rapport-analyse-benchmark-afval-peiljaar-2019-def2(6).cleaned.pdf
Tekst van het document
Benchmark Huishoudelijk Afval ANALYSE PEILJAAR 2019
Datum: 18 november 2020 Status: definitief
De Benchmark Huishoudelijk Afval is een product van de NVRD en Rijkswaterstaat en wordt uitgevoerd door CyclusManagement.
Pagina 2 van 42
Inhoudsopgave 1. Hoofdlijnen
5
2. Prestaties
9
2.1 Kernprestaties 2.2 Prestaties per afvalstroom
9 13
3. Best practices
23
3.1 Inzamelstrategieën 3.2 Inzamelmiddelen 3.3 Best practice-gemeenten per klasse
23 27 30
4. Circulaire indicatoren
33
5. Over de benchmark
35
Pagina 3 van 42
wit
.
Pagina 4 van 42
1. Hoofdlijnen De Benchmark Huishoudelijk Afval maakt de milieu- en kosten-effectiviteit van het gemeentelijk afvalbeheer inzichtelijk door inzamelprestaties te relateren aan gemeentelijke kenmerken (bijv. aandeel hoogbouw), toegepaste inzamelstrategie (bijv. diftar, omgekeerd inzamelen) of toegepaste type inzamelmiddelen (bijv. minicontainers, zak, verzamelcontainers). Aan de benchmark peiljaar 2019 hebben 93 deelnemers meegedaan die in totaal 160 gemeenten vertegenwoordigen (sommige inzamelbedrijven doen voor meerdere gemeenten mee). Daarmee beslaat de benchmark 45% van de Nederlandse gemeenten. Gemeentelijk afvalbeheer beoogt over het algemeen een zo hoog mogelijk milieurendement - lees: zo min mogelijk ongescheiden restafval - tegen gelijkblijvende of lagere kosten. Dit laatste is mogelijk omdat ongescheiden restafval geld kost, terwijl gescheiden afval (grondstoffen) geld oplevert. De benchmark biedt gemeenten inzicht in de effecten van verschillende beleidskeuzes. Dit prikkelt hen om van elkaar te leren en verbeteringen door te voeren. Voor het eerst is dit jaar een aantal circulaire indicatoren aan de benchmark toegevoegd. Deze geven aan in welke mate grondstofketens gesloten zijn en op welk kwaliteitsniveau dat gebeurt.
Restafval en beheerkosten De gemiddelde hoeveelheid restafval in 2019 bedroeg 165 kilogram per inwoner. Dat is 7% minder dan in 2018 (obv huidige deelnemersgroep). De gemiddelde beheerkosten waren € 175,- per huishouden. Afhankelijk van gemeentelijke kenmerken en soort beleid is er echter nog een grote spreiding in prestaties. In onderstaande figuur is voor enkele categorieën van gemeenten de hoeveelheid restafval afgezet tegen de totale afvalbeheerkosten (concrete cijfers zijn te vinden in de onderdelen 'Prestaties' en 'Best Practices'). Per hoogbouwklasse
Diftar versus geen diftar
300
220
Restafval (kg/inw)
Restafval (kg/inw)
200 250 A 200 B
C BM
150
150
180 BM
160 140 120
D 100 100
Geen diftar
200
Afvalbeheerkosten (€ per huish)
250
100 120
Diftar 140
160
180
200
Afvalbeheerkosten (€ per huish)
Hoogbouw Goede afvalscheiding in de hoogbouw is nog steeds een uitdaging. Gemeenten met veel hoogbouw hebben gemiddeld meer restafval, minder afvalscheiding en hogere kosten dan gemeenten met weinig hoogbouw. Een voorbeeld is het verschil tussen de klasse A (50 tot 100% hoogbouw) en klasse D (0 tot 19% hoogbouw). Toch is hoogbouw niet de belangrijkste factor die (grote) verschillen tussen gemeenten verklaart. Klasse B heeft bijvoorbeeld nagenoeg evenveel restafval (173 kg/inw) als klasse C (176 kg/inw). De verklaring hiervoor is het relatief grote aantal diftar-gemeenten in klasse B.
Pagina 5 van 42
Diftar Gekeken naar generiek gemeentelijk inzamelbeleid is tariefdifferentiatie (diftar) een zeer belangrijke factor in de verklaring van gemeentelijke prestaties. Benchmark-gemiddeld is er een verschil van 45% in de hoeveelheid restafval en 19% in de beheerkosten tussen diftar en niet-diftar-gemeenten. Alle 36 gemeenten in de benchmark die de 100 kg-doelstelling voor restafval hebben bereikt (afkomstig uit de klassen B, C en D) hebben een vorm van diftar. Servicedifferentiatie Zowel gemeenten met als gemeenten zonder diftar zetten momenteel in op servicedifferentiatie om inzamelprestaties (verder) te verbeteren. Servicedifferentiatie is een combinatie van restafvalserviceverlaging (minder vaak inzamelen 'aan-huis' of geheel vervangen door wijkverzamelcontainers) en grondstofservice-verhoging (extra containers of vaker inzamelen). Voor diftar-gemeenten verbetert dit zowel de prestatie als het efficiency-verlies door het veranderend restafval-aanbod. Gemeenten zonder diftar ervaren met serviceverlaging (lees: omgekeerd inzamelen of een inzamelfrequentie van <26x per jaar) vaak een verbetering van prestatie. In hun klassen presteren ze minder goed dan diftar-gemeenten, maar beter dan vergelijkbare gemeenten zonder strategie.
In de onderstaande figuur zijn de combinaties van inzamelstrategieën weergegeven op de gemiddelde hoeveelheid restafval (inclusief grof restafval en gecorrigeerd voor nascheiding) en totale beheerkosten. Diftar met servicedifferentiatie komt hier het beste uit de bus. Diftar (zonder servicedifferentiatie) is effectiever dan servicedifferentiatie (zonder diftar). Kanttekening daarbij is dat servicedifferentiatie veelal alleen bij de laagbouw effectief is en de hier gepresenteerde effecten 'gemeentebreed' zijn weergegeven. Kosten-effectiviteit inzamelstrategieën
Pagina 6 van 42
Inzamelmiddelen Effecten van een verhoogde service voor grondstoffen zijn ook terug te vinden door in te zoomen op de toegepaste inzamelmiddelen. Een minicontainer voor papier ipv losse bundels levert bij diftar-gemeenten +39% meer op en +15% bij gemeenten zonder diftar. Een mini-container voor PMD ipv zakken respectievelijk +68% en +124%. (Let wel: deze stijging is ook het gevolg van andere aanpassingen in bijvoorbeeld systeem of inzamelfrequentie.) Nascheiding PMD / Servicebehoud Gemeenten met veel hoogbouw of gemeenten die inzetten op servicebehoud kiezen voor nascheiding van PMD uit het ongescheiden ingezameld restafval. Dit gebeurt ook steeds vaker in aanvulling op bronscheiding van PMD. Deze gemeenten presteren wat milieurendement betreft beter dan gemiddeld dan gemeenten die geen strategie hebben ingevoerd. In 2019 waren er 27 gemeenten die in aanvulling op bronscheiding het PMD lieten nascheiden.
Afvalscheiding en grondstoffen Het gericht verminderen van de hoeveelheid restafval gaat hand in hand met het faciliteren van de inzameling van kwalitatief hoogwaardige grondstoffen. In 2019 werd gemiddeld 66% van het huishoudelijk afval gescheiden ten behoeve van (materiaal)hergebruik. In 2018 was dat nog 64% (op basis van dezelfde deelnemersgroep). De onderstaande figuur laat de gemiddelde hoeveelheden per afval- en grondstofstroom zien, in combinatie met de totale kosten van inzameling en verwerking per ton (exclusief vergoedingen Afvalfonds). Omdat er in de benchmark geen onderscheid wordt gemaakt in de kosten van het grof huishoudelijk afval zijn de kosten per ton in de figuur gelijk gehouden voor de stromen grof gescheiden restafval en grof gescheiden grondstoffen. Geconstateerd kan worden dat de totale inzamel- en verwerkingskosten per ton voor bijna alle grondstoffen lager liggen dan die voor restafval. Ofwel, afval scheiden is lonend. Kosten-effectiviteit grondstoffeninzameling Hoeveelheid afval/ grondstof (kg/inw)
160 140 120 100 80 60 40 20 0 -200
0
200
400
600
Inzamel- en verwerkingskosten excl. vergoedingen afvalfonds (€ per ton) Fijn restafval Groente-, fruit- en tuinafval Oud papier en karton Plastic verpakkingen, blik en drankenkartons Glas Textiel Grof gescheiden (tuinafval, hout, oud ijzer, etc) Grof ongescheiden
Van de gescheiden fijn huishoudelijke afvalstromen is met name PMD relatief sterk gestegen ten opzichte van 2018 (26,4 vs. 22,8 kg per inwoner). Het gemiddeld aantal kilogram papier daalt al enkele jaren. Ook in 2019 was dat het geval. Analyse van het nog ongescheiden fijn restafval laat zien dat er o.a. nog 33% groente-, fruit- en tuinafval (gft), 9% papier en 11% plastic verpakkingen, metalen en drankenkartons (pmd) in zit. Dat komt neer op respectievelijk 50, 14 en 16 kilogram per inwoner.
Pagina 7 van 42
Best practices Goede prestaties op de hoeveelheid restafval gaan vaak hand in hand met goede prestaties op afvalscheiding. De belangrijkste factoren die de hoeveelheid restafval beïnvloeden zijn daarom ook van toepassing op de mate van afvalscheiding. Zie hoofdstuk 3 voor de details. Circulaire indicatoren Vanaf dit jaar is een aantal circulaire indicatoren opgenomen in de benchmark. Deze indicatoren geven aan hoeveel procent van de vrijkomende grondstoffen bij huishoudens ook daadwerkelijk wordt hergebruikt, rekeninghoudend met zuiverheid van het brongescheiden materiaal en de grondstoffen die met nascheiding worden teruggewonnen. Van de totale hoeveelheid gft die bij huishoudens vrijkomt wordt gemiddeld 30% verwerkt tot compost en biobrandstoffen. Van de totale hoeveelheid oud papier, pmd, glas en textiel wordt respectievelijk 73%, 52%, 73% en 34% hergebruikt of gerecycled. Zie hoofdstuk 4 voor de details.
Pagina 8 van 42
2. Prestaties 2.1 Kernprestaties De Benchmark Huishoudelijk Afval maakt de milieu- en kosteneffectiviteit van gemeentelijke inzamelsystemen inzichtelijk. Kern-prestatie-indicatoren hierbij zijn: Gemiddeld 2019
Restafval
165
kg/ inw
Afvalscheiding
66
%
Afvalbeheerkosten
175
€/ hh
de hoeveelheid ongescheiden huishoudelijk restafval in kilogram per inwoner > geeft een indicatie van de mate waarin gemeentelijke inzamelsystemen erin slagen zo min mogelijk grondstoffen ongescheiden in te zamelen
het aandeel gescheiden grondstoffen tov de totale hoeveelheid afval > ook deze indicator geeft een inzicht in de mate waarin gemeentelijke inzamelsystemen grondstoffen apart weten in te zamelen
de gemeentelijke afvalbeheerkosten in euro per huishouden > geeft inzicht in de kosten van het gemeentelijk afvalbeheer per huishouden en in de verhouding tussen milieu-rendement en kosten-effectiviteit.
In deze paragraaf worden deze kern-prestaties verder uitgewerkt. Prestaties van de individuele afvalstromen en best practices zijn elders in deze analyse terug te vinden.
Pagina 9 van 42
Restafval Hoeveelheid Hoe lager de hoeveelheid ongescheiden afval, ook wel restafval genoemd, des te succesvoller het gemeentelijk grondstoffenbeleid vanuit milieu-optiek bezien. Immers, ongescheiden grondstoffen worden doorgaans verbrand en niet hergebruikt. Het benchmarkgemiddelde in 2019 was 165 kg per inwoner, inclusief grof restafval. Het verschil tussen de hoogbouwklasse A met veel hoogbouw en de gemeenten met weinig hoogbouw is groot. Toch is er ook in hoogbouwklasse A minder afval ongescheiden ingezameld ten opzichte van 2018 (-11%). De hoeveelheid restafval laat over de afgelopen 5 jaar een dalende trend zien. Ten opzichte van 2018 is de hoeveelheid restafval afgenomen met 7% (obv huidige deelnemersgroep).
65
Klasse D
176 84 127
190
186
180
178
170 165
160
40
2018
Klasse C
202
200
2019
173
215
2017
Klasse B
210
2015
kg/inw
Best practice: 180
kg per inwoner
165
220
Gemiddeld: 235
2016
Klasse A
Bestpractices Goed presterende gemeenten zijn vooral gemeenten met diftar. Daarnaast presteren ook gemeenten die inzetten op servicedifferentiatie, dwz serviceverlaging bij de restafvalinzameling ('omgekeerd inzamelen' en 'frequentieverlaging') en/of serviceverhoging bij de grondstofinzameling (bijvoorbeeld middels extra containers) beter dan gemeenten die dat niet doen. Datzelfde geldt ook voor gemeenten die juist inzetten op servicebehoud door het nascheiden van PMD. Een hoge bronscheiding bij afvalbrengstations, maar niet in de laatste plaats ook een hoge nascheiding van het grof restafval zorgt er vaak ook voor dat gemeenten beter presteren dan gemiddeld. 36 gemeenten kwamen onder de landelijke 2020-doelstelling uit van 100 kilogram per inwoner (10 gemeenten meer ten opzichte van 2018). De best presterende groep gemeenten in 2019 was Land van Cuijk en Boekel met 40 kg restafval per inwoner. >zie het onderdeel Best practices voor meer concrete cijfers per inzamelsysteem en best-practices
Samenstelling ongescheiden restafval Met behulp van sorteeranalyses onderzoeken gemeenten de samenstelling van het ongescheiden fijn restafval. Zo kan het scheidingspotentieel worden vastgesteld: wat zit er nog aan herbruikbare grondstoffen in het restafval die ook gescheiden ingezameld hadden kunnen worden. De samenstelling van het nog ongescheiden fijn restafval laat zien dat er o.a. nog 33% groente-, fruit- en tuinafval (gft), 9% papier en 11% plastic verpakkingen, metalen en drankenkartons (pmd) in zit. Dat komt neer op respectievelijk 50, 14 en 16 kilogram per inwoner.
33%
38%
5%
gft opk pmd glas textiel overig
9% 4%
11%
Pagina 10 van 42
Afvalscheiding Een belangrijk doel van het afvalbeheer is het apart inzamelen van grondstoffen door bron- of nascheiding ten behoeve van hergebruik. De totale hoeveelheid huishoudelijk afval (gescheiden + ongescheiden ingezameld) bedroeg in 2019 489 kilogram per inwoner. Hiervan werd gemiddeld 66% gescheiden. In 2019 waren er 41 gemeenten met gelijk of meer dan de landelijke '2020-doelstelling' van 75% afvalscheiding. Het benchmarkgemiddelde scheidingspercentage laat een opgaande trend zien over de afgelopen 5 jaar. Ten opzichte van 2018 is de het scheidingspercentage met 2%punt toegenomen (obv huidige deelnemersgroep).
66% 82%
Klasse D
64 62 60 58
Gemiddeld: 75%
64 62 60 57
56
Best practice: 93%
2019
Klasse C
85%
2018
64%
2017
Klasse B
66
2015
%
66
58% Scheidings%
66
68
42%
2016
Klasse A
Grondstoffen In totaal werd er in 2019 325 kilogram per inwoner aan gescheiden grondstoffen ingezameld. Een groot deel hiervan betrof gft, oud papier en karton en grof afval (hout, grof tuinafval, metalen). Het meeste potentieel in gewicht ligt eveneens bij deze stromen. Maar ook bij de grondstofstromen als pmd, glas en textiel valt nog veel winst te behalen. In de onderstaande figuur is de verdeling naar grondstofsoort weergegeven in kilogram per inwoner, gescheiden en ongescheiden.
47
20 107
10 8 6 16 14 51 50 26
114
5 19
22
gft opk pmd glas textiel minerale stoffen GHA gescheiden gft ongescheiden opk ongescheiden pmd ongescheiden glas ongescheiden textiel ongescheiden luiers ongescheiden overig ongescheiden GHA ongescheiden
Pagina 11 van 42
Afvalbeheerkosten Een belangrijke indicator voor de aan de benchmark participerende (regie)gemeenten zijn de totale beheerkosten. Deze kosten bestaan uit a) de directe kosten van inzameling, op-, overslag en verwerking, b) indirecte kosten (overhead) die ten laste komen van de afvalstoffenheffing en c) (min-kosten) vergoedingen en verwerkingsopbrengsten. Kosten die geen deel uitmaken van de totale beheerkosten zijn: kwijtscheldingskosten, btw-compensatie, kosten voor zwerfafval en bedrijfsafval. Om deze reden kunnen de totale beheerkosten lager uitvallen dan de gemeentelijke afvalstoffenheffing. De gemiddelde beheerkosten in 2019 bedroegen voor gemeenten € 175,- per huishouden. Het lijkt erop dat de stabiele trend van de afgelopen 5 jaar ten einde is gekomen. Ten opzichte van 2018 zijn de beheerkosten met 9% toegenomen.
168
117
194
Klasse D
157 104
161
175
100 50 0
2019
Klasse C
162
2018
116
162
2017
Klasse B
172 150
2016
€/huish
BP: 104
2015
175
200
Gemiddeld: 189 € per aansluiting
Klasse A
Kostenverdeling 84% van de totale beheerkosten zijn directe inzamel- en verwerkingskosten. 16% van de beheerkosten zijn overige kosten (beleid, handhaving, voorlichting, perceptie, etc.). Het grootste aandeel in de directe kosten hebben de inzameling en verwerking van fijn restafval, gft, pmd en grof afval. 16% 30%
17%
0% 1% 1% 0% 1%
fijn restafval gft opk pmd glas textiel kca luiers frituurvet grof afval Overige kosten
15% 15%
2%
Pagina 12 van 42
2.2 Prestaties per stroom Fijn restafval Hoeveelheden Fijn restafval is het ongescheiden afval dat aan huis of in de wijk wordt ingezameld. De hier weergegeven cijfers zijn dus exclusief grof restafval. In 2019 resteerde na bron- en nascheiding van grondstoffen uit het afval gemiddeld 145 kg per inwoner aan ongescheiden fijn restafval. In hoogbouwklasse A (50 tot 100% hoogbouw) was de hoeveelheid in kilogram per inwoner bijna 2 keer zo hoog als in hoogbouwklasse D (0 tot 19% hoogbouw). De afgelopen 5 jaar is de hoeveelheid fijn restafval afgenomen van 194 naar 145 kg per inwoner. Dat is een afname van 25%. Het afgelopen jaar (2019 tov 2018) is de hoeveelheid fijn restafval afgenomen met 7% (obv de huidige deelnemersgroep).
52
Klasse C
154 61 111
170 165
160
156
150 145
140
2015
Klasse D 30
181
180
2019
153
194
2018
Klasse B
190
2017
kg/inw
BP: 146
2016
145
200
Gemiddeld: 212 kg per inwoner
Klasse A
Kosten Onderstaande kosten omvatten de personele, materiële en/of uitbestede kosten die zijn toegerekend aan de inzameling, op- en overslag en verwerking. Voor restafval bedroegen de kosten in 2019 gemiddeld € 61,- per huishouden. Dat is ongeveer 38% van de totale directe kosten van het afvalbeheer. Bij hoogbouwklasse A zijn de kosten per huishouden 2 keer hoger dan in hoogbouwklasse D. Dit komt doordat in klasse A substantieel meer restafval wordt ingezameld en verwerkt per huishouden dan in klasse D. Per ton restafval bedroegen de totale inzamel- en verwerkingskosten in 2019 gemiddeld € 182,-. De verschillen tussen de hoogbouwklassen zijn minder groot dan bij de kosten per huishouden. Per huishouden
Inzamelkosten
27
Verwerkingskosten
181
182
101
89
103
98
85
84
78
84
100 50 0
97
Inzamelkosten
BENCHMARK
18
173
KLASSE D
28 45
106
186
KLASSE C
34
150
203
KLASSE B
27
30
46
200
KLASSE A
33
BENCHMARK
0
34
61
KLASSE D
20
63
€ per ton
40
61
KLASSE C
60
49
KLASSE B
80
Per ton
250
95
KLASSE A
€ per aansluiting
100
Verwerkingskosten
Pagina 13 van 42
Groente-, fruit- en tuinafval Hoeveelheden De gemiddelde hoeveelheid groente-, fruit- en tuinafval die in 2019 gescheiden werd ingezameld bedroeg 107 kg per inwoner. In hoogbouwklasse D werd bijna 5 keer meer meer gft ingezameld dan in hoogbouwklasse A. Analyse van het restafval laat zien dat 50 kg per inwoner niet wordt gescheiden. De afgelopen 5 jaar is de hoeveelheid gft met 14% toegenomen van 94 naar 107 kg per inwoner. Na een kleine consolidatie in 2018 is de hoeveelheid gft het afgelopen jaar weer gestegen met 5% (obv de huidige deelnemersgroep).
Klasse 33 A 64
188
Klasse D
Gem:137 Best practice:230
98 95
94
2015
90
2019
116
102
2018
Klasse C
102 100
2017
135
105
2016
kg/inw
107
87
kg per inwoner
107
Klasse B
110
Kosten Onderstaande kosten omvatten de personele, materiële en/of uitbestede kosten die zijn toegerekend aan de inzameling, op- en overslag en verwerking. Voor gft bedroegen de kosten in 2019 gemiddeld € 31,- per huishouden. Dat is ongeveer 20% van de totale directe kosten van het afvalbeheer. Bij hoogbouwklasse D zijn de kosten per huishouden 3 keer hoger dan in hoogbouwklasse A. Dit komt doordat in klasse D substantieel meer gft wordt ingezameld en verwerkt per huishouden dan in klasse A. Per ton bedroegen de totale inzamel- en verwerkingskosten in 2019 gemiddeld € 142,-. De kosten per ton bij hoogbouwklasse A zijn beduidend hoger dan bij de overige klassen. Per ton
Inzamelkosten
20
Verwerkingskosten
150 100
192
50 0
140
136
49
48
90
88
Inzamelkosten
142 116
49
49 67
93
BENCHMARK
17
22
BENCHMARK
12
22
KLASSE D
4
55
KLASSE D
12
200
KLASSE C
31
247
KLASSE B
16
9
KLASSE C
0
12
16
KLASSE B
10
26
€ per ton
34
30 20
250
38
KLASSE A
€ per aansluiting
40
KLASSE A
Per huishouden
Verwerkingskosten
Pagina 14 van 42
Oud papier en karton Hoeveelheden De gemiddelde hoeveelheid oud papier en karton (opk) die in 2019 gescheiden werd ingezameld bedroeg 51 kg per inwoner. In hoogbouwklasse D werd meer dan 2 keer zo veel opk ingezameld dan in hoogbouwklasse A. Analyse van het restafval laat zien dat 14 kg per inwoner niet wordt gescheiden. De afgelopen 5 jaar is de hoeveelheid opk met 11% afgenomen 57 naar 51 kg per inwoner. Dit is in overeenstemming met de trend dat er steeds minder huis-aan-huis bladen worden bezorgd en ja-ja stickers worden toegepast.
Klasse C
50
65
87 Gem: 58 BP: 74
56 55
54 53 52 51
50
2015
Klasse D
57 56
2019
49
2018
Klasse B
2017
kg/inw
58
43
2016
51
31
kg per inwoner
Klasse A
Kosten Onderstaande kosten omvatten de personele, materiële en/of uitbestede kosten die zijn toegerekend aan de inzameling, op- en overslag en verwerking. Opbrengsten van het papier (exclusief vergoedingen Afvalfonds) zijn in mindering gebracht op de verwerkingskosten. De totale kosten voor oud papier en karton bedroegen in 2019 gemiddeld € 3,16 per huishouden. Dat is een fractie van de totale directe kosten van het afvalbeheer. De gemiddelden per hoogbouwklasse laten een diffuus beeld zien. De kosten per ton voor de inzameling en verwerking van opk bedroegen in 2019 gemiddeld € 33,-. Bij de verwerking levert opk gemiddeld € 71,- per ton op.
Inzamelkosten
-10
-8
Verwerkingskosten
36 156
9
33
110
98
84
105
-77
-74
-66
-69
-71
0 -100
31
Inzamelkosten
BENCHMARK
-7
100
KLASSE D
-8
11
KLASSE C
-10
-5
12
85
KLASSE B
-5
11
3
200 € per ton
0
12
1
BENCHMARK
9
3
KLASSE D
5
4
KLASSE C
5
Per ton
KLASSE B
10
KLASSE A
€ per aansluiting
15
KLASSE A
Per huishouden
Verwerkingskosten
Pagina 15 van 42
PMD Hoeveelheden De gemiddelde hoeveelheid pmd die in 2019 gescheiden werd ingezameld bedroeg 26 kg per inwoner. In hoogbouwklasse D werd bijna 2,5 keer meer pmd per inwoner ingezameld dan in hoogbouwklasse A. Analyse van het restafval laat zien dat 16 kg per inwoner niet wordt gescheiden. De afgelopen 5 jaar is de hoeveelheid pmd meer dan verdubbeld van 12 naar 26 kg per inwoner. Het afgelopen jaar (2019 tov 2018) was de toename 13% (obv de huidige deelnemersgroep).
14
kg/inw
25 44
Klasse D
Gem: 32 BP: 50
16
15 12
2015
10
2019
Klasse C
23 21
20
2018
55
26
25
2017
25
kg per inwoner
Klasse B
26
30
24
2016
Klasse A
Kosten Onderstaande kosten omvatten de personele, materiële en/of uitbestede kosten die zijn toegerekend aan de inzameling, op- en overslag en verwerking. De opbrengsten van vermarkting zijn daarin verrekend, de vergoedingen van het Afvalfonds niet. De inzamel- en verwerkingskosten voor pmd bedroegen in 2019 gemiddeld € 29,- per huishouden. Dat is ongeveer 18% van de totale directe kosten van het afvalbeheer. Bij hoogbouwklasse D zijn de kosten per huishouden meer dan 3 keer zo hoog dan dan in hoogbouwklasse A. Dit komt doordat in klasse D substantieel meer pmd wordt ingezameld en verwerkt per huishouden. Per ton pmd bedroegen de totale inzamel- en verwerkingskosten in 2019 gemiddeld € 538,-. De verschillen tussen de hoogbouwklassen zijn minder groot dan bij de kosten per huishouden. Per huishouden
Per ton
800
Inzamelkosten
17
400 200
301
371
14
Verwerkingskosten
0
563 310
260
286
Inzamelkosten
490 319
538 301
227
270
BENCHMARK
14
543
236
KLASSE D
13
BENCHMARK
6
KLASSE D
5
KLASSE C
0
17
11
KLASSE B
10
16
575
KLASSE C
15
600
KLASSE B
20
24
29
KLASSE A
30
27
29
€ per ton
36
40
KLASSE A
€ per aansluiting
50
Verwerkingskosten
Pagina 16 van 42
Glasverpakkingen Hoeveelheden De gemiddelde hoeveelheid glas die in 2019 gescheiden werd ingezameld bedroeg 22 kg per inwoner. In hoogbouwklasse D werd 29% meer meer glas per inwoner ingezameld dan in hoogbouwklasse A. Analyse van het restafval laat zien dat 6 kg per inwoner niet wordt gescheiden. De afgelopen 5 jaar is de hoeveelheid glas vrijwel constant gebleven (obv de huidige deelnemersgroep).
22
Klasse D
Gem: 22
36
BP: 29
21
21
22
22
15 10 5 0
2019
Klasse C
34
21
20
2018
22
2017
Klasse B
2015
kg/inw
25
24 kg per inwoner
22
17
2016
Klasse A
Kosten Onderstaande kosten omvatten de personele, materiële en/of uitbestede kosten die zijn toegerekend aan de inzameling, op- en overslag en verwerking. De verwerkingsopbrengsten zijn daarin verrekend, eventuele opbrengsten van het Afvalfonds niet. Voor glas bedroegen de kosten in 2019 gemiddeld € 2,1 per huishouden. Dat is 1,6% van de totale directe kosten van het afvalbeheer. Hoe meer hoogbouw, hoe hoger de kosten per huishouden. De inzamel- en verwerkingskosten per ton bedroegen gemiddeld € 44,-. Per huishouden
Per ton
100 2.3 1.9
2
2.1 1.7
1
89
80 60
47
40
38
44 30
Inzamel- en verwerkingskosten
BENCHMARK
KLASSE D
KLASSE C
KLASSE B
0
KLASSE A
BENCHMARK
KLASSE D
KLASSE C
20 KLASSE B
0
€ per ton
2.8
KLASSE A
€ per aansluiting
3
Inzamel- en verwerkingskosten
Pagina 17 van 42
Textiel Hoeveelheden De gemiddelde hoeveelheid textiel die in 2019 gescheiden werd ingezameld bedroeg 5,1 kg per inwoner. In hoogbouwklasse D werd 62% meer meer textiel per inwoner ingezameld dan in hoogbouwklasse A. Analyse van het restafval laat zien dat 7,8 kg per inwoner niet wordt gescheiden. De afgelopen 5 jaar is de hoeveelheid textiel met 11% toegenomen van 4,6 naar 5,1 kg per inwoner. Het afgelopen jaar (2019tov 2018) is de hoeveelheid textiel constant gebleven (obv de huidige deelnemersgroep).
4,7
Klasse D
Gem: 5,9
9,5
4.9 4.8
4.6 4.5
BP: 12,4
4.7
4.7 4.6
2019
Klasse C
11
2018
5,1
5.1
5
2017
Klasse B
5.1
5.0
2016
kg/inw
5.1
4,2
2015
5,1
5.2
3,2 kg per inwoner
Klasse A
Kosten Onderstaande kosten omvatten de personele, materiële en/of uitbestede kosten die zijn toegerekend aan de inzameling, op- en overslag en verwerking (inclusief verwerkingsopbrengsten). De totale kosten voor textiel bedroegen in 2019 gemiddeld € -1,- per huishouden. Textiel levert dus netto geld op, dat met name komt door de verwerkingsopbrengsten. Ten opzichte van 2018 zijn de opbrengsten wel fors afgenomen door de minder goede marktomstandigheden. In klasse D zijn de opbrengsten per huishouden hoger dan in klasse A omdat in klasse D meer kilo's gescheiden worden ingezameld. Per ton bedroegen de totale kosten in 2019 gemiddeld € -97,-. Per huishouden
Per ton
Inzamel- en verwerkingskosten
-97
-105 -134
BENCHMARK
-150
-105
KLASSE D
KLASSE D
KLASSE C
KLASSE B
-2.0
-100
-1.6
KLASSE C
-1 -1.3
-1.5
-38
KLASSE B
-1.0
-50
KLASSE A
-0.3
€ per ton
-0.5
BENCHMARK
-0.5
0
KLASSE A
€ per aansluiting
0.0
Inzamel- en verwerkingskosten
Pagina 18 van 42
Overig fijn huishoudelijk afval KCA
Luiers Klasse0,9 A
1,4 kg/inw
Klasse B
1,5
Klasse C
1,5
Klasse D
G: 1,5
1,9
Klasse A
2,1
Klasse 1,4 B
2,2
2,6 kg/inw
BP:2,3
4,7
Klasse C
2,2
Klasse D
Gem: 4,3
3,9
BP: 7,6
In 2019 werd gemiddeld 1,4 kg per inwoner aan klein chemisch afval ingezameld. In hoogbouwklasse A (50 tot 100% hoogbouw) werd 0,9 kg ingezameld, terwijl in hoogbouwklasse D 1,5 kg werd ingezameld. Analyse van het ongescheiden restafval laat zien dat er gemiddeld nog 0,6 kg per inwoner niet wordt gescheiden. De best presterende gemeente zamelde 2,3 kg per inwoner in.
In 2019 zamelde 22 gemeenten luiers en incontinentiemateriaal apart in. Gemiddeld werd 2,6 kg per inwoner apart ingezameld. Analyse van het restafval laat zien dat er gemiddeld nog 10,5 kg per inwoner in het restafval zit. De best presterende gemeente zamelde 7,6 kg per inwoner in.
Frituurvet
Nagescheiden stoffen
0,15 kg/inw
Klasse0,06 A 0,15
Klasse 10 A 10
Klasse0,15 B 0,6
Klasse B
Klasse0,15 C 0,39 Klasse0,17 D 0,35
In 2019 werd gemiddeld 0,15 kg per inwoner aan frituurvet ingezameld, veelal ingezameld via de milieustraat. In hoogbouwklasse A (50 tot 100% hoogbouw) werd gemiddeld 0,06 kg ingezameld, terwijl in hoogbouwklasse D 0,17 kg werd ingezameld. De best presterende gemeente zamelde 0,63 kg per inwoner in.
19 kg/inw
Klasse C
8
Klasse D
17 Gem: 49 BP: 49
Nagescheiden stoffen zijn minerale stoffen, biogranulaat en biobrandstoffen. Het zijn veelal de bijproducten die ontstaan bij de nascheiding van pmd uit restafval. Slechts 8 gemeenten die deelnemen aan de benchmark hebben een hoeveelheid nagescheiden stoffen opgegeven. Gemiddeld haalden deze gemeenten 19 kg per inwoner aan bruikbare stoffen uit het restafval.
>bij een aantal grafieken is geen gemiddelde en/of best-practice weergegeven bij sommige hoogbouwklassen. In dat geval is er geen gemeente in de betreffende hoogbouwklasse die de afvalstroom gescheiden inzamelt.
Pagina 19 van 42
Grof huishoudelijk afval Hoeveelheden In 2019 werd er gemiddeld 134 kilogram per inwoner grof huishoudelijk afval ingezameld. Het overgrote deel daarvan, 114 kg, werd door middel van bron- en nascheiding gerecycled. Het restant (grof restafval + verbouwingsrestafval) bedroeg in 2019 20 kilogram per inwoner (inclusief verbouwingsrestafval). De afgelopen 5 jaar is de hoeveelheid grof restafval afgenomen van 28 naar 20 kg per inwoner. Dat is een afname van 29%. Het afgelopen jaar (2019 tov 2018) is de hoeveelheid grof restafval afgenomen met 13% (obv de huidige deelnemersgroep). Grof restafval
22 4 17
26 24
23
22 20
20
18
2015
Klasse D 0
28
2019
kg/inw
9
28
28
2018
Klasse C
20
28
2017
BP: 12
Klasse B
20
30
Gem: 23 kg per inwoner
Klasse A
2016
Grof restafval
Afvalscheiding Het scheidingspercentage voor grof huishoudelijk afval bedroeg in 2019 gemiddeld 84%. In hoogbouwklasse A wordt het grof huishoudelijk afval minder goed gescheiden dan in de overige hoogbouwklassen. In 2019 werd in totaal gemiddeld 114 kilogram per inwoner gescheiden ingezameld. Het overgrote deel daarvan is grof tuinafval, hout en puin. In hoogbouwklasse A wordt er bijna de helft minder aan gescheiden grof afval ingezameld. Het verschil wordt met name veroorzaakt door grof tuinafval dat minder vrijkomt bij de hoogbouw door het ontbreken van tuinen.
60 40
BENCHMARK
KLASSE D
KLASSE C
0
KLASSE B
20
150
130 113
100
14
69
50
18 15
0
25 27
113
114 28
24 27
21
30
24 29 27 42
29
BENCHMARK
84
KLASSE D
86
KLASSE C
83
KLASSE B
84 74
KLASSE A
80
KLASSE A
Scheidings%
100
Hoeveelheid gescheiden GHA kg per inwoner
Afvalscheidings% GHA
Grof tuinafval AEEA Huisraad Oud Ijzer Hout AB Hout C Puin Overig gescheiden
Pagina 20 van 42
Kosten Onderstaande kosten omvatten de personele, materiële en/of uitbestede kosten die zijn toegerekend aan de inzameling, op- en overslag en verwerking. Aan de inzameling en verwerking van grof huishoudelijk afval werd in 2019 gemiddeld € 34,- per huishouden uitgegeven (€ 135,- per ton). De inzamelkosten zijn inclusief de kosten van de milieustraat en het verwijderen van bijplaatsingen naast verzamelcontainers. De inzamelkosten bedroegen gemiddeld € 20,- per huishouden (€ 85,- per ton).
Inzamelkosten
100 50 0
131
137
49
53
84
84
126
Verwerkingskosten
Inzamelkosten
114 46 69
135 52
85
BENCHMARK
76
KLASSE D
16
20
150
190
KLASSE C
23
KLASSE C
0
KLASSE B
10
22
200
KLASSE B
15
20 20
15
€ per ton
15
250
34
BENCHMARK
12
14
Totale kosten (€ per ton)
30
KLASSE D
30
36 30
KLASSE A
€ per aansluiting
40
38
KLASSE A
Totale kosten (€ per huishouden)
Verwerkingskosten
De kosten van de milieustraat (personeel, inzamelmiddelen, kapitaallasten) bedroegen in 2019 gemiddeld € 18,- per huishouden. De kosten die worden gemaakt voor het verwijderen van (grof)afval dat naast verzamelcontainers wordt geplaatst bedroeg in 2019 gemiddeld € 2,7 per huishouden. Verwijderen bijplaatsingen (€ per huishouden)
12
10
BENCHMARK
KLASSE D
KLASSE C
0
KLASSE B
5
3 2
2.7
2.6 2.2
1.9
1 0
BENCHMARK
18
KLASSE D
16
3.6
KLASSE C
15
18
KLASSE A
20
€ per aansluiting
4 21
KLASSE A
€ per aansluiting
25
KLASSE B
Kosten milieustraat (€ per huishouden)
Pagina 21 van 42
wit
Pagina 22 van 42
3. Best practices 3.1 Inzamelstrategieën Er zijn verschillende inzamelstrategieën voorhanden om afvalscheiding te bevorderen en de hoeveelheid restafval te minimaliseren. In deze paragraaf wordt inzichtelijk gemaakt welke invloed deze strategieën hebben op de hoeveelheid restafval, afvalscheiding en de totale beheerkosten. Onderstaand een overzicht van de belangrijkste strategieën. Inzamelstrategie
Omschrijving
Diftar
Betalen per keer of hoeveelheid restafval die wordt aangeboden. Onder diftar valt in deze benchmark niet de 'volume-diftar' (hoe groter de minicontainer voor restafval, hoe meer men betaalt)
Servicedifferentiatie
Bij de laagbouw wordt restafval met verzamelcontainers ingezameld en grondstoffen aan huis opgehaald (omgekeerd inzamelen) of restafval wordt 1x per 3 of 4 weken aan huis opgehaald (frequentieverlaging). In de praktijk komt het voor dat diftar in combinatie met servicedifferentiatie (omgekeerd inzamelen en/of frequentieverlaging) wordt toegepast.
Combinatie
Diftar vs 'geen-diftar' Alvorens in te zoomen op de (combinaties van) inzamelstrategieën per hoogbouwklasse, eerst aandacht voor het onderscheid tussen de volledige groep diftar-gemeenten (67 gemeenten) en de volledige groep niet-diftar gemeenten (93 gemeenten) in de benchmark. Met gemiddeld 106 kilogram restafval en €155,per huishouden aan beheerkosten presteert diftar respectievelijk 46% en 19% beter dan de 194 kg restafval en €191,- per huishouden van de gemeenten zonder diftar. Onderstaand worden de verschillen tussen beide groepen weergegeven, zowel benchmarkbreed (BM) als per klasse. Restafval
Beheerkosten
250
100
98
106
50
Geen diftar
Diftar
BENCHMARK
KLASSE C
KLASSE D
0
KLASSE B
0
203
183 152
150
172
173
191 151
155
100 50 0
0
Geen diftar
BENCHMARK
131 106
189
KLASSE D
150
200
KLASSE C
163
KLASSE B
194
190
KLASSE A
204
200
€ per aansluiting
235
KLASSE A
kg per inwoner
250
Diftar
Pagina 23 van 42
Alle inzamelstrategieën: per hoogbouwklasse Hieronder zijn de effecten van de combinaties van inzamelstrategieën weergegeven. Omdat naast de inzamelstrategie ook de mate van hoogbouw bepalend is voor de hoeveelheid restafval en de beheerkosten, zijn de effecten van de inzamelstrategieën weergegeven per hoogbouwklasse. Hoogbouwklasse A In hoogbouwklasse A wordt geen vorm van diftar toegepast. Servicedifferentiatie komt wel voor, vooral in de vorm van omgekeerd inzamelen (restafval met verzamelcontainers, grondstoffen ophalen aan huis). Servicedifferentiatie laat op hoeveelheid restafval betere resultaten zien dan geen-servicedifferentiatie, maar de kosten zijn wel hoger. Kanttekening is wel dat in klasse A een grote diversiteit bestaat in hoogbouwpercentage dat een aanzienlijke invloed heeft op de scheidingsresultaten en de hoeveelheid restafval. De goede scores van servicedifferentiatie (lees: omgekeerd inzamelen) worden vooral gegenereerd door gemeenten met relatief weinig hoogbouw.
Restafval (kg/inw)
300 280 260 240 220 200 140
150
160
170
180
190
200
Afvalbeheerkosten (€/huis) Diftar met Servicedifferentiatie Diftar Servicedifferentiatie Geen strategie
Hoogbouwklasse B In hoogbouwklasse B worden alle combinaties van inzamelstrategieën toegepast, behalve 'geen strategie'. Diftar met servicedifferentiatie presteert het beste op hoeveelheid restafval en kosten, gevolgd door diftar zonder servicedifferentiatie. Servicedifferentiatie zonder diftar is het minst effectief in het reduceren van restafval en heeft in deze klasse de hoogste kosten.
Restafval (kg/inw)
250
200
150
100
50 140
150
160
170
180
190
200
Afvalbeheerkosten (€/huis) Diftar met Servicedifferentiatie Diftar Servicedifferentiatie Geen strategie
Pagina 24 van 42
Hoogbouwklasse C Hoogbouwklasse C laat een vertekend beeld zien. De strategie 'diftar met servicedifferentiatie' laat relatief hoge beheerkosten zien ten opzichte van de strategie 'diftar zonder servicedifferentiatie'. Het gemiddelde wordt gevormd door slechts 3 gemeenten in klasse C die deze strategie toepassen. Eén van deze gemeenten maakt relatief hoge kosten voor servicedifferentiatie.
Restafval (kg/inw)
250
200
150
100
50 140
150
160
170
180
190
200
Afvalbeheerkosten (€/huis) Diftar met Servicedifferentiatie Diftar Servicedifferentiatie Geen strategie
Hoogbouwklasse D In hoogbouwklasse D presteren alle diftarstrategieën beter op hoeveelheid restafval en kosten dan de nietdiftarstrategieën. Diftar in combinatie met servicedifferentiatie (omgekeerd inzamelen en/of frequentieverlaging) scoort het beste op de hoeveelheid restafval in deze klasse. De kosten liggen een fractie hoger dan de diftar zonder servicedifferentiatie.
Restafval (kg/inw)
250
200
150
100
50 140
150
160
170
180
190
200
Afvalbeheerkosten (€/huis) Diftar met Servicedifferentiatie Diftar Servicedifferentiatie Geen strategie
Pagina 25 van 42
Benchmark breed In onderstaande figuur zijn de gemiddelden per strategie(combinatie) weergegeven van de gehele benchmark, dus alle hoogbouwklassen samen.
Restafval (kg/inw)
250
200
150
100
50 140
150
160
170
180
190
200
Afvalbeheerkosten (€/huis) Diftar met Servicedifferentiatie Diftar Servicedifferentiatie Geen strategie
Aantal benchmarkgemeenten per inzamelstrategie
Pagina 26 van 42
3.2 Inzamelmiddelen Type inzamelmiddelen Naast overkoepelende inzamelstrategieën zijn er ook verschillende opties mogelijk ten aanzien van toe te passen inzamelmiddelen. In de benchmark wordt onderscheid gemaakt tussen de inzamelwijze "aan-huis" (minicontainers, zakken, duocontainers, losse bundels) en de inzamelwijze "in-de-wijk" (boven- of ondergrondse wijkverzamelcontainers). Minicontainer vs verzamelcontainer In de onderstaande figuren worden per afvalstroom de prestaties van de minicontainer (aan-huis) vergeleken met die van de verzamelcontainer (in-de-wijk). Omdat diftar sterk prestatiebepalend is zijn er twee figuren opgemaakt: met diftar (linker figuur) en zonder diftar (rechter figuur). Voor praktisch alle afvalstromen kan worden geconstateerd dat de minicontainer meer kilo's per huishouden oplevert en lagere kosten met zich meebrengt dan de verzamelcontainer. Diftar
Geen diftar 500
Hoeveelheid (kg/huish.)
Hoeveelheid (kg/huish.)
400
300
200
100
0
400 300 200 100 0
0
100
200
Inzamelkosten (€/ton)
300
0
200
400
600
Inzamelkosten (€/ton)
gft minicontainer gft verzamelcontainer opk minicontainer opk verzamelcontainer pmd minicontainer pmd verzamelcontainer rest minicontainer rest verzamelcontainer
Pagina 27 van 42
Per afvalstroom Hieronder is per afvalstroom het effect weergegeven van de verschillende inzamelmiddelen. Weergegeven is hoeveel kilo per aangesloten huishouden er gemiddeld met een bepaald inzamelmiddel wordt ingezameld, onderscheiden naar hoogbouwklasse en toepassing van diftar. Groente- fruit en tuinafval
0
KLASSE A
KLASSE B
KLASSE D
103 89
339 288 142
124
142
KLASSE C
86
53
100
103 73
200
330 319
301 251
300 187
gft (kg/huish.)
400
360 339
In alle hoogbouwklasses is de respons van de minicontainer beduidend beter dan die van de overige inzamelmiddelen. Het verschil tussen minicontainer met diftar en de minicontainer zonder diftar is niet significant. Het gemiddelde van de minicontainer met diftar wordt mede bepaald door diftargemeenten die nog een tarief voor gft rekenen.
BENCHMARK
Minicontainer diftar Minicontainer geen diftar Duocontainer Verzamelcontainer - diftar Verzamelcontainer - geen diftar
Zak
Oud papier en karton Ook bij oud papier en karton laat de minicontainer, al dan niet met diftar, de hoogste respons zien. De losse-bundel-inzameling (aan huis) doet het ook goed maar is afhankelijk van de intensiteit waarmee deze wordt uitgevoerd (veelal door verenigingen).
0
KLASSE B
54
70
75
94
138 118 99 103
140 127 114 137
151 125 110 97 62 71 64 62
KLASSE A
45 48
50
43
70
100
122 115
150 98
opk (kg/huish.)
200
KLASSE C
KLASSE D
BENCHMARK
Minicontainers - diftar Minicontainers - geen diftar Losse bundels, krat - diftar Losse bundels, krat - geen diftar Verzamelcontainer - diftar Verzamelcontainer - geen diftar
Pagina 28 van 42
Plastic, metalen en drankenkartons Voor plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons gaat de minicontainer boven de zak, en de zak boven de verzamelcontainer. Diftar is voor deze volumineuze afvalstroom sterk prestatiebepalend, zeker als dat op basis van volume en frequentie wordt toegepast.
0
KLASSE A
94 74
78
KLASSE C
KLASSE D
Minicontainers - diftar Minicontainers - geen diftar Zak - niet diftar Verzamelcontainer - diftar Verzamelcontainer - niet diftar
33 42 22
42 37 42
56
64
KLASSE B
44 33 37 22
13
28
50
29
48
53
63
81 83
96
100
100 61
pmd (kg/huish.)
150
BENCHMARK
Zak - diftar
Pagina 29 van 42
3.3 Best practice-gemeenten per klasse In deze paragraaf worden per klasse de best practice-gemeenten beschreven. Welke gemeenten hebben de minste restafval en het hoogste scheidingspercentage? En wat voor een inzamelstrategie ligt daaraan ten grondslag? Klasse A (50 tot 100% hoogbouw)
Gemeente
Nascheiding Nascheiding Restafval Omgekeerd Frequentie zonder met Scheidings% Diftar (kg/inw) inzamelen verlaging bronscheiding bronnscheiding pmd pmd
Amstelveen
180
58
Schiedam
181
58
Utrecht
213
44
In klasse A is Amstelveen (50% hoogbouw) de gemeente met de minste restafval (180 kg/inw.). Amstelveen heeft zijn goede resultaten met name te danken aan de laagbouw waar oud papier en pmd voornamelijk met de minicontainer wordt ingezameld. Bijna even goed doet de gemeente Schiedam het met 181 kg restafval per inwoner. Zij danken hun goede prestatie aan nascheiding van pmd, in aanvulling op bronscheiding (verzamelcontainers in in een dichtheid van 1 op 260 huishoudens). Bij de laagbouw wordt gft 33 keer per jaar ingezameld, restafval 26 keer per jaar. Utrecht is de derde in rij met 213 kg per inwoner. Hier wordt bij de laagbouw omgekeerd inzamelen toegepast (verzamelcontainers voor restafval).
Klasse B (30 t/m 49% hoogbouw)
Gemeente
Nascheiding Nascheiding Restafval Omgekeerd Frequentie zonder met Scheidings% Diftar (kg/inw) inzamelen verlaging bronscheiding bronnscheiding pmd pmd
Lisse
65
85
Deventer
88
77
Twente Milieu-Hengelo
88
80
In klasse B zijn de best-practice gemeenten allen diftargemeenten. Lisse heeft een combinatie van diftar en omgekeerd inzamelen ingevoerd (verzamelcontainers voor restafval) en voert de lijst aan met slechts 65 kg per inwoner. Sinds 2020 heeft Lisse geeft diftar meer, maar deze prestaties hebben relatie op peiljaar 2019. Gft, oud papier en karton en pmd worden allen 1 x per 2 weken aan huis ingezameld met minicontainers. Deventer komt uit op 88 kg restafval per inwoner en heeft diftar gecombineerd met frequentieverlaging restafval (1 x per 4 weken). Gft en oud papier en karton worden 1 x per 2 weken opgehaald met minicontainers, pmd 1 x per 4 weken. Hengelo heeft diftar gecombineerd met omgekeerd inzamelen en frequentieverlaging restafval en komt eveneens Deventer uit op 88 kg restafval per inwoner. De minicontainers voor restafval worden slechts 1 x per 2 maanden geleegd. De verzamelcontainers voor restafval staan in een dichtheid van 1 op 113 huishoudens. Gft wordt 26x per jaar aan huis opgehaald, papier en pmd maandelijks.
Pagina 30 van 42
Klasse C (20 t/m 29% hoogbouw)
Gemeente
Nascheiding Nascheiding Restafval Omgekeerd Frequentie zonder met Scheidings% Diftar (kg/inw) inzamelen verlaging bronscheiding bronnscheiding pmd pmd
Doesburg
84
78
Valkenburg a/d Geul
87
82
Apeldoorn
116
73
Ook in klasse C hebben alle drie de koplopers diftar ingevoerd. Doesburg, de koploper met 84 kg per inwoner, heeft diftar gecombineerd met omgekeerd inzamelen en frequentieverlaging. Restafval wordt 1x per 4 weken ingezameld (buitengebied) en er staan ondergrondse restafvalcontainers in een dichtheid van 1 op 103 huishoudens. Gft en pmd worden om de 3 weken ingezameld met minicontainers. Valkenburg aan de Geul doet het ook goed met 88 kg restafval per inwoner. Deze gemeente zamelt wekelijks gft in (181 kg per inw). Pmd wordt tweewekelijks ingezameld, papier maandelijks. Apeldoorn combineert diftar met omgekeerd inzamelen en frequentieverlaging en behaalt daarmee 116 kg restafval. Voor restafval zijn ondergrondse containers geplaatst in een dichtheid van 1 op 95 huishoudens.
Klasse D (0 t/m 19% hoogbouw)
Gemeente
Nascheiding Nascheiding Restafval Omgekeerd Frequentie zonder met Scheidings% Diftar (kg/inw) inzamelen verlaging bronscheiding bronnscheiding pmd pmd
Land van Cuijk en Boekel
40
93
Druten
44
90
Rova Diftar/omgekeerd
58
87
In klasse D is Land van Cuijk en Boekel (gemeenten Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis) de koploper met gemiddeld 40 kilo restafval per inwoner. Land van Cuijk en Boekel combineert diftar met frequentieverlaging. Restafval wordt 1 x per 4 weken opgehaald terwijl gft wekelijks wordt opgehaald ( 230 kg gft per inw.). Druten doet het met 44 kg restafval per inwoner ook zeer goed. Zij combineren diftar met omgekeerd inzamelen en frequentieverlaging. ROVA (ROVA-gemeenten die diftar en omgekeerd inzamelen hebben ingevoerd) maakt de top-3 compleet met gemiddeld 58 kg restafval per inwoner.
Pagina 31 van 42
.
Pagina 32 van 42
4. Circulaire indicatoren De circulaire indicatoren van de benchmark geven weer in welke mate een grondstof daadwerkelijk wordt teruggebracht in de materiaalketen en op welk kwaliteitsniveau dat gebeurt. Het meetpunt voor deze indicatoren wordt naar achter in de keten verschoven: van scheiding naar verwerking. Dit vereist inzicht in de keten. Voor 43 van de 160 gemeenten is de benodigde data verzameld. Er zijn circulaire indicatoren bepaald voor vijf grondstofstromen, te weten gft, papier, pmd, glas, en textiel. Het meetpunt van deze indicatoren is gelegd bij de output van verwerking (gft) en sortering (papier, pmd, glas en textiel). Ook voor fijn restafval is gekeken wat er na verbranding gebeurt met de vrijkomende stoffen, en in welke mate deze worden gerecycled en/of nuttig worden toegepast.
Groente-, fruit- en tuinafval
Oud papier en karton
Compost
totaal aanbod:
157 kg/inw
28%
Re-use %
Biobrand- 2% stoffen
totaal aanbod:
Vocht en CO2
32%
65
Recover
38%
kg/inw
Recycle hoog
73%
Recycle % laag Recover 27%
In 2019 kwam er gemiddeld 157 kg per inwoner aan gft (gescheiden + ongescheiden in het restafval) vrij bij huishoudens. Daarvan werd 28% gecomposteerd en 2% tot biobrandstoffen omgezet. Het gemiddelde circulariteits% voor gft komt daarmee uit op 30%.
In 2019 kwam er gemiddeld 65 kg per inwoner aan oud papier en karton (gescheiden + ongescheiden in het restafval) vrij bij huishoudens. Daarvan werd 73% hoogwaardig gerecycled. Het circulariteits% voor opk is 73%.
Pmd
Glas
Re-use %
totaal aanbod:
42 kg/inw
Recycle hoog
Re-use %
30%
Recycle 22% laag Recover
48%
Van al het pmd dat in 2019 bij een huishouden gescheiden en ongescheiden gemiddeld vrijkwam (42 kg/ inw) werd 30% hoogwaardig gerecycled en 22% laagwaardig gerecycled/ verwerkt (PETtrays, folies. Het gemiddelde circulariteits% voor pmd komt daarmee uit op 52%.
totaal aanbod:
28 kg/inw
Recycle hoog
73%
Recycle % laag Recover 27%
In 2019 kwam er gemiddeld 28 kg per inwoner aan glas (gescheiden + ongescheiden in het restafval) vrij bij huishoudens. Daarvan werd 73% hoogwaardig gerecycled. Het gemiddelde circulariteits% voor glas komt daarmee uit op 73%.
Pagina 33 van 42
Textiel
Verbrand fijn restafval
Re-use 16%
totaal aanbod:
13 kg/inw
Metalen uit bodemas
Recycle 4% hoog
verbrand fijn restafval: Vrijtoepasbare 16% bouwstof
Recycle 14% laag Recover
3%
66%
Van de 13 kg per inwoner aan gft die in 2019 gescheiden en ongescheiden vrijkwam bij huishoudens, werd gemiddeld 16% als kleding hergebruikt, 4% hoogwaardig tot garen verwerkt en 14% laagwaardig tot vulmiddel en/of isolatiemateriaal verwerkt. Het gemiddelde circulariteits% voor textiel komt daarmee uit op 34%.
176
Toeslag stoffen
kg/inw
Overig
4% 77%
De hoeveelheid verbrandbaar fijn restafval ligt met gemiddeld 176 kg per inwoner hoger dan de 145 kg die in hoofdstuk 2 is aangegeven, immers in deze indicator is de vervuiling van de grondstoffen en uitval bij de sortering meegenomen. Van de 176 kg wordt gemiddeld 3% in de vorm van metalen teruggewonnen en 16% in de vorm van vrij toepasbaar bodemas. Het gemiddelde circulariteits% voor verbrandbaar fijn restafval komt daarmee uit op 19%.
Pagina 34 van 42
5. Over de benchmark De Benchmark Huishoudelijk Afval is een initiatief van NVRD en Rijkswaterstaat en wordt uitgevoerd door CyclusManagement. In de Benchmark wordt het afvalbeheer van gemeenten en inzamelbedrijven vergeleken op een viertal prestatiegebieden: milieu, kosten, dienstverlening en vaardigheden.
Doel en afbakening Benchmarken is een vorm van prestatiemeting waarbij gemeenten en inzamelbedrijven aan de hand van vooraf vastgestelde indicatoren hun prestaties vergelijken. Doel van de benchmark is het inzicht in eigen functioneren en presteren te vergroten om op die manier handvatten voor verbetering te bieden. Zowel op beleids-strategisch gebied als op operationeel gebied. Gezocht wordt naar de factoren die van invloed zijn op de prestatie. Dit kan een strategie zijn (tarifering, acceptatie, etc.) of de keuze voor een inzamelwijze of inzamelmiddel. In deze rapportage worden de prestaties zoveel mogelijk in samenhang met de (prestatiebepalende) factoren weergegeven.
Methodiek In onderstaande driehoek en nevenstaande tabel is weergegeven welke prestatiegebieden en kernindicatoren centraal staan in de benchmark. De benchmark gebruikt de methodiek van de benchmarkdriehoek. De driehoek benoemt de belangrijkste stuurgebieden (BELEID, RESULTAAT, KOSTEN en SERVICE) en symboliseert hun onderlinge afhankelijkheid: verandering op het ene gebied heeft gevolgen voor andere gebieden en vice versa. Per stuurgebied is een aantal prestatie-indicatoren benoemd. Deze indicatoren geven per stuurgebied snel en gestructureerd inzicht in een gemeentelijke beheer/beleidssituatie. Zo wordt het mogelijk om consequenties van gemeentelijk beleid en beheer te vergelijken en wanneer nodig gericht bij te sturen. (Zie voor uitgebreide toelichting en definities het handboek van de benchmark).
Pagina 35 van 42
Vergelijkingsbasis De gemeenten en bedrijven die aan de benchmark meedoen worden zoveel mogelijk vergeleken op basis van dezelfde omstandigheden. Omdat het aandeel hoogbouw in een verzorgingsgebied zeer prestatiebepalend blijkt te zijn, en hierop nauwelijks kan worden gestuurd, zijn de deelnemende organisaties gegroepeerd naar hoogbouwklasse. De volgende hoogbouwklasses zijn gedefinieerd: Klasse A 50 t/m 100% hoogbouw Klasse B 30 t/m 49% hoogbouw Klasse C 20 t/m 29% hoogbouw Klasse D 0 t/m 19% hoogbouw In deze rapportage worden de gemiddelde resultaten weergegeven van alle benchmarkdeelnemers gezamenlijk ('Benchmark' of 'BM') en per hoogbouwklasse (klasse A t/m D). Historische vergelijking Meerjarenvergelijking in deze analyse is op basis van de historische gegevens van de huidige deelnemersgroep. Historische resultaten en trends kunnen daarom per benchmarkjaar afwijken: de 'Hoeveelheid Restafval 2017 kg/inw' uit peiljaar 2018 kan hierdoor bijvoorbeeld verschillen van de 'Hoeveelheid Restafval 2017 kg/inw' uit peiljaar 2019.
Deelnemersveld en dekking Aan de benchmark peiljaar 2019 hebben 93 deelnemers meegedaan die in totaal 160 gemeenten vertegenwoordigen (sommige inzamelbedrijven doen voor meerdere gemeenten mee). Daarmee beslaat de benchmark 45% van de Nederlandse gemeenten.
Waarborg en anonimiteit Deze benchmarkanalyse bevat de geaggregeerde, gemiddelde resultaten van de Benchmark Huishoudelijk Afval, peiljaar 2019. Het is daarmee een samenvatting op hoofdlijnen. De anonimiteit van resultaten en gegevens van individuele organisaties is in deze benchmark gewaarborgd. In de huidige analyse zijn wel de best practices opgenomen op milieugebied (kg/inw). Gemeentelijke hoeveelheden zijn in principe ook te raadplegen via andere publieke bronnen (CBS). Daarbij zijn best practices een belangrijke bron van informatie en illustreren zij de algemene conclusies en resultaten uit de benchmark.
Pagina 36 van 42
Begrippen Hoogbouw
Het aantal aansluitingen dat niet grondgebonden is (ofwel geen tuin heeft), als percentage van het totaal aantal aansluitingen in het gebied.
Hoogbouwklasse In de Benchmark Huishoudelijk Afval worden organisaties onderling vergeleken met een vergelijkbaar aandeel hoogbouw. Organisaties met een vergelijkbaar aandeel hoogbouw worden gegroepeerd in een ‘klasse’. De volgende klassen worden onderscheiden: - Klasse A: 50 t/m 100% hoogbouw - Klasse B: 30 t/m 49% hoogbouw - Klasse C: 20 t/m 29% hoogbouw - Klasse D: 0 t/m 19% hoogbouw
Prestatiegebied
Een cluster van prestatie-indicatoren waarop (bij-)sturing mogelijk is. In de benchmark huishoudelijk afval onderscheiden we 4 prestatiegebieden: milieu (afvalscheidingsprestaties), kosten, service en vaardigheden.
Prestatieindicator
Relatief getal dat het mogelijk maakt prestaties te vergelijken tussen organisaties en eenheden onderling.
Kernprestatieindicator (KPI)
Belangrijkste indicatoren binnen een bepaald prestatiegebied.
Hoeveelheid restafval
KPI van prestatiegebied Milieu. De hoeveelheid restafval (inclusief grof restafval en verbouwingsrestafval en gecorrigeerd voor nascheiding). Het geeft aan in welke mate men erin is geslaagd om afval te voorkomen dan wel als grondstof terug te brengen in de keten.
Scheidings%
KPI van prestatiegebied Milieu. De hoeveelheid huishoudelijk afval die door bronen nascheiding beschikbaar komt voor voor hergebruik, als percentage van de totale hoeveelheid huishoudelijk afval die bij huishoudens vrijkomt.
Circulariteits%
Circulaire milieu-indicator. De hoeveelheid van een bepaalde grondstof die daadwerkelijk wordt hergebruikt als product of materiaal, als percentage van de totale hoeveelheid van die grondstof die bij huishoudens vrijkomt.
(Afval-) beheerkosten
KPI van prestatiegebied Kosten. De totale directe en indirecte kosten die gemoeid zijn met de uitvoering van de gemeentelijke zorgplicht, verminderd met de vergoedingen die worden verkregen uit het Afvalfonds of anderszins. Niet te verwarren met de afvalstoffenheffing waar veelal ook btw-compensatie, kwijtscheldingen en kosten zwerfafval in zijn opgenomen.
Fijn huishoudelijk afval (FHA)
Huishoudelijk afval dat qua formaat past in een inzamelmiddel (minicontainer, zak, verzamelcontainer). Het betreffen de afvalstromen: fijn restafval, gft, oud papier en karton, kunststof verpakkingen, glas, textiel, kca/kga, metalen verpakkingen (blik), drankenkartons, luiers en minerale stoffen.
Grof huishoudelijk afval (GHA)
Huishoudelijk afval dat qua formaat niet past in een inzamelmiddel en om die reden apart van het fijn huishoudelijk afval wordt ingezameld (bijv. via milieustraat, kringloopbedrijf, grof ophaaldienst). Het betreffen onder meer de afvalstromen: grof restafval, grof huisraad, metaal, elektrische huishoudelijke apparaten, hout, grof tuinafval, puin, asbest, etc.
Pagina 37 van 42
Grondstof
Huishoudelijk afval dat apart wordt ingezameld dan wel wordt nagescheiden ten behoeve van recycling. Grondstoffen zijn bijv. gft, oud papier, kunststof verpakkingen, metalen verpakkingen, drankenkartons, hout, tuinafval, etc.
Inzamelstrategie Aanpak die wordt toegepast om afvalscheiding te bevorderen en de hoeveelheid restafval te minimaliseren. Voorbeelden van inzamelstrategieën zijn diftar, omgekeerd inzamelen, nascheiding, frequentieverlaging Inzamelwijze
Wijze van inzameling. Bijvoorbeeld: aan huis (al dan niet gebruikmakend van individuele inzamelmiddelen) of brengen (naar collectieve inzamelmiddelen waaronder verzamelcontainers, buurtdepots of milieustraat).
Inzamelmiddel
Opslagmiddelen (zakken, containers, kratjes, etc.) die door de burger gebruikt worden om afvalstoffen in aan te bieden.
Container
Opslagmiddel van metaal of kunststof die door burgers worden gebruikt om afvalstoffen in aan te bieden.
Verzamelcontainer
Container voor inzameling van afvalstoffen die gebruikt wordt door meerdere aansluitingen (ook wel wijkcontainer genoemd).
Minicontainer
Rolcontainer met inhoud variërend van 60 tot 360 liter, in gebruik als inzamelmiddel voor huishoudelijk afval (restafval, gft, oud papier of pmd).
Milieustraat
Bemande brengvoorziening waar de burger afval naar toe kan brengen en waar personeel aanwezig is die toezicht houdt op het afdankgedrag van de burger
Fijn restafval
Het afval dat resteert na bron- en/of nascheiding van grondstoffen (zoals gft, papier, glas, textiel, pmd, metalen, etc). Fijn restafval past in het inzamelmiddel dat in het inzamelgebied wordt gebruikt (zak, minicontainer) i.t.t. grof restafval. Restafval is een ongescheiden stroom.
Groente-, fruit- en tuinafval (gft)
Dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat van organische oorsprong is. Het gft afval past in het inzamelmiddel dat in het inzamelgebied wordt gebruikt (verzamelcontainer, minicontainer). Deze stroom wordt gescheiden ingezameld.
Oud papier en karton (opk)
Het huishoudelijk oud papier en karton (bijvoorbeeld kranten, reclamedrukwerk, verpakkingspapier en –karton, telefoongidsen, etc.). Deze stroom wordt gescheiden ingezameld.
Kunststof verpakkingen
Het huishoudelijk kunststof verpakkingsafval, bijvoorbeeld petflessen, kunststof zakken, folies, botervloten, en harde kunststof flacons. Deze stroom wordt gescheiden ingezameld.
Glas Het huishoudelijk glas (alle soorten eenmalig verpakkingsglas). Deze stroom (verpakkingsglas)wordt gescheiden ingezameld. Textiel
Het huishoudelijk textiel, zoals bijvoorbeeld kleding, schoeisel, lakens, dekens, handdoeken en dergelijke, schoeisels, grote lappen stof en gordijnen die schoon zijn en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets- of verflappen. Deze stroom wordt gescheiden ingezameld.
Klein chemisch afval (KCA)
Klein chemisch afval of klein gevaarlijk Afval: afvalstoffen die als gevaarlijk worden aangemerkt en die in kleine hoeveelheden bij huishoudens vrijkomen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om verfresten, spaarlampen en medicijnen. Deze stroom wordt gescheiden ingezameld.
Pagina 38 van 42
Metalen verpakkingen (blik)
Metalen verpakkingen (ferro of non-ferro); blik.
Drankenkartons Laminaatachtige drankverpakkingen (zuivelpakken, drankenpakken). PMD
Kunststof verpakkingen, Metalen verpakkingen en drankenkartons. Zie eerdere definities. Deze drie afvalcomponenten worden veelal in combinatie ingezameld en achteraf negescheiden.
Grof restafval
Niet gescheiden ingezameld restafval dat te groot of te zwaar is om op dezelfde wijze als het huishoudelijk restafval te worden aangeboden. Het deel van het restafval dat te groot is voor het inzamelmiddel dat in het inzamelgebied wordt gebruikt (bijv. meubels). Grof restafval is een ongescheiden stroom.
Verbouwingsrestafval / (bouw- en sloopafval)
Harde steenachtige materialen, zoals puin, gasbeton, dakpannen, serviesgoed, sloophout en isolatiematerialen. Verbouwingsrestafval (bouw- en sloopafval) is een ongescheiden stroom.
Grof tuinafval
Het deel van het tuinafval dat te groot is voor het inzamelmiddel dat in het inzamelgebied wordt gebruikt (veelal takken). Deze stroom wordt gescheiden ingezameld.
Grof gescheiden
Het deel van het grof huishoudelijk afval dat gescheiden wordt ingezameld ten behoeve van hergebruik.
Pagina 39 van 42
Contact Informatie Voor al uw informatie of vragen over de Benchmark Huishoudelijk Afval en/of over deze analyse, neem contact op met: NVRD T: 088-3770000 | E: post@nvrd.nl
Inhoud benchmark Kijk voor meer informatie over de inhoud van de benchmark op: www.benchmarkafval.nl.
Deelname Deelname aan de de Benchmark Huishoudelijk Afval staat open voor gemeenten en publieke bedrijven. De benchmarkkalender loopt jaarlijks van april t/m oktober. Verspreid over deze periode vinden enkele bijeenkomsten plaats en wordt door deelnemers gegevens aangeleverd. Inschrijven voor de benchmark in 2021 kan tot en met 1 april 2021. Meer informatie over deelname en kalender vindt u op www.benchmarkafval.nl.
NVRD De NVRD verenigt Nederlandse gemeenten verantwoordelijk voor het afvalbeheer en het beheer van de openbare ruimte en hun afval- en reinigingsbedrijven. Kijk voor meer informatie over alle activiteiten van de NVRD op www.nvrd.nl.
Pagina 40 van 42
wit
Pagina 41 van 42
wit
Pagina 42 van 42