CConstaterende datEcht-Susteren
Koppel je AI →
Document · PDF

1e Bestuursrapportage 2025

Gemeenteraad 3 juli 2025, gemeente Echt-SusterenBij agendapunt: 1e Bestuursrapportage 202520.744 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

1e bestuursrapportage 2025

26

team. Deze formatieberekening per gemeente is nooit herzien, hoewel de maatschappelijke ontwikkelingen sindsdien wel de noodzaak tot meer en andere (vrij-toegankelijke) ondersteuning hebben laten zien. Ook wordt steeds meer van de lokale teams verwacht. De vraag naar ondersteuning neemt toe. Ook neemt het aantal veiligheidsvraagstukken toe, welke veel vragen van de medewerkers van het CJG. Het CJG beweegt mee met maatschappelijke ontwikkelingen. Er wordt gewerkt aan een regionaal 'plus-team' om beter om te kunnen gaan met de toenemende veiligheidsvraagstukken. EchtSusteren heeft hiervoor reeds een incidentele subsidie verstrekt voor de jaren 2025 en 2026 (waarover de gemeenteraad is geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief (D-237778). Gelet op de toekomstige ontwikkelingen en verwachtingen vanuit o.a. de Hervormingsagenda Jeugd en het advies van de Deskundigencommissie Van Ark, is het echter noodzakelijk om de basisformatie structureel in balans te brengen met het aantal hulpvragen. Hiermee worden gezinnen tijdig geholpen, wachttijden voorkomen en vinden minder doorverwijzingen plaats naar specialistische hulp. Naast betere hulpverlening aan gezinnen remt dit ook de stijgende kosten voor geïndiceerde jeugdzorg.

Voor Echt-Susteren wordt een structurele uitbreiding van de basisformatie gevraagd van 5,44 fte, waarbij in 2025 en 2026 rekening wordt gehouden met de reeds verstrekte incidentele subsidie. Dit betekent een verhoging van het budget voor de basisformatie van het CJG in 2025 van € 45.100, in 2026 € 431.000 en vanaf 2027 structureel een verhoging van € 682.000. Op basis van het landelijke advies van de Deskundigencommissie Van Ark over de Hervormingsagenda Jeugd verwachten gemeenten extra middelen om te investeren in lokale teams en vrij-toegankelijke voorzieningen voor jeugd. Hiermee kunnen de kosten (deels) worden gedekt. Het is echter nog onduidelijk hoeveel extra middelen aan het gemeentefonds worden toegevoegd. 

3.6.13 Sociaal Boekhouder De pilot sociaal boekhouder loopt na twee jaar in september 2025 af. De pilot is succesvol bevonden en de meerwaarde van de functie heeft zich bewezen. De inwoner weet de sociaal boekhouder te vinden. De sociaal boekhouder biedt inzicht en overzicht in de bestaande regelingen en vult een leegte in de aanwezige dienstverlening van de gemeente. Voorgesteld wordt de pilot te verlengen tot 31 december 2026. De kosten bedragen voor 2025 € 38.000 (periode september tot en met december) en voor 2026 € 90.000. De kosten kunnen worden gedekt uit de reserve inkomensvoorzieningen, re-integratie en sociale werkvoorzieningen.

3.6.14 Jongerenwerk in primair en voortgezet onderwijs Jeugdigen kampen op jonge leeftijd met sociale en emotionele uitdagingen. Het percentage van jongeren in jeugdhulpverlening stijgt zowel landelijk, regionaal als ook lokaal. Het is noodzakelijk dat jongerenwerkers laagdrempelig beschikbaar zijn waar jeugdigen met vragen terecht kunnen en door wie ook vroegtijdig gesignaleerd wordt als er (zorgwekkende) ontwikkelingen zijn. Een jongerenwerker in de leeromgeving biedt vrij-toegangkelijke ondersteuning aan de jeugdige dichtbij zijn of haar leefomgeving. Een jongerenwerker is een vertrouwd contactpersoon voor jeugdigen en helpt hen bij het omgaan met sociale en emotionele uitdagingen, leert hen om te gaan met conflicten, maakt jeugdigen weerbaarder en zorgt voor ouderbetrokkenheid. In Echt-Susteren zijn al meerdere jaren jongerenwerkers actief van Menswel en XL Group. Sinds enkele jaren vindt extra inzet plaats waarbij jongerenwerkers actief zijn binnen het primair en voortgezet onderwijs. De jongerenwerker is fysiek op school beschikbaar voor jeugdigen en docenten. Niet alleen kunnen jeugdigen bij hem of haar terecht met vragen, maar er worden ook handvaten gegeven aan docenten om met vraagstukken om te gaan en de jongerenwerker geeft gastlessen.

Voor jeugdigen in de leeftijd van het voortgezet onderwijs is tevens een Jongeren Informatiepunt (JIP) ingericht om hen beter voor te bereiden op de overgang naar volwassenheid en een vervolgopleiding. Deze extra inzet is afgelopen jaren incidenteel gefinancierd op basis van tijdelijke middelen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs. Voor 2025 is het budget voor deze opdracht nog verdeeld over verschillende budgetten in de begroting. Voorgesteld wordt het budget neutraal te herverdelen over de verschillende onderdelen. Gelet op de meerwaarde die deze inzet heeft voor jeugdigen,

1e bestuursrapportage 2025

27

ouders en docenten, is het voorstel om structurele financiering vrij te maken voor de inzet van jongerenwerkers in het primair en voortgezet onderwijs. Het betreft een jaarlijks bedrag van € 170.000. Hiermee worden meer jeugdigen laagdrempelig geholpen en kan escalatie van problematiek (welke ook stijgende jeugdzorg kosten in de hand werkt) voorkomen worden. De inzet van jongerenwerkers sluit hiermee aan bij de doelstellingen van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en het advies van de deskundigencommissie hieromtrent om komende jaren meer te investeren in de lokale teams en sociale basis van elke gemeente. Dekking kan worden gevonden binnen het programma Sociaal Domein. 

3.6.15 Minimabeleid De afgelopen jaren wordt steeds vaker een beroep gedaan op de financiële ondersteuning van de gemeentelijke minimaregelingen. De inwoners die in aanmerking komen voor deze regelingen weten de weg naar de gemeente steeds beter te vinden. Ook de inzet van onder andere de sociaal boekhouder om het gebruik van regelingen te stimuleren en flinke indexaties van uitvoeringskosten, betekenen een stijging in de kosten van het minimabeleid. Met de onderbesteding van incidentele middelen zijn deze tekorten de afgelopen jaren opgevangen. Voorgesteld wordt het budget voor 2025 te herverdelen op basis van de werkelijke kosten in 2024. Door een incidentele bijraming in de 2e bestuursrapportage 2024 op het minimabeleid voor 2025 vanuit de BUIG, is voldoende dekking aanwezig. Voorgesteld wordt voor 2026 en verder het tekort van in totaal € 147.200 structureel bij te ramen. Tekorten en overschotten worden hieronder benoemd. Bijzondere bijstand Bij bijzondere uitkeringen zijn de aantallen en hoogte van de aanvragen zeer afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen. De afgelopen jaren heeft de inwoner het steeds moeilijker om geld aan het einde van de maand over te houden, laat staan te sparen voor onverwachte uitgaven. Voorgesteld wordt dit budget met € 82.749 bij te ramen voor 2026 en volgende jaren.

Uitvoeringskosten schuldhulpverlening Binnen het minimabeleid vallen ook de kosten voor schuldhulpverlening. Dit betreft een wettelijke taak van de gemeente. Het Rijk voerde de afgelopen jaren verschillende wijzigingen in om de toegankelijkheid van de schuldhulpverlening voor de inwoner te verbeteren. Met als gevolg dat de kosten specifiek voor schuldhulpverlening in de afgelopen twee jaar bijna verdubbeld zijn. Voorgesteld wordt dit budget vanaf 2026 en verder structureel bij te ramen met € 54.000. Deze bij raming houdt alleen rekening met de reeds stijgende kosten. Daarnaast wordt in 2026 het schuldhulpverleningsbeleid vernieuwd, waarbij een eventuele intensivering van de dienstverlening wenselijk blijkt. Hierbij kan voorgesteld worden om op basis van het beleid, extra middelen toe te kennen aan de schuldhulpverlening. Alle kinderen doen mee De kosten op het budget voor alle kinderen doen mee zijn de afgelopen jaren gestegen. De kosten zijn gestegen door hogere uitgaven aan het Jeugdfonds Sport en Cultuur Limburg, Stichting Leergeld, Stichting Kledingbank, de deelname aan het SUN-project en het Volwassenenfonds. Voorgesteld wordt dit budget vanaf 2026 en verder structureel bij te ramen met € 54.451.

Op diverse andere posten zijn budgetten binnen het minimabeleid (PPP - € 9.000, maatschappelijke actief bonus - € 9.000, categoriale bijzondere bijstand premie - € 25.000, bijzondere bijstand BBZ lening - € 1.000) ook bijgesteld naar de werkelijke kosten 2024 waarbij een totale besparing is van € 44.000.

3.6.16 Bijdrage SC MER Sociaal Domein Het beschikbare budget voor de bijdrage aan het Servicecentrum MER Sociaal Domein is in de begroting verspreid over verschillende posten in verband met de opsplitsing tussen basis dienstverlening en aanvullende dienstverlening op basis van projecten. Voor de overzichtelijkheid en de efficientie wordt voorgesteld alle budgetten samen te voegen in 1 budget (bijdrage MER).

1e bestuursrapportage 2025

28

3.6.17 Herverdeling jeugdzorg budgetten Voor de jeugdhulpbudgetten zijn de realisatiecijfers 2024 als uitgangspunt gebruikt voor de prognose 2025. Hierbij is rekening gehouden met diverse meerjarige indexaties van tarieven en cao-lonen. Als gevolg van deze bijstelling naar realisatiecijfers en indexaties wordt voor 2025 tot en met 2029 een tekort verwacht (2025: € 719.777, 2026: € 3.402.564, 2027: € 3.234.177, 2028: € 3.689.651, 2029: € 4.054.306). Indexatie loonkosten CJG Bij paragraaf 3.6.12 wordt structurele uitbreiding van de basisformatie van het CJG voorgesteld, alsmede structurele financiering van de POH-J. Daarnaast voert het CJG reeds taken uit in het kader van CenteringZorg (binnen de ketenaanpak Kansrijke Start), waarbij zij de co-begeleiding uitvoeren van groepsbijeenkomsten in samenwerking met de verloskundigenpraktijk. Bij de jaarlijkse subsidieaanvraag zal het CJG vanaf 2026, naast hun reguliere basisformatie, rekening houden met de inzet van POH-J en CenteringZorg. De verwachte indexatie van de loonkosten voor 2026 komt neer op 6,75% en bedraagt € 107.183. Voor 2027 en volgende jaren is de verwachte indexatie van loonkosten 4%, wat neerkomt op € 206.725 voor 2027, € 310.249 voor 2028 en € 417.914 voor 2029 en meerjarig. Overige jeugdzorgbudgetten De overige jeugd(zorg) budgetten worden bijgesteld op basis van de meest actuele realiastiecijfers van 2024.

Jeugdzorg betreft een open einde regeling en gemeenten zijn verplicht geïndiceerde zorg te financieren. Daarnaast hebben gemeenten te maken met ontwikkelingen waar zij slechts beperkt invloed op hebben, zoals stijgende prijzen. Sommige vormen van jeugdzorg dalen in kosten, terwijl bij andere vormen van hulp de kosten juist stijgen. Met name de kosten voor jeugdigen in een woonvoorziening, landelijk ingekochte jeugdzorg en ambulante vormen van zorg laten toenemende kosten zien. Dit is vooral het gevolg van nieuwe aanbestedingen waarin gemeenten verplicht zijn om (hogere) reële tarieven te betalen. Daarnaast maken jeugdigen gemiddeld langer gebruik van zwaardere zorg, terwijl minder gebruik gemaakt wordt van lichte vormen van begeleiding. Afgelopen jaar hebben tevens meer jeugdigen gebruik gemaakt van verblijf in een gezinshuis. Daarnaast wordt meerjarig een uitvoeringsbudget bijgeraamd, waar jaarlijks diverse uitvoeringskosten en (incidentele) projecten uit gefinancierd worden. Komende jaren wil Echt-Susteren meer investeren in vrij-toegankelijke voorzieningen om de effecten van stijgende jeugdzorgkosten tegen te gaan. Op basis van het landelijke advies van de Deskundigencommissie Van Ark over de Hervormingsagenda Jeugd verwachten gemeenten extra middelen om te investeren in lokale teams en vrijtoegankelijke voorzieningen voor jeugd.

Hiermee kunnen de kosten (deels) worden gedekt. Zie cijfermatige verwerking in de inleiding.

Wat mag het kosten? Omschrijving 3.6.1 Vervanging afgekeurde speeltoestellen 3.6.2 Stelpost GGD 3.6.2 Bijdrage VRLN-GGD 3.6.3 Opvang ontheemden Oekraïne - Normbedrag GOO 3.6.3 Opvang ontheemden Oekraïne - Uitvoerignskosten POO 3.6.3 Opvang ontheemden Oekraïne - Leefgeld

1e bestuursrapportage 2025

2025 75.000 -300.000

2026

2027

2028

2029

-300.000 184.000

-300.000 265.000

-300.000 265.000

-300.000 265.000

-2.730.200

-15.000 -110.000

29

Omschrijving 3.6.3 Opvang ontheemden Oekraïne - Huur opvanglocaties 3.6.3 Opvang ontheemden Oekraïne - Uitvoeringskosten SC MER-SD 3.6.3 Opvang ontheemden Oekraïne - Kosten projectleiding 3.6.3 Opvang ontheemden Oekraïne - Overige kosten 3.6.3 Opvang ontheemden Oekraïne - Leefgeld 3.6.4 SPUK Inburgering Toegekend budget 2025 (uitg.) 3.6.4 SPUK Inburgering Budget vanuit 2024 (uitg.) 3.6.4 SPUK Onderwijsroute - Toegekend budget 2025 (uitg.) 3.6.4 SPUK Onderwijsroute - Budget vanuit 2024 (uitg.) 3.6.4 SPUK Inburgering Toegekend budget 2025 (ink.) 3.6.4 SPUK Inburgering Budget vanuit 2024 (ink.) 3.6.4 SPUK Onderwijsroute - Toegekend budget 2025 (ink.) 3.6.4 SPUK Onderwijsroute - Budget vanuit 2024 (ink.) 3.6.5 Maatschappelijke begeleiding 3.6.5 Participatiebudget/inkoop trajecten 3.6.5 Participatiebudget/sociale activering 3.6.5 Alg.voorzieningen WMO en Jeugd 3.6.5 Ouderenwerk 3.6.5 Mantelzorgondersteuning 3.6.5 Algemeen Jeugdbeleid 3.6.5 Wijksteunpunten 3.6.5 Wmo/uitvoeringskosten 3.6.5 Begeleiding 3.6.5 Huiskamerprojecten 3.6.5 Bijdrage MER 1e bestuursrapportage 2025

2025

2026

2027

2028

2029

18.109

23.151

28.395

33.848

2.332

4.758

7.280

9.904

3.028

4.389

5.805

7.277

8.808

60.606 4.600

85.178 6.215

110.734 7.895

137.311 9.643

164.952 11.460

4.257

5.752

7.306

8.922

10.602

12.070 20.011

13.156 27.224

14.285 34.726

15.459 42.527

16.680 50.641

8.470

12.022 1.440 1.105 -52.398

15.715 2.938 1.349 -104.138

19.556 4.495 1.603 -157.944

23.551 6.115 1.867 -213.904

2.463.350

100.000

40.500 141.350 110.000

656.709 315.067

27.245 31.618

-656.709 -315.067

-27.245 -31.618 13.261

870 -2.649

30

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

3.6.5 Bijdrage MER 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Maatwerkbudgetten Sociaal Domein 3.6.6 Reserve Wet Maatschappelijke Ondersteuning

-124.524

-124.524

-124.524

-124.524

-124.524

-7.500

-7.500

-7.500

-7.500

-7.500

-41.000

-41.000

-41.000

-41.000

-41.000

24.000

24.000

24.000

24.000

24.000

46.000

46.000

46.000

46.000

46.000

-37.500

-37.500

-37.500

-37.500

-37.500

40.000

189.813

189.813

189.813

189.813

-30.000

-30.000

-30.000

-30.000

-30.000

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

37.453

61.146

85.786

111.412

-77.190

-77.190

-77.190

-77.190

220.000

220.000

220.000

220.000

220.000

32.673

21.437

9.641

9.641

9.641

37.088

20.046

2.152

2.152

2.152

26.500

26.500

26.500

26.500

26.500

880.976

746.325

603.726

466.686

466.686

-12.500

-12.500

-12.500

-12.500

-12.500

-80.448

-132.899

-132.899

-132.899

-132.899

-30.005

-30.005

-30.005

-30.005

-30.005

-37.627

-37.627

-37.627

-37.627

-37.627

-62.000

-62.000

-62.000

-62.000

-62.000

-255.300

-319.353

1e bestuursrapportage 2025

-77.190 -9.500 4.190 -75.857

-63.000 2.000

31

Omschrijving 3.6.6 Versterken Sociale Basis 3.6.6 Sociaal domein algemeen 3.6.7 Bijdrage MER - Handhaving 3.6.7 Reserve inkomensvoorzieningen, re-integratie en sociale werkvoorziening 3.6.8 Bijdrage MER - Werkgeversservicepunt 3.6.8 Inburgering 3.6.8 Reserve inkomensvoorzieningen, re-integratie en sociale werkvoorziening 3.6.9 SPUK GALA: Sociale basis 3.6.9 Versterken Sociale Basis 3.6.10 Gemeentelijke bijdrage Westrom 3.6.10 Reserve inkomensvoorzieningen, re-integratie en sociale werkvoorziening 3.6.10 Mensontwikkelbedrijf 3.6.10 Gemeentelijke bijdrage Westrom 3.6.11 Pilot sturing nietgemeentelijke verwijzers 3.6.12 Versterken basisformatie CJG 3.6.13 Personeelsbudget Sociale boekhouder 3.6.13 Reserve inkomensvoorzieningen, re-integratie en sociale werkvoorziening 3.6.14 Jongerenwerk in primair en voortgezet onderwijs 3.6.14 Nationaal programma onderwijs 3.6.14 Nationaal programma onderwijs 3.6.14 Versterken Sociale Basis 3.6.14 Sociaal Domein Inburgering 3.6.15 Minimaregelingen Bijzondere bijstand 3.6.15 Minimaregelingen Bijzondere bijstand (aflossing/terugvorderingen) 3.6.15 Minimaregelingen 1e bestuursrapportage 2025

2025

2026

2027

2028

2029

-400.000

-400.000

-450.000

-500.000

-500.000

-100.000

-150.000

-270.757

-108.357

-133.983

50.000

50.000

50.000

-50.000

-50.000

-50.000

15.000

15.000

15.000

-15.000

-15.000

-15.000

65.000 -35.000

-30.000

152.197

144.418

125.490

35.275

-152.197 232.892

-144.418 225.224

-125.490 172.251

-35.275 206.297

206.297

-232.892

-225.224

-172.251

-206.297

-206.297

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

38.000

90.000

-38.000

-90.000

56.689

170.000

170.000

170.000

170.000

-170.000

-170.000

-170.000

-170.000

46.049

46.049

46.049

46.049

46.049

36.700 -9.000

36.700 -9.000

36.700 -9.000

36.700 -9.000

36.700 -9.000

32.431 -27.031 -62.089

32

Omschrijving PPP 3.6.15 Minimaregelingen Maatschappelijke actief bonus 3.6.15 Minimaregelingen Categoriale bijzondere bijstand 3.6.15 Minimaregelingen Bijzondere bijstand BBZ Lening 3.6.15 Minimaregelingen Alle kinderen doen mee 3.6.15 Minimaregelingen Uitvoeringskosten schuldhulpverlening 3.6.16 Bijdrage MER - Uren sociaal wijkteam 3.6.16 Bijdrage MER - Participatie (WSP en Benchmark) 3.6.16 Bijdrage MER - Inburgering MAP, huisvesting statushouders en benchmark 3.6.16 Bijdrage MER Kindpakket en taalmeter 3.6.16 Bijdrage MER - Mantelzorgwaardering 3.6.16 Bijdrage MER - Activering en jongeren 3.6.16 Bijdrage MER 3.6.17 Herverdeling budgetten jeugdhulp Totaal

1e bestuursrapportage 2025

2025

2026

2027

2028

2029

-9.000

-9.000

-9.000

-9.000

-9.000

-25.000

-25.000

-25.000

-25.000

-25.000

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

-1.000

-92.749

54.451

54.451

54.451

54.451

54.000

54.000

54.000

54.000

54.000

-87.000

-87.000

-87.000

-87.000

-87.000

-48.000

-48.000

-48.000

-48.000

-48.000

-25.000

-25.000

-25.000

-25.000

-25.000

-2.800

-2.800

-2.800

-2.800

-2.800

-7.000

-7.000

-7.000

-7.000

-7.000

-106.000 275.800

169.800

169.800

169.800

169.800

P.M. -225.000

P.M. 31.200

P.M. 112.200

P.M. 112.200

P.M. 112.200

33

3.7 Ruimtelijke ordening en volkshuisvesting 

3.7.1 Startersleningen De afgelopen periode is een duidelijke toename zichtbaar in het aantal aanvragen voor startersleningen. Deze regeling blijkt in een groeiende behoefte te voorzien onder starters op de woningmarkt, die met name in de huidige economische omstandigheden moeilijk toegang krijgen tot financieringsmogelijkheden voor een passende woonruimte. Om ook in het 3e en 4e kwartaal van 2025 en in 2026 aan deze toenemende vraag te kunnen blijven voldoen, is het nodig om extra middelen beschikbaar te stellen. Daarnaast verandert vanaf 2026 de cofinancieringsregeling van de provincie: waar nu nog 75% van de middelen wordt gedekt door de provincie, daalt dit percentage vanaf 2026 naar 50%. Dit betekent dat vanaf 2026 een verdubbeling van de eigen inleg vanuit de gemeente vereist is om de regeling voort te zetten. Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVN) toetst en verstrekt de startersleningen voor onze gemeente. Voor de starterslening geldt een borgstelling door het WEW, de NHG. Sinds 1 januari 2014 zijn de NHG regels gewijzigd. Het Kabinet heeft besloten tot invoering van een eigen risico voor geldverstrekkers op verliezen van nieuwe NHG-hypotheken. Op iedere verliesdeclaratie wordt een korting van 10% op het verlies toegepast.

Het SVn bestuur heeft momenteel de regeling om 10% eigen risico voor deelnemers/samenwerkingspartners bij verliesdeclaraties uit het eigen vermogen van SVn te dekken. Hiermee is het financieel risico voor de gemeente Echt-Susteren geborgd. Gezien het belang van het ondersteunen van starters op de woningmarkt en het stimuleren van doorstroming binnen het bestaande woningaanbod, wordt voorgesteld om voor 2025 € 100.000 beschikbaar te stellen in verband met het groeiend aantal aanvragen. Voor boekjaar 2026 wordt voorgesteld om € 500.000 beschikbaar te stellen, dit om het verminderde aandeel in provinciale cofinanciering op te vangen en de continuïteit van de regeling te waarborgen. De beschikbaar gestelde middelen worden op de gemeentebalans geactiveerd onder de overige langlopende geldleningen, hetgeen verder geen exploitatielasten met zich mee brengt.

Wat mag het kosten? Omschrijving 2025 3.7.1 Startersleningen (geen exploitatielast) P.M. Totaal

1e bestuursrapportage 2025

2026

2027

P.M. -

2028

P.M. -

2029

P.M. -

P.M. -

-

34

3.8 Omgevingsrecht Wat gaan we doen? 

3.8.1 Additionele uitvoeringskosten service centrum MER-OD In het uitvoeringsprogramma van de Omgevingsdienst (OD) worden de door de gemeente aan de Omgevingsdienst opgedragen taken beschreven. Deze taken bestaan uit de reguliere, vraaggestuurde dienstverlening op het gebied van vergunningverlening, toezicht, en handhaving, alsmede apv-taken (algemeen plaatselijke verordening) en advisering en ondersteuning bij beleidsontwikkeling en projecten. Op het moment dat de kosten voor de opgedragen taken de beschikbare middelen overschrijden moeten er additionele middelen beschikbaar worden gesteld. Door de gehanteerde begrotingssystematiek, op basis van werkelijke uitgaven in de afgelopen jaren, is minder sprake van grote fluctuaties in de uitvoeringskosten. In het Uitvoeringsprogramma 2025 van de Omgevingsdienst is sprake van een beperkte overschrijding van de in de begroting gereserveerde middelen. Deze overschrijding is vooral het gevolg van (licht) gestegen personeelskosten, alsmede het opnemen van een stelpost voor de ontwikkelingen op het gebied van de Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN). Het gaat om een bedrag van € 58.800. Om dergelijke overschrijdingen als gevolg van gewenste taken op te vangen wordt een beroep gedaan op de reserve MER OD.

Deze wordt gevoed met de middelen die overblijven na afrekening aan het einde van het jaar, alsmede door overschrijdingen van de geraamde legesinkomsten. Ter financiering van de kosten van het Uitvoeringsprogramma 2025 MER OD wordt een bedrag van € 58.800 onttrokken aan de reserve MER OD en toegevoegd aan het budget MER OD. Onbenutte middelen vloeien aan het einde van het jaar weer terug naar de reserve.

3.8.2 Ontwikkelingen RUD LN Binnen de gemeenschappelijke regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN) werken de 15 Noord-Limburgse gemeenten en Provincie Limburg samen in de uitvoering van (met name) de wettelijke milieutaken (bijv. het milieutoezicht op bedrijven). Het onderzoeksrapport van de commissie Van Aartsen (‘Om de Leefomgeving’) was in 2021 aanleiding voor de start van het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (het IBP), een landelijk programma ter versterking van het stelsel van omgevingsdiensten in Nederland. Vanuit dit programma zijn 6 pijlers uitgewerkt voor de versterking van het VTH-stelsel en versteviging van de omgevingsdiensten. Deze pijlers bevatten robuustheidscriteria waaraan alle omgevingsdiensten in Nederland moeten gaan voldoen. Deze robuustheidscriteria gaan onder andere over de omvang van de omgevingsdienst en het percentage personeel in vaste dienst. Het niet voldoen aan de robuustheidscriteria zal – zoveel is inmiddels duidelijk – leiden tot een interventie vanuit het ministerie, waarmee ons de regie om als regio Noord- en Midden Limburg zelf vorm te geven aan de vorming van een nieuwe omgevingsdienst uit handen wordt genomen. Deze regie wil de regio Limburg Noord graag zelf behouden.

In 2024 is de keuze gemaakt om de RUD Limburg Noord om te vormen naar een Omgevingsdienst die voldoet aan de landelijke robuustheidscriteria voor de milieu uitvoeringstaken. In het eerste halfjaar van 2025 wordt dit, door een projectteam, verder uitgewerkt in een bedrijfsplan, dat de basis vormt voor de fase van kwartiermaken/inrichten van de nieuwe regionale omgevingsdienst (2e helft 2025/1e kwartaal 2026). Afgezien van de benodigde extra personele inzet ten behoeve van het voorbereiden en opstellen van het bedrijfsplan is nog geen concreet zicht op de meer structurele consequenties en risico’s op personeel, organisatorisch of financieel vlak. De nieuwe robuuste RUD LN, die Omgevingsdienst Noord- en Midden Limburg (ODNML) gaat heten, is op zijn vroegst in uitvoering per 1 april 2026. Mogelijke effecten voor 2026 kunnen pas na de vaststelling van de reguliere begroting 2026 worden verwerkt middels een begrotingswijziging. Wel dient rekening gehouden te worden met een toename van de kosten en dus de bijdrage aan de nieuwe RUD LN. Deze kostentoename is een gevolg van de versterking van de uitvoering van de VTH-werkzaamheden op onder andere de volgende onderdelen:

1e bestuursrapportage 2025

35

1. Kwantiteit: een aantal taken wordt nu niet of te weinig robuust uitgevoerd; 2. Kwaliteit: een kwaliteitsimpuls is nodig om te voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria; 3. Regionale afstemming in de uitvoering: het opstellen van een geactualiseerd regionaal uitvoeringskader, risicoanalyse en level playing field (uniforme regionale werkwijze); 4. Extra kosten in verband het optuigen van een fysieke, robuuste omgevingsdienst waarin ook de ondersteunende bedrijfsvoeringstaken aanwezig dienen te zijn. Wat mag het kosten? Omschrijving 3.8.1 Overschrijding kosten opgedragen taken 3.8.1 Reserve MER OD 3.8.2 Ontwikkelingen RUD LN Totaal

2025

2026

2027

2028

2029

58.800 -58.800 P.M.

P.M. -

P.M. -

P.M. -

P.M. -

-

     

1e bestuursrapportage 2025

36

3.9 Economische zaken en grondexploitaties Wat gaan we doen?  3.9.1 Krediet gelegenheidsaankopen Incidenteel wordt aan de gemeente (landbouw)percelen/andere registergoederen te koop aangeboden. Ook zijn er anderszins soms mogelijkheden om strategische aankopen te doen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan eigendommen die in het kader van een faillissement geveild worden. In het kader van meerdere projecten, verkoopt de gemeente landbouwgronden ter minnelijke verwerving van de door haar benodigde perceelgedeelten (ruilen). Als gevolg van deze ruilingen vermindert de (strategische) eigendomspositie van de gemeente. Het wordt als wenselijk beoordeeld daar waar mogelijkheden zijn deze strategische eigendomspositie te versterken door percelen in te kopen als zich de mogelijkheid voordoet. Indien percelen te koop worden aangeboden gelegen in een gebied waar de gemeente mogelijk een ruimtelijke ontwikkeling tot stand wenst te brengen, is het helemaal wenselijk om deze percelen snel aan te kunnen kopen. In de door de gemeenteraad vastgestelde Grondnota is opgenomen: In de begroting kan derhalve worden voorzien in een bedrag, dat het college de mogelijkheid geeft om gelegenheidsaankopen te doen ter hoogte van het bedrag zoals vastgelegd in de begroting. In 2022 is beslist om hier vervolg aan te gegeven door € 2.500.000 te voteren voor gelegenheidsaankopen.

Bij de 2e bestuursrapportage 2024 is een aanvulling op dit krediet gevraagd van € 500.000. Vanwege meerdere aankopen is dit krediet reeds grotendeels besteed. Er wordt voorgesteld om een bedrag van € 2.000.000 bij te ramen om het krediet aan te vullen. In hoeverre het college gebruik maakt van dit krediet is uiteraard afhankelijk van welke mogelijkheden zich gaan voordoen tot het doen van gelegenheidsaankopen. Over dit krediet wordt niet afgeschreven omdat het gaat om grondaankopen. Volgens ons beleid moet er gerekend worden met 2% rente. Op dit moment is het vrij onzeker wanneer en hoeveel aankopen er worden gedaan ten laste van dit krediet. We stellen voor om in afwijking hiervan op dit moment in de raming uit te gaan van een percentage van 0% en afhankelijk van het verloop van de uitgaven in de loop van de tijd te bekijken of er rentelasten dienen te worden bijgeraamd. 

3.9.2 Projectenkaart Swentibold en uitvoeringsprogramma NLES In 2021 is budget beschikbaar gesteld voor de uitvoering van projecten van de Projectenkaart Swentibold. Enkele van deze projecten, onder andere "groene dorpsmantel Christinaweg Nieuwstadt", "vergroening Nieuwstadt-oost" en "routestructuren Nieuwstadt" worden in 2025 gerealiseerd. Hiernaast wordt het project "groene inrichting Delweide Nieuwstadt" aan de Projectenkaart toegevoegd. Vanwege sterk gestegen prijzen in de afgelopen jaren wordt een indexering voorgesteld en hiernaast wordt voorgesteld het budget te verhogen voor het toevoegen van het project "groene inrichting Delweide Nieuwstadt". Voorgesteld wordt het budget voor Projectenkaart Swentibold eenmalig te verhogen met € 75.000. Zoals gemeld in de raadsinformatiebrief 'projectenlijst groen, natuur en landschap 2025 wordt daarnaast aanvullend budget gevraagd voor het uitvoeringsprogramma Stichting NLES 2025. Voorgesteld wordt om in aanvulling op de budgetten die beschikbaar zijn voor werken in Nieuwstadt € 72.300 beschikbaar te stellen voor de uitvoering van de volgende projecten van dit uitvoeringsprogramma: Fort Cantelmo, Motte Koppelberg Dieteren, Vergroeningsopgave Groot Pey, Cittaslow en Op de Losplaats Nieuwstadt.

3.9.3 Habitatherstel Haeselaarsbroek Via de 1e bestuursrapportage van 2024 is een bedrag van € 287.000 beschikbaar gesteld voor het project Haeselaarsbroek. Bij de provincie is hiervoor een subsidie van € 237.000 aangevraagd in het kader van actieve soortenbescherming. Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met Waterschap Limburg over een mogelijke bijdrage van € 25.000. De bijdrage van de gemeente zou eveneens € 25.000 bedragen. Het beschikbaar gestelde budget is in de 2e bestuursrapportage van 2024 overgeheveld naar 2025. De bedragen waren echter nog niet definitief. Hierover is pas duidelijkheid ontstaan nadat de subsidie van de provincie Limburg was toegekend. Voorgesteld wordt om in deze bestuursrapportage de bedragen bij te stellen. Het project is inmiddels anders vormgegeven, waardoor de totale omvang nu € 214.353 bedraagt. De provincie Limburg verstrekt hiervoor een subsidie van € 149.359. In 2024 is hiervan reeds € 20.270 uitgegeven. De verwachte kosten in 2025 bedragen € 194.083, wat resulteert in een af te ramen bedrag van € 92.917. De dekking hiervan bestaat uit € 129.089 aan provinciale subsidie en € 25.000 van Waterschap Limburg. De ge-

1e bestuursrapportage 2025

37

meentelijke bijdrage in 2025 komt daarmee uit op € 39.994. De bij te stellen bijdragen van de provincie en de gemeente bedragen respectievelijk € 107.911 en € 10.006. 

3.9.4 Project Egmondhof Koningsbosch De gemeente Echt-Susteren heeft van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het project Egmondhof in Koningsbosch op grond van de Start Bouwimpuls (SBI) een specifieke uitkering ontvangen ter hoogte van € 150.000 inclusief BTW (beschikking d.d. 6 december 2023). De betreffende uitkering is bedoeld om vastgelopen projecten vlot te trekken. In het geval van Egmondhof is de initiatiefnemer geconfronteerd met excessieve kosten voor archeologie. De uitkering is in 2024 niet doorbetaald aan de initiatiefnemer vanwege vertraging in de uitvoering (als gevolg van een ingediend beroep tegen het bestemmingsplan welk beroep naderhand weer ingetrokken is) en vragen hierover vanuit het Ministerie. Voorgesteld wordt om de door de gemeente door te betalen gelden van € 150.000 en bijbehorende dekking, de SBI, op te nemen in de begroting 2025.

3.9.5 Programma Centrum Echt De provincie Limburg heeft via het programma Kwaliteit Limburgse Centra (KLC) een tweetal subsidies verleend aan de gemeente Echt-Susteren. De eerste subsidiebeschikking betreft een bedrag van € 1.200.000 (KLC1), de tweede € 1.100.000 (KLC2). Beide subsidies - die zijn bestemd voor het uitvoeren van maatregelen in het kader van het Programma Centrum Echt - zijn in de gemeentelijke begroting ingebracht. Hierbij is een deel van de subsidie ingezet als dekkingsmiddel voor infrastructurele investeringskredieten en een deel als dekkingsmiddel voor exploitatiebudgetten. Door de dynamiek binnen het programma zijn er een tweetal aanpassingen nodig. Te weten € 127.285 van het infrastructureel investeringskrediet, met als dekking de KLC2 subsidie, wordt toegevoegd aan het exploitatiebudget. Verder wordt het restant budget 2024 (€ 2.647) inzake de parkeervoorziening Diepstraat noord met als dekking de KLC1 subsidie toegevoegd aan het nog onderhanden zijnde exploitatiebudget inzake KLC1 bestedingen. Deze wijzigingen zijn dus budgetneutraal.

3.9.6 Aanpassing Willibrordusplein Het Willibrordusplein is omstreeks 2015 heringericht. De pleininrichting voorziet in een parkeerfunctie, die met name is gericht op winkelend publiek. Gezien de voorgenomen nieuwe invulling van het plein (wonen en horeca, in plaats van wonen en supermarkt), wordt de destijds gerealiseerde inrichting opnieuw tegen het licht gehouden. De mogelijkheden om het plein ook een verblijfsfunctie te geven, worden geïnventariseerd. Om aanpassingen aan het plein mogelijk te maken, wordt voorgesteld een nieuw krediet van € 200.000 ter beschikking te stellen. Dit wordt afgeschreven in 20 jaar en de rente wordt bepaald op 2%. De afschrijving bedraagt dan € 10.000 per jaar en de rente is vanaf 2026 € 4.000 en daarna aflopend.

3.9.7 Groenprojecten Echt Zuid De gemeente Echt-Susteren voert een actief uitvoeringsbeleid op het gebied van natuur- en landschapsontwikkeling. De projecten die in 2025 worden uitgevoerd of opgestart, betreffen onder andere 10 groenprojecten in het buitengebied van Echt, gericht op vergroening en realisatie van groene uitloopgebieden. Dit is een uitwerking van de motie in de raadsvergadering van 14 december 2022 waarin de raad het college heeft verzocht: - Te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor een vergroening van het centrum van Echt en uitloopgebieden. - Een concreet plan uit te werken en dit aan de raad voor te leggen. Deze 10 groenprojecten zorgen gezamenlijk voor een groene schil rondom het zuiden en westen van Echt. Er worden groene uitloopgebieden gerealiseerd om de leefbaarheid te vergroten en een aantrekkelijk en beleefbaar landschap te creëren. Daarnaast verbinden ze landschapselementen en groene structuren, waarmee ze het landschap verfraaien en biodiversiteit bevorderen. Drie projecten in Echt-west worden opgenomen in een aanvraag voor de Regiodeal Midden-Limburg. Voorgesteld wordt om voor de overige 7 projecten budget te verlenen.

Het gaat hierbij om de volgende projecten: (1) zichtbaar maken oude trambaan tussen Palmbrugweg en Ophoven, (2) omvormen groene driehoek Gebroekerstraat Doorderweg, (3) aanplanten perceel zandpad Lindestraat, (4) aanplant percelen en realiseren wandelverbinding tussen Verneese Steegje en Oude Molenbeekweg, (5) aanplant bomen Palmbrugweg, (6) zichtbaar maken voormalige trambrug nabij Ophoven en (7)

1e bestuursrapportage 2025

38

verkennen mogelijkheden zichtbaar maken oude trambaan tussen Ophoven en voormalige trambrug. Voorgesteld wordt een budget van € 137.000 toe te kennen. Wat mag het kosten?  Omschrijving 3.9.2 Projectenkaart LPS 3.9.2 Uitvoeringsprogramma NLES 2025 3.9.3 Habitatherstel Haeselaarsbroek 3.9.3 Habitatherstel Haeselaarsbroek 3.9.3 Habitatherstel Haeselaarsbroek 3.9.3 Habitatherstel Haeselaarsbroek 3.9.4 Project Egmondhof Koningsbosch doorbet bijdr aan initiatiefnemer 3.9.4 Subsidie Start Bouwimpuls 3.9.5 Programma centrum Echt - investeringskrediet infra (KLC2) 3.9.5 KLC2-subsidie Programma centrum Echt - investeringskrediet infra 3.9.5 Programma centrum Echt - exploitatiebudget (KLC2) 3.9.5 KLC2-subsidie Programma centrum Echt - exploitatiebudget 3.9.5 Programma centrum Echt - exploitatiebudget (KLC1) 3.9.5 KLC1-subsidie Programma centrum Echt - exploitatiebudget 3.9.6 Aanpassing Willibordusplein 3.9.6 Aanpassing Willibordusplein 3.9.7 Groenprojecten Echt Zuid Totaal

1e bestuursrapportage 2025

2025 75.000 72.300

2026

2027

2028

2029

-92.917 107.911 -25.000 10.006 150.000

-150.000 -127.285

127.285

127.285

-127.285

2.647

-2.647

4.000

3.800

3.600

3.400

10.000

10.000

10.000

10.000

14.000

13.800

13.600

13.400

137.000

284.300

39

Investeringen  Investeringen 3.9.1 Krediet gelegenheidsaankopen 3.9.6 Aanpassing Willibordusplein Totaal

1e bestuursrapportage 2025

2025

2026

2027

2028

2029

2.000.000 200.000 2.200.000

-

-

-

-

40

3.10 Algemene dekkingsmiddelen Wat gaan we doen?  3.10.1 Rente uitgezette gelden De gemeente Echt-Susteren heeft in 2019 en 2020 een drietal geldleningen van elk € 10 miljoen aangetrokken met een negatieve rente. De aangetrokken geldleningen leveren de gemeente een jaarlijks rente bedrag op van ongeveer € 13.500. Dit rentebedrag is reeds in de begroting verwerkt. De middelen die de gemeente niet direct nodig heeft, moet de gemeente verplicht parkeren bij de schatkist. Doordat in 2022 de rente is gaan stijgen betaalt de schatkist een rentevergoeding voor de geparkeerde middelen. Een gemeente mag de overtollige liquide middelen echter ook uitlenen aan andere decentrale overheden. Sinds de rente aan het stijgen is, is de vraag van collega gemeenten groot om overtollige liquide middelen van een collega gemeente te kunnen lenen. Het mes snijdt dan aan twee kanten: De uitlenende gemeente ontvangt een hogere rente dan bij de schatkist, de lenende gemeente betaalt een lager rente dan bij de bank. Onze gemeente leent geld uit, waardoor over het eerste halfjaar 2025 een bedrag geraamd kan worden van € 150.000 aan rente-inkomsten. 

3.10.2 Uitkering Spreidingswet Gemeenten moeten zorgen voor voldoende opvang van asielzoekers. Dit staat in de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (Spreidingswet). Voor 1 februari 2024 is vastgesteld hoeveel opvangplekken nodig zijn voor asielzoekers voor de komende twee jaar. Deze opvangplekken zijn verdeeld over de gemeenten. Voor de gemeente Echt-Susteren zijn dit 178 asielzoekers. De gemeente Echt-Susteren vangt feitelijk 420 asielzoekers op. De gemeente EchtSusteren heeft dus 242 extra gerealiseerde opvangplekken. Voor de extra gerealiseerde opvangplekken keert het Rijk via een uitkeringssystematiek € 2.000 per extra gerealiseerde opvangplek uit. Voor de gemeente Echt-Susteren is dit € 484.000.

3.10.3 Voorlopige begrotingsaldi - taakstelling Na de 2e bestuursrapportage 2024 hebben de begroting 2025 en de jaren daarna positieve saldi. Deze saldi kunnen nu ingezet worden voor de gedeeltelijke dekking van de voorstellen uit deze 1e bestuursrapportage 2025 en kadernota 2026, alsmede het afboeken van een gedeelte van de taakstelling voor de jaren vanaf 2027. Na afboeken op de taakstelling is deze voor 2027 nog afgerond € 221.000 - voor 2028 afgerond € 199.000 en vanaf 2029 € 156.000. Voor 2025 is beschikbaar € 535.712, voor 2026 is het saldo € 537.118, voor 2027 € 507.574 en voor 2028 € 396.591 en 2029 en verder € 439.146.

3.10.4 Afschrijvingslasten dekken uit reserve Een optie om structureel ruimte te creëren in de meerjarenbegroting is om afschrijvingslasten te dekken uit de reserve. Investeringen met een restant looptijd tot en met 2030 worden hiervoor in kaart gebracht. Hiervoor moet de reserve afschrijvingslasten investeringen opgehoogd worden. Het doel is om op deze wijze ongeveer € 400.000 ruimte te creëren voor de jaren 2025 tot en met 2030. Derhalve is conform kadernota 2025 (zie pagina 25, onderdeel 3.10.6) € 2.400.000 toegevoegd aan de reserve afschrijvingslasten investeringen. Met ingang van 2025 worden de navolgende investeringen aangewezen die dienen als onderbouwing voor de dekking uit de reserve afschrijvingslasten investeringen: Activanummer 870 – A123-10029 - uitbreiding unilokalen 2004 BC Echt € 294.914 Activanummer 905 – A123-10031 - Nieuwbouw gemeentehuis 2005 € 102.624 en activanummer 774- A123-10024 - aanleg en inrichting sportpark Roosteren 2003 € 2.545.

3.10.5 Dividend Enexis Van Enexis wordt jaarlijks dividend ontvangen. Het dividend is afhankelijk van het bedrijfsresultaat. Het dividend over 2024 wordt verantwoord in 2025. Over 2024 bedraagt het dividend € 472.772 terwijl een bedrag geraamd is van € 134.500. Voor het jaar 2025 moet onze begrotingspost met € 338.272 positief worden bijgesteld. Verwacht wordt dat Enexis de gemeenten nog om een extra bijdrage gaat vragen, zodat hun eigen vermogen toeneemt en ze daardoor meer vreemd vermogen kunnen aantrekken. Derhalve wordt voorgesteld om de extra middelen ad € 338.272 toe te voegen aan de reserve revolverende investeringen en dit bedrag hiervoor te oormerken.

1e bestuursrapportage 2025

41

Wat mag het kosten? Omschrijving 3.10.1 Rente leningen uitgezette gelden 3.10.2 Uitkering Spreidingswet 3.10.3 Inzet saldi begroting 3.10.3 Afboeken taakstelling 3.10.4 Reserve afschrijvingslasten investeringen onttrekking 3.10.5 Storting in de resereve revolverende investeringen 3.10.5 Dividend Enexis Totaal

1e bestuursrapportage 2025

2025

2026

2027

2028

2029

-484.000 -535.712

-537.118

-507.574 507.574

-396.591 396.591

-439.146 439.146

-400.000

-400.000

-400.000

-400.000

-400.000

-937.118

-400.000

-400.000

-400.000

-150.000

338.272 -338.272 -1.569.712

42

4. Overhead Wat gaan we doen?  4.1 Frictiekosten Voor medewerkers met een cruciale functie die met pensioen gaan, moet tijdig overdracht van werkzaamheden plaatsvinden. Daarnaast hebben we te maken met personele problematiek. Hierdoor ontstaat er frictie. Om de frictie op te vangen wordt voor 2025 een budget gevraagd van € 350.000. De frictiekosten worden gedeeltelijk gedekt door Reserve Personeel en organisatie € 55.000 en Reserve Bedrijfsvoering € 170.000. 

4.2 Formatie en onderzoek KCC Binnen team KCC (Klant Contact Centrum) is een formatieonderzoek gestart om de structurele disbalans tussen taken, middelen en openingstijden te analyseren. Hierbij wordt een nulmeting uitgevoerd, gevolgd door een opleidingsplan om de kwaliteit voor nu en de toekomst te waarborgen. Daarnaast is tijdelijk budget nodig om processen, opleidingen te verbeteren en te versnellen. De resultaten van het onderzoek worden rond juli/augustus 2025 verwacht, waarna duidelijk wordt hoeveel middelen er nodig zijn om de dienstverlening naar een hoger niveau te brengen. De posten zijn vooralsnog als p.m. geraamd.

4.3 Salarislasten en taakvelden Enkel tekstueel toegelicht Met ingang van boekjaar 2025 worden de salarislasten niet langer verzameld op de kostenverdeelstaat om ze daarna met een vaste verdeelsleutel te verdelen over de programma's. De inrichting van de (salaris-)administratie is vanaf 2025 voor alle vier de MER organisaties gelijk. Bij de nieuwe inrichting is het BBV (Besluit Begroten en Verantwoorden provincies en gemeenten) leidend geweest. Daarnaast is de verdeling van de personeelslasten over de taakvelden geactualiseerd door uitvraag bij de teammanagers. De begroting zal budgettair neutraal gewijzigd worden wat per saldo geen resultaat oplevert maar wel zorgt voor een verschuiving over de programma’s heen.

Wat mag het kosten? Omschrijving 4.1. Frictiekosten 4.1 Frictiekosten onttrekken uit Reserve Personeel en Bestuur 4.1 Frictiekosten onttrekken uit Reserve Bedrijfvoering 4.2 Formatie en onderzoek KCC Totaal

2025 350.000

2026

2027

2028

2029

-55.000 -170.000 P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

P.M.

125.000

-

-

-

-

 

1e bestuursrapportage 2025

43

5. Mutaties onder de € 50.000 Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

Programma 1 5.1.1 Subsidieregeling politieke partijen 5.1.2 Digitalisering archief burgerzaken

-3.250 42.500

-3.250 42.500

-3.250

-3.250

-3.250

5.1.2 Budget lease inzetten voor digitalisering archief burgerzaken

-32.500 -32.500

5.1.2 Budget internet inzetten voor digitalisering archief burgerzaken 5.1.3 Verkiezingen - Organisatiekosten

-10.000 -10.000 35.000 25.000 9.620

25.000 9.620

25.000 9.620

25.000 9.620

-9.620 21.750

-9.620 21.750

-9.620 21.750

-9.620 21.750

-20.000

-20.000

-20.000

20.000 -20.000 40.000 0

20.000

20.000

20.000

0

0

0

10.000 33.000 20.000 15.000 6.000 8.000 92.000

10.000

10.000

10.000

10.000

15.000

15.000

15.000

15.000

25.000

25.000

25.000

25.000

5.000 2.000 17.000 -17.000

5.000 2.000 17.000

5.000 2.000 17.000 -17.000

5.000 2.000 17.000

5.000 2.000 17.000

-17.000

-17.000

5.1.4 Bijstelling budget bestuurlijke samenwerking 5.1.5 Bijdrage SML 5.1.5 Stelpost toekomstige verplichtingen Algemene uitkering 5.1.5 Stelpost verrekening Algemene uitkering Totaal programma 1 Programma 2 5.2.1 Aanschaf portofoons en antennes 5.2.2 Bijdrage VRLN GGD 5.2.2 Stelpost toekomstige ontwikkelingen AU 5.2.2 Kosten doodschouw 5.2.2 Stelpost verrekening AU Totaal programma 2 Programma 3 5.3.1 Verkeerseducatie onderwijs/projecten 5.3.2 Aanschaf zitmaaier 5.3.3 Opstellen groenbeheerplan 5.3.4 Inboet hotspots 5.3.5 Aanschaf betonnen afzettingen en klem 5.3.5 Aanschaf betonnen afzettingen en klem Totaal programma 3 Programma 4 5.4.1 OZB belasting primair onderwijs 5.4.1 OZB belasting speciaal onderwijs 5.4.2 Kinderdagopvang (K) 5.4.2 Stelpost toekomstige ontwikkelingen AU 5.4.2 Stelpost verrekening AU 5.4.3 Verhogen subsidieplafond dekking projectkosten 5.4.3 Verhogen subsidieplafond dekking projectkosten 5.4.3 Verhogen subsidieplafond (indexatie) 1e bestuursrapportage 2025

25.000 9.620 -9.620 56.750

40.000 -20.000 20.000

-17.000 -6.000 6.000

-6.000 6.000

-6.000 6.000

-6.000 6.000

-6.000 6.000

2.600

2.600

2.600

2.600

2.600 44

Omschrijving Totaal programma 4

2025 9.600

2026 9.600

2027 9.600

2028 9.600

2029 9.600

Programma 5 5.5.1 Ondersteuning pilot project popcultuur

15.000

15.000

5.5.1 Eenmalige verhoging budget voor sociaal-culturele evenementen in het kader van 80 jaar bevrijding

20.000

5.5.1 Eenmalige verhoging budget evenementen 5.5.1 Reserve Welzijn en Cultuur 5.5.2 Actualisering contributie VSG

5.000 -40.000 -15.000 557 557

557

557

557

5.5.3 Actualisering belastingen (binnensportaccommodaties) 5.5.3 Actualisering belastingen (tennisbanen) 5.5.3 Actualisering belastingen (voetbal) 5.5.4 Faciliteren aanleg schaatsbaan

9.260 750 3.000 33.000

9.260 750 3.000

9.260 750 3.000

9.260 750 3.000

9.260 750 3.000

5.5.5 Subsidie over betaalde huur sportaccommodaties 5.5.5 Huur sportaccommodaties (tennis) 5.5.5 Huur sportaccommodaties (voetbal)

4.922 -3.475 -3.556

4.922 -3.475 -3.556

4.922 -3.475 -3.556

4.922 -3.475 -3.556

4.922 -3.475 -3.556

5.5.5 Huur sportaccommodaties (voetbal) corr 2BR2024

-8.900

-8.900

-8.900

-8.900

-8.900

5.5.5 Huur sportaccommodaties (voetbal) corr 2BR2024 Totaal programma 5

8.900 44.458

8.900 11.458

8.900 11.458

8.900 11.458

8.900 11.458

-4.000

-4.000

4.000 225

4.000 225

23.957 -24.182

23.957 -24.182

Programma 6 5.6.1 SPUK versterking cliëntondersteuning Rijksbijdrage

-27.185

5.6.1 SPUK versterking cliëntondersteuning Uitgaven 5.6.2 Budget aanleg 3X3 Basketbal 5.6.2 Budget aanleg 3X3 Basketbal 5.6.3 Evenement vrijwilligers 5.6.4 Buurt en speelplekken

27.185 27.452 -27.452 6.000 25.000

25.000

25.000

5.6.4 Reserve vermindering kapitaallasten

-25.000

-25.000

-25.000

5.6.5 Overhevelen proceskosten naar de SDMER

-4.000

-4.000

-4.000

5.6.5 overhevelen proceskosten naar de SDMER 4.000 4.000 4.000 5.6.6 Veilig thuis -13.775 225 225 5.6.6 Vrouwenopvang GIA (geweld in afhankelijkheidsrelaties) 23.957 23.957 23.957 5.6.6 Versterken sociale basis -10.182 -24.182 -24.182 5.6.7 SPUK GALA - Lokaal Sportakkoord 1.186 912 1e bestuursrapportage 2025

45

Omschrijving

2025

2026

5.6.7 SPUK GALA - Brede Regeling Combinatiefuncties

7.024

6.785

5.6.7 SPUK GALA - Terugdringen Gezondheidsachterstanden 5.6.7 SPUK GALA - Kansrijke Start 5.6.7 SPUK GALA - Mentale Gezondheid

1.825 1.460 456

1.824 1.824

5.6.7 SPUK GALA - Aanpak overgewicht en obesitas 5.6.7 SPUK GALA - Valpreventie 5.6.7 SPUK GALA - Leefomgeving

1.596 4.333 912

5.6.7 SPUK GALA - OKO & Vroegsignalering alcoholproblematiek 5.6.7 SPUK GALA - Versterken sociale basis 5.6.7 SPUK GALA - Mantelzorg 5.6.7 SPUK GALA - Een tegen eenzaamheid 5.6.7 SPUK GALA - Welzijn op recept

228 3.284 912 730 1.049

5.6.7 SPUK GALA - Versterking kennis- en adviesfunctie GGD

228

5.6.7 SPUK GALA - Coördinatiekosten regionale aanpak preventie 5.6.7 SPUK GALA - Lokaal Sportakkoord

666 -1.186

-912

5.6.7 SPUK GALA - Brede Regeling Combinatiefuncties

-7.024

-6.785

5.6.7 SPUK GALA - Terugdringen Gezondheidsachterstanden 5.6.7 SPUK GALA - Kansrijke Start 5.6.7 SPUK GALA - Mentale Gezondheid

-1.825 -1.460 -456

-1.824 -1.824

5.6.7 SPUK GALA - Aanpak overgewicht en obesitas 5.6.7 SPUK GALA - Valpreventie 5.6.7 SPUK GALA - Leefomgeving

-1.596 -4.333 -912

5.6.7 SPUK GALA - OKO & Vroegsignalering alcoholproblematiek 5.6.7 SPUK GALA - Versterken sociale basis 5.6.7 SPUK GALA - Mantelzorg 5.6.7 SPUK GALA - Een tegen eenzaamheid 5.6.7 SPUK GALA - Welzijn op recept

-228 -3.284 -912 -730 -1.049

5.6.7 SPUK GALA - Versterking kennis- en adviesfunctie GGD

-228

5.6.7 SPUK GALA - Coördinatiekosten regionale aanpak preventie 5.6.8 Renovatie dekvloeren KC De Eik

-666 31.000

5.6.9 Beheerskosten Slek - Uitvoering achterstallig onderhoud

16.042

5.6.9 Beheerskosten Slek - Energiekosten Gas

19.140

1e bestuursrapportage 2025

2027

2028

2029

4.468

2.462 820 1.231

-4.468

-2.462 -820 -1.231

46

Omschrijving

2025

5.6.9 Beheerskosten Slek - Energiekosten electra

10.680

2026

2027

2028

8.160 4.080

8.160 4.080 -12.240

2029

5.6.9 Beheerskosten Slek - Energiekosten water 5.6.10 Driepas - Afschrijvingslasten 5.6.10 Driepas - Rentelasten 5.6.10 Stelpost toekomstige verplichtingen 5.6.10 Stelpost verrekening AU Totaal programma 6

-12.240 83.692 0

0

0

0

Programma 7 5.7.1 Volkshuisvestingsprogramma 5.7.1 Reserve regionale woonvisie Totaal programma 7

17.500 -13.725 3.775

0

0

0

0

0

0

0

0

0

31.000

31.000

Programma 8 Totaal programma 8

830

Programma 9 5.9.1 Advieskosten verkoop Houtstraat 48 Echt

10.784

5.9.1 Reserve revolverende investeringen inzake advieskst verk. Houtstr48

-10.784

5.9.2 Hoek Marktstraat-Willibrordusplein omleggen kabels en leidingen

27.919

5.9.2 Algemene reserve grondbedrijf inzake hoek Marktstraat-Wilibrordusplein

-27.919

5.9.3 Plantregeling kleine landschapselementen

20.000

5.9.4 Bedrijvenpark de Loop - aanpassing rotonde

45.621

5.9.4 Bijdrage ontwikkelaar inzake bedrijvenpark de Loop - aanpassing rotonde Totaal programma 9

-45.621 20.000

31.000

31.000

0

0

Programma 10 5.10.1 Dividend BNG 2024 Totaal programma 10

-29.100 -29.100

0

0

0

0

5.11.1 Aanschaf licenties t.b.v. digitaal planningsysteem

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

5.11.2 Uitbreiding 0,17 fte Medewerker verzekeringen

8.000

16.500

16.500

16.500

16.500

Overhead

1e bestuursrapportage 2025

47

Omschrijving

2025

5.11.2 Doorbelasting team B&O naar taakvelden 5.11.2 Doorbelasting team B&O naar taakvelden

2028

2029

-8.000 -16.500 -16.500

-16.500

-16.500

8.000

16.500

16.500

16.500

5.11.3 Overhevelen officiele bekendmakingen (DROP)

-25.000 -25.000 -25.000

-25.000

-25.000

5.11.3 Overhevelen officiele bekendmakingen (DROP) Totaal overhead

25.000 23.000

25.000 31.500

25.000 31.500

25.000 31.500

344.175 130.308 130.308

99.308

99.308

Totaal

1e bestuursrapportage 2025

2026

16.500

25.000 31.500

2027

48

6. Reserves en voorzieningen Onderstaande mutaties zijn toegelicht in hoofdstukken 3 en 4. Reserves

Storting Onttrekking

Reserve investeringssubsidies (nr. 15) 3.5.2 Investeringssubsidies sociaal-culturele sportaccomodaties

50.000

Reserve Welzijn en cultuur (nr. 17) 5.5.1 Culturele activiteiten, evenementen en culturele projecten

40.000

Algemene reserve grondbedrijf (nr. 40) 5.9.2 Hoek Marktstraat-Wilibrordusplein

27.919

Reserve Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) (nr. 101) 3.6.6 Herverdeling maatwerkbudgetten sociaal domein

255.300

Reserve personeel en bestuur (nr. 117) 4.1 Frictiekosten

55.000

Reserve Regionale woonvisie (nr. 132) 5.7.1 Volkshuisvestingsprogramma

13.725

Reserve revolverende investeringen (nr. 169) 3.10.5 Dividend Enexis 5.9.1 Advieskosten verkoop Houtstraat 48

338.272 10.784

Reserve vermindering kapitaallasten (nr. 181) 3.3.14 Programma Centrum Echt 5.6.4 Buurt en speelplekken

700.000 25.000

Reserve bedrijfsvoering (nr. 208) 4.1 Frictiekosten

170.000

Reserve inkomensvoorzieningen, re-integratie en sociale werkvoorziening (nr. 219) 3.6.7 Handhaving 3.6.8 Wergeversservicepunt (WSP) 3.6.10 Gemeentelijke bijdrage Westrom 3.6.13 Sociaal Boekhouder

50.000 30.000 152.197 38.000

Reserve SC MER OD (nr. 226) 3.8.1 Additionele uitvoeringskosten servicecentrum MER-OD

58.800

1e bestuursrapportage 2025

49

Reserves Reserve SC MER bedrijfsvoering (nr. 231) 3.1.1 Bijdrage servicecentrum MER

Storting Onttrekking 455.700

Reserve afschrijvingslasten investeringen (nr. 241) 3.10.4 Afschrijvingslasten dekken uit reserve

400.000

Reserve Regiodeal (nr. 256) 3.1.2 Regiodeal Midden-Limburg Totaal reserves

1.322.000 338.272

Reserves: saldo meer onttrokken dan gestort

3.516.153

Voorzieningen

Storting

3.854.425

Vrijval

Voorziening riolering (nr. 248) 55.000 300.000

3.3.3 Vervanging rioolreinigingsmachine 3.3.14 Programma onderhoud Centrum Echt - Voorziening riolering Totaal voorzieningen Voorzieningen: saldo meer onttrokken dan gestort

1e bestuursrapportage 2025

0

355.000 355.000

50

7. Voorbereidingskredieten Voorbereidingskrediet faciliterende en actieve grondexploitaties Wanneer de gemeente overweegt om zelf of in samenwerking met een projectontwikkelaar, een (uitleg)gebied te (laten)ontwikkelen, moeten hiervoor, met name in de initiatief- en voorbereidingsfase, kosten worden gemaakt. Vervolgens kan definitief worden besloten om de gronden al dan niet in exploitatie te nemen of de exploitatie daarvan te faciliteren. Bij een actieve grondexploitatie ontwikkelt de gemeente de gronden zelf en bij een faciliterende grondexploitatie faciliteert de gemeente de randvoorwaarden voor een gewenste ontwikkeling van gronden door een derde partij. Het algemeen budgetrecht is een raadsbevoegdheid. Normaal gesproken mag het college geen kosten voor grondexploitaties maken, voordat de raad hiervoor geld ter beschikking heeft gesteld. De raad kan het college echter de ruimte bieden om binnen kaders zelfstandig financiële besluiten hierover te nemen. Vanwege de doorlooptijden van raadsvoorstellen is het niet te doen om met name bij de veelvoud aan kleinere projecten, per project een voorbereidingskrediet door de raad te laten vaststellen voordat voorbereidende kosten kunnen worden gemaakt.

Om toch in de voorbereidingsfase al kosten te kunnen maken, deze op juiste wijze te registreren en dekking daarvoor te regelen, wordt het volgende voorgesteld: Limiet De raad geeft het college de ruimte om jaarlijks zonder voorafgaande tussenkomst van de raad tot een totaal bedrag van maximaal € 100.000 bestedingen te doen voor de voorbereiding van actieve- en faciliterende grondexploitaties , dit met inachtneming van de volgende voorwaarden die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor voorbereidingskosten dwingend voorschrijft:  De kosten moeten passen binnen de kostensoortenlijst van het Besluit ruimtelijke ordening / bijlage IV bij het Omgevingsbesluit; en  De kosten mogen maximaal 5 jaar geactiveerd blijven. Na maximaal 5 jaar moeten de kosten hebben geleid tot een actieve of faciliterende grondexploitatie dan wel worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat of er moet een voorziening worden getroffen. De in de beginfasen te maken voorbereidingskosten zijn meestal planontwikkelingskosten, maar kunnen ook bestaan uit o.a. beheerskosten, sloopkosten, (strategische) verwervingskosten en rente.

Afhankelijk van de indeling in een actieve- of faciliterende grondexploitatie, worden kosten die al worden gemaakt voordat het grondexploitatiecomplex mag worden geopend, volgens het nieuwe Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verantwoord onder ‘Immateriële Vaste Activa (ImVA)’ of ‘Overlopende activa’. Overgang naar exploitatie Worden deze plannen daadwerkelijk in ontwikkeling genomen. dan worden de onder ImVA of overlopende activa geactiveerde voorbereidingskosten overgeheveld naar het actieve of faciliterende grondexploitatiecomplex. Afboeking De op ImVA of overlopende activa verantwoorde kosten waarvan de 5 jaars-termijn in het actuele boekjaar verstrijkt, worden in dat actuele boekjaar afgeboekt ten laste van het jaarresultaat. Als dekking wordt hiervoor de algemene reserve grondbedrijf gebruikt. Indien er een voorziening is gevormd, hoeven de kosten niet te worden afgeboekt, maar kunnen ze later alsnog worden ingebracht in de grondexploitatie als de raad daartoe heeft besloten. Risicobeheersing Om te voorkomen dat op enig moment meer voorbereidingskosten worden gemaakt dan de algemene reserve grondbedrijf kan afdekken, wordt met de verantwoording van kosten op het voorbereidingskrediet telkenmale ook een claim opgenomen op de algemene reserve grondbedrijf.

Algemeen voorbereidingskrediet Om de uitvoering van de projecten volgens het meerjareninvesteringsplan (MIP) te kunnen realiseren is het noodzakelijk om de voorbereiding een jaar eerder te starten dan vermeld in het MIP. 1e bestuursrapportage 2025

51

Hiervoor moet jaarlijks een algemeen voorbereidingskrediet van € 250.000 beschikbaar zijn voor alle kredieten die in het MIP zijn opgenomen. In het jaar dat een bepaald project in het MIP is opgenomen, worden gemaakte voorbereidingskosten overgeheveld naar het krediet voor dat project. Op dit voorbereidingskrediet wordt niet afgeschreven. Bovenstaande is al besloten in de 1e bestuursrapportage 2013. Naast bovenstaande investeringen van het MIP kunnen ook in de loop van het jaar nieuwe investeringen worden voorbereid. Deze staan dan nog niet op het MIP vermeld. Ook voor deze investeringen geldt dat voorbereidingskosten worden gemaakt, voordat de vraag om een krediet beschikbaar te stellen aan de raad wordt voorgelegd. De raad geeft het college de ruimte om jaarlijks zonder voorafgaande tussenkomst van de raad binnen het genoemde voorbereidingskrediet bestedingen te doen voor het maken van voorbereidingskosten voor (nieuwe) investeringen. Als de raad afwijzend besluit over het beschikbaar stellen van een krediet, dan moeten de gemaakte voorbereidingskosten ten laste worden gebracht van de reserve vermindering kapitaallasten. Wordt het krediet wel beschikbaar gesteld, dan worden de voorbereidingskosten overgebracht naar het dit krediet.

52

8.0 Begrotingswijzigingen 8.1 Begrotingswijziging restantbudgetten uit reserves Dit betreft budgetten welke in eerdere jaren al beschikbaar werden gesteld, maar in dat jaar niet werden uitgegeven. Hiervoor zijn wel al verplichtingen aangegaan en activiteiten opgestart. Via deze begrotingswijziging worden deze (restant-)budgetten in 2025 opnieuw beschikbaar gesteld Algemene reserve Grondbedrijf In de 2e bestuursrapportage 2024 is een inschatting gemaakt van de te maken voorbereidingskosten “versterking economische structuur (incidenteel)” 2024. Deze inschatting van te maken kosten bedroeg € 15.000. De werkelijke kosten 2024 bedroegen € 7.995. Voorgesteld wordt om de restant raming 2024 zijnde € 7.005 en bijbehorend dekkingsmiddel (de algemene reserve Grondbedrijf) over te hevelen naar 2025. Reserve personeel en bestuur In 2024 hebben een aantal onttrekkingen uit deze reserve niet plaatsgevonden. Hier volgt een korte opsomming van de bedragen die nog niet onttrokken zijn. De restantbedragen worden overgeheveld naar 2025 met dekking ten laste van de reserve personeel en bestuur. Omschrijving

Budget 2024

Uitgaven 2024

Restant 2024

Thuiswerkfacilitering

€

79.110

€ 1.872

€ 77.238

Organisatieontwikkeling

€ 500.000

€ 440.955

€ 59.045

Reserve vermindering kapitaallasten Voorbereidingsbudget Gebiedsontwikkeling In de 2e bestuursrapportage 2024 is een inschatting gemaakt van de te maken voorbereidingskosten Gebiedsontwikkeling 2024 en voorbereidingskosten gebiedsontwikkeling Roosteren 2024. In 2024 is € 1.646 resp. € 2.765 meer uitgegeven. Voorgesteld wordt om de overgehevelde ramingen 2025 met genoemde bedragen te verminderen, dit geldt ook voor het dekkingsmiddel, de reserve vermindering kapitaallasten. Podium Connectcollege In de kadernota 2020 is besloten om ten laste van de reserve vermindering kapitaallasten € 145.000 beschikbaar te stellen voor de zaalaanpassing van het Connectcollege. Hiervan resteerde in 2024 € 4.418. In 2024 is niks uitgegeven. Het restantbudget van € 4.418 met de bijbehorende dekking uit de reserve vermindering kapitaallasten wordt in 2025 opnieuw opgevoerd ter dekking van de nog uit te voeren werkzaamheden. Onderhoud MFC Roosteren In de tweede bestuursrapportage 2023 is besloten ten laste van de reserve vermindering kapitaallasten € 55.000 beschikbaar te stellen voor onderhoud van MFC Roosteren. In de 2e bestuursrapportage 2024 is besloten om een eventueel restantbudget over te hevelen naar 2025. In 2024 is € 50.118 uitgegeven.

Het restantbudget van € 4.882 met de bijbehorende dekking uit de reserve vermindering kapitaallasten wordt in 2025 opnieuw opgevoerd ter dekking van de nog uit te voeren werkzaamheden. Reserve kwaliteit verbeterende projecten buitengebied Voor de herinrichting van het spooremplacement Susteren is voor 2024 een budget van € 18.183 beschikbaar gesteld, met als dekking de reserve kwaliteit verbeterende projecten buitengebied. Dit bedrag is in zijn geheel doorgeschoven naar 2025. In 2024 is echter daadwerkelijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EchtSusteren&id=4ab62bdd-4a27-4e1d-9efe-a459ef91c233