CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij antwoorden. 21.29_Activiteitenplan_Rijksweg_62_Duiven_Devinitief_versie_4.pdf

Raadsavond 7 juni 2022, gemeente DuivenBij agendapunt: Bestemmingsplan Rijksweg 623.149 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis– Rijksweg 62 te Duiven

Nijverdal, 1 april 2021 Projectnummer 20.29

Colofon

Door:

Otte Groenadvies BV Brilsweg 1a 7441 BV Nijverdal

Telefoonnummer:

06-51177946

E-mail:

info@ottegroenadvies.nl

Internet:

www.ottegroenadvies.nl

Project:

21.29

Auteur/

Ing. P. Otte

veldinventarisatie: Gecontroleerd

T.M. Stam – Propedeuse Hoger Beroepsonderwijs Bos en

door:

Natuurbeheer

Datum:

1 april 2021

Status:

Definitief (Versie 4)

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Otte Groenadvies accepteert derhalve op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Otte Groenadvies uitgevoerde onderzoek neemt.

Brilsweg 1a 7441 BV te Nijverdal Tel: 06 - 511 77 946 mail: info@ottegroenadvies.nl 2

Inhoudsopgave 1. Inleiding ...................................................................................................................................... 4 1.1. Aanleiding ............................................................................................................................ 4 1.2. Doel ..................................................................................................................................... 4 1.3. Onderbouwing ..................................................................................................................... 5 2. Huidige situatie ........................................................................................................................... 6 2.1. Ligging plangebied ............................................................................................................... 6 2.2. Beschermde soorten ............................................................................................................ 7 3. Ingreep ....................................................................................................................................... 8 3.1. Omschrijving ingreep ........................................................................................................... 8 3.2.

Voorwaarden van een ontheffing ....................................................................................... 10 3.2.1. Alternatievenafweging ....................................................................................................... 10 3.2.2. Belangen ............................................................................................................................ 10 3.2.3. Staat van instandhouding .................................................................................................. 11 4. Mitigerende maatregelen .......................................................................................................... 12 4.1 Alternatieve verblijfplaatsen ............................................................................................... 12 4.1.1. Tijdelijke verblijfplaatsen ................................................................................................... 12 4.1.2. Permanente verblijfplaatsen .............................................................................................. 13 4.2. Aangepaste werkwijze ....................................................................................................... 13 4.3. Periode .............................................................................................................................. 14 4.4.

Overige maatregelen .......................................................................................................... 14 5. Bovenwettelijke maatregelen ................................................................................................... 15 6. Bibliografie................................................................................................................................ 16 Bijlage 1 Tijdelijke compensatie .................................................................................................... 17 Bijlage 2. Permanente compensatie .............................................................................................. 18

3

1. Inleiding

1.1. Aanleiding In opdracht van Dhr. G. Hendriksen is door Otte Groenadvies op 8 april 2020 een quickscan flora en fauna met nummer 20.036 uitgevoerd. Daarna is ter plaatse door een twee vleermuisdeskundigen van Otte Groenadvies BV in het voor- en najaar van 2020 een vleermuisonderzoek; Nader onderzoek kleine marterachtigen en vleermuizen Rijksweg 62 Duiven, rapport nr. 20.095, uitgevoerd. In de ruimtelijke plannen is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Met andere woorden, in het ruimtelijke ordeningstraject dient te worden aangetoond dat met gedeeltelijk amovatie van de bestaande bebouwingen en de nieuwe inrichting van het terrein geen negatieve effecten optreden op beschermde soorten flora en fauna. Bij het genoemde vleermuisonderzoek is een zomer/paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) in het plangebied aangetroffen. Deze diersoort en functie zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. In het kader van de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming) en het voorkomen van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming moeten bij de geplande ingreep voor de gewone dwergvleermuis mitigerende maatregelen worden getroffen.

Dat zijn maatregelen die erop gericht zijn negatieve effecten op de gewone dwergvleermuis zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te verzachten. 1.2. Doel De voorliggende rapportage beschrijft de handelingen die moeten worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te verzachten. Het rapport beantwoordt de volgende vragen: • In welke periode dient de ingreep te worden uitgevoerd om negatieve effecten op gewone dwergvleermuis zoveel mogelijk te voorkomen? • Welke aanpassingen in de werkwijze tijdens de ingreep kunnen negatieve effecten op gewone dwergvleermuis zoveel mogelijk voorkomen? • Welke voorwaarden moeten aan de ingreep gesteld worden om de functionaliteit van het leefgebied voor gewone dwergvleermuis te behouden? Uit het vleermuisonderzoek bleek dat door de ingreep een vaste, jaarrond beschermde verblijfplaats van gewone dwergvleermuis verloren gaat. Hiervoor is een ontheffing nodig. Een ontheffing verkrijgt men alleen indien aan onderstaande voorwaarden voldaan wordt: • Geen andere bevredigende oplossing; • Sprake van een in de wet genoemd belang; • Geen verslechtering/ afbreuk aan de staat van instandhouding van soort.

4

1.3. Onderbouwing Voorliggend activiteitenplan dient ter onderbouwing van de ontheffingsaanvraag. Details met betrekking tot het uitgevoerde natuuronderzoek staan vermeld in de documenten: • Quickscan flora en fauna Rijksweg 62 Duiven, rapport nr. 20.036 (Otte Groenadvies BV, 2020); • Nader onderzoek kleine marterachtigen en vleermuizen Rijksweg 62 te Duiven, rapport nr. 20.095 (Otte Groenadvies BV, 2020); • Notitie, Ecologische werkbegeleiding compensatie vleermuizen, rapport nr. 20.111 (Otte Groenadvies BV, 2020).

5

2. Huidige situatie

2.1. Ligging plangebied Het plangebied betreft het rijksmonument ’t Hoge Veld, een monumentale boerderij en de directe omgeving. De bebouwing bestaat uit een boerderij met voorhuis met geschakelde deel en een aanpalende voormalige varkensschuur die in gebruik is als kunstgalerij. De oprit bestaat uit half verharding, het terrein is grotendeel verruigd. Op de noordzijde van de planlocatie ligt hout opgeslagen, een klein deel van het perceel is in gebruik als groentetuin. Voor de kunstgalerij is een beeldentuin aanwezig.

Afbeelding 1 & 2. Locatie plangebied (rood) (Pdok, z.d.)

6

2.2. Beschermde soorten Tijdens de veldbezoeken in het voorjaar is tijdens het ochtend onderzoek een invliegende gewone dwergvleermuis aangetroffen. In het najaar was tijdens het avondonderzoek een baltsende gewone dwergvleermuis waargenomen. Het daadwerkelijk invliegen in een paarverblijfplaats is niet gezien, echter doordat een gewonde dwergvleermuis veelal baltst in de nabijheid van zijn paarverblijfplaats is het zeer waarschijnlijk dat de zomerverblijfplaats ook als paarverblijfplaats wordt gebruikt.

Afbeelding 3. Overzichtskaart waarnemingen (Pdok, z.d.)

Locatie vastgestelde zomer- en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis (rood)

7

3. Ingreep

3.1. Omschrijving ingreep Met de voorgenomen ontwikkelingen wordt het rijksmonument gerenoveerd en getransformeerd naar

zorgappartementen. Op de plaats van de groentetuin wordt een nieuwe werkplaats/kunstgalerij gebouwd. Ten behoeve van de reconstructie en het terugbrengen/in beeld brengen van het rijksmonument zal het voorhuis en de deel van de boerderij volledig gerestaureerd, wordt de bestaande niet monumentale varkensschuur vervangen door een houten bijgebouw en zal de lage beplanting van het bosplantsoen worden gerooid. De grote gezonde bomen blijven staan. Het terrein wordt opnieuw ingericht. De werkzaamheden zijn gepland na het verkrijgen van de benodigde vergunningen. Werkzaamheden */ ** Rooien bomen (dicht tegen bestaande bebouwing) en bosplantsoen Renovatie bestaande bebouwing Bouw nieuwe werkplaats/kunstgalerij Amovatie voormalige werkplaats/ kunstgalerij Herinrichting terrein *In afwachting van het verloop van de vergunningverleningen procedures, planning wordt globaal weergeven onder 3.4. Werkzaamheden worden gestart na vergunningverlening. **De werkzaamheden zorgen voor een permanente duurzame verandering. Door de werkzaamheden wordt een verwaarloosde oude hoeve uit de 17 eeuw gerestaureerd. In deze hoeve en een nieuw te bouwen houten bijgebouw worden 11 zorgeenheden gerealiseerd. Het erf wordt volledig opnieuw ingericht met behoud van de bestaande gezonde bomen, streekeigen beplanting, een groentetuin en een wadi.

8

Afbeelding 4. Nieuwe inrichting (Studio Nico Wissing, 2021)

9

3.2. Voorwaarden van een ontheffing Conform artikel 3.3 lid 4 en artikel 3.8 lid 5 van de Wet natuurbescherming kan een ontheffing alleen worden verstrekt wanneer er is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: • Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; • De ingreep valt onder een in de wet genoemd belang; • De ingreep leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. 3.2.1. Alternatievenafweging Het plangebied, het rijksmonument ’t Hoge Veld, een monumentale boerderij is sterk in verval geraakt. Een deel van de bebouwing is reeds ingestort. De bebouwing kan in haar huidige staat en opzet geen dienst meer doen voor bewoning. Daarom is gekozen om met instandhouding van de historische elementen in de boerderij zeven zorgwoningen te bouwen en in het nieuwe houten bijgebouw vier zorgwoningen. Gelet op de functies van de verblijfplaats, een zomer- en paarverblijfplaats, zullen de werkzaamheden in een gunstige tijd van het jaar plaats vinden, de tijdelijke voorzieningen zijn eind juli 2020 getroffen. Zie voor de werkwijze hoofdstuk 4.2 van dit activiteitenplan. Om de renovatie plaats te laten vinden in een periode waarbij minder nadelige gevolgen zouden optreden is niet mogelijk. De renovatie zal ruim één jaar duren (september/oktober 2021 tot eind 2022).

Ten aanzien van de periode waarin de ingreep wordt uitgevoerd zijn alternatieven derhalve ook niet overwogen. De voorzieningen die inmiddels zijn gerealiseerd ter vervanging van de zomer- en paarverblijfplaatsen bieden naar verwachting een tijdelijk alternatief. De permanente voorzieningen die in de vorm vleermuiskasten bieden naarverwachting een volwaardig alternatief voor de functies die de nieuwe bebouwing biedt (Kaart locatie compensatie, zie bijlage 2). 3.2.2. Belangen De Wet natuurbescherming noemt een aantal belangen waar een ingreep onder kan vallen. De gewone dwergvleermuis valt onder de Habitatrichtlijn. In de Habitatrichtlijn worden de volgende belangen genoemd: 1. In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2. Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3. In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4. Voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of 5.

Om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Dwingende reden van groot openbaar belang De hiervoor beschreven ingreep valt onder belang 3. De onderbouwing hiervoor is als volgt: Het behouden van de bestaande gebruiks/woonfunctie is niet wenselijk, het heeft haar oorspronkelijke functie reeds lang verloren. Ter voorkoming van verloedering en vandalisme zijn de gevelopeningen dichtgetimmerd en is het dak provisorisch dichtgemaakt. Om het verder verval van dit rijksmonument te

10

voorkomen zal medio september 2021 begonnen moeten worden met de restauratie en verbouwing van de boerderij en het revitaliseren van het erf. Daarnaast is er een tekort aan kwalitatief goede huisvesting voor mensen met een beperking binnen de gemeente Duiven.Voor deze doelgroep is nabijheid van voorzieningen essentieel voor een zo zelfstandig als mogelijk en betekenisvol leven. De planlocatie is bij uitstek geschikt voor deze doelgroep (bron: Jados/Stumass Arnhem). Als gevolg van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling wordt momenteel gewerkt aan het wijzigen van het bestemmingsplan om vermelde ontwikkelingen mogelijk te maken.

3.2.3. Staat van instandhouding De gewone dwergvleermuis is een algemene vleermuissoort, zowel in Nederland en in de provincie Gelderland. Populatietrend Van de gewone dwergvleermuis zijn geen betrouwbare landelijke of regionale trendgegevens beschikbaar. Er zijn dus geen uitspraken te doen over aantalsontwikkelingen: er zijn geen aanwijzingen voor een af- dan wel toename in aantallen. Mogelijk neemt het aanbod van geschikte verblijfplaatsen wel af vanwege de toenemende na-isolatie van gebouwen en het dichten van kieren en gaten in gebouwen. Leefgebied De gewone dwergvleermuis is een gebouw bewonende soort die in tal van terreinen, zoals tuinen, bomenrijen en bos, foerageert. Het na-isoleren van huizen in de omgeving en bedrijfspanden kan ongunstig zijn voor deze soort. Dit vindt sinds de jaren ‘70 plaats. Dit kan het leefgebied van deze soort ongunstig hebben beïnvloed.

11

4. Mitigerende maatregelen

Negatieve effecten op gewone dwergvleermuis kunnen ontstaan doordat bij de ingreep dieren worden verwond en/of gedood en twee vaste rust- en verblijfplaatsen verloren gaat. Deze effecten vormen een overtreding van de Wet natuurbescherming. In dit hoofdstuk staat aangegeven welke maatregelen genomen dienen te worden om schade aan gewone dwergvleermuis zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken. Hierbij wordt het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017) gevolgd. Werken conform de eisen uit dit document geeft een grote mate van zekerheid dat de mitigerende maatregelen van voldoende kwaliteit zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming zoveel mogelijk te voorkomen. 4.1 Alternatieve verblijfplaatsen 4.1.1. Tijdelijke verblijfplaatsen • Om de periode ten tijde van amovatie en nieuwbouw werkzaamheden te overbruggen zijn in de directe omgeving van het plangebied acht vleermuiskasten op palen geplaatst. De kasten zijn aantoonbaar geschikt zijn als zomer- en paarverblijfplaats voor gewone dwergvleermuizen.

Deze kasten moeten blijven hangen tot minimaal zes maanden nadat permanente verblijfplaatsen gerealiseerd zijn; • De kasten zijn op een afstand van maximaal 100 mtr van de oorspronkelijke verblijfplaats en buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden aangebracht; • De kasten zijn aan palen bevestigd, dit doordat er geen toestemming is verkregen om de kasten aan bebouwing te plaatsen, om deze reden is er overcompensatie aangeboden (1 verblijfplaats -8 kasten) zo opgehangen dat deze verschillende microklimaten aanbieden doordat ze verschillende expositie hebben ten opzichte van de zon; • De kasten hebben een locatie die zoveel mogelijk vergelijkbaar is met de oorspronkelijke situatie, vrije aanvliegroute en duisternis. Ook zijn de kasten vrij van verstoring en buiten bereik van predatoren; • De kasten zijn opgehangen op 31 juli 2020 zodat de vleermuizen voldoende tijd hebben om de nieuw aangeboden vleermuiskasten te ontdekken voorafgaande aan het seizoen. Deze kasten hangen aan palen. De acht kasten hangen allen onder diverse omstandigheden, waardoor bij allen een ander microklimaat ontstaat; • Daarnaast kan de bebouwing in de omliggende wijk dienen als potentiele verblijfplaats voor vleermuizen. De bouwstijl en tijd van bouwen maakt het dat deze vorm van woningen en appartementen in potentie geschikt zijn.

12

4.1.2. Permanente verblijfplaatsen Permanente verblijfplaatsen worden gerealiseerd in de vorm van een paalkast COCO (Fauna Nature Creations) op de planlocatie nabij de huidige verblijfplaats. De paalkast is gemaakt om te dienen als zomer- en paarverblijfplaats voor gewone dwergvleermuis. De paal kast bestaat uit 12 compartimenten (4 zijden, 3 lagen) waardoor deze is georiënteerd op vier windrichtingen. Hierdoor wordt een grote variatie aan microklimaten gecreëerd. De lagen staan met elkaar in verbinding. Door bovenstaande maatregelen te treffen ontstaan voor gewone dwergvleermuizen mogelijkheden om zomer- en paarverblijfplaatsen in gebruik te nemen die duurzaam kunnen voortbestaan.

Afbeelding 5: Voorbeeld paalkast COCO (Fauna Nature Creations) 4.2. Aangepaste werkwijze De amovatie werkzaamheden staan gepland na vergunningverlening. Om uit te sluiten dat bij de werkzaamheden dieren worden gedood dienen eventueel aanwezige vleermuizen te worden buiten gesloten. Om die reden worden voorafgaand aan het werk, de verblijfplaats ontmoedigd door middel van het plaatsen van exclusionflaps en weeringsborstels. Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt er in de ochtend hieraan vooraf een controle uitgevoerd om eventueel invliegende individuen waar te nemen. Bij geen waarnemingen vinden bovenstaande maatregelen plaats. Bij het eventueel invliegen van een gewone dwergvleermuis, blijft de verblijfplaats behouden en worden op die locatie exclusionsflaps geplaatst. Exclusionflaps zijn stukken stevig plasticfolie die aan bovenzijde tegen de muur worden bevestigd zodat deze openingen zoals stootvoegen, naden en kieren afdekken. Aan de onderzijde hangen deze flappen los. Dit biedt vleermuizen wel de mogelijkheid weg te komen maar verhindert terugkeer. Het plaatsen van de flappen wordt onder begeleiding van een deskundige op het gebied van vleermuizen uitgevoerd. • Nadat het gebouw ongeschikt gemaakt is voor vleermuizen dient het gebouw minimaal drie dagen met avondtemperaturen van meer dan 10 °C ongemoeid te worden gelaten.

Vervolgens dient door een vleermuisdeskundige onderzocht te worden via een avondbezoek of er zich nog vleermuizen in het gebouw bevinden. Als dit het geval is dienen nadere werende maatregelen getroffen te worden; Als is vastgesteld dat zich geen vleermuizen meer in het gebouw bevinden kunnen de boeiplaten worden verwijderd en de exclusionflaps worden verwijderd.

13

4.3. Periode Planning van het werk is als volgt: Periode Aard van het werk December 2020 Rooien bomen en bosplantsoen v.a. sept./ okt. Tot eind Renovatie bestaande bebouwing 2022 v.a. sept./ okt. Tot eind Amovatie werkschuur/ galerij 2022 v.a. sept./ okt. Tot eind Bouw nieuwe werkschuur /Galerij 2022 Vanaf eind 2022 Herinrichting terrein Vanaf eind 2022 Oplevering/ingebruikname •

•

•

De start van de renovatie werkzaamheden vinden plaats in het medio vierde kwartaal 2021. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken en het ontoegankelijk maken van vleermuizen mag worden aangenomen dat er geen vleermuizen in het pand aanwezig zijn en het pand geen functie vervult voor vleermuizen. Mits de onder hoofdstuk 4.2 vermelde maatregelen worden toegepast mag worden aangenomen dat de vleermuizen geen directe nadelen van de ingreep ondervinden en dat de ingreep in een gunstige tijd van het jaar, voorafgaand aan de actieve periode, wordt uitgevoerd; Naast de aanwezigheid van vleermuizen dient bij de werkzaamheden van de bebouwing ook rekening gehouden te worden met broedende vogels (die mogelijk in de directe omgeving van het gebouw aanwezig zijn); Vogels; Indien maatregelen voorafgaande aan het broedseizoen zijn getroffen waarmee zo goed mogelijk te voorkomen is dat broedende vogels aanwezig zijn (zoals het verwijderen van bomen en struiken) kan volstaan worden met een check op aanwezigheid van broedende vogels voorafgaande aan de sloop. Het treffen van werende maatregelen voor gewone dwergvleermuis kan wel tijdens het broedseizoen uitgevoerd worden.

4.4. Overige maatregelen • Bij verdere (toekomstige) werkzaamheden binnen het plangebied is het van belang dat het plangebied en de directe omgeving niet méér of op andere locaties verlicht worden dan in de huidige situatie het geval is. Door verlichting kan verstoring van vleermuizen optreden, waardoor vleermuizen het gebied gaan mijden. Omdat de omgeving van het plangebied vermoedelijk essentieel foerageergebied vormt voor vleermuizen en hier vermoedelijk verblijfplaatsen van lichtgevoelige vleermuissoorten aanwezig zijn kan de Wet natuurbescherming alsnog overtreden worden; • Indien gebruik van kunstmatige verlichting gedurende de uitvoering van de werkzaamheden noodzakelijk is dient deze zoveel mogelijk beperkt te worden en gericht te worden op die plaatsen waar verlichting nodig is. Uitstraling van verlichting naar boven, naar water en naar de omgeving toe moet zoveel mogelijk voorkomen worden door gebruik te maken van armaturen die licht bundelen; • Alle werkzaamheden die een negatief effect kunnen hebben op gewone dwergvleermuis moeten aantoonbaar worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van vleermuizen.

14

5. Bovenwettelijke maatregelen

In voorgaande hoofdstukken is beschreven op welke manier overtreding van de Wet natuurbescherming zo goed mogelijk te voorkomen is. Daarnaast kunnen bij uitvoering van de werkzaamheden bovenwettelijke maatregelen uitgevoerd worden die gunstig zijn voor kwetsbare soorten zoals gierzwaluw en huismus, tevens wordt er rekening gehouden met de egel dat deze na de nieuwe inrichting zich kan vestiging op de planlocatie. Dit kan bijdragen aan de staat van instandhouding en biodiversiteit van deze soorten waardoor de kans afneemt dat bij ingrepen elders deze in het geding komt.

15

6. Bibliografie

BIJ12. (2017, Juli). Kennisdocument Gewone Dwergvleermuis. Opgeroepen op februari 25, 2021, van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004-Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-1.0.pdf Google. (z.d.). Online kaarten. Opgeroepen op februari 25, 2021, van https://www.google.nl/maps Otte Groenadvies BV. (2020). Nader onderzoek kleien marterachtigen en vleermuizen Rijksweg 62 te Duiven. Nijverdal. Otte Groenadvies BV. (2021). Notitie: Ecologische werkbegeleiding compensatie vleermuizen. Nijverdal. Otte Groenadvies BV. (2020). Quickscan flora- en fauna Rijksweg 62 te Duiven. Nijverdal. Pdok. (z.d.). Online kaarten. Opgeroepen op februari 25, 2021, van https://www.pdok.nl/viewer/ Studio Nico Wissing. (2021, januari 26). Schetsontwerp rond boederij 't Hoge Veld. Megchelen.

16

Bijlage 1 Tijdelijke compensatie

Afbeelding 6. Planlocatie (rood), zomerverblijfplaats (geel), vleermuiskasten (blauw) (Google, z.d.)

17

Bijlage 2. Permanente compensatie

Afbeelding 7. Nieuwe inrichting, locatie permanente compensatie (rode kruis)

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=5a48fd83-7467-42c4-b0fe-d7c43d9767ef