bijlage - 0.0 plan van aanpak incl bijlage 2097.007.pdf
Tekst van het document
: Conform AS3070 prestatieblad 1 en NEN 5898
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: PIKP-CXCS-PTSW-JSQY
Ref.: 762622_certificaat_v1
Bijlage 4b Getoetste analyseresultaten (Circulaire bodemsanering)
BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
2097.003 26-04-2018 A.G.C. Rondeel 2018061168 26-04-2018 03-05-2018
Analyse
Eenheid
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses % (m/m) Droge stof % (m/m) ds Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen mg/kg ds Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
1
GSSD
Analytico-nr
Monster
1
10075977
MMB1 B03 (0-40) B04 (0-50)
Eindoordeel:
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde groter dan Achtergrondwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
AW
Achtergrondwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
I
24,7
170 0,53 14 50 0,13 <1,5 40 94 160
171,7 0,5953 14,13 53,86 0,1335 1,05 40,35 99,01 168,3
* * * *
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430
920 13 190 190 36 190 100 530 720
<3,0 <5,0 7 18 13 <6,0 47 Zie bijl.
3,5 5,833 11,67 30 21,67 7 78,33
-
35
190
2600
5000
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0011 0,0011 0,0011 0,0011 0,0011 0,0011 0,0011 0,0081
-
0,007
0,02
0,51
1
<0,050 0,48 0,22 1,1 0,49 0,57 0,24 0,38 0,27 0,32 4,1
0,035 0,48 0,22 1,1 0,49 0,57 0,24 0,38 0,27 0,32 4,105
*
0,35
1,5
20,8
40
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
T
78,3 6 92,3 24,7
Gebruikte afkortingen *
AW
Uitgevoerd
Overschrijding Achtergrondwaarde
-
RG
6 24,7
Legenda Nr.
Oordeel
78,3 6
BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
2097.003 26-04-2018 A.G.C. Rondeel 2018061168 26-04-2018 03-05-2018
Analyse
Eenheid
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds % (m/m) ds Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds mg/kg ds Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
2
GSSD
Analytico-nr
Monster
2
10075978
MMB2 B06 (0-50) B08 (0-50) B09 (0-40)
Eindoordeel:
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde groter dan Achtergrondwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
AW
Achtergrondwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
I
26,1
160 0,36 11 22 0,051 <1,5 37 38 93
154,5 0,4334 10,64 24,26 0,0523 1,05 35,87 40,68 97,71
* -
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430
920 13 190 190 36 190 100 530 720
<3,0 <5,0 <5,0 <11 5,8 <6,0 <35
6,364 10,61 10,61 23,33 17,58 12,73 74,24
-
35
190
2600
5000
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0021 0,0021 0,0021 0,0021 0,0021 0,0021 0,0021 0,0148
-
0,007
0,02
0,51
1
<0,050 0,067 <0,050 0,19 0,1 0,1 0,057 0,086 0,069 0,06 0,8
0,035 0,067 0,035 0,19 0,1 0,1 0,057 0,086 0,069 0,06 0,799
-
0,35
1,5
20,8
40
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
T
82,6 3,3 94,8 26,1
Gebruikte afkortingen *
AW
Uitgevoerd
Voldoet aan Achtergrondwaarde
-
RG
3,3 26,1
Legenda Nr.
Oordeel
82,6 3,3
BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
2097.003 03-05-2018 A.G.C. Rondeel 2018064857 04-05-2018 09-05-2018
Analyse
Eenheid
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses % (m/m) Droge stof % (m/m) ds Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen mg/kg ds Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
1
GSSD
Analytico-nr
Monster
1
10087654
C02 (30-50)
Eindoordeel:
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde groter dan Achtergrondwaarde
**
groter dan Tussenwaarde
***
groter dan Interventiewaarde
GSSD
Gestandaardiseerd gehalte
RG
Vereiste Rapportagegrens
AW
Achtergrondwaarde
T
Tussenwaarde
I
Interventiewaarde
I
86,7 4,4
200 0,24 22 74 0,21 3,2 37 160 100
344,4 0,3269 36,94 107,2 0,2554 3,2 58,86 204,8 151,2
* * * * * * *
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
555 6,8 103 115 18,1 95,8 67,5 290 430
920 13 190 190 36 190 100 530 720
<3,0 6,8 14 30 20 <6,0 76 Zie bijl.
4,773 15,45 31,82 68,18 45,45 9,545 172,7
-
35
190
2600
5000
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0016 0,0015 0,0011 0,007
0,0015 0,0015 0,0015 0,0015 0,0036 0,0034 0,0025 0,0159
-
0,007
0,02
0,51
1
0,06 0,35 0,13 0,79 0,45 0,51 0,24 0,41 0,35 0,3 3,6
0,06 0,35 0,13 0,79 0,45 0,51 0,24 0,41 0,35 0,3 3,59
*
0,35
1,5
20,8
40
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa
T
86,7 4,4 94,7 12
Gebruikte afkortingen *
AW
Uitgevoerd
Overschrijding Achtergrondwaarde
-
RG
4,4 12
Legenda Nr.
Oordeel
12
Bijlage 5
Toetsingskader Circulaire bodemsanering AW = achtergrondwaarde S = streefwaarde I = interventiewaarde t.b.v. sanering(-sonderzoek)
voorkomen in:
Grondwater (μg/l opgelost, tenzij anders vermeld)
Grond/sediment (mg/kg droge stof)
Stof/niveau AW
I
S
I
20 60 625 6 30 100 75 0,3 75 300 75 800
I.
Metalen antimoon (Sb) arseen (As) barium (Ba) cadmium (Cd) chroom (Cr) chroom III chroom VI cobalt (Co) koper (Cu kwik (Hg) kwik (anorganisch) kwik (organisch) lood (Pb) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) tin (Sn) vanadium (V) zink (Zn)
4,0 20 0,60 55 15 40 0,15 50 1,5 35 6,5 80 140
22 76 920* 13 180 78 190 190 36 4 530 190 100 720
10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65
II.
Anorganische verbindingen chloride cyaniden-vrij cyaniden-complex thiocyanaat
3 5,5 6,0
20 50 20
100 (mg/l) 5 10 -
1500 1500 1500
III.
Aromatische verbindingen benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen styreen (vinylbenzeen) fenol cresolen (som) dodecylbenzeen aromatische oplosmiddelen (som)
0,20 0,20 0,20 0,45 0,25 0,25 0,30 0,35 2,5
1,1 110 32 17 86 14 13 -
0,2 4 7 0,2 6 0,2 0,2 -
30 150 1000 70 300 2000 200 -
1,5
40
0,01 0,0007 0,003 0,003 0,0001 0,003 0,0005 0,0003 0,0004 0,0004 -
70 5 5 1 0,5 0,2 0,05 0,05 0,05 0,05
Gechloreerde koolwaterstoffen vinylchloride dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 1,2-dichlooretheen (cis- en trans-) dichloorpropanen trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachloormethaan (Tetra) tetrachlooretheen (Per)
0,10 0,10 0,20 0,20 0,30 0,30 0,80 0,25 0,25 0,3 0,25 0,30 0,15
0,1 3,9 15 6,4 0,3 1 2 5,6 15 10 2,5 0,7 8,8
0,01 0,01 7 7 0,01 0,01 0,8 6 0,01 0,01 24 0,01 0,01
5 1000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40
monochloorbenzeen dichloorbenzenen trichloorbenzenen tetrachloorbenzenen pentachloorbenzeen hexachloorbenzeen
0,20 2,0 0,015 0,0090 0,0025 0,0085
15 19 11 2,2 6,7 2,0
7 3 0,01 0,01 0,003 0,0009
180 50 10 2,5 1 0,5
monochloorfenolen(som) dichloorfenolen (som) trichloorfenolen (som) tetrachloorfenolen (som) pentachloorfenol
0,045 0,20 0,0030 0,015 0,0030
54 22 22 21 12
0,3 0,2 0,03 0,01 0,04
100 30 10 10 3
PCB's (som 7) chloornaftaleen (som) monochlooranilinen (som) dioxine (som I-TEQ)
0,020 0,070 0,20
1 23 50 0,00018
0,01 -
0,01 6 30 -
-
-
IV.
V.
Polycyclische aromatische waterstoffen (PAK's) naftaleen antraceen fenantreen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen benzo(k)fluoranteen indeno(1,2,3cd)pyreen PAK (som 10)
pentachlooraniline
kool-
0,000055 0,15
-
-
-
* De norm voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor barium tijdelijk buiten werking gesteld.
Bijlage 5
Toetsingskader Circulaire bodemsanering
voorkomen in:
Grondwater (μg/l opgelost, tenzij anders vermeld)
Grond/sediment (mg/kg droge stof)
Stof/niveau AW VI.
VII.
Bestrijdingsmiddelen chloordaan DDT (som) DDE (som) DDD (som) DDT/DDE/DDD (som) aldrin dieldrin endrin drins (som) -endosulfan -HCH -HCH -HCH (lindaan) HCH-verbindingen (som) heptachloor heptachloorepoxide (som) hexachloorbutadieen organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen(som landbodem) azinfos-methyl organotin verbindingen (som) tributyltin (TBT) MCPA atracine carburyl carbofuran 4-chloormethylfenolen (som) niet-chloorhoudende bestr.mid. (som)
Overige verontreinigingen asbest cyclohexanon dimethyl ftalaat diethyl ftalaat di-isobutylftalaat dibutyl ftalaat butyl benzylftalaat dihexyl ftalaat di(2-ethylhexyl)ftalaat ftalaten (som) minerale olie pyridine tetrahydrofuran tetrahydrothiofeen tribroommethaan ethyleenglycol diethyleenglycol acrylonitril formaldehyde isopropanol (2-propanol) methanol butanol (1-butanol) butylacetaat ethylacetaat methyl-tert-butyl ether (MTBE) methylethylketon
I
S
I
0,0200 0,20 0,10 0,020 0,015 0,00090 0,0010 0,0020 0,0030 0,00070 0,0020 0,003 0,40
4 1,7 2,3 34 0,32 4 4 17 1,6 1,2 4 4 -
0,02 ng/l 0,004 ng/l 0,009 ng/l 0,1 ng/l 0,04 ng/l 0,2 ng/l 33 ng/l 8 ng/l 9 ng/l 0,05 0,005 ng/l 0,005 ng/l -
0,2 0,01 0,1 5 1 0,3 3 -
0,0075 0,15 0,065 0,55 0,035 0,15 0,017 0,60 0,090
2,5 4 0,71 0,45 0,017 -
0,05-16 ng/l 0,02 29 ng/l 2 ng/l 9 ng/l -
0,7 50 150 50 100 -
2,0 0,045 0,045 0,045 0,070 0,070 0,070 0,045 190 0,15 0,45 1,5 0,20 5,0 8,0 2,0 2,5 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0
100 150 82 53 17 36 48 220 60 5000 11 7 8,8 75 -
0,5 0,5 50 0,5 0,5 0,5 -
15000 5 600 30 300 5000 630 -
Bodemtypecorrectie Anorganische verbindingen
Lb = Lst *
a + b * % lut. + c * % org.st. a + b * 25 + c * 10
Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg);% lut. is gemeten percentage lutum in de te beoordelen bodem; % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; A, B en C zijn constantenafhankelijk van de stof; Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij achtergrondwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door achtergrondwaarde.
Bijlage 5
Toetsingskader Circulaire bodemsanering
STOF arseen barium beryllium cadmium chroom cobalt koper kwik lood nikkel tin vanadium zink
a 15 30 8 0,4 50 2 15 0,2 50 10 4 12 50
b
c
0,4 5 0,9 0,007 2 0,28 0,6 0,0034 1 1 0,6 1,2 3
0,4 0 0 0,021 0 0 0,6 0,0017 1 0 0 0 1,5
Organische verbindingen
Lb = Lst *
% org.st. 10
Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg); % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; Voor bodems met gemeten organisch stofgehalten van meer dan 30% respectievelijk minder dan 2%, worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden. Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij achtergrondwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door achtergrondwaarde.
Nader onderzoek
De tussenwaarde (T) is het toetsingscriterium ten behoeve van een nader onderzoek. Wordt de tussenwaarde overschreden, dan is een nader onderzoek, op korte termijn, noodzakelijk
T = 0,5* (AW + I)
T is de tussenwaarde; AW is de achtergrondwaarde en I is de interventiewaarde.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK PLAKSESTRAAT 5A TE DUIVEN
Verkennend bodemonderzoek Plaksestraat 5a te Duiven
Opdrachtgever
Gemeente Duiven Kastanjelaan 3 6920 AA DUIVEN
Rapportnummer Versienummer
2097.001 D2
Status
Eindrapportage
Datum
15 november 2016
Vestiging
Doetinchem
Opsteller
Ing. J. Winkelhorst
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Ing. R.W.W. Wieskamp
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2008. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.
In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK................................................................................................................... 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 1 Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek ................................................................. 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Terreininspectie ................................................................................................................ 2 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Belendende percelen/terreindelen.................................................................................... 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 Bodemopbouw .................................................................................................................. 4 Geohydrologie .................................................................................................................. 4
3
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET) ................................................. 5
4
VELDWERK ................................................................................................................................ 6 4.1 4.2
4.3 5
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 9 5.1 5.2 5.3
6
Uitgevoerde werkzaamheden ........................................................................................... 6 Zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................ 7 4.2.1 Algemene bodemopbouw................................................................................... 7 4.2.2 Visuele inspectie toplaag/maaiveld .................................................................... 7 Grondwater ....................................................................................................................... 8
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 9 Toetsingskader ............................................................................................................... 10 Resultaten grond- en grondwatermonsters .................................................................... 12
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 14
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 2c. 3. 4a. 4b. 4. 5. 6. 7. 8.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Kadastrale gegevens - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten - Analysecertificaten - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Geraadpleegde bronnen - Eerder uitgevoerd bodemonderzoek - Regionale achtergrondgehalten 2097.001
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van de Gemeente Duiven opdracht gekregen voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Plaksestraat 5a te Duiven. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een onroerendgoedtransactie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een bodemverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de wijziging in de eigendomssituatie. Het vooronderzoek is verricht conform de NEN 5725:2009 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond" en de NEN 5707:2015 "Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond". De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000. Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001, 2002 en 2018.
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Circulaire bodemsanering 2013), de bepalingsgrens asbest en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1), VROM, 2007. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2 2.1
VOORONDERZOEK Geraadpleegde bronnen
De informatie over de onderzoekslocatie is gebaseerd op de bij de gemeente Duiven aanwezige informatie (contactpersoon de heer S. Brummel) en informatie verkregen uit de op 18 juli 2016 uitgevoerde terreininspectie. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over:
het historische, huidige en toekomstige gebruik; eventuele calamiteiten; eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken; de bodemopbouw en geohydrologie; verhardingen, kabels en leidingen.
Bijlage 6 geeft een overzicht van de geraadpleegde bronnen.
Rapport 2097.001 versie D2
Pagina 1 van 15
2.2
Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek
Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen. De onderzoekslocatie (± 15.180 m²) ligt aan de Plaksestraat 5a, aan de rand van de bebouwde kom van Duiven (zie bijlage 1). Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Duiven, sectie G, nummer 590 (zie bijlage 2c). Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 40 B, (schaal 1:25.000), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 9,5 m +NAP en zijn de coördinaten van de onderzoekslocatie X = 199.575, Y = 440.100. 2.3
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Volgens historisch kaartmateriaal was de locatie, alsmede de omgeving ervan, destijds in agrarisch gebruik (weide) en werd extensief bewoond. Op de onderzoekslocatie (en ter plaatse van het huidige erf van het woonperceel) is vanaf 1958 bebouwing zichtbaar. Waarschijnlijk betrof dit de witte houten villa met mogelijk enkel kleine bijgebouwen, waarvan melding is gemaakt door de eigenaar (zie bijlage 7). Omstreeks 1972 is de locatie Plaksestraat 5a bebouwd met een boerderij. De villa is op enig moment afgebroken. In 1985 heeft uitbreiding van de bedrijfsgebouwen plaatsgevonden. Tot circa 2004 is in deze situatie van de onderzoekslocatie niet veel veranderd. Omstreeks 2004 zijn twee veestallen gesloopt waarbij waarschijnlijk tevens de erfverharding (puin en beton) is opgenomen en afgevoerd. De bedrijfswoning is niet gesloopt, maar valt in onderhavige situatie buiten de onderzoekslocatie. Voorafgaand aan de sloop van de stallen is door het bureau SGS Environmental Services een inventarisatie verricht met betrekking tot de toepassing van asbesthoudende materialen (rapport RSB/R-17509/2004 d.d. 23 november 2004). Er mag vanuit gegaan worden dat de in kaart gebrachte asbesthoudende materialen onder gecontroleerde omstandigheden zijn verwijderd en zijn afgevoerd naar een erkend acceptant.
De voormalige aansluiting van de Plaksestraat op de Rijksweg is thans in gebruik als (verharde) inrit van het perceel. Er zijn geen ophogingen, stortingen of slootdempingen bekend. Onbekend is echter in hoeverre grond van elders is aangevoerd om de ruimte van de mestkelders aan te vullen. Voor zover bij de aanvrager bekend heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. De onderzoekslocatie is anno 2016 geheel onbebouwd en onverhard. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 2.4
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 2.3. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen.
Rapport 2097.001 versie D2
Pagina 2 van 15
2.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Met betrekking tot het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van perceel Plaksestraat 5a zijn in het verleden twee bodemonderzoeken verricht. De bevindingen zijn in navolgende documenten verwoord: -
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Plaksestraat 5a te Duiven, SGS, rapport 50801, d.d. 20 januari 2005;
-
Verkennend onderzoek asbest in grond Plaksestraat 5a te Duiven, SGS, rapport 50803, d.d. 23 december 2004.
Ten tijde van de uitvoering van deze onderzoeken waren de twee stallen en de erfverhardingen nog aanwezig. Uit de onderzoeken is gebleken dat de bodem plaatselijk bijmengingen met puin en kooldelen bevat. De bovengrond ter plaatse van de puinverharding is plaatselijk matig verontreinigd met lood, en licht verontreinigd met EOX, koper, nikkel, zink, PAK en minerale olie. De bovengrond van de onverdachte terreindelen is analytisch licht met nikkel verontreinigd. De ondergrond van het gehele perceel is analytisch licht verontreinigd met nikkel. Asbest is niet aangetroffen in de bodem. In bijlage 7 zijn de relevante gegevens uit de onderzoeksrapporten opgenomen. Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen andere bodemonderzoeken uitgevoerd. 2.6
Calamiteiten
Uit informatie van de gemeente Duiven blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. Wel heeft een calamiteit plaatsgevonden net buiten de onderzoekslocatie, zie hiervoor paragraaf 2.7. 2.7
Belendende percelen/terreindelen
In bijlage 6 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de belendende percelen opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende percelen is als volgt:
aan de noordoostzijde en noordwestzijde bevinden zich agrarische percelen; aan de zuidoostzijde bevinden zich de woonlocaties Plaksestraat 5 + 3 en agrarische percelen; aan de zuidwestzijde bevinden zich het erf van woonperceel 5a en de Plaksestraat / Rijksweg.
Op het perceel dat in zuidoostelijke richting aan de onderzoekslocatie grenst heeft, naar aanleiding van het vaststellen van een afwijkende geur, zowel bodemonderzoek als bodemsanering plaatsgevonden. De bevindingen zijn weergegeven in navolgende documenten: -
Verkennend en nader bodemonderzoek en plan van aanpak afsluiterlocatie S-1278 aan de Plaksestraat te Duiven, Outline Consultancy, rapport r2rB08K0038 – B10K0076.doc, d.d. 28 april 2010;
-
Evaluatierapport grondwatersanering afsluiterlocatie S1278 aan de Plaksestraat 5 te Duiven, Outline Consultancy, project R1JB11K0134.doc d.d. 9 september 2011.
Aanleiding voor het onderzoek was een calamiteit, te maken hebbend met lekkage van een Gasunieleiding ter hoogte van afsluiterlocatie S1278. Er was sprake van een grondwaterverontreiniging met aromaten en tetrahyrothiofeen. Het is aangemerkt als een nieuwe geval van bodemverontreiniging, (nummer GE022600164) waardoor de zorgplicht van toepassing was (artikel 13 en 27 van de Wet bodembescherming). De graafwerkzaamheden zijn van 9 t/m 14 juni 2011 door Oosterhof Holman uitgevoerd. De grondwatersanering heeft plaatsgevonden in de periode 8 t/m 16 juni 2011. Er is 3 35 m grond ontgraven en tijdelijk in depot geplaatst, waarna er grondwater met een gemiddeld debiet 3 van 36 m /h is onttrokken.
Rapport 2097.001 versie D2
Pagina 3 van 15
Uit het evaluatieverslag blijkt dat de verontreinigde bodem tot aan de streefwaarde is gesaneerd. Hoewel er zeer geringe gehalten aan benzeen en xylenen zijn achtergebleven, bleek dit onvoldoende reden om aanvullende maatregelen in te stellen. Er is voldaan aan de zorgplicht. Van de overige aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. Uit de verzamelde informatie blijkt dat er vanuit de aangrenzende percelen geen bodemverontreinigingen zijn te verwachten. 2.8
Toekomstige situatie
De eigendomssituatie van het perceel zal mogelijk wijzigen. Verder zijn geen wijzigingen in functie en/of gebruik bekend. 2.9
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
De gemeente Duiven heeft de lokale achtergrondgehalten van een aantal metalen, PAK, EOX en minerale olie voor grond vastgesteld. De gemeente Duiven hanteert de 80-percentielwaarde (80% van de beschikbare gemeten stofgehalten voor die zone zijn lager dan deze waarde vastgesteld) als gebiedseigen bodemkwaliteit binnen een zone. Als deze waarde onder de landelijke achtergrondwaarde (AW) is gelegen, hanteert de gemeente de AW. Met betrekking tot deelgebied B8 (bovengrond) bevinden 80-percentielswaarden voor de parameters kwik, lood, nikkel, zink en PAK zich boven de landelijke achtergrondwaarden. Met betrekking tot deelgebied O23 (ondergrond) bevindt de 80-percentielwaarde van nikkel zich boven de landelijke achtergrondwaarde (zie bijlage 8). Regionaal komen verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater voor. 2.10 Bodemopbouw De originele bodem bestaat bestaat volgens de bodemkaart van Nederland, kaartblad 40 West, 1975 (schaal 1:50.000), uit een kalkhoudende poldervaaggrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit zware klei. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. 2.11 Geohydrologie De onderzoekslocatie is gelegen in het rivierengebied.
Het watervoerend pakket heeft een dikte van ± 17,0 m en wordt gevormd door de matig grove tot zeer grove en grindrijke Formatie van Kreftenheye. Op deze fluviatiele formatie ligt de kleiige toplaag behorende tot de Formatie van Echteld, met een dikte van ± 2,0 m. Het watervoerend pakket, welke een dikte heeft van circa 25 m, wordt aan de onderzijde begrensd door de Formatie van Breda en Oosterhout bestaande uit fijne slibhoudende zanden en kleien. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 8,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich naar verwachting bevindt op ± 1,5 m -mv. Het freatisch grondwater stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, kaartblad 40 West, 1981 (schaal 1:50.000), in noordwestelijke richting. In de omgeving van de onderzoekslocatie vinden geen geregistreerde particuliere grondwateronttrekkingen plaats die van invloed zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
Rapport 2097.001 versie D2
Pagina 4 van 15
3
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET)
Uit de huidige informatie blijkt dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Derhalve is er vanuit gegaan dat de eerder aangetoonde lokale uitschieter met betrekking tot de parameter lood, wegens grondverzet en verwijdering van de bron (puin) niet meer aangetoond kan worden. Op basis van de huidige informatie is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Omdat na het onderzoek de bodemdynamiek met name plaats heeft gevonden ter plaatse van het voormalige erf, is specifieke aandacht gegeven aan het voormalige puinpad en de voormalige opstallen. Hier is met name zintuiglijk vastgesteld in welke mate de bodem puinhoudend is. De overige terreindelen zijn naar rato minder intensief onderzocht.
Op deze terreindelen is na 2004 (jaar van uitvoering verkennend bodemonderzoek) geen sprake geweest van gewijzigd bodemgebruik. Ten behoeve van het bodemonderzoek is, op basis van de huidige informatie, een aantal deellocaties geïdentificeerd. In tabel I zijn de onderzoeksstrategieën die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties weergegeven. Tabel I.
Onderzoeksstrategie Deellocatie
Oppervlakte 2
A: Vml. verhardingslagen en vml. bebouwing
± 1.930 m
B: Overige terreindelen
± 13.250 m2
Verwachte stoffen
Onderzoeksprotocol/-strategie
-
NEN 5740/5707 ONV
-
NEN 5740/ONV-GR
Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740 / NEN 5707: ONV : Onverdacht ONV-GR : Grootschalig onverdacht
Deellocatie A bestaat grotendeels uit het voormalige erf, maar ook een geringe oppervlakte nabij de Rijksweg (deel van de voormalige toerit) maakt deel uit van deze deellocatie.
Rapport 2097.001 versie D2
Pagina 5 van 15