CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen BurgerBelangen - Mobiliteitsvisie TIP - T&I antwoorden

Raadsavond 15 april 2025, gemeente DuivenBij agendapunt: Mobiliteitsvisie Duiven 2040 & Uitvoeringsagenda Mobiliteit 2026-2029670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Politieke Avond 11 maart 2025 Mobiliteitsvisie Duiven 2040 & Uitvoeringsagenda 2026 – 2029

T = Technisch (moeten voorafgaand aan de politieke avond worden beantwoord) I = Informatief (Worden tijdens de politieke avond beantwoord en moeten daarna schriftelijk bij de griffie worden aangeleverd) P = Politiek (worden tijdens de politieke avond door de portefeuillehouder mondeling beantwoord) 1. Wanneer wij instemmen met de Mobiliteitsvisie Duiven 2040 en de Uitvoeringsagenda 2026 – 2029 stemmen wij dan ook in met de afsluiting van de Broekstraat? T a. Nee, u stemt dan in met de aanleg van een onderdoorgang (tunnel) voor langzaam verkeer (Fietsers en voetgangers) onder de N810, parallel aan de Broekstraat. Ook stemt u in met het onderzoeken van alternatieven voor het overige (gemotoriseerde) verkeer, dat nu gelijkvloers oversteekt bij de verkeerslichten. De uiteindelijke aanpassing aan de huidige kruising (los van de tunnel) is te accorderen door de Provincie Gelderland. 2. Vanuit de samenleving begrijpen wij dat variant 5 vanuit Variantenstudie Verkeersoplossingen ook inhoudt dat er een afsluiting van de Rijksweg komt tussen de Vergertlaan en de Heiliglandsestraat. Is dit juist? T a. Dat is juist, het is nodig dat de Rijksweg nabij de aansluiting Plakse Weide geknipt wordt voor gemotoriseerd verkeer. Fietsers, voetgangers en hulpdiensten kunnen wel passeren.

De reden daarvoor is dat de Rijksweg anders te aantrekkelijk wordt voor doorgaand verkeer door het centrum van Duiven vanwege het ontstaan van een kortere route. 3. Wat zijn de afspraken van het project Financieel Gezond 2026? I a. Er zijn afspraken gemaakt rondom de Uitvoeringsagenda Mobiliteit 2026-2029 in het kader van Financieel gezond. De financiële vertaling van de voorgestelde investeringen en kredieten in de agenda, worden integraal aan de raad voorgelegd in de Voorjaarsnota 2025. 4. Hoe wordt er slim gebruik gemaakt van budgetten en kredieten, zodat de impact zo klein mogelijk blijft van de exploitatielasten in de Meerjarenbegroting? I a. Er is zorgvuldig gekeken naar urgentie van maatregelen (op gebied van verkeersveiligheid), de beschikbare personele capaciteit, de financiële impact en de combinatie met gepland onderhoud aan wegen en/of riolering. Dit komt de efficiëntie van de organisatie én de inzet van financiële middelen ten goede.

5. Hoe worden vormen van trillings-, geur- en geluidsoverlast geregistreerd / gemeten? T a. Voor dit soort metingen zijn verschillende geëigende methoden beschikbaar. Het is situatie afhankelijk voor welke methode gekozen wordt. Dat is nu nog niet te zeggen. 5.1. Met welke frequentie wordt de overlast gemeten? T Er wordt geen standaard of periodieke frequentie voorgesteld. Op het moment dat er (wettelijke) aanleiding is om overlast te meten of in beeld te brengen, wordt dat op projectniveau gedaan. Op het moment dat er signalen vanuit de samenleving komen dat er sprake is van verwachte toekomstige trillings-, geur- of geluidsoverlast als gevolg van een aanpassing in de openbare ruimte, is het aan het college om te bepalen of metingen noodzakelijk zijn. Dit wordt nu ook al gedaan, bijvoorbeeld wanneer er zorgen zijn over toenemende trilling als gevolg van de aanleg van een drempel. Er wordt dan een trillingsmeting vooraf en natijd uitgevoerd. 5.2. Welke criteria liggen ten grondslag aan of er maatregelen genomen moeten worden en waarom is onderzoek dan nog nodig, want je hebt immers de onderzoeksresultaten al? T Er zijn landelijke en gemeentelijke normen vastgesteld voor toegestane hoeveelheid trilling, geur en geluid.

Indien onderzoek aantoont dat deze normen worden overschreden, zal het college bekijken welke maatregelen mogelijk zijn en daarin een onderbouwde afweging maken welke maatregel gekozen wordt. Als er sprake is van reeds bestaande overlast, is het aan de gene die de overlast ervaart om aan te tonen dat er sprake is van objectieve overlast. Dit is geregeld in de bewijswet. 6. Hoe verhoudt de Kennisgeving Broekstraat zich tot de Mobiliteitsvisie Duiven 2040, moeten wij dit zien als een addendum van de Mobiliteitsvisie? T a. Er van uitgaande dat gedoeld wordt op kennisgeving 201681479 (Bestuurlijke voorkeursvarianten – Variantenstudie verkeersoplossingen) en/of 201674887 (Update Proces Mobiliteitsvisie Duiven 2040) . Ja, die/deze kan/kunnen gezien worden als een addendum. In beide stukken word ook als zodanig verwezen naar de Mobiliteitsvisie Duiven 2040.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=644f1209-e665-4354-b1e5-7a592d93bab1