Pro Duiven - Beantwoording Technische vragen Deltaplan Klimaatadaptatie.docx
Tekst van het document
Beantwoording op technische vragen Pro Duiven “Deltaplan Klimaatadepatie de Liemers” 1. Het geringe aantal respondenten op de enquêtes geeft aan dat Klimaatadeptatie nog niet echt “leeft” bij onze inwoners. Kunt u aangeven op welke manier u onze inwoners betrekt of betrokken houdt bij dit thema? U stelt terecht dat het onderwerp nog niet echt leeft bij onze inwoners. Het betrekken van inwoners en het informeren over het thema is iets van een lange adem. Om te borgen dat er voldoende aandacht is voor communicatie richting onze inwoners hebben wij bewust de 4e beleidsambitie opgenomen. Concrete invulling hiervan wordt verder uitgewerkt als u de beleidsambitie steunt, en daarbij kunt u denken aan het informeren van inwoners op dorps- of wijkavonden, via dorps- en wijkraden, bij reconstructies van wegen en riolering en via de gemeentelijke nieuwskanalen regelmatige aandacht. 2. Kunt u aangeven hoe u de beeldvorming rond dit thema gaat verbeteren bij onze inwoners? Zoals onder vraag 1 aangegeven gaan wij een permanente en regelmatige informatiestroom beleggen voorzien van zichtbare campagnes. 3. Bij de terugkoppeling van aanwezigen bij de digitale bewonerssessies kwam nadrukkelijk naar voren dat de communicatie veelal in onbegrijpelijke taal is en dat er laagdrempelige tips gegeven worden voor mensen met een laag / lager inkomen.
Kunt u aangeven of u na het ter ore komen van deze terugkoppeling op de bewonerssessies van 11 en 12 januari 2021 al iets in uw communicatie op social media / websites / DuivenPost heeft aangepast om hier gehoor aan te geven. Zo ja, kunt u hier voorbeelden van geven? Ligt hier in de toekomst ook de focus op? Het is goed dat u ons dit signaal doorgeeft. Wij zullen hiermee rekening houden in het vervolg. Na de digitale terugkoppeling hebben wij geen communicatie meer over dit thema georganiseerd. Als we wel weer gaan communiceren naar onze inwoners zullen wij hier zeker rekening mee houden. 4. Is het niet zo dat de gemeenteraad zelf bepaald welke frequentie zij wenst wanneer het de evaluatie van het programma betreft? In het raadsvoorstel staat dit andersom. Wij doen een voorstel voor evaluatie na 5 jaar. Dat heeft twee achtergronden. Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie vraagt ons ééns in de 6 jaar de cyclus te herhalen. Dat betekent dat we over 5 jaar aan de slag gaan met de evaluatie van het beleid en de maatregelen. Daarnaast valt een cyclus van 5 jaar samen met de looptijd van het Watertakenplan De Liemers en kunnen eventuele klimaatmaatregelen hierin worden opgenomen. Uiteraard is het aan uw raad om meer of minder evaluatiemomenten te vragen. 5. De memo is vooral geschreven over de Liemers in zijn geheel.
In hoeverre is de gemeenteraad van Duiven vrij in haar keuzes voor de inhoudelijke beleidskaders? Alle gemeenteraden worden autonoom gevraagd om inbreng op de inhoudelijke beleidskaders. In het projectteam zullen we vervolgens uw inbreng verwerken in de beleidskaders. Juist daarom vragen we reeds in een vroeg stadium om uw inbreng zodat we de belangen van de diverse gemeenten goed kunnen meenemen in de ambitievorming. Met het beschouwen van de Liemers in het geheel nemen we ook de belangen van het Waterschap Rijn en IJssel mee. 6. In de memo worden de raden van Duiven en Westervoort als 1Stroom beschreven. Dit is niet juist. Hierdoor mist de opsomming “acceptabel / onacceptabel / extra aandacht” voor Duiven. Kunt u deze alsnog tonen?
Dit kunnen wij niet separaat tonen. Het betreft de inbreng die geleverd is op een gezamenlijke raadsinformatieavond waarop gemeenteraadsleden van Duiven en Westervoort aanwezig waren. Bij de deelsessies zaten raadsleden van Duiven en Westervoort door elkaar aan tafel en is een opvatting per groep gevormd. Het is dus niet herleidbaar wat de opvatting is van de afzonderlijke deelnemende raadsleden. 7. De memo spreekt over “later in het traject” wanneer het om het betrekken van bedrijven bij de maatschappelijke opgaven gaat. Wanneer is later? Graag een zo specifiek mogelijk antwoord. Bij het uitwerken van de maatregelagenda zullen wij opnieuw pogingen ondernemen bedrijven te contacteren. Dat is de komende maanden. Lukt dit niet nemen wij bij projecten in het kader van revitalisering en reconstructie van bedrijventerreinen omliggende bedrijven actief mee in de communicatie. 8. Kunt u uitleggen in hoeverre u de uitslagen van de enquêtes representatief vindt voor de gemeente Duiven? Enquête Droogte en Wateroverlast: 36 respondenten uit Duiven = 0,14% van het totaal aantal inwoners Enquête Hitte: 28 respondenten uit Duiven = 0,11% van het totaal aantal inwoners Enquête Gezondheid = 3 uit Duiven = 0,01% van het totaal aantal inwoners Wij vinden de uitslag niet representatief maar het geeft wel een indruk hoe mensen van verschillende leeftijdsgroepen tegen het thema aan kijken.
Het helpt met het formuleren van maatregelen die uiteindelijk weer voorgelegd worden aan de bewoners. De verwachting is dat wanneer er gesproken wordt over meer concretere maatregelen de bewoners beter in staat zijn om te reageren. Wij hadden de insteek gekozen om per gemeente informatieavonden te organiseren om met inwoners en op aparte ontbijtsessies met bedrijven in gesprek te gaan over klimaatadaptatie. Door het uitbreken van de Coronapandemie hebben wij te elfder ure alle voorgenomen en geplande activiteiten moeten afblazen. Toen bleek dat Corona langer bleef hebben wij een online campagne opgetuigd om niet stil te vallen in beleidsvorming want de noodzaak blijft. Als je kijkt naar de opbrengsten daarvan hebben we wellicht meer personen bereikt dan bij een doorsnee informatieavond komt. 9. De enquête Gezondheid heeft maar 2 dagen online gestaan. Wat is hier de reden van? NL Greenlabel levert hier nog input op. 10. In de memo stelt u dat: “Uit de uitgevoerde inventariserende en beeldvormende activiteiten zijn hoofdlijnen afgeleid waar de Liemers richting kiest in de aanpak van klimaatverandering de komende jaren.” Hierin neemt u dan ook de minieme reacties op de enquête mee. Kunt u aangeven wat dit voor meerwaarde heeft? Wij hechten veel waarde aan het bieden van participatiekansen voor al onze inwoners. Daarom hebben we een open enquête uitgezet.
De uitkomsten geven richting aan ons denken over de ervaringen van inwoners. De hieruit afgeleide aanzet tot maatregelen worden nogmaals voorgelegd aan de bewoners waarmee de uitkomst van de eerste enquête gevalideerd wordt met wellicht meer reacties worden opgehaald. 11. Hoeveel bezoekers hebben de websites gemiddeld dagelijks gehad in de periode dat actief werd gecommuniceerd over dit thema?
Van de website hebben wij geen gegevens. Wel zijn gegevens beschikbaar en aan u gerapporteerd in overzichten die in de bijlage (pagina 49, 77 van de pdf) van het memo opgenomen zijn. Daarin is het aantal bezoekers per dag en het aantal ingevulde enquêtes per dag weergegeven. 12. Heeft communicatie over dit thema nog andere reactie opgeleverd die niet opgenomen zijn in de memo? Zo ja, hoeveel en welke? Er zijn bij ons geen aanvullende reacties bekend anders dan dat de gemeente het goede voorbeeld moet laten zien. Van één dorpsraad ontvingen wij een schrijven waarin erop gewezen werd dat men een zekere participatiemoeheid ervaart. De gemeente overvraagd inwoners is hun idee. Daarnaast leverde deze dorpsraad kritiek op de vraagstelling en communicatie in en over de enquête. 13. Gaat u in de nabije toekomst ook niet-digitaal communiceren over dit thema? De oproepen om de enquête in te vullen hebben ook in de krant gestaan, en wanneer mogelijk zullen we conform plan de dorpen en wijken opzoeken om fysiek in gesprek te gaan. Tijdens het proces is voorgesteld om straatgesprekken uit te voeren op 1,5 m. Echter vonden we dit een verkeerd signaal. 14.
Is het juist om te veronderstellen dat de gemeenteraad nu gevraagd wordt om inhoudelijke kaders vast te stellen en op een later moment hier pas de rekening voor gepresenteerd krijgt? Kunt u aangeven wat en of er nadelen zijn wanneer de gemeenteraad haar keuzes voor inhoudelijke kaders pas maakt op het moment dat ook de financiële gevolgen bekend zijn? Het is juist om te veronderstellen dat de gemeenteraad nu inhoudelijk gevraagd wordt welke richting zij in willen met klimaatadaptatie. Binnen de inhoudelijk gekozen afslagen is echter nog voldoende ruimte om in ambitieniveau te variëren zodat kosten ook binnen voor u acceptabele kaders vallen. Het nadeel van het vaststellen van inhoudelijke kaders aan het einde van een proces van uitwerking en planvorming is dat het risico aanwezig is dat uw raad tussentijds niet meegenomen word in het proces en pas aan het eind kan beslissen. Door u nu reeds mee te nemen in de inhoudelijke lijn kunnen we in de regio voldoende afstemmen zodat gemeenteraden zich goed herkennen in de ambities en uitwerking. 15. Waarom worden kwetsbare groepen alleen “waar mogelijk” meegenomen binnen de programma’s? Kunt u aangeven waarom dit niet de standaard is? Het waar mogelijk dient hier als positieve en stimulerende opmerking gelezen te worden.
Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie heeft als één van de ambities het meekoppelen van andere kansen aan de werkzaamheden. Zo kunnen we de link met kwetsbare groepen maken en stellen we in de maatregelagenda gerichte investeringen voor op locaties waar kwetsbare doelgroepen aanwezig zijn. 16. Waarom is de deelnemerslijst opgenomen en openbaar gemaakt in het verslag van de interne klimaatdialoog? Omdat wij volledige openheid nastreven en u goed willen betrekken in de planvorming. 17. In de stresstest staat dat het contact met bedrijven goed loopt. Heeft u een verklaring voor het geringe aantal respondenten in de enquête voor ondernemers? Het contact via de georganiseerde wegen is goed. Bedrijfsfunctionarissen hebben voldoende binding met bedrijven waardoor er op dat vlak geen risico is geïdentificeerd met betrekking tot de relatie gemeente-bedrijven. Wij hebben geen individuele bedrijven gesproken over het al dan niet deelnemen aan de enquête. 18. Kunt u aangeven hoe u met bedrijventerreinen communiceert?
Allereerst zijn enquêtes uitgezet in via de bedrijfscontactfunctionarissen. Omdat er te weinig reacties kwamen is daarna naar ieder bedrijf een mail gestuurd op het info adres. 19. Waarom wordt de gemeente Duiven niet genoemd waar het de betrokkenheid van wijk –en dorpsraden bij het (her)inrichten van wijken / dorpen betreft? Daar is op dat moment niet over gesproken. Wij hebben wijk en dorpsraden actief betrokken bij de enquête en zullen dit blijven doen. 20. Waarom bevat de basisinformatie van de riolering in Duiven (teveel) hiaten? Vooraf aan de stresstest van Duiven is er geen nieuw BRP opgesteld. Hierdoor is de modelberekening van het riool niet meegenomen in de berekening van de stresstest. De reden was toen dat er niet voldoende tijd was voorafgaande aan de stresstest om een BRP (doorlooptijd is ongeveer een jaar) op te stellen. Inmiddels is er een BRP opgesteld voor Duiven. In de stresstest is een gemiddelde afvoercapaciteit aangehouden van het rioolsysteem en uit het BRP blijkt dat dit een goede aanname is geweest. 21. In hoeverre is de stresstest voor wat betreft “Wateroverlast” representatief voor de gemeente Duiven wanneer niet de basisinformatie van de gemeente Duiven gebruikt wordt en er met de gegevens van Zevenaar gerekend wordt? In de stresstest wordt met name gekeken naar de stroming over maaiveldniveau van water.
De aannames die in een dergelijke model gedaan worden zijn specifiek op Duiven van toepassing. Er is niet gerekend met gegevens van Zevenaar. Het model is dus representatief voor gemeente Duiven wanneer het gaat om het inventariseren van het risico op wateroverlast bij extreme neerslaggebeurtenissen. 22. Kunt u aangeven hoe vaak buien van T100 in 1 uur en T1000 in 2 uur in de gemeente Duiven plaats hebben gevonden per maand / jaar in 2020? Deze hebben niet plaatsgevonden in 2020. Een T100 valt theoretisch 1x per 100 jaar en een T1000 valt theoretisch 1 x per 1000 jaar. 23. Is deze stresstest ook in begrijpelijk Nederlands en zonder tal van Engelse woorden en vaktermen beschikbaar? Er is een online stresstest beschikbaar via www.weetvanwater.nl. Hierop wordt uitgelegd wat er zichtbaar is op de kaarten.