CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Beleidsnotitie kwijtschelding 2016.docx

Raadsavond 7 december 2021, gemeente DuivenBij agendapunt: Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 20222.929 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beleidsnotitie kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2016 1.Inleiding Alle huishoudens in de gemeente Duiven worden jaarlijks aangeslagen voor de gemeentelijke belastingen. Niet iedereen heeft echter voldoende middelen om de aanslag te kunnen betalen. Wanneer men onvoldoende aan te wenden betaalcapaciteit of vermogen heeft, kan de belastingschuldige in aanmerking komen voor kwijtschelding van een aantal belastingsoorten. Hiertoe dient een kwijtscheldingsverzoek te worden ingediend. De regelgeving m.b.t. de kwijtschelding gemeentelijke belastingen staat vermeld in een aantal wetten en uitvoeringsvoorschriften, zoals: - de Gemeentewet; - de lnvorderingswet 1990; - de Uitvoeringsregeling invorderingswet 1990; - de Leidraad invordering 2008. In bovengenoemde wetten en uitvoeringsregelingen staat vermeld op welke wijze op verzoeken om kwijtschelding gemeentelijke belastingen dient te worden beslist. Daarnaast kan de Raad op grond van artikel 255, lid 4 van de Gemeentewet met in achtneming van genoemde regelgeving nadere regels stellen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. In de afgelopen jaren is er volgens een bepaalde beleidslijn gewerkt, doch lang niet al dit beleid is geformaliseerd. In deze beleidsnotitie staat het tot dusver gevoerde gemeentelijk beleid alsmede nieuwe beleidsvelden waarvoor nog geen beleid is gevormd vermeld.

Ook de mogelijkheid om kwijtschelding te verlenen aan kleine zelfstandigen en ZZP-ers, zoals eerder in de aangenomen motie van de Raad d.d. 12 november 2012 staat vermeld, is in hoofdstuk 8 van deze beleidsnotitie opgenomen. Deze beleidsnotitie kan, nadat deze is vastgesteld door de Raad, vanaf 1 januari 2016 worden gehanteerd bij verzoeken om kwijtschelding van de aanslag gemeentelijke belastingen. 2.Mogelijkheid om kwijtschelding te verlenen Het verlenen van kwijtschelding is geen verplichting maar een bevoegdheid. Op grond van artikel 255, lid 3 van de Gemeentewet kan de Raad bepalen dat in het geheel geen dan wel gedeeltelijk kwijtschelding wordt verleend. Het verlenen van kwijtschelding maakt onderdeel uit van het minimabeleid. Met het oog hierop heeft de Raad in het verleden vastgesteld dat er kwijtschelding wordt verleend wanneer men aan de voorwaarden voldoet om hiervoor in aanmerking te komen. Er is geen aanleiding om dit standpunt te wijzigen. Beleidsvoorstel 1 Bepalen dat er kwijtschelding wordt verleend voor zover er recht op kwijtschelding bestaat op grond van de wettelijke regelgeving en het gemeentelijk beleid (bestaand beleid). 3.Percentage voor berekening van de kosten van bestaan Uiteraard hoeft niet het gehele inkomen van de belastingschuldige te worden aangewend om de gemeentelijke belastingen te betalen.

In de regelgeving is bepaald dat een bedrag voor de kosten van het bestaan wordt vrijgelaten. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de

bijstandsnormen. De Raad dient echter wel vast te stellen welk percentage wordt gehanteerd voor de berekening van de kosten van het bestaan. De Raad heeft de mogelijkheid om dit percentage vast te stellen op minimaal 90% en maximaal 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. De Raad heeft in zijn vergadering van 13 december 2004 het percentage vastgesteld op 100%. Dit betekent dat een huishouden met een inkomen op bijstandsniveau op basis van het inkomen recht heeft op kwijtschelding. Of men daadwerkelijk in aanmerking komt voor kwijtschelding is echter weer afhankelijk van het vermogen. Er is geen aanleiding om dit percentage te wijzigen. Beleidsvoorstel 2 Het percentage voor de berekening van de kosten van bestaan vaststellen op 100% (bestaand beleid). Door het wetsvoorstel "Geleidelijke afbouw van de dubbele heffingskorting in het referentieminimum loon tot één keer de algemene heffingskorting met uitzondering van het referentieminimum loon voor de Algemene Ouderdomswet" is de AOW-uitkering hoger dan de bijstandsnorm. Hierdoor zou het kunnen voorkomen dat AOW-gerechtigden die geen pensioen ontvangen en die lage woonkosten en lage zorgpremie hebben op basis van hun inkomen niet in aanmerking komen voor kwijtschelding.

Sinds 1 januari 2012 kan de Raad besluiten om de huidige kwijtscheldingsnormen voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, te verhogen tot 100% van de toepasselijke netto AOW-bedragen. Dit voorkomt dat personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, geen of minder aanspraak op kwijtschelding gemeentelijke belastingen hebben. Dit is niet wenselijk. Mede gezien het feit dat in het kader van de bijzondere bijstand is gesteld dat een persoon die alleen AOW ontvangt geen draagkracht heeft. Zodoende wordt voorgesteld deze beleidsvrijheid in te vullen. Beleidsvoorstel 3 De kwijtscheldingsnorm voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben verhogen tot 100% van de toepasselijke netto AOW-bedragen (bestaand beleid). 4.Belastingsoorten en kwijtscheldingsmogelijkheden Niet alle belastingsoorten komen voor (volledige) kwijtschelding in aanmerking. Onderstaand staat kort weergegeven waar de belastingen voor worden geheven en voor welke belastingsoorten kwijtschelding kan worden verleend. 4.1Afvalstoffenheffing Om het ophalen en verwerken van huisvuil te kunnen bekostigen, betaalt ieder huishouden de afvalstoffenheffing. Vanaf 2016 vindt er een nieuwe afvalinzameling plaats. Voor de afvalstoffenheffing is vanaf 2016 sprake van een vast deel (vastrecht) en een variabel deel. Het vastrecht blijft volledig in aanmerking komen voor kwijtschelding.

Voor het variabel gedeelte komen per jaar maximaal 12 containers (140 liter) of 7 containers (240 liter) of 28 zakken (60 liter) voor kwijtschelding in aanmerking. Er wordt een uitzondering gemaakt voor diegene die een medische indicatie hebben voor incontinentie en degenen die om medische redenen van een stoma gebruik moeten maken. Hiervoor geldt dat voor het variabele gedeelte per jaar maximaal 24 containers (140 liter) of 14 containers (240 liter) of 56 zakken (60 liter) voor kwijtschelding in aanmerking komen. 4.2Onroerende-zaakbelasting Onroerende-zaakbelasting (ozb) is een belasting die wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. Slechts in het geval dat een belastingschuldige een woning heeft die geen overwaarde (hypotheek is hoger dan de waarde van de woning) heeft, komt

hij/zij in aanmerking voor kwijtschelding. 4.3Hondenbelasting De hondenbelasting wordt geheven van de houder van een hond en naar het aantal honden dat wordt gehouden. De opbrengst kan de gemeente gebruiken voor het bestrijden of opruimen van hondenpoep. De Raad heeft in zijn vergadering van 30 oktober 2006 vastgesteld dat er voor één hond kwijtschelding kan worden verleend. Er is geen aanleiding dit te wijzigen. 4.4Rioolheffing Rioolheffing is een heffing die geheven wordt voor het gebruik van de riolering. De opbrengst wordt gebruikt voor onderhoud en eventueel aanleg van riolering. Op basis van het principe dat de vervuiler betaalt, wordt er geen kwijtschelding verleend voor de aanslag rioolheffing. Deze aanslag wordt overigens bijna nooit door de gemeente, maar door het Vitens opgelegd en geïnd: Vitens draagt de ontvangen rioolheffing af aan de gemeente. Slechts in de gevallen dat men in een wooncomplex woonachtig is waar een centrale bemetering is, wordt de aanslag door de gemeente opgelegd. In Duiven is dit o.a. het geval bij de woningen aan het Eilandplein. Beleidsvoorstel 4 De volgende belastingen komen in aanmerking voor kwijtschelding: - Afvalstoffenheffing, zie art 4.1 (nieuw beleid); - Onroerende-zaakbelasting, voor zover er geen overwaarde in de eigen woning is (bestaand beleid); - Hondenbelasting, alleen voor de eerste hond (bestaand beleid).

5.Vermogensvrijlating Op 27 juni 2011 is de wet afgekondigd waarin is geregeld dat gemeenten ook eigen regels kunnen vaststellen met betrekking tot de wijze waarop het vermogen in aanmerking wordt genomen bij de verlening van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding, met dien verstande dat maximaal de vermogensgrenzen in de Wet werk en bijstand mogen worden gehanteerd. De minister heeft echter besloten om de ministeriële regeling die voor gemeenten de maximale beleidsvrijheid bij het verruimen van de vermogensnormen zouden vormen, niet aan te passen. Dit betekent dat gemeenten bij het verlenen van kwijtschelding niet van ruimere vermogensnormen mogen uitgaan dan de normen die staan vermeld in artikel 12, lid 2 van de Uitvoeringsregeling lnvorderingswet 1990. Dit betekent dat het van toepassing zijnde maandelijkse normbedrag verhoogd met de netto woonlasten en de premie zorgverzekering, die voor eigen rekening komen, worden vrijgelaten. Als vermogen wordt aangemerkt het saldo van alle bankrekeningen van de belastingschuldige en zijn/haar eventuele partner. In het geval de belastingschuldige een eigen woning heeft, wordt de overwaarde van de woning volledig als vermogen beschouwd. Daarnaast wordt een auto die minder bedraagt dan € 2.269,00 buiten beschouwing gelaten.

Voor personen die op 31 december 1999 de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt geldt nog een extra vermogensvrijlating van€ 2.269,00. 5.1Auto In artikel 12, lid 2 onderdeel c van de Uitvoeringsregeling invorderingswet 1990 staat vermeld dat een auto niet als vermogensbestanddeel wordt meegenomen, wanneer de belastingschuldige aannemelijk kan maken dat de auto absoluut onmisbaar is voor uitoefening van het beroep dan wel in verband met invaliditeit of ziekte van de belastingschuldige of zijn gezinsleden. Op individuele basis zal moeten worden beoordeeld of er sprake is van onmisbaarheid. Maar het is voor de uitvoering wel handig om vast te stellen wanneer er in ieder geval sprake is van absolute onmisbaarheid.

Beleidsvoorstel 5 Vaststellen dat de auto is in ieder geval absoluut onmisbaar is voor uitoefening van het beroep wanneer: - er geen bushalte of station is in de nabijheid van het adres en/of werk; - er extreem lange reistijd is i.v.m. slechte aansluitingen; - op de tijdstip(pen) van aanvang en/of beëindiging van de werkzaamheden geen gebruik kan worden gemaakt van het openbaar vervoer, zoals bij ploegendienst; - de auto direct noodzakelijk is voor uitoefening van de werkzaamheden; denk hierbij aan een vertegenwoordiger. (Het vorenstaande is bestaand beleid) Beleidsvoorstel 6 Vaststellen dat de auto is in ieder geval absoluut is onmisbaar in verband met invaliditeit of ziekte van de belastingschuldige of zijn/haar gezinsleden wanneer: - de auto i.v.m. de handicap is verkregen vanuit de WLZ dan wel de Wmo; - de belastingschuldige of zijn partner een Gehandicaptenparkeerkaart heeft. (Het vorenstaande is bestaand beleid) Wanneer een auto niet onmisbaar is, wordt de waarde van de auto ingevolge artikel 12, lid 2 onderdeel c van de Uitvoeringsregeling lnvorderingwet 1990 niet tot het vermogen gerekend, wanneer de auto minder waard is dan € 2.269,00. Om de waarde van de auto te bepalen, wordt het bedrag gehanteerd die een garage wil betalen voor de auto zonder aanschaf van een andere auto.

Wanneer een auto ouder is dan 9 jaar kan worden aangenomen dat de waarde van de auto niet meer bedraagt dan € 2.269,00 tenzij er sprake is van exclusieve merken en modellen dan wel van oldtimers. Beleidsvoorstel 7 Wanneer de auto ouder is dan 9 jaar, de waarde van de auto niet meenemen in de vermogensvaststelling, voor zover er geen sprake is van exclusieve merken en modellen of oldtimers (bestaand beleid). 6.1 Beoordeling kwijtschelding lopende jaar De datum van het verzoek om kwijtschelding is bepalend bij de beoordeling of de aanvrager aan de hand van zijn inkomen en vermogen kwijtschelding krijgt. Wanneer er sprake is van wisselende inkomsten, wordt voorgesteld om uit te gaan van de gemiddelde inkomsten per maand voor zover deze bekend zijn. Beleidsvoorstel 8 Bij wisselende inkomsten uitgaan van de gemiddelde inkomsten per maand (bestaand beleid). 6.2Beoordeling kwijtschelding voorgaande jaren Het komt voor dat een persoon in 1° instantie wel een gedeelte van de aanslag gemeentelijke belastingen betaalt, maar vervolgens stopt met betalen. Volgens de leidraad invordering 2008 kan een belastingschuldige binnen 3 maanden na de laatste betaling alsnog kwijtschelding aanvragen.

Wanneer er in zo'n geval een verzoek om kwijtschelding wordt ingediend over een voorgaand belastingjaar, wordt voorgesteld deze te beoordelen naar het inkomen en vermogen over het jaar waarop de aanslag betrekking heeft. Omdat het volledige inkomen over dat jaar al bekend is, wordt een gemiddeld maandinkomen over dat jaar berekend. Voor wat betreft het vermogen wordt het vermogen zoals dat was op de datum waarop de aanslag is opgelegd gehanteerd. Beleidsvoorstel 9

Wanneer een verzoek om kwijtschelding wordt ingediend die betrekking heeft op een voorgaand belastingjaar, wordt deze beoordeeld aan de hand van het inkomen en vermogen van het jaar waarop de aanslag betrekking heeft (bestaand beleid). 7.Aanmanings- en deurwaarderskosten Wanneer er i.v.m. niet tijdige betaling van de aanslag invorderingskosten zijn gemaakt, zoals aanmanings- en deurwaarderskosten, komen deze invorderingskosten niet in aanmerking voor kwijtschelding. In zo'n geval wordt er kwijtschelding verleend onder de voorwaarden dat eerst de invorderingskosten worden voldaan. Wanneer de belastingschuldige op tijd kwijtschelding had aangevraagd, hadden deze kosten namelijk niet gemaakt hoeven te worden. Deze beleidslijn is destijds kortgesloten met de afdeling Financiën. Beleidsvoorstel10 Voor aanmaningskosten en deurwaarderskosten geen kwijtschelding verlenen (bestaand- beleid). 8.Zelfstandigen Op grond van artikel 28, lid 1 onderdeel b van de Uitvoeringsregeling invorderingswet 1990 is het mogelijkheid om ook kwijtschelding te verlenen voor de aanslag gemeentelijke belastingen aan zelfstandigen voor zover de Raad die mogelijkheid heeft vastgesteld. Door de slechte economische situatie komen steeds meer zelfstandigen in zodanige financiële problemen dat zij hun betalingsverplichtingen niet meer kunnen nakomen.

Dit geldt ook voor de betaling van de gemeentelijke belastingen. Zodoende wordt voorgesteld om zelfstandigen met een eenmanszaak en ZZP-ers (zelfstandige zonder personeel) de mogelijkheid te bieden om een beroep te doen op de kwijtscheldingsregeling voor wat betreft de aanslag op hun woonadres, dus niet voor de aanslag van het bedrijfspand. Het vaststellen van het inkomen van een zelfstandige is niet eenvoudig, omdat de jaarcijfers pas achteraf bekend zijn. Zodoende wordt geadviseerd om het inkomen vast te stellen aan de hand van de laatste twee beschikbare jaarrekeningen. De gemiddelde winst wordt dan na aftrek van het percentage dat is vermeld in artikel 6, lid 2 van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) als inkomen aangemerkt. Alleen het saldo op de privérekeningen wordt als vermogen meegenomen. Daarnaast wordt geadviseerd een zelfstandige die een Bbz-uitkering voor levensonderhoud ontvangt in aanmerking te brengen voor kwijtschelding voor zover hij niet over voldoende vermogen op zijn privérekeningen beschikt. Voorgesteld wordt om het vermogen dat de zelfstandigen en de ZZP-ers in de eigen zaak hebben buiten beschouwing te laten. Alleen het vermogen op de privérekeningen wordt als vermogen aangemerkt. Door zelfstandigen en ZZP-ers in aanmerking te brengen voor kwijtschelding zal het aantal kwijtscheldingsverzoeken toenemen.

Beleidsvoorstel 11 Zelfstandigen met een eenmanszaak en ZZP-ers in aanmerking brengen voor kwijtschelding voor wat betreft de aanslag op hun woonadres voor zover zij onvoldoende betaalcapaciteit hebben om de aanslag te kunnen betalen. Het inkomen en vermogen van de zelfstandigen vaststellen zoals hierboven wordt voorgesteld (bestaand beleid). · 9.Kosten kinderopvang Op grond van artikel 28, lid 3 van de Uitvoeringregeling lnvorderingswet 1990 kan de Raad sinds 1 januari 2012 besluiten om bepaalde kosten van kinderopvang verminderd met de kinderopvangtoeslag van de belastingdienst en/of de aanvullende bijdrage van de gemeente in de te betalen kosten van kinderopvang als uitgavenpost in mindering brengen op het inkomen van de aanvrager. Voorgesteld wordt onderstaande beleidslijn toe te passen. De kosten van kinderopvang moeten noodzakelijk zijn. Dit is het geval wanneer de

alleenstaande ouder werkt en/of noodzakelijke scholing volgt, dan wel beide ouders werken en of noodzakelijke scholing volgen. Om te beoordelen of de kosten van kinderopvang al dan niet als aftrekpost in aanmerking komen, dient onderzocht te worden of het kind wordt opgevangen door de erkende kinderopvang. Slechts wanneer de kinderopvang staat vermeld op de site "landelijkeregistratiekinderopvang.nl" komen de kosten van kinderopvang in aanmerking als extra uitgavenpost. De kosten van kinderopvang worden deels vergoed door de belastingdienst (kinderopvangtoeslag) en eventueel deels door de gemeente. De kosten van de kinderopvang die overblijven na aftrek van bovenvermelde vergoedingen komen in aanmerking als extra uitgavenpost, met dien verstande dat de kosten die meer bedragen dan het bij wet vastgestelde maximum uurtarief niet worden meegenomen. De kosten van tussenschoolse opvang en van vervoer naar de Buitenschoolse opvang tellen niet mee. Beleidsvoorstel 12 De kosten van kinderopvang als uitgavenpost in mindering brengen op het inkomen van de belastingschuldige. De kosten van kinderopvang vaststellen zoals hierboven wordt voorgesteld (bestaand beleid). 10.Geautomatiseerde kwijtscheldingstoets Sinds 2009 maakt de gemeente Duiven gebruik van de zogenaamde geautomatiseerde kwijtscheldingstoets die wordt verricht door het Inlichtingenbureau.

Het Inlichtingenbureau, dat is opgericht door het Ministerie van Sociale Zaken, is een organisatie voor gemeenten en andere overheden. Het Inlichtingenbureau bepaalt aan de hand van het vergelijken van gegevens, die zij van andere organisaties zoals de Belastingdienst, het UWV, de RDW en de SVB ontvangt, of er recht op kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen bestaat. De werkwijze is als volgt. De gemeente levert een bestand aan van huishoudens die het voorgaande jaar kwijtschelding hebben ontvangen. Het Inlichtingenbureau vergelijkt dit. bestand met de bestanden van de hierboven vermelde instanties. Wanneer uit de bestandsvergelijking blijkt dat er op basis van het inkomen, vermogen en autobezit voor het nieuwe belastingjaar wederom recht op kwijtschelding bestaat, wordt er ambtshalve kwijtschelding verleend. Het voordeel voor de Duivense huishoudens is dat zij niet opnieuw kwijtschelding hoeven aan te vragen wanneer de situatie ten opzichte van het vorige belastingjaar niet is gewijzigd. Het voordeel voor de gemeente is dat er minder kwijtscheldingsverzoeken worden ontvangen die moeten worden beoordeeld. De belastingschuldige dient overigens eerst toestemming te verlenen alvorens de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets mag worden uitgevoerd. Wanneer geen toestemming wordt verleend dient de belastingschuldige via de geëigende weg kwijtschelding aan te vragen.

Wanneer uit de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets blijkt dat men voor het nieuwe belastingjaar niet in aanmerking komt voor kwijtschelding, krijgt men hiervan bericht. Omdat de situatie van deze belastingschuldigen gewijzigd kan zijn ten opzichte van het moment dat het Inlichtingenbureau de toets heeft uitgevoerd, wordt men in de gelegenheid gesteld om via de geëigende weg kwijtschelding aan te vragen. Deze belastingschuldigen krijgen een formulier voor het aanvragen van kwijtschelding met daarbij de geldende inkomens- en vermogensnormen toegestuurd, zodat zij kunnen beoordelen of het zin heeft om kwijtschelding aan te vragen. In het jaar 2012 hebben 160 huishoudens aan de hand van de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets ambtshalve kwijtschelding toegekend gekregen. Hieruit blijkt dat deze werkwijze zowel voor een groot aantal huishoudens als voor de uitvoering voordelen heeft. Vandaar dat wordt voorgesteld om gebruik te blijven maken van de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets. Beleidsvoorstel 13 Gebruik blijven maken van de geautomatiseerde kwijtscheldingstoets (bestaand

beleid).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=c214c8b4-249a-449c-b82a-ced2a7ddc3ef