Begroting 2022
Tekst van het document
Begroting 2022 CONCEPT
Voorlopige programmabegroting 2022 Inclusief financiële doorkijk 2023 - 2025
Gemeenschappelijke Regeling RD Maasland April 2021
1
Begroting 2022 CONCEPT
Voorwoord Hierbij bieden wij u de voorlopige begroting 2022 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) RD Maasland aan. Nadat de gemeenteraden in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze in te dienen, wordt de begroting vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur op 7 juli 2021. Op 8 februari zijn de “Algemene beleidsmatige en financiële kaders t.b.v. begroting 2021” ter kennis gebracht van de gemeenteraden. De begroting gaat uit van de kaders zoals die in de kadernota zijn beschreven. Hetgeen voorligt heeft is een voorlopige begroting. De reden hiervan is dat de uitkomsten van de besluitvorming over de nieuwe afvalinzameling-systematiek vanaf 2022 bij enkele gemeenten bij het opstellen van deze begroting nog niet bekend zijn. De besluitvorming hierover zal in de komende maanden worden afgerond. De begroting dient evenwel voor 15 juli te worden ingediend bij de provincie. Dit betekent dat er voldoende tijd is om de uitkomsten van de genoemde besluiten te kunnen verwerken in de definitieve begroting, welke begroting op 7 juli door het AB wordt vastgesteld. Ergo, naast de door de gemeenteraden ingebrachte zienswijze zullen ook de uitkomsten van de besluitvorming over de nieuwe afvalsystematiek nog worden verwerkt in de voorlopige begroting.
Het Dagelijks Bestuur,
P.H.G. Verlinden, voorzitter
A.A.H. Smedts, secretaris
2
Begroting 2022 CONCEPT
Samenvatting verschillen Begroting 2022 – Realisatie 2019 en 2020 In onderstaand overzicht zijn, op hoofdlijnen, de voor 2020 geraamde bedragen vergeleken met de realisatie 2020 en 2019. Opgemerkt wordt dat 2020 vanwege Corona een bijzonder jaar was waarmee een vergelijking met enkel de cijfers uit 2020 niet geheel mogelijk is. BEGROTING 2022 Totaal RD Maasland
Realisatie 2019
Concept Realisatie 2020
Begroot 2022
OPBRENGSTEN Omzet Derden Omzet Gemeenten DVO Leudal Maasgouw ondergr. Project Onkruid Maasgouw e.v. Project Echt Susteren Project Roerdalen vegen Afval doorberekening Voorzieningen : rechtstreeks ! Interne doorberekeningen
2.271.521 64.119 110.638 93.000 123.792
945.150
3.019.541 56.737 127.344 0 113.654 0 1.619.127 0 1.111.726
2.745.204 43.500 141.133 0 128.182 128.182 1.576.750 0 1.018.392
Bruto Omzet
5.077.098
6.048.129
5.781.342
Uitbesteed
137.959
151.049
172.000
4.939.139
5.897.080
5.609.342
Salariskosten Inhuur personeel/materieel DVO Leudal Maasgouw ondergr. Project Onkruid Maasgouw e.v. Project Echt Susteren Project Roerdalen vegen Afvalverwerkingskosten Totaal P1-2-3 Wagenpark excl.afschr.en rente Afschr.en Rente wagenpark Overige exploitaitiekosten Afschr.en Rente ov.expl. Voorzieningen
2.188.031 338.865 110.638 93.000 123.792 3.258.749 679.572 301.729 783.114 417.383 23.440
2.422.228 522.239 126.344 0 113.654 0 3.593.098 725.142 288.958 836.929 422.276 10.934
2.546.827 239.000 141.133 128.182 128.182 3.702.676 776.344 270.356 1.209.597 524.585 21.320
Totale bedrijfskosten
8.318.314
9.061.803
9.688.202
Interne doorberekeningen
945.150
1.111.726
1.018.391
Totale kosten
9.263.464
10.173.528
10.706.594
RESULTAAT voor reservering ( lees bijdrage gemeenten ) BESTEMMINGSRESERVES
-4.324.325
-4.276.448
-5.097.251
63.840
0
-
RESULTAAT na reservering ( werkelijk )
-4.260.485
-4.276.448
-5.097.251
-1.249
-2.784
-4.744
249.100
249.100
249.100
BEGROOT BIJDRAGE GEMEENTEN
3.607.745
4.184.957
4.852.895
OVERSCHOT/TEKORT
-404.888
154.825
0
1.468.879
Netto Omzet KOSTEN
VPB P1 en P3 Dekking Peel en Maas
3
Begroting 2022 CONCEPT
Inhoudsopgave Voorwoord .............................................................................................................................................................. 2 Samenvatting verschillen Begroting 2022 – Realisatie 2019 en 2020 .................................................................... 3 Inleiding .................................................................................................................................................................. 5 1.
Programmaplan ......................................................................................................................................... 6 1.1
Programma 1 – Huishoudelijk Afval ...................................................................................................... 7
1.2
Programma 2 – Openbare Ruimte ...................................................................................................... 11
1.3
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening ........................................................................................... 13
2.
Financiële Begroting ................................................................................................................................ 14 2.1
Uitgangspunten. .................................................................................................................................. 14
2.2
Financiële gevolgen wijziging afvalinzameling. ................................................................................... 15
2.3
Overige wijzigingen t.o.v. voorgaande Jaren ...................................................................................... 16
2.4
Lasten en Baten ................................................................................................................................... 18
2.3
Meerjarenraming ................................................................................................................................ 21
2.4
Bijdragen per Gemeente ..................................................................................................................... 22
2.5
Balans .................................................................................................................................................. 24
2.6
Investeringen ...................................................................................................................................... 25
3.
4.
Financiële Sturing, (Risico)beheersing, Bedrijfsvoering en Kengetallen .................................................. 26 3.1
Algemene dekkingsmiddelen .............................................................................................................. 26
3.2
Financiering ......................................................................................................................................... 27
3.3
Weerstandsvermogen, Reserves en voorzieningen ............................................................................ 29
3.4.
Financiële Kengetallen ........................................................................................................................ 31
3.5
Onderhoud Kapitaalgoederen ............................................................................................................. 34
3.6
Risicobeheersing ................................................................................................................................. 35
3.7
Administratieve Organisatie / Interne Beheersing (AO/IB) ................................................................. 36
3.8
Personeel & Organisatie...................................................................................................................... 36
3.9
Verbonden Partijen ............................................................................................................................. 37
3.10
Rechtmatigheid ................................................................................................................................... 37
3.11
Incidentele baten en lasten ................................................................................................................. 38
3.12
Overhead ............................................................................................................................................. 39
3.13
Doorschuif-btw ................................................................................................................................... 41 BIJLAGEN ................................................................................................................................................. 42
BIJLAGE 1
Meerjarenperspectief Gemeentelijke Bijdragen ........................................................................ 43
4
Begroting 2022 CONCEPT
Inleiding Programmabegroting Deze begroting is opgebouwd conform de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording. In deze programmatisch opgebouwde begroting hebben we een drietal programma’s opgenomen waarmee we ons richten op vooraf gestelde doelen en beoogde effecten. Vanuit deze programmatische gedachte kent deze begroting een scheiding tussen beleidsmatige en financiële aspecten. Het beleidsmatige deel bestaat uit het programmaplan en een aantal paragrafen. Het financiële deel bestaat uit een overzicht van de verdeling van de middelen over de verschillende programma’s en programmaonderdelen. Procedure begroting* • 7 april 2021 • Vóór 15 april 2021 •
Vóór 15 juni 2021
•
7 juli 2021
: Het Algemeen Bestuur bespreekt de conceptbegroting. : Het DB biedt de conceptbegroting aan, aan de gemeenteraden. : De gemeenteraden dienen vóór 15 juni hun zienswijze op de begroting kenbaar te maken aan het DB. Het DB voorziet de ingebrachte zienswijzen van een reactie en biedt deze tezamen met de conceptbegroting aan, aan het AB. : Het AB stelt de begroting vast.
(*) Maatregelen i.v.m. het coronavirus kunnen leiden tot een andere planning. Leeswijzer Het eerste hoofdstuk bestaat uit het programmaplan waarin drie programma’s zijn opgenomen te weten het programma ‘Huishoudelijk Afval’, het programma ‘Openbare Ruimte’ en het programma ‘Zakelijke Dienstverlening’. In deze programma’s wordt beschreven wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat het mag kosten. Waar in het eerste hoofdstuk met name het beleidsmatige, de ‘wat’-vragen, aan de orde komen, bevat het tweede hoofdstuk een aantal paragrafen waar met name de beheersmatige aspecten, aan de orde komen. Tenslotte is in hoofdstuk 3 de financiële begroting van RD Maasland opgenomen.
5
Begroting 2022 CONCEPT
1.
Programmaplan
Dit eerste hoofdstuk bestaat uit het programmaplan waarin wij onze begroting in drie programma’s hebben verdeeld, te weten het programma ‘Huishoudelijk Afval’, het programma ‘Openbare Ruimte’ en het programma ‘Zakelijke Dienstverlening’. In deze programma’s wordt beschreven wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat het mag kosten. De opbouw van dit programmaplan draagt bij aan meer grip en betere verantwoording ten aanzien van de Begrotingscyclus, Planning en Control, en Programmamanagement. Daarom hebben de programma’s een vaste indeling gekregen, die als volgt is onderverdeeld: • Inleiding; • Doelen; • Prestaties; • Middelen;
6
Begroting 2022 CONCEPT
1.1
Programma 1 – Huishoudelijk Afval
Inleiding Het Programma Huishoudelijk Afval heeft betrekking op al het huishoudelijk afval dat in de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten wordt ingezameld. In 2022 wordt gestart met de wijziging van de inzameling van het huishoudelijk afval teneinde de gestelde milieudoelen te kunnen realiseren. In de kadernota staat daarover het volgende vermeld: “In de loop van 2020 heeft het bestuur van de gemeenschappelijke regeling u via de kadernota t.b.v. de begroting 2021, de begroting 2021, raadsinformatiebrief, tussentijdse rapportages en de uitkomsten van het onderzoek naar de mogelijke inzamelscenario’s geïnformeerd over de toekomstige invulling van afvalbeheer, gericht op landelijke doelstellingen voor het jaar 2025. Toegelicht is dat de kosten voor het afvalbeheer stijgen, dit vooral vanwege de stijging van de kosten voor het verwerken van het afval. Deze kosten zijn minder goed beheersbaar. Dit verwerken gebeurt door bedrijven die gecontracteerd worden op basis van aanbestedingen. De kosten voor het verwerken van afval is onderhevig aan schommelingen op de (wereld)markt; is de vraag naar bepaalde stromen hoog dan zijn de kosten voor het verwerken lager en soms wordt er zelfs een vergoeding voor betaald. Is de vraag echter laag dan stijgen de kosten.
Naast ontwikkelingen op de markt zijn de door de overheid ingevoerde belasting op het verbranden van afval en de wijziging van de vergoeding voor het inzamelen van kunststof debet aan de kostenstijging. Het bestuur van RD Maasland streeft er dan ook naar om in navolging van het landelijke beleid, om daar waar het kan samen met andere gemeenten en/of collega-bedrijven, het ingezamelde afval zo veel als mogelijk her te gebruiken c.q. circulair toe te passen. Dit op een zodanige wijze dat tevens de afhankelijkheid van de markt, en daarmee de onzekerheid over de kosten die de burger moet betalen, afneemt. Het Algemeen bestuur heeft dit streven vertaald naar: RD Maasland streeft naar een duurzame samenleving waarbij in de toekomst geen plek meer is voor afval. Dit streven is vertaald naar de volgende doelstellingen: A. Verlagen van het restafval naar 100 kilogram restafval per inwoner uiterlijk in 2023. B. Verlagen van het restafval van 100 kilogram naar 80 kilogram restafval per inwoner uiterlijk in 2025. De focus ligt op het terugdringen van de grote hoeveelheid GFT/ keukenafval die nu nog in de restafvalcontainer terechtkomt. De doelstellingen vormen het kader voor de uitvoering van de taken van RD Maasland. Tijdens het schrijven van deze kadernota, zijn de beraadslagingen over de aan de gemeenteraden voorgelegde afval-inzamelscenario’s nog niet geheel afgerond.
De definitieve keuze is nog niet vastgesteld. Voor deze begroting wordt uitgegaan van het zogenaamde voorkeursscenario met dien verstande dat de inzameling van papier en karton niet wijzigt en de brengvoorzieningen voor PMD in de gemeenten Leudal en Maasgouw gehandhaafd blijven.”
7
Begroting 2022 CONCEPT
De essentie van het samenwerken in de gemeenschappelijke regeling is dat kosten kunnen worden vermeden of gereduceerd door de schaal waarop de uitvoering van het gemeenschappelijke afvalbeheer kan plaatsvinden. Met deze visie is 58 jaar geleden door 11 midden Limburgse gemeenten de GR Reinigingsdienst Maasland opgericht. Deze visie is en blijft actueel. Het effect van de samenwerking is het hoogst als de inzameling van het afval door het gehele verzorgingsgebied op eenzelfde wijze plaatsvindt. Daarnaast blijft het bestuur streven naar uitbreiding van de samenwerking met buurgemeenten. De uitvoeringskosten worden op basis van het aantal aansluitingen (gebaseerd op het containermanagementsysteem) doorberekend naar de deelnemende gemeenten. In deze doorberekening zit geen winstopslag. Eventuele aanvullende diensten worden direct in rekening gebracht bij de betreffende gemeente. Roerdalen en Echt-Susteren nemen niet alle diensten af. Kengetallen Werkelijk 2019 15.683
Voorlopig 2020 15.789
Begroot 2021 15.690
Begroot 2022 15.800
Maasgouw
10.638
10.715
10.650
10.750
Roerdalen
9.246
9.226
9.250
9.250
Echt-Susteren noord
8.350
8.350
8.350
8.350
Totaal
43.917
44.080
43.940
44.150
Aantal aansluitingen per gemeente (per 1 januari)
Leudal
Doelen Met dit programma wordt invulling gegeven aan de wettelijke taak van gemeenten, welke taken door de deelnemende gemeenten zijn overgedragen aan de gemeenschappelijke regeling RD Maasland. Verwezen wordt naar art. 10.21 en art. 10.22 van de Wet Milieubeheer. Het bestuur van RD Maasland streeft er naar om in het kader van circulaire economie, samen met andere gemeenten en/of collega-bedrijven, het ingezamelde afval zo veel als mogelijk her te gebruiken. Met andere woorden, gestreefd wordt naar ‘het sluiten van de keten’. Dit op een zodanige wijze dat tevens de afhankelijkheid van de markt, en daarmee de onzekerheid over de kosten die de burger moet betalen, afneemt. Prestaties De afgelopen jaren zijn in de GR-gemeenten Leudal, Maasgouw en Roerdalen, geen grote beleidswijzigingen doorgevoerd. Ofschoon de doelstelling voor 2020 (75% afvalscheiding) reeds vroegtijdig is gerealiseerd, is de hoeveelheid nog te verbranden afval niet meer gedaald. Opgemerkt wordt de afgelopen 5 jaar meer huishoudelijk afval is aangeboden. Reden om te onderzoeken of via een verandering in de inzameling verbeteringen kunnen worden gerealiseerd. Uitgaande van de in 2018 door het algemeen bestuur vastgestelde visie (rapport strategische verkenning 2018-2025), is in 2020 onderzoek gedaan naar de mogelijkheden hiertoe.
Als kader is gesteld het realiseren van de reductie van het te verbranden restafval per inwoner naar 80 kg per jaar uiterlijk in 2025.
8
Begroting 2022 CONCEPT Middelen Teneinde deze doelen te bereiken, is een inzamelstructuur beschikbaar en worden onderstaande diensten uitgevoerd. • Huis-aan-huis inzameling van restafval en gft (groente-, fruit- en tuinafval); • Inzameling grof huishoudelijk afval, tuinafval e.d. via de milieuparken; • Scheiding van afvalstromen en afzet als grondstoffen; • Inzameling glas, metaal, kunststoffen en kleding (via brengvoorzieningen e.o. huis aan huis); • Inzameling en sortering textiel; • Inzameling klein chemisch afval; • Inzameling grof huishoudelijk afval aan huis op aanvraag; • Inzameling herbruikbare huisraad aan huis op aanvraag, inzet kringloopbedrijven; • Inzameling elektrische apparaten en wit-en bruingoed via milieuparken; • Inzameling oud papier (via verenigingen); • Het (doen) verwerken van afvalstromen; • Uitvoering sorteerplicht kunststoffen, gecombineerd met drankenkartons en blik; • Tariefdifferentiatie uitgaande van ‘de vervuiler betaalt’; • Containermanagement; • Communicatie; • Educatie op scholen; • Beleidsonderzoek en -advisering. De volgende tabel geeft inzicht in de (verwachte) kostprijs van deze producten/ diensten. Kostprijs (bijdragen gemeenten) Werkelijk 2019
Voorlopig 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
1.433.917
1.524.800
1.355.009
1.677.111
Inzameling via milieuparken
454.454
550.873
451.332
346.919
Inzameling via brengvoorzieningen in de wijk
407.568
483.240
623.920
732.123
Kosten Diftar
223.159
233.027
219.937
225.037
Containermanagement
256.672
280.167
243.256
405.506
Verwerking afval
664.584
244.266
1.045.236
793.241
Beleid en voorlichting
415.636
486.170
462.722
491.670
(Geraamd) Saldo van baten en lasten (1)
3.855.989
3.802.544
4.401.411
4.671.608
Aandeel reserves (2) (min-teken is onttrekking)
-63.840
0
0
0
1.223
2.784
1.353
1.861
Dekking bijdrage gemeenten als voorschot
3.422.836
3.741.771
4.402.764
4.673.469
Dekking Peel en Maas (5)
-249.100
-249.100
-249.100
-249.100
Geraamde voorschotten gem. incl.P+M
3.173.736
3.492.671
4.153.664
4.424.369
(Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
-370.536
185.543
0
0
Verwerkingskosten hha rst-gft afval (4)
1.445.137
1.598.724
1.491.600
1.550.000
Totale inzameling incl.verwerking (1+2+3+4)
5.239.108
5.154.952
5.645.264
6.223.469
Bedragen in € Inzameling restafval en GFT, huis-aan-huis
Aandeel VPB (3)
9
Begroting 2022 CONCEPT Zoals meerdere malen toegelicht, zijn de kosten voor het verwerken van het afval onderhevig aan marktwerking. Met name de afvalstromen (via Milieuparken) Grof huishoudelijk, ABC-Hout en in mindere mate Groen en Matrassen brengen hoge kosten met zich mee, terwijl Papier, Schroot en Textiel als gegarandeerde opbrengstposten ongekend lage revenuen opleveren . Als dan daarbij voor de zogenaamde verpakkingsstromen (PMD) minder en minder tonnen vermarkt kunnen worden, de uitbetaalde vergoedingen via Nedvang/Afvalfonds dalen en de kosten voor inzameling, overslag, transport en sorteren oplopen, is de belangrijkste oorzaak voor de hogere gemeentelijke dekking grotendeels verklaard. Naast deze niet-beïnvloedbare kosten is met name de raming van de volgende kosten niet zeker: • Brandstofkosten; • Loonstijgingen als gevolg van nieuwe CAO afspraken; • De vergoeding voor de ingezamelde PMD; • Piekbelasting in de uitvoering; De problematiek rondom de inzameling van verpakkingen heeft geleid tot een aantal voorstellen welke in het voortraject door belanghebbenden ( NVRD-VNG-Nedvang ) zijn doorgenomen. Binnenkort kunnen gemeenten ervoor kiezen om de constructie aan te gaan met Nedvang waarbij alleen een inzamelvergoeding zal worden verstrekt en dat de verdere afwikkeling van deze stromen de verantwoordelijkheid wordt van Nedvang.
Feitelijk is dit de oude constructie welke werd gehanteerd tot 2015. In de huidige contractvorm zijn de gemeenten geheel verantwoordelijk, van inzameling tot sortering tot vermarkting. Via ASL zijn alle Limburgse gemeenten gebonden aan een contract (sorteren en vermarkten) met Veolia (voorheen Van Scherpenzeel). Aangezien dit contract nog een looptijd heeft tot en met 2022 zijn er op dit op moment onderhandelingen gaande met alle betrokkenen. Nog ongewis is welke uitkomsten hieruit volgen. Vooralsnog wordt in deze begroting rekening gehouden met het Veolia-model. Van belang is tevens om aan te geven dat de komende jaren naar verwachting de vergoedingen via Nedvang zullen dalen, de vermarkte hoeveelheden zullen dalen, terwijl de contractkosten a.g.v. indices zullen stijgen. De raden van de aan de GR deelnemende gemeenten hebben vorig jaar de colleges van B&W verzocht om alle aan de gemeenten verbonden partijen op te roepen om daar waar mogelijk de kosten die bij de gemeenten in rekening worden gebracht te verlagen. Het AB van RD Maasland heeft n.a.v. een intern onderzoek en geconcludeerd dat op dit ten aanzien hiervan geen mogelijkheden zijn en dat kostenreducties wel mogelijk zijn via het vergroten van schaal waarop RD Maasland haar diensten uitvoert. Een en ander is uitgebreid toegelicht in de aan de gemeenteraden gestuurde tussentijdse managementrapportage (t/m juni 2020).
10
Begroting 2022 CONCEPT
1.2
Programma 2 – Openbare Ruimte
Inleiding Via de gemeenschappelijke regeling zijn de mechanische reiniging van verhardingen en de reiniging van straatkolken in de gemeenten Maasgouw en Leudal opgedragen aan RD Maasland. Het mechanisch vegen wordt zo mogelijk gecombineerd met het verwijderen van onkruiden. Dit werk is uitbesteed om reden dat de omvang van het werk onvoldoende is om een investering in eigen materieel rendabel te maken. De gemeenten Echt-Susteren en Roerdalen hebben RD Maasland opdracht verleend de verhardingen mechanisch te reinigen. RD Maasland streeft er naar om het kolkenreinigen te verzorgen voor alle deelnemende gemeenten. De minimale vorm van samenwerking is een gezamenlijke aanbesteding.
Kengetallen Werkelijk 2019
Voorlopig 2020
Begroot 2021
Begroot 2022
Leudal ( voorjaar)
14.939
14.835
14.800
14.850
Maasgouw ( voor- en najaar)
21.685
22.410
21.800
22.450
Totaal
36.624
37.245
36.600
37.300
Werkelijk 2019
Voorlopig 2020
Begroot 2021
Begroot 2022
Leudal
2.175
2.029
2.000
2.000
Maasgouw
1.345
1.355
1.300
1.300
Totaal
3.520
3.384
3.300
3.300
Aantal kolken per gemeente te ledigen (per 1 januari)
Aantal veeguren per gemeente
Doelen Met dit programma wordt beoogd dat met de uitvoering van genoemde taken: • beantwoord wordt aan de verwachtingen van de gemeenten. Prestaties • uitbreiding taken op het gebied van schoonmaak openbare ruimte. Indicatoren
Opdrachten van gemeenten
Gemiddeld 2018-2020 3.452 uren
Opdrachten van gemeenten
36.812 kolken
Aantal veeguren / kolken
Doelstelling +100%
Norm n.v.t.
+100%
n.v.t.
Begroting 2022 3.300 uren 36.600 kolken
Middelen RD Maasland beschikt over 4 veegmachines. Het schoonmaken van de kolken is vooralsnog uitbesteed. Zodra een hoge bezettingsgraad kan worden bereikt, zal deze dienst in eigen beheer worden uitgevoerd.
11
Begroting 2022 CONCEPT De volgende tabel geeft inzicht in de (verwachte) kostprijs van deze producten/ diensten. Bij deze raming is uitgegaan van: • Alle in 2020 uitgevoerde diensten; • Stijging van de personeelslasten met cao. Kostprijs ( bijdragen gemeenten ) Werkelijk 2019
Voorlopig 2020
Begroot 2021
Begroot 2022
Kosten veegdienst
386.706
380.941
334.894
342.490
Kosten kolkendienst
81.756
76.367
72.466
97.569
(Geraamd) Saldo van baten en lasten
468.461
457.308
407.340
440.059
0
0
0
0
Dekking bijdrage gemeenten
434.815
401.285
407.340
440.059
(Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
-33.627
-56.023
0
0
Bedragen in €
Aandeel reserves
12
Begroting 2022 CONCEPT
1.3
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening
Inleiding De zakelijke dienstverlening omvat vooral de inzameling van bedrijfsafvalstoffen. De oorsprong van deze dienstverlening is gelegen in het feit dat in het verleden bedrijfsafvalstoffen, van met name kleine bedrijven, tezamen met huishoudelijke afvalstoffen werden ingezameld. De opdrachten worden in de regel verleend na een aanbesteding of aanvraag van offerte. Deze activiteit is VPB plichtig. Opgemerkt wordt dat in 2020 de omzet is gedaald door de Coronacrisis. De verlaging van de omzet is voornamelijk opgevangen door kostenreductie. Het is evenwel nog steeds gelukt om de bijdrage aan de vaste kosten van RD Maasland, denk aan gebouwen en terreinen, gelijk te houden. De markt is fragiel en er blijven minder en minder verwerkers over. Dit maakt dat RD Maasland slechts een kleine marge raamt. Doelen • Versteviging bedrijfseconomische positie; Prestaties • Bijdrage aan dekking vaste kosten RD Maasland. Indicatoren
Bedragen x € Omzet zakelijke diensten Netto resultaat
Gemiddeld 2018-2020
Doelstelling
Begroting 2022
1.160.012
n.v.t.
n.v.t.
1.204.250
-3.923
neutraal
n.v.t.
11.532
Norm
Middelen RD Maasland beschikt over specifiek transportmaterieel waarmee afzet- en rolcontainers kunnen worden getransporteerd resp. gewogen en geledigd. Voor het vegen van bedrijfsterreinen worden veegmachines ingezet. Onderstaande tabel geeft inzicht in de (verwachte) kostprijs van deze producten: Kostprijs (gesaldeerd als positief effect (= verlaging van ) op gemeentelijke bijdrage Werkelijk 2019
Voorlopig 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
127
-31.460
100
14.414
Aandeel reserves
0
0
0
0
VPB ( 20% < 200.000 )
25
0
20
2.883
824 -799
0 -16.595
80 0
11.532 0
Bedragen in € (Geraamd) Saldo van baten en lasten
Verlaging bijdrage gemeenten (Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
13
Begroting 2022 CONCEPT
2.
Financiële Begroting
Rechtmatigheid De begroting is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Dit besluit is ook van toepassing op de gemeenschappelijke regeling. Algemene grondslagen voor het opstellen van de begroting De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.
De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.
2.1
Uitgangspunten.
Bij deze begroting is uitgegaan van de in de kadernota opgenomen financiële kaders: • • • • • • • • • • •
Alle in 2021 uitgevoerde diensten; Wijzigingen in afvalinzameling vanaf 2022; Kosten flankerende maatregelen en extra communicatie; De kosten van de verwerking van ingezamelde afvalstromen op basis van de uitkomsten van de meest recente (Europese) aanbestedingen; Besparing kosten verwerking restafval o.b.v. verwachting inzamelscenario. Verhoogde inzameling PMD Stijging kosten composteren GFT o.b.v. verwachting inzamelscenario. Personeelslasten conform vigerende CAO plus 2%. Prijsstijging inkopen plus 2%. Handhaven poorttarief €. 15,- per 0,5m3 (met name Grof restafval en Hout) Handhaven poorttarief €. 7,50. Per 0,25m3
14
Begroting 2022 CONCEPT
2.2
Financiële gevolgen wijziging afvalinzameling.
Zoals aangegeven in de kadernota is in de begroting 2022 rekening gehouden met het nieuw afvalbeleid. De financiële consequenties van dit nieuwe afvalbeleid zijn in de begroting bepaald op basis van het rapport van de extern deskundige AfvalSpiegel. Zij hebben een scenariorapport uitgebracht. De financiële consequenties van het voorkeursscenario (met uitzondering van de papiercontainers) zijn gebruikt voor de begroting 2022. Belangrijk om te vermelden is dat de investeringen en kosten van dit nieuwe beleid op de begroting van RD Maasland drukken, maar dat de baten (lagere verwerkingskosten) budgetneutraal voor RD Maasland zijn, omdat de verwerkingskosten van het huishoudelijk afval 1 op 1 worden doorberekend aan de gemeente. Ook is de totale besparing van verwerkingskosten die de AfvalSpiegel heeft berekend gelijkelijk verdeeld over de jaren 2022 t/m 2025. Samenvattend kan men dus concluderen dat in dit kader ‘de kost voor de baat uit gaat’ en dat de besparing financieel zichtbaar zal moeten worden bij de gemeenten in de vorm van lagere verwerkingskosten. Op dit moment is de verwachting dat met het huidige personeel en wagenpark het nieuwe afvalbeleid kan worden uitgevoerd door RD Maasland. In deze kosten zit dus vooralsnog geen impact van het nieuwe beleid verwerkt. Samenvattend is de financiële impact op de begroting 2022 als volgt:
Hogere afschrijvingskosten Toename overige exploitatiekosten Totale stijging kosten
Meeropbrengsten PMD Toename verwerkingskosten PMD Besparing verwerkingskosten HHA restafval* Toename verwerkingskosten GFT* Besparing verwerkingskosten totaal
2022 € 129.396 € 356.847 € 486.243
2023 € 129.396 € 356.847 € 486.243
2024 € 129.396 € 356.847 € 486.243
2025 € 129.396 € 356.847 € 486.243
2022 € 64.000 € -36.231 € 111.000
2023 € 128.000 € -72.462 € 222.000
2024 € 192.000 € -108.693 € 333.000
2025 € 256.000 € -144.925 € 444.000
€ -16.000 € 122.769
€ -32.000 € 245.538
€ -48.000 € 368.307
€ -64.000 € 491.075
* deze kosten worden 1-op1 doorbelast door RD Maasland aan de gemeenten en leiden dus ook tot een lagere omzet van RD Maasland (budgetneutraal effect). Als voorbeeld is in onderstaande opstelling het effect van het nieuwe beleid weergegeven als de verwerkingstarieven jaarlijks met 10% stijgen: Ontwikkeling kosten HHA bij 10% prijsstijging per jaar zonder effect nieuw beleid 2022 2023 2024 Kilo's HHA 11.583.000 11.583.000 11.583.000 verwachte prijs per ton 104 114 126 Totaal 1.205.000 1.325.000 1.458.000
15
2025 11.583.000 138 1.603.000
Begroting 2022 CONCEPT Ontwikkeling kosten HHA bij 10% prijsstijging per jaar met effect nieuw beleid 2022 2023 2024 Kilo's HHA 10.516.750 9.450.500 8.384.250 verwachte prijs per ton 104 114 126 Totaalprijs 1.094.000 1.081.000 1.055.000 Verschil Voordeel nieuw beleid prijspeil 2022 Extra voordeel nieuw beleid op prijsstijging
2.3
2025 7.318.000 138 1.013.000
111.000
244.000
403.000
590.000
111.000
222.000
333.000
444.000
-
22.000
70.000
146.000
Overige wijzigingen t.o.v. voorgaande Jaren
Poorttarieven Voor 2022 is rekening gehouden met de omzet van 2020 en de verhoging van de poorttarieven per 1-1-2021. Afval doorberekening( hha rstgft/veeg/kolk) Ondanks het nieuw beleid wordt toch een toename van de doorberekening van afval in Programma 1 ad. € 58.000 verwacht. De stijging kan als volgt worden verklaart: Effect Stijging kilo’s 2019 (tbv begroting 2021) tov kilo’s 2020 (tbv begroting 2022) Effect Indexatie tarieven Besparing HHA restafval ivm nieuw beleid Toename HHA GFT ivm nieuw beleid Totale stijging kosten in begroting 2022
€ 133.000 € 20.000 €-111.000 €16.000 € 58.000
Ter info de aantallen kilo’s 2020 ten opzichte 2019: Soort
2020
Ondergronds Verzamel HHA rest HHA gft
2019 (gebruikt in begr 2021) 166.000 kg 120.000 kg 726.000 kg 650.000 kg 11.583.000 kg 10.735.000 kg 8.270.000 kg 7.580.000 kg
2019 (cf jaarrekening 2019) 119.000 kg 658.000 kg 10.730.000 kg 7.574.000 kg
Uitbestedingen Er wordt met name een stijging van de kosten van het Kolkenzuigen verwacht (nieuwe aanbesteding voor periode vanaf 2022). Afvalverwerkingskosten Voor 2022 is rekening gehouden met de gewichten van 2020 en de meest actuele verwerkingsprijzen (2021) inclusief indexatie. Gedurende 2020 is de opbrengst-genererende textielinzameling omgeslagen in een kostenpost. Voor 2022 is rekening gehouden met kosten in lijn 16
Begroting 2022 CONCEPT met de huidige tarieven. De verwerkingskosten voor het Mileuparken Montfort zijn gebaseerd op de begroting 2021 die Attero voor het Mileupark heeft afgegeven inclusief een indexatie voor 2022. Overige exploitatiekosten De belangrijkste afwijkingen (> €10.000) ten opzichte van de begroting 2021 zijn onderstaand toegelicht: Accountantkosten: + €12.000 obv nieuwe prijsafspraak. Afvalkalender: -/- 29.500 Vanaf 2022 geen papieren afvalkalender meer. (leidt ook tot minder opbrengsten omdat deze kosten 1 op 1 worden doorbelast aan gemeenten). Automatiseringskosten: +32.500 in 2020 is een SLA met ICT partner Agrippa getekend voor het ICT beheer en ondersteuning. De impact hiervan is verwerkt in de begroting 2022. Exploitatiekosten Mileuparken Roggel: +29.000 Extra raming in verband met de huur overslaglocatie en inzet verkeersregelaars agv toenemende drukte voor de ingang. Voorzieningen In 2020 is het meerjaren onderhoudsplan geactualiseerd die als basis dient voor het bepalen van de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud (+ 8.000). De stijging van de dotatie aan de voorzieningen is grotendeels het gevolg van deze actualisatie.
17
Begroting 2022 CONCEPT
2.4
Lasten en Baten
Lasten Werkelijk 2019 6.621.108
Voorlopig 2020 7.559.503
Begroting 2021 7.362.936
Begroting 2022 8.009.195
0
0
0
0
1.223
2.784
1.353
1.861
6.622.331
7.542.473
7.364.289
8.011.056
712.602
591.365
561.934
726.673
0
0
0
0
712.602
591.365
561.934
726.673
1.200.064
1.143.565
1.194.425
1.203.436
VPB
25
0
20
2.883
Toevoegingen reserves Programma 3
0
0
0
0
1.200.089
1.143.565
1.194.445
1.206.319
0
0
0
0
8.533.774
9.294.433
9.119.295
9.939.304
1.248
2.784
1.373
4.744
0
0
0
0
8.535.022
9.297.217
9.120.668
9.944.048
Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval Toevoegingen reserves Programma 1 VPB Totale lasten Programma 1 Programma 2 – Openbare ruimte Toevoegingen reserves Programma 2 Totale lasten Programma 2 Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening
Totale lasten Programma 3 Onvoorzien Totale Lasten Totale Lasten P 1-2-3 voor bestemming VPB Totale Toevoegingen Reserves P 1-2-3 (Geraamd) Resultaat
18
Begroting 2022 CONCEPT
Baten Werkelijk 2019 2.765.117
Voorlopig 2020 3.756.959
Begroting 2021 2.961.525
Begroting 2022 3.337.587
63.840
0
0
0
2.828.957
3.756.959
2.961.525
3.337.587
244.141
134.057
154.594
286.614
0
0
0
0
244.141
134.057
154.594
286.614
1.200.191
1.126.970
1.194.525
1.217.850
0
0
0
0
1.200.191
1.126.970
1.194.525
1.217.850
0
0
0
0
Totale Baten P 1-2-3 voor bestemming
4.209.449
5.017.986
4.310.644
4.842.051
Totale Onttrekkingen Reserves P 1-2-3
63.840
0
0
0
(Geraamd) Resultaat
4.273.289
5.017.986
4.310.644
4.842.051
Dekking Peel en Maas via desintegratie reserve
-249.100
-249.100
-249.100
-249.100
Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval Onttrekkingen reserves programma 1 Totale baten programma 1 Programma 2 – Openbare ruimte Onttrekkingen reserves programma 2 Totale baten programma 2 Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening Onttrekkingen reserves programma 3 Totale baten programma 3 Onvoorzien Totale baten
19
Begroting 2022 CONCEPT
Lasten -/- Baten Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval Mutatie reserves P1 VPB Totaal Programma 1
Werkelijk 2019 3.855.991 -63.840 1.223 3.793.374
Voorlopig 2020 3.802.544 0 2.784 3.805.328
Begroting 2021 4.401.411 0 1.353 4.402.764
Begroting 2022 4.671.608 0 1.861 4.673.469
Programma 2 – Openbare ruimte Mutaties reserves P2 Totaal Programma 2
468.461 0 468.461
457.308 0 457.308
407.340 0 407.340
440.057 0 440.057
-127 25 0 -102
16.595 0 0 16.595
-100 20 0 -80
-14.414 2.883 0 -11.532
0
0
0
0
(Geraamd) Saldo van baten en lasten Programma 1-2-3 VPB ( 20% < 200.000 ) Toevoegingen / onttrekkingen aan reserves 1-2-3
4.324.325 1.248 -63.840
4.276.447 2.784 0
4.808.651 1.373 0
5.097.251 4.744 0
(Geraamd) Saldo na reservemutaties Dekking Peel en Maas via desintegratie reserve Bijdrage gemeenten als voorschot (Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
4.261.733 -249.100 3.607.745 -404.888
4.279.231 -249.100 4.184.955 154.824
4.810.024 -249.100 4.560.924 0
5.101.995 -249.100 4.852.895 0
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening VPB Mutaties reserves P3 Totaal Programma 3 Onvoorzien
20
Begroting 2022 CONCEPT
2.3
Meerjarenraming
Onderstaande meerjarendoorkijk is gebaseerd op: • de verwachtingen voor 2022; • de voorlopige cijfers van 2020 en doorkijk 2021; • een stijging/indexering van de (contract)kosten met 2% per jaar; • De per 2023 vervallen vrijval (249.100) uit de bestemmingsreserve desintegratie Peel en Maas in Programma 1; • Toenemend positief effect van het nieuwe afvalbeleid (jaarlijks effect van €123.000 voor de jaren 2022 tm 2025). Zie ook de toelichting in paragraaf 2.2.
Lasten -/- Baten Programma Programma 1 – Huishoudelijk afval Mutatie reserves P1 VPB Totaal Programma 1
Begroting 2021 4.401.411 0 1.353 4.402.764
Begroting 2022 4.671.608 0 1.861 4.673.469
MDK 2023 4.640.000 0 0 4.640.000
MDK 2024 4.610.000 0 0 4.610.000
MDK 2025 4.579.000 0 0 4.579.000
Programma 2 – Openbare ruimte Mutaties reserves P2 Totaal Programma 2
407.340 0 407.340
440.057 0 440.057
449.000 0 449.000
458.000 0 458.000
467.000 0 467.000
-100 20 0 -80
-14.414 2.883 0 -11.532
-14.414 2.883 0 -11.532
-14.414 2.883 0 -11.532
-14.414 2.883 0 -11.532
0
0
0
0
0
(Geraamd) Saldo van baten en lasten Programma 1-2-3 VPB ( 20% < 200.000 ) Toevoegingen / onttrekkingen aan reserves 1-2-3
4.808.651 1.373 0
5.097.251 4.744 0
5.074.586 2.883 0
5.053.586 2.883 0
5.031.586 2.883 0
(Geraamd) Saldo na reservemutaties Dekking Peel en Maas via desintegratie reserve Bijdrage gemeenten als voorschot (Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
4.810.024 -249.100 4.560.924 0
5.101.995 -249.100 4.852.895 0
5.077.469 0 5.077.469 0
5.056.469 0 5.056.469 0
5.034.469 0 5.034.469 0
Programma 3 – Zakelijke Dienstverlening VPB Mutaties reserves P3 Totaal Programma 3 Onvoorzien
21
Begroting 2022 CONCEPT
2.4
Bijdragen per Gemeente
Bedragen x €
Programma 1 Leudal Maasgouw Roerdalen Echt-Susteren Totaal Programma 1 Bedragen x €
Programma 2 Leudal Maasgouw Totaal Programma 2 Bedragen x €
Programma 3 Leudal Maasgouw Roerdalen Totaal Programma 3
Voorschot Programma 1 Huisvuil
Desintegratie Peel & Maas
2.110.502 1.435.943 789.786 337.237 4.673.469 Voorschot Programma 2 Vegen
-112.492 -76.537 -42.096 -17.975 -249.100 Voorschot Programma 2 Kolken
207.570 134.920 342.490
38.844 58.724 97.569
Voorschot Progr. 1 Incl. desintegr. Peel & Maas 2022 1.998.011 1.359.406 747.690 319.262 4.424.369 Voorschot Progr. 2 2022 246.414 193.645 440.059
Voorschot Programma 3 Tot. Zakelijk
Voorschot Progr. 3 Zakelijk 2022
-5.084 -3.451 -2.997 -11.532
-5.084 -3.451 -2.997 -11.532
Bedragen x €
Leudal Maasgouw Roerdalen Echt-Susteren Tot. alle programma’s
22
Voorschot Alle programma’s 2022 2.239.341 1.549.600 744.693 319.262
Voorschot Alle programma’s 2021 2.099.812 1.442.728 634.411 383.973
4.852.896
4.560.924
Begroting 2022 CONCEPT De belangrijkste verschillen van de cijfers 2022 vergeleken met het conceptjaar 2020 zijn uitgesplitst in het overzicht op bladzijde 3. Hierna volgt eenzelfde overzicht met de vergelijking van de ramingen van de jaren 2021 en 2022. BEGROTING 2022 Verschillen ramingen 2021 en 2022 Totaal RD Maasland
Begroot 2021
Begroot 2022
OPBRENGSTEN Omzet Derden
Interne doorberekeningen
1.517.825 943.505
2.745.204 PMD vergoeding is qua tarief 60 euro hoger dan geraamd in 2021. In 2022 tarief van 2021 aangehouden. lagere opbrengsten en minder vermarkte kg's textiel, papier, staal 43.500 In 2022 wordt naar verwachtiging geen papieren afvalkalender meer verzonden. 141.133 in ovl met gemeente worden onderhoud en schoonmaak van de ondergrondse geintensiveerd. - nvt meer 128.182 indexatie uurtarief 128.182 nieuwe vanaf 2021, raming 2021 dient nog aangepast te worden 1.576.750 1 op 1 doorberekening hha rst-gft-veegvuil-kolkslib, index en ASB werken kostenverhogend - effect nieuw afvalbeleid werkt kostenverlagend 1.018.392 * plus min
Bruto Omzet
5.172.049
5.781.342
Uitbesteed
147.000
Netto Omzet
5.025.049
5.609.342
Salariskosten Inhuur personeel/materieel DVO Leudal Maasgouw ondergr. Project Onkruid Maasgouw e.v. Project Echt Susteren Project Roerdalen vegen Afvalverwerkingskosten
2.425.250 192.000 111.919 125.669
Wagenpark excl.afschr.en rente Afschr.en Rente wagenpark Overige exploitaitiekosten Afschr.en Rente ov.expl. Voorzieningen
742.000 351.842 891.500 394.224 11.250
2.546.827 Cao doorrekening van 2020 en nieuwe inschatting nieuwe Cao vanaf 2021 239.000 verschuiving SW naar uitzendkrachten+indexatie 141.133 - nvt meer 128.182 indexatie uurtarief 128.182 nieuwe vanaf 2021, in raming 2021 niet voorzien. 3.702.676 Stijging verwerkingskosten PMD en textiel. Positief effect nieuw afvalbeleid. Stromen MP in 2022 lagere tarieven geraamd obv tarieven 2021. Inschatting verwerkingstarieven MP's 2021 te hoog. 776.344 indexering Onderhoudscontracten, stijging kosten verzekering, wegenbelasting 270.356 reguliere vervangingen 1.209.597 naast indexatie met name extra kosten ivm nieuw beleid 524.585 extra afschrijving (130K) ivm investeringen nieuw beleid 21.320 dotatie onderhoudsvoorziening conform geactualiseerd onderhoudsplan
Totale bedrijfskosten
8.890.195
9.688.202
Interne doorberekeningen
943.505
1.018.391 * plus min
Totale kosten
9.833.700
10.706.594
RESULTAAT voor reservering ( lees bijdrage gemeenten ) BESTEMMINGSRESERVES
-4.808.651
-5.097.251
-
-
RESULTAAT na reservering ( werkelijk )
-4.808.651
-5.097.251
VPB P1 en P3
-1.373
-4.744
Dekking Peel en Maas
249.100
249.100 desintegratievergoeding cf besluit
Omzet Gemeenten DVO Leudal Maasgouw ondergr. Project Onkruid Maasgouw e.v. Project Echt Susteren Project Roerdalen vegen Afval doorberekening
2.400.131 73.000 111.919 125.669
172.000 inkoop van deze diensten worden duurder. Met name toename van kosten kolkenreinigen verwacht.
KOSTEN
BEGROOT BIJDRAGE GEMEENTEN OVERSCHOT/TEKORT
3.644.541
-4.560.924 0
-4.852.895 Hogere bijdragen met name door nieuw beleid. 0
23
Begroting 2022 CONCEPT
2.5
Balans
Balans in €. x 1.000 ACTIVA Vaste Activa Immaterieel Materieel Vlottende Activa Voorraden Uitzettingen < 1 jaar Vorderingen Openb Overige vorderingen
2022
2023
2024
2025
PASSIVA
0 6.833
0 6.589
0 6.317
0 5.909
25
25
25
25
500
500
500
500
Liq middelen Kas Bank Giro
53
461
588
797
Overlopende activa
600
600
600
600
8.010
8.175
8.030
7.831
Totaal
2022
2023
2024
Vaste Passiva Eigen Vermogen onbestemd resultaat
793
793
793
793
Voorzieningen
158
165
159
108
Vaste schulden > 1 jaar Geldleningen
5.059
5.216
5.078
4.930
Vlottende passiva Kasgeld
1.000
1.000
1.000
1.000
Overlopende passiva Nog te betalen Overige vooruitontv
1.000
1.000
1.000
1.000
Totaal
8.010
8.175
8.030
7.831
Voor bovenstaande balans zijn als uitgangspunt genomen: de ontwikkelingen in de vaste activa de ontwikkelingen in de reserves (Eigen Vermogen) en voorzieningen Teneinde de liquide middelen op voldoende niveau te houden is verondersteld dat telkens een kasgeldlening wordt opgenomen.
24
2025
Begroting 2022 CONCEPT
2.6
Investeringen
Investeringen kunnen omschreven worden als een uitgave van enige omvang, waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Omdat het goed gedurende meerdere jaren wordt gebruikt, worden de lasten (de waardevermindering / afschrijvingslast en de rentecomponent) niet in een keer ten laste van de begroting gebracht, maar verspreid over meerdere jaren. Deze lasten worden verspreid over meerdere jaren afhankelijk van de economische levensduur van het aangeschafte goed. RD Maasland hanteert als waarderingsgrondslag de waardering tegen historische kostprijs (vervaardigingprijs) c.q. verkrijgingprijs. In het Besluit Begroting en Verantwoording is de verplichting opgenomen dat alle na 1 januari 2004 te plegen investeringen worden ingedeeld naar economisch of maatschappelijk nut (welke RD Maasland niet kent). In onderstaand overzicht worden de investeringen van het jaar 2021 meegenomen omdat de afschrijvingen pas starten in het boekjaar erop en derhalve doorwerken in de cijfers vanaf 2022. Investering (x € 1.000) Investeringen met een economisch nut:
2021
2022
2023
2024
2025
Vervangingsinvesteringen Progr.1 Vervangingsinvesteringen Progr.2 Vervangingsinvesteringen Progr.3
1.502 190 65
393 65
518 65
110 380 65
338 65
Uitbreidingsinvesteringen Totaal investeringen met een economisch nut
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Investeringen met een maatschappelijk nut
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t
TOTAAL INVESTERINGEN
1.757
458
583
555
403
Geplande / geraamde investeringen hebben onder andere betrekking op voertuigen, containers, hardware ICT.
25
Begroting 2022 CONCEPT
3.
Financiële Sturing, (Risico)beheersing, Bedrijfsvoering en Kengetallen
In dit hoofdstuk wordt naast enkele inhoudelijke paragrafen, ingegaan op (financiële) sturing en beheersing en de wettelijk verplichte onderwerpen. Voor haar financiële besturing richt RD Maasland zich met name op zaken als: een sluitende Resultatenrekening, een beperkte schulden- en vorderingenpositie, voldoende solvabiliteit en liquiditeit en een adequate Reserve. Ten behoeve van betrouwbare informatie over deze grootheden zijn een goede administratieve organisatie en interne controle, evenals een voldoende mate van risicobeheersing, onontbeerlijk. In diverse wet- en regelgeving wordt voorgeschreven dat in de Jaarrekening en Begroting enkele (verplichte) kengetallen moeten worden opgenomen. Het gaat bijv. om het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten), de Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) en het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO).
3.1
Algemene dekkingsmiddelen
Onderstaand is het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen ( resultaat na bestemming ) opgenomen. Algemene dekkingsmiddelen P 1-2-3 Bedragen in €.
Werkelijk 2019
Voorlopig 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Saldo van baten en lasten progr.1
3.855.989
3.802.544
4.401.411
4.671.608
-63.840
0
0
0
1.223
2.784
1.353
1.861
3.793.372
3.805.328
4.402.764
4.673.469
468.461
457.308
407.340
440.057
0
0
0
0
468.461
457.308
407.340
440.057
-127
16.595
-100
-14.414
Aandeel reserves progr.3
0
0
0
2.883
VPB (20% < 200.000)
25
0
20
0
Totaal Programma 3
-102
16.595
-80
-11.532
Totaal Progr. 1-2-3
4.261.732
4.279.231
4.810.024
5.101.995
Dekking VS-bijdr. gemeenten P1-2-3
4.012.632
4.044.996
4.810.024
5.101.995
Dekking desintegratie Peel en Maas
-249.100
-249.100
-249.100
-249.100
Raming vs-gemeente incl.P+M
3.607.746
3.795.896
4.560.924
4.852.895
(Geraamd) Resultaat (min-teken is tekort)
-404.887
154.824
0
0
Aandeel reserves progr.1 VPB aandeel P1 Totaal Programma 1 Saldo van baten en lasten progr.2 Aandeel reserves progr.2 Totaal Programma 2 Saldo van baten en lasten progr.3
26
Begroting 2022 CONCEPT Het besluit over het resultaat uit 2020 dient nog te worden genomen. Programma 2 wordt afgerekend met de gemeenten. De resultaten uit Programma 3 worden normaliter verrekend met de daartoe ingestelde Algemene Zakelijke Reserves.
3.2
Financiering
Verwachtingen kort geld Met de op te stellen ramingen worden de gemeentelijke bijdragen als leidraad gebruikt om te voldoen aan de verplichtingen op korte termijn. Daar waar problemen ontstaan, kan een kasgeldlening uitkomst bieden of een verzoek aan de deelnemende gemeenten de bijdragen eerder beschikbaar te stellen. Op dit moment worden geen problemen verwacht om te voldoen aan de korte termijnverplichtingen. Verwachtingen lang geld Investeringen worden afgedekt met leningen. De rust is na de financiële crisis van de afgelopen jaren weer teruggekeerd en leidt op dit moment niet tot problemen voor RD Maasland om lang geld aan te trekken. Wel wordt verwacht dat de rente langzaam zal gaan stijgen.
Vuistregels bij aantrekken financiering Hoewel de voorspelbaarheid (door ons) van de rente gering is, gaan wij voor het aangaan van financiële transacties in principe steeds uit van de navolgende vuistregels: • Bij een verwachte daling van de lange rente verdient het de voorkeur om het aantrekken van vaste/langlopende leningen zoveel mogelijk uit te stellen tot de rentedaling is ingetreden; • Bij een verwachte stijging van de lange rente verdient het de voorkeur, structurele financieringsbehoeften (zoveel mogelijk) vroegtijdig af te dekken, waarbij flexibiliteit niet uit het oog mag worden verloren; Met de goedkeuring van de raming voor 2022 zijn voor RD Maasland expliciet ook de jaarlijkse betreffende geldbeheerbesluiten van kracht op het gebied van bankieren, het aangaan van geldleningen tot een maximum van €. 1.000.000 en het aangaan van een kasgeldlening tot een maximum van €. 1.000.000.
Liquiditeitsrisico RD Maasland heeft in het treasury-statuut beleid geformuleerd ten aanzien van de beheersing van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeiten- en investeringsplanning.
Kredietrisico RD Maasland heeft in het treasury-statuut beleid geformuleerd ten aanzien van de beheersing van de risico’s op waardedaling van vorderingen ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door tegenpartij.
27
Begroting 2022 CONCEPT
Renterisiconorm Met behulp van dit instrument wordt het risico van een rentewijziging bij herfinanciering beheerst. Herfinanciering moet gelijkmatig worden gespreid, zodanig dat in enig jaar over niet meer dan 20% van het begrotingstotaal een renteherziening plaatsvindt . Renterisico
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
Toegestaan Renterisico
1.637
1.824
1.989
2.028
2.069
2.110
Renterisico
742
768
766
697
741
751
Ruimte
895
1.056
1.223
1.331
1.328
1.359
(x € 1.000)
RD Maasland heeft voortdurend voldoende ruimte ten opzichte van de toegestane renterisiconorm.
Kasgeldlimiet Om de renterisico’s binnen de perken te houden is er een limiet gesteld aan de toelaatbare omvang van de netto vlottend schulden: max. 8,2% van het totaal van de begrote uitgaven Kasgeldlimiet
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
Toegest. kasgeld
343
748
815
831
848
865
Netto vl schuld
-/- 526
500
500
500
500
500
Ruimte
869
248
315
331
348
365
(x € 1.000)
RD Maasland heeft voortdurend voldoende ruimte ten opzichte van de toegestane Kasgeldlimiet. In de bijlage vindt u een zelfde overzicht maar dan per kwartaal.
28
Begroting 2022 CONCEPT
3.3
Weerstandsvermogen, Reserves en voorzieningen
Het weerstandsvermogen is het vermogen om niet-structurele financiële risico’s te kunnen opvangen, teneinde continuïteit in de dienstverlening te kunnen waarborgen. Ten principale geldt, op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, dat de deelnemende Gemeenten verplicht zijn eventuele tekorten van RD Maasland aan te vullen. Weerstandscapaciteit (bestaande uit een post onvoorzien en/of algemene reserve) zou uit dien hoofde dan ook niet noodzakelijk zijn. Niettemin is cf Bestuursbesluit van 14 november 2012 gekozen voor het vormen van een Algemene Reserve, enerzijds ten behoeve van de naar RD Maasland overgedragen overheidstaken en anderzijds ten behoeve van de zakelijke dienstverlening. Zodoende heeft RD Maasland ruimte gekregen om door middel van reserves incidentele tegenvallers zelf op te vangen en grote schommelingen in de bijdragen van Gemeenten te voorkomen. Daarnaast zijn enkele specifieke (bestemmings-)reserves gevormd, als buffer voor de instandhouding van het container- en wagenpark en het gebouwencomplex. Tevens is een reserve gevormd als buffer voor het eigen-risico-drager zijn van de WIA-kosten, alsmede een vereveningsfonds PMD. Er zijn ook enkele voorzieningen gevormd voor te verwachten toekomstige lasten.
Tot slot: periodiek worden de risico’s geïnventariseerd: gebeurtenissen die, wanneer ze zich voordoen, nadelige financiële gevolgen hebben (zie paragraaf 2.5.).
Reserves en Voorzieningen De volgende reserves zijn gevormd: Algemene-Reserves a. Overheidstaken: deze reserve is bedoeld voor o.a. het opvangen van prijsschommelingen, incidentele onderzoeks- en advieskosten en is vastgesteld op 5 à 10% van de Gemeentelijke Bijdragen (i.c. tussen € 150.000 en € 300.000) b. Zakelijke dienstverlening: Deze reserve is bedoeld ter dekking van het marktrisico, aangezien een gemeentelijk vangnet voor zakelijke dienstverlening ontbreekt. De hoogte is vastgesteld op een niveau dat toereikend is om de overheadkosten van ca. twee jaren te kunnen dekken (i.c. een niveau tussen € 250.000 à € 500.000) Bestemming-Reserves c. Egalisatiereserve instandhouding Mini-Containerpark (ten behoeve van opvang eenmalige/grootschalige vervanging, ter grootte van twee jaren): max € 352.000 d. Egalisatiereserve instandhouding Wagenpark (ten behoeve van opvang calamiteitenvervanging en/of inhaalslag, ter grootte van twee voertuigen): max. € 143.000 e. Reserve Eigen Risico WIA (als alternatief voor herverzekeren): € 75.000 f. Vereveningsfonds PMD (ten behoeve van opvang verslechterende verhouding opbrengst / kosten): tijdelijke reserve, deze is door de laatste onttrekking in 2019 per 1 jan 2020 opgeheven g. Desintegratie Peel en Maas ter dekking van de hogere lasten voor de achterblijvende deelnemers a.g.v.
de uittreding van de genoemde gemeente voor de deelkernen Meijel en Kessel: tijdelijke reserve
29
Begroting 2022 CONCEPT Voorzieningen h. Er zijn voorzieningen gevormd voor Cafetaria-regeling, gebouwen, dubieuze debiteuren, vloerproblemen Milieupark Maasbracht. Reserves en Voorzieningen
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
Alg.Res. overheid
189
189
189
189
189
189
Alg.Res. zakelijk
205
205
205
205
205
205
Bestem. Reserve
399
399
399
399
399
399
Desintegratie Peel en Maas (On)bestemd Resultaat Totale Reserves
498
249
-
-
-
-
155
-
-
-
-
-
1.446
1.042
793
793
793
793
Voorzieningen
178
164
158
165
159
108
(x € 1.000)
De hoogte van de Algemene Reserve Overheid ligt boven het bestuurlijk vastgestelde minimum, zijnde €. 150.000. Het resultaat uit 2020 dient nog te worden beoordeeld door het Bestuur. Alle genoemde bedragen in de bovenstaande tabel zijn gebaseerd op de eindcijfers 2020 en deze zijn mede afhankelijk van het nog te nemen Bestuursbesluit aangaande het resultaat van 2020. Van daaruit worden de vastgestelde ongewijzigde ramingsbedragen van de raming voor 2021 doorgeteld. Voor de jaren daarna gelden de bedragen uit deze raming voor 2022 e.v..
30
Begroting 2022 CONCEPT
3.4.
Financiële Kengetallen
Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) moeten enkele Financiële Kengetallen worden opgenomen; ze zijn in deze paragraaf vermeld. RD Maasland stuurt zelf niet op deze kengetallen en ontwikkelt er dus geen beleid voor. De Provincie geeft aan dat zij geen handreiking voor adequate betekenisgeving en beoordeling van de kengetallen kan doen, noch dat er eensluidende normen voor bestaan of dat zij normen zou opleggen. Desalniettemin is hieronder een zo goed mogelijke invulling gegeven aan elk kengetal, aan de hand waarvan door RD Maasland de Kengetallen kunnen worden beoordeeld, en de gerealiseerde waarden en ontwikkeling daarin kunnen worden verklaard. De voor de berekening van de kengetallen benodigde getallen zijn opgenomen in de daarvoor bestemde tabellen in de Bijlagen.
Netto Schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Bedacht moet worden dat dit kengetal wordt berekend op een peildatum en dus een momentopname is: enkele weken eerder of later kan de situatie beduidend zijn gewijzigd. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Netto Schuldquote in %
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
52%
53%
59%
56%
53%
49%
< 130 %
De Netto Schuldquote beweegt zich bij RD Maasland op een niveau tussen 48 en 60% (2020 – 2025) en bevindt zich dus ruimschoots binnen de VNG-norm. De percentages worden beïnvloed door het aantrekken van vreemd geld en de hoogte van de totale baten van de begroting. Geldleningen worden alleen afgesloten zodra er geen eigen liquiditeit voorhanden is. Daarnaast wordt de hoogte van baten sterk omhoog gestuwd door de gemeentelijke bijdragen. NB: BBV schrijft ook het kengetal “netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen” voor, echter bij RD is geen sprake van “verstrekte leningen”.
Solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat volgens artikel 42 van het BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Ook bij dit kengetal moet worden bedacht dat het wordt berekend op een peildatum en dus een momentopname is: enkele weken eerder of later kan de situatie beduidend zijn gewijzigd. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. In principe is het volledige Eigen Vermogen van een Gemeenschappelijke Regeling van de deelnemende Gemeenten. Elke vorm van solvabiliteit “groter dan 0” is dan ook te 31
Begroting 2022 CONCEPT beschouwen als buffer. Uit de afspraken rondom de te vormen reserves (zie onder 2.1.a) resulteert een gewenste solvabiliteit van tenminste ca. 15%. Solvabiliteitsratio in % > 15%
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
16%
13%
10%
10%
10%
10%
De beweging van deze ratio staat sterk onder invloed van de afloop van de desintegratievergoeding van Peel en Maas ( uitgeput per 2023 ) om uit te komen op een niveau van 10% in 2022. Om te voldoen aan de eis van 15% zullen de gemeenten dienen toe te staan dat er reserves opgebouwd worden.
Structurele Exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling hiervan wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten (verminderd met de incidentele lasten) en structurele lasten (verminderd met de incidentele baten), plus het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Structurele Exploitatieruimte
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting MJ
Begroting MJ
Begroting MJ
5%
3%
3%
0%
0%
0%
in % > 0%
Bij RD Maasland schommelt dit saldo rondom 0 %, soms licht positief, soms licht negatief. Dat wordt veroorzaakt door (zeer geringe) incidentele baten c.q. lasten. Ook hiervoor geldt dat desintegratievergoeding invloed heeft op dit getal. Structurele ruimte is na het wegvallen van deze reserve niet aanwezig. Dit betekent dat de elke incidentele afwijking direct invloed kan hebben op de bijdragen van de gemeenten.
EMU-saldo Voor een deel-overheid als een Gemeente (laat staan voor een Gemeenschappelijke Regeling) zegt het Kengetal EMU-saldo weinig tot niets: de berekening ervan draagt slechts bij tot het op “(inter)nationaal-niveau” kunnen beoordelen van het EMU-saldo. Aangezien het kengetal verplicht moet worden aangeleverd volgt toch enige toelichting: 32
Begroting 2022 CONCEPT Het EMU-saldo is een kengetal dat (in 1992) in het leven is geroepen om Europese regels af te spreken op het gebied van overheidsfinanciën. D.m.v. het EMU-saldo worden grenzen gesteld aan het begrotingstekort en de overheidsschuld. Door het Rijk is dit vertaald in onder andere een tekortnorm voor het EMU-saldo van decentrale overheden van – 0,3% van het BBP. Deze norm wordt niet verdeeld over de decentrale overheidslagen, en dus zijn er geen referentiewaarden voor individuele overheden bepaald, en zodoende is het EMU-saldo voor een individuele overheidsgeleding geen stuurinstrument. Het EMU-saldo komt in grote mate overeen met het exploitatiesaldo, vertrekt daar ook van, maar pleegt enkele correcties en aanvullingen, met name kapitaaltransacties zoals investeringen. Daardoor wordt voor de bepaling van het EMU-saldo het transactiemoment bepalend, terwijl dat voor het exploitatiesaldo het moment van gebruik is. Via een CBS-enquête worden de gegevens voor het EMU-saldo opgevraagd. Maasland zien de EMU-saldi er als volgt Voor RD uit: EMU-saldo