Inhoudelijke terugkoppeling herijking subsidiebeleid
Tekst van het document
Inhoudelijke terugkoppeling herijking subsidiebeleid Informele avond 8 oktober 2024
Inleiding Op 8 oktober 2024 vond de informele avond plaats met de raad over de herijking van het subsidiebeleid*. Het doel van de avond was om input te verzamelen van de raad (eerste verkenning) op de kaders van het gewenste subsidiebeleid. De input koppelt het college terug via dit inhoudelijk verslag. Het college gebruikt de input als basis om van daaruit het subsidiebeleid verder uit te werken en het gesprek met subsidieontvangers aan te gaan. Vraag aan de raad Het college vraagt de raad om (eventuele) feedback op het inhoudelijke verslag te geven.
*in Duiven is er een stimuleringsbeleid. We hanteren de term subsidiebeleid in deze presentatie.
Informele avond Tijdens de informele avond werden de kaders / uitgangspunten van het subsidiebeleid per categorie besproken. De raadsleden werden willekeurig opgedeeld in 3 groepen. De groepen rouleerden tussen de categorieën. In totaal zijn er 6 categorieën besproken: effectiviteit, inhoud, procedureel, financieel, transparantie en overig. Elke categorie had een invulkaart. De groepen werden verzocht om maximaal 3 uitgangspunten per categorie te selecteren. In dit inhoudelijke verslag wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste uitgangspunten. De ‘ruwe aantekeningen’ per groep zijn bijgevoegd bij dit inhoudelijke verslag. In het vervolg van dit verslag staat aangegeven wat er met de input van de raad is gedaan.
Overzicht uitgangspunten Inclusie stimuleren
Subsidies koppelen aan gemeentelijke doelen
De criteria moeten transparant en toetsbaar zijn Subsidiegeld (blijvend) op de juiste plek
Stimuleren onderlinge samenwerking Burgerinitiatieven mogelijk maken
Administratieve last in verhouding tot subsidiebedrag
In principe alleen activiteiten subsidiëren Maatschappelijke verantwoording grote partners
Inzicht verschaffen aan maatschappij
Werken met subsidieplafonds
De hoogte van het subsidiebedrag is proportioneel
Duidelijke criteria voor reserveopbouw
Hoe is de input van de raad verwerkt? (1/2) Uitgangspunt
Aangegeven door groep:
Subsidies koppelen aan gemeentelijke doelen
1, 2 en 3
Subsidiegeld (blijvend) op de juiste plek
1, 2 en 3
Stimuleren onderlinge samenwerking
2 en 3
Burgerinitiatieven mogelijk maken
1, 2 en 3
De criteria moeten transparant en toetsbaar zijn
1, 2 en 3
Inclusie stimuleren
3
Administratieve last in verhouding tot subsidiebedrag
1, 2 en 3
Eventuele toelichting
Van belang voor betere afstemming.
Als dit in redelijkheid mogelijk is.
Hoe is de input van de raad verwerkt? (2/2) Uitgangspunt
Aangegeven door groep:
Inzicht verschaffen aan de maatschappij
1, 2 en 3
Maatschappelijke verantwoording grote partners
1
De hoogte van het subsidiebedrag is proportioneel
1, 2 en 3
Duidelijke criteria voor reserveopbouw
1 en 3
Werken met subsidieplafonds
1, 2 en 3
In principe alleen activiteiten subsidiëren
2 en 3
Eventuele toelichting
Is specifiek genoemd bij groep 1. Ligt in lijn met groep 2 en 3.
Het is belangrijk dat hier criteria voor komen.
Ook belangrijk vanuit wettelijk oogpunt.
Uitgangspunten - effectiviteit Subsidies koppelen aan gemeentelijke doelen We vinden het belangrijk dat verstrekte subsidies gekoppeld zijn en bijdragen aan de inhoudelijke doelen van de gemeente (bijv. preventie). Een subsidie wordt verstrekt met een specifiek doel. Dit doel staat niet op zichzelf en moet in lijn liggen met een of meerdere beleidsdoelen van de gemeente. Dit houdt in dat voor elke verstrekte subsidie het doel van de subsidie geformuleerd is en gekoppeld is aan het achterliggende maatschappelijke of gemeentelijke beleidsdoel. Hierdoor is het helder en duidelijk hoe de subsidiedoelen (en hiermee ook de activiteiten van subsidieontvangers) bijdragen aan de gemeentelijke doelen. Subsidiegeld (blijvend) op de juiste plek We vinden het belangrijk dat subsidiegeld (blijvend) op de juiste plek terecht komt. Hiervoor willen we meer inzicht verkrijgen in de effecten van verstrekte subsidies. Tegenover subsidieverstrekking staat een meetbare tegenprestatie door inzicht in prestaties en resultaten. Het meten van subsidies en reguliere evaluatie van het subsidiebeleid zorgt ervoor dat de gemeente tijdig kan bijsturen om de effectiviteit van subsidieverstrekking te waarborgen, ook als de inhoudelijke koers van de gemeente wijzigt.
Uitgangspunten - inhoud Stimuleren onderlinge samenwerking We vinden het belangrijk dat subsidieontvangers onderling met elkaar samenwerken (waar mogelijk). Samenwerking zorgt voor verbinding, afstemming tussen organisaties en kan leiden tot nieuwe initiatieven (die individueel niet van de grond zouden komen). Door samenwerking versterken we elkaar en voeren we betere in plaats van dezelfde activiteiten uit (het voortkomt de kans op dubbelingen). Hierover moeten subsidieontvangers blijvend met elkaar in gesprek gaan en dit moet een continu karakter krijgen.
Burgerinitiatieven mogelijk maken We vinden het belangrijk dat we burgerinitiatieven mogelijk maken. Hiermee geven we ruimte aan goede ideeën van inwoners. Een voorwaarde is wel dat de initiatieven bijdragen aan de gemeentelijke doelen. Verder moet de maatschappelijke meerwaarde van het initiatief in verhouding zijn met het werk dat hiervoor verricht moet worden (zowel voor de inwoners als de gemeente). Dit moet per geval beoordeeld worden op basis van objectieve criteria.
Uitgangspunten - inhoud De criteria moeten transparant en toetsbaar zijn We vinden het belangrijk dat de criteria waarop subsidie wordt toegekend aan de voorkant helder en toetsbaar is. Een vereniging of stichting moet vooraf weten waar een aanvraag aan moet voldoen en wat er van hen wordt verwacht in het proces. De gemeente hanteert objectieve en eenduidige toetsingscriteria om aanvragen te beoordelen, af te wegen en te selecteren. Hierdoor wordt subsidieverstrekking eerlijker, duidelijker en een weloverwogen keuze. Inclusie stimuleren We vinden het belangrijk dat iedereen in de samenleving mee kan doen. We voelen ons verantwoordelijk voor elkaar. Voor het subsidiebeleid houdt dit in dat we ernaar streven om uitsluiting te voorkomen en gesubsidieerde activiteiten openstaan voor alle doelgroepen. In het geval een aanvrager hier niet aan kan voldoen, heeft deze een inspanningsverplichting om te onderzoeken of inclusie via een andere manier (in redelijkheid) bevorderd kan worden.
Uitgangspunten - procedureel Administratieve last in verhouding tot subsidiebedrag We vinden het belangrijk dat voor zowel de gemeente als de subsidieontvanger de administratieve last in verhouding staat tot het subsidiebedrag. Het vertrekpunt hierin is dat aan de kleinere subsidiebedragen minder (ambtelijke) uren worden besteed dan aan de grotere subsidiebedragen. Hierbij gaat de gemeente uit van: ➢ Het principe samenwerking op maat. Toezicht en sturing vanuit de gemeente afgestemd op het type organisatie en de hoogte van het subsidiebedrag; ➢ Een zo eenvoudig mogelijk proces van aanvragen en verantwoorden; ➢ Steekproefsgewijs verstrekte subsidies controleren om meer grip te krijgen op ‘kleinere subsidiebedragen’, zonder dat hiermee de administratieve last te hoog wordt.
Uitgangspunten - transparantie Inzicht verschaffen aan de maatschappij We vinden het belangrijk om met subsidieverstrekking transparant te zijn en de juiste inzichten te verschaffen aan de maatschappij. Hiervoor plaatsen we een openbaar en actueel subsidieregister (aan wie en voor welk bedrag is subsidie verstrekt) op onze website. Daarnaast rapporteert het college periodiek aan de raad over de verstrekte subsidies en de effecten hiervan. Daarbij worden wijzigingen in het subsidiebeleid proactief gecommuniceerd aan verenigingen en stichtingen.
Maatschappelijke verantwoording grote partners We vinden het belangrijk dat grote maatschappelijke partners (die hogere subsidiebedragen ontvangen) inzicht geven in de voortgang op de doelen. Dit inzicht is openbaar in de vorm van een maatschappelijke verantwoording (bijv. een voortgangsrapportage of presentatie). Maatschappelijke partners laten op deze wijze aan de maatschappij zien welke activiteiten met het subsidiegeld worden uitgevoerd en wat de (tussentijdse) effecten hiervan zijn in relatie tot het doel.
Uitgangspunten - financieel De hoogte van het subsidiebedrag is proportioneel We vinden het belangrijk dat het aangevraagde subsidiebedrag in verhouding staat tot de activiteit en de subsidieontvanger. Bij het bepalen van de proportionaliteit kijkt de gemeente naar: ➢ De hoogte van het subsidiebedrag in relatie tot de vermogens- en reservepositie van de vereniging of stichting. Hierbij moet onderscheid gemaakt worden tussen vermogens die een organisatie nodig heeft voor reguliere activiteiten en vermogens die een organisatie beschikbaar heeft voor subsidiabele activiteiten; ➢ De hoogte van het subsidiebedrag in verhouding tot de totale kosten van de activiteit. Hierbij streeft de gemeente (waar mogelijk) naar cofinanciering. De gemeente stimuleert subsidieontvangers om ook actief naar andere middelen dan (gemeentelijke) subsidie te kijken. Dit bevordert gedeeld eigenaarschap van de gesubsidieerde activiteit. Ondanks dat in bepaalde gevallen maatwerk geboden moet worden (het kan voorkomen dat een activiteit van dusdanige maatschappelijke waarde is, maar de aanvrager geen eigen inkomsten kan genereren), is het aan de gemeente om objectieve criteria te koppelen aan de beoordeling van proportionaliteit.
Uitgangspunten - financieel Duidelijke criteria voor reserveopbouw We vinden het belangrijk dat er duidelijke criteria komen voor het opbouwen van reserves met subsidie. In beginsel moet reserveopbouw eerder de uitzondering dan de regel zijn en worden overschotten teruggevorderd. Uitzonderingen kunnen bijvoorbeeld gelden voor langdurige subsidierelaties – om exploitatietekorten of risico’s af te dekken – met expliciete toestemming van het college. Er moeten duidelijke criteria komen voor reserveopbouw (bijv. reserves moeten aangewend worden voor het doel van de subsidie). Werken met subsidieplafonds We vinden het belangrijk om te werken met subsidieplafonds. Een subsidieplafond is het maximale bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak beschikbaar is voor de verstrekking van een bepaalde subsidie. Het voordeel van een subsidieplafond is dat openeindregelingen worden voorkomen (als het plafond is bereikt, moet een aanvraag voor subsidie worden afgewezen en wordt de overschrijding van budget voorkomen). Een subsidieplafond wordt alleen gehanteerd als er verschillende aanvragers worden verwacht voor dezelfde activiteiten.
Uitgangspunten - overig In principe alleen activiteiten subsidiëren We vinden het belangrijk om de activiteiten van verenigingen en stichtingen te subsidiëren. Het moet geen vanzelfsprekendheid zijn dat aanvragers subsidie krijgen, omdat zij dit altijd al kregen. Als uitgangssituatie geldt de beoordeling van de activiteiten. In het geval de activiteiten van verenigingen of stichtingen een (blijvende) maatschappelijke meerwaarde hebben en bijdragen aan de doelen van de gemeente, dan kunnen subsidieontvangers een beroep blijven doen op subsidie voor activiteiten. Er kan echter nooit bestaansrecht aan ontleend worden. De gemeente moet altijd stimuleren om financieel onafhankelijk te worden van subsidie.