CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2026

Gemeenteraad 5 juni 2025, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Conceptbegroting 2026 en begrotingswijziging 2025-1 Servicecentrum MER23.797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Programmabegroting Servicecentrum MER 2026 Met meerjarenraming 2027-2029

Definitief Dagelijks bestuur: 10-04-2025 Algemeen bestuur: 02-07-2025

Inhoud Programmabegroting Servicecentrum MER 2026........................................................................... 1 Met meerjarenraming 2027-2029 ................................................................................................. 1 1.

Inleiding ............................................................................................................................... 4 1.1 Inhoudelijke richting ........................................................................................................... 4 1.2 Financiële kaders ................................................................................................................ 5 1.3 Leeswijzer ........................................................................................................................... 7

2.

Programma Omgevingsdienst ................................................................................................ 8 2.1 Inleiding.............................................................................................................................. 8 2.2 Wat willen we bereiken? ..................................................................................................... 8 2.3. Wat gaan we daarvoor doen? ........................................................................................... 10 2.4 Wat gaat dat kosten? ........................................................................................................ 10

3.

Programma Sociaal Domein ................................................................................................ 18 3.1 Inleiding............................................................................................................................ 18 3.2 Wat willen we bereiken? ................................................................................................... 18 3.3 Wat gaan we daarvoor doen? ............................................................................................ 26 3.4 Wat gaat dat kosten? ........................................................................................................ 27

4.

Programma Bedrijfsvoering ................................................................................................. 29 4.1 Inleiding............................................................................................................................ 29 4.2 Wat willen we bereiken? ................................................................................................... 32 Financiën................................................................................................................................ 32 Informatisering ....................................................................................................................... 32 HRM....................................................................................................................................... 35 4.3 Wat gaan we daarvoor doen? ............................................................................................ 36 Financiën................................................................................................................................ 36 Informatisering ....................................................................................................................... 37 HRM.......................................................................................................................................

40 4.4 Wat gaat dat kosten? ........................................................................................................ 42

5

Programma Bestuur & Organisatie ...................................................................................... 45 5.1 Inleiding............................................................................................................................ 45 5.2 Wat willen we bereiken? ................................................................................................... 45 5.3 Wat gaan we ervoor doen?................................................................................................ 46 5.4 Wat gaat dat kosten? ....................................................................................................... 47

6

Paragrafen .......................................................................................................................... 48 6.1. Inleiding........................................................................................................................... 48 6.2. Paragraaf bedrijfsvoering ................................................................................................. 48

Pagina 2 van 67

6.3. Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer ............................................................... 49 6.4. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................ 54 6.5. Paragraaf financiering ...................................................................................................... 54 6.6. Verbonden partijen .......................................................................................................... 56 6.7. Openbaarheid .................................................................................................................. 57 7. Financiële Begroting 2026-2029 .............................................................................................. 59 7.1 Geprognosticeerde balans ................................................................................................. 59 7.2 Staat van Reserves ............................................................................................................ 60 7.3 Recapitulatie programma’s................................................................................................ 60 7.4 Overzicht incidentele baten en lasten ................................................................................

61 7.5 Taakvelden ...................................................................................................................... 62

Pagina 3 van 67

1. Inleiding Servicecentrum MER is een openbaar lichaam op grond van Wet Gemeenschappelijke Regelingen en voert zo taken uit voor de 3 gemeenten Maasgouw, Echt-Susteren en Roerdalen. De begroting 2026 ligt nu voor. De begroting van het Servicecentrum is opgebouwd uit vier programma’s. Alle programma’s bestaan grotendeels uit personele lasten voor uitvoering van werkzaamheden; daarnaast omvat het programma Bedrijfsvoering ook inhoudelijke budgetten voor uitvoering van ICT en telefonie voor zowel het Servicecentrum als de deelnemende gemeenten. De baten bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten. De Omgevingsdienst voert daarnaast werkzaamheden uit voor de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Limburg-Noord, waarvoor ook baten worden ontvangen. Met de middelen die ter beschikking worden gesteld, voert het Servicecentrum taken voor de deelnemende gemeenten uit. Voor de duidelijkheid vermelden we hier dat legesopbrengsten en uitvoeringsbudgetten voor participatie en Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) niet in deze begroting staan. Deze middelen zijn niet aan het Servicecentrum overgedragen en berusten bij de deelnemende gemeenten.

1.1 Inhoudelijke richting In 2024 heeft het dagelijks bestuur van SC MER ervoor gekozen te focussen en te investeren op samenwerking in partnerschap. Deze ingezette richting zal zeker investering vergen t/m 2026. Dit betekent niet alleen iets voor de samenwerking tussen SC MER en de 3 MER gemeenten, maar ook binnen SC MER. In lijn met de ingezette ontwikkeling worden een aantal thema’s integraal opgepakt: • Inspelen op een krappe arbeidsmarkt • Scherp aan de wind varen • Toekomstbestendige (digitale) overheidsorganisatie • Gezamenlijke dienstverlening Voor het Sociaal domein is een belangrijk ontwikkelpunt “e-dienstverlening”, hierin is een inhaalslag te maken met oog voor toegankelijkheid van de dienstverlening voor alle inwoners (d.w.z. keuzevrijheid in meerder kanalen). Een tweede belangrijke transitie is een andere manier van werken die vooral oplossingsgericht is en systemen minder leidend laten zijn (bv samen doen samen leren). Voor Inburgering en WMO streeft men naar een ongewijzigde dienstverlening en werkwijze. Echter, met name bij de WMO wordt de arbeidsmarkt krapte voelbaar bij de zorgaanbieders. Mogelijk leidt dit in de (nabije) toekomst daardoor tot het maken van keuzes en andere manieren van werken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het werken met een triagelijst om de volgordelijkheid te bepalen.

Pagina 4 van 67

De Omgevingsdienst wordt geconfronteerd met grote ontwikkelingen, die veel impact hebben op de organisatie. De Omgevingswet (OW) – en de daarmee samenhangende Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) – is per 1 januari 2024 in werking getreden en heeft gevolgen voor processen, werkafspraken en een andere meer faciliterende houding naar burgers en ondernemers. Hierdoor zullen ook nieuwe of gewijzigde functies ontstaan. Dit vergt in 2025 en 2026 nog investeringen. Doorontwikkeling geldt ook voor de digitale ondersteuning van Rx.mission en het landelijk Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO): het digitale loket voor burgers en bedrijven. Na een fase waarin vooral aan een stevig fundament per team werd gewerkt, is nu de fase aangebroken om integraal denken bij het programma Bedrijfsvoering voorop te stellen. Hiervoor is een wijziging in grondhouding bij een aantal functies belangrijk om als vanzelfsprekend projecten en activiteiten team overstijgend en/of voor de 4 MER organisaties aan te pakken. Hierin past de veranderende samenstelling binnen het team HRM. Om thema’s als de krappe arbeidsmarkt integraal op te kunnen pakken en structureel te kunnen verankeren is het noodzakelijk om de vereiste kwaliteiten in huis te halen voor een aantal nieuwe HRM rollen die hieruit voortvloeien.

Daarnaast gaat het team Financiën aan de slag om het P&C proces digitaal en lean in te richten en kan bij het thema fiscale rechtmatigheid een vervolgstap worden gemaakt naar aanvullende beheersmaatregelen die passen binnen de ingerichte processen van de 4 MER organisaties. Binnen informatisering ligt de focus vooral op de digitale toekomstbestendigheid van de 4 MER organisaties. Hiervoor zijn diverse scenario’s bekeken om risico’s inzichtelijk te maken, te voldoen aan minimale wettelijke vereisten en het ook zo financieel beheersbaar mogelijk te houden. Extra formatie is met name benodigd binnen het onderdeel informatiebeveiliging en privacy door hogere wettelijke eisen als ook een hogere cyber dreiging die de algehele samenleving aangaat. Een andere belangrijke focus betreft de implementatie van Microsoft 365 en de vervanging van de ICT infrastructuur.

1.2 Financiële kaders Kaders Onderstaande kaders zijn richtinggevend geweest voor het opstellen van deze begroting: • Financiën van 2024 (realisatie) zijn richtinggevend • Meer financiële voorspelbaarheid’ (lees: verschuiving van incidentele flex/inhuur naar structureel vaste formatie) ➔ Begroten vooraf i.p.v. afrekenen achteraf, en begrotingswijzigingen zoveel als mogelijk voorkomen; • Voldoen aan wettelijke kaders; • Zo scherp mogelijk aan de wind varen Het kader ‘zo scherp mogelijk aan de wind varen’ is opgepakt door een substantiële bijstelling van het budget ziekteverzuim (managementverantwoordelijkheid om dit te realiseren) door te voeren ingaande 2026. Dit resulteert in een besparing van ruim € 300.000. Daarnaast zijn in afstemming met de portefeuillehouders Sociaal Domein ook afspraken gemaakt over mogelijke besparingen in de basisdienstverlening gerelateerd aan het continueren van 2 projecten. Voor een uitgebreide toelichting hierop wordt verwezen naar het programma Sociaal Domein (pagina 24).

Pagina 5 van 67

Kostenverdeelsleutels De begroting 2026 is voor wat betreft de totalen gelijk aan de jaarschijf 2026 van BW 2025-1. De bijdrage per gemeente verschilt echter. Dit heeft te maken met de kostenverdeelsleutel. Voor de programma’s Sociaal Domein en de Omgevingsdienst is de kostenverdeelsleutel gebaseerd op de output van T-2. Als verdeelsleutel voor het programma Bedrijfsvoering hebben de gemeenten gekozen voor het aantal gebruikersaccounts. Het aantal gebruikersaccounts geeft een goede indicatie van de producten en diensten die door bedrijfsvoering worden geleverd. Het aantal accounts dat voor de kostenverdeling wordt gebruikt (T-1) is gewijzigd t.o.v. de aantal accounts dat gehanteerd is bij begroting 2025. Dit heeft te maken met instroom en uitstroom van medewerkers in de vier organisaties. In onderstaande tabel is weergegeven wat het verschil is tussen BW 2025-1 jaarschijf 2026 en de begroting 2026. De totalen zijn gelijk maar de verdeling tussen de gemeenten is gewijzigd. Gemeente

Verschil bw 2025-1 Verdeelsleutel BW 2025-1 Verdeelsleutel Begroting 2026 jaarschijf 2026 t.o.v. begroting 2025 jaarschijf 2026 begroting 2026 begroting 2026

Maasgouw Bijdrage Omgevingsdienst Bijdrage Sociaal Domein Bijdrage Bedrijfsvoering Bijdrage Bestuur & Organisatie Totaal

0,3372 0,2978 0,3280 0,3159

3.072.747 2.461.624 5.350.937 180.718 11.066.025

0,3534 0,2950 0,3370 0,3156

3.209.916 2.438.479 5.500.306 180.587 11.329.288

-137.169 23.145 -149.370 131 -263.263

Echt-Susteren Bijdrage Omgevingsdienst Bijdrage Sociaal Domein Bijdrage Bedrijfsvoering Bijdrage Bestuur & Organisatie Totaal

0,4134 0,4330 0,3860 0,4149

3.881.148 3.579.191 6.521.404 237.363 14.219.107

0,4084 0,4272 0,3978 0,4159

3.838.812 3.531.248 6.632.397 237.936 14.240.393

42.336 47.943 -110.993 -573 -21.286

Roerdalen Bijdrage Omgevingsdienst Bijdrage Sociaal Domein Bijdrage Bedrijfsvoering Bijdrage Bestuur & Organisatie Totaal

0,2494 0,2692 0,2860 0,2693

2.111.727 2.225.215 4.592.357 154.065 9.083.365

0,2382 0,2778 0,2652 0,2685

2.016.894 2.296.303 4.331.994 153.623 8.798.815

94.833 -71.088 260.363 442 284.550

34.368.497

0

Totaal

34.368.497

Loonkosten op basis van functieboeken Vanaf 2020 hebben we een realistische financiële basis voor de toekomst gelegd door de personeelsbegroting op basis van de functieboeken te begroten, gewaardeerd tegen het maximum functieschaal. Deze lijn wordt in 2026 doorgetrokken.

Buffer voor inhuur capaciteit bij ziekte Vanaf 2020 volgt het SC-MER de landelijke Personeelsmonitor Gemeenten (A+O fonds gemeenten) voor wat betreft het budget dat kan worden aangewend om in te huren bij langdurig ziekteverzuim.

Pagina 6 van 67

Ook in 2026 volgen we deze landelijke personeelsmonitor (2026), die aangeeft dat 4,6 % van de loonsom nodig is voor vervanging van langdurig verzuim (> 43 dagen).

Maximaal twee begrotingswijzingen per jaar In 2021 is de financiële basis voor het SC-MER op orde gemaakt. Daarmee hoeft de begroting minder vaak tussentijds te worden aangepast. Toch kunnen zich altijd ontwikkelingen blijven voortdoen op basis waarvan aanpassingen noodzakelijk zijn. Dit zijn aanvullende dienstverlening aan de gemeente(n) en autonome ontwikkelingen die nog niet bij het opstellen van de begroting waren voorzien. De begroting kan maximaal twee keer per jaar wijzigen: in het voorjaar en na de zomer op basis van de halfjaarrapportage.

1.3 Leeswijzer Deze begroting kent 4 programma's, te weten het programma Omgevingsdienst, het programma Sociaal Domein, het programma Bedrijfsvoering en het programma Bestuur & Organisatie. Deze programma’s zijn te vinden in de hoofdstukken, 2, 3, 4, en 5. De programma’s worden opgebouwd aan de hand van de drie 3 W- vragen: ‘Wat willen we bereiken?’, Wat gaan we ervoor doen? en Wat mag het kosten? Hoofdstuk 6 omvat de verplicht op te nemen paragrafen op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Het laatste hoofdstuk omvat de financiële begroting met de geprognotiseerde balans en de staat van de reserves en voorzieningen.

Pagina 7 van 67

2. Programma Omgevingsdienst 2.1 Inleiding Dit programma bevat een beschrijving van de activiteiten van onze Omgevingsdienst. Het gaat niet alleen over uitvoerende taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, maar ook over de wijze waarop wij kwaliteit, klantgerichtheid, kostenreductie, kwetsbaarheidsvermindering en (daar waar gewenst) couleur locale willen realiseren. Dit programma betreft met name externe dienstverlening aan burgers die we (kunnen) toetsen. Dit stelt ons in staat inzicht te geven in cijfers van o.a. klantgerichtheid.

2.2 Wat willen we bereiken? We willen kostenefficiënte, klantgerichte en kwalitatief hoogwaardige service verlenen op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving, zodat de gemeenten hun ambities op dit terrein kunnen bereiken. Die ambities hebben betrekking op het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving, het beperken van de overlast en het waarborgen van de veiligheid. We willen voldoen aan de (landelijke vereiste) kwaliteit en de afspraken die we met de gemeenten hebben gemaakt over klantgerichtheid (= kwaliteit van dienstverlening) en kostenreductie.

Kwaliteit en kwetsbaarheidsvermindering Kwaliteit manifesteert zich op verschillende manieren, bijvoorbeeld door een goed gestroomlijnd en efficiënt werkproces, de inhoudelijke kwaliteit van de producten en de tevredenheid van de klant zowel intern als extern. Kwaliteit blijkt ook uit het aantal (on)gegronde bezwaar- en beroepsprocedures. Door de samenwerking tussen de Omgevingsdienst en de RUD Limburg Noord voldoen de gemeenten aan de landelijke kwaliteitscriteria op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Hierdoor zijn de gemeenten in staat de gewenste kwaliteit, robuustheid (= kwetsbaarheidsvermindering) en continuïteit te leveren. Uitwisseling van kennis en het investeren in de ontwikkeling van medewerkers (RUD-academie), alsmede het aan elkaar bieden van ondersteuning bij capaciteitsvraagstukken zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. De Omgevingsdienst investeert in medewerkers die ruimte krijgen om te werken aan de verbetering van de kwaliteit van dienstverlening door steeds meer in verbinding te komen met onze burgers en bedrijven (nabijheid van dienstverlening). Landelijk zijn er kwaliteitscriteria opgesteld (set kwaliteitscriteria 3.0) die het fundament vormen voor een adequate uitvoering van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van het Omgevingsrecht.

De criteria gaan over kritieke massa (voorgeschreven minimale formatie en vlieguren per medewerker), proces en inhoud. • het voldoen aan de (hierboven genoemde landelijke kwaliteitscriteria; • de kwaliteit van dienstverlening (inhoudelijke kwaliteit en doorlooptijd); • de klanttevredenheid (volgens de NPS-methodiek); • aantal klachten en percentage daarvan ‘informeel afgehandeld middels verbetergesprek’ • aantal ontvankelijk en ongegrond verklaarde bezwaar- en beroepschriften

Pagina 8 van 67

Klantgerichtheid De Omgevingsdienst heeft tot taak te werken aan realisatie van de met de opdrachtgevers afgesproken dienstverleningsafspraken en –uitgangspunten. Bij klantgerichtheid staan de klantprocessen centraal. Een klantvraag dient zoveel mogelijk integraal te worden benaderd; de vraag wordt meteen vanuit de verschillende beleidsvelden bekeken en beoordeeld. Het is van belang de klantvraag binnen de daarvoor afgesproken dienstverleningsnormen af te handelen, tegen een zo hoog mogelijke kwaliteit en met vaste contactpersonen binnen de organisatie. Binnen het Gezamenlijke Programma Dienstverlening wordt door de vier organisaties samengewerkt aan verbetering van de (digitale) dienstverlening vanuit de in MER-verband omarmde gezamenlijke visie op dienstverlening. De Omgevingsdienst participeert in de diverse projecten die onder dit programma worden gedraaid. Belangrijke prestatie-indicatoren op het gebied van klantgerichtheid betreffen doorlooptijden in de afhandeling van klantvragen, het aantal verleende omgevingsvergunningen binnen de termijn van 8 weken en het percentage proactieve contacten met de aanvrager/initiatiefnemer in een procedure.

Kostenreductie (efficiency) / Couleur Locale De visie – de wijze waarop de missie van de Omgevingsdienst wordt gerealiseerd – luidt: “De Omgevingsdienst is een moderne overheidsorganisatie die resultaten boekt en kosten bespaart door te investeren in haar professionals, die met plezier (samen)werken en ontwikkelen”. Net als in alle voorgaande jaren zal de Omgevingsdienst ook in 2026 gaan opereren binnen de haar beschikbaar gestelde middelen. Daarbij is continu aandacht voor het realiseren van efficiency in de (verdere digitalisering van) werkprocessen en het organiseren van de werkzaamheden. Samen met de gemeenten wordt voortdurend gekeken naar meer (kostenbesparende) gezamenlijkheid in de uitvoering van specifieke projecten. En ook verdere harmonisatie van bepaalde werkprocessen en afspraken (bezwaarproces, WOO-project, publicaties omgevingsvergunningen) – “samen wat kan, alleen lokaal wat moet” – draagt bij aan de efficiency, zowel aan de zijde van de Omgevingsdienst als bij de gemeenten. Voor de financiële impact van deze begroting zie verder paragraaf 2.4.

Pagina 9 van 67

2.3. Wat gaan we daarvoor doen? Wij voeren voor de deelnemende gemeenten met in achtneming van de kaders voor kwaliteit, klantgerichtheid en kosten uit: a. de reguliere wettelijke taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het kader van de Omgevingswet, de APV en een aantal bijzondere wetten; Zie voor de specifieke producten hieronder de productgroepen Dienstverlening, Vergunningverlening, Toezicht, Juridisch/handhaving en Sturing/ondersteuning; b. specifieke projecten, deels MER-breed en deels lokaal gewenst. Zie hieronder de productgroep Projecten/specifieke wensen (‘couleur locale’).

Een andere dienstverlening: meer dialoog – van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’ initiatievenproces Gemeenten en Omgevingsdienst staan samen voor een complexe en grootse dienstverleningsopgave. Er komt meer ruimte voor particuliere ideeën en er is meer ruimte voor lokale afweging. En daarmee ligt de opgave er – met de Omgevingswet daarin als nadrukkelijke aanjager – om nu nog beter onze burgers en bedrijven van dienst te zijn. Daarbij volstaat het niet om uitsluitend de nieuwe complexe inhoudelijke kennis op te doen. Het gaat vooral over verbinding. Verbinding tussen vakgebieden, tussen medewerkers, medewerkers van de Omgevingsdienst en gemeenten. Verbinding die noodzakelijk is, omdat we steeds meer integraal moeten gaan werken. Maar integraal is ook complex. Op basis van de huidige wetgeving zijn nu al vaak meer dan tien verschillende hoogopgeleide specialisten aan zet in een dossier. Specialisten die moeten samenwerken voor de beantwoording van de ogenschijnlijk makkelijke vragen als “Mag ik hier bouwen?” of “Kan ik hier ondernemen?”. En daar is met de komst van de Omgevingswet een grote opgave bijgekomen, namelijk om – vaak onder regie van de initiatiefnemer (onze burgers en bedrijven die een plan indienen) – dat meer samen te gaan doen. Participatief: dus meer samen met buren, inwoners en andere belanghebbenden.

Om dit te realiseren is in de loop van 2024 gestart met het zogenoemde initiatievenproces, waarmee we voldoen aan de inhoudelijke eisen van de nieuwe wetten. We werken met de vier organisaties samen in één gezamenlijk systeem (procesapplicatie Rx.Mission). Er kan op deze manier niet alleen meer integraal, maar ook sneller worden gewerkt. Maar naast integraal en snel vooral ook klantgerichter. En daarvoor investeren we niet alleen in systemen en processen maar vooral in de ontwikkeling van professionals/specialisten dienstverlening. Burgers en bedrijven spreken zo meteen voor de beantwoording van hun vragen met één contactpersoon: afhankelijk van het soort vraag is dat een specialist dienstverlening of omgevingsregisseur. Deze nieuwe werkwijze met het door gemeenten en Omgevingsdienst gezamenlijk ontworpen initiatievenproces verloopt nog niet helemaal naar wens. De doorlooptijd van de door burgers en bedrijven ingediende initiatieven is nog te lang. Het proces levert daarmee nog niet de gewenste snelheid en duidelijkheid voor de plannen die door de initiatiefnemer zijn ingediend. In nauwe afstemming met de gemeenten wordt dit proces continu geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.

Pagina 10 van 67

De regelanalist zorgt voor toepasbare regels Een regelanalist is verantwoordelijk voor de toepasbare regels binnen het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De regelanalist vertaalt juridische regels naar meer begrijpelijke taal door het maken van duidelijke beslisbomen en aanvraagformulieren voor een omgevingsvergunning. Met de beslisbomen krijgen onze burgers en bedrijven antwoord op de vraag of er wel of niet een vergunning moet worden aangevraagd voor een activiteit. Hiermee maken we de juridische regels voor initiatiefnemers die iets willen doen in de fysieke omgeving op termijn toegankelijker en begrijpelijker. De Omgevingsdienst heeft in de formatieomvang zoals uitgewerkt in deze Kadernota de functie regelanalist meegenomen.

Toename reguliere klantcontacten – uitbreiding specialisten dienstverlening De ontwikkeling van de 1e lijns-dienstverlening is een belangrijk onderdeel van de organisatorische inrichting van de Omgevingsdienst. Bij het cluster dienstverlening worden 80-85% van de inkomende klantvragen direct of hooguit binnen één of twee dagen – indien zaken eerst uitgezocht moeten worden – beantwoord door specialisten dienstverlening. De afgelopen jaren is het aantal klantcontacten toegenomen. Zo nu en dan met een tijdelijke stagnatie, maar over de afgelopen 10 jaar bezien een sterke toename, zowel kwantitatief als qua complexiteit. Dit heeft gaandeweg geleid tot een noodzakelijke uitbreiding van het cluster dienstverlening. Deze uitbreiding wordt nu geformaliseerd. In deze uitbreiding wordt tevens zoveel mogelijk geanticipeerd op de taken, rollen en functies die nog nodig zijn om adequaat uitvoering te kunnen geven aan de Omgevingswet en het MER-breed gezamenlijk opgestelde initiatievenproces (filterteam, intaketafel, generalisten, omgevingstafel).

Vergunningverlening Dit betreft de activiteiten die de Omgevingsdienst uitvoert met betrekking tot vergunningverlening. Door de Omgevingsdienst worden – op grond van de per 1-1-2024 in werking getreden Omgevingswet – vergunningen verleend voor zogenoemde omgevingsplanactiviteiten (bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, brandveiligheid, sloop, aanleg, uitweg/inrit, kappen en monumenten) alsmede voor de technische bouwactiviteit voor zover het bouwplan niet valt onder de reikwijdte van Gevolgklasse 1 van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Is dat laatste wél het geval, dan wordt de technische bouwactiviteit beoordeeld door een private kwaliteitsborger en beoordeelt de Omgevingsdienst de bouwmelding en het borgingsplan. Ook worden vergunningen verleend en meldingen afgehandeld op grond van de APV en enkele Bijzondere wetten (bijvoorbeeld Alcoholwet, Winkeltijdenwet). Specialisten adviseren Dicht tegen het team vergunningverlening aan zit het team van specialisten/adviseurs. Daaronder wordt begrepen de specialistische advisering op het gebied van constructie, bouwfysica, welstand, brandveiligheid, bodem, externe veiligheid, geluid, archeologie/cultuurhistorie, energie, groen/ecologie en milieu/agrarisch.

Daarnaast worden door de specialisten op verzoek adviezen verstrekt aan de gemeenten, bijvoorbeeld in het kader van het opstellen van een omgevingsplan, een ruimtelijk project of een civieltechnisch werk. De Omgevingsdienst kampt op het onderdeel vergunningverlening en de bijbehorende specialistische advisering al enkele jaren met een enorm hoge werkdruk, onder meer als gevolg van de

Pagina 11 van 67

hoogconjunctuur in de bouwsector. Niet alleen het aantal vergunningaanvragen is toegenomen, ook de complexiteit van die plannen ligt hoger dan ooit. In deze analyse is de uitzonderlijke ‘december 2023-piek’ buiten beschouwing gelaten. Die piek had met de invoering van de Omgevingswet te maken per 1 januari 2024 en is niet maatgevend voor de komende jaren. Maar ook afgezien van dit ‘incident’ is de trend van de afgelopen jaren dat de omvang en complexiteit van de werkzaamheden een stijgende lijn laten zien. De verwachting bestaat dat deze trend aanhoudt, te meer als wordt bezien welke woningbouwopgave er de komende jaren in Nederland aan de orde is. Exemplarisch voor de hoge aantallen omgevingsvergunningen en de daarmee samenhangende werkdruk bij de Omgevingsdienst zijn de zeer hoge legesinkomsten van de drie gemeenten de afgelopen jaren. Deze enorme legesinkomsten zijn tekenend voor de hoge werkdruk en bevestigen de noodzaak om de capaciteit voor dit taakveld structureel op orde te brengen (van flex naar vast) en daarvoor structurele middelen beschikbaar te stellen. De (meer)opbrengst van de legesinkomsten kan daarbij – indien nodig – dienen ter dekking van deze structurele lasten. Bovenop de uitdaging van deze ‘core business’ zit de Omgevingsdienst – in nauwe samenwerking met de drie MER-gemeenten – nog volop in het ontwikkeltraject van de Omgevingswet.

Ook dat kost de komende jaren nog veel tijd. Het juridisch kader is nog erg onduidelijk en vergt veel uitzoekwerk voor onze vergunningverleners, de nieuwe werkprocessen moeten nog in samenspraak met de medewerkers van de gemeenten worden gefinetuned en de ontwikkelingen rondom de versterking van de dienstverlening staan allesbehalve stil. Met het oog op het toekomstbestendig organiseren van dit teamonderdeel, is de Omgevingsdienst bezig met het formeren van een robuust cluster van vaste medewerkers (casemanagers, omgevingsregisseurs). Bij de samenstelling van deze formatie wordt rekening gehouden met de structureel hoge werkdruk op dit taakonderdeel en voor zover mogelijk (effecten zijn nog niet volledig inzichtelijk) de impact van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

Toezicht De taken die de Omgevingsdienst in opdracht van de drie gemeenten uitvoert op het gebied van toezicht, zijn onder te verdelen in 2 hoofdcategorieën: objectgericht toezicht en toezicht in de openbare ruimte Toezicht objectgericht In deze categorie vallen de wettelijke taken alsmede de lokale wensen van de 3 gemeenten ten aanzien van de toezicht- en handhavingsinspanningen op het gebied van milieu, bouwen, brandveiligheid, ruimtelijke ordening en APV/Bijzondere Wetten. De belangrijkste taken in deze productgroep betreffen het milieutoezicht op de bedrijven, het bouwtoezicht, toezicht op bestaande gebouwen (brandveiligheid), het energietoezicht op grootverbruikers en toezicht op evenementen. Met name het energietoezicht is de afgelopen jaren sterk geïntensiveerd, mede op basis van extra beschikbare middelen vanuit het Rijk (SPUK THE-regeling). Die middelen komen rechtstreeks ten goede aan de RUD LN, en dus niet aan de individuele gemeenten. Energietoezicht is een taak die wordt ingebracht in de nieuw te vormen robuuste RUD (1 april 2026). Doorkijkend naar 2026 en verder zal de benodigde formatie voor het milieutoezicht op bedrijven niet of nauwelijks wijzigen.

Inhoudelijk is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet overigens wel het een en ander gewijzigd: er wordt niet meer gesproken over ‘inrichtingen’, maar over ‘milieubelastende activiteiten’ (zogenoemde mba’s), hetgeen een andere werkwijze met zich

Pagina 12 van 67

meebrengt waarop de organisatie/planning van het milieutoezicht dient te worden aangepast. Ook deze taken gaan in 2026 over naar de nieuwe robuuste RUD. Het bouwtoezicht zal effecten gaan ondervinden van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) die samen met de Omgevingswet per 1-1-2024 deels in werking is getreden. Deze (inhoudelijke en formatieve) effecten zijn in 2024 echter nog niet goed merkbaar. Dat betekent dat enige voorzichtigheid ten aanzien van de mogelijke formatieve impact bij de Omgevingsdienst op zijn plaats is. Enerzijds vallen er zeker taken weg (het bouwtechnisch toetsen van de aanvragen van bouwwerken die onder gevolgklasse 1 van de Wkb vallen), anderzijds komen er ook weer taken bij (het beoordelen van de nieuwe juridische instrumenten ‘bouwmelding’ en ‘borgingsplan’, alsmede de afstemming met de private kwaliteitsborgers). Wat dit per saldo betekent, zal pas in de loop van 2025 en 2026 echt gaan blijken. Ook de onzekerheid rondom de ontwikkelingen in de bouwsector (woningbouwopgave, stikstofdossier, nieuw regeringsbeleid) is nog groot. Anderzijds is het wel reëel om te anticiperen op een lagere capaciteitsinzet de komende jaren in het bouwtoezicht. Om die reden is in het formatieplan 2026 rekening gehouden met een beperkte afname (1 fte) van de benodigde capaciteit ten opzichte van de huidige, werkelijke bezetting.

De benodigde formatie voor het brandveiligheidstoezicht en het toezicht op evenementen blijft (nagenoeg) ongewijzigd. Ten aanzien van het taakonderdeel brandveiligheid is het goed om te vermelden dat er in 2024 gestart is met intensiever overleg met de collega’s van de Veiligheidsregio Limburg Noord. Meer afstemming met deze belangrijke ketenpartner zal aan beide kanten leiden tot kwaliteitsverbetering. Toezicht gebiedsgericht Het gebiedsgerichte toezicht bestaat hoofdzakelijk uit het toezicht dat door de buitengewoon opsporingsambtenaren van de Omgevingsdienst wordt uitgevoerd in het openbaar gebied van de drie gemeenten (boa- toezicht). Hierin wordt specifiek aandacht besteed aan thema’s die door de gemeenten belangrijk worden gevonden, zoals foutparkeren, afvaldumpingen en het zichtbaar patrouilleren in woonwijken. De boa-capaciteit bij de Omgevingsdienst is de afgelopen jaren – op vraag van de gemeenten – sterk uitgebreid. Reden daarvoor is de sterk toegenomen hoeveelheid klachtmeldingen, de toegenomen handhaving op het onjuist aanbieden van afval en de wens van gemeenten om de boa’s meer gebiedsgericht te laten patrouilleren op de aspecten die per gemeente belangrijk worden gevonden (variërend van parkeren/blauwe zones, afvaldumpingen, stookoverlast, hondenpoep, toezicht nabij scholen/in de wijk en dierenoverlast tot toezicht aan en op het water).

Per 1-1-2025 is een stevige uitbreiding van de boa-inzet gerealiseerd voor Maasgouw en EchtSusteren. De middelen hiervoor zijn door de raden van Maasgouw en Echt-Susteren beschikbaar gesteld. Het boa-team van de Omgevingsdienst wordt daarmee 11,5 fte groot. Deze capaciteitstoename is opgenomen in deze begroting.

Juridisch/handhaving De juridische werkzaamheden bestaan – grofweg – uit twee delen: het afhandelen van bezwaren en beroepen, gericht tegen besluiten van de Omgevingsdienst, en het treffen van handhavingsmaatregelen bij het constateren van overtredingen door een toezichthouder (aanschrijven, last onder dwangsom/bestuursdwang, bouwstop). Daarnaast bestaat het werk van de juristen van de Omgevingsdienst uit een heleboel andere taken, zoals het afhandelen van WOOverzoeken, het deelnemen in projecten (zoals de juridische afhandeling van de aanpak van onrechtmatige bewoning van recreatiewoningen, de aanpak in het kader van Ondermijning of de

Pagina 13 van 67

actualisatie van de APV’s), het toetsen van de juridische kwaliteit van de vergunningen en toezichtsbrieven die door de collega’s van de Omgevingsdienst worden verstuurd en het adviseren over nieuwe juridische regelgeving (bijvoorbeeld de Wet Goed Verhuurderschap). Tevens stellen de juristen adviezen op naar aanleiding van vragen vanuit de MER-gemeenten op het gebied van beleid, omgevingsplannen, verordeningen en ruimtelijke of civieltechnische projecten. De werkzaamheden van de juristen zijn de afgelopen jaren sterk toegenomen. Het aantal bezwaren en handhavingszaken is toegenomen, de regelgeving is complexer geworden en de Omgevingsdienst groter, waardoor het aantal juridische taken is meegegroeid. Daarnaast heeft nieuwe wetgeving impact op de benodigde juridische capaciteit van de Omgevingsdienst, bijvoorbeeld de WOO en Wep, maar ook de juridische complexiteit van de Omgevingswet zal nog jaren extra juridische inzet met zich meebrengen. Bovenop het team vaste medewerkers maakt de Omgevingsdienst al sinds jaar en dag gebruik van inhuur. De opgave voor de Omgevingsdienst is om deze (vaak dure) inhuur terug te dringen tot minimale proporties. Met dit traject is in 2024 reeds gestart en een en ander moet in 2025 en 2026 leiden tot de vorming van een robuust team juristen in vaste dienst. Inhuur wordt zoveel als mogelijk ‘omgebogen’ naar vaste medewerkers.

Dit team moet in die omvang berekend zijn op de stevige juridische opgaven die er de komende jaren liggen. De benodigde formatie is opgenomen in deze begroting.

Sturing en ondersteuning De organisatieontwikkeling bij de Omgevingsdienst heeft de afgelopen jaren niet stilgestaan. De stevige groei in het takenpakket en daarmee direct samenhangende formatieomvang heeft ook zijn impact op de capaciteit die nodig is om de uitvoerende medewerkers adequaat te kunnen faciliteren. Dat geldt niet alleen voor de aansturing/begeleiding/coaching door teamcoördinatoren, maar ook voor de ondersteunende taken op het gebied van functioneel beheer, kwaliteitszorg en administratie. Deze ondersteunende taken zijn noodzakelijkerwijs meegegroeid met de omvang van de uitvoerende taken van de Omgevingsdienst. Specifiek ten aanzien van de administratieve taken kan nog worden opgemerkt dat deze toename een direct gevolg is van de toename aan vergunningaanvragen en andere (juridische) werkzaamheden. Vooralsnog is geen zicht op stappen in de richting van meer geautomatiseerde werkprocessen (RPA: robotic proces automation), waardoor met minder administratieve ondersteuning zou kunnen worden toegekomen. Deze ontwikkelingen in de wijze waarop de Omgevingsdienst zijn ‘overhead’ heeft georganiseerd worden nu meegenomen in de actualisatie van het formatieplan in deze Kadernota.

Daarbij wordt rekening gehouden met het aanstaande pensioen van een van de teamcoördinatoren: deze formatieplek wordt niet opgevuld in verband met de aankomende wijzigingen in de formatie van de Omgevingsdienst als gevolg van de RUD-ontwikkelingen.

Projecten / Specifieke wensen (‘couleur locale’) Terugkijkend op de Uitvoeringsprogramma’s van de afgelopen jaren, is een redelijk vaste lijn te ontdekken in het aantal uren dat door de drie gemeenten van de OD wordt gevraagd vanuit specifieke lokale wensen. Deze lokale projecten en lokale (toezicht- en handhavings)accenten vormen inmiddels een vast onderdeel van het Uitvoeringsprogramma en daarmee ook van de ODformatie. In de formatieomvang die is vastgelegd in de Kadernota 2026 is de benodigde ruimte voor

Pagina 14 van 67

deze couleur locale dan ook meegenomen. De ruimte om bijvoorbeeld bij te dragen aan gemeentelijke projecten op het gebied van aanpak ondermijning (inclusief acties vanuit het RIEC en ACT!), aanpak onrechtmatige bewoning recreatiewoningen, huisvesting arbeidsmigranten, actualisatie algemene plaatselijke verordening of (in omvang beperkte) specifieke handhavingsprojecten is dus aanwezig. Afspraak met de gemeenten is dat projectinitiatieven van een gemeente eerst in MER-breed verband worden getoetst op de mogelijkheden van een gezamenlijke aanpak. Naast een (mogelijk) kostenbesparend effect voor de gemeenten leidt dit ook tot voordelen in de uitvoering door de Omgevingsdienst (uniformiteit, minder foutgevoeligheid, efficiency). Bij nieuwe, substantiële projectwensen zal bekeken worden in overleg met de betreffende, vragende gemeente hoeveel capaciteit dit in beslag neemt en wat daarover financieel dient te worden afgesproken.

Ontwikkelingen Regionale Uitvoeringsdienst Limburg-Noord (RUD LN) Binnen de RUD LN werken de 15 Noord-Limburgse gemeenten samen in de uitvoering van (met name) de wettelijke milieutaken (bijv. het milieutoezicht op bedrijven). Deze regionale samenwerking is in Limburg Noord georganiseerd op basis van een netwerkconstruct. De uitvoerende medewerkers zijn ‘gewoon’ in dienst van de betreffende gemeenten (cq de MER-OD) en werken vooral aan professionalisering, uitwisseling van kennis en ondersteunen elkaar bij de uitvoering van de milieutaken. Het onderzoeksrapport van de commissie Van Aartsen (‘Om de Leefomgeving’) was in 2021 aanleiding voor de start van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (het IBP), een landelijk programma ter versterking van het stelsel van omgevingsdiensten in Nederland. Vanuit dit programma – waarin wordt samengewerkt tussen de diverse bestuurlijke koepels (ministerie, IPO, VNG, omgevingsdiensten) – zijn 6 pijlers uitgewerkt voor de versterking van het VTH-stelsel en versteviging van de omgevingsdiensten. Deze pijlers bevatten robuustheidscriteria, waaraan de omgevingsdiensten moeten gaan voldoen. Deze robuustheidscriteria gaan onder andere over de omvang van de omgevingsdienst en het percentage personeel in vaste dienst. Het huidige netwerk van de RUD LN voldoet daar niet aan.

Inmiddels is een plan van aanpak opgesteld (2024) dat de basis vormt voor het traject naar de oprichting van een robuuste omgevingsdienst Limburg Noord. Een projectteam is aan de slag om het noodzakelijke bedrijfsplan voor deze nieuwe organisatie op te stellen. Afgezien van benodigde extra personele inzet ten behoeve van de uitwerking/implementatie van het bedrijfsplan is nog geen concreet zicht op de meer structurele consequenties en risico’s op personeel, organisatorisch of financieel vlak. De nieuwe robuuste RUD LN zal immers op zijn vroegst in uitvoering zijn per 1-4-2026. Mogelijke effecten voor 2026 zullen derhalve pas kunnen worden verwerkt middels een begrotingswijziging.

Pagina 15 van 67

2.4 Wat gaat dat kosten? Begroting 2025 na wijzigingen t/m 2025-1

Realisatie 2024

OMGEVINGSDIENST

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Vergunningen

Omgevingscommissie Externe adviseurs Inhuur flexibele schil Proceskosten Totaal

24.838 49.922 1.653.362 18.732 1.746.854

30.000 50.000 0 10.000 90.000

30.000 50.000 0 10.000 90.000

30.000 50.000 0 10.000 90.000

30.000 50.000 0 10.000 90.000

30.000 50.000 0 10.000 90.000

Toezicht & Handhaving

Autokosten/Lease auto's

34.233

95.000

95.000

95.000

95.000

95.000

Totaal

34.233

95.000

95.000

95.000

95.000

95.000

Kosten Personeel Overige personeelskosten Stelpost langdurig ziekteverzuim Stelpost onvoorzien Stelpost RUD ontwikkelingen Totaal

6.603.310 323.400

9.034.399

9.203.963

9.203.963

9.203.963

9.203.963

50.000 50.000 9.134.399

50.000

50.000

50.000

50.000

9.253.963

9.253.963

9.253.963

9.253.963

Doorbelasting bedrijfsvoering Bijdrage Maasgouw Bijdrage Echt-Susteren Bijdrage Roerdalen

2.247.564 -814.067 -891.834 -541.663

2.124.586

2.216.148

2.192.593

2.192.593

2.192.593

0

2.124.586

2.216.148

2.192.593

2.192.593

2.192.593

183.663

183.663

183.663

183.663

183.663

0

183.663

183.663

183.663

183.663

183.663

8.707.797

11.627.648

11.838.774

11.815.219

11.815.219

11.815.219

2.526.622 2.767.984 1.681.158

3.032.430 3.831.720 2.081.909

3.209.916 3.838.812 2.016.894

3.209.916 3.838.812 2.016.894

3.209.916 3.838.812 2.016.894

3.209.916 3.838.812 2.016.894

716.410 878.304 529.872

783.187 905.075 527.886

774.862 895.455 522.276

774.862 895.455 522.276

774.862 895.455 522.276

183.384 70.805

100.000

100.000

100.000

100.000

100.000

7.229.953

11.170.645

11.381.771

11.358.216

11.358.216

11.358.216

61.931 75.926 45.806

64.907 75.008 43.749

64.907 75.008 43.749

64.907 75.008 43.749

64.907 75.008 43.749

183.663

183.663

183.663

183.663

183.663

1.204.504

0

0

0

0

0

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen

171.490 70.048 31.802

171.490 70.048 31.802

171.490 70.048 31.802

171.490 70.048 31.802

171.490 70.048 31.802

171.490 70.048 31.802

Totaal

273.340

273.340

273.340

273.340

273.340

273.340

8.707.797

11.627.648

11.838.774

11.815.219

11.815.219

11.815.219

0

0

0

0

0

0

Personeel

Doorbelasting

Totaal

6.926.710

Huisvestingskosten Maasgouw Totaal Totale lasten Bijdrage gemeenten

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen

Doorbelasting

Doorbelasting Maasgouw Doorbelasting Echt-Susteren Doorbelasting Roerdalen

Overige baten

Inkomsten RUD / Acad. Detachering personeel Totaal

Bijdrage huisvesting

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen Totaal

UP

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen Totaal

Bijdrage VVGB

Totale baten Saldo

0 322.651 693.060 188.793

Pagina 16 van 67

Toelichting De lasten bestaan uit personeelskosten: loonkosten, inhuurkosten en overige personeelskosten. Onze baten bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten, bijdragen inzake aanvullende dienstverlening en de inkomsten uit werkzaamheden voor derden (RUD). Hieronder wordt de begroting verder toegelicht. Bijdrage gemeenten De formatieomvang van de Omgevingsdienst is bijgesteld naar 94,8 fte. Deze formatieomvang is gebaseerd op de formatie die de afgelopen jaren nodig is geweest om de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (inclusief de lokaal gewenste projecten) adequaat te kunnen uitvoeren. Daarbij is zoveel als mogelijk rekening gehouden met de ontwikkelingen in het VTH-domein, waaronder de formatieve gevolgen van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Deze nieuwe formatieomvang is enerzijds het gevolg van een ombouw van flexibele schil (inhuur/detachering) naar vast personeel, anderzijds van een daadwerkelijke uitbreiding als gevolg van specifieke wensen van twee gemeenten met betrekking tot boa-toezicht. De ontwikkeling naar meer vast personeel en dito afbouw van inhuur en detachering brengt een verschuiving van de lasten voor de gemeenten met zich mee. Een en ander sluit aan bij de bestuurlijke wensen ten aanzien van meer financiële voorspelbaarheid met betrekking tot de kosten van het Servicecentrum.

De vaste personeelskosten worden structureel verhoogd, maar de flexibele kosten met (nagenoeg) hetzelfde bedrag verlaagd. Concreet vertaalt zich dit in het uitblijven van de voorheen steeds zeer hoge additionele kosten op basis van het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma van de Omgevingsdienst, en daar bovenop vaak nog financiële bijstellingen gedurende het jaar (begrotingswijziging). Met ingang van het begrotingsjaar 2019 wordt de gemeentelijke bijdrage bepaald op basis van de werkelijke output T-2; voor de onderlinge verdeling per gemeente van de bijdrage aan de Omgevingsdienst in 2026 is derhalve de output van het jaar 2024 bepalend. De specifieke, lokaal gewenste uitbreiding van de boa-capaciteit wordt buiten deze berekening gelaten. Inkomsten RUD-werkzaamheden en MER/RUD-Academie Binnen de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) wordt samengewerkt door de deelnemende gemeenten, i.c. het feitelijk ondersteunen van een andere gemeente door het leveren van capaciteit. Deze werkzaamheden worden binnen de RUD uitgevoerd tegen een vast uurtarief (2025: € 104, uurtarief 2026 is nog niet vastgesteld). De Omgevingsdienst heeft de afgelopen jaren inkomsten kunnen genereren als gevolg van het leveren van capaciteit aan een aantal RUD-partners.

Het inschatten van deze inkomsten voor 2026 is lastig, te meer vanwege de ontwikkelingen rondom de transitie naar een nieuwe, robuuste omgevingsdienst Limburg Noord die in 2026 zijn beslag zal krijgen. Naast inkomsten uit genoemde werkzaamheden voor andere gemeenten in Limburg Noord genereert de Omgevingsdienst inkomsten door het aanbieden van trainingen aan andere organisaties vanuit de MER/RUD-Academie. De Omgevingsdienst organiseert trainingen op allerlei deelgebieden van het omgevingsrecht voor en door eigen medewerkers, maar ook medewerkers van andere organisaties kunnen hierbij aansluiten. Deze inkomsten zijn reeds een aantal jaren stabiel. Resumerend worden de inkomsten uit de RUD-samenwerking vooralsnog voor 2026 wederom ingeschat op € 100.000.

Pagina 17 van 67

3. Programma Sociaal Domein 3.1 Inleiding Dit programma geeft een overzicht van het taakveld Sociaal Domein. Met name de in- en externe ontwikkelingen op het gebied van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Participatiewet (PW), de Wet Inburgering 2021 (Wi2021) en aanverwante regelingen komen hier aan de orde. De nadere uitwerking vindt jaarlijks plaats in een jaarplan dat concreet richting geeft aan alle taken en projecten die het team voor de drie gemeenten uitvoert. Door periodiek met de drie gemeenten in gesprek te zijn kunnen we inspelen op de belangrijkste bestuurlijke doelen en de gewenste klantgerichtheid. Dit programma betreft met name externe dienstverlening aan burgers die we kunnen toetsen, waardoor we in dit programma inzicht kunnen geven in de cijfers van o.a. onze klantgerichtheid. Op het vlak van bedrijfsvoering focussen we op budgetbeheersing enerzijds en een goede balans tussen kwaliteit en efficiency anderzijds. In onze verbeterteams zijn we continu bezig te zijn met procesverbeteringen, waarbij we ondermeer gebruik maken van systematieken als Lean en Klantreizen (deregulering en toevoegen klantwaarde).

3.2 Wat willen we bereiken? Kwaliteit Wij streven ernaar om kwalitatief goede service en dienstverlening te leveren in alle taken die we uitvoeren. Kwaliteit heeft verschillende aspecten: het naleven van weten en regels, het behalen van gemeentelijke en/of organisatorische doelen en niet te vergeten, het voldoen aan de verwachtingen van de inwoner. Wij dragen zoveel mogelijk bij aan het bereiken van belangrijke maatschappelijke effecten waaronder: • • • • • • • •

Dat inwoners zo zelfredzaam mogelijk zijn dan wel weten waar ze hulp en ondersteuning kunnen krijgen als ze dit nodig hebben zelfredzaamheid van inwoners vergroten; De participatie verhogen zowel op werk- als maatschappelijk gebied: we bevorderen dat iedereen naar vermogen meedoet; De integratie en participatie van inburgeraars vergroten; Zorgen voor een financieel vangnet voor inwoners die (tijdelijk) niet zelfstandig in hun levensonderhoud kunnen voorzien; Het ondersteunen van inwoners met financiële problemen; Voorzien in een laagdrempelige en toegankelijke zorg / ondersteuning; Inwoners ondersteunen zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen; Geïndiceerde voorzieningen zoveel mogelijk te transformeren naar laagdrempelige ondersteuning en eigen kracht van inwoner en samenleving.

Om dit te kunnen realiseren, hebben we onze processen ingericht vanuit het inwonersperspectief en hebben we kwaliteitscriteria en werkinstructies opgesteld om dit ook te borgen. Daarnaast vindt borging in onze uitvoeringspraktijk plaats door middel van gerichte controles op zowel team- als medewerker niveau. Samen met de inwoner kijken we waar de inwoner nu echt (en duurzaam) mee geholpen is.

Pagina 18 van 67

We zorgen dat medewerkers hun kennis bijhouden en zich verder ontwikkelen. Naast kennis richten we ons ook op de ontwikkeling van competenties, inzicht en vaardigheden. Op het gebied van de sturings- en managementinformatie hebben we een standaard ontwikkeld die ons in staat stelt om optimaal in positie te blijven als het gaat om het sturen, managen en uitvoeren van alle taken binnen de kaders van de begroting. Kwaliteit meten wij aan de hand van de volgende indicatoren: • • • •

Doorlooptijden; Aantal klachten; Aantal ontvankelijk en gegronde bezwaar- en beroepsschriften; Klanttevredenheid.

Klantgerichtheid Iedereen wil op een eerlijke en respectvolle manier behandeld worden. Inwoners willen goed worden geïnformeerd, begrijpen waarom de overheid een bepaald besluit neemt en een eerlijke afweging ervaren. In onze dienstverleningsprocessen streven we naar een voor de klant zo prettig mogelijk contact met de gemeente. We communiceren in heldere taal en hanteren een informele en oplossingsgerichte aanpak met aandacht voor de menselijke maat. We zijn toegankelijk en dichtbij de inwoners georganiseerd. We werken gebiedsgericht, waarbij de klantmanagers Wmo, inburgering, werk en inkomen per gebied actief zijn. Onze klantmanagers zijn voor zowel de klant als voor de ketenpartners het bekende gezicht in één of meerdere kernen. Waar gebundelde kennis en kunde efficiënter is, werken we MER-breed. We hebben een ontwikkeling doorgemaakt waarbij de focus op een rechtmatige en efficiënte afhandeling op basis van wet- en regelgeving is verlegd naar faciliterend optreden waarbij we vraagen oplossingsgericht werken. We zetten dit voort en waar wenselijk en passend zorgen we voor verbetering. Bij werk en inkomen zal de aangepaste Participatiewet (Participatiewet in balans) deze ontwikkeling mede ondersteunen. Voor ons is de vraag of het probleem van de inwoner het uitgangspunt.

We verdiepen ons in de vraag en de leefwereld van onze inwoners en beoordelen vervolgens samen met de inwoner wat er nodig is. Vanzelfsprekend blijven we ook oog hebben voor de eigen verantwoordelijkheid, de eigen kracht en de mogelijkheden van (het netwerk van) de inwoner zelf. Klanttevredenheid meten we gedurende het hele jaar. Aan het einde van het Wmo-proces hebben we de processtap ‘nazorg’ ingebouwd waarbij inwoners 6 weken na afronding van een aanvraag worden gebeld. We vragen of alles conform afspraak is gegaan (waaronder bijv. levering van een voorziening) en of alles naar wens is. Het wordt door inwoners bijzonder op prijs gesteld. De informatie die wij hiermee ontvangen, zetten wij in voor de verdere verbetering van onze kwaliteit.

Pagina 19 van 67

Kosten efficiency Wat betreft kosten efficiency sturen we in hoofdzaak op de volgende thema’s: • • • •

Kostenbeheersing door te werken conform onze begroting, dus budgetdiscipline; Kostenbeheersing middels data-analyse van onze sturingsinformatie; Kostenbeheersing door sturing op normtijden; Kostenbeheersing d.m.v. procesoptimalisatie: geen onnodige processtappen en/of overlap in taken van medewerkers.

We blijven actief op zoek naar meer efficiency en naar het optimaliseren van de balans tussen beschikbare capaciteit en de hoeveelheid uit te voeren taken en werkzaamheden. Medewerkers worden flexibel ingezet en we werken actief aan verdere automatisering van ondersteunende processen. Omdat we werken met een structuur van verbeterteams voor onze primaire processen kunnen we continu blijven bouwen aan het optimaliseren van processen en systemen. Dit leidt tot meer klantwaarde c.q. verbeteren van onze dienstverlening. Hiermee is een cultuur gecreëerd waarbij het team Sociaal Domein structureel een focus heeft op verbeteren.

Kwetsbaarheid Door het samenbrengen van de werkzaamheden van de drie gemeenten binnen het team Sociaal Domein is de eerdere kwetsbaarheid grotendeels opgeheven. Doordat afgelopen jaren het beleid grotendeels is geüniformeerd, kan het team Sociaal Domein efficiënter werken, is dienstverlening verbeterd en de kwetsbaarheid verminderd. Onze medewerkers kunnen we flexibel inzetten; dit helpt in het geval dat er zich een piek in het aantal aanvragen voordoet alsook bij het verminderen van kwetsbaarheid ingeval van het uitvallen van medewerkers.

Ontwikkelingen 2026 Er zijn een aantal in- en externe ontwikkelingen voor 2026. Voorbereiding en implementatie van alle ontwikkelingen en wijzigingen gebeurt overwegend met een projectmatige aanpak. (Digitale) dienstverlening De ontwikkeling en verbetering van onze (digitale) dienstverlening is een continu proces en vereist veel specifieke kennis, inzet en tijd. Ondanks dat de invoering vaak weerbarstiger blijkt dan vooraf ingeschat gaan we onverminderd door met deze ontwikkeling. De verdere ontwikkeling moet leiden tot een laagdrempelige en eenvoudige toegang naar het Sociaal Domein. Aansluitend bij een manier van werken waarbij wetten en regels minder leidend zijn maar slechts ondersteunend zetten we steeds meer in op het ambtshalve verstrekken van voorzieningen waarbij we al kunnen vaststellen dat de betreffende personen (zeer waarschijnlijk) recht op de voorziening hebben. De dienstverlening aan onze inwoners ontwikkelen we samen met de gemeenten waarbij we komen tot één dienstverlenings-DNA. We hebben hierbij aandacht voor houding, gedrag en eigenaarschap en leggen de nadruk op kerncompetenties zoals klantgerichtheid, oplossingsgerichtheid, samenwerken/verbinden en digitale vaardigheden.

Pagina 20 van 67

Met de voortdurende ontwikkeling van het data gedreven werken zijn we als team Sociaal Domein samen met het team Bedrijfsvoering (informatisering) aan de slag om de data over onze uitvoering steeds beter inzichtelijk te maken voor de gemeenten. We zijn via alle kanalen (digitaal, telefonisch, post en fysiek) bereikbaar voor inwoners. Voor wat betreft de telefonische dienstverlening zijn we vanaf 2026 niet meer de gehele dag maar wel alle ochtenden bereikbaar. Dit levert een efficiencyvoordeel en besparing op. De bereikbaarheid via de andere kanalen blijft volledig blijft in stand.

Zorg en Ondersteuning Implementatie abonnementstarief Het kabinet is voornemens om het abonnementstarief aan te passen. Een wetswijziging Afschaffing abonnementstarief Wmo 2015 is opgesteld. Het abonnementstarief wordt met ingang van 1 januari 2027 gewijzigd. In 2026 gaan hiervoor de voorbereidingen plaats vinden. We houden hierbij rekening met veel klantvragen, het opzeggen van voorzieningen en reacties vanuit de groep inwoners die een hogere eigen bijdrage moeten gaan betalen. Gezien de dubbele vergrijzing in Limburg, betekent dit niet automatisch dat we minder meldingen hoeven te verwachten. De wetswijziging kan ervoor zorgen dat het financieel minder aantrekkelijk wordt voor een groep met een groter vermogen. Met de wijziging van de eigen bijdrage/abonnementstarief, is ook een voorstel om een landelijke verplichte startdatum van die eigen bijdrage te hanteren. De startdatum zou gelijk moeten zijn aan de startdatum van de zorgaanbieder/leverancier (iWmo). Dit is niet conform onze huidige werkwijze. Die is: ingangsdatum beschikking is ingangsdatum start eigen bijdrage conform het gemeentelijke beleid. Met de wetswijziging verandert dit, wat een wijziging in onze werkprocessen en ook van de gemeentelijke verordeningen betekent. PGB 2.0 We verwachten in 2025 starten met de voorbereidingen van PGB 2.0. Dat is de nieuwe verbeterde versie van het trekkingsrechtsysteem.

Enkele gemeenten zijn in 2022/2023 overgestapt en daarna bleek dat het systeem toch nog verder aangepast moet worden wat weer de nodige vertraging opleverde. Het ziet er naar uit dat wij in 2026 kunnen overstappen. Aanbesteding woningaanpassingen Eind 2024 is gestart met de marktconsultatie voor een aanbesteding voor woningaanpassingen. Door deze aanbesteding kunnen kleine en grotere woningaanpassingen ook in zorg in natura worden uitgevoerd bij zowel huur- als eigendomswoningen. Het aanbieden van maatwerkvoorzieningen in zorg in natura is verplicht vanuit Wmo. Daarnaast gaat het ook efficiëntie en mogelijk kostenbesparing opleveren door gemaakte prijsafspraken. We verwachten dat de nieuwe werkwijze, die voortvloeit uit de nieuwe aanbesteding vanaf 2026 geïmplementeerd wordt.

Pagina 21 van 67

Beschermd wonen Er zijn nieuwe beschermd wonen locaties in de MER-gemeenten en de ontwikkelingen op het gebied van het woonplaatsbeginsel zorgen ervoor dat er in de regievoering veel gaat veranderen. In de gemeenten zijn in de afgelopen jaren een aantal locaties geopend (beschermd wonen, maatschappelijke opvang en safehouse). Hierdoor is het streven om cliënten met een dergelijke indicatie vaker in de eigen omgeving/gemeente verblijven, zonder op te moeten starten in een andere omgeving in de provincie. Door het toepassen van het woonplaatsbeginsel blijft de gemeente van herkomst (onze eigen gemeente) de regie voeren van een inwoner, ook als het betekent dat de inwoner naar een andere, meer passende locatie zal verhuizen. Met deze twee veranderingen krijgen de gemeenten vanaf 2026 meer zicht op deze groep. Inwoners worden beter gefaciliteerd om in de eigen omgeving te blijven wonen.

Werk en Inkomen Programmaplan Participatiewet in balans Met het programma ‘Participatiewet in Balans’ wil het kabinet mensen een voldoende en zeker bestaansminimum bieden en hen stimuleren deel te nemen aan de samenleving. Iedereen doet mee naar vermogen. Daarbij houdt de overheid rekening met individuele mogelijkheden en persoonlijke omstandigheden. De nieuwe wet is goed te begrijpen, eenvoudiger en biedt passende ondersteuning met heldere rechten en plichten. De uitgangspunten zijn vertrouwen en een realistisch en positief mensbeeld. Daarvoor is ook een cultuuromslag nodig in de hele keten: van denken in systemen naar aansluiten op de leefwereld. Er komen 3 sporen terug in het programmaplan: Spoor 1 betreft het wetsvoorstel met daarin een samenhangend pakket aan maatregelen waarmee de regering een eerste, stevige stap wil zetten naar een uitvoering van de Participatiewet waarbinnen vertrouwen en de menselijke maat kernwaarden zijn. Aanpassingen worden gefaseerd ingevoerd. Dit geeft gemeenten gelegenheid om de aanpassingen goed in de werkprocessen, systemen, documenten en communicatie aan inwoners te verwerken. Enkele maatregelen uit het wetsvoorstel zijn: • • • • • • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=dd848c95-6f99-4fa7-9b88-d60a18806149