bijlage - 0.0 plan van aanpak incl bijlage 2097.007.pdf
Tekst van het document
PLAN VAN AANPAK ASBEST IN PUIN SANERING PLAKSESTRAAT TE DUIVEN
Plan van Aanpak asbest in puin sanering Plaksestraat te Duiven Opdrachtgever
1Stroom Postbus 6 6920 AA Duiven
Rapportnummer Versienummer
2097.007 D1
Status
Definitief
Datum
17 november 2020
Vestiging
Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 0314 - 365150 doetinchem@econsultancy.nl
Opsteller
ing. G. Willemsen
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer dr.ir. B.A. van de Pas
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2008.
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2.
LOCATIEGEGEVENS EN VERONTREINIGINGSSITUATIE..................................................... 1 2.1 2.2
3.
Algemeen.......................................................................................................................... 1 Verontreinigingssituatie en gevalsdefinitie ....................................................................... 1
SANERINGSDOELSTELLING EN -WIJZE ................................................................................ 2 3.1 3.2
4.
Doelstelling ....................................................................................................................... 2 Saneringswijze, uitgangspunten en randvoorwaarden .................................................... 2
PROCEDURELE, ORGANISATORISCHE EN VEILIGHEIDSASPECTEN ............................... 3 4.1 4.2 4.3
5.
Procedurele aspecten ....................................................................................................... 3 Organisatorische aspecten ............................................................................................... 4 Arbeidshygiëne en veiligheid ............................................................................................ 4
BESCHRIJVING SANERINGSWERKZAAMHEDEN ................................................................. 5 5.1 5.2
Algemeen.......................................................................................................................... 5 Voorbereidende werkzaamheden..................................................................................... 5 5.2.1 Inrichting werkterrein .......................................................................................... 5 5.2.2 Kabels en leidingen ............................................................................................ 5 Sanering ........................................................................................................................... 5 Afronding saneringswerkzaamheden ............................................................................... 6
5.3 5.4 6.
MILIEUKUNDIGE BEGELEIDING EN CONTROLE ................................................................... 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
7.
Algemeen.......................................................................................................................... 6 Overleg en communicatie ................................................................................................. 6 Milieukundige begeleiding; processturing, verificatie en advisering/projectleiding .......... 7 Bemonsteringen................................................................................................................ 8 Overleg en advies ............................................................................................................. 8
PLANNING .................................................................................................................................. 8
BIJLAGEN: 1. 2. 2a 2b 2c 3. 4. 5.
Topografische ligging van de locatie Tekeningen Locatieschets: contour stortlocatie Locatieschets: dwardoorsnede Saneringslocatie, ontgravingsvakken, (twijfel)depot Kadastrale gegevens Rapportage voorgaand onderzoek Indicatief asbestonderzoek incl. bijlage
2097.007
1.
INLEIDING
Econsultancy heeft van 1Stroom opdracht gekregen voor het opstellen van een plan van aanpak voor de asbest in puin sanering aan de Plaksestraat te Duiven. Het plan van aanpak is opgesteld ter voorbereiding op de sanering van de met asbest verontreinigde puin/stort, welke zijn aangetroffen tijdens de bodemsaneringswerkzaamheden betreffende de loodverontreiniging (plan van aanpak, kenmerk 2097.005). De sanering wordt uitgevoerd om het betreffende perceel geschikt te maken voor landbouw. In het plan van aanpak is een saneringsvariant uitgewerkt, waarbij als doelstelling geldt de locatie geschikt te maken voor het beoogde gebruik. Het plan van aanpak heeft betrekking op het met asbest verontreinigd puin/stort aangetroffen op het perceel gemeente Groessen en Loo, sectie G, nummer 615. De verontreiniging is niet perceelsgrensoverschrijdend. Het bevoegd gezag (Omgevingsdienst Regio Arnhem) zal het onderhavige plan moeten goedkeuren.
2.
LOCATIEGEGEVENS EN VERONTREINIGINGSSITUATIE
2.1
Algemeen
De saneringslocatie ligt aan de Plaksestraat, nabij de kern van Duiven (zie bijlage 1). In het indicatief (nader)onderzoek asbest in puin (Econsultancy, 2097.006, 10 november 2020) is de asbest-verontreiniging afgeperkt. In bijlage 5 is de rapportage inclusief bijlage bijgevoegd. Het asbestgehalte ter plaatse van de sleuven S01, S04, S05 en S06 overschrijdt de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.). De oppervlakte van het asbest in de stortlocatie betreft circa 50 m2. Met een diepte van circa 0,5 m -mv zal de minimale hoeveelheid circa 25 m3 bedragen. Er kan echter niet worden uitgesloten dat het overige puin geen asbestverdacht materiaal bevat. Als worse-case scenario wordt om die reden de gehele nog aanwezige toplaag als heterogeen verontreinigd met asbest beschouwd, circa 2000 m2. De puinlaag bevindt zich in het traject vanaf maaiveld tot gemiddeld circa 0,5 m -mv. De verwachting is dat de totale omvang derhalve circa 1.000 m3 zal bedragen. 2.2
Verontreinigingssituatie en gevalsdefinitie
Voorafgaand aan deze sanering zijn een aantal sleuven gegraven en op basis van zintuiglijke waarneming monsters genomen van asbestverdacht materiaal en mengmonsters in het veld samengesteld om zodoende het gehalte aan asbest te bepalen in zowel de fijne als de grove fractie. De bevindingen zijn gerapporteerd in de indicatieve (nader)onderzoek asbest in puin, bijgevoegd in bijlage 5. Aangezien de verontreiniging asbest verontreinigd puin betreft, valt deze verontreiniging niet onder de Wet bodembescherming (meer of gelijk aan 50% bodemvreemdmateriaal).
Rapport 2097.007 versie D1
Pagina 1 van 8
3.
SANERINGSDOELSTELLING EN -WIJZE
3.1
Doelstelling
De doelstelling van de sanering is als volgt gedefinieerd: -
Het met asbest-verontreinigd puin te verwijderen (0 mg/kg d.s.). Er mag in ieder geval geen sprake meer zijn van zintuiglijke aanwezigheid van asbest; Het perceel is geschikt voor bewerking en verbouwen van tarwe.
De ontgraving zal worden aangevuld met teelaarde. Op basis van de vastgestelde toepassingskaart (bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassekaart milieusamenwerking regio Arnhem, 5 oktober 2010) dient het teelaarde te voldoen aan kwaliteitsklasse landbouw/natuur. 3.2
Saneringswijze, uitgangspunten en randvoorwaarden
De bodemsanering zal op conventionele wijze plaatsvinden: -
De puinlaag zal worden ontgraven en gecontroleerd worden verwerkt; De verontreiniging (puin/asbest) wordt volledig gesaneerd.
Voor de uitvoering van de sanering is een aantal randvoorwaarden en uitgangspunten vastgesteld: -
Grondkerende constructies zijn in de onderhavige saneringsvariant niet noodzakelijk en niet inbegrepen; De werkzaamheden worden in den droge uitgevoerd, grondwater onttrekkende maatregelen zijn niet van toepassing en niet inbegrepen; De saneringslocatie wordt volledig voorzien van afsluitbaar hekwerk; De ontgraving wordt rekening houdend met de herinrichting van het terrein aangevuld met teelaarde (conform bodemkwaliteitskaart bodemkwaliteit landbouw/natuur).
Rapport 2097.007 versie D1
Pagina 2 van 8
4.
PROCEDURELE, ORGANISATORISCHE EN VEILIGHEIDSASPECTEN
4.1
Procedurele aspecten
Ten behoeve van de voorbereiding, uitvoering en afronding van de saneringswerkzaamheden zijn de procedurele aspecten van toepassing, zoals beschreven in tabel 1. Tabel 1.
Procedurele aspecten
Fase
Onderdeel
Door
Opmerkingen
Start
Melding bij bevoegd gezag Wbb
Eigenaar/gemachtigde
Afgezien dat de werkzaamheden niet onder de Wbb vallen is bevoegd gezag Omgevingsdienst Regio Arnhem.
Voorbereiding saneringswerkzaamheden
Melding bij Inspectie SZW
Aannemer
Uiterlijk vijf werkdagen voor start van de grondwerkzaamheden dient een melding bij SZW te worden ingediend.
Aanvraag afvalstroomnummer(s)
Aannemer
Waar van toepassing dient voor de afvoer van verontreinigde grond van de locatie bij de ontvanger/verwerker een afvalstroomnummer aangevraagd te worden.
Melding start bij bevoegd gezag Wbb
opdrachtgever/ milieukundig begeleider
De start van de saneringswerkzaamheden moet uiterlijk 5 werkdagen voorafgaand te worden gemeld bij het bevoegd gezag (Omgevingsdienst Regio Arnhem).
V&G-plan
Aannemer
Voorafgaand aan de sanering moet een V&G-plan worden opgesteld waarin aspecten zoals risico's voor de veiligheid, de gezondheid en het milieu en de te treffen maatregelen worden vermeld.
Graafmelding bij het KLIC
Aannemer
De kabels en leidingen zullen (indien aan de orde) voorafgaand aan de sanering worden vrijgegraven.
Toolbox-meeting
Aannemer/hogere veiligheidsdeskundiger/ arbeidshygiënist
Bij start sanering worden aan alle medewerkers van de sanering de veiligheids- en gezondheidsaspecten, die van toepassing zijn op de bodemsanering, toegelicht. De aannemer controleert of beschermingsmaatregelen zijn getroffen en ziet toe op een correct gebruik van de middelen.
Melding BBK
Toepasser grond
-
Melding afronding
Milieukundig begeleider
Wanneer de terugsaneerwaarde is behaald, eindmelding van de sanering bij het bevoegd gezag.
Opstellen evaluatierapport
Milieukundig adviseur
Het evaluatierapport zal uiterlijk 4 weken na afronding van de saneringswerkzaamheden bij het bevoegd gezag worden ingediend.
Uitvoering saneringswerkzaamheden
Afronding
Rapport 2097.007 versie D1
Pagina 3 van 8
4.2
Organisatorische aspecten
In tabel 2 is de organisatiestructuur van het bodemsaneringsproject weergegeven. Tabel 2.
Organisatiestructuur
Partij
Instantie
Contactpersoon
Opdrachtgever
1Stroom Postbus 6 6920 AA Duiven
Mevr. E. Haak Tel. 0315-696000
Bevoegd gezag
Omgevingsdienst Regio Arnhem Elderinkweg 2 7255 KA Hengelo (Gld)
Mevr. L. Buzing-Huigen Tel. 026-3771652
Directievoering
1Stroom Postbus 6 6920 AA Duiven
Mevr. E. Haak Tel. 0315-696000
Milieukundige begeleiding
Econsultancy Fabriekstraat 19 C 7005 AP Doetinchem Tel. 0314 - 365150
Projectleider Mevr. G. Willemsen Tel. 06-36398925 Milieukundige beleider Dhr. M. Krijgsman Tel. 06-17809723
Hoofdaannemer
Van Dalen Sloop en Asbest b.v. postbus 59 6850 AB Huissen
Hogere Veiligheidskundige
n.t.b.
Verwerker verontreinigde grond
n.t.b.
4.3
Dhr. M. Mulder Tel. 06-83905005
Arbeidshygiëne en veiligheid
Over het algemeen geldt dat de inrichting, uitvoerings- en veiligheidsaspecten van de saneringswerkzaamheden in dit plan van aanpak wordt geconformeerd aan hetgeen beschreven in de "Werken in of met verontreinigde bodem"; CROW 400 (2018). De definitieve veiligheidsklasse dient voorafgaand aan de saneringswerkzaamheden door de veiligheidskundige te worden bepaald. Op basis van voorgaande informatie is betrokkenheid bij de voorbereiding en begeleiding bij de werkzaamheden ter plaatse van de te saneren locaties door een Arbeidshygiënist of Hogere Veiligheidskundige voor het onderhavig geval verplicht. Voordat begonnen wordt aan de sanering zal door de aannemer een veiligheids- en gezondheidsplan (V&G-plan) worden opgesteld.
Rapport 2097.007 versie D1
Pagina 4 van 8
5.
BESCHRIJVING SANERINGSWERKZAAMHEDEN
5.1
Algemeen
De totale duur van de saneringswerkzaamheden bedraagt circa 15 dagen. De milieukundige begeleider dient er op toe te zien dat de saneringswerkzaamheden conform het plan van aanpak worden uitgevoerd. 5.2
Voorbereidende werkzaamheden
5.2.1
Inrichting werkterrein
De locaties dienen voorafgaand aan de sanering te worden afgezet door middel van een afsluitbaar bouwhekwerk. Het hekwerk is voorzien van de benodigde gebods- en waarschuwingsborden. Tijdens de saneringswerkzaamheden zal een (4-traps) decontaminatie-unit aanwezig zijn, deze is geplaatst op de vuil/schone zone. Er zullen voorzieningen getroffen worden om bij de asbestsanering verspreiding te voorkomen. 5.2.2
Kabels en leidingen
Voorafgaand aan het werk dient, door de aannemer, op basis van een KLIC-melding, de ligging van de kabels en leidingen te worden bepaald. 5.3
Sanering
In het voorafgaand uitgevoerd onderzoek zijn enkele spots met asbest aangetroffen. Deze locaties zijn in bijlage 2c weergegeven en betreffen ontgravingsvakken B tot en met F. Er zal gestart worden met het ontgraven en direct afvoeren van de zintuiglijk reeds aangetroffen asbestspots. Nadat zintuiglijk is aangetoond dat het asbest is verwijderd zal de putbodem worden bemonsterd en geanalyseerd op de fijne fractie < 20 mm. Na ontgraven en bemonsteren van de ontgravingsvakken B tot en met F zal het overige ontgravingsvak A worden ontgraven. Aangezien de locatie geschikt moet worden gemaakt voor het verbouwen van tarwe, wordt de gehele stortlocatie tot 0,5 m -mv ontgraven. Zintuiglijk wordt bij het eventueel aantreffen van asbest-verdacht materiaal in het veld gescheiden en afgevoerd. Er wordt separaat een (twijfel)depot gemaakt van zintuiglijk asbestvrij materiaal. De ontgravingsgrenzen, overgang van de stortlocatie naar bodem (minder dan 50% bijmengingen), wordt op zintuiglijke basis vastgesteld. Hierbij wordt ook gekeken naar het voorkomen van waarneembaar plaatmateriaal. Het (twijfel)depot zal worden bemonsterd conform BRL SIKB 1000, protocol 1003 ‘vormgegeven bouwstof’ afhankelijk van dit resultaat wordt bepaald waar deze kan worden toegepast. Op basis van het sleuvenonderzoek is een geschatte oppervlakte van circa 50 m2 asbestverontreinigd materiaal aangetoond.
Met een laagdikte van circa 0,5 m -mv is de minimale hoeveelheid asbest-verontreinigd materiaal circa 25 m3. De totale oppervlakte van de stortlocatie is circa 2.000 m2. De verwachting is dat de laag heterogeen verontreinigd is met asbest. Derhalve zal, met een gemiddelde laag dikte van circa 0,5 m -mv, in worse-case de totale maximale omvang van de asbest-verontreiniging circa 1.000 m3 zal bedragen. In bijlage 2a is de geschatte contour van de stortlocatie weergegeven. In bijlage 2b is de dwarsdoorsnede en in bijlage 2c zijn de saneringslocatie en de ontgravingsvakken opgenomen.
Rapport 2097.007 versie D1
Pagina 5 van 8
Bij iedere af te voeren vracht wordt door de milieukundig begeleider een transportbegeleidingsformulier ondertekend. Van de afgevoerde vrachten dienen de weegbonnen bij de milieukundig begeleider te worden ingediend. Indien op basis van de visuele waarnemingen wordt verwacht dat het verontreinigde stort voldoende is ontgraven zullen van de putbodem en putwanden controlemonsters worden genomen (zie paragraaf 6.4). Indien uit de eindbemonsteringen blijkt dat de asbestverontreiniging en zintuiglijk de stort ( tot maximaal 0,5 m -mv) is verwijderd worden de ontgravingswerkzaamheden beëindigd. 5.4
Afronding saneringswerkzaamheden
Aanvulgrond dient te voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse natuur/landbouw. De aanvulgrond is voorzien van een erkend kwaliteitscertificaat. Ten behoeve van de aanvulling wordt rekening gehouden dat circa 1.100 m3 (los gestort) teelaarde wordt geleverd. Na beëindiging van de ontgravingswerkzaamheden zal het werkterrein worden opgeruimd en ordentelijk worden opgeleverd.
6.
MILIEUKUNDIGE BEGELEIDING EN CONTROLE
6.1
Algemeen
In verband met de aanwezigheid van (en het werken met) verontreinigde stort is tijdens de uitvoering van de saneringswerkzaamheden een milieukundige begeleider aanwezig. De milieukundige begeleider ziet er op toe dat de saneringswerkzaamheden conform het plan van aanpak worden uitgevoerd. De milieukundige begeleiding wordt uitgevoerd op basis van hetgeen beschreven in de BRL SIKB 6000 ("Beoordelingsrichtlijn milieukundige begeleiding en evaluatie van bodemsanering"), met het bijbehorende VKB-protocol 6001. De milieukundige begeleider zal in dit geval aanwezig zijn tijdens de volgende werkzaamheden: -
Ontgraven en afvoer van verontreinigde stort.
De milieukundige begeleider zal niet continue aanwezig zijn tijdens de volgende werkzaamheden: 6.2
Inrichten van het werkterrein (plaatsen hekwerk, rijplaten, decontaminatie-unit etc.); Aanvulwerkzaamheden; Opruimen van het werkterrein (verwijderen hekwerk, rijplaten, decontaminatie-unit etc.). Overleg en communicatie
De milieukundig begeleider zal als adviseur een begeleidende rol spelen in de stappen die voorafgaand aan de sanering genomen worden. Hiermee wordt bedoeld dat een actieve bijdrage geleverd wordt aan communicatie met bevoegd gezag en dat overlegd wordt met de verantwoordelijke partijen. Daarnaast zullen, in samenspraak met de saneerder, de benodigde meldingen worden verricht (zie tabel 1).
Rapport 2097.007 versie D1
Pagina 6 van 8
6.3
Milieukundige begeleiding; processturing, verificatie en advisering/projectleiding
De milieukundige begeleiding bestaat uit de onderdelen milieukundige processturing, milieukundige verificatie en milieukundige advisering/projectleiding. De milieukundig begeleider verzorgt de werkzaamheden op locatie (processturing) en de eindcontrole (verificatie). Hierbij zal de projectleider verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit van de werkzaamheden van de milieukundig begeleider. De milieukundige begeleiding is te onderscheiden in twee taken: Processturing: - toezicht op de uitvoering volgens het plan van aanpak en controle op het optreden van afwijkingen ten opzichte ervan; - vermelden en communiceren van afwijken op het plan van aanpak; - aangeven ontgravingsgrenzen en het milieutechnisch aansturen tijdens de graafwerkzaamheden; - in overleg met de aannemer de locatie aangeven voor eventuele tijdelijke depots waarin mogelijk ontgraven materiaal worden opgeslagen en het aanwijzen van de definitieve bestemmingen; - indien nodig het nemen van monsters ten behoeve van de processturing; - het bijhouden van een logboek, gedurende de sanering, met hierbij aandacht voor: - registratie weegbonnen of de afvoer van de verontreinigd materiaal naar de overeengekomen bestemming plaatsvindt; - registratie van bezoekers van de locatie; - registratie van de weersgesteldheid gedurende de uitvoering van het werk; - registratie van uitgevoerde werkzaamheden en bemonsteringen; -
controleren of de werkzaamheden op de gewenste milieuhygiënisch verantwoorde manier worden uitgevoerd. Verificatie:
- milieukundige controle eindsituatie; - vastlegging eindresultaat; - opstellen evaluatieverslag.
De volgende taken behoren tot de verantwoording van de projectleider: -
Dagelijkse leiding van het project; Controle op de voortgang van de sanering op vastgestelde tussentijdse ijkmomenten; Het toetsen of (tussentijdse) saneringsdoelstellingen zijn behaald; Aangeven van de mogelijkheden om bij te sturen in gevolg van afwijkingen; Indien nodig, in samenwerking met de saneerder, een revisieplan opstellen; Overleg met betrokkenen, waaronder opdrachtgever en het bevoegd gezag, alsmede het adviseren van saneerder en opdrachtgever.
Rapport 2097.007 versie D1
Pagina 7 van 8
6.4
Bemonsteringen
De eindbemonstering zal worden uitgevoerd op basis van protocol 6001 "Milieukundige begeleiding en evaluatie landbodemsanering met conventionele methoden en nazorg" van de BRL SIKB 6000. Asbest Eindbemonsteringen van de putbodem (per 200 m²) en putwanden (per 50 m², maximale laagdikte 1 m) worden verricht, vast te stellen of de verontreiniging voldoende is ontgraven. Ingeschat wordt dat er in totaal 10 mengmonsters zullen worden samengesteld. Daarvan zijn zullen er 5 putbodems en 5 putwanden betreffen.
6.5
Overleg en advies
Naast de dagelijkse werkzaamheden op het gebied van milieukundige processturing en verificatie zal de milieukundig begeleider de verzamelde informatie terugkoppelen aan de opdrachtgever en deze adviseren over voortgang en resultaten. Na afronding van de sanering zal een evaluatieverslag worden opgesteld en, ter beoordeling, bij het bevoegd gezag worden ingediend.
7.
PLANNING
De startdatum van de werkzaamheden is nog onbekend. De grondsanering zal naar verwachting circa 15 dagen duren.
Econsultancy Doetinchem, 17 november 2020
Rapport 2097.007 versie D1
Pagina 8 van 8
01 23456'8'9*+*5,4-1./06'3155115'241'36'3*/4416' '
'
'
'
'567889':;<=>???' @ABA'C88DE'FG'HIIDJKADF67E'
'
'
Bijlage 2
Tekeningen
Bijlage 3
Kadastrale gegevens
BETREFT
Groessen en Loo G 615 UW REFERENTIE
2097.007 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
29-10-2020 - 16:34
S11078729892
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
29-10-2020 - 14:33
29-10-2020 - 14:33
BLAD
1 van 2
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Groessen en Loo G 615 Kadastrale objectidentificatie : 080930061570000
Kadastrale grootte 15.088 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 199598 - 440091 Omschrijving Terrein (grasland) Ontstaan uit Groessen en Loo G 590
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB. Landelijke Voorziening
RECHTEN 1 Eigendom belast met Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de
Belemmeringenwet Privaatrecht op gedeelte van perceel (zie 1.1) Soort recht Eigendom (recht van) Afkomstig uit stukken Hyp4 55288/198
Hyp4 30735/107 Arnhem
Ingeschreven op 22-08-2008 om 09:50 Ingeschreven op 24-03-2005 om 12:55
Naam gerechtigde Gemeente Duiven Adres Kon Willem-Alexanderpln 1
6921 ES DUIVEN Postadres Postbus 6
6920 AA DUIVEN Statutaire zetel DUIVEN KvK-nummer 09217727 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister
1.1 Zakelijk recht als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b, van de Belemmeringenwet
Privaatrecht op gedeelte van perceel Afkomstig uit stukken Hyp4 72429/99
Hyp4 4390/34 Arnhem
Ingeschreven op 16-01-2018 om 14:50
BETREFT
Groessen en Loo G 615 UW REFERENTIE
2097.007 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
29-10-2020 - 16:34
S11078729892
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
29-10-2020 - 14:33
29-10-2020 - 14:33
BLAD
2 van 2
Naam gerechtigde Gasunie Transport Services B.V. Adres Concourslaan 17
9727 KC GRONINGEN Statutaire zetel GRONINGEN KvK-nummer 02084889 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister
Vermeld in stuk Hyp4 63933/00167
Ingeschreven op 06-02-2014 om 09:00
Naamswijziging rechtspersoon
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
Bijlage 4
Voorgaand uitgevoerde bodemonderzoeken
VERKENNEND BODEMONDERZOEK EN NADER ONDERZOEK ASBEST IN BODEM PLAKSESTRAAT 5A TE DUIVEN
Rapportage verkennend bodemonderzoek en nader onderzoek asbest in bodem Plaksestraat 5a te Duiven Opdrachtgever
Gemeente Duiven Postbus 6 6920 AA Duiven
Rapportnummer Versienummer
2097.003 D1
Status
Eindrapportage
Datum
28 mei 2018
Vestiging
Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 0314 - 365150 doetinchem@econsultancy.nl
Opsteller
J.M. Rüssel, MSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
ing. R.J.E. Kok
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2008. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.
In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK................................................................................................................... 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 1 Algemene locatiegegevens .............................................................................................. 1 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 2 Calamiteiten ...................................................................................................................... 2 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Belendende percelen/terreindelen.................................................................................... 4 Terreininspectie ................................................................................................................ 5 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 5 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 5
3
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET) ................................................. 6
4
VELDWERK ................................................................................................................................ 7 4.1 4.2
5
LABORATORIUMONDERZOEK .............................................................................................. 10 5.1 5.2 5.3
6
Uitgevoerde werkzaamheden ........................................................................................... 7 Zintuiglijke waarnemingen ................................................................................................ 8 4.2.1 Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest ................................................... 8
Uitvoering analyses ........................................................................................................ 10 Toetsingskader ............................................................................................................... 11 Analyseresultaten ........................................................................................................... 12
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 14
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3a. 3b. 4a. 4b. 5.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Bodemprofielen - Foto’s asbestinspectiesleuven, opgegraven en gezeefd materiaal - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Circulaire bodemsanering
2097.003
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van de gemeente Duiven opdracht gekregen voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en nader onderzoek asbest in bodem aan de Plaksestraat 5a te Duiven. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de resultaten van het voorgaand door Econsultancy uitgevoerde historisch bodemonderzoek (2 februari 2018, 2097.002) en in het kader van de verkoop van de onderzoekslocatie in combinatie met aangetroffen asbestverdacht plaatmateriaal bij graafwerkzaamheden. Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of op de onderzoekslocatie een bodemverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen verkoop van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het nader onderzoek asbest in bodem is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016 "Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond". De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000.
Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2018. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Circulaire bodemsanering 2013) en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1), VROM, 2007. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2018 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2 2.1
VOORONDERZOEK Geraadpleegde bronnen
De informatie over de onderzoekslocatie is gebaseerd op het eerder door Econsultancy uitgevoerde historisch onderzoek (2 februari 2018, 2097.002). In dit hoofdstuk zijn de meest relevante gegevens opgenomen. 2.2
Algemene locatiegegevens
De onderzoekslocatie ligt aan de Plaksestraat 5a, circa 900 meter ten oosten van het centrum van Duiven (zie bijlage 1) en is kadastraal bekend gemeente Groessen, sectie G, nummer 614 (zie bijlage 2). Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 40 B, (schaal 1:25.000), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 10 m +NAP en zijn de coördinaten van een centraal punt binnen de onderzoekslocatie X = 199.575, Y = 440.095.
Rapport 2097.003 versie D1
Pagina 1 van 15
2.3
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Om de historische ontwikkeling van de onderzoekslocatie te beoordelen is gebruik gemaakt van topografische kaarten uit de periode 1868 - 2015. Uit het historische kaartmateriaal blijkt dat het centrale deel van de locatie vanaf 1962 tot 2011 bebouwd is geweest met verschillende (bij)gebouwen. Tevens blijkt uit het historische kaartmateriaal dat ter plaatse van de onderzoekslocatie in het verleden 2 sloten aanwezig zijn geweest die omstreeks 1970 zijn gedempt. Uit het milieudossier van de gemeente Duiven blijkt dat in 1981 een vergunning is verleend voor het oprichten, in werking brengen en in werking houden van een veehouderij met mestopslag. In 1996 is een revisievergunning opgesteld. In het kader van de milieuvergunning is in 1996 een integrale milieucontrole op de veehouderij uitgevoerd. Bij deze controles zijn geen bodemgerelateerde zaken geregistreerd. Uit informatie van de voormalige gebruiker van het perceel is gebleken dat ten noorden en ten westen van de stallen in het verleden een puinverharding aanwezig was, afkomstig van een gesloopt woonhuis te Groessen. Tevens is puin dat afkomstig is uit twee gesloopte bijgebouwen van het perceel zelf in de puinverharding verwerkt. Uit het sloopdossier dat bij de gemeente Duiven aanwezig is blijkt dat op 30 mei 2007 een sloopvergunning is verleend.
Op 4 juni 2007 is opdracht gegeven aan de firma Putman voor de sloop van de 2 stallen. Bij de sloop zijn tevens de funderingsmuren uit de bodem verwijderd. De ontstane sparingen zijn opgevuld met zand van elders. Voorafgaand aan de sloop van de stallen is door het bureau SGS Environmental Services een inventarisatie verricht met betrekking tot de toepassing van asbesthoudende materialen (rapport RSB/R-17509/2004 d.d. 23 november 2004). Uit deze onderzoeken blijkt dat op diverse plaatsen sprake was van asbesthoudende toepassingen. Deze toepassingen zijn onder gecontroleerde omstandigheden door Putman voorafgaand aan de sloop verwijderd en afgevoerd naar een erkende verwerkingslocatie. 2.4
Toekomstige situatie
De gehele locatie zal in gebruik worden genomen als akker. Het zuidoostelijk en noordwestelijke deel van de locatie is reeds in gebruik als akker. 2.5
Calamiteiten
Voor zover bij de gemeente Duiven bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan.
Rapport 2097.003 versie D1
Pagina 2 van 15
2.6
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd:
Verkennend onderzoek asbest in grond Plaksestraat 5a te Duiven, SGS, rapport 50803, d.d. 23 december 2004; Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Plaksestraat 5a te Duiven, SGS, rapport 50801, d.d. 20 januari 2005; Verkennend bodemonderzoek Plaksestraat 5a te Duiven, Econsultancy, rapport 2097.001, d.d. 15 november 2016. Historisch bodemonderzoek Plaksestraat 5a te Duiven, Econsultancy, rapport 2097.002, d.d. 2 februari 2018.
Ten tijde van de in 2004 en 2005 uitgevoerde onderzoeken waren de twee stallen en de erfverhardingen nog aanwezig. Uit de onderzoeken is gebleken dat de bodem plaatselijk bijmengingen met puin en kooldelen bevat. De bovengrond ter plaatse van de puinverharding is plaatselijk matig verontreinigd met lood, en licht verontreinigd met EOX, koper, nikkel, zink, PAK en minerale olie. De bovengrond van de onverdachte terreindelen en de ondergrond van het gehele perceel is analytisch licht verontreinigd met nikkel. Plaatselijk is in de ondergrond een sterk verhoog arseengehalte aangetoond. Verhoogde nikkel en arseen gehalten worden vaker aangetroffen in de regio en hebben een natuurlijke oorsprong. Uit het verkennend onderzoek asbest in bodem is gebleken dat plaatselijk asbest is aangetoond beneden de interventiewaarde. Destijds is geconcludeerd dat nader onderzoek asbest in bodem niet noodzakelijk was. Tijdens het in 2016 door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek was de onderzoekslocatie geheel onbebouwd. Er is onderscheid gemaakt tussen de voormalig bebouwde/verharde terreindelen (deellocatie A) en het overige terreindeel (deellocatie B). Ter plaatse van deellocatie A is tevens een verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd.
Uit de resultaten is gebleken dat de bovengrond ter plaatse van deellocatie A plaatselijk licht verontreinigd is met kobalt, lood, zink, minerale olie en PAK. Tevens is een licht verhoogde concentratie aan asbest aangetoond die de toetsingswaarde voor nader onderzoek asbest in bodem niet benaderde. In de bovengrond ter plaatse van het overige terreindeel zijn licht verhoogde gehalten aan nikkel aangetoond. De ondergrond bleek niet verontreinigd met de parameters uit het standaardpakket. In het grondwater zijn verhoogde (achtergrond)concentraties aan barium vastgesteld. Met betrekking tot alle overige onderzoeksparameters bleek het grondwater niet verontreinigd. Op hoofdlijnen stemmen de resultaten uit het onderzoek uit 2016 overeen met de resultaten uit de onderzoeken uitgevoerd in 2004 en 2005. Het in 2018 uitgevoerde historisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de verkoop van de onderzoekslocatie in combinatie met aangetroffen asbestverdacht plaatmateriaal bij graafwerkzaamheden. De conclusies van het historisch onderzoek zijn verwoord in hoofdstuk 3.
Rapport 2097.003 versie D1
Pagina 3 van 15
2.7
Belendende percelen/terreindelen
De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Duiven, in directe nabijheid van de bebouwde kom. Het bodemgebruik van de omliggende percelen is als volgt:
aan de noordwestzijde en noordoostzijde bevinden zich agrarische percelen; aan de zuidoostzijde bevinden zich de woonlocaties Plaksestraat 3-5 en agrarische percelen; aan de zuidwestzijde bevinden zich het erf van woonperceel 5a en de Plaksestraat.
Op het perceel dat in zuidoostelijke richting aan de onderzoekslocatie grenst (Plaksestraat 3-5) heeft, naar aanleiding van het vaststellen van een afwijkende geur, zowel bodemonderzoek als een bodemsanering plaatsgevonden. De bevindingen zijn weergegeven in navolgende documenten:
Verkennend en nader bodemonderzoek en plan van aanpak afsluiterlocatie S-1278 aan de Plaksestraat te Duiven, Outline Consultancy, rapport r2rB08K0038 – B10K0076.doc, d.d. 28 april 2010;
Evaluatierapport grondwatersanering afsluiterlocatie S1278 aan de Plaksestraat 5 te Duiven, Outline Consultancy, project R1JB11K0134.doc d.d. 9 september 2011.
Aanleiding voor het onderzoek was een calamiteit aangaande een lekkage van een Gasunie-leiding ter hoogte van afsluiterlocatie S1278. Er was sprake van een grondwaterverontreiniging met aromaten en tetrahyrothiofeen. De verontreiniging is aangemerkt als een nieuwe geval van bodemverontreiniging, (nummer GE022600164) waardoor de zorgplicht van toepassing was (artikel 13 en 27 van de Wet bodembescherming). De graafwerkzaamheden zijn van 9 t/m 14 juni 2011 door Oosterhof Holman uitgevoerd. De grondwatersanering heeft plaatsgevonden in de periode 8 t/m 16 juni 2011. Er is 3 35 m grond ontgraven en tijdelijk in depot geplaatst, waarna er grondwater met een gemiddeld debiet 3 van 36 m /uur is onttrokken. Uit het evaluatieverslag blijkt dat het verontreinigde grondwater tot aan de streefwaarde is gesaneerd. Hoewel er zeer geringe gehalten aan benzeen en xylenen zijn achtergebleven, bleek dit onvoldoende reden om aanvullende maatregelen in te stellen. Er is voldaan aan de zorgplicht. Uit het milieudossier van de Plaksestraat 5a blijkt onder meer dat op het direct aangrenzende perceel opslag van diesel in een ondergrondse tank (4.000 l) heeft plaatsgevonden. Deze tank is op 29 juli 1993 onder KIWA-certificering gereinigd en afgevuld met zand. Uit het certificaat blijkt dat destijds geen bodemverontreiniging rondom de tank is aangetroffen.
Van de overige aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. Uit de verzamelde informatie blijkt dat er vanuit de aangrenzende percelen geen bodemverontreinigingen zijn te verwachten.
Rapport 2097.003 versie D1
Pagina 4 van 15
2.8
Terreininspectie
Recent zijn diverse grondwerkzaamheden op de locatie uitgevoerd en zijn depots zijn gecreëerd van deze vrijgekomen grond. In verband met de waargenomen asbestverdachte plaatmaterialen die zichtbaar zijn geworden gedurende de graafwerkzaamheden op de locatie, is door Van de Poel Onderzoek en Advies een Asbestinventarisatie uitgevoerd (Asbestinventarisatie rapport 17.195, 27 oktober 2017, concept). Uit deze inventarisatie is gebleken dat ter plaatse van de noordoostelijke hoek van de recent gesloopte schuren asbesthoudend plaatmateriaal aanwezig is. Tevens is asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen ten noorden van de recent gesloopte schuren. Ter plaatse van dit terreindeel bevonden zich in het verleden enkele bijgebouwen. Aan de hand van de resultaten van de asbestinventarisatie is door Econsultancy en de gemeente Duiven, voorafgaande aan rapportage van het historisch onderzoek, een terreininspectie uitgevoerd. Bij deze terreininspectie zijn de waarnemingen van de asbestinventarisatie bevestigd. 2.9
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
De gemeente Duiven heeft de lokale achtergrondgehalten van een aantal metalen, PAK, EOX en minerale olie voor grond vastgesteld. De gemeente Duiven hanteert de 80-percentielwaarde (80% van de beschikbare gemeten stofgehalten voor die zone zijn lager dan deze waarde vastgesteld) als gebiedseigen bodemkwaliteit binnen een zone. Als deze waarde onder de landelijke achtergrondwaarde (AW) is gelegen, hanteert de gemeente de AW. Met betrekking tot deelgebied B8 (bovengrond) bevinden 80-percentielswaarden voor de parameters kwik, lood, nikkel, zink en PAK zich boven de landelijke achtergrondwaarden. Met betrekking tot deelgebied O23 (ondergrond) bevindt de 80-percentielwaarde van nikkel zich boven de landelijke achtergrondwaarde. Regionaal komen verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater voor. 2.10 Bodemopbouw en geohydrologie De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland, kaartblad 40 West, 1975 (schaal 1:50.000), uit een kalkhoudende poldervaaggrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit zware klei. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Echteld. De onderzoekslocatie is gelegen in het rivierengebied. Het watervoerend pakket heeft een dikte van ± 17,0 m en wordt gevormd door de matig grove tot zeer grove en grindrijke Formatie van Kreftenheye.
Op deze fluviatiele formatie ligt de kleiige toplaag behorende tot de Formatie van Echteld, met een dikte van ± 2,0 m. Het watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door de Formatie van Breda en Oosterhout bestaande uit fijne slibhoudende zanden en kleien. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 8,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich naar verwachting bevindt op ± 2,0 m -mv. Het freatisch grondwater stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, kaartblad 40 West, 1981 (schaal 1:50.000), in noordwestelijke richting. In de omgeving van de onderzoekslocatie vinden geen geregistreerde particuliere grondwateronttrekkingen plaats die van invloed zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
Rapport 2097.003 versie D1
Pagina 5 van 15
3
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET)
Het centrale terreindeel van de onderzoekslocatie is vanaf begin jaren '60 van de vorige eeuw bebouwd met een hoofdgebouw en een aantal bijgebouwen. In deze periode waren tevens twee sloten aanwezig op de locatie. In de loop van de hierop volgende jaren zijn bijgebouwen bijgebouwd en andere gesloopt. Vanaf begin jaren '70 is het centrale terreindeel bebouwd met twee schuren. In deze periode zijn ook de twee sloten gedempt. In de hierop volgende zijn gefaseerd de bijgebouwen gesloopt. Ten noorden en westen van de twee schuren was sprake van een puinverharding. Dit puin is afkomstig van elders uit een gesloopte woning en tevens is het puin uit twee bijgebouwen hierin verwerkt. De twee schuren zijn in 2007 gesloopt, waarmee de gehele locatie onbebouwd werd. Voorafgaand aan de sloop van de twee schuren en na de sloop is op de locatie een verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek asbest in bodem uitgevoerd. De resultaten van de onderzoeken voor en na de sloop stemmen met elkaar overeen. Zowel in de grond als in het grondwater zijn verontreinigen met metalen aangetoond die veelal een natuurlijke oorsprong kennen. Asbest is in beide onderzoeken wel aangetoond maar niet in die mate dat nader onderzoek asbest in bodem noodzakelijk is.
Op basis van de resultaten van onderhavig historisch onderzoek kan gesteld worden dat de positie van de voormalige bijgebouwen en de positie van de voormalige sloten onvoldoende belicht zijn bij de uitgevoerde onderzoeken naar asbest in bodem. De voormalige positie van de in 2007 gesloopte schuren en de puinverharding is in voorgaande onderzoeken wel belicht, maar dient op basis van de waarnemingen die zijn gedaan bij de grondroerende werkzaamheden en de terreininspectie aanvullend te worden onderzocht. Op basis van de informatie uit onderhavig vooronderzoek is een aantal deellocaties geïdentificeerd. In tabel I zijn de onderzoeksstrategieën die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties weergegeven. Om met betrekking tot de verontreiniging met asbest een goed beeld te krijgen, is direct over gegaan op de strategie voor nader onderzoek asbest in bodem door middel van het graven van inspectiesleuven. Op deze wijze wordt een aanzienlijk hogere mate van betrouwbaarheid van het onderzoek verkregen. Aangezien het grondwater in voorgaande onderzoeken reeds voldoende is onderzocht, maakt grondwateronderzoek geen deel uit van onderhavig onderzoek. Tabel I.
Onderzoeksstrategie
Deellocatie
Oppervlakte
Verwachte stoffen
onderzoeksprotocol
Onderzoeksstrategie
A: vml. bijgebouwen
± 1.350 m²
asbest
NEN 5707
NAD
B: gedempte sloten
± 1.200 m²
metalen, PAK, asbest
NEN 5740
VED-HE
NEN 5707
NAD
NEN 5707
NAD
C: vml. 2 schuren en vml. puinverharding
± 1.600 m²
asbest
Onderzoeksstrategieën verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740 / NEN 5707: VED-HE : Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging NAD : Nader onderzoek
Rapport 2097.003 versie D1
Pagina 6 van 15
4
VELDWERK
4.1
Uitgevoerde werkzaamheden
Het veldwerk van het verkennend bodemonderzoek omvat het zintuiglijk beoordelen van aanwezige bodemlagen door middel van het handmatig opboren van bodemmateriaal. De aanwezige bodemlagen worden hierbij nauwkeurig beschreven en de posities van de betreffende monstername-punten worden op kaart vastgelegd. Dit is beschreven in paragraaf 4.2. De zintuiglijke beoordeling van de grond vormt de basis van de keuzes bij de inzet van de chemische analyse, zoals beschreven in hoofdstuk 5. Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de onderzoeksprotocollen, zoals weergegeven in tabel I, en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten/gaten. In bijlage 3a zijn de bodemprofielen van de asbestinspectiesleuven en de boringen opgenomen. Bijlage 3b bevat enkele foto’s van de asbestinspectiesleuven en het opgegraven en opgeboorde bodemmateriaal. Aan de hand van de geldende onderzoeksstrategieën zijn de werkzaamheden uitgevoerd zoals die in tabel II zijn vermeld. De veldwerkzaamheden zijn op 25 en 26 april 2018 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer A.G.C. Rondeel.
Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 en 2018 van de SIKB BRL 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". Tabel II.
Uitgevoerde werkzaamheden Veldwerk
Analyses
Oppervlakte
Deellocatie
Boringen/ inspectiesleuven (*A)
Verharding
Grond
Grondwater
A: vml. bijgebouwen
± 1.350 m²
8 (inspectiesleuven)
onverhard
asbest kwantitatief (2x)
n.v.t.
B: gedempte sloten
± 1.200 m²
6 (inspectiesleuven) (*B) 4 boringen (2,0 m-mv)
onverhard
standaardpakket (2x) (*C) asbest (kwantitatief) (2x)
n.v.t.
C: vml. 2 schuren en vml. puinverharding
± 1.600 m²
8 (inspectiesleuven)
onverhard
asbest kwantitatief (1x) standaardpakket (1x) (*D)
n.v.t.
(*A) (*B) (*C) (*D)
De inspectiesleuven hebben een afmeting van 2,0 x 0,4 m en zijn in verticale zin uitgevoerd tot de ongeroerde ondergrond. Ter plaatse van een inspectiesleuf wordt eveneens een boring verricht. Ter plaatse van de sleuven/boringen waar onverdachte (gebiedseigen) grond wordt aangetroffen als dempingsmateriaal, is geen chemisch analytisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van een zintuiglijke waarneming gedaan aan de grond ter plaatse van inspectiesleuf C02, heeft een aanvullende analyse op het standaardpakket van deze bodemlaag plaatsgevonden.
De sleuven zijn gegraven met behulp van een mechanische kraan. Ten behoeve van het nader onderzoek asbest is het opgegraven bodemmateriaal uitgeharkt (in verband met de consistentie van het materiaal, klei, was zeven over een 20 mm zeef niet mogelijk) en zintuiglijk beoordeeld. Indien van toepassing is een schatting gemaakt van het asbestgehalte per sleuf. Indien er asbestverdacht materiaal is aangetroffen, is dit verzameld. De boringen in de sleuven zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor. Van het opgeboorde en opgegraven materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn.
Rapport 2097.003 versie D1
Pagina 7 van 15
4.2
Zintuiglijke waarnemingen
4.2.1
Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest
In verband met de waargenomen asbestverdachte plaatmaterialen die zichtbaar zijn geworden gedurende graafwerkzaamheden op de locatie, is door Van de Poel Onderzoek en Advies een Asbestinventarisatie uitgevoerd (Asbestinventarisatie rapport 17.195, 27 oktober 2017, concept). Uit deze inventarisatie is gebleken dat ter plaatse van de noordoostelijke hoek van de recent gesloopte schuren asbesthoudend plaatmateriaal aanwezig is. Tevens is asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen ten noorden van de recent gesloopte schuren. Ter plaatse van dit terreindeel bevonden zich in het verleden enkele bijgebouwen. Aan de hand van de resultaten van de asbestinventarisatie is door Econsultancy en de gemeente Duiven, voorafgaande aan rapportage van het historisch onderzoek, een terreininspectie uitgevoerd. Bij deze terreininspectie zijn de waarnemingen van de asbestinventarisatie bevestigd. In tabel III zijn enkele algemene gegevens met betrekking tot de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. Tabel III.
Visuele inspectie toplaag Aandachtsgebied
Opmerking
Oppervlakte van geïnspecteerde locatie
± 8.000 m²
Conditie toplaag
Droog
Beperkingen van de inspectie
Vegetatie (gras) Aanwezigheid van depots grond op locatie
Weersomstandigheden
Neerslag < 10 mm/dag Zicht > 50 m
Zand, klei/leem en/of veen
Klei
Los of (deels) vastgereden
Vast
Geen/matige vegetatie
Geen
Geschatte inspectie-efficiëncy (tabel 2 NEN 5707)
50-70 %
Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?
Ja, het plaatmateriaal is niet geanalyseerd. Verspreid over het gehele maaiveld van de onderzoekslocatie is asbestverdacht materiaal waargenomen. De exacte ligging van het plaatmateriaal is in verband met de reeds uitgevoerde asbestinventarisatie (Van de Poel, 2017) niet vastgelegd.
4.2.3
Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal
De bodem op de onderzoekslocatie bestaat bijna geheel uit klei. Plaatselijk is de bovengrond zwak tot sterk humeus. Enkel ter plaatse van sleuf C08 is een zandlaag aangetroffen, dit betreft opgebracht zand dat is aangebracht na sloop van de schuur. In de bovengrond van de onderzoekslocatie zijn in het algemeen bijmengingen met puin en baksteen waargenomen. In het opgeboorde materiaal van boring C02 is over het traject 0,3-0,5 m -mv tevens een sterke bijmenging met slakken waargenomen. Derhalve is deze bodemlaag aanvullend bemonsterd ten behoeve van analyse op het standaardpakket (zie paragraaf 5.1). In de bodem ter plaatse van de inspectiesleuven zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen in de fractie > 20 mm aangetroffen.
Rapport 2097.003 versie D1
Pagina 8 van 15
Tabel IV geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen, die in het opgeboorde materiaal zijn aangetroffen. Tabel IV.
Zintuiglijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen
Sleuf/boring
Einddiepte (m -mv)
Traject (m -mv)
Waargenomen verontreinigingen
A03
1,00
0,00 - 0,50
uiterst baksteenhoudend, zwak plastichoudend, zwak betonhoudend
A04
0,80
0,00 - 0,40
uiterst baksteenhoudend, zwak asfalthoudend, zwak glashoudend
A05
0,70
0,00 - 0,40
zwak puinhoudend, rioolbuis is gresbuis
A06
0,90
0,00 - 0,60
brokken beton, grote betonbrokken
A07
0,90
0,00 - 0,60
matig baksteenhoudend, grote betonbrokken
A08
0,80
0,00 - 0,80
zwak baksteenhoudend, sterk betonhoudend, grof betonbrokken
B03
2,00
0,00 - 0,40
brokken baksteen
B04
2,00
0,00 - 0,50
zwak baksteenhoudend
B06
2,00
0,00 - 0,50
brokken baksteen, resten plastic
B08
2,00
0,00 - 0,50
brokken baksteen
B09
2,00
0,00 - 0,40
zwak baksteenhoudend
C01
0,80
0,00 - 0,30
brokken baksteen, zwak betonhoudend, rioolbuis is gresbuis
C02
0,80
0,00 - 0,30
zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, rioolbuis is gresbuis
0,30 - 0,50
sterk slakhoudend, zwak baksteenhoudend
C03
0,80
0,00 - 0,30
uiterst baksteenhoudend, rioolbuis is gresbuis
C04
0,80
0,00 - 0,30
zwak baksteenhoudend, rioolbuis is gresbuis
C05
0,80
0,00 - 0,30
zwak baksteenhoudend, rioolbuis is gresbuis
C06
0,80
0,00 - 0,50
sterk baksteenhoudend, zwak glashoudend, rioolbuis is gresbuis
C07
0,80
0,00 - 0,40
matig baksteenhoudend, rioolbuis is gresbuis
Rapport 2097.003 versie D1
Pagina 9 van 15
5
LABORATORIUMONDERZOEK
5.1
Uitvoering analyses
Alle grondmonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 3 grond(meng)monsters samengesteld. De 3 grond(meng)monsters zijn geanalyseerd op het volgende pakket: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie.
Ten aanzien van de parameter asbest zijn in het laboratorium in totaal 5 (meng)monsters geanalyseerd op het volgende analysepakket: -
asbest (kwantitatief): droge stof, serpentijn asbest (chrysotiel), amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet) en niet-hechtgebonden asbest.
Tabel V geeft een overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten. Tabel V.
Overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
Deellocatie A - vml. bijgebouwen ASB-MMA1
A01 (0,00 - 0,50) + A02 (0,00 - 0,50)
asbest kwantitatief
bovengrond deellocatie A (zintuiglijk schoon)
ASB-MMA2
A03 (0,00 - 0,50) + A04 (0,00 - 0,40) + A05 (0,00 - 0,40) + A06 (0,00 - 0,50) + A07 (0,00 - 0,60) + A08 (0,00 - 0,50)
asbest kwantitatief
bovengrond deellocatie A (puinhoudend)
Deellocatie B - gedempte sloten MMB1
B03 (0,00 - 0,40) + B04 (0,00 - 0,50)
standaardpakket grond
bovengrond westelijke gedempte sloot (zwak baksteenhoudend)
MMB2
B06 (0,00 - 0,50) + B08 (0,00 - 0,50) + B09 (0,00 - 0,40)
standaardpakket grond
bovengrond oostelijke gedempte sloot (resten plastic, zwak baksteenhoudend)
ASB-MMB1
B01 (0,00 - 0,50) + B05 (0,00 - 0,50) + B10 (0,00 - 0,40)
asbest kwantitatief
bovengrond gedempte sloten (zintuiglijk schoon)
ASB-MMB2
B03 (0,00 - 0,40) + B06 (0,00 - 0,50) + B08 (0,00 - 0,50)
asbest kwantitatief
bovengrond gedempte sloten (brokken baksteen)
standaardpakket grond
verdachte bodemlaag deellocatie C (sterk slakhoudend, zwak baksteenhoudend)
Deellocatie C - vml. 2 schuren en vml. puinverharding C02-1 ASB-MMC1
C02 (0,30 - 0,50)
C01 (0,00 - 0,30) + C02 (0,00 - 0,50) + asbest kwantitatief C03 (0,00 - 0,30) + C04 (0,00 - 0,30) + C05 (0,00 - 0,30) + C06 (0,00 - 0,50) + C07 (0,00 - 0,40)
Rapport 2097.003 versie D1
bovengrond deellocatie C (puin- en baksteenhoudend)
Pagina 10 van 15
5.2
Toetsingskader
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Circulaire bodemsanering 2013) en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1), VROM, 2007. Het toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
Rapport 2097.003 versie D1
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Pagina 11 van 15
Verkennend bodemonderzoek asbest in bodem NEN 5707 De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Circulaire bodemsanering 2013). Het toetsingskader voor de beoordeling met betrekking tot asbest is als volgt omschreven. - interventiewaarde: Deze waarde geeft het niveau voor verontreiniging in grond aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens of dier. Bij overschrijding van de interventiewaarde dient de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te worden bepaald. De interventiewaarde voor asbest is gelijk aan de maximale samenstellingswaarde uit de Regeling bodemkwaliteit, welke de hergebruiksmogelijkheden van de grond/puin bepaalt en is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. Indien sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde voor asbest in de grond is tevens sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de Wet bodembescherming, onafhankelijk van het bodemvolume waarin deze asbestconcentraties zijn aangetoond. 5.3
Analyseresultaten
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Tabel VI geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel VI.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grond(meng)monster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
MMB1
B03 (0,00 - 0,40) + B04 (0,00 - 0,50)
koper nikkel lood zink PAK