Begroting 2023
Tekst van het document
Begroting 2023
Programmabegroting 2023 Inclusief financiële doorkijk 2024 - 2026
Gemeenschappelijke Regeling RD Maasland april 2022
1
Begroting 2023
Voorwoord / Kaders Begroting Hierbij bieden wij u de begroting 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) RD Maasland aan. Nadat de gemeenteraden in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze in te dienen, wordt de begroting vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur op 6 juli 2022. In februari 2022 zijn de “Algemene beleidsmatige en financiële kaders t.b.v. begroting 2023” ter kennis gebracht van de gemeenteraden. De begroting gaat uit van de kaders zoals die in de kadernota zijn beschreven.
Het Dagelijks Bestuur,
P.H.G. Verlinden, voorzitter
J.M.A.R. van der Broek, secretaris
2
Begroting 2023
Samenvatting verschillen Begroting 2023 – Realisatie 2021 In onderstaand overzicht zijn, op hoofdlijnen, de voor 2023 geraamde bedragen vergeleken met de realisatie 2021.
3
Begroting 2023
Inhoudsopgave Voorwoord / Kaders Begroting ............................................................................................................... 2 Samenvatting verschillen Begroting 2023 – Realisatie 2021 .................................................................. 3 Inleiding................................................................................................................................................... 6 1.
Programmaplan .......................................................................................................................... 7 1.1
Programma 1 – Huishoudelijk Afval ........................................................................................ 8
1.2
Programma 2 – Openbare Ruimte ........................................................................................ 11
1.3
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening ............................................................................ 13
2.
Financiële Begroting.................................................................................................................. 14 2.1
Uitgangspunten. .................................................................................................................... 14
2.2
Financiële gevolgen wijziging afvalinzameling. ..................................................................... 15
2.3
Lasten en Baten..................................................................................................................... 17
2.5
Meerjarenraming .................................................................................................................. 20
2.6
Bijdragen per Gemeente ....................................................................................................... 21
2.7
Balans .................................................................................................................................... 23
2.8
Investeringen ........................................................................................................................ 24
3.
Financiële Sturing, (Risico)beheersing, Bedrijfsvoering en Kengetallen ................................... 25 3.1
Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................................ 25
3.2
Financiering ........................................................................................................................... 26
3.3
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing ......................................................................... 28
3.4.
Financiële Kengetallen .......................................................................................................... 31
3.5
Onderhoud Kapitaalgoederen .............................................................................................. 34
3.7
Administratieve Organisatie / Interne Beheersing (AO/IB) .................................................. 35
3.8
Personeel & Organisatie ....................................................................................................... 35
3.9
Verbonden Partijen ............................................................................................................... 36
3.10
Rechtmatigheid ..................................................................................................................... 36
3.11
Incidentele baten en lasten .................................................................................................. 37
3.12
Overhead............................................................................................................................... 38
3.13
Doorschuif-btw ..................................................................................................................... 40
4
Begroting 2023 4.
BIJLAGEN ................................................................................................................................... 41 BIJLAGE 1
Meerjarenperspectief Gemeentelijke Bijdragen .......................................................... 42
BIJLAGE 2
Diverse Kengetallen ...................................................................................................... 44
BIJLAGE 3
Staat van reserves en voorzieningen ............................................................................ 48
5
Begroting 2023
Inleiding Programmabegroting Deze begroting is opgebouwd conform de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording. In deze programmatisch opgebouwde begroting hebben we een drietal programma’s opgenomen waarmee we ons richten op vooraf gestelde doelen en beoogde effecten. Vanuit deze programmatische gedachte kent deze begroting een scheiding tussen beleidsmatige en financiële aspecten. Het beleidsmatige deel bestaat uit het programmaplan en een aantal paragrafen. Het financiële deel bestaat uit een overzicht van de verdeling van de middelen over de verschillende programma’s en programmaonderdelen. Procedure begroting • 6 april 2022 • Vóór 15 april 2022 •
Vóór 15 juni 2022
•
6 juli 2022
: Het Algemeen Bestuur bespreekt de conceptbegroting. : Het DB biedt de conceptbegroting aan, aan de gemeenteraden. : De gemeenteraden dienen vóór 15 juni hun zienswijze op de begroting kenbaar te maken aan het DB. Het DB voorziet de ingebrachte zienswijzen van een reactie en biedt deze tezamen met de conceptbegroting aan, aan het AB. : Het AB stelt de begroting vast.
Leeswijzer Het eerste hoofdstuk bestaat uit het programmaplan waarin drie programma’s zijn opgenomen te weten het programma ‘Huishoudelijk Afval’, het programma ‘Openbare Ruimte’ en het programma ‘Zakelijke Dienstverlening’. In deze programma’s wordt beschreven wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat het mag kosten. Waar in het eerste hoofdstuk met name het beleidsmatige, de ‘wat’-vragen, aan de orde komen, bevat het tweede hoofdstuk een aantal paragrafen waar met name de beheersmatige aspecten, aan de orde komen. Tenslotte is in hoofdstuk 3 de financiële begroting van RD Maasland opgenomen.
6
Begroting 2023
1.
Programmaplan
Dit eerste hoofdstuk bestaat uit het programmaplan waarin wij onze begroting in drie programma’s hebben verdeeld, te weten het programma ‘Huishoudelijk Afval’, het programma ‘Openbare Ruimte’ en het programma ‘Zakelijke Dienstverlening’. In deze programma’s wordt beschreven wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat het mag kosten. De opbouw van dit programmaplan draagt bij aan meer grip en betere verantwoording ten aanzien van de Begrotingscyclus, Planning en Control, en Programmamanagement. Daarom hebben de programma’s een vaste indeling gekregen, die als volgt is onderverdeeld: • Inleiding; • Doelen; • Prestaties; • Middelen;
7
Begroting 2023
1.1
Programma 1 – Huishoudelijk Afval
Inleiding Het Programma Huishoudelijk Afval heeft betrekking op al het huishoudelijk afval dat in de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten wordt ingezameld. In 2022 wordt gestart met de wijziging van de inzameling van het huishoudelijk afval teneinde de gestelde milieudoelen te kunnen realiseren. De kosten voor het afvalbeheer zijn de afgelopen jaren alsmaar gestegen, dit vooral vanwege de stijging van de kosten voor het verwerken van het afval. Deze kosten zijn minder goed beheersbaar. Dit verwerken gebeurt door bedrijven die gecontracteerd worden op basis van aanbestedingen. De kosten voor het verwerken van afval is onderhevig aan schommelingen op de (wereld)markt; is de vraag naar bepaalde stromen hoog dan zijn de kosten voor het verwerken lager en soms wordt er zelfs een vergoeding voor betaald. Is de vraag echter laag dan stijgen de kosten. Naast ontwikkelingen op de markt zijn de door de overheid ingevoerde belasting op het verbranden van afval en de wijziging van de vergoeding voor het inzamelen van kunststof debet aan de kostenstijging. Het bestuur van RD Maasland streeft er dan ook naar om in navolging van het landelijke beleid, om daar waar het kan samen met andere gemeenten en/of collega-bedrijven, het ingezamelde afval zo veel als mogelijk her te gebruiken c.q. circulair toe te passen.
Dit op een zodanige wijze dat tevens de afhankelijkheid van de markt, en daarmee de onzekerheid over de kosten die de burger moet betalen, afneemt. Het Algemeen bestuur heeft dit streven vertaald naar: RD Maasland streeft naar een duurzame samenleving waarbij in de toekomst geen plek meer is voor afval. Dit streven is vertaald naar de volgende doelstellingen: A. Verlagen van het restafval naar 100 kilogram restafval per inwoner uiterlijk in 2023. B. Verlagen van het restafval van 100 kilogram naar 80 kilogram restafval per inwoner uiterlijk in 2025. De focus ligt op het terugdringen van de grote hoeveelheid GFT/ keukenafval die nu nog in de restafvalcontainer terechtkomt. De doelstellingen vormen het kader voor de uitvoering van de taken van RD Maasland.
8
Begroting 2023
De essentie van het samenwerken in de gemeenschappelijke regeling is dat kosten kunnen worden vermeden of gereduceerd door de schaal waarop de uitvoering van het gemeenschappelijke afvalbeheer kan plaatsvinden. Met deze visie is 59 jaar geleden door 11 midden Limburgse gemeenten de GR Reinigingsdienst Maasland opgericht. Deze visie is en blijft actueel. Het effect van de samenwerking is het hoogst als de inzameling van het afval door het gehele verzorgingsgebied op eenzelfde wijze plaatsvindt. Daarnaast blijft het bestuur streven naar uitbreiding van de samenwerking met buurgemeenten. De uitvoeringskosten worden op basis van het aantal aansluitingen (gebaseerd op het containermanagementsysteem) doorberekend naar de deelnemende gemeenten. In deze doorberekening zit geen winstopslag. Eventuele aanvullende diensten worden direct in rekening gebracht bij de betreffende gemeente. Roerdalen en Echt-Susteren nemen niet alle diensten af. Kengetallen Werkelijk 2020 15.789
Werkelijk 2021 15.993
Begroot 2022 15.800
Begroot 2023 16.000
Maasgouw
10.715
10.809
10.750
10.800
Roerdalen
9.226
9.299
9.250
9.300
Echt-Susteren noord
8.350
8.350
8.350
8.350
Totaal
44.080
44.451
44.150
44.450
Aantal aansluitingen per gemeente (per 1 januari)
Leudal
Doelen Met dit programma wordt invulling gegeven aan de wettelijke taak van gemeenten, welke taken door de deelnemende gemeenten zijn overgedragen aan de gemeenschappelijke regeling RD Maasland. Verwezen wordt naar art. 10.21 en art. 10.22 van de Wet Milieubeheer. Het bestuur van RD Maasland streeft er naar om in het kader van circulaire economie, samen met andere gemeenten en/of collega-bedrijven, het ingezamelde afval zo veel als mogelijk her te gebruiken. Met andere woorden, gestreefd wordt naar ‘het sluiten van de keten’. Dit op een zodanige wijze dat tevens de afhankelijkheid van de markt, en daarmee de onzekerheid over de kosten die de burger moet betalen, afneemt. Prestaties De afgelopen jaren zijn in de GR-gemeenten Leudal, Maasgouw en Roerdalen, geen grote beleidswijzigingen doorgevoerd. Ofschoon de doelstelling voor 2020 (75% afvalscheiding) reeds vroegtijdig is gerealiseerd, is de hoeveelheid nog te verbranden afval niet meer gedaald. Uitgaande van de in 2018 door het algemeen bestuur vastgestelde visie (rapport strategische verkenning 20182025), is in 2020 onderzoek gedaan naar de mogelijkheden hiertoe. Als kader is gesteld het realiseren van de reductie van het te verbranden restafval per inwoner naar 80 kg per jaar uiterlijk in 2025.
Op 1 januari 2022 heeft implementatie van het nieuwe afvalbeleid plaatsgevonden welke naar verwachting zal bijdragen aan het behalen van deze doelstelling.
9
Begroting 2023 Middelen Teneinde deze doelen te bereiken, is een inzamelstructuur beschikbaar en worden onderstaande diensten uitgevoerd. • Huis-aan-huis inzameling van restafval en gft (groente-, fruit- en tuinafval); • Inzameling grof huishoudelijk afval, tuinafval e.d. via de milieuparken; • Scheiding van afvalstromen en afzet als grondstoffen; • Inzameling glas, metaal, kunststoffen en kleding (via brengvoorzieningen e.o. huis aan huis); • Inzameling en sortering textiel; • Inzameling klein chemisch afval; • Inzameling grof huishoudelijk afval aan huis op aanvraag; • Inzameling herbruikbare huisraad aan huis op aanvraag, inzet kringloopbedrijven; • Inzameling elektrische apparaten en wit-en bruingoed via milieuparken; • Inzameling oud papier (via verenigingen); • Het (doen) verwerken van afvalstromen; • Uitvoering sorteerplicht kunststoffen, gecombineerd met drankenkartons en blik; • Tariefdifferentiatie uitgaande van ‘de vervuiler betaalt’; • Containermanagement; • Communicatie; • Educatie op scholen; • Beleidsonderzoek en -advisering. De volgende tabel geeft inzicht in de (verwachte) kostprijs van deze producten/ diensten. Kostprijs (bijdragen gemeenten) Werkelijk 2020
Werkelijk 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
1.524.800
1.692.525
1.485.319
1.810.358
Inzameling via milieuparken Inzameling via brengvoorzieningen in de wijk
550.873
559.331
343.658
542.008
483.240
540.598
862.745
830.564
Kosten Diftar
233.027
263.095
224.853
283.711
Containermanagement
280.167
271.937
468.010
465.918
Verwerking afval
244.266
766.568
793.210
641.417
Beleid en voorlichting
486.170
543.136
512.374
618.965
(Geraamd) Saldo van baten en lasten (1)
3.802.544
4.637.190
4.690.169
5.192.942
Aandeel reserves (2) (min-teken is onttrekking)
0
0
0
0
2.784
2.515
1.861
1.235
Dekking bijdrage gemeenten als voorschot
3.741.772
4.639.705
4.692.030
5.194.177
Dekking Peel en Maas (5)
-249.100
-249.100
-249.100
0
Geraamde voorschotten gem. incl.P+M
3.492.671
4.390.605
4.442.930
5.194.177
(Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
185.544
-236.940
0
0
1.598.724
1.616.844
1.550.000
1.446.000
5.404.052
6.256.549
6.242.030
6.640.177
Bedragen in € Inzameling restafval en GFT, huis-aan-huis
Aandeel VPB (3)
Verwerkingskosten hha rst-gft afval (4) Totale inzameling incl.verwerking (1+2+3+4)
10
Begroting 2023
1.2
Programma 2 – Openbare Ruimte
Inleiding Via de gemeenschappelijke regeling zijn de mechanische reiniging van verhardingen en de reiniging van straatkolken in de gemeenten Maasgouw en Leudal opgedragen aan RD Maasland. Het mechanisch vegen wordt zo mogelijk gecombineerd met het verwijderen van onkruiden. Dit werk is uitbesteed om reden dat de omvang van het werk onvoldoende is om een investering in eigen materieel rendabel te maken. De gemeenten Echt-Susteren en Roerdalen hebben RD Maasland opdracht verleend de verhardingen mechanisch te reinigen. RD Maasland streeft er naar om het kolkenreinigen te verzorgen voor alle deelnemende gemeenten. De minimale vorm van samenwerking is een gezamenlijke aanbesteding.
Kengetallen Werkelijk 2020
Werkelijk 2021
Begroot 2022
Begroot 2023
Leudal ( voorjaar)
14.835
14.859
14.850
14.850
Maasgouw ( voor- en najaar)
22.410
22.377
22.450
22.450
Totaal
37.245
37.236
37.300
37.300
Werkelijk 2020
Werkelijk 2021
Begroot 2022
Begroot 2023
Leudal
2.029
2.089
2.000
2.000
Maasgouw
1.355
1.266
1.300
1.300
Totaal
3.384
3.355
3.300
3.300
Aantal kolken per gemeente te ledigen (per 1 januari)
Aantal veeguren per gemeente
Doelen Met dit programma wordt beoogd dat met de uitvoering van genoemde taken: • beantwoord wordt aan de verwachtingen van de gemeenten. Prestaties • uitbreiding taken op het gebied van schoonmaak openbare ruimte. Indicatoren
Opdrachten van gemeenten
Gemiddeld 2019-2021 3.420 uren
Opdrachten van gemeenten
37.035 kolken
Aantal veeguren / kolken
Doelstelling +100%
Norm n.v.t.
+100%
n.v.t.
Begroting 2023 3.300 uren 37.300 kolken
Middelen RD Maasland beschikt over 5 veegmachines. Het schoonmaken van de kolken is vooralsnog uitbesteed. Zodra een hoge bezettingsgraad kan worden bereikt, zal deze dienst in eigen beheer worden uitgevoerd. 11
Begroting 2023
De volgende tabel geeft inzicht in de (verwachte) kostprijs van deze producten/ diensten. Bij deze raming is uitgegaan van: • Alle in 2021 uitgevoerde diensten; • Stijging van de personeelslasten met cao. Kostprijs ( bijdragen gemeenten ) Werkelijk 2020
Werkelijk 2021
Begroot 2022
Begroot 2023
Kosten veegdienst
380.941
401.959
341.887
448.313
Kosten kolkendienst
76.367
68.086
97.569
97.837
(Geraamd) Saldo van baten en lasten
457.308
470.046
439.456
546.151
0
0
0
0
Dekking bijdrage gemeenten
401.285
407.340
439.456
546.151
(Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
-56.023
-62.706
0
0
Bedragen in €
Aandeel reserves
12
Begroting 2023
1.3
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening
Inleiding De zakelijke dienstverlening omvat vooral de inzameling van bedrijfsafvalstoffen. De oorsprong van deze dienstverlening is gelegen in het feit dat in het verleden bedrijfsafvalstoffen, van met name kleine bedrijven, tezamen met huishoudelijke afvalstoffen werden ingezameld. De opdrachten worden in de regel verleend na een aanbesteding of aanvraag van offerte. Deze activiteit is VPB plichtig. Doelen • Versteviging bedrijfseconomische positie; Prestaties • Bijdrage aan dekking vaste kosten RD Maasland. Indicatoren
Bedragen x € Omzet zakelijke diensten Netto resultaat
Gemiddeld 2019-2021
Doelstelling
Begroting 2023
1.162.475
n.v.t.
n.v.t.
1.296.000
8.799
neutraal
n.v.t.
233
Norm
Middelen RD Maasland beschikt over specifiek transportmaterieel waarmee afzet- en rolcontainers kunnen worden getransporteerd resp. gewogen en geledigd. Voor het vegen van bedrijfsterreinen worden veegmachines ingezet. Onderstaande tabel geeft inzicht in de (verwachte) kostprijs van deze producten: Kostprijs (gesaldeerd als positief effect (= verlaging van ) op gemeentelijke bijdrage Werkelijk 2020
Werkelijk 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
-16.595
30.738
15.924
292
Aandeel reserves
0
0
0
0
VPB ( 20% < 200.000 )
0
6.148
3.185
58
-41.899 25.304
80 24.510
12.740 0
233 0
Bedragen in € (Geraamd) Saldo van baten en lasten
Verlaging bijdrage gemeenten (Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
13
Begroting 2023
2.
Financiële Begroting
Rechtmatigheid De begroting is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Dit besluit is ook van toepassing op de gemeenschappelijke regeling. Algemene grondslagen voor het opstellen van de begroting De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.
De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.
2.1
Uitgangspunten.
Bij deze begroting is uitgegaan van de in de kadernota opgenomen financiële kaders: • • • • • • • • • • • •
Alle in 2021 uitgevoerde diensten; Aanpassing inzamelfrequentie restafval; per 1-1-‘22 Aanpassing inzamelfrequentie PMD; per 1-1-‘22 Kosten flankerende maatregelen en extra communicatie; nieuwe beleid De kosten van de verwerking van ingezamelde afvalstromen op basis van de uitkomsten van de meest recente (Europese) aanbestedingen Besparing kosten verwerking restafval o.b.v. verwachting inzamelscenario; nieuw beleid Verhoogde inzameling PMD; a.g.v. nieuw beleid Stijging kosten composteren GFT o.b.v. verwachting inzamelscenario. Personeelslasten conform vigerende CAO plus 2%. Prijsstijging inkopen plus 3,87%. Handhaven poorttarief €. 15,- per 0,5m3 (met name Grof restafval en Hout) Handhaven poorttarief €. 7,50. Per 0,25m3
14
Begroting 2023
2.2
Financiële gevolgen wijziging afvalinzameling.
In de begroting 2023 is rekening gehouden met het nieuw afvalbeleid per 1 januari 2022. De financiële consequenties van dit nieuwe afvalbeleid zijn in de begroting bepaald op basis van het rapport van de extern deskundige AfvalSpiegel. Zij hebben een scenariorapport uitgebracht. De financiële consequenties van het voorkeursscenario zijn gebruikt voor de begroting 2023. Belangrijk om te vermelden is dat de investeringen en kosten van dit nieuwe beleid op de begroting van RD Maasland drukken, maar dat de baten (lagere verwerkingskosten) budgetneutraal voor RD Maasland zijn, omdat de verwerkingskosten van het huishoudelijk afval 1 op 1 worden doorberekend aan de gemeente. Ook is de totale besparing van verwerkingskosten die de AfvalSpiegel heeft berekend gelijkelijk verdeeld over de jaren 2022 t/m 2025. Samenvattend kan men dus concluderen dat in dit kader ‘de kost voor de baat uit gaat’ en dat de besparing financieel zichtbaar zal moeten worden bij de gemeenten in de vorm van lagere verwerkingskosten. Samenvattend is de financiële impact op de begroting 2022-2025 als volgt:
Hogere afschrijvingskosten Toename overige exploitatiekosten Totale stijging kosten
Meeropbrengsten PMD Toename verwerkingskosten PMD Besparing verwerkingskosten HHA restafval* Toename verwerkingskosten GFT* Besparing verwerkingskosten totaal
2022 € 175.841 € 302.383 € 478.224
2023 € 175.841 € 302.383 € 478.224
2024 € 175.841 € 302.383 € 478.224
2025 € 175.841 € 302.383 € 478.224
2022 € 64.000 € -36.231 € 111.000
2023 € 128.000 € -72.462 € 222.000
2024 € 192.000 € -108.693 € 333.000
2025 € 256.000 € -144.925 € 444.000
€ -16.000 € 122.769
€ -32.000 € 245.538
€ -48.000 € 368.307
€ -64.000 € 491.075
* deze kosten worden 1-op1 doorbelast door RD Maasland aan de gemeenten en leiden dus ook tot een lagere omzet van RD Maasland (budgetneutraal effect). Als voorbeeld is in onderstaande opstelling het effect van het nieuwe beleid weergegeven als de verwerkingstarieven jaarlijks met 10% stijgen: Ontwikkeling kosten HHA bij 10% prijsstijging per jaar zonder effect nieuw beleid: 2022 2023 2024 Kilo's HHA 11.583.000 11.583.000 11.583.000 verwachte prijs per ton 104 114 126 Totaal 1.205.000 1.325.000 1.458.000
15
2025 11.583.000 138 1.603.000
Begroting 2023 Ontwikkeling kosten HHA bij 10% prijsstijging per jaar met effect nieuw beleid: 2022 2023 2024 Kilo's HHA 10.516.750 9.450.500 8.384.250 verwachte prijs per ton 104 114 126 Totaalprijs 1.094.000 1.081.000 1.055.000 Verschil Voordeel nieuw beleid prijspeil 2022 Extra voordeel nieuw beleid op prijsstijging
2025 7.318.000 138 1.013.000
111.000
244.000
403.000
590.000
111.000
222.000
333.000
444.000
-
22.000
70.000
146.000
16
Begroting 2023
2.3
Lasten en Baten
Lasten Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval Toevoegingen reserves Programma 1 VPB Totale lasten Programma 1 Programma 2 – Openbare ruimte Toevoegingen reserves Programma 2 Totale lasten Programma 2 Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening VPB Toevoegingen reserves Programma 3 Totale lasten Programma 3 Onvoorzien
Werkelijk 2021 8.391.401
Begroting 2022 8.027.270
Begroting 2023 8.202.652
0
0
0
2.515
1.861
1.236
8.393.916
8.029.131
8.203.888
712.403
726.070
842.531
0
0
0
712.403
726.070
842.531
1.169.334
1.201.926
1.309.308
6.148
3.185
58
0
0
0
1.175.482
1.204.809
1.309.366
0
0
0
10.273.138
9.955.266
10.354.491
8.663
5.046
1.294
0
0
0
10.281.801
9.960.312
10.355.785
Totale Lasten Totale Lasten P 1-2-3 voor bestemming VPB Totale Toevoegingen Reserves P 1-2-3 (Geraamd) Resultaat
17
Begroting 2023
Baten Werkelijk 2021 3.754.211
Begroting 2022 3.337.101
Begroting 2023 3.009.711
0
0
0
3.754.211
3.337.101
3.009.711
242.357
286.614
296.381
0
0
0
242.357
286.614
296.381
1.200.073
1.217.850
1.309.600
0
0
0
1.200.073
1.217.850
1.309.600
0
0
0
Totale Baten P 1-2-3 voor bestemming
5.196.641
4.841.566
4.615.692
Totale Onttrekkingen Reserves P 1-2-3
0
0
0
(Geraamd) Resultaat
5.196.641
4.841.566
4.615.692
Dekking Peel en Maas via desintegratie reserve
-249.000
-249.100
0
Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval Onttrekkingen reserves programma 1 Totale baten programma 1 Programma 2 – Openbare ruimte Onttrekkingen reserves programma 2 Totale baten programma 2 Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening Onttrekkingen reserves programma 3 Totale baten programma 3 Onvoorzien Totale baten
18
Begroting 2023
Lasten -/- Baten Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval Mutatie reserves P1 VPB Totaal Programma 1
Werkelijk 2021 4.637.190 0 2.515 4.639.702
Begroting 2022 4.690.169 0 1.861 4.692.030
Begroting 2023 5.192.941 0 1.236 5.194.177
Programma 2 – Openbare ruimte Mutaties reserves P2 Totaal Programma 2
470.046 0 470.046
439.456 0 439.456
546.151 0 546.151
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening VPB Mutaties reserves P3 Totaal Programma 3
-30.739 6.148 0 -24.591
-15.924 3.185 0 -12.740
-292 58 0 -233
0
0
0
(Geraamd) Saldo van baten en lasten Programma 1-2-3 VPB ( 20% < 200.000 ) Toevoegingen / onttrekkingen aan reserves 1-2-3
5.076.499 8.663 0
5.113.700 5.046 0
5.738.800 1.293 0
(Geraamd) Saldo na reservemutaties Dekking Peel en Maas via desintegratie reserve Bijdrage gemeenten als voorschot (Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
5.085.162 -249.100 4.560.924 -275.138
5.118.746 -249.100 4.869.646 0
5.740.094 0 5.740.094 0
Onvoorzien
19
Begroting 2023
2.5
Meerjarenraming
Onderstaande meerjarendoorkijk is gebaseerd op: • de verwachtingen voor 2023; • de cijfers van 2021 en doorkijk 2022; • een stijging/indexering van de (contract)kosten met 4% per jaar; • De per 2023 vervallen vrijval (249.100) uit de bestemmingsreserve desintegratie Peel en Maas in Programma 1; • Toenemend positief effect van het nieuwe afvalbeleid (jaarlijks effect van €123.000 voor de jaren 2022 tm 2025). Zie ook de toelichting in paragraaf 2.2.
Lasten -/- Baten Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval Mutatie reserves P1 VPB Totaal Programma 1
Begroting 2022 4.690.169 0 1.861 4.692.030
Begroting 2023 5.192.941 0 1.236 5.194.177
MDK 2024 5.279.000 0 0 5.279.000
MDK 2025 5.367.000 0 0 5.367.000
MDK 2025 5.582.000 0 0 5.582.000
Programma 2 – Openbare ruimte Mutaties reserves P2 Totaal Programma 2
439.456 0 439.456
546.151 0 546.151
569.000 0 569.000
592.000 0 592.000
615.000 0 615.000
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening VPB Mutaties reserves P3 Totaal Programma 3
-15.924 3.185 0 -12.740
-292 58 0 -233
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0
0
0
0
0
(Geraamd) Saldo van baten en lasten Programma 1-2-3 VPB ( 20% < 200.000 ) Toevoegingen / onttrekkingen aan reserves 1-2-3
5.113.700 5.046 0
5.738.800 1.236 0
5.848.000 0 0
5.959.000 0 0
6.197.000 0 0
(Geraamd) Saldo na reservemutaties Dekking Peel en Maas via desintegratie reserve Bijdrage gemeenten als voorschot (Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
5.118.746 -249.100 4.869.646 0
5.740.095 0 5.740.095 0
5.848.000 0 5.848.000 0
5.959.000 0 5.959.000 0
6.197.000 0 6.197.000 0
Onvoorzien
20
Begroting 2023
2.6
Bijdragen per Gemeente
Bedragen x €
Voorschot Programma 1 Huisvuil 2023
Programma 1 Leudal Maasgouw Roerdalen Echt-Susteren Totaal Programma 1 Bedragen x €
Programma 2 Leudal Maasgouw Totaal Programma 2
2.358.381 1.591.907 869.555 374.335 5.194.177 Voorschot Programma 2 Vegen
Voorschot Programma 2 Kolken
271.705 176.608 488.313
38.951 58.886 97.837
Bedragen x €
Voorschot Progr. 2 2023 310.656 235.494 546.151 Voorschot Progr. 3 Zakelijk 2023
Programma 3 Leudal Maasgouw Roerdalen Totaal Programma 3
-103 -70 -60 -233
Bedragen x €
Leudal Maasgouw Roerdalen Echt-Susteren Tot. alle programma’s
21
Voorschot Alle programma’s 2023 2.668.934 1.827.332 869.495 374.335
Voorschot Alle programma’s 2022 2.250.472 1.557.185 743.472 318.518
5.740.095
4.869.647
Begroting 2023 De belangrijkste verschillen van de cijfers 2023 vergeleken met het jaar 2021 zijn uitgesplitst in het overzicht op bladzijde 3. Hierna volgt eenzelfde overzicht met de vergelijking van de ramingen van de jaren 2022 en 2023. BEGROTING 2023 Totaal RD Maasland
Begroot 2022
Begroot 2023
OPBRENGSTEN Omzet Derden
2.745.204
2.498.954
Omzet Gemeenten DVO Leudal Maasgouw ondergr. Project Onkruid Maasgouw e.v. Project Echt Susteren Project Roerdalen vegen Afval doorberekening Interne doorberekeningen
43.500 140.648 128.182 128.182 1.576.750 1.016.332
72.000 223.007 133.135 133.135 1.474.110 1.393.608
Bruto Omzet
5.778.797
5.927.950
Uitbesteed
172.000
215.000
Netto Omzet
5.606.797
5.712.950
Salariskosten Inhuur personeel/materieel DVO Leudal Maasgouw ondergr. Project Onkruid Maasgouw e.v. Project Echt Susteren Project Roerdalen vegen Afvalverwerkingskosten
2.546.827 239.000 140.648 128.182 128.182 3.702.676
2.813.412 497.000 223.007 133.135 133.135 3.127.509
Wagenpark excl.afschr.en rente Afschr.en Rente wagenpark Overige exploitaitiekosten Afschr.en Rente ov.expl. Voorzieningen
776.344 294.197 1.155.133 571.657 21.320
873.139 415.030 1.269.710 551.744 21.320
Totale bedrijfskosten
9.704.166
10.058.142
Interne doorberekeningen
1.016.331
1.393.608
Totale kosten
10.720.498
11.451.750
RESULTAAT voor reservering ( lees bijdrage gemeenten ) BESTEMMINGSRESERVES
-5.113.700
-5.738.800
-
-
RESULTAAT na reservering ( werkelijk )
-5.113.700
-5.738.800
VPB P1 en P3
-5.046
-1.293
Dekking Peel en Maas
249.100
-
-4.869.646
-5.740.094
0
0
KOSTEN
BEGROOT BIJDRAGE GEMEENTEN OVERSCHOT/TEKORT
22
Begroting 2023
2.7
Balans
Balans in €. x 1.000 ACTIVA Vaste Activa Immaterieel Materieel Vlottende Activa Voorraden Uitzettingen < 1 jaar Vorderingen Openb Overige vorderingen
2023
2024
2025
2026
PASSIVA
0 8.304
0 7.898
0 7.354
0 7.008
25
25
25
25
250
400
500
500
18
86
37
157
Overlopende activa
250
250
250
250
8.847
8.659
8.167
7.940
2024
2025
2026
1.014
1.014
1.014
1.014
142
142
99
99
Vaste schulden > 1 jaar Geldleningen
5.691
5.503
5.305
5.077
Vlottende passiva Kasgeld
1.000
1.000
750
750
Overlopende passiva Nog te betalen Overige vooruitontv
1.000
1.000
1.000
1.000
Totaal
8.847
8.659
8.167
7.940
Voorzieningen
Liq middelen Kas Bank Giro
Totaal
Vaste Passiva Eigen Vermogen onbestemd resultaat
2023
Voor bovenstaande balans zijn als uitgangspunt genomen: de ontwikkelingen in de vaste activa de ontwikkelingen in de reserves (Eigen Vermogen) en voorzieningen Teneinde de liquide middelen op voldoende niveau te houden is verondersteld dat telkens een kasgeldlening wordt opgenomen.
23
Begroting 2023
2.8
Investeringen
Investeringen kunnen omschreven worden als een uitgave van enige omvang, waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Omdat het goed gedurende meerdere jaren wordt gebruikt, worden de lasten (de waardevermindering / afschrijvingslast en de rentecomponent) niet in een keer ten laste van de begroting gebracht, maar verspreid over meerdere jaren. Deze lasten worden verspreid over meerdere jaren afhankelijk van de economische levensduur van het aangeschafte goed. RD Maasland hanteert als waarderingsgrondslag de waardering tegen historische kostprijs (vervaardigingprijs) c.q. verkrijgingprijs. In het Besluit Begroting en Verantwoording is de verplichting opgenomen dat alle na 1 januari 2004 te plegen investeringen worden ingedeeld naar economisch of maatschappelijk nut (welke RD Maasland niet kent). In onderstaand overzicht worden de investeringen van het jaar 2022 meegenomen omdat de afschrijvingen pas starten in het boekjaar erop en derhalve doorwerken in de cijfers vanaf 2023. Investering (x € 1.000) Investeringen met een economisch nut:
2022
2023
Vervangingsinvesteringen Progr.1 Vervangingsinvesteringen Progr.2 Vervangingsinvesteringen Progr.3
2.389 65
635 65
Uitbreidingsinvesteringen Totaal investeringen met een economisch nut
n.v.t.
Investeringen met een maatschappelijk nut TOTAAL INVESTERINGEN
2024
2025
2026
115 380 65
345 65
299 295
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t
n.v.t
458
583
555
403
594
Geplande / geraamde investeringen hebben onder andere betrekking op voertuigen, containers, hardware ICT.
24
Begroting 2023
3.
Financiële Sturing, (Risico)beheersing, Bedrijfsvoering en Kengetallen
In dit hoofdstuk wordt naast enkele inhoudelijke paragrafen, ingegaan op (financiële) sturing en beheersing en de wettelijk verplichte onderwerpen. Voor haar financiële besturing richt RD Maasland zich met name op zaken als: een sluitende Resultatenrekening, een beperkte schulden- en vorderingenpositie, voldoende solvabiliteit en liquiditeit en een adequate Reserve. Ten behoeve van betrouwbare informatie over deze grootheden zijn een goede administratieve organisatie en interne controle, evenals een voldoende mate van risicobeheersing, onontbeerlijk. In diverse wet- en regelgeving wordt voorgeschreven dat in de Jaarrekening en Begroting enkele (verplichte) kengetallen moeten worden opgenomen. Het gaat bijv. om het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten), de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) en het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO).
3.1
Algemene dekkingsmiddelen
Onderstaand is het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen ( resultaat na bestemming ) opgenomen. Algemene dekkingsmiddelen P 1-2-3 Bedragen in €.
Werkelijk 2020
Werkelijk 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Saldo van baten en lasten progr.1
3.802.544
4.637.190
4.690.170
5.192.941
0
0
0
0
2.784
2.515
1.861
1.236
3.805.328
4.639.705
4.692.030
5.194.177
457.308
470.046
439.456
546.151
0
0
0
0
Totaal Programma 2
457.308
470.046
439.456
546.151
Saldo van baten en lasten progr.3
16.595
30.738
-15.924
-292
Aandeel reserves progr.3
0
0
0
0
VPB (20% < 200.000)
0
6.148
2.883
58
Totaal Programma 3
16.595
24.590
-12.740
-233
Totaal Progr. 1-2-3
4.279.231
5.134.341
5.118.746
5.740.095
Dekking VS-bijdr. gemeenten P1-2-3
4.044.996
4.810.024
5.118.746
5.740.095
Dekking desintegratie Peel en Maas
-249.100
-249.100
-249.100
0
Raming vs-gemeente incl.P+M
3.795.896
4.560.924
4.869.646
5.740.095
154.824
-275.136
0
0
Aandeel reserves progr.1 VPB aandeel P1 Totaal Programma 1 Saldo van baten en lasten progr.2 Aandeel reserves progr.2
(Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
25
Begroting 2023 Het besluit over het resultaat uit 2021 dient nog te worden genomen. Programma 2 wordt afgerekend met de gemeenten. De resultaten uit Programma 3 worden normaliter verrekend met de daartoe ingestelde Algemene Zakelijke Reserves.
3.2
Financiering
Verwachtingen kort geld Met de op te stellen ramingen worden de gemeentelijke bijdragen als leidraad gebruikt om te voldoen aan de verplichtingen op korte termijn. Daar waar problemen ontstaan, kan een kasgeldlening uitkomst bieden of een verzoek aan de deelnemende gemeenten de bijdragen eerder beschikbaar te stellen. Op dit moment worden geen problemen verwacht om te voldoen aan de korte termijnverplichtingen. Verwachtingen lang geld Investeringen worden afgedekt met leningen. De rust is na de financiële crisis van de afgelopen jaren weer teruggekeerd en leidt op dit moment niet tot problemen voor RD Maasland om lang geld aan te trekken. Wel wordt verwacht dat de rente langzaam zal gaan stijgen.
Vuistregels bij aantrekken financiering Hoewel de voorspelbaarheid (door ons) van de rente gering is, gaan wij voor het aangaan van financiële transacties in principe steeds uit van de navolgende vuistregels: • Bij een verwachte daling van de lange rente verdient het de voorkeur om het aantrekken van vaste/langlopende leningen zoveel mogelijk uit te stellen tot de rentedaling is ingetreden; • Bij een verwachte stijging van de lange rente verdient het de voorkeur, structurele financieringsbehoeften (zoveel mogelijk) vroegtijdig af te dekken, waarbij flexibiliteit niet uit het oog mag worden verloren; Met de goedkeuring van de raming voor 2023 zijn voor RD Maasland expliciet ook de jaarlijkse betreffende geldbeheerbesluiten van kracht op het gebied van bankieren, het aangaan van geldleningen tot een maximum van €. 1.000.000 en het aangaan van een kasgeldlening tot een maximum van €. 1.000.000.
Liquiditeitsrisico RD Maasland heeft in het treasury-statuut beleid geformuleerd ten aanzien van de beheersing van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeiten- en investeringsplanning.
Kredietrisico RD Maasland heeft in het treasury-statuut beleid geformuleerd ten aanzien van de beheersing van de risico’s op waardedaling van vorderingen ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door tegenpartij.
26
Begroting 2023
Renterisiconorm Met behulp van dit instrument wordt het risico van een rentewijziging bij herfinanciering beheerst. Herfinanciering moet gelijkmatig worden gespreid, zodanig dat in enig jaar over niet meer dan 20% van het begrotingstotaal een renteherziening plaatsvindt . Renterisico
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
Toegestaan Renterisico
1.825
1.992
2.071
2.130
2.190
2.278
Renterisico
763
766
763
718
788
799
Ruimte
1.062
1.226
1.308
1.412
1.402
1.479
(x € 1.000)
RD Maasland heeft voortdurend voldoende ruimte ten opzichte van de toegestane renterisiconorm.
Kasgeldlimiet Om de renterisico’s binnen de perken te houden is er een limiet gesteld aan de toelaatbare omvang van de netto vlottend schulden: max. 8,2% van het totaal van de begrote uitgaven Kasgeldlimiet
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
374
817
849
873
898
934
Netto vl schuld
-/- 1.624
700
750
600
250
250
Ruimte
1.998
117
99
273
648
684
(x € 1.000) Toegest. kasgeld
RD Maasland heeft voortdurend voldoende ruimte ten opzichte van de toegestane Kasgeldlimiet. In de bijlage vindt u een zelfde overzicht maar dan per kwartaal.
27
Begroting 2023
3.3
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Het weerstandsvermogen is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s te kunnen opvangen, teneinde continuïteit in de dienstverlening te kunnen waarborgen. Ten principale geldt, op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, dat de deelnemende Gemeenten verplicht zijn eventuele tekorten van RD Maasland aan te vullen. Weerstandscapaciteit (bestaande uit een post onvoorzien en/of algemene reserve) zou uit dien hoofde dan ook niet noodzakelijk zijn. Niettemin is cf Bestuursbesluit van 14 november 2012 gekozen voor het vormen van een Algemene Reserve, enerzijds ten behoeve van de naar RD Maasland overgedragen overheidstaken en anderzijds ten behoeve van de zakelijke dienstverlening. Zodoende heeft RD Maasland ruimte gekregen om door middel van reserves incidentele tegenvallers zelf op te vangen en grote schommelingen in de bijdragen van Gemeenten te voorkomen. Daarnaast zijn enkele specifieke (bestemmings-)reserves gevormd, als buffer voor de instandhouding van het container- en wagenpark en het gebouwencomplex. Tevens is een reserve gevormd als buffer voor het eigen-risico-drager zijn van de WIA-kosten. Er zijn ook enkele voorzieningen gevormd voor te verwachten toekomstige lasten. Tot slot: periodiek worden de risico’s geïnventariseerd: gebeurtenissen die, wanneer ze zich voordoen, nadelige financiële gevolgen hebben (zie paragraaf 2.5.).
Reserves en Voorzieningen De volgende reserves zijn gevormd: Algemene-Reserves a. Overheidstaken: deze reserve is bedoeld voor o.a. het opvangen van prijsschommelingen, incidentele onderzoeks- en advieskosten en is vastgesteld op 5 à 10% van de Gemeentelijke Bijdragen (i.c. tussen € 230.000 en € 455.000) b. Zakelijke dienstverlening: Deze reserve is bedoeld ter dekking van het marktrisico, aangezien een gemeentelijk vangnet voor zakelijke dienstverlening ontbreekt. De hoogte is vastgesteld op een niveau dat toereikend is om de overheadkosten van ca. twee jaren te kunnen dekken (i.c. een niveau tussen € 250.000 à € 500.000) Bestemming-Reserves c. Egalisatiereserve instandhouding Mini-Containerpark (ten behoeve van opvang eenmalige/grootschalige vervanging, ter grootte van twee jaren): max € 352.000 d. Egalisatiereserve instandhouding Wagenpark (ten behoeve van opvang calamiteitenvervanging en/of inhaalslag, ter grootte van twee voertuigen): max. € 143.000 e. Reserve Eigen Risico WIA (als alternatief voor herverzekeren): € 75.000 f. Desintegratie Peel en Maas ter dekking van de hogere lasten voor de achterblijvende deelnemers a.g.v. de uittreding van de genoemde gemeente voor de deelkernen Meijel en Kessel: tijdelijke reserve
28
Begroting 2023 Voorzieningen g. Er zijn voorzieningen gevormd voor Cafetaria-regeling, gebouwen, dubieuze debiteuren, vloerproblemen Milieupark Maasbracht. Reserves en Voorzieningen
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
Alg.Res. overheid
385
385
385
385
385
385
Alg.Res. zakelijk
230
205
230
230
230
230
Bestem. Reserve
399
399
399
399
399
399
Desintegratie Peel en Maas (On)bestemd Resultaat Totale Reserves
249
-
-
-
-
-
-275
-
-
-
-
-
988
1.014
1.014
1.014
1.014
1.014
Voorzieningen
126
127
142
142
99
99
(x € 1.000)
De hoogte van de Algemene Reserve Overheid ligt boven het bestuurlijk vastgestelde minimum, zijnde €. 230.000. Het resultaat uit 2021 dient nog te worden beoordeeld door het Bestuur. Alle genoemde bedragen in de bovenstaande tabel zijn gebaseerd op de eindcijfers 2021 en deze zijn mede afhankelijk van het nog te nemen Bestuursbesluit aangaande het resultaat van 2021. Van daaruit worden de vastgestelde ongewijzigde ramingsbedragen van de raming voor 2022 doorgeteld. Voor de jaren daarna gelden de bedragen uit deze raming voor 2023 e.v..
Reguliere Risico’s De meest voorkomende risico’s en te verwachten gebeurtenissen, alsmede de maatregelen om de effecten ervan te beheersen, zijn beschreven in paragraaf 1 en 4.
Niet-reguliere Risico’s Daarnaast zijn er risico’s waarvan de voorspelbaarheid niet groot is en/of de mogelijk nadelige gevolgen moeilijk zijn te kwantificeren. Te denken valt hierbij onder meer aan de uittreding van een gemeente, onderling conflicterend gemeentelijk beleid, nieuwe wet- en regelgeving, technologische ontwikkelingen op het gebied van afvalinzameling en -verwerking, rampen of calamiteiten, schommelingen in vergoedingen voor recyclebare grondstoffen, ICT-kwetsbaarheid, arbeidsmarktontwikkelingen, fiscale wijzigingen, misbruik en oneigenlijk gebruik.
29
Begroting 2023 RD Maasland heeft het voornemen om eens per jaar (in het najaar) een risico-inventarisatie-sessie te organiseren, om deze risico’s zo goed mogelijk in kaart te brengen. En om vervolgens vast te stellen of en zo ja welke maatregelen zijn te nemen om de gevolgen ervan zo beperkt mogelijk te doen zijn. Met betrekking het toetsingscriterium Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) bestaat het voornemen om hierover een handelswijze op te stellen en deze, gelieerd aan de risico-inventarisatie, in het najaar vast te stellen. De meest majeure risico’s zijn momenteel: Oplopende inflatie, oorlog in Oekraïne en stijgende energie -en brandstofkosten maken het complex en onzeker om een inschatting van toekomstige kosten te maken. de afhandeling van de afrekening van Nedvang over oude jaren. Het is nog niet geheel duidelijk welke consequenties dat voor RD Maasland zal hebben. Zowel aan de vergoedingenkant ( via Nedvang ) als aan de kostenkant ( Van Scherpenzeel = Veolia ) liggen financiële tegenvallers in het verschiet voor de gemeenten. Alle gemeenten in Nederland worden hiermee geconfronteerd. zowel het papieren als ook het digitale archief verdient aandacht. Getracht wordt aansluiting te vinden bij de gemeenten.
Omdat er binnen de tijdsperiode ( 2018 t/m 2022 ) van de dekking van Peel en Maas geen vervangende omzet is verkregen, zullen de deelnemers hogere bijdragen moeten betalen vanaf 2023. Gestreefd wordt derhalve naar uitbreiding van de GR. Dan wel bij de huidige deelnemers die nog niet alle diensten afnemen dan wel bij omliggende gemeenten. Externe factoren zoals ASB en afvalverwerkingstarieven veroorzaken oplopende kosten en vereisen derhalve hogere gemeentelijke bijdragen. Zoals eerder aangehaald de btw-invoering voor de Nedvang-stromen met terugwerkende kracht vanaf 2015 en de consequenties voor de gemeenten. de toenemende vervuiling binnen bepaalde gescheiden ingezamelde afvalstromen gaat leiden tot afkeur en dus hogere verwerkingskosten.
30
Begroting 2023
3.4.
Financiële Kengetallen
Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) moeten enkele Financiële Kengetallen worden opgenomen; ze zijn in deze paragraaf vermeld. RD Maasland stuurt zelf niet op deze kengetallen en ontwikkelt er dus geen beleid voor. De Provincie geeft aan dat zij geen handreiking voor adequate betekenisgeving en beoordeling van de kengetallen kan doen, noch dat er eensluidende normen voor bestaan of dat zij normen zou opleggen. Desalniettemin is hieronder een zo goed mogelijke invulling gegeven aan elk kengetal, aan de hand waarvan door RD Maasland de Kengetallen kunnen worden beoordeeld, en de gerealiseerde waarden en ontwikkeling daarin kunnen worden verklaard. De voor de berekening van de kengetallen benodigde getallen zijn opgenomen in de daarvoor bestemde tabellen in de Bijlagen.
Netto Schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Bedacht moet worden dat dit kengetal wordt berekend op een peildatum en dus een momentopname is: enkele weken eerder of later kan de situatie beduidend zijn gewijzigd. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Netto Schuldquote in %
2021
2022
2022
2023
2024
2025
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
56%
67%
69%
64%
57%
52%
< 130 %
De Netto Schuldquote beweegt zich bij RD Maasland op een niveau tussen 52 en 69 % (2021 – 2026) en bevindt zich dus ruimschoots binnen de VNG-norm. De percentages worden beïnvloed door het aantrekken van vreemd geld en de hoogte van de totale baten van de begroting. Geldleningen worden alleen afgesloten zodra er geen eigen liquiditeit voorhanden is. Daarnaast wordt de hoogte van baten sterk omhoog gestuwd door de gemeentelijke bijdragen. NB: BBV schrijft ook het kengetal “netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen” voor, echter bij RD is geen sprake van “verstrekte leningen”.
Solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Ook bij dit kengetal moet worden bedacht dat het wordt berekend op een peildatum en dus een momentopname is: enkele weken eerder of later kan de situatie beduidend zijn gewijzigd. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In principe is het volledige Eigen Vermogen van een Gemeenschappelijke Regeling van de deelnemende Gemeenten. Elke vorm van solvabiliteit “groter dan 0” is dan ook te 31
Begroting 2023 beschouwen als buffer. Uit de afspraken rondom de te vormen reserves (zie onder 2.1.a) resulteert een gewenste solvabiliteit van tenminste ca. 15%. Solvabiliteitsratio in % > 15%
2021
2021
2022
2023
2024
2025
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
11%
13%
9%
9%
9%
10%
De beweging van deze ratio staat sterk onder invloed van de afloop van de desintegratievergoeding van Peel en Maas ( uitgeput per 2023 ) om uit te komen op een niveau van 9% in 2022. Om te voldoen aan de eis van 15% zullen de gemeenten dienen toe te staan dat er reserves opgebouwd worden.
Structurele Exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling hiervan wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten (verminderd met de incidentele lasten) en structurele lasten (verminderd met de incidentele baten), plus het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Structurele Exploitatieruimte
2021
2022
2022
2023
2024
2025
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
0%
0%
0%
0%
0%
0%
in % > 0%
Bij RD Maasland schommelt dit saldo rondom 0 %, soms licht positief, soms licht negatief. Dat wordt veroorzaakt door (zeer geringe) incidentele baten c.q. lasten. Ook hiervoor geldt dat desintegratievergoeding invloed heeft op dit getal. Structurele ruimte is na het wegvallen van deze reserve niet aanwezig. Dit betekent dat de elke incidentele afwijking direct invloed kan hebben op de bijdragen van de gemeenten.
EMU-saldo Voor een deel-overheid als een Gemeente (laat staan voor een Gemeenschappelijke Regeling) zegt het Kengetal EMU-saldo weinig tot niets: de berekening ervan draagt slechts bij tot het op “(inter)nationaal-niveau” kunnen beoordelen van het EMU-saldo. Aangezien het kengetal verplicht moet worden aangeleverd volgt toch enige toelichting: 32
Begroting 2023 Het EMU-saldo is een kengetal dat (in 1992) in het leven is geroepen om Europese regels af te spreken op het gebied van overheidsfinanciën. D.m.v. het EMU-saldo worden grenzen gesteld aan het begrotingstekort en de overheidsschuld. Door het Rijk is dit vertaald in onder andere een tekortnorm voor het EMU-saldo van decentrale overheden van – 0,3% van het BBP. Deze norm wordt niet verdeeld over de decentrale overheidslagen, en dus zijn er geen referentiewaarden voor individuele overheden bepaald, en zodoende is het EMU-saldo voor een individuele overheidsgeleding geen stuurinstrument. Het EMU-saldo komt in grote mate overeen met het exploitatiesaldo, vertrekt daar ook van, maar pleegt enkele correcties en aanvullingen, met name kapitaaltransacties zoals investeringen. Daardoor wordt voor de bepaling van het EMU-saldo het transactiemoment bepalend, terwijl dat voor het exploitatiesaldo het moment van gebruik is. Via een CBS-enquête worden de gegevens voor het EMU-saldo opgevraagd. De EMU-saldi zien er als volgt voor RD Maasland uit: EMU-saldo
2021
2022
2023
2024
2025
2026
(x € 1.000)
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
Norm n.v.t.
-979
-1.975
-36
420
558
360
Zichtbaar is dat het EMU-saldo een negatieve afloop kent. Ook voor dit kengetal geldt dat de voor 5 jaar ingerichte desintegratievergoeding van Peel en Maas ( ter dekking van de achtergebleven vaste lasten ) het bewuste saldo beïnvloedt. Voor de jaren 2022 t/m 2025 wordt voorzien dat hoogte van de totale investeringen lager ligt dan de lopende afschrijvingen, hetgeen zich dan vertaald in een positief saldo. Investeringen
2021
2022
2023
2024
2025
2026
(x € 1.000)
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
689
2.574
1.015
560
410
594
Investeringen zijn in de berekening van het EMU-saldo een aftrekpost. Dit valt echter niet zo op omdat de dekking van Peel en Maas het bewuste saldo sterker beïnvloedt. De post afschrijvingen ligt voor de jaren 2024 e.v. telkens hoger dan de geplande investeringen. Er zou een minder wisselend beeld zijn wanneer er sprake zou zijn van een zgn. ideaalcomplex: een evenwichtige “leeftijdsverdeling” van de activa, waardoor het bedrag aan investeringen in elk jaar ongeveer zo groot is als de afschrijvingen. Voor de investeringen vanaf 2023 geldt dat er alleen reguliere vervangingsinvesteringen worden geraamd in voertuigen, containers en ICT.
33
Begroting 2023
3.5
Onderhoud Kapitaalgoederen
In deze paragraaf worden de bedragen die worden uitgegeven aan het verkrijgen / vervaardigen en onderhouden van kapitaalgoederen toegelicht. Voor RD Maasland betreft dit: a. Gebouwen b. Voertuigen c. Milieupark
Kapitaalgoederen
2021
2022
2023
2024
2025
2026
(x € 1.000)
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
-Vervanging
0
0
0
0
0
0
-Onderhoud
7
15
21
21
21
21
-Vervanging
593
195
395
380
215
230
-Onderhoud
184
155
179
183
187
190
-Vervanging
0
0
0
0
0
0
-Onderhoud
14
14
15
16
17
18
Gebouwen
Voertuigen
Milieupark
Voor elk van de drie categorieën is een financiële planning opgesteld. De vervanging vindt plaats na het verstrijken van de economische en/of technische levensduur. De in de tabel genoemde bedragen worden verwerkt in de begroting.
34
Begroting 2023
3.7
Administratieve Organisatie / Interne Beheersing (AO/IB)
Alle informatie op basis waarvan de toekomstgerichte strategie van RD Maasland wordt bepaald en / of die wordt verstrekt als verantwoording over hetgeen is gerealiseerd dient betrouwbaar te zijn. Daartoe is een stelsel van maatregelen ontworpen ten behoeve van de inrichting van de administratieve organisatie (AO) en de toetsing van de werking ervan, de interne beheersing (IB). Vaak zijn deze maatregelen vooral impliciet aanwezig. Vanaf 2018 worden deze maatregelen nader onder de loep worden genomen. Deze inspanningen lopen permanent door.
3.8
Personeel & Organisatie
Organogram Organogram per 1-1-2021
Directeur
Leden MT
Personeeladviseur
Communicatieadviseur
Manager Financien en Control
Manager operations
Teamleider financiële en interne zaken
Teamleider/planner operations
Teamleider/planner operations
Financiële administratie
Containerbeheer
Milieuparken
Receptie en interne zaken
Kolkenzuigen/ vegen
Afzetcontainers
Bedrijfsafval
wijkvoorzieningen
Inzameling huis-aanhuis
Het personeel van RD Maasland valt onder de werking van de CAO WSGO. Vanaf 1 januari 2020 ambtenaren bij de overheid zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten als werknemers in het bedrijfsleven. De formele omvang van de kernorganisatie is gelijk gebleven. Het uitgangspunt is echter dat de kernorganisatie efficiënt opereert en een beperkte omvang behoudt. Indien dit vanuit vereiste functiescheiding mogelijk is, worden taken gecombineerd in een en dezelfde functie.
35
Begroting 2023
3.9
Verbonden Partijen
Voor de volgende deelnemende gemeenten is de Gemeenschappelijke Regeling RD Maasland een “verbonden partij” (naar de betekenis van het Besluit Begroting en Verantwoording: een organisatie waarin een gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft): Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Roerdalen Gemeente Echt-Susteren
3.10 Rechtmatigheid Als gevolg van calamiteiten die zich hebben voorgedaan in het verleden (o.a. vuurwerkramp Enschede, Ceteco- affaire bij de provincie Zuid Holland) zijn de eisen met betrekking tot het rechtmatig handelen en het afleggen van verantwoording hierover voor gemeenten, provincie en gemeenschappelijke regelingen aangescherpt. Dit geldt dus ook voor RD Maasland. In het kader van de beheersing van het rechtmatig handelen zijn door het bestuur van RD Maasland de volgende verordeningen (in 2005,2006 en 2010) vastgesteld: • Verordening ex artikel 212 van de gemeentewet “Financiële verordening GR Rein. Maasland”, betreffende de uitgangspunten voor het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie van het openbaar lichaam. • Verordening ex artikel 213 van de gemeentewet “Controle verordening GR Rein. Maasland’’, betreffende de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeenschappelijke regeling. • “Treasurystatuut van de gem. reg. Reinigingsdienst Maasland”, waarin de voorwaarden en bevoegdheden aangaande de geldstromen zijn vastgesteld. In het controleprotocol wordt voorts vastgesteld dat de accountant bij de controle van de jaarrekening de rechtmatigheid zal betrekken en daarover ook een oordeel zal uitspreken.
Hierbij worden jaarlijks via het controleprotocol overeengekomen reguliere goedkeurings- en rapporteringstoleranties gehanteerd. Daarnaast is RD vanzelfsprekend gehouden aan de hogere wetgeving. Om naleving van de vastgestelde normen (tussentijds) te kunnen toetsen, laat RD Maasland deze controle jaarlijks uitvoeren door de accountant.
36
Begroting 2023
3.11 Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten (x € 1.000) Incidentele lasten P1 Incidentele lasten P2 Incidentele lasten P3 Totale incidentele lasten P1-2-3
2022
2023
2024
2025
2026
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Incidentele baten P1 Incidentele baten P2 Incidentele baten P3 Totale incidentele baten P1-2-3
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Geraamd saldo incidentele baten en lasten
0
0
0
0
0
In de ramingen vanaf 2022 wordt geen rekening gehouden met incidentele zaken.
37
Begroting 2023
3.12 Overhead In het Staatsblad nummer 101 is een Besluit van 5 maart 2016 geplaatst, waarin gemeenten onder meer een apart overzicht dienen op te nemen met betrekking tot de kosten van de overhead. Dit om de raad een beter inzicht te geven in de totale kosten van de overhead. Wettelijk is het voldoende om alleen het totaalbedrag aan overhead op te nemen. De definitie van het begrip overhead en de specificatie van de kostengroepen welke hiertoe behoren, zijn nauwkeurig beschreven in de notitie van juli 2016 van de commissie BBV. Verderop wordt een opsomming gegeven van de elementen. Door de Provincie Limburg wordt er zonder meer van uit gegaan dat dit verplichte overzicht ook betrekking heeft op de gemeenschappelijke regeling en wel vanaf het begrotingsjaar 2018. Hoewel specialisten in Nederland op dit gebied elkaar tegenspreken en het gros van de samenwerkingsverbanden in Nederland op het gebied van afvalinzameling geen gehoor geven aan dit Besluit, neemt RD Maasland in dit verslag toch een overzicht op met daarin de presentatie van de cijfers voor het jaar 2023. Toch plaatst RD Maasland enkele kanttekeningen hierbij. Immers, de deelnemende gemeenten presenteren deze cijfers niet in hun eigen verslaglegging. De totale bijdrage voor de programma’s wordt gebruikt voor de samenstelling van diverse heffingen.
Deze methode zou ook worden toegepast indien de dienst zou worden uitbesteed. Bij de facturatie hiervan zal door de leverancier ook geen overhead apart zichtbaar worden gemaakt. Aangezien de afvalwerkzaamheden onderhevig zijn aan concurrentie is het niet bevorderlijk dergelijke detailinformatie openlijk te delen.
bedragen x €
Baten 2023
Lasten 2023
Saldo 2023
Programma 1
3.009.711
6.765.599
-3.755.888
Programma 2
296.381
801.378
-504.997
Programma 3
1.309.600
1.101.302
208.298
Totaal P 1-2-3
4.615.692
8.668.278
-4.052.587
Overhead
0
1.686.214
-1.686.214
VPB
0
1.293
-1.293
Bedrag onvoorzien
0
0
0
4.615.692
10.355.785
-5.740.094
Mutaties reserves
0
0
0
Dekking Peel en Maas desintegratie
0
0
0
Saldo na mutaties reserves
4.615.692
10.355.786
-5.740.094
Dekking gemeenten
5.740.094
0
5.740.094
(Geraamd) Resultaat
10.355.785
10.355.785
0
Saldo van baten en lasten
Uit deze tabel blijkt dat de overheadkosten in 2023 ruim € 1.686.000 bedragen, ofwel 16%. Volgens “de Hoofdlijnen Vernieuwing Besluit Begroting en Verantwoording” d.d. juni 2015 (Paragraaf 2.5: Inzicht in overhead en kosten) is het landelijke percentage 25 à 50%. RD Maasland presteert daarmee dus ruimschoots beter dan dat gemiddelde.
38
Begroting 2023 Als definitie voor Overhead wordt gehanteerd : alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Dit houdt in dat de volgende kosten onder overhead vallen: • Leidinggevenden primair proces behalve projectleiding; • Financiën, toezicht en interne controle; • P&O / HRM; • Inkoop; • Interne en externe communicatie behalve klachtencommunicatie en project; • Juridische zaken; • Bestuurszaken en –ondersteuning; • Informatievoorziening en automatisering; • Facilitaire zaken en kantoorruimte van de huisvesting, receptie, catering, gebouwenbeheerders, voor zover niet behorend tot de uitvoerende diensten; • Kaderstellenden, adviseurs, archiefmedewerkers; • Managementondersteuning primair proces.