Groep Walraven - Vragen Scenario Sociaal Domein Politieke Avond 27 juni 2024 antwoord SH DEF
Tekst van het document
Vragen Politieke Avond 27 juni 2024
T = Technisch (moeten voorafgaand aan de politieke avond worden beantwoord) I = Informatief (Worden tijdens de politieke avond beantwoord en moeten daarna schriftelijk bij de griffie worden aangeleverd) P = Politiek (worden tijdens de politieke avond door de portefeuillehouder mondeling beantwoord)
Scenario Sociaal Domein Duiven 1. In hoeverre is de strategie en scenario’s een bezuiniging, daar u in de beantwoording op 1 van onze vragen op 11 juni hebt geantwoord dat de broekriem moet worden aangetrokken? I Het is geen bezuiniging. De opmerking ‘broekriem aanhalen’ heeft betrekking op de huidige financiële staat van de gemeente(n). Naast de maatschappelijke opgaven versterkt dit de urgentie om een scenario te kiezen zodat de we alle Duivens inwoners in de nabije toekomst de zorg kunnen bieden die ze nodig hebben. 2. Hoe denkt u van de genoemde Zwaktes, Sterktes te gaan maken? I Door bijvoorbeeld realistische indicatoren te koppelen aan heldere doelen, data gedreven werken en programmatisch werken om domeinen te verbinden en dubbelingen te voorkomen. Daarom hebben we hiervoor zijn gelden aangevraagd bij de voorjaarsnota. Maar ook samenwerking met stakeholders gericht op effecten en tussentijdse evaluaties, samenwerken met (groepen) inwoners en het geven van heldere informatie o.a. via dorpsgesprekken en adviesraden. En bijvoorbeeld vervolg geven aan/ uitbreiden van pilots zoals Blijfwijk waar we samenwerken met Menzis. 3. Hoe lang denkt u zich aan het, uiteindelijk gekozen, scenario vast te houden, daar dit sinds 2015 al de zoveelste wijziging van beleid is? P 4.
Hoeveel evaluatiemomenten heeft u in gedachten en hoe wordt de gemeenteraad in die evaluaties meegenomen? I Het eerste terugkoppelmoment is rond de herfstvakantie. We denken aan 2-4 terugkoppelmomenten per jaar. Het aantal moet passend en haalbaar zijn. 5. Op pagina 6 lezen wij: “Dat vraagt om een mentaliteitsverandering: we moeten weer meer omzien naar elkaar, vergelijkbaar met het Noaberschap.” Wat verstaat het college onder Noaberschap? T
Dat een gemeenschap (buurt, straat of kleine wijk) elkaar helpen en ondersteunen als een individu of gezin in die gemeenschap het (tijdelijk) even niet meer alleen redt. Denk aan de boodschappen doen, helpen met de administratie, vervoer regelen en gezelschap bieden. 6. We lezen in de strategie: “We geloven in afschalen en soms juist (tijdelijk) opschalen om erger te voorkomen.” Wat zegt u hier nu precies? T Dat we moeten beoordelen wat een hulpvrager nodig heeft om (weer) zo zelfstandig mogelijk te zijn en zo veel mogelijk eigen regie over het leven te krijgen. Soms is dat misschien net wat meer ondersteuning bieden dan volgens de letter van de wet ‘nodig’ is, soms betekent dat wat minder omdat daar in dat specifieke geval een stimulans van uit gaat. 7. We lezen in de strategie: “Maatwerk kan individueel maatwerk zijn, maar ook een integrale aanpak als nodig, en altijd oog voor de complexiteit van de problematiek.” Hoe kan maatwerk een integrale aanpak hebben? T Maatwerk is kijken naar wat de hulpvrager nodig heeft en integraal is de verschillende domeinen verbinden (zoals Wmo, Bijstand en Jeugd). Ter illustratie: als een ouder hulp voor een kind aanvraagt is het belangrijk naar alle levensdomeinen te kijken en een hulpaanbod te doen dat past bij het hele gezin en niet enkel bij de aanvraag voor het kind. 8.
We lezen in de strategie: “Want we geloven in de veerkracht van onze wijken en dorpen, in de professionaliteit van onze mensen en onze partners, in samenwerking tussen alle niveaus, profs, vrijwilligers, inwoners, hulpvragers en hulpdragers.” Hoe is er getoetst of die veerkracht er is? I Dat is niet getoetst. We spreken over geloven. We geloven het op basis van ervaring, door gesprekken met onze partners, met inwoners, op basis van projecten. 9. We lezen in de strategie: “We geloven in brede samenwerking over de domeinen heen: tussen zorg, wonen, veiligheid, leefbaarheid en welzijn en tussen uitvoering, beleid en bestuur.” Was die samenwerking er nu ook en hoe was die samenwerking? I Deze samenwerking is er nu ook. Intern en met partners. Zoals dat met samenwerken gaat, gaat dat soms beter dan anders. Over het algemeen hebben we positieve ervaringen en is de intentie van partners en collega’s welwillend en gericht op positieve gezondheid van onze inwoners. Daar waar het minder goed loopt gaan we het gesprek aan, richten ons op wederzijds begrip voor belemmerende factoren en zoeken we naar wegen waarop we wel samen kunnen werken. Goede voorbeelden zijn de samenwerking met de huisartsen bij de GGZ (POH) en Blijfwijk, opbouwwerk van SantePartners.
10.Zijn wij nog steeds een Pop-Up-store? En hoe wordt het abstracte theoretische model omgezet in een praktisch hanteerbaar en eenvoudig model? T We zijn geen pop-up store. Dat kwam voort uit een theoretisch model en was behulpzaam om te komen teze scenario-voorstel. 11.Hoe worden de verstrekte subsidies gecontroleerd? T
Dat verschilt per scenario. In scenario C kiezen we een opdrachtgeverschap waarbij we samen maatschappelijk agenderen en subsidies verstrekken op output en outcome niveau. Tussentijds en achteraf stellen we bij als dat nodig is. Het legt de verantwoordelijkheid voor het succes van de activiteiten/diensten bij de subsidieontvanger. Zij zijn expert en hebben veel handelingsvrijheid. Het geeft het ambtelijk apparaat de ruimte om op maatschappelijke effecten te sturen. Bij scenario A subsidiëren we op basis van throughput: dan reken we af en controleren we waar de subsidie aan uitgegeven is. Dat geeft subsidieontvangers weinig mogelijkheid tot innovatie en tussentijdse aanpassingen vanuit hun expertise. Het vraagt van de gemeente een controlerende houding en geen ontwikkelingsgerichte. We nemen momenteel het subsidiebeleid onder de loep. We kijken hoe we dit procesmatig beter kunnen stroomlijnen zodat het voor aanvragers vriendelijker en duidelijker wordt. 12.Tijdens de Politieke Avond van 11 juni hebben wij het volgende gevraagd: “Wij missen het advies van de Raad voor het Sociaal Domein Duiven over deze strategische notitie? Kan het college deze alsnog toevoegen aan de stukken, ruim voor 11 juni 2024?” Als antwoord hebben wij gekregen: “Voor 11 juni 2024 lukt niet meer.
We hebben RVSDD nog niet betrokken omdat de koers voor het Sociaal Domein te maken heeft met de voorstellen voor de voorjaarsnota. We gaan een moeilijke tijd tegemoet (financieel en qua maatschappelijke opgaven), dat vraagt om een duidelijke koers. Het college wil eerst met de gemeenteraad de koers bepalen en de RVSDD dan bij de uitwerking daarvan betrekken.” U vraagt van de gemeenteraad om een koers te bepalen. Van de gemeenteraad wordt verwacht dat zij, zonder de noodzakelijke kennis en kunde, kan overzien wat de gevolgen van deze koers is. Dit terwijl er in een onze gemeente een adviesraad van het college rijk is, die in het verleden, met haar adviezen, de gemeenteraad heeft geholpen om een weldoordachte keuze (binnen het Sociaal Domein) te maken. Juist bij het bepalen van een koers is advies noodzakelijk, om die reden vragen wij nogmaals waarom de Raad voor het Sociaal Domein niet betrokken is bij de bepaling van de strategie? P 13.Zit er een deadline aan dit raadsvoorstel? I Nee.