CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 – Verkenning bedrijventerreinen 2040 d.d. 14-1-2021 (201493782).pdf

Politieke Avond 16 februari 2021, gemeente DuivenBij agendapunt: 20.35-22.30 uur – 2) Verkenning bedrijventerreinen 2040 / debattafel10.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast worden bij deze ontwikkeling de bedrijventerreinlocaties aan de woongebieden verbonden, terwijl een strikte scheiding tussen wonen en werken een van de kenmerkende ruimtelijke structuren van Duiven is. De maatschappelijke impact is groot en het draagvlak van deze ontwikkeling bij omwonenden kan een knelpunt vormen bij de verdere planvorming. Een ander risico bij de Oostsingel is de verkeerssituatie. Onduidelijk is op welke manier de ontsluiting van het bedrijventerrein gerealiseerd kan worden met goedkeuring van de provincie. De verkeerssituatie van het kruispunt Oostsingel Broekstraat is namelijk al jaren onderwerp van discussie met de provincie. Daarnaast zijn de kosten voor de noodzakelijke infrastructuur fors en worden deze kosten pas later in de planvorming definitief inzichtelijk. Het aantal grondeigenaren in het gebied is hoger dan de locatie Centerpoort-Noord.

Pagina 24

Binnen de verschillende ontwikkelopties van Centerpoort-Noord komt de alternatieve variant van Centerpoort-Noord naar voren als voorkeursvariant. Deze locatie kent dezelfde voordelen van de grote ontwikkeling van Centerpoort-Noord, maar heeft daarnaast een aantal aanvullende voordelen ten opzichte van een grote ontwikkeling. De impact op het landschap is minder, dat geldt ook voor de impact op de bedrijfsvoering van grondeigenaren en de impact voor omwonenden is minder. Er zijn geen grote ruimtelijke problemen voorzien en er zijn geen grote verkeerskundige aanpassingen noodzakelijk. Op basis van de financiële verkenning beoordeling is er een haalbare ontwikkeling mogelijk. Het risico van de ontwikkeling is kleiner vanwege lagere verwervingskosten en een kortere verwachte looptijd. Daarnaast is de haalbaarheid van deze ontwikkeling groter binnen de regionale afspraken over de verdeling van ontwikkelruimte, we vragen immers een kleiner deel van de taart. Het betekent ook dat er in de toekomst ruimte blijft voor de verdere uitbreiding van Centerpoort-Noord, mocht er sprake zijn van markt- en ontwikkelruimte en de gemeente de ambitie heeft om het gebied verder te ontwikkelen. Zoals gezegd biedt de locatie de ruimte om flexibel om te gaan met het ruimtegebruik en de daarbij passende doelgroepen.

Omdat de gemeente Duiven ervoor kiest om niet in te zetten op de volledige marktbehoefte, kiezen we voor de ontwikkeling van een hoogwaardig kennis- en arbeidsintensief bedrijventerrein met aandacht voor duurzaamheid, natuur/groen en landschappelijke inpassing. Vertaald naar de sectoren zoals deze benoemd zijn in het RPW, komen we op een volgende indicatieve netto ruimtevraag:  Klassiek gemengd 4 ha  Logistiek 3 ha  Maakindustrie 2 ha  Overig gemengd 1 ha Deze ruimtevraag sluit aan bij de analyse van de marktbehoefte van BCI en geeft ruimte aan een mix van verschillende type bedrijven en bijpassende kavelgroottes. De alternatieve variant laat ook ruimte voor een ander beleidsdoel in het gebied: de realisatie van energie opwek door zon en wind. Op basis van de studie Wind- en zonneenergie Duiven laat de alternatieve ontwikkeling van Centerpoort-Noord voldoende ruimte in het gebied InnoFase/Centerpoort om een relevante bijdrage te leveren aan de RES-doelen. De alternatieve uitbreiding van Centerpoort-Noord heeft geen invloed te hebben op de mogelijkheden voor de opwek van wind in het gebied InnoFase en laat ruimte voor de opwek van zon en één windturbine in het gebied Centerpoort. Verwerving De gemeenteraad heeft in 2008 de laatste nota Grondbeleid vastgesteld. De gemeente Duiven heeft daarin nadrukkelijk gekozen voor het voeren van een actief grondbeleid.

In de nota Grondbeleid is het volgende te lezen: “De gemeente maakt gronden zelf bouw- en woonrijp en geeft kavels uit. Heeft de gemeente de gronden niet in eigendom zal er zoveel mogelijk aan worden gedaan de gronden toch in bezit te krijgen. Tevens worden, indien mogelijk, strategische aankopen gedaan.”

Pagina 25

Deze aanpak komt voort uit een wens voor een actieve en regisserende rol bij ruimtelijke processen, waarbij de gemeente de volledige regie heeft ten aanzien van de planning, het programma en de kwaliteit. Bij dit actieve grondbeleid verwerft de overheid de grond en brengt deze zelf tot ontwikkeling. De gebruikelijke wijze hiervoor is minnelijke verwerving, onteigening wordt alleen toegepast indien daar absolute noodzaak voor blijkt te bestaan. Van een dergelijke noodzaak is slechts sprake als bij het vaststellen van een bestemmingsplan geen uitzicht bestaat op verwerving van de noodzakelijke grond en de eigenaar geen zelfrealisatie kan toepassen. Het vestigen van een voorkeursrecht op basis van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna Wvg) kan soms noodzakelijk of nuttig zijn. Dit is vooral het geval wanneer de dreiging is dat marktpartijen zich in het gebied inkopen. Hiermee wordt de grondprijs onnodig verhoogd. Gelet op het gebrek aan interesse van marktpartijen om gronden aan te kopen voor bedrijventerreinen is het vestigen van Wvg niet noodzakelijk. Vanwege deze onzekerheid van de regionale verdeling van ontwikkelruimte heeft het college ingezet op een traject van minnelijke verwerving. Bij dit actieve grondbeleid verwerft de overheid de grond en brengt deze zelf tot ontwikkeling.

Deze variant heeft namelijk een hoge flexibiliteit in te verwerven percelen en we kunnen relatief snel handelen los van wettelijke procedures. Een ander voordeel van deze variant is dat de gemeente zelf de ontwikkeling kan sturen met betrekking tot het karakter van het bedrijventerrein, de randvoorwaarden zelf kan formuleren, het ontwikkelingstempo en tevens aandacht kan geven aan duurzaamheid, biodiversiteit en landschappelijke inpassing. Toekomstbestendig inrichten van werklocaties Bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen worden andere actuele beleidsthema’s, zoals beschreven in het Koersdocument Omgevingsvisie, waar mogelijk meegenomen. Denk aan: energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit/natuurontwikkeling en recreatie. Deze beleidsdoelen kunnen zowel gezoneerd (aan de randen van het gebied) als geïntegreerd (op de vastgoedlocaties zelf) gerealiseerd worden. Hiervoor zal bij de verdere uitwerking van de plannen per locatie een set aan uitgangspunten/eisen nader geformuleerd worden. Ook kan gedacht worden aan het efficiënt inrichten van bedrijventerrein, onder andere door intensief en meervoudig ruimtegebruik. Voorbeelden hiervan zijn: parkeren op het dak, duurzame daken, gedeelde parkeervoorzieningen.

Programma Toekomstbestendige bedrijventerreinen Provincie Gelderland De provincie geeft aan een grote opgave te zien in het verduurzamen van bedrijventerreinen. Zowel bij de ontwikkeling van nieuwe terreinen als met het oog op bestaande terreinen, voeren wij de duurzaamheidsdoelstelling vanuit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland rekening houdend met de locatie specifieke situatie uit. Voor de uitbreiding of aanleg van nieuwe bedrijventerreinen betekent dit concreet het volgende: Het benutten van daken voor zonnepanelen Gasloos bouwen (tenzij noodzakelijk voor het productieproces); Uitwisseling restwarmte, elektriciteit en grondstoffen binnen het terrein en de directe omgeving Het reserveren van ruimte voor bijvoorbeeld (elektrische) oplaadpunten, waterstof tanken, batterij/voorzieningen t.b.v. opslaan elektriciteit; Het opstellen van een materialenpaspoort voor gebouwen; Voldoende waterberging, natuurinclusief bouwen en het vergroenen van de openbare ruimte waardoor samen een goede groene structuur en aantrekkelijkere omgeving ontstaat; Parkmanagement of een andere vorm van organisatiegraad.

Pagina 26

Ook de uitgangspunten van het programma Toekomstbestendige bedrijventerreinen van de Provincie worden betrokken bij de verdere uitwerking. De Provincie geeft aan dat bedrijventerreinen een belangrijke rol kunnen spelen in het behalen van doelstellingen ten aanzien van natuur inclusief bouwen, energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit en zal bij de planologische toetsing van nieuwe locaties hier nadrukkelijk naar kijken. Deze uitgangspunten zijn bij de herzieningsprocedure van het RPW als eis opgenomen voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Gedurende de ontwikkeling van bedrijventerreinen blijft leegstandmonitoring een belangrijk aandachtspunt. Door zelf goed in contact te blijven met eigenaren van bedrijven, makelaars en ondernemersverenigingen, sturen we proactief op het benutten van vrijkomende locaties. Daarmee wordt structurele leegstand op de bestaande bedrijventerreinen voorkomen. Op termijn, uiterlijk in 2028, kan besloten worden of en in welke mate na 2030 de overige voorkeurslocaties tot ontwikkeling worden gebracht. Op dat moment kan een nieuwe weging plaatsvinden tussen beschikbare ontwikkelruimte in de regio, vraag en aanbod van bedrijventerreinen in Duiven en ambities van het gemeentebestuur.

Pagina 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=ffdee4eb-e8cd-4e5a-b144-9c77534a7b27