CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - 201533041 – Transitievisie Warmte gemeente Duiven.docx

Raadsavond 18 januari 2022, gemeente DuivenBij agendapunt: Transitievisie Warmte21.984 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Huidige warmtevraag (TJ)

Toekomstige warmtevraag (TJ)

Woningen Bedrijven Totaal

193 158 351

159 111 270

Tabel 1. Voorspelde energiebesparing en verbetering van het energielabel door isolatie. We gaan uit van de isolatie die economisch rendabel is. De mogelijke besparing is berekend door (via kengetallen6) de warmtevraag van het huidige en het toekomstige energielabel te vergelijken. De gecombineerde warmtevraag voor bedrijven en woningen in de gemeente Duiven die nog ingevuld wordt met aardgas zal circa 270 TJ/jaar zijn in 2050. Dit is dan ook de warmtevraag waarvoor we passende warmtebronnen moeten gaan zoeken.

Figuur 9 Verwachte energiebesparing van woningen in 2050 per energielabel

Hoge, midden- of lage temperatuur Naast de vraag hoevéél warmte er nodig is per wijk of woning, is ook van belang op welke temperatuur deze warmte beschikbaar moet zijn. Dit noemen we het warmteprofiel. De temperatuur waarop de warmte in de woning verspreid wordt via de radiatoren of vloerverwarming (de zogeheten afgifte-temperatuur) moet passen bij de mate van isolatie van het gebouw. Hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe lager de afgifte-temperatuur kan zijn, zie figuur 9. Nieuwbouw woningen (bouwjaar na 2005) zijn bijvoorbeeld zo goed geïsoleerd dat ze met lage temperatuur warmtepompen te verwarmen zijn (zie hst 2.) Lagere 6

Bron: adviesbureau Greenvis

28

temperatuur heeft als voordeel dat er meer duurzame warmtebronnen beschikbaar zijn, en het systeemrendement is vaak beter. Woningen • Slecht geïsoleerde woningen, met energielabel G of F of bouwjaar voor 1940 hebben een beperkt aantal betaalbare isolatiemogelijkheden. Dit komt doordat er vaak geen spouwmuur aanwezig is en een deel van de woningen een beschermd aangezicht of monumentenstatus heeft. Als alleen economisch rendabele isolatiemaatregelen worden uitgevoerd, blijft de verbetering van het energielabel steken op label D of C. Hierdoor is ook in de toekomst waarschijnlijk een warmtevoorziening met hoge temperatuur nodig in deze woningen (vanaf ca 70°C). De aardgasvrije technieken die deze hoge temperatuur warmteafgifte met een redelijk rendement kunnen leveren zijn biomassa, groen gas (waterstof en biogas) en een hoge temperatuur warmtenet. Ook zijn er hoge temperatuur warmtepompen met een redelijk rendement. • Woningen met gemiddeld isolatieniveau, energielabel B t/m E of bouwjaar tussen 1940 en 2005, kunnen na isolatie goed verwarmd worden met een afgifte-temperatuur van 55 tot 70°C: middentemperatuur. Geschikte aardgasvrije technieken zijn warmtenetten met een middentemperatuurbron, warmtenetten met lage-temperatuurbron waarbij op woningniveau de temperatuur verder verhoogd wordt, of (collectieve) warmtepompen.

• Goed geïsoleerde woningen, energielabel A of beter, of bouwjaar na 2005, kunnen meestal zonder verdere isolatie verwarmd worden op lage temperatuur (<55°C). Er is dan vaak wel een aanpassing aan de radiatoren nodig en soms aan het ventilatiesysteem. Daarna kunnen deze woningen verwarmd worden met vrijwel elke duurzame warmtevoorziening. Bedrijfspanden Voor alle bestaande kantoorpanden gelden vanaf 2023 strengere energie-eisen. Label C is vanaf dan minimaal vereist voor grotere kantoren (>100 m2). Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet. De verwachting is dat de eisen voor utiliteitsbouw en kantoren binnen de EU en binnen Nederland verder aangescherpt zullen worden. De verwachting is daarmee dat het merendeel van de kantoren in 2050 geschikt zal zijn voor lagere of middelhoge temperatuur warmte, zie Figuur 10. Bij andere bedrijfspanden hangt de warmtevraag sterk af van de functie van het gebouw. Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20°C te verwarmen. Voor bedrijfspanden moet per pand gekeken worden welke warmtevoorziening volstaat. Industriepanden gebruiken soms ook warmte in processen. Hiervoor is vaak zeer hoge temperatuur warmte nodig. Deze panden zijn in de warmteprofielen in Figuur 11 niet meegenomen.

Figuur 10 Voorspelde warmteprofielen bedrijven (exclusief industrie). Omdat voor kantoorpanden strengere regelgeving geldt, is de verwachting dat veel oudere kantoren grondig gerenoveerd (of nieuw gebouwd) gaan worden. Daardoor is een groot deel van de oudere kantoorpanden ook aangeduid met lage temperatuur. In Figuur 11 is voor clusters woningen, kantoren en overige utiliteit het warmteprofiel weergegeven: de afgifte-temperatuur die op termijn realistisch is. Op dit moment (2021) gebruikt een deel van de woningen in de gemeente Duiven nog een cv-ketel met een hoge afgifte-temperatuur: deze huizen zou je daarom rood kunnen in kleuren op een gemeenteplattegrond. Wanneer alle huizen de besparingsstap zetten die past bij hun huis, verbetert hun warmteprofiel.

29

Overigens ligt de techniek die gekozen wordt voor de warmtevoorziening hiermee nog niet vast: voor elke temperatuurrange bestaan diverse individuele oplossingen (per woning) of collectieve (met een warmtenet).

Figuur 11 Warmteprofiel gemeente Duiven: de afgifte-temperatuur die nodig is nadat alle rendabele isolatiestappen gezet zijn. We geven clusters weer van huizen met eenzelfde warmteprofiel. Individuele huizen zijn niet in kaart gebracht.

30

De warmteprofielenkaart laat zien dat het grootste gedeelte van de gemeente Duiven in de toekomst met midden- of laagtemperatuur oplossingen verwarmd kan worden. Dit is vooral relevant om te weten voor de wijken die nog niet op het warmtenet zijn aangesloten. In de buurt Centrum, een deel van Groessen en een deel van Loo staan ook oude gebouwen die nog langer hoge temperatuur nodig zullen hebben.

Wijken en dorpen die nog aardgas verbruiken De wijken en dorpen in de gemeente Duiven die nog aardgas verbruiken zijn: Duiven Centrum, De Vergert, Oud-Zuid, Duiven-Noord, Groessen en Loo (Gld) en een aantal bedrijven in de wijk Bedrijventerrein. Zie hoofdstuk 5 voor meer informatie.

Concentratie van de warmtevraag Hoe de warmtevraag over de gemeente verdeeld is, is van belang voor de mogelijke alternatieven voor aardgas. Gebieden met een geconcentreerde warmtevraag (veel panden bij elkaar of panden met een hoge warmtevraag) kunnen geschikt zijn voor de aanleg van een warmtenet. Dit is dan één van de technische oplossingen die vergeleken wordt. Bij een lage warmtedichtheid liggen individuele oplossingen (zoals een warmtepomp) of duurzaam gas meer voor de hand. Voor de gemeente Duiven is de concentratie van de toekomstige warmtevraag van woningen zichtbaar gemaakt, zie Figuur 12. De huidige markt beschouwd een warmtevraagdichtheid vanaf 1000 gigajoule (1 Terajoule / 31.600 m3 aardgas) per hectare en een minimum aantal woningen van ongeveer 200 (afhankelijk van de warmtebron) als kansrijk voor een rendabel warmtenet. De uitdrukking gigajoule per hectare (GJ/ha) wordt gebruikt om aan te geven hoeveel warmte er in een afgebakend gebied (hectare) gemiddeld verbruikt wordt. Hoe hoger deze warmtevraagdichtheid, hoe groter de kans dat een warmtebedrijf dan de relatief hoge investeringen in het leidingwerk over een periode van 30 jaar mogelijk met een gezond financieel rendement7 kan terugverdienen. Onder de 500 GJ/ha is een warmtenet bijna nooit een realistische oplossing.

Tussen 500 en 1000 GJ/ha hangt de financiële haalbaarheid in sterke mate af van de omstandigheden: het type warmtebron, de afstand tussen de woningen en de warmtebron en de gewenste afgiftetemperatuur zijn allemaal factoren die invloed hebben.

7

Het gemiddelde rendement van warmtebedrijven op de levering van warmte varieert. De Autoriteit voor Consument

en Markt (ACM) reguleert het rendement dat deze bedrijven mogen maken. Het “redelijk” rendementspercentage wordt jaarlijks middels een bandbreedte vastgesteld en ligt ongeveer tussen de 5% en 6,5%.

31

Figuur 12 De verwachte toekomstige warmtevraagdichtheid in gemeente Duiven. De warmtedichtheid is gebaseerd op de warmtevraag die over blijft na besparingsmaatregelen zoals in Tabel 1. Het valt op dat in Duiven de warmtevraagdichtheid, ook na besparen, nog vrij hoog is. De meeste wijken zijn dan ook al aangesloten op het warmtenet. De impact van de warmtevraagdichtheid op de meest logische warmteoplossing per wijk lichten we verder toe in hoofdstuk 5.

32

Warmtenetten Warmtenetten (of collectieve oplossingen) bestaan uit leidingen onder de grond, die warm water transporteren van een warmtebron naar de woningen. Warmtenetten bestaan in verschillende soorten, maten en temperaturen. Er zit verschil in de temperatuur van de bron, en de temperatuur van de warmte die in de woning wordt aangeleverd. Zo kan een warmtenet op een temperatuur aangelegd worden die direct in de woning gebruikt kan worden – dat is mogelijk bij een wat hogere temperatuur van de bron. Ook kan een lage brontemperatuur in de woning of per wijk met een warmtepomp verder worden verhoogd. Waarom een warmtenet? Een deel van de beschikbare warmtebronnen is alleen in te zetten als er een warmtenet wordt aangelegd om de warmte van de bron te transporteren. Overschakelen op een warmtenet vraagt bovendien vaak een minder grote ingreep in de woning, dan overschakelen op een warmtepomp. Regelmatig is een warmtenet de goedkoopste oplossing, als de concentratie van de warmtevraag groot genoeg is (zie Figuur 12). Ook is de beschikbare ruimte in de ondergrond voor de warmteleidingen een factor om rekening mee te houden. Prijzen en regelgeving Landelijk wordt de regelgeving over warmtenetten aangepast. Er is een nieuwe warmtewet aangekondigd voor 2022.

De verwachting is dat in ieder geval wordt vastgelegd dat als er een warmtenet in de buurt aanwezig is, bewoners het recht hebben op een aansluiting, maar niet de plicht om aan te sluiten. Een bewoner houdt dus de vrijheid om zelf voor de woning een andere oplossing te kiezen, zoals een warmtepomp. De prijs van warmte uit een warmtenet wordt tot nog toe bepaald met het Niet Meer Dan Anders (NMDA)-principe, waarbij de prijs gekoppeld is aan de prijs van aardgas. Ook dit staat momenteel ter discussie en gaat op termijn veranderen. In de nieuwe warmtewet zullen nieuwe afspraken worden gemaakt over de prijstelling. De gemeente Duiven houdt de landelijke ontwikkelingen en nieuwe wetgeving in de gaten.

4.2 Warmtebronnen In dit hoofdstuk noemen we welke warmtebronnen in de gemeente Duiven beschikbaar zijn om in 2050 in de overgebleven warmtevraag te voorzien. Deze analyse is zowel voor de gemeente Duiven als de gemeente Westervoort gedaan, en daarom zijn de potenties van beide gemeenten verwerkt in dit overzicht. Er staat per warmtebron aangegeven of deze individueel (per woning of appartementencomplex) en/of collectief (warmtenet) inzetbaar zijn. Warmtebronnen die weinig kansrijk zijn in de gemeente Duiven, zijn toegelicht in bijlage C. Ter vergelijking: de totale warmtevraag die we verwachten in 2050 is ca. 270 TJ (zie paragraaf 4.1).

Ruim beschikbare warmteoplossingen Luchtwarmtepompen, Individueel Luchtwarmtepompen halen warmte uit de buitenlucht om de woning te verwarmen, en gebruiken hiervoor elektriciteit. Het is een individuele oplossing, die per woning of per appartementencomplex toegepast kan worden. De standaard luchtwarmtepomp geeft warmte op lage temperatuur. Een woning moet dan – net als voor andere lage temperatuuroplossingen – goed geïsoleerd zijn. Ook is er een passend warmte-afgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming of lage temperatuur-radiatoren. Er zijn ook midden- en hoge temperatuur warmtepompen op de markt. Deze hebben wel een hoger elektriciteitsverbruik.

33

Bodemenergie, warmte-koudeopslag (WKO), Individueel & Collectief Omdat de bodem een vrij constante temperatuur heeft, kan in de zomer koude en in de winter warmte gewonnen worden uit de bodem. Er bestaan individuele en collectieve vormen van bodemenergie, in zowel open als gesloten systemen. Ze benutten de bovenste laag van de bodem, tussen de 20 en 300 m diep. Op deze diepte kan warmte op lage temperatuur gewonnen worden (< 20 °C). Om de bodem in balans te houden, dient het overschot aan warmte dat in de winter aan de bodem onttrokken wordt in de zomer weer toegevoegd te worden. Dit heet regeneratie van de bron. WKO is daarom in te zetten in combinatie met andere technieken, zoals zonnewarmte, extra koeling van gebouwen, thermische energie uit oppervlaktewater (TEO, toelichting op de volgende pagina). Een eerste inschatting van de totale capaciteit van de bodem in de gemeenten is 1470 TJ per jaar voor respectievelijk open en gesloten systemen.8 Een warmte-koude-opslag is een typisch voorbeeld van een open systeem. Een bodemlus (horizontaal of verticaal) is een typisch voorbeeld van een gesloten systeem. Er worden buizen in de grond geplaatst waar een vloeistof doorheen stroomt die warmte uit de grond onttrekt en af geeft aan de woning via een warmtepomp.

Het is te verwachten dat de daadwerkelijke potentie van bodemenergie lager ligt, omdat bodemenergie op sommige plaatsen lastig in te passen is of omdat de afstand tot de gebouwen te groot is. Restwarmte bedrijven, Collectief Bij industriële processen blijft soms warmte over, die niet binnen het bedrijf gebruikt kan worden (restwarmte). Afhankelijk van het type bedrijf is dit lage, middelhoge of hoge temperatuur warmte, die door middel van een warmtenet ingezet kan worden voor verwarming. In de gemeente Duiven bevindt zich een afvalverwerking centrale (AVR) met nog beschikbare warmte op middelhoge temperatuur, de hoeveelheid van deze warmte komt neer op ongeveer 630 TJ/jaar. Dit is goed voor circa 14.500 huishoudens. Daarnaast is nog een beperkte hoeveelheid aan hoge temperatuur restwarmte beschikbaar, waarvan de exacte hoeveelheid niet bekend is. Regionaal is voor de restwarmte van de AVR op termijn waarschijnlijk meer vraag dan aanbod. Daarnaast is het niet met zekerheid te zeggen of het warmte aanbod vanuit de AVR komende jaren verder toe, of juist af zal nemen. We zullen met andere gemeenten via het proces van de Regionale Energiestrategie af stemmen waar en wanneer deze warmte het beste ingezet kan worden.

Restwarmte uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie, Collectief Uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Nieuwgraaf in de gemeente Duiven kan restwarmte worden gewonnen (Thermische Energie uit Afvalwater, TEA), die via een middenof laagtemperatuur warmtenet naar woningen getransporteerd kan worden. De totale capaciteit hiervan voor de gemeenten is ongeveer 230 TJ/jaar, goed voor ongeveer 5.500 huishoudens. Zonnewarmte, Individueel & Collectief Warmte uit zonnecollectoren kan in zowel grootschalige als kleinschalige oplossingen ingezet worden. Er bestaan gecombineerde panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren, die worden PVT-panelen genoemd (photovoltaïsch-thermisch). Bij toepassing op daken worden de zonthermische panelen gecombineerd met een warmtepomp in de woning. Bij een veldopstelling wordt de warmte via een warmtenet verspreid. Het maximaal potentieel voor zonnewarmte is ongeveer 10 TJ per hectare per jaar in een veldopstelling en ongeveer 2 GJ per vierkante meter per jaar in een dak opstelling.9 De techniek is nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, maar gezien het grote potentieel is het interessant om te onderzoeken. In de gemeenten is de theoretische potentie van zonnewarmte in veldopstelling ongeveer 600 TJ/jaar, goed voor circa 14.000 huishoudens.

8

Bron: Warmteatlas

9

Bron: Berenschot position paper: Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie

34

Beschikbare kleinschalige / lokale warmteoplossingen Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), Collectief Uit oppervlaktewater is warmte te winnen met een warmtewisselaar. Deze warmte heeft een lage temperatuur en kan met een warmtepomp naar een hoger temperatuurniveau worden gebracht. Door middel van een warmtenet kan de warmte naar gebruikers worden getransporteerd. Langs de gemeenten stroomt het Pannerdensch Kanaal of de IJssel. De totale potentie van dit stromende water wordt ingeschat op ongeveer 200 TJ/jaar, goed voor circa 4.800 huishoudens .10 Biogas, Collectief Biogas wordt geproduceerd door organisch materiaal te vergisten. Verschillende vormen van biomassa kunnen als grondstof dienen voor het produceren van biogas, waaronder vloeibare mest, slib, GFT-afval en de bio restfractie van akkerbouw en grasland. De beschikbaarheid van deze reststromen is genoeg voor circa 180 TJ/ jaar.11 De RWZI Nieuwgraaf produceert op dit moment via slibvergisting ook biogas en zal de productie hiervan komende tijd opschroeven. De potentie hiervan wordt geschat op 115 TJ/jaar. Gezamenlijk komt de theoretische potentie van biogas neer op 295 TJ/jaar, goed voor circa 7.000 huishoudens. Biogas wordt op dit moment vooral commercieel verhandeld en de beleidsontwikkeling over de toekenning nog onzeker(zie kader op de volgende pagina).

Opkomende technieken Aardwarmte (ondiep en diep), Collectief Aardwarmte of geothermie is het winnen van de warmte van de aarde, vanaf 500 m tot 1 km (ondiep, tot 50 °C) en van 1 tot 7 km diep (diep/ultradiep, tot > 100 °C). Recent onderzoek van Energie Beheer Nederland (EBN) in “Waarde van Aardwarmte en Regionale Mogelijkheden’’ (studie WARM) laat zien dat geothermie veel potentie heeft als warmtebron voor de regio Arnhem Nijmegen. In de loop van 2021 worden resultaten verwacht van een onderzoek naar de potentie ervan. Geothermie wordt momenteel in Nederland vooral toegepast voor glastuinbouw gebieden, maar de collectieve toepassing van geothermie voor woningen via warmtenetten wordt steeds meer onderzocht (vooral in combinatie met glastuinbouw gebieden). Voor de komende 10 jaar verwachten we niet dat geothermie voor de gemeente een rol gaat spelen, maar op de langere termijn is dat zeker mogelijk. Waterstof, individueel of collectief Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Om waterstof te maken wordt tot nog toe meestal elektriciteit gebruikt uit fossiele gas- en kolencentrales (grijze waterstof). Het is ook mogelijk om groene energie te gebruiken (groene waterstof). Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars, en zal dat voorlopig waarschijnlijk blijven12. Waterstof is bij uitstek geschikt om hoge temperaturen te maken.

Het is dan ook het meest logisch om waterstof in te zetten waar hoge temperaturen noodzakelijk zijn. In de meeste toekomstvisies worden vooral de industrie, zwaar transport en de vliegtuigsector genoemd als de sectoren waar waterstof het meeste bijdraagt aan verduurzaming. Ook wordt een rol van waterstof voorzien in het balanceren van het elektriciteitsnet. Waterstof wordt opgeslagen om stroom te produceren als er tijdelijk minder zonne- en windenergie wordt opgewekt. Er moet dus kritisch gekeken worden waar waterstof het meest logisch is om in te zetten. Een voordeel van de inzet van waterstof voor het verwarmen van gebouwen is evenwel dat – met de nodige aanpassingen – het bestaande gasnet gebruikt kan blijven worden. Een overstap naar waterstof

10

Bron: Warmteatlas

11

Bron: Warmteatlas Voor meer informatie over waterstof, zie bijvoorbeeld: Overmorgen, De positie van waterstof in de energietransitie,

12

een nuancering van de belofte, 2018; of Expertisecentrum warmte, techniekfactsheet waterstof, https://www.expertisecentrum warmte.nl/kennis/factsheets

35

heeft daarom het voordeel dat het minder grote ingrepen in de openbare ruimte vraagt. Ook zijn de vereiste ingrepen in de woning beperkt, omdat waterstof warmte kan leveren op hoge temperatuur. Omdat waterstof duur (veel duurder dan aardgas) is, zal voldoende isolatie van de woning evenwel wenselijk blijven. De CV-ketel dient aangepast te worden, ook moet per woning worden nagegaan of de leidingen in de woning veilig zijn voor toepassen van waterstof. Het is dus technisch mogelijk, maar voorlopig nog niet waarschijnlijk dat er op grote schaal waterstof gebruikt gaat worden voor woningen vanwege de schaarste en toepassingen in andere sectoren.

Waterstof, groen gas en biomassa Over de inzet van waterstof, groen gas en biomassa is veel te doen. Het lijken eenvoudige oplossingen, waarbij weinig aanpassingen in de woning en aan de leidingen nodig zijn. Helaas kleven er nadelen en beperkingen aan het gebruik ervan. Zo is er veel elektriciteit nodig om waterstof te produceren. Deze elektriciteit wordt nu voornamelijk uit fossiele energiebronnen zoals kolen en aardgas gemaakt. Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars, en de verwachting is dat dit voorlopig zo zal blijven. Ook groen gas en biomassa zijn niet ruim voorhanden. Waterstof, groen gas en biomassa zijn bij uitstek geschikt om hoge temperaturen te leveren. Het is dan ook het meest logisch om ze in te zetten waar ook echt een hogere temperatuur nodig is. Voor verschillende sectoren is dit essentieel, bijvoorbeeld proceswarmte voor de industrie en het verduurzamen van de vliegtuigsector. Ook kan waterstof een belangrijke rol spelen in het balanceren van het elektriciteitsnet, wanneer hier meer zon- en windenergie op aangesloten wordt. Woningen liggen minder voor de hand om met zulke schaarse hoge-temperatuurwarmte te verwarmen, omdat dit ook op andere manieren kan.

36

5. Kansrijke warmtevoorziening per wijk in 2050 In hoofdstuk 4 zijn de warmtevraag en de warmtebronnen in kaart gebracht. In dit hoofdstuk brengen we alle informatie samen en maken we een start met het matchen van de warmtebronnen en de warmtevraag. Welke bronnen zijn het best in te zetten op welke plek?

5.1 Woonwijken Dit hoofdstuk geeft een visie op de warmtevoorziening in 2050, een totaalbeeld van de gemeente Duiven. Dit eindbeeld ligt nog niet vast, maar geeft de zekerheid dat de keuzes voor de eerste wijken goed in een totaalbeeld voor de gemeente Duiven passen. Zo zorgen we dat schaarse warmtebronnen daar ingezet worden, waar ze het beste passen. Voor de startwijken worden de komende jaren diverse scenario’s grondiger uitgewerkt en met elkaar vergeleken. Het totaalbeeld zal (net als de Transitievisie Warmte) elke vijf jaar worden herzien, om zo te leren van opgedane ervaringen. Op die manier kunnen ook nieuwe inzichten worden verwerkt, bijvoorbeeld de resultaten van het onderzoek naar aardwarmte, of ontwikkelingen rond waterstof. Een deel van de beschikbare warmtebronnen is alleen in te zetten als er een collectieve warmtevoorziening (warmtenet) wordt aangelegd om de warmte van de bron te transporteren. Beschikbare bronnen in de gemeente Duiven zijn: de restwarmte uit de AVR en de RWZI, warmte van grootschalige zonthermie, geothermie en eventueel warmte uit biogas. Overigens betekent de keuze voor een warmtenet in een wijk niet dat alle woningen daar verplicht op worden aangesloten. Voor eigenaren van een goed geïsoleerde woning kan het bijvoorbeeld aantrekkelijker zijn een warmtepomp te nemen.

In de visie warmtevoorziening 2050 gebruiken we vijf verschillende categorieën voor kansrijke warmteoplossingen: Kleurcodering

Categorie warmtetechniek Warmtenet kansrijk Individueel/ Warmtenet kansrijk Individueel Individueel/ groen gas Bestaand warmtenet

Op de volgende pagina vind je de visie warmtevoorziening 2050 voor de gemeente Duiven. Daarna volgt de uitleg en duiding per categorie.

37

Welke warmtevoorziening het meest geschikt is wordt weergegeven in Figuur 13. Op de kaart zien we de volgende zones:

Figuur 13 Visie warmtevoorziening met kansrijke technieken Warmtenet kansrijk In de oranje gebieden is een warmtenet een serieuze optie. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn: er is bijvoorbeeld een hoge warmtedichtheid, zie Figuur 12, en/of er is een warmtebron in de wijk. Het centrumgebied van Duiven is kansrijk om een warmtenet aan te leggen. Deze zal dan van warmte worden voorzien door bijvoorbeeld de AVR of de RWZI. Daarnaast is een deel in Groessen kansrijk voor de aanleg van een warmtenet vanwege de redelijk hoge warmtevraagdichtheid en hogere temperatuur

38

warmtevraag. Ook Loo heeft een kleine cluster waar een warmtenet wellicht kansrijker is dan andere oplossingen. Vanwege de grote afstand van Groessen en Loo tot de restwarmte van de AVR en RWZI zal voor dit deel een andere bron moeten worden gezocht, zoals zonthermie, aquathermie of misschien zelfs aardwarmte. Voor eigenaren van een goed geïsoleerde woning kan het bijvoorbeeld aantrekkelijker zijn een warmtepomp te nemen. Individueel/ Warmtenet kansrijk In deze gebieden is het nog onzeker wat de meest rendabele oplossing is: individueel of met een warmtenet. De warmtevraagdichtheid is hier niet zo hoog dat een warmtenet direct het meest kansrijk lijkt, maar het is zeker de moeite waard om het als één van de opties te onderzoeken. Dit is met name van toepassing op de gebieden die om het centrumgebied heen liggen, en in delen van de Vergert en Oud Zuid. Daarnaast geldt dit voor een deel van Loo en Groessen. Er moet in meer detail onderzoek gedaan worden naar de besparingsmogelijkheden, de beschikbaarheid van nabije warmtebronnen en de kosten van het exploiteren van de warmtebronnen. Wanneer in aangrenzende gebieden een warmtenet gerealiseerd wordt, kan dit een kans zijn om een onzeker gebied ook op dit warmtenet aan te sluiten.

Individueel Als woningen redelijk goed geïsoleerd zijn of in de toekomst kunnen worden (de groene en oranje gebieden in Figuur 10) zijn individuele oplossingen zoals een luchtwarmtepomp of een bodemwarmtepomp geschikt. Ook klein-collectieve oplossingen zijn hier een optie, zoals een gezamenlijke bodemwarmtepomp voor 3 tot 7 woningen (via een mini-warmtenet). Ook in gebieden met een lagere bebouwingsdichtheid, waar bijvoorbeeld veel vrijstaande huizen of twee-onder-één-kap woningen staan, is de keuze voor individuele oplossingen logisch. Een warmtenet is hier al snel te kostbaar om aan te leggen, omdat de huizen ver uit elkaar liggen of de warmtevraag van de huizen laag is. Individueel/ groen gas In een aantal wijken staan veel oudere woningen, die ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig hebben (de rode gebieden in Figuur 10). De bebouwingsdichtheid is hier laag. Dit zijn gebieden waar groen gas mogelijk de beste optie is in 2050, mogelijk in combinatie met een hybride warmtepomp. De toekomstige beschikbaarheid van zowel biogas als waterstof is echter onzeker. Beiden zijn schaars, en zullen dat naar verwachting blijven. Daarom zijn ook individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, hier een optie. Hiervoor moeten de meeste woningen wel eerst vergaand geïsoleerd worden.

Vanwege de onzekerheid zullen deze gebieden niet als eerste aangepakt worden – we wachten de ontwikkelingen rond duurzaam gas af. In de tussenliggende jaren zetten we in op energiebesparing via isolatie en de inzet van hybride warmtepompen. Bestaand warmtenet Zoals te zien in Figuur 13 is in Duiven al op veel plekken een warmtenet aanwezig. In de volgende wijken bevindt zich al een warmtenet: Bedrijventerrein Innofase, Centerpoort Noord, Zuid en Nieuwgraaf, De Ploen, Lommerweide, West, Zuidwest, Zuidoost en De Nieuweling. De aanwezigheid van dit warmtenet biedt kansen voor de nabij gelegen gebieden. Door toekomstige ontwikkelingen komt er waarschijnlijk nog capaciteit vrij op de huidige warmtenetten om andere gebouwen ook bij aan te sluiten. De inwoners van Duiven die al aangesloten zijn op het warmtenet kunnen verder aan de slag met het isoleren van hun woning. Een mogelijk lagere warmterekening door isolatiemaatregelen te treffen is voor deze inwoners een interessante optie om zelf te onderzoeken, of hier advies over te vragen bij het energieloket. Daarnaast geldt hier dat hoe meer warmte er bespaart wordt, hoe meer warmte er voor de nog niet aangesloten gebouwen in Duiven overblijft.

39

5.2 Bedrijven en kantoren Bedrijven Bedrijven die gevestigd zijn in wijken met een mix van woningen, winkels en kantoren, gaan gelijk op met de rest van de wijk. Immers, als de aardgasleidingen verwijderd worden, heeft dat consequenties voor alle gebouwen in een wijk. Voor bedrijventerreinen en kantorenparken zijn in sommige gevallen aparte plannen nodig. Zo werken we met bedrijventerrein Synergiepark Innofase aan het verduurzamen maken van de bedrijven door uitwisseling van warmte, elektra, biogas, biomassa, water en restmaterialen. Synergiepark Innofase is inmiddels een heel eind op weg richting de doelstelling om in 2030 een energiehub voor de regio te zijn. Met bedrijventerrein ’t Holland doen we onderzoek naar verduurzamingsmogelijkheden. De bedrijven in Centerpoort Noord, Zuid en Nieuwgraaf zijn voor een aanzienlijk gedeelte aangesloten op het bestaande warmtenet, maar er wordt ook nog veel aardgas verbruikt. Dit betekent dat hier een opgave ligt om dit aardgasverbruik uit te faseren. De aanwezigheid van het bestaande warmtenet maakt aansluiting hierop in ieder geval een logische optie.

Kantoren Kantoren hebben over het algemeen een grotere vraag naar koeling dan woningen. Bodemenergie is daarom erg geschikt: warmte die in de zomer aan de gebouwen wordt onttrokken, wordt in de winter weer gebruikt. Dit kan per gebouw, of voor een cluster gebouwen worden aangelegd. Ook luchtwarmtepompen en luchtkoelers behoren tot de mogelijkheden. Ook hier geldt dat er gekozen kan worden voor een aanpak waarbij elk bedrijf zelf aanpak en tempo kiest, of voor een gezamenlijke aanpak. Bij intensief gebruik van de ondergrond is het wel zaak om gezamenlijk op te trekken, en een ordening aan te brengen in de warmte- en koude-bronnen, om interferentie te voorkomen.

5.3 Betaalbaarheid en zekerheid oplossing Eén van de belangrijkste uitgangspunten (zie hoofdstuk 3), is dat we zoeken naar de optie met de laagste maatschappelijke kosten. Voor een eerste inschatting van de totale kosten van de diverse warmte-opties is de ‘Startanalyse’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gebruikt en de Buurtanalyse van netbeheerder Liander. Hierin wordt de oplossing berekend met de laagste nationale kosten: de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn voor een warmteoplossing, ongeacht wie die kosten betaalt13. Hieruit komt naar voren dat de visie voor de gemeente Duiven maar in sommige gevallen overeenkomt met de goedkoopste optie uit de Startanalyse. Wat in ieder geval meespeelt is dat de berekening in de Startanalyse gaat per CBS-wijk. Omdat binnen een CBS-wijk veel verschillende huizen kunnen staan, is in de analyse hierboven (hoofdstuk 4 en 5) ook naar kleinere clusters bebouwing gekeken. Soms verschillen de resultaten hierdoor. Een reflectie op de resultaten van de Startanalyse en de Buurtanalyse in vergelijking met de Visie Warmtevoorziening is te vinden in bijlage D. De nationale kosten zeggen weinig over de betaalbaarheid van een warmteoplossing. Om inzichtelijk te krijgen of een oplossing voor iedereen in een buurt of wijk betaalbaar is, zal in de startwijken vervolgonderzoek gedaan worden.

Het stookgedrag van bewoners, de staat van de woning en het woningtype hebben veel impact op de betaalbaarheid en terugverdientijd van maatregelen. Algemene uitspraken doen hier geen recht aan. Om deze reden leggen we in deze transitievisie niets vast over welke techniek waar ingezet gaat worden, maar geven we een indicatie van kansrijke technieken voor de verschillende wijken. De betaalbaarheid van de oplossingen voor de startwijken worden in de wijkuitvoeringsplannen (zie hst. 7) verder uitgewerkt. De algemene uitgangspunten van deze transitievisie, “laagste kosten voor bewoners en bedrijven” en “iedereen moet mee kunnen in de warmtetransitie”, zijn hiervoor leidend (zie hst. 3).

13

Nationale kosten zijn inclusief de kosten en baten van energiebesparing en alle kosten en investeringen voor de

opwek en distributie van stroom en warmte, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies.

40

6. Wanneer worden de wijken aardgasvrij? Dit hoofdstuk beschrijft het tijdpad. In welke wijken starten we op korte termijn met vervolgonderzoek naar alternatieve warmteoplossingen? Welke wijken komen later, op middellange of lange termijn, aan bod? Zo kunnen bewoners, bedrijven, woningbouwcorporaties en de netbeheerder hun investeringen afstemmen op het tijdpad. We benadrukken dat de planning in dit hoofdstuk een globale planning is. Er blijft ruimte om in te spelen op nieuwe kansen, bewonersinitiatieven, of initiatieven van bedrijven. In hoofdstuk 3 beschreven we wat een wijk geschikt kan maken als startwijk. De toepassing van deze criteria heeft geleid tot een globale planning, die weergegeven is in Figuur 15. In paragraaf 6.1 t/m 6.6 wordt vervolgens voor de verschillende wijken en tijdspaden meer informatie gegeven. Wanneer we spreken over “wijken”, worden niet vanzelfsprekend de bestaande wijkgrenzen aangehouden.

Criteria keuze startwijken Zie Hoofdstuk 3, “Hoe maken we keuzes?”

In de onderstaande matrix wordt de toepassing van de selectiecriteria op de verschillende (nog grotendeels aardgas verbruikende) wijken zichtbaar:

Figuur 14 Matrix logische startwijken Uit de toepassing van de selectiecriteria blijkt dat de meeste wijken meestal aan één of soms geen selectiecriterium voldoen. De Vergert voldoet als enige aan drie selectiecriteria, en Oud Zuid aan twee. De scoring van deze wijken wordt op de volgende pagina’s verder toegelicht, na de globale planning van de wijken in de gemeente Duiven. De globale planning na 2030 is vooral gekoppeld aan het criterium “koppelkansen”, aan geplande werkzaamheden in de openbare ruimte door de gemeente. Ontwikkelingen als nieuwbouw van woningen en utiliteit kunnen ook koppelkansen zijn. Hier spelen we waar mogelijk op in en verwerken we in de volgende versie van de transitievisie.

41

Figuur 15 Globale planning Korte termijn (2022-2030) – In deze wijken is het logisch om op kortere termijn vervolgstappen te zetten. Voor deze wijken starten we vanaf 2022 met het opstellen van een wijkuitvoeringsplan en onderzoek naar duurzame warmteoplossingen. Hierin staat de haalbaarheid (technisch en financieel) en het betrekken van bewoners, ondernemers en andere lokale partijen centraal. We benadrukken dat we in deze gebieden starten met onderzoek, maar dat nog niet besloten is wanneer en hoe de wijken van het aardgas af gaan.

42

De wijken waar we op korte termijn vervolgstappen gaan zetten zijn: het noordelijke deel van De Vergert (oost) en het noordelijke deel van Oud Zuid gecombineerd met het westelijke deel van het Centrum. In paragraaf 6.1 leggen we uit waarom. Natuurlijk tempo (2022-2050) - Voor deze gebieden liggen individuele warmteoplossingen per gebouw voor de hand. De gemeente wil bewoners en ondernemers hier zo lang mogelijk de tijd voor geven en kiest daarom voor een natuurlijk tempo: niet het hele gebied tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment, bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing. Alleen als zich bijzondere situaties voordoen waarbij het slim is om het gasnet vroegtijdig te vervangen zal hiervan afgeweken worden. Middellange termijn (2030-2040) - In deze wijken zien we kansen of ontwikkelingen waar de gemeente, samen met belanghebbenden, tijdig op wil inspelen. Maar niet op korte termijn omdat hier geen concrete aanleidingen voor zijn. De kansen voor deze wijken liggen vaak in de mogelijkheid om met midden-temperatuur, en op termijn lage-temperatuur warmtebronnen verwarmd te kunnen worden. Lange termijn (2040-2050) – Wijken (of delen daarvan) met veel oudere woningen zijn in de regel lastig aardgasvrij te maken. Juist omdat het met de huidige warmtetechnieken nog lastig is om een dergelijke wijk aardgasvrij te maken, is deze wijk als laatste aan de beurt.

Ook speelt mee dat in deze wijken op korte of middellange termijn geen koppelkansen voorzien worden. Voor de wijken die met natuurlijk tempo, middellange termijn of lange termijn zijn aangeduid geldt dat innovatie en doorontwikkeling van bestaande technieken in de toekomst positieve impact kunnen hebben op de keuze voor een geschikte warmteoplossing. Middellange termijn of natuurlijk tempo - In de gearceerde gebieden hangt het tempo af van de kans om aan te sluiten op een collectieve ontwikkeling in een nabij gelegen wijk. Als een collectieve oplossing (warmtenet) de meest aantrekkelijke oplossing blijkt, dan gaan de wijken op middellange termijn van het aardgas af. Als de gebouwen in deze wijken individuele oplossingen krijgen, wordt er een natuurlijk tempo aangehouden. Dit wordt duidelijk in het wijkuitvoeringsplan. Aangesloten op warmtenet – De groene gebieden zijn al aangesloten op het warmtenet en daarmee grotendeels aardgasvrij. Dit geldt echter niet voor alle woningen. Er zijn kleine aantallen woningen die op de wijkgrenzen liggen en soms geen warmteaansluiting hebben. Bij een wijkuitvoeringsplan in een nabij gelegen wijk zal gekeken worden of deze meegenomen kunnen worden in het traject.

De eigenaren van deze woningen en gebouwen die al aangesloten zijn op het warmtenet kunnen echter in de meeste gevallen nog wel aan de slag om via isolatiemaatregelen hun warmtevraag verder terug te dringen. Dit zorgt ervoor dat met dezelfde hoeveelheid warmte meer woningen in de gemeente Duiven verwarmd kunnen worden.

6.1 Startwijken De wijken waar de eerste onderzoeken starten zijn: De Vergert (oost), en het noordelijke gedeelte van Oud Zuid gecombineerd met het westelijke deel van het centrum.

43

Startwijk De Vergert Startwijk De Vergert bestaat uit de volgende straten: de Zadelmakerstraat, Touwslagerstraat, Gildedreef, Looierstraat, Kuiperstraat en de Weverstraat. Waarom hier starten? We willen vervolgstappen zetten in dit deel van de Vergert vanwege het selectiecriterium “koppelkansen”, waarvan er hier twee spelen: • Er zijn werkzaamheden in de openbare ruimte noodzakelijk aan onder andere de bestrating en mogelijk het riool. • Warmteleverancier Vattenfall is voornemens om aan de rand van de wijk een warmteleiding te leggen die uitlopers van het warmtenet in Duiven verder verbindt. Dit is mogelijk een Figuur 16 Afbakening concrete kans voor de inzet van restwarmte. startwijk De Vergert Deze werkzaamheden bieden mogelijk koppelkansen voor het realiseren van een aardgasvrije warmtevoorziening voor de Vergert. Daarnaast is de hoeveelheid verschillende woningtypen relatief beperkt, wat aansluit op het selectiecriterium “eenvormigheid van woningen”. Wanneer? De geplande en voorgenomen werkzaamheden vinden plaats op relatief korte termijn (naar verwachting ongeveer in 2025-2030. Om deze kansen te kunnen benutten en zoveel mogelijk overlast te beperken willen we op korte termijn starten. Wat? In dit gebied starten we met het opstellen en afstemmen van een wijkuitvoeringsplan. Hierin wordt verder onderzocht welke warmtevoorziening het beste past.

De verwachting is dat een warmtenet hier logisch is, maar de haalbaarheid en financiële gevolgen van diverse opties zullen worden doorgerekend. Vervolgens wordt met bewoners een keuze gemaakt. Zo weten we zeker dat de uiteindelijke keuze een verstandige is. Dit hoeft niet per definitie voor de hele wijk dezelfde oplossing te zijn.

Startwijk Oud Zuid/Centrum Startwijk Oud Zuid/centrum bestaat uit de volgende straten: het Eltingerhof, de KennedystraatSeringenstraat, Gladiolenstraat, Rozenstraat, Dahliastraat, Anemonenstraat, Lindelaan, Beukenlaan, Populierenlaan, De Hazelaar, De Lariks, de Iepenlaan, De Plataan, De Droo, Thuvinestraat, van Houtstraat, Rembrandtstraat, Voorbijstraat, en een gedeelte van de Burgemeester van Dorth tot Medlerstraat.

Figuur 17 Afbakening startwijk Oud Zuid/Centrum

Waarom hier starten? We willen vervolgstappen zetten in Oud Zuid/Centrum vanwege de selectiecriteria “koppelkansen”, en “concrete kansen voor de inzet van restwarmte”: • Er zijn werkzaamheden in de openbare ruimte gepland, aan onder andere de bestrating en mogelijk het riool. • Er ligt een warmteleiding in de buurt met capaciteit om het gebied te verwarmen.

44

Wanneer? De geplande werkzaamheden in de openbare ruimte vinden plaats rond 2030. Om deze kansen te kunnen benutten en zoveel mogelijk overlast te beperken willen we er op in zetten om hier voor 2030 te starten. Wat? In dit gebied starten we met het opstellen en afstemmen van een wijkuitvoeringsplan. Hierin wordt verder onderzocht welke warmtevoorziening het beste past. De verwachting is dat een warmtenet hier logisch is, maar de haalbaarheid en financiële gevolgen van diverse opties zullen worden doorgerekend. Vervolgens wordt met bewoners een keuze gemaakt. Zo weten we zeker dat de uiteindelijke keuze een verstandige is. Dit hoeft niet per definitie voor de hele wijk dezelfde oplossing te zijn.

6.2 Natuurlijk tempo (2022-2050) Het landelijk gebied, en kleine delen van Groessen & Loo zijn aangeduid met natuurlijk tempo. Sommige van deze gebieden hebben een lage bebouwingsdichtheid, met veel vrijstaande huizen, bedrijven of twee-onder-een-kap woningen. Of het gaat om stukjes bebouwing met relatief nieuwe woningen. Waarom deze gebieden met een natuurlijk tempo? Voor het landelijk gebied geldt dat de woningen zo verspreidt liggen en verschillend zijn dat hier een wijktraject niet veel gaat opleveren. In de dorpen Groessen en Loo zijn een aantal relatief nieuwe woningen gerealiseerd die op hun eigen tempo over kunnen stappen op een lage temperatuur individuele oplossing. Bij individuele oplossingen is het mogelijk dat niet alle bewoners op hetzelfde moment van het aardgas af gaan. Dat heeft een aantal voordelen: energiemaatregelen meenemen als er toch verbouwd wordt, scheelt gedoe en kosten. Het huis stap voor stap verduurzamen zorgt ervoor dat investeringen verdeeld worden over meerdere jaren. Wanneer? In deze gebieden kiezen we voor een geleidelijk tempo: niet de hele wijk tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment, bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing. De gemeente wil bewoners hier zo lang mogelijk de tijd voor geven, en heeft de einddatum daarom op 2050 gezet.

Dat lijkt lang, maar in een periode van 30 jaar komt bij veel bewoners maar één keer een echt groot ‘natuurlijk moment’ voor om de woning aardgasvrij of aardgasvrij-ready te maken. We roepen bewoners daarom op om verhuizingen, verbouwingen en opknapwerkzaamheden (ook binnenshuis) daadwerkelijk te benutten om de woning (stapsgewijs) aardgasvrij te maken. Wat? Hier liggen individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, het meest voor de hand (zie hoofdstuk 5). Woningeigenaren kunnen stap voor stap maatregelen nemen, bijvoorbeeld door eerst te isoleren en een paar jaar later de CV ketel te vervangen door een warmtepomp. Tip: stel na isolatiemaatregelen de CV ketel in op 55 graden in (zie handleiding van uw ketel). Als bewoner spaart dat energie uit en op deze manier kunt u zelf ervaren of uw woning geschikt is voor een warmtepomp. Indien u uw woning niet voldoende warm krijgt in de winter, dan kunt u de ketel altijd weer op een hogere temperatuur instellen.

6.3 Middellange termijn (2030-2040) Op de middellange termijn volgen Duiven Noord, het noordelijke gedeelte van het Centrum, het westelijke gedeelte van de Vergert, het oostelijk gedeelte in Oud Zuid, de dorpskern van Groessen de dorpskern van Loo, en de bedrijventerreinen Centerport Noord, Zuid, Nieuwgraaf en ‘t Holland. Waarom deze gebieden op de middellange termijn?

45

We volgen in deze gebieden de planning van werkzaamheden in de openbare ruimte. In de bovengenoemde gebieden zijn tussen 2030-2040 werkzaamheden aan de bestrating en mogelijk het riool voorzien. Netbeheerder Liander en woningcorporatie Vivare hebben op deze termijn geen concrete vervangings- of renovatiewerkzaamheden gepland. Wat? Tenzij er zich nieuwe (nog onvoorziene) ontwikkelingen voordoen, wordt in deze wijken vanaf 2030 gestart met gedetailleerd onderzoek en het opstellen en afstemmen van wijkuitvoeringsplannen. Tot die tijd is het van belang de woning zo goed mogelijk voor te bereiden op aardgasvrij. Ook al lijkt de uitfasering van aardgas in deze wijken verder weg in de tijd te liggen, voor de lastig te isoleren panden moeten alle verbouwingsmomenten met twee handen aangrepen worden. Hier gaan we in hoofdstuk 7 verder op in.

6.4 Lange termijn (2040-2050) Het zuidelijke gedeelte van Oud Zuid en een gebied in het oosten van Groessen volgen als laatste. Waarom deze gebieden op de lange termijn aanpakken? We volgen in deze gebieden de planning van werkzaamheden in de openbare ruimte. In de bovengenoemde gebieden zijn na 2040 werkzaamheden aan de bestrating en mogelijk het riool voorzien. In sommige gevallen komt hierbij dat in deze gebieden oudere woningen staan (van bouwjaren voor 1940), die moeilijker duurzaam te verwarmen zijn. Netbeheerder Liander en woningcorporatie Vivare hebben op deze termijn nog geen concrete vervangings- of renovatiewerkzaamheden gepland. Wanneer? Tenzij er zich nieuwe (nog onvoorziene) ontwikkelingen voordoen, wordt in deze wijken vanaf 2040 gestart met gedetailleerd onderzoek en het opstellen en afstemmen van wijkuitvoeringsplannen. Uiterlijk 2050 zullen de laatste wijken over stappen naar een andere warmtevoorziening. Wat? Wat hier na 2040 gaat gebeuren hangt samen met de landelijke ontwikkelingen in de warmtetransitie. Het uitgangspunt nu is dat we daar met de bewoners vanaf 2040 ook toe gaan werken naar een wijkuitvoeringsplan. We wachten technologische ontwikkelingen en de ervaringen in de andere wijken af voordat we besluiten welke warmtevoorziening hier komt. Tot die tijd is het van belang de woning zo goed mogelijk voor te bereiden op aardgasvrij.

Ook al lijkt de uitfasering van aardgas in deze wijken verder weg in de tijd te liggen, voor de lastig te isoleren panden moeten alle verbouwingsmomenten met twee handen aangrepen worden. Hier gaan we in hoofdstuk 7 verder op in.

6.5 Middellange termijn (2030-2040) of natuurlijk tempo Voor het westelijke gedeelte van Loo, twee kleine gebieden in Groessen, en het Centrum van Duiven is het nu nog niet duidelijk of deze op middellange termijn of via hun natuurlijke tempo over gaan naar andere warmtevoorzieningen. Waarom is dit? Voor deze gebieden geldt dat er in de wijken na 2030 gestart zal worden met de wijkuitvoeringsplannen. Hierin kan onderzocht worden of het (praktische of financiële) kansen biedt om bovengenoemde gebieden mee te nemen in de planvorming. Als blijkt dat dit geen meerwaarde toevoegt, zullen de gebouweigenaren op eigen tempo aan de slag gaan met hun verduurzamingsopgave zodat ze uiterlijk in 2050 volledig aardgasvrij verwarmd worden.

46

6.6 Bedrijventerreinen Het globale tijdpad geldt ook voor bedrijven, winkels en kantoren die verspreid in de wijken gevestigd zijn – zij gaan mee in de transitie met de wijk waarin ze liggen. In de gemeente liggen ook twee bedrijventerreinen, die worden hieronder kort toegelicht.

Synergiepark Innofase Dit bedrijventerrein volgt haar eigen verduurzamingsstrategie, zoals is beschreven in hoofdstuk 5.

Centerpoort Noord, Zuid en Nieuwgraaf Deze bedrijventerreinen zijn voor een aanzienlijk gedeelte aangesloten op het bestaande warmtenet, maar er zijn ook nog bedrijven die veel aardgas verbruiken. Omdat de impact van de uitfasering van het aardgas door deze bedrijven groot kan zijn, willen we niet wachten tot na 2040. Daarom hebben deze terreinen de aanduiding van middellange termijn gekregen. In de update van de TVW over 5 jaar zal verder onderzocht worden wat de exacte opgave voor deze bedrijventerreinen is.

Bedrijventerrein ’t Holland Dit bedrijventerrein ligt in het zuidelijke gedeelte van De Vergert en staat aangeduid als middellange termijn (2030-2040). Recent is een pilot gestart onder de noemer: ’t Holland op weg naar CO2 neutraal’. Hierbij wordt een 1 op 1 benadering van bedrijven gecombineerd met een gebiedsgerichte aanpak onder andere op het gebied van energie. Afhankelijk van de uitkomsten hiervan kan de middellange termijn aanduiding blijven staan, of blijkt dat we eerder of later aan de slag gaan met ’t Holland. De pilot is ook bedoeld om opgedane ervaringen daarna toe te kunnen passen bij andere bedrijventerreinen.

47

7. Uitvoeringsstrategie De komende jaren zetten we de eerste stappen om uiteindelijk in 2050 een volledig aardgasvrije gemeente te zijn. De activiteiten die de gemeente al organiseert en nog wil opzetten worden in dit hoofdstuk uiteengezet. Ook besteden we aandacht aan de financieringsmogelijkheden van verduurzamingsstappen, de rol van samenwerkende partijen en de rol van de gemeente in warmtenet ontwikkeling.

7.1 Procesonderdelen Hoe we de komende jaren te werk gaan, beschrijven we in de uitvoeringsstrategie. Deze maakt onderdeel uit van het programma Circulaire Energie van de gemeente, onder de programmalijn Energietransitie. De uitvoeringsstrategie van de transitievisie is opgesplitst in de volgende procesonderdelen:

Programmaonderdeel

Periode

Toelichting

1. Aanpak startwijken

2022-2030

2. Aanpak overige buurten

Doorlopend

3. Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed

2022-2040

4. Communicatie- en participatiestrategie

Doorlopend

5. Doorontwikkeling Transitievisie Warmte

2026

In de startwijken stellen we in samenwerking met inwoners en lokale partijen een wijkuitvoeringsplan op. De gemeente stimuleert en informeert bewoners die hun huis willen verduurzamen. We sluiten aan bij inwoners die al enthousiast zijn en aan de slag gaan. We koppelen enthousiaste inwoners aan elkaar en aan energiecoaches, ondersteunen hen en maken ze zichtbaar. Op deze manier betrekken en inspireren andere inwoners en kunnen we de aanwezige kennis en ervaring van inwoners delen. Zo worden alvast de voorbereidingen getroffen op aardgasvrij. De bedrijventerreinen in de gemeente Duiven kennen hun eigen dynamiek en vragen om een integrale gebiedsgerichte aanpak. Deze aanpak zal in gezamenlijkheid met de betreffende ondernemers worden opgesteld en uitgewerkt zodat ze aansluit bij de belevingswereld en behoeften van ondernemers. Utiliteitsbouw en maatschappelijk vastgoed volgen de globale wijkplanning. Via diverse kanalen houden we bedrijven, inwoners en alle andere partijen op de hoogte van de stand van zaken rond de energietransitie en de overgang naar een aardgasvrije gemeente Duiven. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen nemen we mee door de Transitievisie Warmte iedere 5 jaar te actualiseren. Zo kunnen we inspelen op nieuwe technologieën en ontwikkelingen in de prijsstelling van de verschillende warmteoplossingen.

Hieronder lichten we de verschillende programmaonderdelen verder toe. Ook gaan we in op de rol van de gemeente in warmtenet ontwikkeling, financiering en betaalbaarheid en de doorontwikkeling van de TVW.

48

7.2 Aanpak startwijken In de loop van de komende decennia zal de gemeente voor alle wijken een wijkuitvoeringsplan maken. Dat is maatwerk. Elke wijk heeft specifieke kenmerken wat betreft technische mogelijkheden, aard van de woningen, eigendomssituatie en/of samenstelling van de bevolking. De aanpak in wijken waar collectieve warmtenetten worden opgezet, zal er anders uitzien dan een aanpak in een wijk waar individuele of kleinschalig-collectieve oplossingen reëel lijken. In paragraaf 7.5 gaan we dieper in op de ontwikkeling van een warmtenet en de rol van de gemeente hierin. Op basis van de specifieke eigenschappen van de wijk en de door de Gemeenteraad vastgestelde Participatiestrategie Circulaire Economie (zie bijlage F) wordt op maat per wijk een wijkuitvoeringsplan gemaakt. Belangrijke elementen in deze Participatiestrategie zijn de samenwerking met inwoners, zorgvuldige communicatie en dat iedereen binnen zijn/haar mogelijkheden kan meedoen. In 7.6 kunt u meer lezen over de Participatiestrategie. In een wijkuitvoeringsplan wordt onder andere beschreven hoe we inwoners gaan informeren en betrekken. U kunt daarbij denken aan bijvoorbeeld huis-aanhuisbezoeken, bijeenkomsten online of in de wijk, het formeren van een klankbord- of meedenk-groep van wijkbewoners, een nieuwsbrief of een informatiemarkt.

Een wijkuitvoeringsplan komt altijd tot stand in nauwe samenwerking met bewoners en lokale partijen. Een ander vast onderdeel is een gedetailleerde studie van de kosten en technische haalbaarheid. In de periode 2022-2030 stellen we de wijkuitvoeringsplannen op voor de twee startwijken De Vergert en Oud Zuid/Centrum. Hieronder een schets van wat er in die wijken gaat gebeuren: 1. Samen starten. We brengen lokale partijen bij elkaar en vormen een werkgroep en een klankbordgroep waarin lokale belanghebbenden zijn vertegenwoordigd. Bewoners kunnen deelnemen in de klankbord om zo direct input te leveren aan de ontwikkeling van het wijkuitvoeringsplan. De gemeente zorgt voor een procesbegeleider die ook toeziet op het participatietraject met bewoners. Het verkennen van de belangen is een belangrijk onderdeel in deze fase. 2.

Wijkanalyse. We brengen in kaart wie in de wijk wonen, wat hun behoeften zijn en hoe we bewoners het beste kunnen bereiken en betrekken. Parallel worden technische gegevens over de woningen, beschikbare duurzame warmtebronnen en de aanwezige energie-infrastructuur in kaart gebracht. Voor de meest kansrijke warmteopties brengen we in detail in kaart welke voordelen, nadelen, kosten en besparingen realistisch zijn.

3.

Kiezen voor een optimale warmteoplossing. In samenspraak met lokale belanghebbenden brengen we kosten en baten van de aardgasvrije warmteoplossing in kaart. We vergelijken verschillende oplossingen en uitvoeringsvormen zodat er inzicht is in wat de meest optimale oplossing is. In deze fase betrekken we bewoners, bedrijven en alle andere lokale betrokkenen intensief.

4.

Onderbouwen van de haalbaarheid en financiën. Voor de gekozen optie werken we in detail de kosten en baten uit voor referentiewoningen. De investeringskosten, eindgebruikerskosten en energiekosten worden in detail in kaart gebracht. Zo nodig worden eerst in praktijk concepten kleinschalig gerealiseerd om zeker te zijn van alle kosten en baten. Als vervolgens de haalbaarheid toch twijfel oproept, dan gaan we een stap terug naar de vorige fase ‘keuze warmteoplossing’.

49

5.

Besluitvorming (go / no go). Om tot besluitvorming te komen is het nodig om aan een aantal randvoorwaarden te voldoen. Het gemeentebestuur wordt pas gevraagd definitief in te stemmen als voldaan is aan onderstaande voorwaarden: a. de oplossing is duurzaam en technisch haalbaar b. de oplossing is voor alle belanghebbenden in principe financierbaar c. er is draagvlak bij een ruime meerderheid van bewoners, bedrijven en andere belanghebbende organisaties die nodig zijn voor de realisatie d. juridisch wordt voldaan aan alle wettelijke voorwaarden.

Wanneer het gemeentebestuur en andere partijen akkoord zijn, worden daarna afspraken gemaakt over de realisatiefase. Bijvoorbeeld over de tijdplanning, rolverdeling, de benodigde aanpak van gebouwen en woningen en het contracteren van partijen die verantwoordelijk zijn voor de bouw en aanleg van nieuwe infrastructuur.

Rollen betrokken partijen We werken in de startwijken vooral samen met netbeheerder Liander en woningcorporatie Vivare. Liander beheert het elektriciteits- en gasnet en doet continue investeringen om onze energievoorziening betrouwbaar, veilig en operationeel te houden. De netbeheerder moet vanwege haar verantwoordelijkheid en investeringsplannen jaren vooruit kijken en is daarom een belangrijke partner in beleidsontwikkeling. De woningcorporatie Vivare heeft woningbezit in de startwijken en is daarom een belangrijke samenwerkingspartner. Beide partijen zullen deelnemen aan een projectteam voor de wijkuitvoeringsplannen. Per startwijk zullen we onderzoeken of er nog andere lokale organisaties zijn om deel te nemen aan de projectstructuur, en ook de betrokkenheid van bewoners en bewonersvertegenwoordiging verder vormgeven.

7.3 Aanpak overige wijken De gemeente ondersteunt bewoners die hun huis willen verduurzamen. Dit is belangrijk in de wijken waar gekozen is voor een natuurlijk tempo, maar ook in alle andere wijken. Immers, ook als een wijk pas later van het aardgas af gaat, kunnen bewoners al stappen zetten om energie te besparen, of om de woning voor te bereiden op een aardgasvrije toekomst. Dan daalt het energieverbruik, de energierekening wordt lager en de woning wordt comfortabeler. De gemeente organiseert daarom de volgende ondersteuning: o Energieloket voor advies en vragen: dit is een algemeen loket waar bewoners en VVE’s terecht kunnen met vragen, en waar initiatieven zich kunnen melden die hier ondersteuning bij willen. Bewoners kunnen hier fysiek of online terecht voor advies over gunstige oplossingen voor hun woning en om meer te weten te komen over financiering-/subsidiemogelijkheden. o Informatie en inspiratie via www.samen1nergie.nl: op deze website geven we goede voorbeelden, tips en adviezen voor onder andere de verduurzaming van woningen en de opwek van duurzame energie. Ook verwijzen we slim naar landelijke informatiebronnen zoals www.verbeterjehuis.nl en www.milieucentraal.nl o Collectieve inkoopacties: in Duiven en Westervoort zijn in het verleden collectieve inkoopacties georganiseerd op het gebied van energiebesparing. Denk hierbij aan zonnepanelen, isolatie of glas.

Door met een grote groep hetzelfde product in te kopen kan er bespaard worden op de kosten. Ook voor de toekomst staan er nieuwe collectieve inkoopacties gepland, deze worden bekendgemaakt op de website van het duurzaamheidsprogramma Samen1Nergie. o Energiecoaches: Een andere manier om aan de slag te gaan met energiebesparing is door een afspraak in te plannen met één van de Duivense & Westervoortse energiecoaches. Dit zijn enthousiaste inwoners die met behulp van cursussen zijn opgeleid om hun medebewoners advies aan huis te geven om te verduurzamen. Zo hebben zij onder andere een warmtecamera

50

om plekken met veel warmteverlies in huis op te sporen. Een afspraak inplannen met één van de energiecoaches kan via https://samen1nergie.nl/contact/. o Energiecoöperatie De Liemers: Sinds kort is energiecoöperatie De Liemers actief in onze gemeente. We gaan graag in gesprek met de coöperatie om hun mogelijke rol en inzet in de warmtetransitie te verkennen. Voor de meeste woningeigenaren geldt dat een natuurlijk vervangingsmoment van de huidige cv-ketel aangegrepen kan worden om de overstap te maken naar een hybride warmtepomp. Deze maatregel kan het gasverbruik aanzienlijk14 terugdringen en is voor veel woningen (vooral met energielabels E, D en C) ook financieel aantrekkelijk. De levensduur van een hybride warmtepomp systeem is ongeveer 15 jaar, waarna de overstap naar een volledig aardgasvrije oplossing gemaakt kan worden.

7.4 Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed Voor bedrijven en utiliteitbouw die in wijken staan met veel woningen, zal tijdens de wijkaanpak bekeken worden of de warmtevoorziening(en) die bij de wijk past gunstig is voor de bedrijven en utiliteitsbouw. Indien nodig kunnen bedrijven en utiliteitsgebouwen ook individuele oplossingen kiezen die passen bij bijvoorbeeld grotere gebouwen en/of hun specifieke warmtevraag. Het aardgasvrij maken van bedrijventerreinen willen we zoveel mogelijk hand in hand laten gaan met ontwikkelingen op de bedrijventerreinen zelf. Daar waar er sprake is van herontwikkeling van bedrijventerreinen, of daar waar bedrijven willen verduurzamen, wil de gemeente graag participeren om tot een optimale gebiedsoplossing te komen.

Synergiepark Innofase Voor het bedrijventerrein Innofase bestaat reeds een duidelijke en samenhangende circulaire strategie. Die is gericht op het tot stand brengen van industriële symbiose tussen bedrijven op Synergiepark InnoFase, door hun input- en outputstromen met elkaar te verbinden zodat zij warmte, elektra, biogas, biomassa, water en restmaterialen kunnen uitwisselen.

’t Holland Recent is een pilot gestart onder de noemer: ’t Holland op weg naar CO2 neutraal’. Hierbij wordt een 1 op 1 benadering van bedrijven gecombineerd met een gebiedsgerichte aanpak onder andere op het gebied van energie. Afhankelijk van de uitkomsten hiervan wordt een concrete uitvoeringsstrategie gemaakt, of besloten om de transitie periode van 2030-2040 te heroverwegen.

Centerpoort Noord, Zuid en Nieuwgraaf Op dit moment zijn niet alle bedrijven aangesloten op het bestaande warmtenet. Welke dat exact zijn is in deze transitievisie niet verder onderzocht. Dit is een belangrijk actiepunt voor de volgende versie van de transitievisie en hierna zal waarschijnlijk een bijbehorende uitvoeringsstrategie voor, en met deze bedrijventerreinen opgesteld worden om uiterlijk in 2040 volledig aardgasvrij te zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=f7e5393d-61a5-417b-a268-0e261861a0d1