CDA - Technische vragen - Beleidskader huisvesting internationale werknemers TIP met antw.docx
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN AAN HET COLLEGE Datum indienen: 24 januari 2023
Naam vragensteller: N.J. (Hans) Stam
Vraag gericht aan: College
Onderwerp: Beleidskader huisvesting internationale werknemers
Naar aanleiding van het raadsvoorstel ‘Beleidskader huisvesting internationale werknemers’ heeft de fractie van CDA Duiven-Groessen-Loo de volgende technische vragen: 1. Wat is de stand van zaken rondom de verleende vergunning voor de Visserlaan 1? [T] Antwoord: tijdens de bezwarentermijn zijn er 5 bezwaarschriften ontvangen waarvan 1 pro forma. De indiener daarvan heeft van de bezwarencommissie nog eens 6 weken gekregen om de bezwaren te onderbouwen. De hoorzitting kan daarom pas na deze termijn plaatsvinden en staat nu gepland op 20 maart. 2. Kan de raad geïnformeerd worden over de hoeveelheid bezwaarschriften en inhoud daarvan? [T] Antwoord: 5 bezwaarschriften, waarvan een aantal mede ondertekend door anderen. Inhoud gaat vooral over privacy aantasting, verwachte verkeershinder en vrees voor overlast. 3. In paragraaf 1.4 van het beleid wordt ingegaan op de behoefte. Aangegeven is dat de huisvestingsbehoefte van internationale werknemers die zich 3 jaar of langer in de gemeente vestigen, onderdeel moet zijn van het reguliere woonbeleid. In tabel 1 wordt echter alleen een onderscheid gemaakt in een verblijfsduur van 1-5 jaar en langer dan 5 jaar. Is aan te geven wat de behoefte is aan 3 jaar +? [T] Antwoord: nee dat is op basis van deze cijfers niet aan te geven. Dit komt omdat het onderzoeksbureau sinds de laatste prognoses voor mid-stay uitgaat van tot 5 jaar i.p.v.
tot 3 jaar zoals eerder. De cijfers zijn dus wel voor short-stay en mid-stay. 4. Aanvullend op de voorgaande vraag, komt de behoefte bovenop het huidige of maakt het er al onderdeel van uit? [T] Antwoord: de extra behoefte aan huisvesting voor immigranten zit voor een deel in de gebruikte prognoses uit 2019 voor de Woonvisie 2021. Het is niet aan te geven hoe dit opgaat voor de Liemerse prognoses. Wel is het zo dat in de cijfers van 2019 immigratie beter zit dan in de voorgaande prognoses. 5. Huisvesting zou mogelijk kunnen worden op de bedrijventerreinen. Wordt op de in ontwikkeling zijnde terreinen (Graafstaete 2 en Centerpoort-Noord 2) actief ruimte geboden voor huisvesting? [T] Antwoord: Via gronduitgifte zou je kunnen sturen op bedrijven die geen of weinig internationale werknemers nodig hebben of dat goede huisvesting van internationale werknemers een voorwaarde is. Zo worden de bedrijventerreinen Centerpoort-Noord en Graafstaete uitgebreid. Om tot de toewijzing van kavels aan ondernemers te komen, worden criteria opgesteld. Duurzaamheidsaspecten spelen hierbij een belangrijke rol, maar ook het zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte door bedrijven. Denkbaar is tevens dat een ondernemer moet aangeven hoe aan medewerkers te komen, waar deze wonen/zijn gehuisvest dan wel hoe de ondernemer de lokale arbeidsmarkt bedient.
Voor Centerpoort-Noord 2 en Graafstaete 2 is nog geen vastgesteld stedenbouwkundig plan of kavelindeling bekend. Er is niet actief ruimte opgenomen voor huisvesting. 6. Zijn er bij het huisvesten op eigen terrein (1.8.1) nog eisen over de duur van de arbeidsbehoefte? [T] Mag men bijvoorbeeld een capaciteit realiseren om het aantal mensen te
huisvesten dat tijdens een piek nodig is en de capaciteit de rest van de tijd aan anderen verhuren? [T] Antwoord: In de beleidsnotitie staat dat in de huisvesting op het terrein van de (agrarische) werkgever uitsluitend werknemers worden gehuisvest die bij het (agrarisch) bedrijf of direct omliggende (agrarische) bedrijven werkzaam zijn. Dit maakt clustering en verhuur aan andere bedrijven uit de buurt in principe mogelijk. Maar dus wel binnen de voorwaarden zoals verwoord in de beleidsnotitie. 7. Waarom krijgen niet alle huisvestingsinitiatieven de bestemming ‘logies’ zoals de huisvesting op (randen van) bedrijventerreinen? [T] Antwoord: Het uitgangspunt is het realiseren van huisvesting met een woonbestemming als insteek. Voor een woonbestemming gelden stengere eisen omtrent geluid en geur dan voor logies. Dat zou betekenen dat het realiseren van een woonbestemming op een bedrijventerrein de bestaande bedrijven belemmeren in de bedrijfsvoering. Dat is niet de bedoeling. Om de bedrijventerreinen niet uit te sluiten als mogelijke locatie, is gekozen om daar de logiesfunctie toe te staan.