bijlage - Uitvoeringsprogramma circulariteit dd 22-06-2022.pdf
Tekst van het document
Uitvoeringsprogramma Circulariteit 2023-2025 Gemeenten Duiven en Westervoort
Figuur 1: bron: gemeentevoordetoekomst.be
Auteur: Bas Grol Plaats: Arnhem Datum: 22 juni 2022
Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel en resultaat 1.3 Verantwoording en leeswijzer
2 2 2 2
2 Waar staan we? 2.1 Programma en ambities 2.2 Circulaire R-strategieën 2.3 De opgave in beeld 2.4 Ervaringen met circulariteit
3 3 3 4 5
3 Weergave gesprekken 3.1 Rode draad ambtelijke gesprekken 3.2 Aandachtspunten klankbord
8 8 9
4 Aanbrengen van focus 4.1 Mate van invloed 4.2 Impact in sectoren 4.3 Maatschappelijk draagvlak 4.4 Afwegingskader circulariteit
11 11 11 12 12
5 Routekaart Circulariteit 5.1 Aanpak langs twee sporen 5.2 Projectenagenda 5.3 Toelichting circulaire projecten 5.4 Participatie
14 14 14 15 16
6 Resultaten en randvoorwaarden 6.1 Benodigde hulpbronnen 6.2 Meten en monitoren
17 17 18
1
1 Inleiding Voor u ligt het Uitvoeringsprogramma Circulariteit 2023-2025 van de gemeenten Duiven en Westervoort. In dit document beschrijven we op welke manier de beide gemeenten de komende jaren invulling geeft aan de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van circulariteit.
1.1 Aanleiding In het najaar van 20211 hebben de gemeenteraden van Duiven en Westervoort de “Routekaart Circulariteit Gemeenten Duiven & Westervoort” vastgesteld2. In de routekaart is opgenomen dat beide gemeente zich conformeren aan de ambities uit het nationale grondstoffenakkoord: een volledig circulaire economie in 2050, waarbij alle fossiele grondstoffen hoogwaardig worden hergebruikt. Een van de aanbevelingen uit de routekaart was om de abstracte ambities op het gebied van circulariteit voor de korte termijn te concretiseren in een uitvoeringsprogramma. Dit programma treft u hierbij aan.
1.2 Doel en resultaat De ambities voor de middellange en de lange termijn zijn vastgelegd in de routekaart. Het uitvoeringsprogramma is een concretisering hiervan en geeft aan op welke activiteiten de gemeenten de komende jaren willen inzetten. Dit uitvoeringsprogramma dient intern als handvat voor bestuurders en medewerkers bij het maken van afwegingen en het stellen van prioriteiten, maar is ook als zelfstandig leesbaar document te gebruiken voor andere geïnteresseerden.
1.3 Verantwoording en leeswijzer Het uitvoeringsprogramma is tot stand gekomen op basis van gesprekken die zijn gevoerd met bestuurders en met ambtenaren van verschillende beleidsafdelingen. Ook is een conceptversie van het uitvoeringsprogramma besproken met een groep externe partners. In deze groep waren diverse organisaties vertegenwoordigd uit de regio met kennis van netwerk, beleid, financiën en ondernemen. In hoofdstuk twee beschrijven we de gemeentelijke opgave en zetten we de huidige kennis en ervaring in de gemeente op het gebied van circulariteit uiteen. In hoofdstuk drie beschrijven we de resultaten uit de gesprekken die zijn gevoerd in het kader van dit onderzoek. In hoofdstuk vier beschrijven we de manier waarop de prioritering tot stand is gekomen, waarna we in hoofdstuk vijf de routekaart in één oogopslag weergeven in een infographic. Tot slot maken we in hoofdstuk zes een vertaling van de projecten naar benodigde randvoorwaarden en middelen.
1 Vaststelling van de Routekaart (KplusV, 17 juni 2021) heeft in Duiven plaatsgevonden op 9 november 2021 (zaaknummer
Z/21//085696/2015295611) en in Westervoort op 8 november 2021 (zaaknummer Z/21//085696/201529569).
2
2 Waar staan we? In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste conclusies uit de routekaart circulariteit, gaan we nader in op de gemeentelijke opgaven en zetten we de huidige kennis en ervaring in de gemeente op dit gebied uiteen.
2.1 Programma en ambities Duiven en Westervoort hebben een programma voor circulaire economie dat is opgebouwd uit drie pijlers: energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit. Voor elke pijler is er een doelstelling vastgesteld die aansluit bij de nationale ambities. Het programma met de drie pijlers, de samenhang en de bijbehorende doelstelling treft u hieronder aan in figuur 2.
Figuur 2: Programmastructuur Circulaire Economie
De geformuleerde doelstellingen bij de pijlers zijn op een relatief hoog abstractieniveau geformuleerd. Om het voor de organisatie beter werkbaar te maken, maakt de gemeente beleidsdocumenten en uitvoeringsprogramma’s waarmee er meer focus en concretisering wordt aangebracht in de verschillende opgaven.
2.2 Circulaire R-strategieën Circulaire economie laat zich niet eenvoudig meten (zie paragraaf 6.2). Er zijn landelijk en internationaal verschillende instrumenten ontwikkeld die in de praktijk goed bruikbaar zijn om richting te geven aan de uitvoering. Het instrument dat in Nederland hiervoor het meest gangbaar is komt van het Planbureau voor de leefomgeving en bestaat uit een set aan strategieën waarvan de Engelse benaming start met de letter “R” (R-strategieën). De strategien hebben als doel om onnodig grondstofgebruik te voorkomen en om grondstoffen efficiënt te (her)gebruiken. Door het hanteren van de R-strategieën draagt men bij aan een verlaging van de milieudruk (onder andere CO2) en een verbetering van de
3
leveringszekerheid. Een simplistische weergave van de circulaire R-strategieën treft u aan in figuur 3.
Figuur 3: R-strategieën van PBL, 2019
Bij de ingaande pijl (input) is de boodschap dat men bij de productie goed moet nadenken over de noodzaak van het gebruik van grondstoffen. De nadruk ligt hier op het voorkomen van onnodig grondstofgebruik (Refuse), het intensiveren van het gebruik (Rethink) en het ‘slimmer’ ontwerpen van producten (Reduce). Na de gebruiksfase is de meest hoogwaardige strategie die van producthergebruik (Re-use). Als dit niet mogelijk is dan volgen de strategieën van reparatie (Repair), herstellen (Refurbish), opnieuw samenstellen (Remanufacture) en herbestemmen (Repurpose). Als het niet langer mogelijk is om de levensduur te verlengen dan is het vaak mogelijk om materialen te hergebruiken (Recycling). Als sluitstuk (output) volgt verbranding met terugwinnen van energie (Recover). De figuur maakt duidelijk dat een circulaire economie niet alleen vraagt om sturen op de omvang van grondstoffen, maar ook op de waarde ervan en de beoogde effecten: minder milieudruk en verbetering van de leveringszekerheid van kritieke materialen.
2.3 De opgave in beeld Bij de routekaart is voor de meest relevante sectoren in beeld gebracht wat het grondstofverbruik is. Dit zijn de grondstoffen die momenteel als afval worden aangeboden en die op termijn moeten worden gereduceerd en hergebruikt. In figuur 4 treft u een overzicht aan van de grondstoffen met een indicatie van de verbruikte hoeveelheid per jaar. Transportbrandstoffen zijn in dit overzicht niet meegenomen. Dit overzicht is vooral bedoeld om een indicatie te geven van onderlinge verhoudingen tussen de grondstoffen.
4
Figuur 4: Indicatie jaarlijkse grondstofverbruik Duiven en Westervoort (bron: Routekaart, 2021)
Het totaal aan grondstofstromen voor Duiven en Westervoort is geschat op circa 176 kiloton per jaar. Dit komt overeen met 4.400 volle vrachtwagens aan grondstoffen, elk jaar. In de figuur is een indeling gemaakt in drie groepen: industrie en bedrijven (blauw), woning- en wegenbouw (groen) en consumenten (oranje). Te zien dat het grootste deel van de grondstoffen betrekking heeft op de industrie en bedrijven. Dit is samen goed voor circa 55 procent van alle grondstoffen. Een goede tweede is de woning- en wegenbouw met circa 33 procent van het grondstofverbruik. Het consumentendeel is met zo’n 12 proces de kleinste groep van de drie.
2.4 Ervaringen met circulariteit In de uitvoering hebben Duiven en Westervoort al de nodige ervaring met circulariteit in projecten. In deze paragraaf geven we een overzicht van de projecten de afgelopen jaren zijn uitgevoerd, waarbij circulariteit een rol speelde. Om u een indruk te geven van het type projecten die worden uitgevoerd zijn in dit rapport drie voorbeelden opgenomen met een projecttoelichting. Deze herkent u aan de grijze achtergrondkleur. Het totale overzicht aan circulaire projecten is hieronder per categorie weergegeven.
Grond-, weg- en waterbouw • •
Herinrichting drie straten in Groessen: aanpak duurzaam GWW. Herinrichting Rijksweg in Duiven: aanpak duurzaam GWW, UAV-GC contract met MKI beoordeling in EMVI.
Integraal beheer openbare ruimte •
Circulaire aanbesteding groenonderhoud 2020-2023: CO2 prestatieladder eisen, aanpak duurzaam GWW, duurzaamheid in EMIV criteria.
5
• •
Circulaire aanbesteding meerjarig boomonderhoud 2020-2023: CO2 prestatieladder eisen, aanpak duurzaam GWW, duurzaamheid in EMIV criteria. Circulaire aanbesteding meerjarig sportveldonderhoud 2020-2023: CO2 prestatieladder eisen, aanpak duurzaam GWW, duurzaamheid in EMIV criteria.
Afvalinzameling • •
Nieuwe afvalbeleidsplannen Duiven en Westervoort. Nieuwe afvalinzameling in gemeentehuizen Duiven en Westervoort: gescheiden afvalinzameling.
Facilitaire diensten • •
Inkoop warme dranken: duurzaamheidscriteria in inkoopproces. Circulaire inkoop meubilair: innovatiegericht inkopen op basis van 8 RCC-principes.
Evenementen en verenigingen • • • •
Prijsvraag circulaire evenementen en verenigingen. Nieuw evenementenbeleid in Duiven, duurzaamheid als onderdeel van het beleid. Onderzoek naar de mogelijkheden voor circulaire verenigingen, samen met Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (verder: HAN). Inspiratiedocument voor verenigingen, samen met HAN.
Bedrijventerreinen • • •
Gebiedsgerichte aanpak circulaire economie in Duiven (gebiedsscans) uitgevoerd door HAN en Renewi: resultaat een duurzame wijze van EPS (piepschuim) verwerking. Synergiepark Innofase: InnoFase is uitsluitend bestemd voor bedrijven die actief zijn in de circulaire economie, uitgaand van het concept van industriële symbiose. Gebiedsaanpak ’t Holland (pilot): maatwerk adviesgesprekken met bedrijven over verduurzamingsmaatregelen.
6
Duurzaam groenbeheer Duurzaamheid wordt steeds vaker zichtbaar in de openbare ruimte. Zo wordt er nu door groenbeheerders in Duiven en Westervoort gewerkt met elektrisch gereedschap. Ook worden er geen pesticiden meer gebruikt en wordt onkruid steeds vaker ingezet als groene mest. Het duurzame groenbeheer is tot stand gekomen dankzij een subsidie van de Rijksdienst Voor Ondernemen. “Met die investering is er een advies gemaakt waarin de mogelijkheden voor duurzaam groenbeheer in kaart zijn gebracht” Aanbesteding De gemeente heeft besloten om in de aanbesteding duurzaam groenbeheer in de gemeenten Duiven en Westervoort te stimuleren. Ze heeft bedrijven gevraagd om minder energie te gebruiken, circulair te gaan werken en de biodiversiteit te vergroten. Omdat duurzaam groenbeheer ook rendabel moet zijn voor alle partijen is in deze uitvraag gekozen voor een groeimodel: dit gaf aannemers de kans om gedurende de contractduur te investeren in duurzamer materieel. De uitvraag leverde een aantal vernieuwende voorstellen op. •
•
• •
Hergebruik In Westervoort werkt de uitvoerder op alle werkzaamheden met elektrisch handgereedschap. Verder wordt een deel van het afval duurzaam hergebruikt zoals Taxusmaaisel voor medicijnen. Ook werkt men met CO2 neutrale onkruidbestrijding met heet water. Dit water wordt volledig opgewarmd door restwarmte van de biomassacentrale. Sociale inzet Bijzonder is ook de intensieve samenwerking die de uitvoerder heeft met Scalabor. Er worden meer werkzaamheden dan voorheen handmatig uitgevoerd, waardoor er meer sociale arbeidsplaatsen worden geboden in Westervoort. Elektrisch handgereedschap In Duiven is ook gekozen voor grotendeels elektrische handgereedschappen. Ook wordt er gemaaid met een elektrische maaier in het centrum van Duiven. Insectenhotels In Westervoort bood de uitvoerder aan om van geschikt hout nestkasten, insectenhotels en takkenrillen te produceren. En door het gebruik van biodiesel en elektrisch vervoer denkt de uitvoerder in Duiven bijna 60.000 kg CO2 uitstoot te reduceren. 7
3 Weergave gesprekken In dit hoofdstuk beschrijven we de resultaten uit de gesprekken die zijn gevoerd in het kader van dit onderzoek en beschrijven we de manier waarop de prioritering tot stand is gekomen.
3.1 Rode draad ambtelijke gesprekken In vier groepsgesprekken is er gesproken met ambtenaren van 1Stroom van de werkvelden afval, circulaire economie, ruimtelijke ontwikkeling, realisatie en beheer, economie bedrijventerreinen en inkoop. De belangrijkste bespreekpunten en conclusies uit de gesprekken zijn: 1. Er is ambtelijk veel betrokkenheid en bereidheid om met circulariteit aan de slag te gaan. Het niveau loopt uiteen tussen individuele medewerkers van beperkte kennis tot goed ingevoerd en van geen ervaring tot beperkte ervaring. 2. In brede zin is men zoekende naar een manier om circulariteit te kunnen vormgeven in projecten. Er is daarom behoefte aan kennis en goede voorbeelden hoe dit kan, het liefst met concrete instrumenten om in te zetten. 3. De ambitie van de Raad is niet bij iedereen bekend. Er moet beter intern over worden gecommuniceerd. Een suggestie om de bekendheid te vergroten is om de circulaire ambities te concretiseren en als een bestuursopdracht mee te geven. 4. De gemeente kan circulariteit een prominente plek geven in het Omgevingsplan. 5. Een mogelijkheid is om circulariteit mee te nemen in alle gemeentelijke inkopen. Zo kan de gemeente op circulariteit sturen via nieuwe, innovatieve inkoopprocedures bij (Europese) aanbestedingen. 6.
Realisatie en beheer ervaart circulariteit als een uitdaging omdat er volgens hen sprake is van een stapeling aan ambities. Circulariteit concurreert nu met andere beleidsambities. Er zou per project duidelijk moeten zijn welke ambities prioriteit krijgen. 7. Realisatie en beheer ervaart het als een uitdaging om circulaire ambities smart te maken. Het blijft voor hen vaak op een hoog abstractieniveau, verschillende aanpakken zijn lastig vergelijkbaar en het resultaat is lastig te controleren. Een oplossing kan zijn om meer functioneel aan te besteden en een kennisbank of helpdesk in te richten voor projectleiders die vragen hebben op het gebied van circulariteit. 8. Medewerkers van Realisatie en beheer geven aan dat de werkdruk te hoog is, waardoor er onvoldoende tijd kan worden vrijgemaakt om zich goed in het onderwerp te kunnen verdiepen. Dit is nodig om aanbiedingen van marktpartijen goed te kunnen beoordelen. 9. De gemeente dient het “Handboek openbare ruimte” te actualiseren met meer aandacht voor circulariteit. 10. De ambities voor circulariteit overlappen deels met de ambities van afval. Dit geldt met name voor het deel dat betrekking heeft op consumenten. Voor dit deel kan het best worden verwezen naar het gemeentelijke grondstoffenplan. Het grondstoffenplan gaat niet of nauwelijks in op preventie, dit kan een aanvulling zijn van circulariteit.
8
11. Er zou structureel aandacht moeten zijn voor nieuwe innovaties. Dit zou bijvoorbeeld kunnen in een “Innovatiewerkplaats”, waarbij lokale ondernemers worden uitgedaagd om nieuwe circulaire producten en oplossingen te ontwikkelen. 12. In Duiven is er ervaring bij ’t Holland met een gebiedsgerichte aanpak voor meer duurzaamheid. Na een projectevaluatie moet worden bezien welke elementen uit de pilot geschikt zijn voor effectieve en efficiënte uitrol naar andere bedrijventerreinen. 13. De gemeente heeft de afgelopen jaren sportverenigingen uitgedaagd om te verduurzamen door middel van een prijsvraag. De vervolgstap kan zijn om hen te faciliteren de maatregelen te implementeren en dit verder uit te rollen. 14. De gemeente kan lokale onderwijsinstellingen stimuleren om circulariteit op te nemen in het onderwijspakket en dit aan te bieden aan hun leerlingen. 15. Het kennislandschap voor circulariteit moet beter in beeld worden gebracht en beschikbaar worden gesteld voor intern en extern gebruik. Daarmee is het voor geïnteresseerden duidelijk welke aanspreekpunten er zijn voor vragen, waar er kennis en voorbeelden te vinden zijn en bij wie men terecht kan voor ondersteuning of financiering.
3.2 Aandachtspunten klankbord De gemeente heeft een groep externe regionale partners samengesteld die goed zijn ingevoerd in het onderwerp circulariteit. Hen is gevraagd om de conceptversie van de uitvoeringsagenda van commentaar te voorzien. In een presentatie zijn de opzet en inhoud van het uitvoeringsprogramma op hoofdlijnen toegelicht. De klankbordgroep bestaat uit Provincie Gelderland, Stichting GoClean De Liemers, Groene Alliantie de Liemers en Stichting Kiemt. Naar aanleiding van de presentatie en de discussie zijn de belangrijkste reacties en suggesties als volgt: 1. Formuleer gezamenlijke activiteiten in de regio. Werk bijvoorbeeld samen binnen de Groene Metropoolregio. Zo is er kennis en ervaring in de regio op het gebied van circulair bouwen, circulair inkopen en grond-, weg- en waterbouw. De provincie kan gezamenlijke circulaire initiatieven ondersteunen. 2. Maak inzichtelijk welke ondersteuningsfaciliteiten die er zijn op verschillende plekken. Zoals bij de provincie Gelderland, Groene Metropoolregio, Cirkelstad, VNO-NCW, Kiemt, GoClean De Liemers, Groene Allianties de Liemers, et cetera. 3. Stimuleer dat ondernemers zelf het initiatief nemen voor kennisuitwisseling en ondersteun hen daarbij. Laat ze bijvoorbeeld elkaar uitnodigen voor een bijeenkomst en niet via de gemeente of een externe partij. 4.
Maak gebruik van beschikbare informatiebronnen zoals de Circulaire Atlas en de grafische kaart op de website van Economic Board Arnhem-Nijmegen om te zien welke circulaire initiatieven al in beeld zijn binnen de gemeente.
9
Evenementen onder de loep Even voorstellen… Maarten Heebink en Michiel Pieneman volgen de deeltijdstudie Circulaire Economie aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Maarten studeert HBO ICT en Michiel Logistic Management. Beide zitten in het vierde en laatste jaar van de opleiding. Naast deze opleiding werken ze beide fulltime, Maarten als Software Engineer en Michiel als militair. Wat houdt jullie opdracht voor de gemeenten Duiven en Westervoort precies in? Wij gaan onderzoeken hoe evenementen in de gemeenten Duiven en Westervoort duurzamer kunnen worden. Evenementen hebben een impact op de omgeving waarin ze gehouden worden. De fysieke plek, de natuur, het klimaat, maar ook de medewerkers, omwonenden en bezoekers worden op een of andere manier geraakt door een evenement. Wij willen met dit onderzoek enerzijds in kaart brengen wat die impact is en anderzijds hoe de negatieve impact zo klein mogelijk en de positieve impact zo groot mogelijk kan worden gemaakt. Wij zullen ons best doen om met ons rapport een product op te leveren dat bijdraagt aan een duurzame toekomst voor de inwoners van Duiven en Westervoort . Focussen jullie je in het onderzoek nog op een specifiek evenement? Wij gaan ons onderzoek uitvoeren bij de organisatie van de jaarlijkse ijsbaan. Wij zijn blij dat de organisatie van de GABA ijsbaan aan ons onderzoek wil meewerken.
De evenement-organisatie moet straks door ons onderzoek kunnen kiezen uit bruikbare maatregelen die ervoor zorgen dat hun evenement duurzamer wordt en daarmee toekomstbestendig is.
1
4 Aanbrengen van focus In dit hoofdstuk bespreken we op welke wijze de gemeente focus wil aanbrengen in de geplande activiteiten tot en met 2025 binnen de programmalijn Circulariteit.
4.1 Mate van invloed De gemeente is direct en indirect betrokken bij veel van de lokale activiteiten, zo ook op het gebied van circulariteit. De gemeente heeft daarbij verschillende strategieën tot haar beschikking om in te zetten in de transitie naar een meer circulaire economie. Zo kan de gemeente stakeholders belonen die het gewenste gedrag te vertonen. Voorbeelden hiervan zijn de prijs die de gemeente de afgelopen jaren heeft uitreikt voor het beste circulaire idee en de MKB prijs voor meest duurzame ondernemer. Ook kan de gemeente ongewenst gedrag ontmoedigen of beprijzen. Een voorbeeld hiervan is het principe van ‘de vervuiler betaald’, waarbij de hoeveelheid en de wijze van aanbieden de prijs bepalen van het afval. Ook kan de gemeente stakeholders informeren en een beroep doen op hun morele verplichting. De rol die de gemeente inneemt hangt samen met de mate van betrokkenheid. In de onderstaande figuur treft u een schematisch overzicht aan van de betrokkenheid van de gemeente bij projecten en de mogelijke rol die de gemeente daarbij kan aannemen. Het overzicht is niet uitputtend, maar geeft de koppeling weer tussen de invloed en de rol.
Figuur 5: Invloed en rollen gemeente
Naar mate de gemeente meer invloed heeft kan ze meer sturing geven aan een circulaire oplossingsrichting.
4.2 Impact in sectoren In de figuur 2 is te zien hoeveel grondstoffen er jaarlijks grofweg worden verbruikt in de gemeente en wat hierin de verhouding is. Daaruit blijkt dat meer dan de helft (55%) van alle grondstoffengebruik in de gemeente samenhangt met de categorie bedrijven: agrarische
11
bedrijven, industrie, kantoren, winkels en dienstverlenende bedrijven. Veel bedrijven in de gemeente zijn geclusterd in een van de bedrijventerreinen. Een gebiedsgerichte aanpak lijkt daarmee een logische keuze. De bedrijven die actief zijn in de sectoren bouw, sloop en grond-, weg- en waterbouw zijn samen verantwoordelijk voor het gebruik van een derde van alle grondstoffen (33%) in de gemeente. In een groot aantal gevallen is de gemeente hierbij betrokken: bijvoorbeeld als opdrachtgever, vergunningverlener en/of handhaver. Het overige deel (12%) wordt gebruikt door alle inwoners gezamenlijk. Het gaat daarbij vooral om de huishoudelijke afvalstromen die via de reguliere haal- en brengvoorzieningen in de gemeente worden opgehaald en verwerkt. Deze afvalstromen worden vanuit een wettelijke verplichting ingezameld in opdracht van de gemeente.
4.3 Maatschappelijk draagvlak Om de omslag te kunnen maken naar een volledig circulaire economie is er meer nodig dan het formuleren van projecten op de grootste grondstofstromen. Zo moeten inwoners, bedrijven en organisaties gemakkelijk toegang krijgen tot objectieve informatie over circulariteit, goede voorbeelden en ondersteuningsmogelijkheden. Ook kunnen er ludieke acties worden opgezet om mensen hiermee in aanraking te laten komen. De verwachting is dat er ook toenemende wet- en regelgeving zal komen op het gebied van circulariteit. Het pakket aan maatregelen moet er toe leiden dat er een breed maatschappelijk draagvlak ontstaat waarbij inwoners, bedrijven en organisaties circulariteit standaard meenemen in alle afwegingen.
4.4 Afwegingskader circulariteit Om te komen tot een weloverwogen keuze in de projecten die de komende jaren worden uitgevoerd, is er een combinatie gemaakt van de aspecten uit de voorgaande drie paragrafen: invloed, impact en draagvlak. De geselecteerde projecten zijn opgenomen in de uitvoeringsagenda voor 2023 tot en met 2025.
Figuur 6: Afwegingskader circulariteit
12
Bier waar muziek in zit! In 2020 won muziekvereniging Excelsior uit Loo een geldprijs om haar duurzame plannen uit te werken. Die plannen verwacht je misschien niet meteen bij een muziekvereniging, maar Bob van Zuylen en zijn vader Gert-Jan weten precies waar ze mee bezig zijn. Behalve het verduurzamen van de tuin om het pand, gaan ze ook aan de slag met hele speciale biertjes. Regenwater “De regenpijpen hebben we afgekoppeld en we hebben inmiddels een mooie regenton staan. In de zomer kunnen we daar het water voor de biertuin uit halen. We hebben ook een plantenbak gebouwd van gerecycled hout, gedoneerd door Hortensia Kwekerij Van Tilburg uit Groessen, waar we planten uit de omgeving in willen zetten. En met die planten willen we een heel lokaal biertje gaan brouwen!” Brouwen van lokaal bier Bob is al druk bezig met het ontwikkelen van het speciale lokale bier: “Brouwen is wel erg ingewikkeld, het is echt een ambacht. Daarnaast is brouwen met wilde gist en natuurlijke ingrediënten veel minder voorspelbaar dan brouwen met alleen industriële brouwersgist, gerst en hop. Ik werk daarom een dag in de week bij brouwerij Nevel in Nijmegen. Ik leer daar heel veel over wild bier brouwen, welke kruiden welke smaak geven en over het hele brouw- en fermentatie proces.
Planten plukken Er zijn hier in de Loowaard en het Loodijk gebied veel wilde planten die we kunnen gebruiken waar Nevel ook mee werkt, zoals alsem (Artemisia absinthium) en duizendblad (Achillea millefolium). Ik ben dat nu volop aan het bestuderen. In het voorjaar willen we de eerste planten gaan plukken om mee te gaan brouwen. Het plan is om het wildplukken in groepen te doen, met leden van de muziekvereniging en geïnteresseerden uit de Liemers. In het najaar van 2022 kunnen we dan een proefmiddag organiseren, waar we via vragenlijsten een definitief en verfijnd recept opstellen voor ons 100-jarig jubileumfeest in 2023. Natuurlijk geven we onze biertjes muzikale namen. We gaan daarnaast ook kijken of we een alcoholvrij drankje kunnen maken voor de kinderen, zoals ijsthee van kruiden, lekkere sapjes van wilde vruchten of limonade. Het is ook mogelijk brood te bakken met wilde gist, al ligt onze focus voor het project bij bier en non-alcoholische drankjes.” 1
5 Routekaart Circulariteit 5.1 Aanpak langs twee sporen In de huidige projectaanpak is circulariteit nu nog niet standaard, dit vraagt om meer aandacht en voorbereiding. In sommige gevallen leent de situatie er zich beter voor om deze kansen te verzilveren, bijvoorbeeld omdat er meer tijd is, er materialen voorhanden zijn of omdat er specifieke kennis aanwezig is. Naast een gestructureerde inzet op meer circulariteit is het van belang om de kansen die zich voordoen te benutten. We stellen daarom voor om twee sporen naast elkaar te laten lopen: A. Zodra concrete kansen zich voordoen, worden deze aangegrepen om te bepalen of en in welke mate er wordt ingezet op circulariteit. B. Er wordt programmatisch werk gemaakt van procesveranderingen en van projecten op de grote clusters van grondstofgebruik. Dit om een beweging voor de langere termijn in gang te zetten.
5.2 Projectenagenda Hieronder treft u de projectenagenda circulariteit aan voor Duiven en Westervoort voor de periode 2023-2025. Na de figuur volgt per project een korte toelichting.
Figuur 7: Projectenagenda 1Stroom, 2023 - 2025
14
5.3 Toelichting circulaire projecten Informatieoverzicht voor verschillende doelgroepen 1. We informeren en inspireren bedrijven, verenigingen en inwoners op het gebied van objectieve kennis, praktische ondersteuning, financieringsmogelijkheden en goede voorbeelden. Hiervoor gebruiken we in ieder geval het digitale platform van samen1nergie, uitgebreid met offline communicatie.
Ontwikkelen systeem voor kennisdeling 2. Door een systeem te ontwikkelen voor interne kennisdeling zorgen we ervoor dat opgedane ervaringen met circulariteit in projecten niet verloren gaan. Na evaluatie en vastlegging kunnen we deze kennis en instrumenten inzetten voor nieuwe projecten, of voor het bijsturen van beleid.
Kansen en mogelijkheden circulair inkopen 3. De gemeenten kopen jaarlijks voor ruim 25 miljoen euro in aan leveringen, diensten en werken. Door circulariteit standaard mee te wegen als criterium in de gunning heeft de gemeente een sterke troef in handen om dit te stimuleren. De spendanalyse van de gemeente geeft een goed beeld waar de gemeente op inkoopt. Het inkoopbeleid wordt aangepast waardoor circulariteit standaard wordt meegenomen in de inkoopkeuze.
Realisatie, beheer en onderhoud van openbare ruimte 4. Voorbeeldprojecten GWW: Op het gebied van grond-, weg- en waterbouw (GWW) willen we de komende jaren de volgende projecten zoveel als haalbaar circulair uitvoeren: o Vergert Oost, o Inpassing A15, o GWW-project Centrum fase 4, o Gebiedsontwikkeling bedrijventerrein CenterPoort Noord, o Onderhoudscontract openbare verlichting, o Onderhoudscontract asfalt o Verplaatsen van de sportverenigingen in Westervoort. 5. Handboek openbare ruimte: Het handboek openbare ruimte is de leidraad voor de inrichting van de openbare ruimte. Deze wordt gebruikt in eigen projecten en gedeeld met ontwikkelaars voor ruimtelijke ontwikkelprojecten. Er zijn veel circulaire innovaties, technisch inhoudelijk of procesmatig, die opgenomen worden in het handboek, waarmee dit een nieuwe standaard wordt voor inrichtingsprojecten.
Woningbouw 6. Procesaanpak ontwikkelprojecten: Voor de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling wordt een procesaanpak opgesteld om circulair bouwen standaard mee te nemen in het afwegingskader van nieuwe bouwprojecten. Hiermee kunnen in ontwikkelprojecten, onafhankelijk van de grootte of grondpositie circulair kunnen uitgevoerd. In het proces wordt bepaald welke mate van circulariteit haalbaar is voor het specifieke project. 7. Leernetwerk circulair bouwen: We gaan bedrijven stimuleren en ondersteunen om kennis op het gebied van circulair bouwen toe te passen in hun projecten. We doen dit door ons aan te sluiten bij Cirkelstad, een landelijk platform voor koplopers in de circulaire bouw. Cirkelstad ondersteunt lokale partners bij het meer circulair maken van hun bouwprojecten door mee te denken en kennis en instrumenten op maat
15
beschikbaar te stellen. Ondernemers uit de bouw delen hun eigen ervaringen met collega ondernemers in de regio waarmee uitrol en opschaling mogelijk is.
Huishoudelijk afval 8. Haalbaarheidsonderzoek circulair ambachtscentrum: Wij onderzoeken de haalbaarheid van een circulair ambachtscentrum in Duiven en Westervoort. In dit centrum gaan de gemeentelijke milieustraat, kringloopbedrijven, maakbedrijven, sociale werkbedrijven en onderwijsinstellingen samenwerken om spullen van de milieustraat hoogwaardig te hergebruiken. 9. Onderzoeken uitwasbare luiers: Steeds vaker komen luiers terecht tussen het gft-afval, in de natuur, het oppervlaktewater en zelfs de riolering. Naast chemische stoffen die ervoor zorgen dat een luier voldoende vloeistof opneemt, bevatten deze ook plastic. We willen een proef met uitwasbare luiers om het luierprobleem aan te pakken. Uitwasbare luiers zijn herbruikbaar en daarmee een stuk duurzamer; alleen het inlegmateriaal wordt weggegooid. 10. Verkennen deelconcepten: Wanneer producten gebruikt worden door meerdere mensen betekent dit een vermindering van de hoeveelheid grondstoffen en afval. Deelconcepten verhogen ook het serviceniveau, omdat producten eerder toegankelijk worden voor mensen. De komende jaren gaan de gemeenten onderzoeken welke producten geschikt zijn voor deelconcepten en welke lokale partijen hierin kunnen voorzien.
Uitrollen gebiedsgerichte aanpak CE 11. De gebiedsgerichte aanpak voor verduurzameling van bedrijventerrein ’t Holland heeft goede resultaten opgeleverd. We onderzoeken of een soortgelijke scan kan worden aangeboden aan bedrijven die gevestigd zijn op bedrijventerrein Het Ambacht in Westervoort. Circulariteit zal een belangrijk aspect moeten worden binnen de aangeboden scan.
Beleidsinnovatie en samenwerking 12. Opnemen circulariteit in IBOR: We zien kansen voor de toepassing van duurzamere materialen in het Integraal beleidsplan openbare ruimte (IBOR). Deze willen we verder onderzoeken om de resultaten op te nemen als onderdeel van het beheer van de openbare ruimte. 13. Versterken regionale samenwerking: Door de regionale samenwerking te versterken kunnen we kennis en ervaringen delen met andere lokale overheden. Dit is vooral relevant voor onderwerpen waar de gemeente zelf de regie heeft. Voor beleid bijvoorbeeld, maar ook voor inkoop en gronduitgifte.
5.4 Participatie Circulariteit is bij uitstek iets dat je als gemeente niet zelfstandig kunt realiseren. Door samenwerking komen kennis en inzichten bij elkaar en ontstaan er ideeën en draagvlak om grondstofketens lokaal te sluiten. Bij de uitvoering van de bovengenoemde projecten zal de gemeente dan ook nauw samenwerken met alle relevante stakeholders. Dit betreft de inwoners van beide gemeenten, lokale bedrijven (mkb en industrie) en gemeenten in de regio. Ook zullen de gemeenten de huidige samenwerking continueren met de verschillende onderwijsinstellingen, zoals de HAN, Fontys, Van Hall Larenstein, Wageningen Universiteit en Saxion (zie ook de genoemde projectvoorbeelden).
16
6 Resultaten en randvoorwaarden 6.1 Benodigde hulpbronnen In het vorige hoofdstuk is te zien waar tot 2025 vooral de focus op komt te liggen op het gebied van circulariteit. Om al deze projecten goed te kunnen uitvoeren zijn er een aantal middelen nodig die vanuit de organisatie worden geleverd. De belangrijkste hulpbronnen zijn voldoende personele capaciteit en voldoende financiële middelen. Hierna gaan we in op deze benodigde hulpbronnen.
Personele capaciteit Op dit moment is er ambtelijk ongeveer 0,7 fte aan capaciteit beschikbaar voor circulariteit voor Duiven en Westervoort samen. Dit wordt besteed aan strategisch advies, beleidsadvies, project- en programmamanagement en ondersteuning. Doordat de kennis verspreid is over 6 personen is het lastig om gestructureerd te werken aan de ambities. Circulaire ambities moeten op dit moment binnen de reguliere projecttijd worden opgepakt door de desbetreffende beleidsafdeling. Een circulaire aanpak verschilt echter van een standaardaanpak. Het kost daarmee nu nog extra kennis, (voorbereidings-)tijd en soms extra geld om circulariteit goed mee te nemen in projecten. Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat dit er onvoldoende is. Met het uitspreken van de ambitie voor meer circulariteit moet er meerjarig extra personele capaciteit worden georganiseerd om structureel invulling te geven aan de voorbereiding, uitvoering en monitoring van de projecten in deze uitvoeringsagenda. Op basis van de voorgestelde projecten voor circulariteit (zie hoofdstuk 5) schatten we de extra benodigde capaciteit tot 2025 in op 0,8 fte.
Financiële middelen Zoals hiervoor aangegeven is er in ieder geval tot 2025 extra capaciteit nodig om een goede programmering op te zetten voor circulariteit. Uitgaande van het tijdelijk aantrekken van 0,8 fte capaciteit en uitgaande van een inschaling op niveau 10A, vragen we u om tot 2025 jaarlijks rekening te houden met een budget van circa 60.000 euro voor additionele personele inzet. Om inhoudelijk de ambities op het gebied van circulariteit goed vorm te kunnen geven is er daarnaast extra procesgeld nodig. Dit geld is nodig voor netwerk- en trainingsdoeleinden, onderzoek, instrumentontwikkeling, tijdelijke inhuur van externe expertise, procesbegeleiding, et cetera. Onze inschatting is dat hiervoor jaarlijks circa 45.000 euro benodigd is.
17
Uitgaande van de bovengenoemde kostenindicatie zal het benodigde budget voor de genoemde projecten tot 2025 jaarlijks circa € 105.000 zijn voor Duiven en Westervoort gezamenlijk. Wanneer we uitgaan van een verhouding 63%-37% dan komt dit neer op een extra budget van jaarlijks € 66.150 voor de gemeente Duiven en € 38.850 voor de gemeente Westervoort. Per abuis is in de voorjaarsnota van gemeente Duiven een verkeerd bedrag opgenomen, namelijk € 75.000. Het juiste bedrag staat hierboven genoemd. In de begroting van 2022 wordt dit gecorrigeerd.
6.2 Meten en monitoren Het meten van circulariteit is belangrijk om gewogen keuzes te maken tussen processen, producten of bedrijven. Hier is op dit moment nog geen universeel geaccepteerde methodiek voor. Een uitzondering hierop zijn de kwantitatieve indicatoren voor afvalproductie en -verwerking en recycling. Dat is op zichzelf logisch omdat deze indicatoren essentieel zijn voor het huidige afvalbeleid. Echter, naast de hoeveelheid is ook de waarde van grondstoffen van belang. Een centraal element van een circulaire economie is namelijk het zo hoogwaardig mogelijk (opnieuw) benutten van grondstoffen. Op nationaal niveau rapporteert Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) elke twee jaar over de ontwikkelingen en de voortgang in de Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER). “Indicatoren voor … de transitiedynamiek zijn nog niet voldoende toegespitst op de circulaire economie, of verkeren nog in een conceptueel stadium, of data ontbreken of zijn onvoldoende beschikbaar om deze indicatoren goed te kunnen kwantificeren” (bron: “Circulaire economie: wat we willen weten en kunnen meten”, Planbureau voor de Leefomgeving, 2018).
Uit een literatuuroverzicht in ditzelfde rapport blijkt dat er weliswaar brokstukken liggen voor het monitoren van de voortgang van de transitie naar de circulaire economie, maar dat deze nog onvoldoende zijn voor het volledig uitwerken van het ontwikkelde monitoringssysteem. Het Ministerie I&W werkt aan een doelentraject om samen met de bij de transitieagenda’s betrokken partijen te komen tot concrete doelen die als richtsnoeren voor dagelijks handelen kunnen dienen. Tot het moment dat er een goede manier is om de voortgang te kwantitatief te kunnen meten stellen we voor om jaarlijks de resultaten kwalitatief te rapporteren aan het College van B&W. Zo ontstaat er een goed beeld van de voortgang die wordt geboekt en is tussentijdse bijsturing mogelijk. In de jaarlijkse terugkoppeling zouden in ieder geval de volgende onderwerpen aan bod moeten komen: 1. Investering 2. Aantal en wijze van participatie 3. Kwantitatieve opbrengst waar mogelijk 4. Kwalitatieve opbrengst 5. Samenwerkingspartners 6. CO2 reductie Uit een recent bericht (Voorgangsbericht circulaire economie 2022, Planbureau voor de Leefomgeving, 2022) blijkt dat gerichte aandacht voor een circulaire economie substantieel bijdraagt aan de aanpak van majeure maatschappelijke opgaven, zoals het tegengaan van
18
klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. PBL roept daarom op voor een uitwerking in een kabinetsbreed beleid, meer dwingende instrumenten en meer financiële middelen. Een manier om negatieve milieu- en sociale effecten tegen te gaan is door de effecten te waarderen in geld en door te belasten in de prijzen van bedrijven en producten. We noemen dit principe ‘true pricing’. De komende jaren willen we onderzoeken of we dit principe kunnen toepassen op een project.
19
Meer informatie Buiten organisatieadvies +31 26 – 35 47 887 contact@buitenorganisatieadvies.nl www.buitenorganisatieadvies.nl
20