers (weerstandscapaciteit). Voor de jaren 2026-2029 zijn er geen onttrekkingen en stortingen geraamd voor de algemene reserve.
7.3 Recapitulatie programma’s PROGRAMMA
Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029
LASTEN 1. Omgevingsdienst 2. Sociaal Domein 3. Bedrijfsvoering 4. Bestuur en Organisatie Totaal lasten
€ € € € €
11.838.774 € 10.832.710 € 12.579.776 € 584.357 € 35.835.617 €
11.815.219 € 10.811.290 € 12.449.751 € 584.320 € 35.660.580 €
11.815.219 € 10.811.290 € 12.449.751 € 584.320 € 35.660.580 €
11.815.219 10.811.290 12.449.751 584.320 35.660.580
BATEN 1. Omgevingsdienst 2. Sociaal Domein 3. Bedrijfsvoering 4. Bestuur en Organisatie Totaal baten
€ € € € €
11.838.774 € 10.832.710 € 12.579.776 € 584.357 € 35.835.617 €
11.815.219 € 10.811.290 € 12.449.751 € 584.320 € 35.660.580 €
11.815.219 € 10.811.290 € 12.449.751 € 584.320 € 35.660.580 €
11.815.219 10.811.290 12.449.751 584.320 35.660.580
2026
2027
2028
2029
Presentatie structureel begrotingssaldo Saldo van baten en lasten Saldo toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
0 0 0 0 0
Pagina 60 van 67
7.4 Overzicht incidentele baten en lasten Toelichting incidentele baten en lasten Bedragen in € Incidentele lasten Programma Omgevingsdienst
2026
2027
2028
2029
Programma Sociaal Domein
Programma Bedrijfsvoering Dienstverlening Fiscaliteit
€ 125.000 € 50.000
Programma Bestuur & Organisatie
Totaal raming incidentele lasten
175.000
Bedragen in € Incidentele baten Programma Omgevingsdienst
2026
-
2027
-
2028
-
2029
Programma Sociaal Domein
Programma Bedrijfsvoering Bijdrage Dienstverlening Bijdrage Fiscaliteit
€ 125.000 € 50.000
Programma Bestuur & Organisatie
Totaal raming incidentele baten
175.000
-
-
-
Conform artikel 19 lid C BBV
In bovenstaande tabel zijn de incidentele baten en lasten opgenomen. Voor het SCMER betreft dit een bedrag van € 175.000 voor 2026. Het betreft incidentele lasten vanuit dienstverlening (WOO WEP) en incidentele lasten voor fiscaliteit (Tax Control Framework).
Pagina 61 van 67
7.5 Taakvelden Voor het verbeteren van de financiële vergelijkbaarheid en transparantie schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor dat er in de begroting en in de jaarstukken gebruik wordt gemaakt van de bij ministeriële regeling vastgestelde taakvelden. Om baten en lasten van taken en activiteiten te kunnen samenvoegen en te vergelijken, moeten ze in vergelijkbare eenheden worden ingedeeld, de eerder genoemde taakvelden. Taakvelden zijn voorgeschreven eenheden en hebben betrekking op de taken en daaraan gerelateerde activiteiten waar baten en lasten mee gemoeid zijn. Zij clusteren niet alleen producten (goederen en diensten), maar ook taken en activiteiten die niet direct te vertalen zijn in kosten per hoeveelheid. De inhoud van de tekstvelden is conform de voorschriften van de BBV. Hetgeen niet wil zeggen dat binnen een taakveld door een afdeling alle taken worden uitgevoerd. Bij de volgorde van de afdelingen is rekening gehouden met de volgorde van de programma's conform de financiële begroting. Het programma Omgevingsdienst wordt verdeeld naar de taakvelden: - Openbare orde en veiligheid - Bedrijfsloket en bedrijfsregelingen - Wonen en bouwen Het programma Sociaal domein wordt verdeeld naar de taakvelden: - Wijkteams - Inkomensvoorzieningen Het programma Bedrijfsvoering wordt volledig verdeeld naar het taakveld overhead.
Het programma Bestuur & Organisatie wordt volledig verdeeld naar het taakveld overhead.
Pagina 62 van 67
Taakveld (Iv3) Afdeling Omgevingsdienst
Omschrijving
Lasten
Baten
Per saldo
€ 1.029.973
€ 1.029.973
€0
€ 1.254.910
€ 1.254.910
€0
1. Veiligheid 1.2 - Openbare orde en veiligheid
3.3 - Bedrijfsloket en -bedrijfsregelingen
Tot dit taakveld behoren alle gemeentelijke taken op het gebied van de openbare orde en veiligheid: - toezicht en handhaving openbare orde, parkeren, BOA's, stadswachten; - Wet Bibob en (bestuurlijke) aanpak georganiseerde criminaliteit; - bureau Halt; - preventie van criminaliteit; - opstellen, handhaven en leges APV; - leges drank & horeca, leges aanwezigheidsvergunning (o.a. voor speelautomaten); - leges evenementenvergunning; - wet wapen en munitie (voorheen vuurwapenwet); - beleid, toezicht en ruiming van conventionele explosieven; - veilige woon- en leefomgeving, toezicht op collecten, veiligheid op het ijs, reddingwezen; - gevonden voorwerpen, strandvonderij; - afvoer en opslag ontruimde inboedels; - antidiscriminatiebeleid; - doodsschouw (door de officier van Justitie gelast onderzoek i.v.m. de mogelijk niet natuurlijke doodsoorzaak); - dierenbescherming; - tegengaan van radicalisering. Tot dit taakveld behoren de op bedrijven en ondernemers (inclusief bedrijven en ondernemers in land- en tuinbouw en veeteelt) gerichte ondersteuning en dienstverlening van de gemeente: - bedrijvenloket, ondernemersloket; - stimuleren van en onderwijs aan startende ondernemers; - aantrekken en faciliteren van nieuwe bedrijven; - financiële steunregelingen voor bedrijven waaronder land- en tuinbouw, veeteelt en visserij; - regelen straathandel, markten alsook veemarkten;
Pagina 63 van 67
- de BIZ-bijdrage (via baten categorie 2.2.1); - markt- en staanplaatsgelden markten (via baten categorie 3.7); - leges vent- en standplaatsvergunningen en leges winkelsluitingswet; 8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing (VHROSV) 8.3 - Wonen en bouwen
Tot dit taakveld behoren gebiedsontwikkeling, woningvoorraad en huisvestingsvoorziening: - bouwvergunningen (omgevingsvergunning) en - toezicht, basisregistratie adressen en gebouwen (BAG); - woningbouw en woningverbetering, renovatie; - woonruimteverdeling, woningsplitsingsvergunning, woonvergunning; - stedelijke vernieuwing: gebiedsgerichte aanpak woningvoorraad, woonomgeving en voorzieningen; - dienstverlening aan derden.
Pagina 64 van 67
€ 9.553.891
€ 9.553.891
€0
Taakveld (Iv3)
Omschrijving
Lasten
Baten
Per saldo
€ 5.416.355
€ 5.416.355
€0
Afdeling Sociaal Domein 6. Sociaal domein 6.2 – Wijkteams
6.3 – Inkomensvoorzieningen
Tot dit taakveld behoren alle loketvoorzieningen gericht op het identificeren van eigen kracht en het geleiden naar de juiste vorm van individuele ondersteuning(maatwerkvoorzieningen en dienstverlening): - voorlichting; - advisering; - cliëntondersteuning; - toegang tot 1e en 2e lijnsvoorzieningen; - preventie; - vroegsignalering.
Tot dit taakveld alle behoren inkomenseninkomensbijstandsvoorzieningen: Tot behoren dit taakveld alle en bijstandsvoorzieningen: - inkomensvoorzieningen en loonkostensubsidies op grond van op de Participatiewet; - inkomensvoorzieningen en loonkostensubsidies grond van de Participatiewet; - geneeskundige en andere adviezen in verband met de bijstandsverlening; - geneeskundige en andere adviezen in verband met de bijstandsverlening; - IOAW (Wet-inkomensvoorzieningen oudere en gedeeltelijk werkloze IOAW (Wet inkomensvoorzieningen oudere enarbeidsongeschikte gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers); werknemers); € 5.416.355 €0 - IOAZ (Wet inkomensvoorzieningen oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen);€ 5.416.355 - IOAZ (Wet inkomensvoorzieningen oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen - kosten van levensonderhoud uit het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004); zelfstandigen); - kosten levensonderhoud voor startende ondernemers uit Bbz 2004; - kosten van -levensonderhoud uit het Besluitvan bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004); sociale zekerheidsregelingen het rijk zoals bijvoorbeeld eenmalige uitkeringen voor minima; - kosten levensonderhoud voor startende ondernemers uit Bbz 2004; - gemeentelijke armoedebeleid: bijzondere bijstand, kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen, korting op musea, - sociale
zekerheidsregelingen van het rijkbij zoals bijvoorbeeld eenmalige voor minima; sportclubs etc., meerkosten werk in geval van handicapuitkeringen of chronische ziekte, etc. - gemeentelijke armoedebeleid: bijzondere bijstand, kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen, korting musea, behoort sportclubs etc., meerkosten bij werk in geval van handicap of Tot ditoptaakveld niet: chronische ziekte, etc.
Pagina 65 van 67
- schuldhulpverlening hoort thuis onder taakveld 6.71.
Taakveld (Iv3) Afdeling Bedrijfsvoering
Omschrijving
0.4 – Overhead
Tot dit taakveld behoren de kosten van overhead, d.w.z. alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces: - financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; - personeel(szaken) & organisatie; - inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement); - interne en externe communicatie m.u.v. klantcommunicatie; - juridische zaken; - bestuurszaken en bestuursondersteuning; - informatievoorziening en automatisering van PIOFACH-systemen; - facilitaire zaken en huisvesting (incl. beveiliging); - documentaire informatievoorziening (DIV); - managementondersteuning primair proces.
Lasten
Baten
Per saldo
€ 12.579.776
€ 12.579.776
€0
€ 584.357
€ 584.357
€0
Afdeling Bestuur en Organisatie 0.4 – Overhead
Tot dit taakveld behoren de kosten van overhead, d.w.z. alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces: - financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; - personeel(szaken) & organisatie; - inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement); - interne en externe communicatie m.u.v. klantcommunicatie; - juridische zaken; - bestuurszaken en bestuursondersteuning; - informatievoorziening en automatisering van PIOFACH-systemen;
Pagina 66 van 67
- facilitaire zaken en huisvesting (incl. beveiliging); - documentaire informatievoorziening (DIV); - managementondersteuning primair proces.
Pagina 67 van 67