CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2024

Gemeenteraad 1 juni 2023, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: Conceptbegroting 2024 en begrotingswijziging 2023-2 GR SC MER18.066 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Programmabegroting Servicecentrum MER 2024 met meerjarenraming 2025-2027

DEFINITIEF CONCEPT Dagelijks Bestuur: 5 april 2023 Algemeen Bestuur: 5 juli 2023

Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................... 4 Programma Omgevingsdienst ................................................................................................ 8 2.1 Inleiding.............................................................................................................................. 8 2.2 Wat willen we bereiken? ..................................................................................................... 8 3.3. Wat gaan we daarvoor doen? ........................................................................................... 11 3.4 Wat gaat dat kosten? ........................................................................................................ 14 Programma Sociaal Domein ................................................................................................ 16 3.1. Inleiding........................................................................................................................... 16 3.2. Wat willen we bereiken? .................................................................................................. 16 3.3 Wat gaan we daarvoor doen? ............................................................................................

21 3.4 Wat gaat dat kosten? ........................................................................................................ 22 Programma Bedrijfsvoering ................................................................................................. 24 4.1. Inleiding........................................................................................................................... 24 Informatisering ........................................................................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. HRM........................................................................................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.2.

Wat willen we bereiken? ............................................................................................. 24

4.2.2 Informatisering .................................................................................................................... 25 Kwaliteit................................................................................................................................. 25 Klantgerichtheid ..................................................................................................................... 25 Kostenreductie (efficiency) ..................................................................................................... 26 Kwetsbaarheid ....................................................................................................................... 26 4.2.3 HRM...................................................................................................................................... 26 4.3.

Wat gaan we daarvoor doen? ...................................................................................... 27

4.3.2 Informatisering .................................................................................................................... 28 Kwaliteit................................................................................................................................. 28 Klantgerichtheid ..................................................................................................................... 28 Kostenreductie (efficiency) ..................................................................................................... 28 Kwetsbaarheid ....................................................................................................................... 28 4.3.3 HRM...................................................................................................................................... 28 4.4 Wat gaat dat kosten? ........................................................................................................ 29 Programma Bestuur & Organisatie ...................................................................................... 31 5.1. Inleiding........................................................................................................................... 31 5.2. Wat willen we bereiken? .................................................................................................. 31 2

5.3. Wat gaan we ervoor doen?............................................................................................... 32 5.4. Wat gaat dat kosten? ....................................................................................................... 33 Paragrafen .......................................................................................................................... 34 6.1. Inleiding........................................................................................................................... 34 6.2. Paragraaf bedrijfsvoering ................................................................................................. 34 6.3. Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheer ............................................................... 35 6.4. Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................ 41 6.5. Paragraaf financiering ...................................................................................................... 41 Risicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm) ..................................................................... 41 EMU saldo .............................................................................................................................. 43 6.6.

Verbonden partijen .......................................................................................................... 43 Financiële Begroting 2024-2027 ........................................................................................... 44 7.1 Geprognosticeerde balans ................................................................................................. 44 7.2 Staat van Reserves ............................................................................................................ 44 7.3 Recapitulatie programma’s................................................................................................ 45 7.4 Overzicht incidentele baten en lasten ................................................................................ 46 Toelichting incidentele baten en lasten ................................................................................... 46 Bijlage: Taakvelden .................................................................................................................... 47

3

Inleiding De begroting 2024 ligt nu voor. De begroting van het SC MER is opgebouwd uit vier programma’s. Alle programma’s bestaan grotendeels uit personele lasten voor uitvoering van werkzaamheden. Alleen het programma bedrijfsvoering omvat daarnaast inhoudelijke budgetten voor uitvoering van ICT en telefonie voor zowel het SC MER als de deelnemende gemeenten. Onze baten bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten. De Omgevingsdienst voert daarnaast werkzaamheden uit voor de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Limburg-Noord, waarvoor ook baten worden ontvangen. Met de middelen die ons ter beschikking worden gesteld, voeren wij onze taken voor de deelnemende gemeenten uit. Voor de duidelijkheid vermelden we hier dat legesopbrengsten en uitvoeringsbudgetten voor participatie en Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) niet in onze begroting staan. Deze middelen zijn niet aan ons overgedragen en berusten bij de deelnemende gemeenten.

Ontwikkelingen Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen In het huidige tijdsgewricht volgen maatschappelijke ontwikkelingen elkaar steeds sneller op en worden onvoorspelbaar. Dit leidt ertoe dat de opgaven voor de MER gemeenten groter en complexer worden. Zo hebben de gemeenten een steeds grotere rol gekregen in de aanpak van de verschillende crises in ons land. Dit zagen we onder meer terug in de grote rol die de gemeenten hebben (gehad) in de aanpak van Covid-19, in de opvang van vluchtelingen (statushouders) en in de ondersteuning van onze inwoners bij de sterke stijging van de energielasten. Dit alles legt een druk op de dienstverlening van de MER gemeenten voor hun inwoners, hun bedrijven en hun instellingen. Er wordt steeds meer verwacht van de lokale overheid. Dit vraagt ook het een en ander van SC MER. Zowel in de ondersteuning op het gebied van bedrijfsvoering als in de directe dienstverlening voor de inwoners, bedrijven en instellingen van de MER-gemeenten. Zo is SC MER verantwoordelijk voor de uitvoering van de energietoeslagen en voor de inburgering van vluchtelingen, waaronder de vluchtelingen uit de Oekraïne. Het zijn niet alleen de maatschappelijke ontwikkelingen die leiden veranderingen. Het gaat eveneens over wettelijke en technologische ontwikkelingen.

Zo gaat bijvoorbeeld de invoering van de Omgevingswet in belangrijke mate bepalen hoe de vier MER organisaties invulling geven aan vergunningstrajecten ten aanzien van de inrichting van de fysieke ruimte. Los van alle vragen omtrent de invoering van deze wet is in ieder geval duidelijk dat het anders dan nu moet en dat een nog intensievere samenwerking daarbij is vereist. Technologische ontwikkelingen zorgen ervoor dat we de dienstverlening anders kunnen en moeten inrichten. Meer ‘zelfsturing’, meer 24/7 beschikbaarheid van gegevens en de steeds verdergaande digitalisering van allerlei administratieve processen, zorgen ervoor dat onze dienstverlening en onze ondersteuning op het gebied van bedrijfsvoering aan veranderingen onderhevig is. Arbeidsmarkt ontwikkelingen We zullen ook in 2024 te maken hebben met krapte op de arbeidsmarkt. Als gevolg van een sterke vergrijzing van de beroepsbevolking moeten we het in de toekomst met minder medewerkers doen. Dit houdt in dat we in de komende jaren verder moeten investeren in onze medewerkers en in onze technologie, zodat we ook in de toekomst kunnen zorgen voor een goede en efficiënte dienstverlening.

4

Ontwikkelingen op het gebied van verantwoording afleggen Steeds meer dienen we op basis van nieuwe wetgeving verantwoording af te leggen aan externe instanties en aantoonbaar te voldoen aan verplichte normenkaders. We hebben te maken met een toenemend aantal verplichte audits. Daarnaast levert SC MER een bijdrage aan de verantwoording die de gemeenten af moeten leggen aan gemeenteraad en externe toezichthouders. Het gaat hierbij om de jaarlijks uitbreidende ENSIA-verantwoording op het gebied van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen, Basisregistratie Grootschalige Topografie, Basisregistratie Ondergrond, Basisregistratie Personen, Reisdocumenten, DigiD, Suwinet en de Baseline Informatiebeveiliging Overheid. Daarnaast voeren we audits uit in het kader van de Wet politiegegevens en moeten we ons aantoonbaar verantwoorden over de verwerking van persoonsgegevens onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Verder verwachten we een nieuwe verantwoordingslast over de inzet van algoritmes. Uitvoering van en medewerking aan deze audits legt een steeds groter beslag op onze capaciteit, ook in 2024.

Doelen en acties Focus op kwaliteit en klantgerichtheid door samenwerking We zullen de uitdagingen gezamenlijk met de vier MER organisaties, dienen op te pakken. We staan samen voor de dienstverlening voor onze inwoners, voor onze bedrijven en voor onze instellingen. In 2024 ligt de focus naar de verdere ontwikkeling van kwaliteit & klantgerichtheid. Dit doen we door:  We ontzorgen door een goede betrouwbare partner te zijn.  We nemen verantwoordelijkheid door toegevoegde waarde te leveren op onze vakgebieden.  We adviseren onafhankelijk vanuit de uitvoering over het beleid op het gebied van Sociaal Domein en Omgevingsdienst beleid.  We adviseren onafhankelijk en initiëren ontwikkelingen op bedrijfsvoerings-gebied vanuit een gezamenlijk strategisch kader op basis van ambities, behoeften en prioritering.  We werken continu aan de verbetering van de dienstverleningsprocessen.  We kennen onze ‘klanten’, we kennen de gemeentelijke ambities en onze klanten kennen ons.  We pakken de regie op de gezamenlijkheid.  We organiseren ambtelijke en bestuurlijke nabijheid.  We investeren in de kwaliteit van advisering.  Uitvoeringsprogramma’s zijn de basis van ons handelen en rapporteren.  We professionaliseren onze organisatie verder door harmonisatie van (interne)  werkprocessen en bevordering van integraliteit.  We anticiperen op de arbeidsmarkt-ontwikkelingen.

Financiële kaders Kostenverdeelsleutels De begroting 2024 is voor wat betreft de totalen gelijk aan de jaarschijf 2024 van BW 2023-2. De bijdrage per gemeente verschilt echter. Dit heeft te maken met de kostenverdeelsleutel. Voor de programma’s Sociaal Domein en de Omgevingsdienst is de kostenverdeelsleutel gebaseerd op de output van T-2. Als verdeelsleutel voor het programma Bedrijfsvoering hebben de gemeenten gekozen voor het aantal gebruikersaccounts. Het aantal gebruikersaccounts geeft een goede indicatie van de producten en diensten die door bedrijfsvoering worden geleverd aan onze klanten. Het aantal accounts dat voor de kostenverdeling wordt gebruikt (T-1) is gewijzigd t.o.v. de aantal accounts dat gehanteerd is bij begroting 2023. Dit heeft te maken met instroom en uitstroom van medewerkers in de vier organisaties. In onderstaande tabel is weergegeven wat het verschil is tussen 5

BW 2023-2/jaarschijf 2024 en de begroting 2024. De totalen zijn gelijk maar de verdeling tussen de gemeenten is gewijzigd. Verdeelsleutel 2021

BW 2023-2 jaarschijf 2024

Verdeelsleutel Begroting 2024 2022

Verschil bw 2023-2 jaarschijf 2024 t.o.v. begroting 2024

Maasgouw Bijdrage OD Bijdrage SD Bijdrage BV

0,3682 € 0,2848 € 0,3400 €

2.531.505 1.698.819 4.403.637

0,3622 € 0,2868 € 0,3451 €

2.490.253 € 1.710.749 € 4.445.722 €

41.252 -11.930 -42.085

Bijdrage BO

0,3147 €

367.463

0,3161 €

367.983 €

-520

€

9.001.424

€

9.014.707 €

-13.283

Echt-Susteren Bijdrage OD Bijdrage SD Bijdrage BV Bijdrage BO Totaal

0,3872 € 0,4488 € 0,3691 € 0,4155 € €

2.662.137 2.677.071 4.978.741 207.955 10.525.904

0,3968 € 0,4296 € 0,3739 € 0,4160 € €

2.728.140 € 2.562.545 € 5.024.651 € 207.899 € 10.523.235 €

-66.003 114.526 -45.910 56 2.669

Roerdalen Bijdrage OD Bijdrage SD Bijdrage BV Bijdrage BO Totaal

0,2446 € 0,2664 € 0,2909 € 0,2698 € €

1.681.712 1.589.064 3.685.568 135.017 7.091.361

0,2410 € 0,2836 € 0,2810 € 0,2679 € €

1.656.960 € 1.691.660 € 3.597.574 € 134.553 € 7.080.747 €

24.752 -102.596 87.994 464 10.614

€

26.618.689

€

26.618.689 €

-

Totaal

Totaal

Loonkosten op basis van functieboeken Vanaf 2020 hebben we een realistische financiële basis voor de toekomst gelegd door de personeelsbegroting op basis van de functieboeken te begroten, gewaardeerd tegen het maximum functieschaal. Deze lijn wordt in 2024 doorgetrokken. Buffer voor inhuur capaciteit bij ziekte Vanaf 2020 volgt het SC-MER de landelijke Personeelsmonitor Gemeenten (A+O fonds gemeenten) voor wat betreft het budget dat kan worden aangewend om in te huren bij langdurig ziekteverzuim. Ook in 2024 volgen we deze landelijke personeelsmonitor (2021), die aangeeft dat 4,5 % van de loonsom nodig is voor vervanging van langdurig verzuim (> 43 dagen). Maximaal twee begrotingswijzingen per jaar Met de BW 2021-1 is de financiële basis voor het SC-MER op orde gemaakt. Daarmee hoeft de begroting minder vaak tussentijds te worden aangepast. Toch kunnen zich altijd ontwikkelingen blijven voortdoen op basis waarvan aanpassingen noodzakelijk zijn. Dit zijn aanvullende dienstverlening aan de gemeente(n) en autonome ontwikkelingen die nog niet bij het opstellen van de begroting waren voorzien. De begroting kan maximaal twee keer per jaar wijzigen: in het voorjaar om eventuele gevolgen van de UPs (aanvullende dienstverlening) te verwerken en na de zomer op basis van de halfjaarrapportage.

6

Leeswijzer Deze begroting kent 4 programma's, te weten het programma Omgevingsdienst, het programma Sociaal Domein, het programma Bedrijfsvoering en het programma Bestuur & Organisatie. Deze programma’s zijn te vinden in de hoofdstukken, 2, 3, 4, en 5. De programma’s worden opgebouwd aan de hand van de drie 3 W- vragen: ‘Wat willen we bereiken?’, Wat gaan we ervoor doen? en Wat mag het kosten? Bij de eerste W-vraag wordt ingegaan op de 5 ambities (de 5 “K’s”: kwaliteit, kwetsbaarheid, klant, kosten, kleur lokaal). Hoofdstuk 6 omvat de paragrafen. Het laatste hoofdstuk omvat de financiële begroting met de geprognotiseerde balans en de staat van de reserves.

7

Programma Omgevingsdienst 2.1 Inleiding Dit programma bevat een beschrijving van de activiteiten van onze Omgevingsdienst. Het gaat niet alleen over uitvoerende taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, maar ook over de wijze waarop wij kwaliteit, klantgerichtheid, kostenreductie, wetsbaarheidsvermindering en (daar waar gewenst) couleur locale willen realiseren.

2.2 Wat willen we bereiken? De missie van de Omgevingsdienst is realisering van de vijf K’s. We willen kostenefficiënte, klantgerichte en kwalitatief hoogwaardige service verlenen op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving, zodat de gemeenten hun ambities op dit terrein kunnen bereiken. Die ambities hebben betrekking op het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving, het beperken van de overlast en het waarborgen van de veiligheid. We willen voldoen aan de (landelijke vereiste) kwaliteit en de afspraken die we met de gemeenten hebben gemaakt over klantgerichtheid (= kwaliteit van dienstverlening) en kostenreductie. Kwaliteit en kwetsbaarheidsvermindering Kwaliteit manifesteert zich op verschillende manieren, bijvoorbeeld door een goed gestroomlijnd en efficiënt werkproces, de inhoudelijke kwaliteit van de producten en de tevredenheid van de klant zowel intern als extern. Kwaliteit blijkt ook uit het aantal (on)gegronde bezwaar- en beroepsprocedures. Door de samenwerking tussen de Omgevingsdienst en de netwerk-RUD voldoen de gemeenten aan de landelijke kwaliteitscriteria op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Hierdoor zijn de gemeenten in staat de gewenste kwaliteit, robuustheid (= kwetsbaarheidsvermindering) en continuïteit te leveren.

Uitwisseling van kennis en het investeren in de ontwikkeling van medewerkers (middels een eigen opleidingsinstituut, de RUD-academie), alsmede het aan elkaar bieden van ondersteuning bij capaciteitsvraagstukken zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. De Omgevingsdienst toetst in toenemende mate ook intern de kwaliteit van de te leveren producten en diensten. Daartoe worden – zowel binnen de Omgevingsdienst als in breder RUD-verband – kwaliteitsaudits uitgevoerd. De audits zijn een terugkerend onderdeel van het binnen de Omgevingsdienst gehanteerde principe van continu verbeteren. De audits zullen in 2024 vooral gericht zijn op het verbeteren van het gebruik van de nieuwe applicatie RxMission, die in juni 2023 in gebruik wordt genomen bij de Omgevingsdienst; dit is de applicatie die het nieuwe werken in het kader van de Omgevingswet – die naar verwachting per 1 januari 2024 in werking zal treden – moet faciliteren. Landelijk zijn er kwaliteitscriteria opgesteld (set kwaliteitscriteria 2.2) die het fundament vormen voor een adequate uitvoering van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van het Omgevingsrecht. Inmiddels zijn deze landelijke kwaliteitseisen geborgd in de Wet VTH en de gemeentelijke Kwaliteitsverordeningen. De criteria gaan over kritieke massa, proces en inhoud.

De criteria voor kritieke massa geven een ondergrens van het aantal medewerkers en hun deskundigheid, die nodig is om activiteiten in continuïteit te kunnen uitvoeren. In het Uitvoeringsprogramma van de Omgevingsdienst is per deskundigheidsgebied met deze ondergrens rekening gehouden. Deze vorm van robuust organiseren draagt bij aan de 4e K van kwetsbaarheidsvermindering.

8

Om te toetsen of de RUD LN en de gemeenten voldoen aan deze landelijke kwaliteitseisen worden periodiek zogenoemde EVP-metingen uitgevoerd. Middels een EVP-meting worden medewerkers aan de hand van de landelijke kwaliteitscriteria getoetst op hun specialistische deskundigheden. Het resultaat van deze geactualiseerde EVP-metingen geeft een beeld van het opleidings- en kennisniveau van onze medewerkers en is rechtstreeks input voor de individuele ontwikkeltrajecten van ons personeel en het opleidingsprogramma van onze RUD-academie. Er zijn ook landelijke procescriteria geformuleerd, waaraan gemeenten - en dus ook onze Omgevingsdienst - moeten voldoen. Het jaarlijkse Uitvoeringsprogramma van de Omgevingsdienst, alsmede de bestuurlijke kwartaaldashboards en jaarverslag zijn daar onder meer het resultaat van. In december 2022 is door het Algemeen Bestuur van de RUD LN een Beleidskader VTH vastgesteld: een beleidsplan voor de (milieu)basistaken die onder de reikwijdte van de RUD LN vallen. In 2023 wordt door de Omgevingsdienst een Beleidsplan VTH voor de overige taken (onder andere bouwen, apv, juridisch). opgesteld. Een VTH-beleidsplan is een verplichting op grond van de kwaliteitscriteria. De MER-gemeenten beschikken momenteel niet over een actueel VTH-beleidsplan.

In de IBTbeoordeling van de provincie over het jaar 2021 en 2022 is dit nadrukkelijk als aandachtspunt meegegeven aan de drie gemeenten. In onderstaande tabel zijn drie belangrijke kwaliteitsindicatoren voorzien van een cijfer. Voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria zal nooit 100% zijn. Onze Omgevingsdienst werkt binnen haar eigen taakveld aan continue verbetering van de kwaliteit van de producten en daarmee ook aan haar klantgerichtheid. Onder meer wordt hiertoe sinds 2015 gebruik gemaakt van de Netto Promotor Score (NPS). De NPS is een instrument om op een vrij eenvoudige, maar effectieve wijze de klant te vragen naar zijn waardering van de door de Omgevingsdienst geleverde dienstverlening, waarbij naast het kale rapportcijfer een grote hoeveelheid ‘gratis’ verbeterpunten wordt opgehaald. Omschrijving Voldoen aan landelijke kwaliteitscriteria 2.2

Realisatie 2022 95%

Raming 2023 95%

Raming 2024 95%

Klanttevredenheid bij vergunningverlening (NPS)

7,0

7,5

7,5

Percentage ongegrond verklaarde bezwaar- en beroepzaken

92%

95%

95%

Klantgerichtheid De Omgevingsdienst heeft tot taak te werken aan realisatie van de met de opdrachtgevers afgesproken dienstverleningsafspraken en –uitgangspunten. Bij klantgerichtheid staan de klantprocessen centraal. Een klantvraag dient zoveel mogelijk integraal te worden benaderd; de vraag wordt meteen vanuit de verschillende beleidsvelden bekeken en beoordeeld. Het is van belang de klantvraag binnen de daarvoor afgesproken dienstverleningsnormen af te handelen, tegen een zo hoog mogelijke kwaliteit en met vaste contactpersonen binnen de organisatie. De Omgevingsdienst hecht veel waarde aan de doorontwikkeling van de dienstverlening en ontplooit daartoe voortdurend initiatieven en projecten. Zo wordt de voorbereiding op de aankomende Omgevingswet vormgegeven. En in de MER-brede regiegroep Dienstverlening wordt ook in 2024 weer uitvoering 9

gegeven aan verbeterprojecten voor de klantgerichtheid. Dat zal zich met name richten op de doorontwikkeling van het digitale klantkanaal. Uitgangspunt is daarbij de MER-breed vastgestelde integrale visie op dienstverlening en de uitvoering daarvan voor de vier organisaties. Harmonisatie daar waar kan, couleur locale alleen daar waar moet. Een belangrijke indicator voor de mate van klantgerichtheid is de klanttevredenheid. Hiertoe wordt verwezen naar hetgeen daarover hierboven onder 3.2.1 in relatie tot kwaliteit is opgemerkt. De andere prestatie-indicatoren op het gebied van klantgerichtheid, zoals hieronder in tabel 3.2.2 vermeld, gaan over doorlooptijden in de afhandeling van klantvragen en het aantal van rechtswege verleende vergunningen. Omschrijving Percentage afgehandelde klantvragen binnen Service Level Agreement (SLA)*: Dienstverlening Eenvoudig (<24u) Dienstverlening Specialistisch (<2dgn) Dienstverlening Complex (<5dgn) Backoffice (<5dgn) Van rechtswege verleende vergunningen Proactief contact met aanvrager tijdens procedure

Realisatie 2022

Raming 2023

Raming 2024

85% 67% 75% 72%

95% 85% 85% 85%

95% 85% 85% 85%

1,0% 70%

0% 100%

0% 100%

Kostenreductie (efficiency) De visie – de wijze waarop de missie van de Omgevingsdienst wordt gerealiseerd – luidt: “De Omgevingsdienst is een moderne overheidsorganisatie die resultaten boekt en kosten bespaart door te investeren in haar professionals, die met plezier (samen)werken en ontwikkelen”. Net als in alle voorgaande jaren zal de Omgevingsdienst ook in 2024 gaan opereren binnen de haar beschikbaar gestelde middelen. Alleen daar waar additionele dienstverlening vanuit de opdrachtgevers nodig is (extra klantvraag, projecten) zal ook additionele financiering aan de orde zijn. Dit wordt in beeld gebracht middels het Uitvoeringsprogramma 2024. Ten aanzien van dit Uitvoeringsprogramma en de benodigde middelen vanuit de gemeenten ter realisatie van dit programma is van belang op te merken dat in aanloop naar 2024 gekeken zal gaan worden naar een her-calculatie van de benodigde basisbijdrage aan de Omgevingsdienst. De belangrijkste reden hiervoor is dat er nagenoeg vanaf de start van de Omgevingsdienst in 2013 jaarlijks extra middelen nodig zijn geweest voor realisatie van de taken en lokale ambities van de gemeenten (de zogenoemde additionele dienstverlening).

Het is gerechtvaardigd om in overleg met gemeenten te bezien of het niet beter is dat (een deel van) deze additionele middelen een structureel karakter krijgen, met als doel het gat tussen structurele primaire basisfinanciering en jaarlijkse additionele UP-middelen te verkleinen. Of met deze bijstelling van de basisbijdrage ook de formatieve gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (voorzien per 1-1-2024) kunnen worden afgedekt, kan nog niet worden bepaald. De formatieve impact van de Omgevingswet (en de daaraan gekoppelde Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) is voor een deel al in te schatten, maar voor een deel ook nog niet. Daartoe zal er een periode onder het nieuwe wettelijke regime moeten worden gewerkt. De concrete formatieve gevolgen zullen dan ook pas – op basis van de eerste ervaringen – in 2024 zichtbaar worden en ook dan pas kunnen worden vertaald in functieboek en begroting. Bij het vormgeven van deze nieuwe formatieve en financiële basis zijn overigens keuzes te maken in ambitie, bijvoorbeeld in het risicogestuurd uitvoeren van (bouw)toezicht.

10

Ondanks de bijstelling van de basisbijdrage zoals hierboven beschreven, bestaat derhalve de kans dat middels het UP’24 toch nog in meer of mindere mate een additionele financiering nodig zal zijn om de kosten van de totale taakuitvoering van de Omgevingsdienst af te dekken. Die additionele UPkosten zullen echter – door de herijking van de basisbijdrage – beduidend lager liggen dan de afgelopen jaren. Couleur locale Vraagt een gemeente méér werkzaamheden dan er middelen beschikbaar zijn op basis van de gemeentelijke basisbijdrage, dan wordt dit additionele dienstverlening genoemd. Dit is aan de orde indien een gemeente veel lokale projecten wenst. Voor deze additionele dienstverlening worden – op basis van het aantal geraamde extra uren – dienovereenkomstig extra financiële middelen beschikbaar gesteld door de gemeente (‘boter bij de vis’). Uiteindelijk worden de kosten voor deze extra werkzaamheden op basis van werkelijke uren op het eind van het jaar afgerekend. Ook in 2024 kan zich een dergelijke situatie met de wens voor additionele dienstverlening voordoen. Dit zal eerst blijken bij de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma 2024.

De financiële consequenties van de gevraagde additionele dienstverlening (lasten: extra kosten Omgevingsdienst; baten: door gemeenten aan Omgevingsdienst beschikbaar gestelde extra middelen) worden tevens – middels een begrotingswijziging – verwerkt in de begroting van het Servicecentrum MER. Zie ook hierboven hetgeen is opgemerkt over de benodigde herijking van de gemeentelijke basisbijdrage aan de Omgevingsdienst. Voor wat betreft de ‘couleur locale’ in werkprocessen en werkafspraken met de drie opdracht gevende gemeenten is MER-breed de lijn ingezet om meer te komen tot harmonisatie daar waar dat kan en alleen lokaal af te wijken daar waar het moet. Kwetsbaarheid Zie hierboven bij kopje ‘Kwaliteit en kwetsbaarheidsvermindering’.

3.3. Wat gaan we daarvoor doen? Wij voeren voor de deelnemende gemeenten met in achtneming van de kaders voor kwaliteit, klantgerichtheid en kosten uit:  de reguliere wettelijke taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het kader van de Wabo, de APV en een aantal bijzondere wetten; Zie voor de specifieke producten hieronder de productgroepen Vergunningverlening en Toezicht/Handhaving;  specifieke projecten, deels MER-breed en deels lokaal gewenst (aanvullende dienstverlening). Zie hieronder de productgroep Projecten/specifieke wensen. De producten/diensten van de Omgevingsdienst kunnen worden onderverdeeld in drie hoofdgroepen. Onderstaand zijn deze hoofdgroepen weergegeven. Productgroep Vergunningverlening Vergunningverlening Hieronder vallen de activiteiten met betrekking tot vergunningverlening die de Omgevingsdienst in 2024 gaat uitvoeren. Door de Omgevingsdienst worden – ervan uitgaande dat de Omgevingswet per 1 januari 2024 daadwerkelijk in werking treedt - vergunningen verleend voor zogenoemde omgevingsplanactiviteiten (bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, brandveiligheid, sloop, aanleg, uitweg/inrit, kappen en monumenten) alsmede voor de technische bouwactiviteit voor zover het bouwplan niet valt onder de reikwijdte van Gevolgklasse 1 van de Wet kwaliteitsborging voor het

11

bouwen. Is dat laatste wél het geval, dan wordt de technische bouwactiviteit beoordeeld door een private kwaliteitsborger en hoeft de Omgevingsdienst nog slechts de bouwmelding te beoordelen. Ook worden vergunningen verleend en meldingen afgehandeld op grond van de APV en enkele Bijzondere wetten (bijvoorbeeld Drank- en Horecawet, Winkeltijdenwet). Specialisten adviseren Daaronder wordt begrepen de specialistische advisering in het vergunningsproces, zoals constructie, bouwfysica, welstand, brandveiligheid, bodem, externe veiligheid, geluid, archeologie/cultuurhistorie, energie, groen/ecologie, milieu/agrarisch. Daarnaast worden door de specialisten op verzoek adviezen verstrekt aan de gemeenten, bijvoorbeeld in het kader van het opstellen van een omgevingsplan, een ruimtelijk project of een civieltechnisch werk. Dienstverlening Een specifiek onderdeel betreft de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De Omgevingsdienst vormt – na de in 2022 doorgevoerde herinrichting van het telefoniekanaal, waarbij klanten nu direct contact opnemen met de Omgevingsdienst zonder tussenkomst van het KCC van de gemeente – de 1e lijn in de afhandeling van telefonische en digitale klantvragen. Daartoe zijn binnen de Omgevingsdienst dienstverleningsspecialisten opgeleid, die zoveel mogelijk klantvragen moeten kunnen afhandelen. Daar waar nodig wordt de backoffice ingeschakeld.

De concrete uitwerking van deze taken in aantallen en daarvoor benodigde capaciteit wordt verwerkt in het Uitvoeringsprogramma 2024 (UP2024). In het UP2024 wordt per onderdeel de inhoud van de activiteit beschreven, de aantallen geraamd, gekoppeld aan kengetallen en benodigde personele capaciteit. De in het UP2024 te ramen werkzaamheden worden gebaseerd op de ervaringscijfers van 2019-2023 en (landelijke) ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de te verwachten hoeveelheid werk. Van belang in dit verband zijn de inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen op 1 januari 2024. Beide wetten zullen consequenties gaan hebben voor de omvang van de door de Omgevingsdienst uit te voeren taken. Deze consequenties worden zoveel en zo concreet mogelijk uitgewerkt in het UP2024. En vervolgens – indien nodig – middels een begrotingswijziging aan de gemeenten worden aangeboden voor wat betreft de financiële gevolgen. Zie ook hierboven bij Kostenreductie (paragraaf 3.2.2). Productgroep Toezicht en Handhaving Toezicht objectbericht In deze categorie vallen de wettelijke taken alsmede de lokale wensen van de 3 gemeenten voor 2024 ten aanzien van de toezicht- en handhavingsinspanningen op het gebied van milieu, bouwen, brandveiligheid, ruimtelijke ordening en APV/Bijzondere Wetten.

De belangrijkste taken in deze productgroep betreffen het toezicht op de bedrijven, het bouwtoezicht, toezicht op bestaande gebouwen (brandveiligheid), het energietoezicht op grootverbruikers en toezicht op evenementen. Met name het energietoezicht zal worden geïntensiveerd, mede op basis van extra beschikbare middelen vanuit het Rijk (SPUK THE-regeling). Die middelen komen overigens rechtstreeks ten goede aan de RUD LN, en dus niet aan de individuele gemeenten. Vanuit de RUD LN zal dit energietoezicht dan ook worden gecoördineerd. Toezicht gebiedsgericht Het gebiedsgerichte toezicht bestaat hoofdzakelijk uit het toezicht dat door de buitengewoon opsporingsambtenaren van de Omgevingsdienst wordt uitgevoerd in het openbaar gebied van de drie gemeenten. Hierin wordt specifiek aandacht besteed aan thema’s die door de gemeenten belangrijk worden gevonden, zoals foutparkeren, afvaldumpingen en het zichtbaar patrouilleren in 12

woonwijken. In 2022 zijn structurele extra middelen beschikbaar gesteld door de drie gemeenten, waarmee de capaciteit van het boa-toezicht kan worden uitgebreid. Meldingen Een van de meest tijdrovende aspecten van het toezicht, is het afhandelen van ingekomen meldingen. Meldingen worden onderscheiden in meldingen openbare ruimte en objectgerichte meldingen op het gebied van (illegaal) bouwen en (overlast) bedrijven. De meldingen openbare ruimte hebben merendeels betrekking op de gebruikelijke items als parkeeroverlast, hondenpoep, afvaldumpingen en burengerucht, maar kunnen ook heel specifiek zijn (bijvoorbeeld klachten over hangjongeren). Juridische werkzaamheden De juridische werkzaamheden bestaan – grofweg – uit twee delen: het afhandelen van bezwaren en beroepen, gericht tegen besluiten van de Omgevingsdienst, en het treffen van handhavingsmaatregelen bij het constateren van overtredingen door een toezichthouder (aanschrijven, last onder dwangsom/bestuursdwang, bouwstop). In het UP2024 zal per specifiek taakonderdeel worden aangegeven wat de exacte inhoud van de activiteit is, het aantal activiteiten per taakonderdeel, het kengetal en de benodigde personele capaciteit. Ook voor toezicht en handhaving zal de aankomende Omgevingswet wijzigingen met zich meebrengen.

En ook geldt dat deze wijzigingen pas concreet kunnen worden gemaakt in het UP2024 en – voor zover nodig – financieel in de begrotingswijziging 2024-1. Projecten / Specifieke wensen De projecten verschillen per jaar. Alle projecten worden opgenomen in het UP2024 en worden – mede afhankelijk van bijvoorbeeld seizoensinvloeden en ‘couleur locale’ - in de gemeenten uitgevoerd. Hierdoor is het ook mogelijk in te spelen op de actualiteit en bestuurlijke wensen. Voor de projecten wordt aan de hand van projectopdrachten gewerkt. Afhankelijk van het onderwerp worden de projectleiding en de regie bij de Omgevingsdienst dan wel de gemeente ondergebracht. Als voorbeelden kunnen worden genoemd: aanpak onrechtmatige bewoning, programmatische aanpak woonwagenlocaties, toezicht op locaties met huisvesting voor arbeidsmigranten en aanpak Ondermijning. De benodigde projecturen worden op voorhand gecalculeerd en opgenomen in de projectopdracht. Met de gemeenten vindt afrekening plaats op basis van werkelijk bestede uren. Twee specifieke projecten worden hieronder iets uitgebreider beschreven. Omgevingswet, Wkb en Rx.Mission In 2024 zal nog veel aandacht – en daarmee ook zeker nog capaciteit – uitgaan naar de gevolgen van de inwerkingtreding van de Omgevingswet (OW) en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).

Momenteel (februari 2023) loopt een intensief voorbereidings- en implementatietraject, dat ervoor moet zorgen dat de vier organisaties (gemeenten en Servicecentrum) voorbereid zijn op deze nieuwe regelgeving. Belangrijk doel van de OW is het verbeteren van de dienstverlening aan onze klanten (burgers en bedrijven). Daarbij is veel aandacht voor de transitie van een louter toetsende overheid naar een meer proactieve en meedenkende overheid. Veel meer dan nu zal van al onze medewerkers een meer oplossingsgerichte, adviserende en co-creatieve houding worden gevraagd. De implementatie van de OW en Wkb is daarmee niet alleen een technische, procedurele ‘operatie’, maar vraagt vooral ook ontwikkeling van onze medewerkers, inhoudelijk maar nog meer op het gebied van houding en gedrag. Inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt digitaal ondersteund door de ingebruikname van nieuwe software, het pakket Rx.Mission. Met deze in 2023 in gebruik te nemen VTH-applicatie wordt tevens voorzien in de noodzakelijke aansluiting op het zogenoemde Digitaal Stelsel Omgevingswet 13

(DSO). Doorontwikkeling van deze nieuwe applicatie zal ook in 2024 nog nodig zijn. Zo zal er, ook in 2024, nog veel werk zijn met het opnieuw inrichten van een stuurinformatiemodel (lees: kwartaaldashboards) voor de Omgevingsdienst. Kostenreductie De Omgevingsdienst stelt zich ten doel om de afgesproken taken zo kostenefficiënt mogelijk uit te voeren. Door een deel van het werk – dat veelal sterk afhankelijk is van de wisselende klantvraag – flexibel te organiseren, kunnen kosten worden beperkt. Bovendien werkt de Omgevingsdienst aan het effectief reduceren van kosten bijvoorbeeld door regelmatig gebruik te maken van werkervarings- en stageplekken, maar ook door het genereren van inkomsten: inkomsten uit werkzaamheden voor partners binnen de RUD Limburg Noord en inkomsten uit de RUD-academie (die grotendeels draait op de inbreng van docenten van de MER-OD).

3.4 Wat gaat dat kosten? OMGEVINGSDIENST

Vergunningen

Realisatie 2022

Omgevingscommissie Externe adviseurs Inhuur flexibele schil Proceskosten Totaal

Begroting 2023 na wijzigingen t/m 2023-2

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

€ € € € €

23.435 € 53.681 € 2.187.318 € 12.759 € 2.277.193 €

30.000 € 50.000 € 1.410.725 € 10.000 € 1.500.725 €

30.000 € 50.000 € 494.761 € 10.000 € 584.761 €

30.000 € 50.000 € 494.761 € 10.000 € 584.761 €

30.000 € 50.000 € 494.761 € 10.000 € 584.761 €

30.000 50.000 494.761 10.000 584.761

Toezicht & Handhaving Autokosten/Lease auto's Afschrijving auto's Totaal

€ € €

49.207 € 9.138 58.345 €

42.000 €

42.000 €

42.000 €

42.000 €

42.000

42.000 €

42.000 €

42.000 €

42.000 €

42.000

Personeel

Kosten Personeel Overige personeelskosten Stelpost langdurig ziekteverzuim Stelpost onvoorzien Totaal

€ € € € €

5.012.576 € 314.790 € € € 5.327.366 €

5.361.985 € 276.737 € 241.289 € 50.000 € 5.930.011 €

6.167.652 € 276.737 € 277.544 € 50.000 € 6.771.933 €

6.167.652 € 276.737 € 277.544 € 50.000 € 6.771.933 €

6.167.652 € 276.737 € 277.544 € 50.000 € 6.771.933 €

6.167.652 276.737 277.544 50.000 6.771.933

Doorbelasting

Doorbelasting bedrijfsvoering

€

1.551.216 €

1.798.700 €

1.971.953 €

1.913.190 €

1.913.190 €

1.913.190

Totaal

€

1.551.216 €

1.798.700 €

1.971.953 €

1.913.190 €

1.913.190 €

1.913.190

€

9.214.120

€

9.271.436 €

9.370.647 €

9.311.884 €

9.311.884 €

9.311.884

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen

€ € €

1.970.195 € 2.147.145 € 1.536.019 €

2.221.510 € 2.336.145 € 1.475.777 €

2.490.253 € 2.728.140 € 1.656.960 €

2.490.253 € 2.728.140 € 1.656.960 €

2.490.253 € 2.728.140 € 1.656.960 €

2.490.253 2.728.140 1.656.960

Doobelasting Maasgouw Doorbelasting Echt-Susteren Doorbelasting Roerdalen

€ € €

540.599 € 589.152 € 421.465 €

662.281 € 696.457 € 439.962 €

714.241 € 782.471 € 475.241 €

692.957 € 759.154 € 461.079 €

692.957 € 759.154 € 461.079 €

692.957 759.154 461.079

Inkomsten RUD / Acad. Totaal

€ €

118.862 € 7.323.437 €

100.000 € 7.932.132 €

100.000 € 8.947.307 €

100.000 € 8.888.544 €

100.000 € 8.888.544 €

100.000 8.888.544

UP

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen Totaal

€ € € €

778.657 € 693.200 € 145.486 € 1.617.343 €

321.474 € 534.082 € 210.408 € 1.065.964 €

51.800 € 58.800 € 39.400 € 150.000 €

51.800 € 58.800 € 39.400 € 150.000 €

51.800 € 58.800 € 39.400 € 150.000 €

51.800 58.800 39.400 150.000

Bijdrage VVGB

Maasgouw Echt-Susteren Roerdalen Totaal

€ € € €

171.490 € 70.048 € 31.802 € 273.340 €

171.490 € 70.048 € 31.802 € 273.340 €

171.490 € 70.048 € 31.802 € 273.340 €

171.490 € 70.048 € 31.802 € 273.340 €

171.490 € 70.048 € 31.802 € 273.340 €

171.490 70.048 31.802 273.340

Totale baten

€

9.214.120 €

9.271.436 €

9.370.647 €

9.311.884 €

9.311.884 €

9.311.884

Saldo

€

-

-

-

-

-

Totale lasten Bijdrage gemeenten

€

€

€

€

€

-

14

Toelichting Onze lasten bestaan uit personeelskosten: loonkosten, inhuurkosten en overige personeelskosten. Onze baten bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten, bijdragen inzake aanvullende dienstverlening en de inkomsten uit werkzaamheden voor derden (RUD) en de MER/RUD-Academie. Hieronder wordt de begroting verder toegelicht. Bijdrage gemeenten Voor de uitvoering van de reguliere wettelijke taken, jaarlijks vast te leggen in een Uitvoeringprogramma, ontvangt de Omgevingsdienst jaarlijks een bijdrage van de drie gemeenten. Tot en met het begrotingsjaar 2018 was deze bijdrage voorts gebaseerd op een vaste kostenverdeelsleutel, voortvloeiend uit de onderlinge verhouding van de door de drie gemeenten in 2013 in de Omgevingsdienst ingebrachte personele middelen. Met ingang van het begrotingsjaar 2019 wordt de gemeentelijke bijdrage bepaald op basis van de werkelijke output T-2; voor de gemeentelijke bijdrage aan de Omgevingsdienst in 2024 is derhalve de output van het jaar 2022 bepalend. Inkomsten RUD-werkzaamheden en MER/RUD-Academie Binnen de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) wordt samengewerkt door de deelnemende gemeenten. Deze samenwerking kan uitmonden in het door een gemeente feitelijk ondersteunen van een andere gemeente door het leveren van capaciteit.

Deze werkzaamheden worden binnen de RUD uitgevoerd tegen een vast uurtarief (2023: € 86, uurtarief 2024 is nog niet vastgesteld). De Omgevingsdienst heeft de afgelopen jaren inkomsten kunnen genereren als gevolg van het leveren van capaciteit aan een aantal RUD-partners. Het inschatten van deze inkomsten voor 2024 is lastig. Er is een ontwikkeling aan de orde waarbij steeds meer gemeenten – onder financiële druk – kiezen voor herprioritering van toezichttaken. En als gevolg daarvan de ondersteuning vanuit de Omgevingsdienst niet of in mindere mate nodig hebben. Anderzijds zien we wel een toenemende behoefte aan specialisten (energie, bodem, groen, externe veiligheid, geluid). Op deze vakdisciplines kan de Omgevingsdienst mogelijk wat meer – beter gesteld: nog meer dan nu reeds het geval is – gaan betekenen voor de regio. Daarnaast genereert de Omgevingsdienst inkomsten door het aanbieden van trainingen aan andere organisaties vanuit de MER/RUD-Academie. De Omgevingsdienst organiseert trainingen op allerlei deelgebieden van het omgevingsrecht voor en door eigen medewerkers, maar ook medewerkers van andere organisaties kunnen hierbij aansluiten. Deze inkomsten zijn reeds een aantal jaren stabiel. Resumerend worden de inkomsten uit de RUD-samenwerking vooralsnog voor 2024 wederom ingeschat op € 100.000.

15

Programma Sociaal Domein 3.1. Inleiding Dit programma geeft een overzicht van het taakveld Sociaal Domein en met name van de in- en externe ontwikkelingen op het gebied van de Wmo, de Participatiewet, de wet Inburgering en aanverwante regelingen. De nadere uitwerking vindt jaarlijks plaats in een uitvoeringsprogramma dat concreet richting geeft aan alle taken en projecten die het team voor de drie gemeenten uitvoert. Door vaak in gesprek te zijn kunnen we inspelen op de belangrijkste bestuurlijke doelen en de gewenste klantgerichtheid. Op het vlak van bedrijfsvoering sturen we continu op procesverbeteringen zodat we kosten efficiënt kunnen werken en ook om kwetsbaarheid te verminderen.

3.2. Wat willen we bereiken? Kwaliteit Onze missie is het leveren van kwalitatief goede service en dienstverlening in alle taken die we uitvoeren. Kwaliteit kent natuurlijk meerdere facetten: het voldoen aan wet en regelgeving (rechtmatigheidseis) en aan gemeentelijke of organisatie doelstellingen én last but not least aan de verwachtingen van de klant (klanttevredenheid). In onze uitvoeringspraktijk willen wij zoveel mogelijk bijdragen aan het bereiken van belangrijke maatschappelijke effecten:  Zorgen voor een basisinkomen voor burgers die (tijdelijk) niet zelfstandig in hun bestaansonderhoud kunnen voorzien;  Het ondersteunen van burgers met financiële problemen;  De zelfredzaamheid van burgers vergroten;  De participatie verhogen zowel op werk- als maatschappelijk gebied, iedereen kan meedoen;  De integratie en participatie van inburgeraars vergroten;  Voorzien in een laagdrempelige en toegankelijke zorg / ondersteuning;  Inwoners ondersteunen zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen;  Geïndiceerde voorzieningen zoveel mogelijk te transformeren naar laagdrempelige ondersteuning en eigen kracht van burger en samenleving. Om dit te kunnen realiseren hebben we onze processen ingericht vanuit het klantperspectief en hebben we kwaliteitscriteria en werkinstructies opgesteld om dit ook te borgen.

Daarnaast vindt borging in onze uitvoeringspraktijk plaats door middel van gerichte controles op zowel team- als medewerker niveau. Hierbij is ook aandacht voor aspecten zoals doelmatigheid, omgekeerde toets en positieve gezondheid. Elk kwartaal wordt een kwaliteitsrapportage met resultaten en verbeterpunten opgesteld en met de medewerkers besproken. In ons opleidingsplan is opgenomen welke opleidingen we nodig vinden voor de doorontwikkeling van onze organisatie én van onze medewerkers. De opleidingen en trainingen die we aanbieden zijn enerzijds gericht op het ontwikkelen en bijhouden van kennis en anderzijds op de ontwikkeling van competenties en inzicht. Op het gebied van de sturings- en managementinformatie hebben we een standaard ontwikkeld die ons in staat stelt om optimaal in positie te blijven als het gaat om het sturen, managen en uitvoeren van alle taken binnen de kaders van Begroting en Uitvoeringsprogramma. Een ontwikkelpunt voor 2024 is om de doorontwikkeling naar een nog robuustere begroting voort te zetten, met name door in geval van structurele taken deze ook als zodanig in de Begroting op te nemen. Een ontwikkeling 16

dus vanuit tijdelijke budgetten naar structurele budgetten; dit maakt het ook mogelijk om minder afhankelijk te zijn van (relatief dure) inhuurkrachten. De kwaliteit meten wij aan de hand van de volgende indicatoren:  Doorlooptijden;  Aantal klachten;  Aantal ontvankelijk en gegronde bezwaar- en beroepsschriften;  Klanttevredenheid. Klantgerichtheid In onze dienstverleningsprocessen streven we een voor de klant zo prettig mogelijk contact met de gemeente na. We communiceren in heldere taal en hanteren een informele en oplossingsgerichte aanpak met aandacht voor de menselijke maat. Burgers willen op een eerlijke en respectvolle manier behandeld worden. Zij willen goed worden geïnformeerd, begrijpen waarom de overheid een bepaald besluit neemt en een eerlijke afweging ervaren. Wij zijn toegankelijk en dichtbij georganiseerd. We werken gebiedsgericht, waarbij de klantmanagers Wmo en werk en inkomen per gebied actief zijn. Onze klantmanagers zijn voor zowel de klant als voor de ketenpartners het bekende gezicht in één of meerdere kernen. Waar gebundelde kennis en kunde efficiënter is, werken we in MER-brede teams. Een voorbeeld hiervan is het team bijzondere verstrekkingen voor de bijzondere bijstand en minimaregelingen. We springen in op de snel veranderde vraag en zijn daarmee flexibel in onze dienstverlening voor onze klanten.

De ontwikkeling van “focus op rechtmatige en efficiënte afhandeling op basis van wet- en regelgeving” naar een “faciliterend optreden waarbij we vraag- en oplossingsgericht werken” is grotendeels gemaakt, met name op het taakveld Wmo. Op het taakveld werk en inkomen zijn we met deze ontwikkeling gestart, maar is er nog een weg te gaan, met name omdat wet- en regelgeving hierin nog onvoldoende ondersteunen. Gelukkig komt hierin verandering (zie de nadere toelichting onder Ontwikkelingen 2024). Voor ons is de vraag of het probleem van de klant het uitgangspunt. We verdiepen ons in de vraag en de leefwereld van onze klanten en beoordelen vervolgens samen met de klant wat er nodig is. Vanzelfsprekend blijven we ook oog hebben voor de eigen verantwoordelijkheid, de eigen kracht en de mogelijkheden van (het netwerk van) de klant zelf. De prestatie-indicator klanttevredenheid binnen het Sociaal Domein wordt gemeten. Na afhandeling van een aanvraag informeren we bij de klant hoe de dienstverlening werd ervaren en of de oplossing naar tevredenheid is. Daarnaast hebben wij in het Wmo-proces de stap ‘nazorg’ ingevoerd. Daarbij worden de klanten circa 6 weken na afronding van het proces door de klantmanager gebeld met de vraag of alles is conform afspraak en wens is. Dit wordt door de klanten bijzonder op prijs gesteld.

De informatie die wij hiermee ontvangen zetten wij in voor de verdere verbetering van onze kwaliteit. Kosten efficiency Wat betreft kosten efficiency sturen we in hoofdzaak op de volgende thema’s:  Kostenbeheersing door te werken conform onze Begroting, dus budgetdiscipline;  Kostenbeheersing middels onze managementinformatie (monitoren realisatiecijfers);  Kostenbeheersing door sturing op normtijden;  Kostenbeheersing d.m.v. procesoptimalisatie: geen onnodige processtappen en/of overlap in taken van medewerkers.

17

We blijven actief op zoek naar meer efficiency en naar het optimaliseren van de balans tussen beschikbare capaciteit en de hoeveelheid uit te voeren taken en werkzaamheden. Medewerkers worden flexibel ingezet en we werken actief aan verdere automatisering van ondersteunende processen. Omdat we werken met een structuur van verbeterteams voor onze primaire processen kunnen we continu blijven bouwen aan het optimaliseren van processen en systemen. Dit leidt tot het creëren van meer klantwaarde c.q. verbeteren van onze dienstverlening. Hiermee is een cultuur gecreëerd waarbij het team Sociaal Domein structureel een focus heeft op continu verbeteren. Couleur locale Het team sociaal domein werkt in opdracht van de drie gemeenten. Autonomie in beleid van de gemeenten is daarbij een gegeven, waarbij we in de uitvoering wel de toegevoegde waarde afwegen tegen klantgerichtheid en efficiency. Wij vinden het belangrijk zoveel mogelijk aan te sluiten bij de wensen en uitgangspunten van de gemeente. Dit versterkt de verbondenheid en het realiseren van de maatschappelijke doelen. Kwetsbaarheid Door het samenbrengen van de werkzaamheden van de drie gemeenten binnen het team Sociaal Domein MER is de eerdere kwetsbaarheid grotendeels opgeheven.

Doordat afgelopen jaren het beleid grotendeels is geüniformeerd kan het Sociaal Domein efficiënter werken, is dienstverlening verbeterd en de kwetsbaarheid verminderd. Doordat we actief sturen op een integrale aanpak, kunnen we onze medewerkers flexibeler inzetten; dit helpt ingeval er zich een piek in het aantal aanvragen voordoet alsook bij het verminderen van kwetsbaarheid ingeval van het uitvallen van medewerkers. Ontwikkelingen 2024 Er zijn een aantal in- en externe ontwikkelingen voor 2024. Voorbereiding en implementatie van alle ontwikkelingen en wijzigingen gebeurt overwegend door een projectmatige aanpak en is al of zal worden meegenomen in ons Uitvoeringsprogramma. Doorontwikkeling (digitale) dienstverlening Om de dienstverlening voor onze burgers en de efficiency en kwaliteit van onze processen verder te verbeteren worden meer mogelijkheden op het gebied van e-diensten geïmplementeerd. Vanaf eind 2023/ begin 2024 kunnen burgers dan door middel van de online-applicatie Mijn Inkomen (voorheen Burgerportaal) inzicht krijgen in hun dossier en ook documenten aan ons doorgeven. Vanaf de tweede fase van deze ontwikkeling wordt het voor onze klanten ook mogelijk om tijd en plaats onafhankelijk meldingen te kunnen doen en (bijzondere) bijstand en Minimaregelingen digitaal aan te vragen. Ook dit kan dan via een online-applicatie: Snelbalie.

Naast een betere dienstverlening is onze verwachting dat dit ook zal leiden tot kortere doorlooptijden en meer efficiency van de betreffende processen. Het is de bedoeling om de effecten en resultaten in de tweede helft van 2024 te evalueren en, na bespreking, op te nemen in het Uitvoeringsprogramma.

18

Zorg en Ondersteuning Ontwikkeling dienstverlening Wmo In het kader van Toekomstbestendige Zorg wordt komend jaar door de MER-gemeenten een toekomstvisie ontwikkeld met als doel het verder verbeteren van de dienstverlening aan burgers alsook van de lokale sociale basisinfrastructuur. De doelstellingen zijn dat vanaf 2024/2025:  de zelfredzaamheid van inwoners verbetert;  de participatie van inwoners wordt vergroot;  inwoners elkaar meer helpen/ ondersteunen;  meer inwoners positief, gezond en veilig leven. Deze visie zal naar verwachting ook impact hebben op de toegang voor het sociaal domein en de doorontwikkeling van de sociale wijkteams en zal ook raken aan de lokale/regionale inkoop van ondersteuningsarrangementen binnen het sociaal domein. De concrete impact voor de werkzaamheden van het team sociaal domein wordt meegenomen in ons Uitvoeringsprogramma. Nieuwe contracten begeleiding Wmo. Per 1 januari 2024 zijn er naar verwachting nieuwe contracten met zorgaanbieders in onze regio voor het onderdeel begeleiding. Dit zal door de vele benodigde herindicaties zeker een impact hebben op onze werkzaamheden maar niet op de dienstverlening richting onze klanten. PGB 2.0 Het landelijke PGB-systeem is helaas niet toekomstbestendig en moet dus worden aangepast.

Dit traject loopt al enige tijd en inmiddels zijn alle Zorgkantoren als pilot al aangesloten op het nieuwe systeem: PGB 2.0; dit systeem is overigens nog in ontwikkeling. Het ministerie verwacht dat eind 2023 al een groep gemeenten kan proefdraaien, maar de brede implementatie wordt pas voor 2024 verwacht en zal in meerdere tranches plaatsvinden. Met name op het vlak van beleid, projectaansturing, functioneel beheer en financiële administratie zullen hier extra werkzaamheden uit voort vloeien. Ook hier zal er naar verwachting geen impact zijn op de dienstverlening richting onze klanten. Implementatie abonnementstarief Hulp bij het huishouden (2025) Het kabinet is voornemens om per 2025 het abonnementstarief voor hulp bij het huishouden aan te passen. Een wetswijziging hiertoe is in voorbereiding. Het idee is dat mensen een beter passende eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden moeten betalen en het inkomen weer een rol gaat spelen. De voorbereiding van deze wetswijziging alsook het communicatietraject richting onze klanten ligt in de tweede helft van 2024. We houden hierbij rekening met veel klantvragen en wellicht ook wat commotie vanuit de groep klanten die een hogere eigen bijdrage moeten gaan betalen. Wetswijziging t.a.v.

starten abonnementstarief In het bovengenoemde wetsvoorstel zal ook een verplichting worden opgenomen ten aanzien van het ingaan van het abonnementstarief in algemene zin. Voor de MER-gemeenten is nu in de gemeentelijke verordeningen opgenomen dat het abonnementstarief ingaat op het moment dat er een beschikking is afgegeven. Met de wetswijziging verandert dit, wat een wijziging in onze werkprocessen en ook van de gemeentelijke verordeningen betekent. Nieuwe aanbesteding Leerlingenvervoer Door de gemeenten is aangekondigd dat er wijzigingen gaan komen in de gemeentelijke verordeningen en beleidsregels voor leerlingenvervoer inclusief een nieuwe aanbesteding voor

19

vervoerders. De voorbereidingen zullen hoofdzakelijk in 2024 plaatsvinden en de verwachte ingangsdatum is 1 januari 2025. Toezicht kwaliteit Wmo Gemeenten willen investeren in meer toezicht op de kwaliteit binnen het Wmo netwerk. Wij zullen dan aansluiten bij de betreffende periodieke overleggen vanuit onze uitvoeringspraktijk met name een signaalfunctie hebben en adviseren. Aflopende contracten zorgaanbieders − De huidige contracten voor Hbh lopen af op 31 maart 2025 en kunnen nog met 2 jaar verlengd worden. Of hier door de MER gemeenten gebruik van zal worden gemaakt is nog niet duidelijk. − De huidige contracten voor trapliften lopen af op 31 oktober 2024. Ook deze contracten kunnen nog verlengd worden en ook hiervan is het nog niet duidelijk of daarvan gebruik wordt gemaakt. Werk en Inkomen De Participatiewet in balans Op het terrein van werk en inkomen zijn er een hele reeks aan maatregelen voorgesteld die de werking van de Participatiewet moeten verbeteren. Het kabinet heeft aangegeven dat de balans moet worden teruggebracht in de Participatiewet door de mens weer centraal te stellen, meer ruimte te maken voor maatwerk en uit te gaan van vertrouwen.

De aangekondigde maatregelen komen voort uit het beleidsplan ‘Participatiewet in balans’ van juni 2022 en worden momenteel nader uitgewerkt in een samenhangend pakket aan maatregelen om de professional in de uitvoering meer ruimte te geven, werken en participatie te stimuleren en de uitkeringsgerechtigde meer zekerheid te geven. Vereenvoudiging, uitvoerbaarheid, vertrouwen, wederkerigheid en de menselijke maat zijn hierbij de kernwoorden. De plannen worden momenteel verder uitgewerkt in een wetsvoorstel en inwerkingtreding is voorzien op 1 juli 2024. Werk gerelateerde maatregelen:  Bijverdienen: klanten mogen een hoger percentage van inkomsten uit arbeid houden;  Verkennen van een bufferbudget: een flexibel budget waarmee onzekerheid als gevolg van inkomstenverrekening kan worden weggenomen;  Inkomsten automatisch met de uitkering verrekenen via de polis administratie;  Vereenvoudiging van de verrekening van vakantietoeslag bij inkomsten uit arbeid;  Toespitsen van de verplichtingen in de Participatiewet op het individu;  Het besluit “advisering beschut werk” wordt in 2024 aangepast teneinde de stap van “beschut” naar werk met minder ondersteuning (en vice versa) gemakkelijker te maken.

Inkomensmaatregelen:  Vereenvoudiging van de aanvraagprocedure voor de bijstand;  Bijstandsgerechtigden die mantelzorg verlenen hoeve daarvoor niet langer om toestemming te vragen (mits mantelzorg de arbeidsinschakeling niet belemmert);  De mogelijkheid om in schrijnende gevallen met terugwerkende kracht maximaal drie maanden bijstand toe te kennen;  Bijstandsgerechtigden mogen een gift ontvangen van maximaal 1200 euro per jaar;  Een harmonisatie in de hoogte van de aanvullende bijzondere bijstand aan jongeren in de leeftijd van 18-21 jaar van wie de ouders niet in beeld zijn of die geen ondersteuning kunnen bieden door ziekte of armoede;  De kostendelersnorm vervalt in die situaties dat er sprake is van een vooropgezet tijdelijk verblijf.

20

De nieuwe plannen van de Minister vragen veel van de professionals in de uitvoering van de Participatiewet. Het doel is meer inzetten op een oplossingsgerichte houding en op maatwerk voor de klant. Dit vraagt om een transformatie, net zoals al eerder bij de Wmo, en zal meerdere jaren in beslag nemen gezien de andere rol die van de professional gevraagd wordt op het gebied van kennis en vaardigheden. Op verzoek van en in overleg met de gemeenten zijn wij al gestart met deze transformatie en bieden we onze medewerkers trainingen en scholing aan. Wet inburgering 2021 De wet inburgering 2021 is in 2022 in werking getreden. In het opstartjaar 2022 boden diverse technische en organisatorische zaken met systemen en ketenpartners nog veel uitdagingen. In 2023 worden de laatste kinderziektes aangepakt en de verwachting is dan ook dat het doel van de wet (“alle inburgeringsplichtigen doen snel en volwaardig mee in de Nederlandse maatschappij, liefst via betaald werk”) in 2024 optimaler behaald kan worden. Er hebben sinds de invoering van de wet enkele wetswijzigingen plaatsgevonden waarbij omissies werden gerepareerd. Dit is ook nog de verwachting voor 2024. Een tussenevaluatie van de wet vindt plaatst in 2025 en de formele wetsevaluatie in 2027. Tot die tijd worden geen grote wijzigingen in het inburgeringsstelstel verwacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=8ded133b-d26a-42d7-abb2-bc29e8b641e1