Bijlage 5c - 2015 33427 – Bestemmingsplan ‘Geluidverkaveling bedrijventerrein InnoFase’, (5) bijlagen regels.pdf
Tekst van het document
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase Zonebeheerplan voor Industrieterrein InnoFase
Status Versie Rapport Datum
definitief 003 M.2020.0506.07.R001 12 oktober 2021
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
Colofon Opdrachtgever
Gemeente Duiven Postbus 6 6920 AA DUIVEN
Contactpersoon opdrachtgever
de heer ing. T. Hoegen 088 695 30 00 t.hoegen@1stroom.nl
Project Betreft Uw kenmerk
Industrieterrein InnoFase, Duiven Zonebeheerplan -
Rapport Datum Versie Status
M.2020.0506.07.R001 12 oktober 2021 003 definitief
Uitgevoerd door
DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. Van Pallandtstraat 9-11 6814 GM Arnhem Postbus 153 6800 AD Arnhem
Contactpersoon
ir. R.J. (Robert) Bos 088 346 78 12 rbo@dgmr.nl
Auteur
ir. R.J. (Robert) Bos 088 346 78 12 rbo@dgmr.nl
Projectadviseur
ing. M.H.M. (Michel) van Kesteren 088 346 78 00 ks@dgmr.nl
2e lezer/secr.
KS|HW
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
2
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
Inhoud 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Verankering zonebeheerplan in het bestemmingsplan 1.3 Planmatig zonebeheer 1.4 Leeswijzer
4 4 5 7 8
2. Wet- en regelgeving
9
3. Inbedding van het zonebeheer 3.1 Geluidsruimte koppelen aan milieucategorie 3.2 Geluidsverdelingsystematiek 3.3 Uitvoeringsinstrumenten van het zonebeheer 3.4 Geplande verdeling van de geluidsruimte 3.5 Toetsing van de geluidsruimte per kavel 3.6 Stappenplan 3.7 Juridische borging
11 11 12 14 14 17 18 20
4. Rekenmodel Zonebeheerplan 4.1 Het basismodel 4.2 Ligging toetspunten 4.3 Rekenresultaten
21 21 21 22
5. Monitoring
24
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7
Verklarende woordenlijst Ligging industrieterrein, geluidzone en toetspunten Verkavelingskaarten dag-, avond- en nachtperiode Toetsingstabellen dag-, avond- en nachtperiode Stroomschema geluidsruimtetoets Protocol akoestisch onderzoek voor industrieterrein InnoFase (maart 2021) Invoergegevens zonebewakingsmodel
3
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Bedrijventerrein InnoFase is een industrieterrein (conform de terminologie van de Wet geluidhinder, hierna genoemd Wgh) voor de zwaardere, meer milieubelastende, categorie bedrijvigheid. Dergelijke industrieterreinen hebben een geluidszone. Een geluidszone is een gebied rond een industrieterrein waarbuiten de gecumuleerde geluidsbelasting van alle daarop gevestigde bedrijven niet hoger is dan 50 dB(A). Woningen (evenals overigens andere geluidsgevoelige bestemmingen) die binnen de zone liggen kunnen een geluidsbelasting hebben die hoger is dan 50 dB(A). Het binnen de perken houden van de totale geluidsbelasting van dit bedrijventerrein is de zorg van gemeente. Het is voor geluid ook een wettelijke taak. Die taak houdt in het vastleggen van de maximaal beschikbare geluidsruimte in de vorm van een zonebesluit en het bewaken van die zone. Bedrijventerrein InnoFase is nog volop in ontwikkeling. Het kent nog een aantal niet in gebruik genomen kavels. Het is daarom voor de gemeente Duiven van belang om op al deze kavels voldoende geluidsruimte beschikbaar te hebben om deze kavels uit te kunnen geven. Ook voor bestaande bedrijven is het van belang dat sprake is van een optimale invulling van het bedrijventerrein, zodat ruimte is voor toekomstige ontwikkelingen.
Actualisatie 2021 Dit document is een geactualiseerde versie van het eerder vastgestelde zonebeheerplan. De enige aanpassing betreft de uitbreiding met een nieuw perceel aan de zuidwestelijke zijde van AVR. De figuren, tabellen en resultaten zijn in dit document hierop aangepast. De overige tekstpassages zijn niet gewijzigd. Het zonebeheerplan richt zich enerzijds op het beheren van de geluidsruimte (ruimtelijk spoor) en anderzijds op de bewaking van de geluidsruimte (milieuspoor). Het plan heeft gevolgen voor het opleggen van geluidsnormen bij bedrijven en geeft het toetsingskader bij meldingen (Activiteitenbesluit), vergunningsprocedures ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, bestemmingsplanprocedures en grondaankoop en -uitgifte.
4
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
Het bestemmingsplan heeft ook een tweeledig doel: • De verdeling van geluidsruimte, zoals deze in het zonebeheerplan is voorgesteld, wordt in het bestemmingsplan juridisch verankerd (ruimtelijke spoor). Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 1.2 van dit Zonebeheerplan. • Daarnaast moet op basis van de Wet geluidhinder een nieuwe geluidszone (in dit geval wegens de aanpassing van de industrieterreingrens) door middel van een bestemmingsplan worden vastgelegd.
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
figuur 1: schematische weergave van de onderlinge verhouding tussen zonebeheerplan en bestemmingsplan. (Bron afbeelding: DGMR).
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
Dit zonebeheerplan Bedrijventerrein InnoFase richt zich op een evenwichtige verdeling van de totaal beschikbare geluidsruimte over de verschillende kavels c.q. bedrijven binnen het gezoneerde industrieterrein InnoFase, waarbij de nog beschikbare geluidsruimte wordt gereserveerd voor nieuwe ontwikkelingen bij zowel bestaande bedrijven als nieuw te vestigen bedrijven. Hierbij wordt de keuze gemaakt om het zonebeheerplan te verankeren in het bestemmingsplan. 1.2 Verankering zonebeheerplan in het bestemmingsplan De geluidszone die bij het industrieterrein hoort, heeft tot doel milieuoverlast in de vorm van geluidhinder te normeren. Dit betekent dat deze geluidszone geen informatie geeft over de beschikbare geluidsruimte binnen de zone. Om in die leemte te voorzien, stelt de gemeente dit zonebeheerplan op.
5
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
Door middel van het zonebeheerplan kan de ambitie om via de toekenning van geluidsruimte aan kavels een doelmatige toedeling van geluidsruimte binnen de zone van een industrieterrein tot stand worden gebracht. Dit is bij uitstek een ruimtelijk belang. Het doel is immers niet om de maximaal toelaatbare geluidsimmissie te waarborgen, maar om een zodanige verdeling van de voor de gezamenlijke bedrijven op het industrieterrein beschikbare geluidsruimte te bewerkstelligen dat alle kavels ook daadwerkelijk voor de daaraan gegeven bedrijfsbestemmingen gebruikt kunnen worden. Met ingang van 1 januari 2007 is de Wgh gemoderniseerd. Bij die gelegenheid is het instrument van het zonebeheerplan in de wet verankerd. Dit betekent echter niet dat met het zonebeheerplan een juridisch bindende geluidsverkaveling tot stand kan worden gebracht. In de artikelen 163 en 164 Wgh is aan Burgemeester en Wethouders slechts de opdracht gegeven om via de opstelling van het zonebeheerplan voldoende informatie beschikbaar te stellen over de geluidsruimte binnen de zone1. Dit betekent dat slechts via verankering van het zonebeheerplan in de regels van het bestemmingsplan, een doelmatige verdeling van geluidsruimte binnen de zone tot stand kan worden gebracht.
De gemeente Duiven wil vanuit de ambitie van een vitaal en toekomstbestendig bedrijventerrein een zonebeheerplan dat ervoor zorgt dat de beschikbare geluidsruimte zo optimaal mogelijk wordt gebruikt. Momenteel zijn er op het bedrijventerrein Wgh-inrichtingen gelegen. Nieuwe Wgh-inrichtingen zijn toegestaan op het gehele industrieterrein. Dit betekent dat het gehele industrieterrein InnoFase een ‘industrieterrein’ blijft in de zin van artikel 1 Wgh. Rond het hele industrieterrein is een geluidszone vastgesteld zoals bedoeld in artikel 40 Wgh. Buiten de zonegrens mag de geluidsbelasting van alle op het industrieterrein gevestigde bedrijven tezamen niet meer bedragen dan 50 dB(A). In onderstaande figuur is de ligging van het industrieterrein weergegeven.
In de uitspraak van 2 november 2011 (201008546/1/M1) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd dat een zonebeheerplan geen zelfstandig toetsingskader kan zijn voor omgevingsvergunningaanvragen voor het in werking hebben van een inrichting, omdat een dergelijk plan niet kan worden beschouwd als een concretisering of invulling van het belang van de bescherming van het milieu.
6
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
1
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
figuur 2: ligging van de industrieterreingrens (oranje) en de zonegrens (bruin). (Bron afbeelding: DGMR).
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
1.3 Planmatig zonebeheer Op basis van de geschetste context in de vorige paragrafen is de aanleiding van dit zonebeheerplan als volgt samen te vatten: • Het doel dat ook in de toekomst alle beschikbare kavels uitgegeven kunnen worden, waarbij de grenswaarden gerespecteerd worden. • Het doel te voorkomen dat de aanwezige geluidsruimte onevenwichtig wordt ingevuld door de eerste bedrijven die zich vestigen, waardoor de vestiging van nieuwe bedrijven of de doorontwikkeling van andere bestaande bedrijven in gevaar komen2. Het beheren van de geluidsproductie van de bedrijven gebeurt ten eerste via omgevingsvergunningen. Zowel de gemeente als de provincie zijn bevoegd gezag voor het afgeven en handhaven van deze omgevingsvergunningen. Ten tweede leveren meldingsplichtige bedrijven (AMvB-bedrijven) een bijdrage aan de geluidsproductie. Een groot deel van de bedrijven valt tegenwoordig onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. De gemeente is voor de meeste van deze bedrijven het (toezichthoudend) bevoegd gezag.
2
Zie ook: Handreiking industrielawaai en vergunningverlening, Ministerie van VROM, 1998, p 45.
7
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
De gemeente Duiven is zonebeheerder van het industrieterrein. Gezien het bovenstaande vraagt de problematiek van het beheer daarmee dus in ieder geval om afstemming en coördinatie tussen het diverse bevoegde gezagen: een afstemming en coördinatie, die gaat over zowel het optimaal benutten van de voor het gehele bedrijventerrein beschikbare geluidsruimte als het respecteren van de afgesproken maximale geluidsbelasting op woningen in de omgeving, alsmede op de zonegrens. De gemeente heeft verschillende instrumenten tot haar beschikking om te bepalen welke bedrijven zich waar op het bedrijventerrein gaan vestigen: • bevoegdheden op grond van het bestemmingsplan; • bevoegdheden als private partij bij gronduitgifte; • bevoegdheden op grond van de Wet milieubeheer/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het zonebeheerplan schept daarom een beleidskader dat richtinggevend is voor het beheer van de geluidsruimte die beschikbaar is (ruimtelijk spoor) en voor het bewaken van de zonegrens (milieuspoor) voor bedrijventerrein InnoFase. Dit plan heeft gevolgen voor het opleggen van geluidsnormen bij bedrijven en geeft invulling aan de wijze waarop de beoordeling wordt uitgevoerd bij meldingen (Activiteitenbesluit), vergunningsprocedures ingevolge de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, bestemmingsplanprocedures en grondaankoop en -uitgifte.
1.4 Leeswijzer Dit zonebeheerplan bevat een aantal verschillende onderdelen, die in onderlinge samenhang het beheer van de geluidsruimte regelen. Dit beheer vindt plaats binnen de kaders die door de verschillende bestuurslagen (Rijk, provincie en gemeente) zijn bepaald. Het overzicht van deze relevante kaders is weergegeven in het volgende hoofdstuk. Hoofdstuk 2 gaat verder in op het uitvoeringsinstrumentarium. Het betreft de instrumenten die de gemeente Duiven wil inzetten om de geluidsruimte van het bedrijventerrein InnoFase te beheren. Deze staan beschreven in het derde hoofdstuk. De gemeente Duiven heeft als zonebeheerder drie typen uitvoeringsinstrumenten: 1 De geluidverdelingssystematiek. 2 De toetsingstabellen waarop de feitelijke toedeling van geluidsruimte is bepaald. 3 Het rekeninstrumentarium dat benodigd is om de informatie over de geluidsruimte op orde te houden.
Tot slot wordt in hoofdstuk 5 vastgelegd op welke wijze de gemeente het beleid zoals dat is vastgelegd in dit zonebeheerplan wil monitoren en evalueren.
8
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
Het derde hoofdstuk gaat eveneens in op de beleidsmatige keuzes die de gemeente Duiven maakt voor het toedelen van de geluidsruimte aan de kavels en het beheren van de geluidsruimte. Het daarop volgende hoofdstuk 4 geeft een weergave van de modelmatige uitgangspunten en het rekeninstrumentarium die hiervoor worden gebruikt.
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
2. Wet- en regelgeving Het beperken en voorkomen van geluidshinder en -overlast is grotendeels een gemeentelijke taak. De gemeente beschikt hiervoor over een complex juridisch en beleidskader. Voor een belangrijk deel wordt dat geregeld en voorgeschreven door hogere overheden, maar voor een deel ook door de gemeente zelf. Het zonebeheerplan is zo’n regeling van de gemeente zelf. Wet geluidhinder (Wgh) Indien op een bedrijventerrein bedrijven gevestigd zijn of zich mogen vestigen, zoals bedoeld in onderdeel D van Bijlage I Besluit omgevingsrecht (Bor)3, wordt in het kader van de Wet geluidhinder gesproken van een ‘industrieterrein’. De term ‘industrieterrein’ moet worden verstaan in de specifieke betekenis die artikel 1 van de Wet geluidhinder daaraan toekent: Industrieterrein: terrein waaraan in hoofdzaak een bestemming is gegeven voor de vestiging van inrichtingen en waarvan de bestemming voor het gehele terrein of een gedeelte daarvan de mogelijkheid insluit van vestiging van inrichtingen, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie van inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken.
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
Industrieterreinen hebben een geluidszone. Een geluidszone is een gebied rond een industrieterrein, waarbuiten de gecumuleerde geluidsbelasting van alle daarop gevestigde bedrijven niet hoger mag zijn dan 50 dB(A). Een geluidszone van een industrieterrein wordt in een bestemmingsplan vastgelegd. Met zonering wordt beoogd ruimtelijke scheiding te creëren tussen ‘grote lawaaimakers’ en geluidsgevoelige functies. Lawaaimakers kunnen aan de ene kant hun geluidsproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt ter bescherming van hun akoestische ruimte voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen onbeperkt opschuiven naar de bedrijven. Gevoelige bestemmingen op een gezoneerd industrieterrein krijgen geen bescherming tegen geluid van inrichtingen. Vanuit een goede ruimtelijke ordening zijn gevoelige bestemmingen op een gezoneerd terrein onwenselijk. In artikel 163 lid 1 Wgh is geregeld dat zonebeheer een taak is van de gemeente waarin het industrieterrein is gelegen. Taak van de zonebeheerder is het verschaffen van informatie over de beschikbare geluidsruimte aan bedrijven die zich willen vestigen of willen uitbreiden op het industrieterrein en het bewaken van de zoneringsgrenswaarden op de zonegrens en de woningen die gelegen zijn in de zone.
De in januari 2007 gewijzigde Wet geluidhinder biedt met artikel 164 de mogelijkheid om een zonebeheerplan op te stellen. Met dit instrument kan richting worden gegeven als het gaat om de verdeling van geluidsruimte per bedrijf/kavel. Met de inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet op 31 maart 2010 zijn onderdelen uit het hoofdstuk Industrielawaai van de Wet geluidhinder gewijzigd. Belangrijk onderdeel van de wijzigingen is dat de gemeenteraad de bevoegdheid heeft om de grenzen van een gezoneerd industrieterrein vast te stellen (waarop zich naast Wgh-inrichtingen ook niet-zoneringsplichtige bedrijven kunnen vestigen).
3
Wgh-inrichtingen zijn inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, voorheen ook wel grote lawaaimakers of A-inrichtingen genoemd.
9
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en Wet milieubeheer (Wm) Bijna alle bedrijven vallen onder de regels van de Wabo en/of de Wet milieubeheer. Dit betekent dat geluidsnormen op de bedrijven van toepassing zijn om de woonomgeving te beschermen tegen geluidhinder. In bijlage 1 onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht is geregeld welke bedrijven vergunningsplichtig zijn. Een aantal bedrijven valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor deze bedrijven zijn algemeen geldende (geluid)-voorschriften van toepassing4. De gemeente heeft de bevoegdheid om bij overtredingen van de geluidsvoorschriften te handhaven. De Wabo regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is een geïntegreerde vergunning voor onder andere bouwen, ruimte en milieu. De Wabo regelt de procedures voor onder andere de omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu. De Wabo is op 1 oktober 2010 in werking getreden. In bijlage 1 onderdeel C van het Bor is vastgelegd voor welke bedrijven de provincie het bevoegd gezag blijft. Dit betreft een aantal IPPC-bedrijven5 en Brzo-bedrijven6. Deze situatie is ongewijzigd gebleven na instelling van de regionale omgevingsdiensten (RUD’s). Voor de gemeente Duiven betreft dit de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) als ook de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN).
Bij de toetsing en vergunningverlening geldt het uitgangspunt van de toepassing door bedrijven van beste beschikbare technieken7. Daarmee worden in de eerste plaats reducties van bronemissies bereikt en in de tweede plaats komt er na verloop van tijd geluidsruimte vrij die kan worden herverdeeld. De verdelingssystematiek die genoemd is in dit zonebeheerplan voorziet hierin. Ook een noodzakelijke herverdeling van beschikbare geluidsruimte vanwege wijziging in uitoefening van bedrijven (oprichting, sluiting, sloop gebouwen, e.d.) is mogelijk op grond van dit zonebeheerplan. Wet ruimtelijke ordening (Wro) Op grond van artikel 3.1 Wro stelt de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente een bestemmingsplan vast. De Wro bepaalt dat de ruimtelijke inrichting moet voldoen aan de eis van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Verschillende functies mogen elkaar niet onaanvaardbaar negatief beïnvloeden en moeten op elkaar worden afgestemd. Door onder andere milieuzonering worden milieubelastende en milieugevoelige functies zoveel mogelijk gescheiden.
4
Op grond van artikel 2.17 lid 2 van het Activiteitenbesluit geldt de standaardgrenswaarde voor bedrijven op een gezoneerd industrieterrein op een afstand van 50 m vanaf de inrichtingsgrenzen of bij woningen indien deze binnen 50 meter afstand zijn gelegen. 5 IPPC (Integrated Pollution Prevention and Control)-installaties. 6 Brzo-bedrijven: bedrijven die vallen onder het Besluit risico’s zware ongevallen 1999. 7 BBT staat voor beste beschikbare technieken. Artikel 1.1 van de Wm geeft daarvoor de volgende uitleg: de voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die – kosten en baten in aanmerking genomen – economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld. Zie voor toepassing van BBT eveneens artikel 5.4 van het Besluit omgevingsrecht. 8 Wgh-inrichtingen.
Deze bedrijven zijn aangewezen in onderdeel D van Bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht.
10
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
In bestemmingsplannen wordt met een bedrijvenlijst vastgelegd welk type bedrijven zich mag vestigen op een bedrijventerrein. Onder andere wordt hierin vastgelegd of zich zoneringsplichtige8 bedrijven mogen vestigen.
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
3. Inbedding van het zonebeheer 3.1 Geluidsruimte koppelen aan milieucategorie In het artikel in het blad “Geluid” nummer 1, maart 2004 van Martin Tennekes (destijds werkzaam bij het ministerie van VROM), wordt het belang van het zonebeheer van industrieterreinen aangegeven. Verder is in december 2006 door het ministerie van VROM de Handreiking Zonebeheerplan uitgebracht. In beide bronnen is ingegaan op het gebruik van kengetallen in dB(A)/m2 9 voor het modelleren van geluidsreserveringen. Eén van de mogelijkheden hiervoor is het gebruik van de standaardafstanden voor geluid uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Buiten deze afstand wordt aangenomen dat voldaan wordt aan 45 dB(A)-etmaalwaarde, behorende bij de gebiedstypering ‘rustige woonwijk, weinig verkeer’. De vertaalslag van een eis op een aangegeven afstand naar een geluidsemissie per vierkante meter kan slechts als benadering worden beschouwd, vanwege variabelen zoals de vorm en oppervlak van het kavel van een bedrijf, het spectrum van de geluidsbronnen, afschermende dan wel reflecterende bebouwing, bronhoogtes, bodemimpedantie, enzovoort. Verschillende benaderingen kunnen worden gekozen om tot een kengetal te komen. Verschillende bronnen beschrijven de relatie tussen bedrijfsactiviteiten, milieucategorieën en emissiekengetallen in dB(A)/m2.
In figuur 3 is een voorbeeld daarvan opgenomen; dit voorbeeld is afkomstig uit het vastgestelde geluidbeheerplan voor het bedrijventerrein Vossenberg-West in Tilburg (bron: Gemeente Tilburg, Geluidsonderzoek t.b.v. MER en bestemmingsplan, oktober 2011).
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
In deze kengetallen is geen rekening gehouden met interne afscherming door bebouwing, nietrondom uitstralende geluidsbronnen en dergelijke. Dat betekent dat deze emissiekengetallen uitgaan van een ‘worst case’ situatie. In de praktijk zal dit leiden tot geluidsimmissies op de toetspunten die lager liggen. Voor het koppelen van afstandsnormen aan milieucategorieën is de systematiek van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” voor rustige woonwijken gehanteerd. • categorie 1 → richtafstand 10 meter; • categorie 2 → richtafstand 30 meter; • categorie 3.1 → richtafstand 50 meter; • categorie 3.2 → richtafstand 100 meter; • categorie 4.1 → richtafstand 200 meter; • categorie 4.2 → richtafstand 300 meter; • categorie 5.1 → richtafstand 500 meter; • categorie 5.2 → richtafstand 700 meter; • categorie 6 → richtafstand 1.500 meter.
9
De geluidsruimte kan uitgedrukt worden als emissiegetal met de eenheid dB(A)/m 2 . In dit onderzoek is de bepaling van de kavelemissie in dB(A)/m2 als volgt bepaald: per periode van de dag worden de bedrijfsduurgecorrigeerde bronvermogens energetisch gesommeerd. Dit gesommeerde bronvermogen wordt vervolgens omgerekend naar een emissie per m 2 met behulp van de formule: Lkavel = LWR - 10 • log(A). Hierbij staat A voor de oppervlakte van het kavel in m2.
11
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
figuur 3: Kengetallen geluidsreserveringen in relatie tot de afstandsnormen (milieucategorieën). (Bron afbeelding: Geluidbeheerplan Vossenberg West/Midden)
3.2 Geluidsverdelingsystematiek In deze paragraaf is de manier waarop de geluidsruimte voor bedrijventerrein InnoFase wordt verdeeld toegelicht. De totale geluidsruimte zal daarbij bestaan uit de reeds verdeelde geluidsruimte en de daarna nog bestaande reserve. Wat de reserve betreft, is sprake van een bestemmingsreserve en van een algemene reserve.
10
Actualisatie bedrijventerrein Roelofshoeve I en II te Duiven, Adviesbureau De Haan b.v., H.05.324 van 24 april 2006.
12
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
Als uitgangspunt voor de nog lege kavels van “InnoFase II” is bij de actualisatie van het zonebeheermodel uit 200610 uitgegaan van 60 dB(A)/m2 voor de kavels 1 en 2 en 65 dB(A)/m2 voor de kavels 3 en 4. Dit onderscheid is gemaakt vanwege het verschil in toegestane milieucategorie. Voor de kavels 1 en 2 betreft dit ten hoogste milieucategorie 4 en voor de kavels 3 en 4 betreft dit ten hoogste milieucategorie 5. In figuur 3 is te zien dat deze kavelreserveringen overeen komen met de toegestane milieucategorie.
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
Met een transparante werkwijze kan de geluidsruimte dynamisch worden beheerd. Het zonebeheerplan wordt opgesteld volgens een transparante systematiek. De geluidsruimte is vastgelegd in de toetsingstabellen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in: • Vergunde ruimte (x): geluidsruimte die samenhangt met de vergunde activiteiten van bestaande inrichtingen of aanvragen die in behandeling zijn genomen en daarmee samenhangende ontwerpbesluiten of de geluidsruimte behorende bij geaccepteerde meldingen in het kader van het Activiteitenbesluit of op basis van dit besluit vastgestelde maatwerkvoorschriften. • De generieke geluidsruimte (y): het deel van de geluidsruimte uitgedrukt in toebedeelde emissies per kavel, dat beschikbaar is voor kavels van bestaande en toekomstige inrichtingen op het bedrijventerrein, zoals vastgelegd op de geluidsverkavelingskaarten. • Algemene reserve (z): het deel van de gereserveerde geluidsruimte van het gehele industrieterrein dat resteert na toedeling van de bestemmingsreserve.
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
Schematisch ziet dat er als volgt uit:
figuur 4: schematische weergave geluidverdeling (bron afbeelding: BügelHajema)
Voor de kavels geldt dat de vergunde geluidsruimte groter, gelijk of kleiner kan zijn dan de generieke geluidsruimte. In het eerste en tweede geval is de vergunde geluidsruimte als geluidsruimte voor de kavel beschikbaar. In het derde geval is de generieke geluidsruimte voor de kavel beschikbaar. Voor bedrijven waar dit voor geldt, is geluidsruimte beschikbaar voor bedrijfsontwikkeling.
13
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
De hoofdprincipes wat betreft de verdeling van geluidsruimte over de kavels, zijn als volgt: • De geluidsruimte wordt verdeeld over de kavels van het bedrijventerrein op basis van kengetallen in dB(A)/m2, die zijn afgeleid van de van toepassing zijnde milieucategorieën. Deze geluidsruimte wordt vervolgens uitgedrukt in immissiewaarden op de toetspunten. • Voor de kavels die geschikt zijn voor milieucategorie 4 en hoger wordt een geluidsruimte van 60 dB(A)/m2 etmaalwaarde vastgesteld voor de dag-, avond- en nachtperiode. • Geluidsruimte toegekend aan een kavel die niet (meer) wordt gebruikt door een bedrijf blijft beschikbaar op het betreffende kavel; dit om de bruikbaarheid van de kavels in de toekomst te kunnen garanderen (behoud van economische waarde). • Als een kavel wordt gesplitst (bijvoorbeeld bij verkoop) wordt de geluidsruimte evenredig herverdeeld en toegekend aan de opgesplitste kavels. • De gemeente Duiven kiest er voor om een deel van de beschikbare geluidsruimte in een algemene reserve onder te brengen. De zonebeheerder heeft de beschikking over deze geluidsruimte en kan extra geluidsruimte overdragen aan bedrijven. Het bevoegd gezag kan dit vaststellen door gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan. • De zoneringsgrenswaarden11 voor geluid mogen hierbij niet overschreden worden.
3.3 Uitvoeringsinstrumenten van het zonebeheer De gemeente heeft als zonebeheerder drie typen uitvoeringsinstrumenten nodig om zijn taken te kunnen verrichten: 1 De geluidsverdelingssystematiek, waarin de principes van de verdeling van geluidsruimte op bedrijventerrein InnoFase zijn vastgelegd. 2 De toetsingstabellen waarin de feitelijke toedeling van geluidsruimte is bepaald. Deze tabellen zijn vastgesteld op basis van de eerder verleende vergunningen en ontvankelijke meldingen, de geluidsreserveringen en de zoneringsgrenswaarden. 3 Het rekeninstrumentarium dat benodigd is om actuele informatie over de geluidsruimte op orde te houden, en ook op een uniforme en consistente manier de actuele situatie te beschrijven, waardoor het rekeninstrumentarium te gebruiken valt voor toetsing aan normen en voor het prognosticeren van toekomstige situaties.
Voor industrielawaai is het gebruikelijk dat aparte grenswaarden worden gesteld voor de dagavond- en nachtperiode. Bij de toegekende geluidsruimte is daarom dan ook onderscheid gemaakt voor deze drie etmaalperioden: de dagperiode (van 07.00 tot 19.00 uur), de avondperiode (van 19.00 uur tot 23.00 uur) en de nachtperiode (van 23.00 tot 07.00 uur). De kavels waarvoor milieucategorie 4 of hoger is toegestaan zijn in figuur 5 weergegeven. Voor deze kavels is een geluidsruimte van tenminste 60 dB(A)/m2 etmaalwaarde opgenomen. 11
Met zoneringsgrenswaarden worden zowel de vastgestelde hogere waarden als de zonegrens bedoeld. In het geval van industrieterrein InnoFase betreft dit enkel de zonegrens.
14
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
3.4 Geplande verdeling van de geluidsruimte De geluidsruimte is verdeeld op basis van drie uitgangspunten: 1 De verkaveling, zoals in de huidige situatie is vastgelegd. Dit is gebaseerd op de uitgangspunten van de beleidsregels uit 2008. 2 De bestaande rechten die bedrijven (sindsdien) aan verleende vergunningen en ontvankelijke meldingen kunnen ontlenen. 3 Het opnemen van een geluidsruimte van 60 dB(A)/m2 etmaalwaarde voor een deel van de kavels die geschikt zijn voor de akoestisch gezien zwaardere bedrijven (milieucategorie 4 en hoger).
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
Het begrip etmaalwaarde houdt in dat de geluidsruimte in de avondperiode 5 dB(A)/m2 lager is ten opzichte van de dagperiode en in de nachtperiode betreft dit 10 dB(A)/m2.
08
13
15
X (12)
07 11
10
16
X (14)
figuur 5: kavels waar milieucategorie 4 of hoger is toegestaan (bron afbeelding: DGMR)
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
De geluidsemissie van de bedrijven die in figuur 5 blauw zijn weergegeven, is getoetst aan de te reserveren geluidsruimte van 60 dB(A)/m2 etmaalwaarde. Uitzondering hierop zijn de nog uitgeefbare kavels die in de figuur met een ‘X’ zijn aangeduid. In tabel 1 zijn de resultaten opgenomen. In het rekenmodel zijn standaard reserveringsbronnen opgenomen zodanig dat een geluidsruimte van 60 dB(A)/m2 etmaalwaarde is opgenomen.
15
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
tabel 1: Overzicht geluidsruimte van bedrijven op kavels milieucategorie 4 en hoger [in dB(A)/m2] Bedrijf 07: AVR avi + gft 08: RWZI 10: 4PET 11: Suez 13: InSus 15: Bruins & Kwast 16: Primco
Emissie conform melding/vergunning dag/avond/nacht 66/64/63 53/52/52 64/63/63 70/61/57 56/54/50 66/44/44 62/56/55
Minimale emissieruimte dag/avond/nacht 60/55/50 60/55/50 60/55/50 60/55/50 60/55/50 60/55/50 60/55/50
Totale emissieruimte dag/avond/nacht 66/64/63 60/55/52 64/63/63 70/61/57 60/55/50 66/55/50 62/56/55
De dikgedrukte waarden geven aan dat de vergunde ruimte hoger is dan de minimale kavelreservering.
Voor de nog uitgeefbare kavels is aangesloten bij de kavelreservering zoals deze is vastgelegd in de bestaande beleidsregels: • Kavel 12: 60/55/50 dB(A)/m2 in de dag-, avond- en nachtperiode. • Kavel 14: 65/60/55 dB(A)/m2 in de dag-, avond- en nachtperiode. In onderstaande figuur is de geluidsverkavelingskaart voor de dagperiode weergegeven. Bijlage 3 bevat de geluidsverkavelingskaarten voor de dag-, avond- en nachtperiode.
16
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
figuur 6: verkavelingskaart dagperiode (bron afbeelding: DGMR)
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
3.5 Toetsing van de geluidsruimte per kavel De geluidsemissie is de maat voor de hoeveelheid geluid die op een bepaald moment wordt geproduceerd. Op basis van deze geluidsemissie worden de immissiebijdragen ter plaatse van de toetspunten berekend. De emissie van een bepaalde hoeveelheid geluid is gekoppeld aan een bijbehorende geluidsimmissie. De geluidsimmissie die optreedt is afhankelijk van bijvoorbeeld afscherming, reflecties, richtingsafhankelijkheid, etc. Het kan dus zo zijn dat bij eenzelfde geluidsemissie een andere geluidsimmissie optreedt. In de Nederlandse praktijk wordt in bestemmingsplannen de geluidsruimte zowel als geluidemissie en als geluidsimmissie vastgelegd. De gemeente Duiven kiest ervoor om de geluidsruimte als geluidsimmissie, uitgedrukt in dB(A) ter plaatse van toetspunten, vast te leggen. Hiermee wordt voorkomen dat het bedrijventerrein door het bovenstaande effect alsnog akoestisch 'op slot' kan komen te zitten. Dit sluit beter aan bij het uitgangspunt van de Wet geluidhinder: zonebewaking. Daarnaast wordt het effect van getroffen afschermende maatregelen op het kavel duidelijk zichtbaar. Als bijvoorbeeld een geluidsscherm rondom een installatie wordt geplaatst, nemen de immissieniveaus zichtbaar af. De toetsingstabellen zijn binnen het planmatig zonebeheer het instrument dat bepaalt waar op het bedrijventerrein welke geluidsruimte beschikbaar is.
En wel zodanig dat het totaal aan toegekende geluidsruimte de zoneringsgrenswaarden respecteert. In de toetsingstabellen staat per kavel opgenomen hoeveel geluidsruimte beschikbaar is voor bestaande en voor nieuwe bedrijven. Dit wordt uitgedrukt een dB(A)-getal, te weten de geluidsruimte, zoals die is toebedeeld aan het kavel.
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
In de toetsingstabellen is onderscheid gemaakt naar de dag-, avond- en nachtperiode. In de tabellen is voor elk toetspunt per kavel de geluidsimmissie als dB(A)-getal opgenomen. De gemeente Duiven wil het onnodig vastleggen van immissiewaarden voorkomen, waardoor bedrijven mogelijk beperkt worden in het geval van kleine wijzigingen van de bedrijfsactiviteiten. Als de bijdrage van een kavel, beschouwd per etmaalperiode, meer dan 20 dB(A) onder de van toepassing zijnde grenswaarden op de (zone)toetspunten ligt, is geen sprake van een relevante immissiebijdrage. In dat geval is de betreffende grenswaarde – 20 dB(A) als waarde opgenomen in de toetsingstabellen. Voor kavels die in een periode geen geluidsruimte hebben, is dit aangegeven door middel van horizontale strepen. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 4.
17
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
3.6 Stappenplan Hieronder is een vertaling van de gemaakte keuzes voor de werkwijze voor het behandelen van vergunningsaanvragen en meldingen weergegeven ten behoeve van de bestemmingsplantoets. Deze figuur is in groter formaat in bijlage 5 opgenomen.
18
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
figuur 7: stappenplan behandeling vergunningsaanvragen en meldingen ten behoeve van bestemmingsplantoets (Bron afbeelding: DGMR)
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
Voor alle bedrijven geldt dat zij een akoestisch onderzoek moeten uitvoeren. Op basis van dit onderzoek wordt bepaald of de bedrijfsactiviteiten (inclusief het treffen van BBT-voorzieningen of -maatregelen) passen binnen de geluidsruimte die aan het kavel is toegekend. Als dat het geval is, passen deze bedrijfsactiviteiten binnen de doelstellingen van het zonebeheerplan en het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan wordt een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om bedrijven die meer geluidsruimte nodig hebben, deze geluidsruimte toe te kennen. De gemeente Duiven hanteert het volgende afwegingskader bij aanvraag om grotere geluidsruimte dan toegekend aan het betreffende kavel:
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
Afwegingskader bij aanvraag om grotere geluidsruimte dan toegekend: De gemeente Duiven kiest ervoor om in het bestemmingsplan middels een afwijkingsbevoegdheid meer geluidsruimte aan een kavel toe te kunnen kennen indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: • Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat beste beschikbare technieken worden toegepast. • Door het toestaan van een grotere geluidsruimte wordt de maximaal toegestane geluidsbelasting op de geluidszone niet overschreden. • Het gebruik van de benodigde algemene reserve wordt gemotiveerd, waarbij onder meer de volgende omstandigheden worden betrokken: . de bedrijfseconomische noodzaak voor vergroting van de geluidsruimte is aangetoond; . uit akoestisch onderzoek blijkt dat ondanks toepassing van de Beste Beschikbare Technieken en een terreinindeling die qua beperking van milieuhinder optimaal is, een grotere geluidsruimte noodzakelijk is; . de gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden; . het betreft al dan niet een reeds gevestigd bedrijf op het bedrijventerrein InnoFase; . het betreft al dan niet een bedrijfsverplaatsing, waarmee elders een milieuhygiënisch knelpunt wordt opgelost; . het betreft een bedrijf dat al dan niet een bijdrage levert aan het realiseren van de duurzaamheidsdoelstellingen voor het bedrijventerrein InnoFase; .
het betreft een bedrijf dat al dan niet bijdraagt aan behoud en/of extra werkgelegenheid in Duiven en directe omgeving; . het betreft een bedrijf dat al dan niet een bijdrage levert aan de ruimtelijke en economische ontwikkeling van het bedrijventerrein. Als het bedrijf past binnen de doelstellingen van het bedrijventerrein, is dit voor de gemeente Duiven eveneens aanleiding om extra geluidsruimte aan een kavel toe te kennen. Deze doelstellingen zijn: • Het stimuleren van de regionale “bio-based/EMT” economie: voorsorteren op wijziging in de energie- en grondstoffenmarkt en hiermee de concurrentiepositie van bedrijven voor de toekomst verbeteren. • Het creëren van een gunstig vestigingsklimaat voor bedrijven en het creëren van werkgelegenheid. • De verkoopbaarheid van de gronden stimuleren: het onderliggende concept heeft vestigingsvoordelen voor veel bedrijven mede door de unieke combinatie van bedrijven die reeds gevestigd zijn (synergievoordelen zijn in potentie zeer groot). • Een bijdrage leveren aan de energietransitie en klimaatdoelstellingen (lokaal, regionaal, provincie en rijk).
19
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
Geluidsruimte bij afwijkende kavelgrootte: Toekenning van de bij het kavel behorende geluidsruimte is maatwerk. De toekenning wordt gespecificeerd en gemotiveerd in de beschikking. Uitgangspunt is dat hierbij de beschikbare geluidsruimte evenredig naar het kaveloppervlak wordt opgesplitst. De oorspronkelijke emissieruimte in dB(A)/m2 blijft ook beschikbaar voor de nieuwe kavels. De bijbehorende immissiewaarden wijzigen. Beoordeling milieuneutrale veranderingen als bedoeld in artikel 3.10 lid 3 van de Wabo: Bovenstaande werkwijze geldt niet voor aanvragen om vergunning voor milieuneutrale wijzigingen. Die aanvragen worden immers enkel getoetst aan de al vergunde geluidsruimte. 3.7 Juridische borging Dit zonebeheerplan kan niet dienen als zelfstandig toetsingskader voor de verlening van omgevingsvergunningen en/of de toetsing van meldingsplichtige activiteiten. Om toch te kunnen beschikken over een juridisch instrumentarium voor het zonebeheer, kiest de gemeente Duiven ervoor om de systematiek te verankeren in het bestemmingsplan. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) kunnen milieukwaliteitseisen ook gekoppeld worden aan bestemmingsplannen. Voorwaarde daarbij is dat de milieukwaliteitseisen ruimtelijk relevant zijn. Deze toedeling van geluidsruimte is ingegeven door ruimtelijke overwegingen.
De bedoeling is immers om als invulling van het begrip 'goede ruimtelijke ordening' de geluidsruimte op het gezoneerde industrieterrein zo optimaal mogelijk toe te kennen. Hiermee wordt aldus een optimale invulling en gebruik van het industrieterrein beoogd. Als de gemeente Duiven een grondpositie heeft, kan zij deze mede gebruiken om te sturen in de optimale indeling en benutting van het industrieterrein. Dit is vooral van belang bij eerste gronduitgifte: het juiste bedrijf op de juiste plek op het bedrijventerrein. Privaatrechtelijke regelingen zijn minder transparant en bieden minder rechtsbescherming voor belanghebbenden, zoals bedrijven in de naaste omgeving. Daarom wordt primair gekozen voor een bestuursrechtelijke benadering en een transparante geluidsverkaveling en zonebeheer. Zo is voor iedereen kenbaar welke geluidsruimte vergund is en welke beschikbaar is en is er sprake van een goede rechtsbescherming als daarin een wijziging plaatsvindt. Die bestuursrechtelijke regeling is het bestemmingsplan. Daarin is een aparte regeling ‘milieuzone – regeling gebruik geluidsruimte’ opgenomen. k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
20
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
4. Rekenmodel Zonebeheerplan 4.1 Het basismodel Het digitale rekenmodel is opgesteld in Geomilieu versie 2021.1. Dit rekenmodel rekent volgens de voorgeschreven rekenmethodiek voor industrielawaai, te weten overdrachtsmethode II.8 zoals opgenomen in de Handleiding rekenen en meten industrielawaai 1999. In het rekenmodel wordt uitgegaan van een aantal algemene uitgangspunten en specifieke modellering van de algemene modelobjecten. De algemene uitgangspunten betreffen de standaard (HMRI II.8) luchtdemping en een standaard bodemfactor van 1 (volledig absorberend). De van deze waarde afwijkende bodemgebieden zijn gemodelleerd. Zo is voor het bedrijventerrein een bodemfactor van 0.5 aangehouden. De overige relevante harde bodemgebieden zijn eveneens in het rekenmodel ingevoerd. De beoordelingspunten liggen conform artikel 2.2 lid 1 van het Rekenen meetvoorschrift geluid 2012 op 5 meter boven het maaiveld. De ingevoerde geluidsbronnen zijn afkomstig van de rekenmodellen zoals deze door de bedrijven zijn aangeleverd ten behoeve van meldingen of vergunningaanvragen. Voor nog lege kavels of voor kavelreserveringen is in het rekenmodel een fictieve bron opgenomen. Deze standaardbronnen hebben een hoogte van 5 meter, zijn rondom uitstralend en hebben het standaard industrielawaai spectrum.
4.2 Ligging toetspunten De toetspunten voor het toekennen van de geluidsruimte staan vermeld in tabel 2. Op de kaart in bijlage 2 is de geografische ligging van deze punten weergegeven.
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
tabel 2: Overzicht toetspunten Nr.
Omschrijving
X-coördinaat
Y-coördinaat
Hoogte (m)
001 002 002D 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016 017 018 019 020 021
Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt
197068.2 197349.2 197320.6 197491.9 197698.3 197928.6 198330.3 198593.0 198638.9 198662.0 198645.4 198627.9 198251.1 197762.4 197328.8 196947.7 196731.7 196569.1 196367.5 196689.2 196672.8 196598.7
443461.5 443425.7 443425.8 443427.9 443428.3 443389.2 443317.9 443234.9 442998.8 442735.4 442481.0 442298.7 442011.7 441863.6 441820.9 441945.7 442168.5 442584.7 443044.3 443210.0 442286.0 442496.7
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Zoneringsgrenswaarde 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50
21
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
4.3 Rekenresultaten De geluidsbelasting ten gevolge van bedrijventerrein InnoFase, inclusief de kavelreserveringen, is berekend ter plaatse van de toetspunten. In tabel 3 zijn de berekende geluidsniveaus weergegeven. tabel 3: Rekenresultaten in dB(A) Nr. 001 002 002D 003 004 005 006 007 008 009 010 011 012 013 014 015 016 017 018 019 020 021
Omschrijving Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt Zonebewakingspunt
Geluidsbelasting 47 49 50 49 47 45 44 43 44 44 45 43 44 49 42 46 50 48 44 48 49 48
Zoneringsgrenswaarde 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50
Op alle toetspunten wordt voldaan aan de zoneringsgrenswaarde. De cumulatieve geluidsbelasting bedraagt ten hoogste 50 dB(A) op punt 002D en 016 (onafgerond 49,5 en 49,6 dB(A)). Op deze toetspunten is de nachtperiode maatgevend. De ligging van de 50 dB(A)-etmaalwaardecontour is weergegeven in figuur 8.
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
22
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
figuur 8: ligging 50 dB(A)-etmaalwaardecontour (rood), zonegrens (bruin) en industrieterreingrens (oranje). (Bron afbeelding: DGMR)
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
In figuur 8 is te zien dat de 50 dB(A)-etmaalwaardecontour aan de noordzijde en de westzijde van het bedrijventerrein het dichtst bij de (buitenste) zonegrens is gelegen. Hier is de algemene reserve, in de figuur te zien als de afstand tussen de 50 dB(A)-etmaalwaardecontour en de buitenste zonegrens, het kleinst. Aan de zuidoostelijke zijde van het bedrijventerrein is te zien dat de afstand tussen de 50 dB(A)-etmaalwaardecontour en de buitenste zonegrens het grootst is. De algemene reserve is hier het grootst. Oftewel, in deze richting is nog veel niet-benutte geluidsruimte die voor bedrijfsontwikkelingen nog beschikbaar is. In de figuur zijn ook een aantal ‘eilandjes’ te zien in de geluidscontour. Deze zijn gelegen nabij hoge obstakels, zoals de aanwezige bebouwing. Door afscherming en/of reflecties worden lokaal hogere geluidsniveaus berekend.
23
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
5. Monitoring Jaarlijks wordt in januari een verslag opgesteld over het zonebeheer. In dit verslag wordt ingegaan op de mutaties die zich in het jaar daarvoor hebben voorgedaan. Dit betreft het overzicht van geaccepteerde meldingen en de afgifte van nieuwe vergunningen van de bedrijven die op het bedrijventerrein gevestigd zijn. De akoestische gevolgen van deze wijzigingen worden benoemd, waarbij in wordt gegaan op het wel of niet passen binnen de geluidsruimte van de betreffende kavel. De gevolgen van de wijzigingen op de algemene reserve worden in beeld gebracht. Als daar aanleiding toe is, dan kan het zonebeheer worden geëvalueerd. Op dat moment wordt ook besloten op welke wijze de evaluatie wordt uitgevoerd. Dit is mede afhankelijk van eventuele (geplande) ruimtelijke ontwikkelingen, het soort bedrijven dat zich in de tussentijd heeft gevestigd, de nog beschikbare geluidsruimte en mogelijke klachten uit de omgeving. Naast de evaluatie van het zonebeheerplan kan ook de effectiviteit van de handhaving worden doorgelicht. Bij handhaving kan daarbij gedacht worden aan verbetering, bijvoorbeeld door een hogere controlefrequentie.
ing. M.H.M. (Michel) van Kesteren DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V.
k:\doc\m\2020\050607\m2020050607r001v3.docx 12-10-2021
24
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
Bijlage 1 Titel
Verklarende woordenlijst
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
VERKLARENDE WOORDENLIJST aanvraag: een aanvraag voor een vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). algemene reserve: het deel van de gereserveerde geluidsruimte van het gehele industrieterrein dat resteert na toebedeling van de bestemmingsreserves, zoals vastgelegd in de toetsingstabellen. beste beschikbare technieken: beste beschikbare technieken zoals omschreven in artikel 1.1 lid 1 van de Wet milieubeheer. bestemmingsreserve: het deel van de gereserveerde geluidsruimte, uitgedrukt in toebedeelde immissies per kavel, dat beschikbaar is voor de kavels op het industrieterrein, zoals vastgelegd in de toetsingstabellen behorend bij het zonebeheerplan. etmaalwaarde: de hoogste waarde van de volgende drie waarden van het equivalente geluidsniveau: • de waarde over de periode 07.00 – 19.00 uur (dagperiode) • de waarde over de periode 19.00 – 23.00 uur (avondperiode) verhoogd met 5 dB(A) • de waarde over de periode 23.00 – 07.00 uur (nachtperiode) verhoogd met 10 dB(A) geluidsruimte: de verdeling van de beschikbare geluidsruimte per kavel passend binnen de zonegrens geluid, zoals vastgelegd in de toetsingstabellen behorend bij het zonebeheerplan. Hierbij zijn de immissiewaarden in de toetsingstabellen gebaseerd op de geluidsverkavelingskaarten.
geluidsverkavelingskaart: toegekende geluidsruimte per kavel uitgedrukt als emissiewaarde in dB(A)/m2 Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999: de door het voormalige ministerie van VROM uitgegeven handleiding. Deze handleiding geeft richtlijnen en aanwijzingen voor het meten en berekenen van het geluid afkomstig van inrichtingen, waarop de Wet milieubeheer (Wm), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of een gemeentelijke verordening van toepassing is. Handreiking industrielawaai en vergunningverlening, oktober 1998: de door het voormalige ministerie van VROM uitgegeven handreiking. Deze handreiking geeft richtlijnen en kaders voor het beoordelen van het geluid afkomstig van inrichtingen, waarop de Wet milieubeheer (Wm), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of een gemeentelijke verordening van toepassing is. inrichting: inrichting zoals omschreven in artikel 1.1 lid 1 van de Wet milieubeheer. IPPC-bedrijven: IPPC (Integrated Pollution and Prevention Control) beoogt een geïntegreerde afweging van de diverse milieuaspecten te verzekeren bij vergunningsprocedures. De emissies moeten worden beperkt door toepassing van de beste beschikbare technieken (BBT). kavel: een aaneengesloten stuk grond waarop krachtens het bestemmingsplan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
milieu: voor wat betreft de begripsbepaling wordt aangesloten bij artikel 1.1 lid 2 onder a, b en c van de Wet milieubeheer met dien verstande dat onder gevolgen voor het milieu en het belang van de bescherming van het milieu mede wordt verstaan de zorg voor een zuinig en doelmatig gebruik van de fysieke ruimte op industrieterrein InnoFase. publicatie Bedrijven en milieuzonering: de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ editie 2009 biedt een handreiking voor de ruimtelijke inpassing van bedrijven of van gevoelige functies nabij bedrijven. toetsingstabellen: de tabellen, die onderdeel uitmaken van het zonebeheerplan, waarin zijn weergegeven de toetspunten, de zoneringsgrenswaarden en de toegekende geluidsruimte aan kavels zoals deze zijn opgenomen op de verkavelingskaart. vergunde ruimte: de geluidsruimte die samenhangt met de vergunde activiteiten van bestaande inrichtingen, vergunningsaanvragen die in behandeling zijn genomen en daarmee samenhangende ontwerpbesluiten of geaccepteerde meldingen of vastgestelde maatwerkvoorschriften in het kader van het Activiteitenbesluit. vergunning: een vergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). verkavelingskaart: de weergave van de geografische ligging van de kavels, welke als uitgangspunt zijn genomen voor het bepalen van de geluidsruimte van een afzonderlijk bedrijf.
zoneringsgrenswaarden: de grenswaarden voor geluid ter plaatse van de zonegrens en de vastgestelde hogere grenswaarden.
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
Bijlage 2 Titel
Ligging industrieterrein, geluidzone en toetspunten
Ligging toetspunten 001
!
002D 002
!!
003
!
004
005
!
!
006
! 019
007
!
! 018
008
!
!
009
! 017
!
021
010
!
!
011
020
!
!
016
!
012
!
015
!
Legenda !
014
013
!
!
´
toetspunten
industrieterreingrens zonegrens
0
125
250 meter
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
Bijlage 3 Titel
Verkavelingskaarten dag-, avond- en nachtperiode
Legenda
Dagperiode
geluidsruimte in dB(A)m2 50
´
63
59
62
60 61
50
62 63
63
59
64
61
70
65
62
66 70 60
60
60 66
70 64
62
66 65
0
125
250 meter
Legenda
Avondperiode
geluidsruimte in dB(A)m2 0
´
58
55
57
56
0
57 58 59
61
59
60
57
0
61
0
63 64 55
55
55 64
61 63
56
55 60
0
125
250 meter
Legenda
Nachtperiode
geluidsruimte in dB(A)m2 0
´
53
38
52
50 52
38
53 54
56
50
55
54
0
56
0
57 63 52
50
50 63
57 63
55
50 55
0
125
250 meter
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
Bijlage 4 Titel
Toetsingstabellen dag-, avond- en nachtperiode
Legenda
Ligging percelen
percelen (met aanduiding)
01 02 04
03 05
06
09
17
08
13
12 07
11
16
15
14
10
0
125
´
250 meter
Dagperiode toetspunt totale geluidsbelasting [dB(A)] toetsingswaarde [dB(A)] algemene reserve [dB(A)]
001 44.9 50.0 5.1
002D 47.7 50.0 2.3
002 47.8 50.0 2.2
003 47.1 50.0 2.9
004 45.2 50.0 4.9
005 44.4 50.0 5.6
006 42.8 50.0 7.2
007 41.3 50.0 8.7
008 42.4 50.0 7.6
009 42.5 50.0 7.5
010 42.7 50.0 7.3
011 37.7 50.0 12.3
012 42.4 50.0 7.6
013 45.2 50.0 4.8
014 38.2 50.0 11.8
015 44.8 50.0 5.2
016 46.0 50.0 4.0
017 45.0 50.0 5.0
018 41.6 50.0 8.4
019 44.4 50.0 5.6
020 44.7 50.0 5.3
021 45.1 50.0 4.9
geluidsruimte gebruikt [%] geluidsruimte vrij [%]
30.7 69.3
58.3 41.7
60.4 39.6
50.9 49.1
32.7 67.3
27.5 72.5
19.2 80.8
13.5 86.5
17.3 82.7
17.7 82.3
18.5 81.5
5.9 94.1
17.3 82.7
33.2 66.8
6.7 93.3
30.2 69.8
39.6 60.4
31.9 68.1
14.3 85.7
27.4 72.6
29.5 70.5
32.6 67.4
Kavel 01 Kavel 02 Kavel 03 Kavel 04 Kavel 05 Kavel 06 Kavel 07 Kavel 08 Kavel 09 Kavel 10 Kavel 11 Kavel 12 Kavel 13 Kavel 14 Kavel 15 Kavel 16 Kavel 17 Totaal
31.0 30.0 31.9 30.0 30.0 30.0 37.5 39.0 32.2 30.0 37.7 30.0 30.0 31.0 30.0 30.0 30.0 44.9
39.8 35.1 37.6 30.0 32.7 31.0 37.1 40.7 35.7 30.0 39.1 31.3 30.0 32.3 31.4 30.0 30.0 47.7
40.4 35.6 37.8 30.0 32.4 30.0 36.3 40.4 35.8 30.0 40.1 31.3 30.0 32.3 31.7 30.0 30.0 47.8
38.9 35.6 38.5 30.0 31.1 30.0 35.8 40.2 30.0 30.0 39.0 31.2 31.4 32.3 30.1 30.0 31.5 47.1
32.3 30.0 34.3 30.0 30.0 30.0 34.1 38.7 30.0 30.0 38.1 31.3 33.3 32.6 30.0 30.0 33.6 45.2
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 32.3 36.8 31.9 30.0 36.4 31.0 35.8 31.3 34.9 30.0 33.6 44.4
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.3 33.1 30.0 30.0 30.0 30.0 36.3 31.7 37.7 30.9 30.0 42.8
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.8 30.0 30.0 30.0 30.0 34.5 31.3 36.1 31.5 30.0 41.3
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.9 30.0 30.0 30.0 30.0 36.1 31.9 37.5 33.0 30.0 42.4
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.9 30.0 30.0 30.0 30.0 36.4 31.6 37.9 32.6 30.0 42.5
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 31.6 30.0 30.0 30.1 30.0 34.5 34.6 37.8 31.8 30.0 42.7
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.5 30.0 30.0 31.1 30.0 30.0 30.0 37.7
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 31.3 30.0 30.0 31.7 31.2 32.7 36.2 37.1 30.3 30.0 42.4
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 37.5 33.2 30.0 33.0 40.9 31.9 30.8 36.1 35.3 30.0 30.0 45.2
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 32.8 30.0 30.0 30.0 31.3 30.0 30.0 30.0 32.7 30.0 30.0 38.2
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 38.5 32.4 30.0 30.0 41.8 30.0 30.0 31.8 32.9 30.0 30.0 44.8
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 43.5 33.1 30.0 30.0 40.8 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 46.0
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 42.4 35.3 30.0 30.0 39.3 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 45.0
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 38.3 35.2 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 41.6
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 40.7 38.3 30.0 30.0 34.5 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 44.4
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 42.9 32.4 30.0 30.0 36.4 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 44.7
30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 43.3 35.0 30.0 30.0 36.3 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 30.0 45.1
Avondperiode toetspunt totale geluidsbelasting [dB(A)] toetsingswaarde [dB(A)] algemene reserve [dB(A)]
001 40.1 45.0 4.9
002D 42.7 45.0 2.3
002 42.6 45.0 2.4
003 42.1 45.0 2.9
004 39.8 45.0 5.2
005 38.1 45.0 7.0
006 36.6 45.0 8.4
007 35.4 45.0 9.6
008 36.7 45.0 8.3
009 37.4 45.0 7.6
010 38.1 45.0 6.9
011 34.3 45.0 10.8
012 36.9 45.0 8.1
013 40.3 45.0 4.7
014 33.4 45.0 11.6
015 37.8 45.0 7.2
016 40.9 45.0 4.2
017 39.8 45.0 5.2
018 36.9 45.0 8.1
019 40.3 45.0 4.7
020 40.4 45.0 4.6
021 40.3 45.0 4.8
geluidsruimte gebruikt [%] geluidsruimte vrij [%]
32.1 67.9
59.0 41.0
57.1 42.9
51.1 48.9
30.1 69.9
20.2 79.8
14.6 85.4
11.0 89.0
14.9 85.1
17.3 82.7
20.6 79.4
8.4 91.6
15.6 84.4
33.9 66.1
6.9 93.1
19.1 80.9
38.5 61.5
30.4 69.6
15.6 84.4
34.2 65.8
34.4 65.6
33.5 66.5
Kavel 01 Kavel 02 Kavel 03 Kavel 04 Kavel 05 Kavel 06 Kavel 07 Kavel 08 Kavel 09 Kavel 10 Kavel 11 Kavel 12 Kavel 13 Kavel 14 Kavel 15 Kavel 16 Kavel 17 Totaal
26.0 25.0 27.6 -25.0 28.7 35.6 33.1 -27.7 28.8 25.0 25.0 26.0 25.0 25.0 -40.1
34.8 30.1 33.9 -30.4 30.3 35.7 34.8 -28.9 30.3 26.3 25.0 27.3 25.0 25.0 -42.7
35.4 30.6 34.2 -30.0 28.3 35.0 34.5 -29.0 30.3 26.3 25.0 27.3 25.0 25.0 -42.6
33.9 30.6 34.5 -28.8 25.0 34.7 34.3 -28.8 29.4 26.2 25.2 27.3 25.0 25.0 -42.1
27.3 25.0 30.4 -25.0 25.1 33.1 32.7 -28.4 28.2 26.3 27.0 27.6 25.0 25.0 -39.8
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 31.1 30.9 -27.1 26.4 26.0 30.0 26.3 25.0 25.0 -38.1
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 28.6 27.1 -25.4 25.0 25.0 30.3 26.7 26.2 26.2 -36.6
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 26.9 25.0 -25.0 25.0 25.0 28.7 26.3 25.9 26.2 -35.4
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 27.1 25.0 -25.1 25.0 25.0 31.0 26.9 27.0 29.2 -36.7
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 27.5 25.0 -25.0 25.0 25.0 31.8 26.6 27.0 31.1 -37.4
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 28.6 25.7 -27.0 25.1 25.0 29.9 29.6 29.9 31.2 -38.1
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 28.1 25.0 -26.4 25.0 25.0 25.0 26.1 25.0 25.3 -34.3
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 25.6 25.1 -25.0 25.0 26.2 28.0 31.2 29.6 27.2 -36.9
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 36.4 27.0 -32.0 31.2 26.9 26.0 31.1 26.5 25.0 -40.3
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 30.8 25.0 -25.0 25.0 25.0 25.0 25.0 25.0 25.0 -33.4
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 33.1 25.9 -29.7 31.6 25.0 25.0 26.8 25.0 25.0 -37.8
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 39.5 27.2 -29.2 30.4 25.0 25.0 25.0 25.0 25.0 -40.9
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 38.4 29.4 -26.5 28.6 25.0 25.0 25.0 25.0 25.0 -39.8
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 34.2 29.3 -25.0 25.0 25.0 25.0 25.0 25.0 25.0 -36.9
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.3 37.6 33.3 -28.6 27.4 25.0 25.0 25.0 25.0 25.0 -40.3
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 39.1 26.5 -29.1 27.6 25.0 25.0 25.0 25.0 25.0 -40.4
25.0 25.0 25.0 -25.0 25.0 38.8 29.0 -29.2 27.2 25.0 25.0 25.0 25.0 25.0 -40.3
Nachtperiode toetspunt totale geluidsbelasting [dB(A)] toetsingswaarde [dB(A)] algemene reserve [dB(A)]
001 37.2 40.0 2.8
002D 39.5 40.0 0.5
002 39.4 40.0 0.6
003 39.1 40.0 0.9
004 37.0 40.0 3.0
005 35.2 40.0 4.8
006 33.6 40.0 6.4
007 32.6 40.0 7.4
008 34.0 40.0 6.0
009 35.0 40.0 5.1
010 35.7 40.0 4.3
011 32.7 40.0 7.3
012 33.6 40.0 6.4
013 38.8 40.0 1.2
014 32.2 40.0 7.8
015 35.9 40.0 4.1
016 39.6 40.0 0.5
017 38.0 40.0 2.0
018 33.7 40.0 6.3
019 37.7 40.0 2.3
020 39.4 40.0 0.6
021 38.4 40.0 1.6
geluidsruimte gebruikt [%] geluidsruimte vrij [%]
52.8 47.2
89.5 10.5
86.7 13.3
81.1 18.9
49.7 50.3
33.0 67.0
22.9 77.1
18.1 81.9
25.4 74.6
31.3 68.7
37.3 62.7
18.5 81.5
22.7 77.3
75.7 24.3
16.6 83.4
38.9 61.1
90.2 9.8
63.5 36.5
23.6 76.4
59.2 40.8
86.5 13.5
69.3 30.7
Kavel 01 Kavel 02 Kavel 03 Kavel 04 Kavel 05 Kavel 06 Kavel 07 Kavel 08 Kavel 09 Kavel 10 Kavel 11 Kavel 12 Kavel 13 Kavel 14 Kavel 15 Kavel 16 Kavel 17 Totaal
21.0 20.0 25.5 20.0 20.0 20.5 34.0 28.7 -27.6 25.7 20.0 20.0 21.0 20.0 20.0 -37.2
29.8 25.1 31.6 20.0 26.0 22.1 34.5 30.5 -28.9 27.2 21.3 20.0 22.3 20.0 20.2 -39.5
30.4 25.6 31.9 20.0 25.6 20.1 33.8 29.9 -28.9 27.2 21.3 20.0 22.3 20.0 20.3 -39.4
28.9 25.6 32.3 20.0 23.8 20.0 33.8 29.7 -28.7 26.1 21.2 20.0 22.3 20.0 21.1 -39.1
22.3 20.0 28.3 20.0 20.0 20.0 32.3 28.0 -28.4 24.8 21.3 20.0 22.6 20.0 22.4 -37.0
20.0 20.0 23.0 20.0 20.0 20.0 30.5 26.5 -27.0 23.1 21.0 22.7 21.3 20.0 23.9 -35.2
20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 28.1 22.5 -25.3 20.4 20.0 23.0 21.7 20.7 26.2 -33.6
20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 26.4 20.8 -24.6 20.0 20.0 21.5 21.3 20.5 26.2 -32.6
20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 26.8 20.1 -25.1 20.0 20.0 25.2 21.9 21.6 29.2 -34.0
20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 27.2 20.1 -24.9 20.0 20.0 26.2 21.6 21.8 31.1 -35.0
20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 28.3 21.2 -26.9 21.7 20.0 23.7 24.6 25.2 31.2 -35.7
20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 27.9 20.0 -26.3 21.1 20.0 20.0 21.1 20.0 25.3 -32.7
20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 25.4 20.0 -22.1 20.0 21.2 22.6 26.2 25.0 27.1 -33.6
20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 36.3 22.0 -31.9 27.7 21.9 21.1 26.1 21.6 22.5 -38.8
20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 30.4 20.0 -23.9 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 -32.2
20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 32.4 20.0 -29.7 28.5 20.0 20.0 21.8 20.0 20.0 -35.9
20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 38.6 23.0 -29.2 27.4 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 -39.6
20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 37.0 25.0 -26.4 25.3 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 -38.0
20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 31.3 24.8 -24.6 21.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 -33.7
20.0 20.0 20.0 20.0 20.3 20.0 35.1 30.5 -28.6 24.4 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 -37.7
20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 38.5 22.2 -29.1 24.6 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 -39.4
20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 37.2 24.3 -29.2 24.1 20.0 20.0 20.0 20.0 20.0 -38.4
Zonebeheerplan industrieterrein InnoFase
Bijlage 5 Titel
Stroomschema geluidsruimtetoets
START
Breng de benodigde geluidsruimte met een akoestisch onderzoek als immissiewaarden in beeld en geef aan welke BBT-maatregelen zijn toegepast. Is deze geluidsruimte kleiner of gelijk aan de