CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

TIP Vragen GroenLinks - bijlage Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

Politieke Avond 7 november 2023, gemeente DuivenBij agendapunt: 19.30 - 20.00 - Kennisgeving kap overlastbomen - ronde tafel5.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Quickscan soortenbescherming

Herinrichting De Tamboer Duiven

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU Het Laar 30d 6733BZ Wekerom 0318 655 626 info@deslijpkruik.nl www.deslijpkruik.nl

Colofon Titel

Quickscan soortenbescherming Herinrichting De Tamboer, Duiven

Betreft Quickscan soortenbescherming Locatie

De Tamboer te Duiven

Auteur(s) B. Visser Contactpersoon

B. Visser (visser@deslijpkruik.nl)

Opdrachtgever

Gemeente 1stroom

Datum

13-10-2023

Status

Versie 1

Projectcode

23ES01

Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving (Wet natuurbescherming). Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. De Slijpkruik Ecologie BV is niet aansprakelijk voor beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door De Slijpkruik Ecologie BV uitgevoerde onderzoek. Daarnaast is De Slijpkruik Ecologie BV niet aansprakelijk voor gevolgschade, of voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van uitgevoerde onderzoeken door De Slijpkruik Ecologie BV. © De Slijpkruik Ecologie B.V.

(2023) Niets uit dit rapport mag openbaar worden gemaakt of gepubliceerd door middel van; druk, fotokopie of anderzins, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van De Slijpkruik Ecologie B.V. of de opdrachtgever. Wijze van citeren: Visser. B. 2023. Ecologische quickscan Herinrichting De Tamboer Duiven, Duiven De Slijpkruik Ecologie BV. Omslagfoto: Impressie van het plangebied. Bronvermelding; foto’s zijn door de auteur gemaakt tenzij anders aangegeven.

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Inhoud 1

Inleiding 4

1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborg 2

Resultaten beschermde flora en fauna

6

2.1 Bron- en literatuuronderzoek 2.2 Vaatplanten 2.3 Broedvogels 2.4 Vleermuizen 2.5 Grondgebonden zoogdieren 2.6 Vissen 2.7 Amfibieën 2.8 Overige soorten 2.9 Algemeen 3.

Conclusies 13

3.1 Overzicht van de bevindingen 3.2 Conclusies en aanbevelingen Bijlagen 15 Bijlage A Wettelijk Kader

3

Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

13 oktober 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

1

Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de initiatiefnemer voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie een ecologische quickscan uit aan De Tamboer te Duiven. De gemeente Duiven wil de bestaande situatie veranderen. Dit houdt in dat de bestaande bomen worden gekapt en nieuwe worden aangeplant. Ook de beplanting wordt vernieuwd. Op voorhand is niet uitgesloten dat de werkzaamheden leiden tot effecten op beschermde soorten. De ingreep is getoetst aan de Wet natuurbescherming, onderdeel ‘soortenbescherming’. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige inschatting wordt gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. De locatie ligt binnen de bebouwde kom Wet natuurbescherming. Een Toets Houtopstanden is daarom niet nodig. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of tot een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep De projectlocatie betreft een weg in een woonwijk in Duiven (afbeelding 1.2). De Tamboer ligt in het noordoostelijk deel van Duiven en wordt omgeven door woonwijken (afbeelding 1.1). De beoordeelde ingreep bestaat uit het vervangen van de bomen en beplanting.

Een concreet ontwerp van de nieuwe situatie is nog niet voorhanden. Een concrete planning was tijdens het opstellen van voorliggende rapportage mede daarom ook nog niet bekend. Alle ingrepen vallen onder het wettelijk belang ‘ruimtelijke inrichting en ontwikkeling’. 1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, NDFF, websites etc.), een veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. De locatie is op 19 september 2023 bezocht door B. Visser, ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. Tijdens dit onderzoek is het terrein verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op (mogelijke) jaarrond beschermde rust- en voortplantingsplaatsen van vogels, vleermuizen en andere beschermde soorten zoals marterachtigen. Het locatiebezoek is onder halfbewolkte omstandigheden uitgevoerd, bij een temperatuur van 15 0C. 1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. De Slijpkruik Ecologie B.V. is kandidaat-lid van en hanteert de richtlijnen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB), soortinventarisatieprotocollen van het NGB en/of richtlijnen kennisdocumenten van BIJ12.

Toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen met gemeenten, provincies en collega-onderzoekers vindt plaats op regelmatige basis. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met de veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar.

4

Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

13 oktober 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afbeelding 1.1: Globale locatie van het plangebied ten opzichte van Duiven (rode pointer). Bron ondergrond: Google Earth, 2023.

Afbeelding 1.2: Kaart van het plangebied (rode kader). Bron ondergrond: Google Earth, 2023.

5

Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

13 oktober 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2

Resultaten bescher mde f lora en fauna 2.1 Vaatplanten Er is een NDFF-waarneming van de beschermde plant knolspirea bekend uit de omgeving van het plangebied. Knolspirea groeit op zonnige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, niet bemeste, vrij droge tot vochtige, neutrale, vaak kalkhoudende, stikstofarme leem-, löss- en mergelbodems met een wisselende waterstand. Ze groeit in kalkgraslanden, op heiden op basische rotsbodem, in bermen en in boszomen. De ondergrond in het plangebied wordt erg beschaduwd door de bomen en de bodem kan niet als klakhouden worden aangemerkt. Vanwege deze redenen is het plangebied niet geschikt als groeiplaats voor de knolspirea. De aanwezigheid van deze soort in het plangebied is daarmee uitgesloten. Er zijn tijdens het veldbezoek geen (andere) beschermde vaatplanten waargenomen in het plangebied of in de directe omgeving. Het plangebied bestaat voor het grootste deel uit verharding (de weg en de stoep). Verder betreft het plangebied de beplanting waarin de bomen staan. De vegetatie bestaat vooral uit aangeplantte beplanting en hier en daar wat spontaan opkomende grassen. Dat zijn geen omstandigheden waar beschermde planten zouden voor kunnen komen. Effect: Binnen het plangebied zijn geen beschermde of bijzondere plantensoorten aangetroffen.

Gezien de biotische en abiotische omstandigheden in het plangebied is aanwezigheid van beschermde planten van de Wnb redelijkerwijs uitgesloten. 2.2 Broedvogels 2.2.1 Vogels met jaarrond beschermde verblijfplaats Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing, soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode gebruikt wordt. Ook andere onderdelen van de leefomgeving van belang voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd, zoals bijvoorbeeld jachtgebied van uilen en roofvogels of schuil- en slaapplekken van huismussen. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten met jaarrond beschermd nesten gesignaleerd. Alle bomen in het plangebied zijn geïnspecteerd en er zijn geen grote nesten aangetroffen. Daarmee zijn nestplaatsen van roofvogels en uilen in het plangebied uitgesloten. Daarnaast zijn er geen voor vogels geschikte holten aangetroffen in de bomen. Nestplaatsen van vogels zoals spechten, koolmezen en pimpelmezen zijn daarmee uitgesloten. 2.2.2 Overige broedvogels Tijdens het veldbezoek is een verlaten nest aangetroffen in het plangebied. Het nest bevindt zich in de boom voor het huis met nummer 14.

Het gaat daarbij om een nest van een duif gezien de rommelige nestbouw en de aanwezigheid van duiven in de bomen. In de bomen en struiken kunnen algemene broedvogels nestelen zoals houtduif, roodborst, winterkoning en vink. Er zijn geen bezette nesten aangetroffen. Tijdens het veldbezoek zijn de soorten vlaamse gaai en houtduif waargenomen. Effect: Effecten op jaarrond beschermde nesten zijn uitgesloten. Wel kunnen de werkzaamheden tijdens het broedseizoen leiden tot verstoring, beschadiging of vernieling van bezette nesten van algemene broedvogels. Nesten zijn altijd beschermd zolang deze gebruikt worden, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. Voer de werkzaamheden daarom

6

Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

13 oktober 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

uit buiten de broedperiode. De periode september t/m februari is hiervoor het meest geschikt omdat de kans op broedgevallen in deze periode klein is. Broedgevallen van met name duiven zijn echter ook in deze periode niet uitgesloten, wees daarom altijd alert. Leidend is de aanwezigheid van bezette nesten, ongeacht de periode. In de periode half maart - half augustus zijn werkzaamheden alleen verantwoord indien een broedvogelcheck uit te voeren door een ecologisch deskundige (volgens definitie van de RVO) aantoont dat er geen broedgevallen aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. 2.3 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn strikt beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop, renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. Vanuit de NDFF zijn waarnemingen van vleermuizen bekend in de omgeving van het plangebied. Het gaat daarbij om de soort gewone dwergvleermuis.

Vanuit verspreidingsgegevens weten we dat ook de soorten ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis voor kunnen komen in de omgeving van het plangebied. 2.3.1 Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten worden uitsluitend of gedeeltelijk in gebouwen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte, toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig zijn. Daarnaast zijn er soorten die hoofdzakelijk in bomen verblijven. Holten, scheuren en ruimtes achter losse stukken bast vormen bijvoorbeeld geschikte verblijfplaatsen. Er zijn ook soorten die zowel in bomen als in gebouwen worden aangetroffen. De beoordeelde werkzaamheden hebben uitsluitend betrekking op de openbare ruimte. Er worden geen werkzaamheden uitgevoerd aan bebouwing. Aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten kan derhalve worden uitgesloten. Wel kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn in de bebouwing die in de nabijheid ligt van de werkzaamheden. De bomen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden zijn geïnspecteerd en er zijn geen voor vleermuizen geschikte holten, scheuren of andere geschikte plekken aangetroffen. Effect: Er is geen bebouwing aanwezig in het plangebied en daarmee zijn verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen uitgesloten.

De bomen in het plangebied zijn geïnspecteerd en er zijn geen mogelijk voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen aangetroffen. Negatieve effecten op vaste, jaarrond beschermde verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen zijn daarmee uitgesloten. Er is geen aanvullend soortgericht onderzoek nodig naar verblijfplaatsen van vleermuizen. Wel kunnen er verblijfplaatsen aanwezig zijn in de bebouwing die dichtbij de werkzaamheden staat. Daarom dient lichtverstoring van de gevels voorkomen te worden door uitsluitend overdag te werken of door directe beschijning van de gevels met kunstlicht te voorkomen. 2.3.2 Foerageergebied en vliegroutes De bomen en beplanting langs de weg zijn waarschijnlijk onderdeel van foerageergebied van vleermuizen. Het betreft op voorhand geen essentieel foerageergebied vanwege de alternatieven in de omgeving in de vorm van andere groenstructuren aan de rand van de wijk en het park ten zuidoosten van het plangebied. De bomenrij in het plangebied is misschien een vliegroute voor

7

Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

13 oktober 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

vleermuizen die eventueel hun verblijfplaats in de aangrenzende bebouwing hebben. Maar op 100 meter ten zuidoosten van het plangebied ligt een bomenrij met dezelfde oriëntatie. Deze bomenrij kan ook gebruikt worden als vliegroute, daarmee is de bomenrij in het plangebied geen essentiële vliegroute. Bovendien zullen de bomen gefaseerd worden verwijderd en zullen nieuwe bomen worden aangeplant. Daardoor zal de structuur in grote lijnen behouden blijven en kan de structuur in de toekomst weer de functie van niet-essentiële vliegroute vervullen. Effect: Negatieve permanente effecten op foerageergebied en/of vliegroutes zijn uitgesloten doordat het geen essentiële foerageergebied of vliegroute betreft. Negatieve tijdelijke effecten op foerageergebied en/of vliegroutes dienen voorkomen te worden door lichtverstoring te voorkomen. Dit kan gedaan worden door uitsluitend overdag te werken of door uitstraling van kunstlicht richting de bomen te voorkomen. Nader onderzoek naar foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen is met inachtneming van deze maatregel niet nodig. 2.4 Grondgebonden zoogdieren Onder “grondgebonden zoogdieren” worden hier bedoeld alle zoogdieren met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn bijvoorbeeld knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en marters. In de omgeving komen diverse grondgebonden zoogdieren voor.

Vanuit de NDFF zijn waarnemingen bekend van de soorten bever, bosmuis, bunzing, egel, haas, konijn, otter, ree, steenmarter, vos en woelrat. Bever Er is geen oppervlaktewater aanwezig in het plangebied of in de directe omgeving daarvan. Daarom is de aanwezigheid van bever in het plangebied uitgesloten. Steenmarter/kleine marterachtigen Steenmarter en kleine marterachtigen hebben hun verblijfplaats vooral in gebouwen en ook onder takkenhopen. Er is in het plangebied geen bebouwing aanwezig en ook zijn er geen takkenhopen aangetroffen. Daarnaast zijn de groenstructuren in het plangebied weinig geschikt als leefgebied voor marterachtigen aangezien het lage en redelijk open vegetatie betreft. Eekhoorn Er zijn vanuit de NDFF geen waarnemingen bekend van eekhoorn in de omgeving van het plangebied. Wel kan eekhoorn voorkomen in het plangebied omdat er grote bomen aanwezig zijn. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten of individuen van eekhoorn aangetroffen in de bomen in het plangebied. De bomen in het plangebied kunnen (onderdeel van) leefgebied zijn van eekhoorn. De bomen worden gefaseerd verwijderd en er komen nieuwe bomen voor terug. Daarom blijft het plangbied zowel tijdelijk als permanent geschikt leefgebied voor eekhoorn.

Overige soorten De groenstructuren zijn mogelijk (onderdeel van) leefgebied van soorten als egel, haas, konijn en allerlei soorten algemene kleine zoogdieren zoals muizen. De groenstructuren worden gefaseerd aangepakt waardoor er altijd geschikt leefgebied zal zijn voor de genoemde soorten. Bovendien geldt voor deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Wel is de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, die voor alle dieren en planten geldt van toepassing. Effect: Negatieve effecten op momenteel beschermde, niet-vrijgestelde soorten zijn uitgesloten binnen het plangebied. Omdat voor de andere te verwachten soorten een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting geldt moet alleen rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, die voor alle dieren en planten geldt.

8

Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

13 oktober 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2.5 Vissen De werkzaamheden hebben geen betrekking tot of invloed op oppervlaktewater en daarmee leefgebied van vissen. Negatieve effecten op al dan niet beschermde visssoorten zijn uitgesloten. Effect: Negatieve effecten op vissen zijn uitgesloten. Nader onderzoek naar effecten op beschermde vissoorten is daarom niet aan de orde. 2.6 Amfibieën Vanuit de NDFF zijn waarnemingen bekend van amfibieën in de omgeving van het plangebied. Het gaat daarbij om de soorten bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, groene kikker en kleine watersalamander. In het plangebied is geen oppervlaktewater en daarmee geen voortplantingswater voor amfibieën aanwezig. Wel is er ten zuidoosten van het plangebied een watergang aanwezig. Daarom kan het plangebied soms gebruikt worden door genoemde soorten als landhabitat. Dit is niet waarschijnlijk vanwege de verharding door wegen die de watergang van het plangebied scheiden. Maar daarmee is de aanwezigheid van genoemde soorten in het plangebied niet helemaal uitgesloten. Het gaat om algemeen voorkomende soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ingrepen. Wel is de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, die voor alle dieren en planten geldt van toepassing. Effect: Aanwezigheid van beschermde, niet-vrijgestelde amfibieën is uitgesloten. Nader onderzoek naar effecten op deze soorten is niet aan de orde.

Aanwezigheid van vrijgestelde soorten is niet volledig uit te sluiten maar voor de te verwachten soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. Wel is de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, die voor alle dieren en planten geldt van toepassing. 2.7 Overige soortgroepen (reptielen, ongewervelden, paddenstoelen) In de omgeving van het plangebied zijn NDFF-waarnemingen van de dagvlinders grote vos en sleedoornpage bekend. Grote vos komt vooral voor bij bosranden, vochtige open bossen en andere plekken met grote vrijstaande bomen. De waardplanten van grote vos zijn vooral iep; maar ook zoete kers, populier en sommige wilgensoorten. De bomen die in het plangebied aanwezig zijn betreffen allen ‘grootbladige els’. Er zijn dus geen waardplanten van de grote vos aanwezig in het plangebied en daarmee is ook de aanwezigheid van grote vos in het plangebied niet aannemelijk. De aanwezigheid van grote vos is niet geheel uit te sluiten omdat deze soort ook voor kan komen bij andere grote bomen. De bomen worden gefaseerd verwijderd en daarmee blijft voldoende leefgebied over voor de grote vos in het plangbied. De waardplant voor sleedoornpage is sleedoorn en de soort komt vooral voor in sleedoornstruwelen, houtwallen en bosranden. In het plangebied is geen sleedoorn aangetroffen en ook ontbreken struwelen, houtwallen en bosranden.

De aanwezigheid van sleedoornpage in het plangebied is daarmee uitgesloten. Verder voldoet het plangebied niet aan de voorwaarden waaraan potentieel leefgebied van beschermde overige soorten moet voldoen, waardoor aanwezigheid van dergelijke soorten is uitgesloten. Effect: De voorgenomen activiteiten leiden niet tot negatieve effecten op overige beschermde soorten van de Wet natuurbescherming. Er zijn geen vervolgstappen nodig ten aanzien van overige beschermde soorten.

9

Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

13 oktober 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

2.8 Algemeen • Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt dat men zich dient te houden aan de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. • Wanneer tijdens werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dienen werkzaamheden tijdelijk te worden stilgelegd en moet contact opgenomen worden met een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige moet duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.

10

Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

13 oktober 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afbeelding. 2.1: Impressie van het plangebied.

Afbeelding 2.2: Impressie van het plangebied.

Afbeelding 2.3: Een gevel nabij het plangebied met Afbeelding 2.4: Een gevel nabij het plangebied met daarin open stootvoegen welke mogelijk toegang daarin open stootvoegen welke mogelijk toegang bieden tot een verblijfplaats van vleermuizen. bieden tot een verblijfplaats van vleermuizen.

Afbeelding 2.5: Onbezet nest in de boom voor Afbeelding 2.6: Onbezet nest in de boom voor nummer 14. nummer 14 met vlakbij het nest een duif.

11

Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

13 oktober 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Afbeelding 2.7: Oude snoeiwonden welke ondiep zijn en daarmee niet geschikt als nestplaats voor broedvogels of als verblijfplaats voor vleermuizen.

Afbeelding 2.8: Oude snoeiwond welke ondiep is en daarmee niet geschikt als nestplaats voor broedvogels of als verblijfplaats voor vleermuizen.

Afbeelding 2.9: Oude snoeiwond welke ondiep Afbeelding 2.10: Oude snoeiwonden welke ondiep is en daarmee niet geschikt als nestplaats voor zijn en daarmee niet geschikt als nestplaats voor broedvogels of als verblijfplaats voor vleermuizen. broedvogels of als verblijfplaats voor vleermuizen.

Afbeelding 2.11: Impressie van het plangebied.

12

Afbeelding 2.12: Impressie van het plangebied.

Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

13 oktober 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

3

Conclusies en aanbevelingen 3.1 Overzicht van de bevindingen Soortbescherming

Aanwezig

Effect

Overtreding

Nader onderzoek

Vervolgacties

Vogels - jaarrond beschermde nesten

Nee

Geen

Nee

Nee

Geen

Vogels - algemene broedvogels

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Nee

Werken buiten broedseizoen om verstoring of vernieling van nesten te voorkomen

Vleermuizen - verblijfplaatsen

Mogelijk

Geen

Nee

Nee

Lichtverstoring van nabijgelegen gevels voorkomen

Vleermuizen - foerageergebied

Mogelijk nietessentieel

Geen

Mogelijk

Nee

Lichtverstoring van opgaande begroeiing voorkomen en gefaseerd werken

Vleermuizen - vliegroutes

Mogelijk nietessentieel

Geen

Nee

Nee

Lichtverstoring van opgaande begroeiing voorkomen en gefaseerd werken

Overige zoogdieren - beschermd

Nee

Geen

Nee

Nee

Geen

Overige zoogdieren - vrijgesteld

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Nee

Zorgplicht

Vissen

Nee

Geen

Nee

Nee

Geen

Amfibieën - beschermde soorten

Nee

Geen

Nee

Nee

Geen

Amfibieën - vrijgestelde soorten

Mogelijk

Geen

Nee

Nee

Zorgplicht

Flora - beschermde soorten

Nee

Geen

Nee

Nee

Geen

Overige beschermde soorten

Nee

Nee

Nee

Nee

Geen

3.2

Wnb

Conclusies en aanbevelingen

Soortenbescherming Vogels • Negatieve effecten op vogelsoorten met jaarrond beschermde rust- of nestplaatsen zijn uitgesloten. Tijdens het broedseizoen kunnen bezette nesten van algemene broedvogels verstoord, beschadigd of vernield worden. Dergelijke nesten zijn altijd beschermd zolang deze gebruikt worden, ofwel vanaf de nestbouw totdat de jongen het nest permanent verlaten hebben. Voer de werkzaamheden daarom uit buiten de broedperiode. Voor veel soorten is dat de periode half maart - half augustus, maar eerdere of latere broedgevallen van met name duiven zijn niet uitgesloten. Leidend is de aanwezigheid van bezette nesten, ongeacht de periode. In de periode half maart - half augustus zijn werkzaamheden alleen verantwoord indien een broedvogelcheck uit te voeren door een ecologisch deskundige (volgens definitie van de RVO) aantoont dat er geen broedgevallen aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Vleermuizen • In de bomen in het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen. Wel kunnen er verblijfplaatsen aanwezig zijn in de bebouwing rondom het plangebied. Daarom dient lichtverstoring van nabijgelegen bebouwing voorkomen te worden door overdag te werken of door beschijning van gevels met kunstlicht te voorkomen.

13

Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

13 oktober 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

• De bomen en het opgaande groen kunnen onderdeel zijn van foerageergebied van vleermuizen en mogelijk onderdeel van een vliegroute. Voor zowel foerageergebied als vliegroute geldt dat het plangebied niet-essentieel is voor het vervullen van deze functies door de alternatieven in de omgeving. Daarnaast worden de werkzaamheden gefaseerd uitgevoerd waardoor de structuur grotendeels behouden zal blijven. Er is daarom geen effect te verwachten op essentieel foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. • Effecten van lichtverstoring op foeragerende en passerende vleermuizen worden voorkomen door overdag te werken of door uitstraling richting de bomen/groenstructuren te voorkomen. Zoogdieren - vrijgestelde soorten • Mogelijk heeft de beplanting een functie als leefgebied voor egel, eekhoorn, haas en konijn. Er is geen negatief effect te verwachten op genoemde soorten omdat de groenstructuur behouden blijft en de werkzaamheden gefaseerd worden uitgevoerd. Op de locaties worden verder uitsluitend kleine, algemene zoogdiersoorten verwacht. Omdat voor de te verwachten soorten een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting geldt moet alleen rekening gehouden worden met de algemene zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, die voor alle dieren en planten geldt.

Overige soorten • Nader onderzoek naar overige beschermde soorten is niet aan de orde omdat overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van dergelijke soorten is uitgesloten. Houdt wel rekening met de algemene zorgplicht die geldt voor alle dieren, beschermd of niet. t.a.v. zorgplicht en calamiteiten • Ten aanzien van álle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt de ‘Algemene zorgplicht’, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Met name geldt dit voor algemene soorten zoogdieren en amfibieën, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden. • Worden er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten aangetroffen, leg dan het werk stil en neem contact op een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan.

14

Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

13 oktober 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Bijlage 1 Samenvatting wettelijk kader Bij een ecologische quickscan wordt de ingreep door ons getoetst aan de huidige natuurwetgeving de Wet natuurbescherming. In deze bijlage vind u een korte samenvatting van deze wetgeving. 1. Wet natuurbescherming in het kort De Wet natuurbescherming (Wnb) is de huidige wetgeving in de Nederlandse wet die bescherming van natuurgebieden reguleert. De wet is in 2017 ingevoerd als samenvoeging van de daarvoor geldende natuurwetten: de Flora- en Faunawet voor dier- en plantensoorten, de Natuurbeschermingswet voor natuurgebieden en landschappen, en de Boswet voor bos- en houtopstanden. Deze wetten zijn samengevoegd om de wetgeving omtrent natuurbescherming duidelijker en overzichtelijker te maken. De Wet natuurbescherming regelt zowel de bescherming van natuurgebieden als dat van individuele soorten en bijbehorende habitats. 1.1 Algemene Zorgplicht Onder de algemene bepalingen (hoofdstuk 1) van de Wnb wordt de algemene zorgplicht bepaald. Hierin is bepaald dat iedereen zorg draagt voor natuurgebieden, planten, en dieren.

Artikel 1.11 lid 2 van de Wnb luidt als volgt: De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. b. c.

dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

1.2 Soortenbescherming De soortenbescherming bestaat uit drie beschermingsregimes met ieder hun eigen beschermde soortenlijsten en verbodsbepalingen: • • •

De Vogelrichtlijnsoorten (VR) (Art. 3.1-3.4) De Habitatrichtlijnsoorten (HR) (Art. 3.5-3.9) Overige soorten (Art 3.10-3.11)

Per beschermingsregime is vastgesteld aan welke voorwaarden voldaan moet worden voldaan om ontheffing of vrijstelling te verleend te krijgen door het bevoegd gezag (de provincie). Een tabel met een samenvatting van de geldende verbodsbepalingen is op de volgende pagina te vinden (tabel 1.1). De beschermde soorten uit de VR en HR zijn vastgesteld door de EU. Voor de soorten uit de derde categorie geld dat provincies de vrijheid hebben om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid.

15

Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

13 oktober 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

Tabel 1.1: Samenvatting verbodsbepalingen soortenbescherming Wet natuurbescherming Paragraaf

Artikel Lid Verbodsbepaling

§ 3.1: Beschermingsregime Vogelrichtlijn

3.1

§ 3.2: Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn

§ 3.3: Beschermingsregime andere soorten

3.5

3.10

1

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen.

2*

Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

3

Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.

4

Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

5

Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

1

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

2

Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren

3

Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

4

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

5

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

1

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

* Het wegnemen van nesten is toegestaan MITS het buiten het broedseizoen en niet behorend tot een soort met een jaarrond beschermd nest.

16

Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

13 oktober 2023

ECOLOGISCH ADVIESBUREAU

1.3 Gebiedsbescherming De Wnb regelt de bescherming van de door de EU aangewezen beschermde gebieden genaamd Natura2000 gebieden. Natura2000 gebieden zijn op te delen in Vogelrichtlijn-gebieden en Habitatrichtlijn-gebieden. Alle activiteiten die een mogelijk negatief effect kunnnen hebben op Natura-2000 gebieden zijn verboden, mits een vergunning is uitgegeven na het uitvoeren van een Habitattoets. Uit deze Habitattoets moet zijn gebleken dat door de geplande activiteiten geen natuurlijke kenmerken van het gebied worden aangetast en de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie. Bovendien verordent de wet de provincies natuur aan te wijzen met bijzondere natuurlijke of landschappelijke waarde onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN, in de wet Ecologische Hoofdstructuur EHS genaamd). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen.

In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het ‘nee, tenzij’principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële) waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd.

17

Quickscan soortenbescherming De Tamboer Duiven

13 oktober 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=e0a4a27a-3e40-4775-ab86-bbd5f0fe9bc9