CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

D1a. Gemeenschappelijke Rekenkamer DDW Rapport omgevingswet.docx

Raadsavond 26 januari 2021, gemeente DuivenBij agendapunt: - stukken ter agendering voor informatieronde3.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERKENNING IMPLEMENTATIE OMGEVINGSWET GEMEENTE DUIVEN Redactie: Proparte Advies

INHOUD Verkenning implementatie Omgevingswet gemeente Duiven ................................................1 1.

Inleiding ................................................................................................................4 1.1

Inleiding ............................................................................................................4

1.2

Aan welke onderwerpen besteden we aandacht? ..................................................4

Algemene kennis Omgevingswet ...............................................................................................4 Ambitieniveau voor de Omgevingswet .......................................................................................4 Omgevingsvisie........................................................................................................................4 Omgevingsplan ........................................................................................................................4 Programma en omgevingswaarden............................................................................................4 Participatie ..............................................................................................................................4 Begroting en verantwoordingscyclus..........................................................................................5

2.

1.3

Hoe hebben we dit onderzoek gedaan? ................................................................5

1.4

Leeswijzer..........................................................................................................5 Inhoud en implementatie van de omgevingswet .......................................................6

2.1 Waarom een nieuwe wet? ........................................................................................6 2.2 Verbeterdoelen van de Omgevingswet.......................................................................6 2.3 Wat verandert er voor de gemeente? ........................................................................6 2.4 Wat verandert er voor de raad? ................................................................................7 2.5 De ambitie van de implementatie voor Duiven............................................................7 3.

Instrumenten van de omgevingswet ........................................................................8 3.1 Omgevingsvisie........................................................................................................8 Kenmerken van de Omgevingsvisie ...........................................................................................8 Stand van zaken omgevingsvisie in Duiven.................................................................................9

3.2 Omgevingsplan ........................................................................................................9 Kenmerken van het omgevingsplan ...........................................................................................9 Stand van zaken omgevingsplannen in Duiven ...........................................................................9

3.3 Programma en omgevingswaarden..........................................................................10 Kenmerken van een programma..............................................................................................10 Stand van zaken programma en omgevingswaarden in Duiven ..................................................10

3.4 Participatie ............................................................................................................10 Kenmerken van participatie in de Omgevingswet ......................................................................10

3.5 Begroting- en verantwoordingscyclus.......................................................................10 4.

2

De sturingsmogelijkheden vanuit de raad ...............................................................12

4.1

Sturingsmogelijkheden implementatie Omgevingswet ......................................................12

4.2

Sturingsmogelijkheden voor de omgevingsvisie ...............................................................12

4.2 Sturingsmogelijkheden voor het omgevingsplan ..................................................................12 4.3 Sturingsmogelijkheden voor programma en omgevingswaarden...........................................12 4.4 Sturingsmogelijkheden voor participatie .............................................................................12 4.5 Sturingsmogelijkheden voor de begroting en verantwoordingscyclus ....................................13

5.

3

Adviezen van de rekenkamer.................................................................................14

1. INLEIDING

1.1 Inleiding Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. Een nieuwe wet, die moet leiden tot een zo goed mogelijk gebruik en beheer van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet heeft uiteenlopende consequenties voor de lokale overheid. De Rekenkamer voor Duiven, Doesburg en Westervoort heeft een verkenning uitgevoerd naar de wijze waarop door de gemeente invulling wordt gegeven aan de invoering. En wat de rol van de raad hierin is.

1.2 Aan welke onderwerpen besteden we aandacht? In deze verkenning gaan we in op de volgende onderwerpen. Algemene kennis Omgevingswet Onderzocht wordt in hoeverre de raad op de hoogte is van de achtergronden en doelstellingen van de nieuwe Omgevingswet, wat de consequenties van deze wet zijn voor de gemeente en wat de veranderingen in de rol van de gemeenteraad zijn. In deze verkenning wordt hierop ingegaan door middel van een beknopte algemene inleiding over de Omgevingswet. Ambitieniveau voor de Omgevingswet Daarnaast is onderzocht op welke wijze de Omgevingswet wordt geïmplementeerd, welk ambitieniveau er voor de invoering van de Omgevingswet is vastgesteld en hoe dit kan worden gerealiseerd. Ook is gekeken naar de rol van de raad hierin. Omgevingsvisie De doelstellingen en uitgangspunten voor het instrument omgevingsvisie worden uitgelegd en er wordt ingegaan op de stand van de zaken van de omgevingsvisie in Duiven. Ook wordt aandacht besteed aan de sturingsmogelijkheden en de rol van de raad bij het opstellen van de omgevingsvisie. Omgevingsplan Eerst volgt een korte uitleg wat het instrument omgevingsplan inhoudt en wat de stand van zaken is in Duiven voor het omgevingsplan.

Vervolgens komen onderwerpen als het adviesrecht van de raad, de nieuwe rol van de raad bij het opstellen van het omgevingsplan en de sturingsmogelijkheden van de raad bij het omgevingsplan aan de orde. Programma en omgevingswaarden In dit rapport gaan we kort in op het nieuwe instrument programma en omgevingswaarden. Uitgelegd wordt wat omgevingswaarden en programma’s zijn, wat de stand van zaken met dit instrument is in Duiven en wat de raad kan doen bij het invullen van die omgevingswaarden. Participatie In de Omgevingswet geldt een participatieplicht. In dit rapport worden de belangrijkste kenmerken van participatie toegelicht. Tevens wordt ingegaan op de rol van de raad en het adviesrecht van de raad in relatie tot de participatieplicht.

4

Begroting en verantwoordingscyclus Tenslotte is de begroting en verantwoordingscyclus opgenomen als onderwerp in dit rapport. Hierbij wordt ingegaan op de financiële consequenties van de kosten van de Omgevingswet en de voortgang en stand van zaken in de begrotingscyclus.

1.3 Hoe hebben we dit onderzoek gedaan? Vanaf december 2019 is een onderzoek gedaan naar alle bestaande documenten over de Omgevingswet. In januari 2020 heeft een interview met wethouder Spaargaren plaats gevonden. De bespreking van deze resultaten zijn aan de hand van een online presentatie gedeeld met de raad.

1.4 Leeswijzer In dit rapport wordt ingegaan op de verschillende onderwerpen. In hoofdstuk 2 vindt u een algemene inleiding over de Omgevingswet en wat u hierover moet weten. Ook wordt ingegaan op de wijze waarop de Omgevingswet wordt geïmplementeerd. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de verschillende instrumenten van de Omgevingswet en de stand van zaken van deze instrumenten binnen de gemeente Duiven. In hoofdstuk 4 vindt u een overzicht van de sturingsmogelijkheden van de raad voor de verschillende onderwerpen. In hoofdstuk 5 staan de adviezen en aanbevelingen van de Rekenkamer die voortvloeien uit dit onderzoek.

5

2. INHOUD EN IMPLEMENTATIE VAN DE OMGEVINGSWET

2.1 Waarom een nieuwe wet? Elke initiatiefnemer in de gemeente Duiven ziet zich bij een vergunningaanvraag geconfronteerd worden met een doolhof aan regels. Het huidige omgevingsrecht is een optelsom van heel veel wetten en verschillende bevoegdheden. De wetten sluiten ook vaak niet helemaal goed op elkaar aan. Het geheel aan wet- en regelgeving is zo complex, dat besloten is de wetgeving voor het omgevingsrecht eenvoudiger te maken: de Omgevingswet.

2.2 Verbeterdoelen van de Omgevingswet De Omgevingswet heeft een aantal verbeterdoelen: 

Vergroten van de afwegingsruimte: Op dit moment moet een vergunningaanvraag voor een initiatief voldoen aan vaste regels. Met de Omgevingswet wordt het mogelijk om met maatwerk af te wijken van wettelijke normen. Hiermee wordt de afwegingsruimte vergroot en kan beter worden gestuurd op ontwikkelingen die passen bij de lokale doelen. Het is dan mogelijk om onder voorwaarden mee te werken aan een plan dat past binnen lokale doelen en ambities.

Inzicht in wat wel en wat niet kan: Voor alle betrokkenen en belanghebbenden moet beter en duidelijker te zien zijn wat er nu wel en niet mag. Door regels op één plek terug te brengen en beter digitaal te ontsluiten ontstaat er voor iedereen veel meer inzicht.

Snellere besluitvorming: Sommige procedures duren ontzettend lang. Initiatiefnemers moeten dan lang wachten op duidelijkheid of hun initiatief mag doorgaan. Versnelling van besluitvorming wordt in de Omgevingswet mogelijk door participatievereisten aan de voorkant van een planontwikkeling op te nemen en door meer bevoegdheden (die nu nog bij de raad liggen) bij het college te leggen.

Integrale benadering van de leefomgeving: Er wordt geen sectoraal beleid meer opgesteld, maar alle omgevingsbeleid wordt gebundeld en integraal afgewogen in één visie. Ook de besluitvorming gaat integraal plaats vinden.

2.3 Wat verandert er voor de gemeente? De Omgevingswet heeft een aantal consequenties voor de gemeenten: 

Elke gemeente moet een omgevingsvisie vaststellen. Deze moet voor 1 januari 2024 vastgesteld zijn door de raad.

Het instrument programma wordt opgenomen in de wet. Dit is een facultatief instrument waarmee de gemeente kan sturen op omgevingswaarden en doelen.

Alle regels voor de leefomgeving die nu nog in verordeningen en bestemmingsplannen staan, worden opgenomen in één omgevingsplan.

Er komt een landelijk digitaal systeem (Digitaal Stelsel Omgevingswet) waar elke gemeente op aan moet sluiten en waar alle regels die gelden door iedereen geraadpleegd kunnen worden.

De proceduretijd van omgevingsvergunningen wordt korter en er komt een participatieplicht bij vergunningverlening. Hierdoor is gemeentelijk participatiebeleid nodig.

6

2.4 Wat verandert er voor de raad? Met de invoering van de Omgevingswet verandert ook de rol van de raad: 

De raad krijgt meer mogelijkheid om te gaan sturen op hoofdlijnen. De raad bepaalt de kaders en het college voert het beleid binnen deze kaders uit.

Er zijn voor de raad minder sturingsmogelijkheden bij individuele vergunningaanvragen doordat bevoegdheden hiervoor bij het college terecht komen. Zo wordt bijvoorbeeld de verklaring van geen bedenkingen afgeschaft.

De raad moet participatiebeleid gaan vaststellen. In dit beleid wordt aangegeven hoe de gemeente participatie gaat toepassen, maar ook hoe initiatiefnemers en inwoners zelf participatie moeten gaan toepassen bij de initiatieven die er spelen.

2.5 De ambitie van de implementatie voor Duiven Inmiddels is uw raad op verschillende momenten bijgepraat over de nieuwe Omgevingswet. Dit heeft ertoe geleid dat in 2017 door uw raad het Koersdocument implementatie Omgevingswet is vastgesteld, waarin een stapsgewijs groeiproces voor de implementatie van de Omgevingswet werd vastgelegd. In 2019 is op basis van een presentatie in uw raad gekozen voor een ander invoeringstraject. Een traject waarbij gewerkt gaat worden aan een aantal concrete producten, waaronder de omgevingsvisie. U heeft geen inhoudelijke richting of accenten voor de implementatie van de Omgevingswet meegegeven.

7

3. INSTRUMENTEN VAN DE OMGEVINGSWET

3.1 Omgevingsvisie Kenmerken van de Omgevingsvisie Een nieuw instrument onder de Omgevingswet is de Omgevingsvisie die de Raad vaststelt. Deze is misschien nog het best te vergelijken met de Structuurvisie, maar er zijn op wezenlijke onderdelen verschillen. De belangrijkste kenmerken van een Omgevingsvisie: 

In de omgevingsvisie vindt een integrale afweging van keuzes van de ontwikkelingsrichting plaats en is er samenhang tussen alle beleid aanwezig.

De omgevingsvisie heeft een cyclisch karakter: de Structuurvisie gold voor 10 jaar. De omgevingsvisie wordt integraal onderdeel van de beleidscyclus. De Raad legt de ambities en de beleidsdoelen vast in de visie en op basis daarvan worden de instrumenten (omgevingsplan, vergunningen en -programma’s) ingericht. Het vormt de basis voor toezicht en handhaving en voor monitoring en evaluatie. De visie en de geformuleerde doelen en ambities worden steeds tussentijds geëvalueerd en aan de hand daarvan worden de instrumenten tussentijds bijgesteld.

Participatie: inspraak en vooroverleg is erg belangrijk en inwoners worden al vanaf het begin van het proces betrokken in de keuze welke ambities en zorgen meegenomen moeten worden in de planvorming.

De omgevingsvisie moet vastgesteld zijn voor 1 januari 2024.

Figuur 1 Beleidscyclus Omgevingsvisie

8

Stand van zaken omgevingsvisie in Duiven In Duiven is inmiddels een start gemaakt met de omgevingsvisie. Het Koersdocument Omgevingsvisie is recentelijk opgeleverd, dat geeft een eerste richting. Later dit jaar gaat besluitvorming aan de hand van een concept-omgevingsvisie plaats vinden. Het is van belang dat de raad naar dit document kijkt vanuit de nieuwe verantwoordelijkheidsverdeling die de Omgevingswet met zich mee brengt. Is het voldoende kaderstellend? Ook als we als raad straks bij de vergunningverlening minder te zeggen hebben? Wat wordt er over monitoring en evaluatie gezegd en hoe worden we als raad meegenomen bij de realisatie van de doelen?

3.2 Omgevingsplan Kenmerken van het omgevingsplan Het omgevingsplan is eveneens een nieuw instrument in de Omgevingswet. Belangrijke kenmerken voor het omgevingsplan: 

Alle regels die de gemeente stelt voor de fysieke leefomgeving komen straks op één plek, in het omgevingsplan.

Deze regels moeten digitaal raadpleegbaar zijn. Met “één druk op de knop” moet direct duidelijk zijn welke regels allemaal voor een perceel gelden.

Het opstellen van de omgevingsplannen mag stapsgewijs, maar uiterlijk 1 januari 2029 moet er een omgevingsplan voor het gehele grondgebied aanwezig zijn.

De vergunningverlening op basis van de regels verandert al wel direct met de invoering van de wet per 1 januari 2022.

Stand van zaken omgevingsplannen in Duiven In Duiven wordt gestart met een Verordening Fysieke Leefomgeving. Hierin worden alle bestaande regels bij elkaar gebracht in één verordening. Zo ontstaat een basisdocument waarmee op basis van de geldende regels het nieuwe regime van vergunningverlening in gaat. Bij deze ervaring kan worden geoefend met de nieuwe rol van de raad. Bij een vergunningaanvraag die niet in de regels past heeft de raad nu nog een bevoegdheid (toestemming verlenen). Deze bevoegdheid ligt met de nieuwe Omgevingswet bij het college. De raad heeft dan een adviesrecht, maar dat moet dan binnen de formele termijn van acht weken proceduretijd. Een aantal voorbeelden uit de afgelopen periode van procedures waar de raad nu nog een bevoegdheid heeft om te beslissen en waarbij straks de bevoegdheid bij het college ligt: 

het slopen en herbouwen van een woning (bestemmingsplan Heiliglandstraat 19, Groessen),

de vestiging van een nieuwe lampenwinkel/light depot op een locatie voor perifere detailhandel (bestemmingsplan Besselink Licht),

vestiging van Loods 5 warenhuis (bestemmingsplan Loods 5)

de verplaatsing van een woning (bestemmingsplan Ooijsebrug 2a).

Dit zijn voorbeelden van initiatieven die niet binnen de huidige bestemmingsplanregels gerealiseerd konden worden. Om ze toch doorgang te kunnen laten vinden is onder de huidige wetgeving een positief besluit van de gemeenteraad nodig. Dat is straks – in beginsel- niet meer zo. Het verlenen van een vergunning wordt dan een bevoegdheid van het college. De raad heeft alleen – en slechts in

9

bepaalde gevallen- een adviesrecht. Het is goed om met het college concreet te maken hoe besluitvorming rondom complexe vergunningen er straks uit gaat zien en hoe (en in welke gevallen) de raad in staat wordt gesteld gebruik te maken van haar adviesrecht.

3.3 Programma en omgevingswaarden Kenmerken van een programma In de Omgevingsvisie beschrijft de raad haar doelen en ambities. In het Omgevingsplan worden deze vertaald naar regels en toetsingskaders. Maar soms is toetsen en het stellen van regels niet voldoende om doelstellingen te realiseren. De gemeente kan dan ook actief sturen door te werken vanuit een programmatische aanpak. Het sturen op omgevingswaarden met een programma is een nieuw onderdeel van de Omgevingswet. 

Omgevingswaarden als nieuw wettelijk instrument helpen om het beleid doelgerichter te maken.

Er zijn verplichte omgevingswaarden ten aanzien van milieunormen zoals stikstof.

De spelregels worden in het omgevingsplan bepaald, met als doel om de omgevingswaarden te halen.

Een programma is niet verplicht. U kunt als raad het college wel opdragen gebruik te maken van het instrument “programma”.

Stand van zaken programma en omgevingswaarden in Duiven Gaandeweg zal duidelijk moeten worden of en hoe het college programma’s gaat invullen. Dan moet ook duidelijk worden wat hierin werkt of niet en of uw raad verplichte en/of niet-verplichte omgevingswaarden wil gaan instellen.

3.4 Participatie Kenmerken van participatie in de Omgevingswet Participatie vormt een belangrijke rode draad in de Omgevingswet en is van belang om invulling te kunnen geven aan een aantal verbeterdoelen van de wet. De volgende aspecten zijn hierbij van belang: 

Participatie is verplicht voor initiatiefnemers van complexe initiatieven. De initiatiefnemer wordt verplicht om eerst met omwonenden te gaan overleggen. In een aanvraag bij de gemeente moet de initiatiefnemer laten zien wat hij heeft gedaan om de omwonenden te betrekken in de planvorming.

Participatie vanuit de overheid is al bekend, maar wordt nu wettelijk verankerd.

De gemeente moet beleid gaan ontwikkelen over de participatieplicht in een participatieverordening.

3.5 Begroting- en verantwoordingscyclus De invoering van de omgevingswet heeft financiële consequenties. In een VNG-handreiking over de financiële consequenties worden 3 soorten consequenties onderscheiden. De invoeringskosten; dit zijn alle kosten die nodig zijn om de wet te implementeren. Daarbij kan het gaan om kosten om nieuwe producten op te stellen zoals een omgevingsvisie of het omgevingsplan, kosten voor ICT om de aansluiting op het landelijke Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) te realiseren

10

en ook de ambtelijke capaciteit die nodig is voor al deze activiteiten. Deze invoeringskosten zullen zich ook na de invoeringsdatum nog voordoen. De structurele effecten; dit is de balans tussen kosten en baten als gevolg van de andere werkwijze na invoering van de wet. Denk aan kosten voor het onderhouden van de ICT-voorzieningen, extra capaciteit die nodig is voor begeleiden van plannen, vooroverleg etc. Maar wellicht zijn ook besparingen mogelijk doordat plannen en regels inzichtelijk zijn geworden. Frictiekosten; daarbij kan het gaan om kosten voor documenten of voorzieningen die als gevolg van de invoering versneld moeten worden afgeschreven of vervangen. Het kan ook gaan om personeelskosten doordat als gevolg van de veranderde werkwijze medewerkers moeilijker inzetbaar zijn. Het is lastig het geheel aan kosten al voor de invoeringsdatum scherp te hebben. Toch is het goed om als raad een eerste beeld te hebben van de te verwachte kosten. Zodat het mogelijk is hierop te sturen.

11

4. DE STURINGSMOGELIJKHEDEN VANUIT DE RAAD

De invoering van de Omgevingswet is een omvangrijke operatie. Het is voor een gemeenteraad niet doenlijk op alle aspecten van deze operatie zicht te hebben. Maar er zijn genoeg onderdelen waarop de raad kan sturen. In dit hoofdstuk zetten we die op een rij. 4.1 Sturingsmogelijkheden implementatie Omgevingswet 

Wat moet de invoering van de Omgevingswet de gemeente Duiven brengen: spreek een ambitie uit voor de invoering van de Omgevingswet. Welke accenten wilt u als raad meegeven aan de implementatie? Zorg als raad voor het ontwikkelen van een ambitie voor de Omgevingswet. Hoe wil je met de Omgevingswet omgaan? Welke rollen pak je hierin? Waar wil je beter in worden? Wil je beter worden in participatie? Wil je initiatieven beter faciliteren? Wil je de regels beter en eenvoudiger maken?

Als raad kun je sturen op de implementatie van de Omgevingswet door het college te vragen om u op de hoogte te houden van de voortgang van de implementatie.

Maak afspraken hoe het college uw raad tussentijds over de voortgang van de wet en de instrumenten gaat informeren zodat er tussentijds bijgestuurd kan worden.

4.2 Sturingsmogelijkheden voor de omgevingsvisie 

Beoordelen van het koersdocument Omgevingsvisie en de concept omgevingsvisie: Zitten er kaders in de omgevingsvisie die voldoende houvast bieden voor de raad om op te sturen? Met andere woorden: hoe helpt de omgevingsvisie bij de kaderstellende rol van de raad?

En kunt u met deze kaders het college erop vertrouwen dat zij de uitvoering van het beleid goed doen?

Formuleer de doelen in de omgevingsvisie duidelijk en concreet en maak afspraken met het college hoe deze doelen worden geëvalueerd en teruggelegd bij de raad.

4.2 Sturingsmogelijkheden voor het omgevingsplan 

Toewerken naar het omgevingsplan: welke accenten brengt u aan als raad?

Maak afspraken hoe het college de raad gaat betrekken bij afwijkingen van het omgevingsplan.

Maak concreet hoe uw raad straks invulling gaat geven aan het adviesrecht bij vergunningverlening.

Bekijk in welke gevallen uw raad een rol in de besluitvorming wil hebben en wanneer niet. Ga hierover in gesprek en probeer hierin een lijn aan te brengen.

4.3 Sturingsmogelijkheden voor programma en omgevingswaarden 

Als het college er niet in slaagt om aan omgevingswaarden in een omgevingsplan te voldoen, dan kan de raad het college verplichten om de doelen te halen in de vorm van een programma. Maak afspraken met het college over de voortgang hierover en zorg dat u geïnformeerd blijft.

4.4 Sturingsmogelijkheden voor participatie 

Ga ervaring met participatie op doen in de omgevingsvisie en bekijk hoe daar het beste invulling kan worden gegeven aan de participatieplicht.

12

Zorg dat er een participatiebeleid komt waarin helder is wat je als gemeente meegeeft aan burgers, maar ook wat je als gemeente zelf gaat doen aan participatie bij planontwikkelingen.

En koppel dit participatiebeleid aan het adviesrecht van de raad. De plannen die maatschappelijk de meeste impact hebben zou de raad het beste kunnen benutten hiervoor.

4.5 Sturingsmogelijkheden voor de begroting en verantwoordingscyclus 

Vraag als raad om inzicht in het geheel aan kosten dat gemoeid is met de invoering van de Omgevingswet. Vraag daarbij niet alleen naar de invoeringskosten, maar ook de structurele kosten en eventuele frictiekosten. En vraag deze informatie niet alleen voor het eerstkomende begrotingsjaar, maar meerjarig. Het past bij de rol en verantwoordelijkheid van de raad om op dit punt kaderstellend te kunnen sturen.

13

5. ADVIEZEN VAN DE REKENKAMER

Deze verkenning heeft vooral als doel de raad een overzicht te bieden van de consequenties als gevolg van de invoering van de Omgevingswet. Met deze verkenning hebben we als Rekenkamer niet beoogd de werkwijze van het college diepgaand te evalueren. Wel willen we in dit proces de gemeenteraad van Duiven een aantal aandachtspunten meegeven: 

Zorg voor een evaluatiemoment waarin u als raad naar de “operatie Omgevingswet” als geheel kijkt. Gebruik dit evaluatiemoment om algehele lessen te rekken en ambities te formuleren voor de invoering van de wet.

De Omgevingsvisie wordt een belangrijk instrument voor de raad. Niet alleen op het moment dat het wordt vastgesteld, maar ook voor de tussentijdse sturing. Vraag daarom expliciet naar de wijze van monitoring op de beleidsdoelen uit de Omgevingsvisie. Hoe gaan we de voortgang meten? Hoe wordt u als raad over die voortgang geïnformeerd? Wat gebeurt er als de ontwikkelingen niet in de pas lopen met de oorspronkelijke doelen en ambities?

Vraag het college om concrete voorstellen te doen hoe en wanneer de raad gebruik kan maken van haar adviesrecht bij individuele vergunningaanvragen.

Vraag het college naar de wijze waarop ze vorm wil geven aan de visie op participatie.

Vraag als raad om een meerjarig overzicht van de kosten die gemoeid zijn met de implementatie van de omgevingswet. Vraag daarbij niet alleen om de invoeringskosten, maar ook de consequenties van eventiele structurele en frictie-kosten.

Wat kunnen Duiven, Doesburg en Westervoort van elkaar leren? Als rekenkamer hebben we de verkenning over de implementatie van de Omgevingswet voor alle drie de gemeenteraden uitgevoerd. Voor Duiven en Westervoort geldt -vanuit 1stroom- een gezamenlijke aanpak. De onderlinge leereffecten zijn vanuit die aanpak geborgd. De wijze van implementatie tussen deze beiden gemeenten (Duiven en Westervoort) aan de ene kant en Doesburg aan de andere kant laten een aantal verschillen zien. Doesburg kiest nadrukkelijk voor een “bottom-up” benadering, waarbij aan de hand van concrete ervaringen op kleine schaal ervaring wordt opgedaan met het functioneren van het systeem van de omgevingswet. Dit maakt de veranderingen en consequenties voor de rol van de raad helder en zichtbaar. Ook voor wat de door de raad te maken keuzes betreft. Het kan de raden van Duiven en Westervoort helpen hier kennis van te nemen. In zowel Duiven als Westervoort is op inspirerende wijze gestart met het proces om tot een gemeentelijke Omgevingsvisie te komen. De opgestelde startdocumenten bieden een goed inzicht in wat het ontwikkelen van een Omgevingsvisie aan inhoud en dilemma’s op kan leveren. In Doesburg moet het proces om tot een gemeentebrede Omgevingsvisie te komen nog gestart worden. Het kan de raad van Doesburg helpen kennis te nemen van de Omgevingsvisie-producten en -ervaringen in Duiven en Westervoort.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=c0d04050-c3c2-4596-8c93-130c65c58a5d