Beantwoording ALLE vragen BB Intentiebesluit gemeentelijke herindeling TIP
Tekst van het document
T = Technisch (moeten voorafgaand aan de politieke avond worden beantwoord) I = Informatief (Worden tijdens de politieke avond beantwoord en moeten daarna schriftelijk bij de griffie worden aangeleverd) P = Politiek (worden tijdens de politieke avond door de portefeuillehouder mondeling beantwoord)
Politieke Avond 12 juni 2025 Vragen Raadsvoorstel Intentiebesluit gemeentelijke herindeling Raadsvoorstel 1. Wat wordt bedoeld met onder de voorwaarde van een zorgvuldig, transparant en inhoudelijk proces? T a. Welke criteria zijn verbonden aan zorgvuldig ? T b. Welke criteria zijn verbonden aan transparant ? T c. Welke criteria zijn verbonden aan een inhoudelijk proces ? T De criteria voor het proces zijn zorgvuldigheid, transparantie en inhoud. Er zijn geen deelcriteria. 2. Kan het college uitleggen hoe het mandaat eruit ziet dat zij van de gemeenteraad wil hebben. Wat is het kader van dat mandaat? T Op welk moment komt het college terug naar de gemeenteraad? T Het mandaat is verwoord in het raadsvoorstel. Er zijn geen andere kaders dan in het uiteindelijke raadsbesluit. Na het intentiebesluit zullen ook het principebesluit, het herindelingsontwerp en het herindelingsadvies ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Wanneer gepast zal de gemeenteraad tussentijds worden geïnformeerd (actieve informatieplicht). 3. Waarom moet het college een mandaat hebben om eventueel met de provincie in gesprek te kunnen? T De provincie is in deze gesprekken naar aanleiding van de uitspraak van intentie om af te tasten of er een herindeling mogelijk is, geen partij.
Wat wil het college dan met de provincie bespreken als ze daar een mandaat voor wil? T Wat is het kader van dat mandaat? T
Omdat de provincie een hoger liggende overheidsorgaan is, behoeft hier dan niet een ander en apart mandaat bij? T Een mandaat om met de provincie in gesprek te gaan is niet strikt noodzakelijk. De omstandigheid dat de provincie ook een toezichthoudende rol heeft maakt dit niet anders. De provincie is bij deze gesprekken partij omdat zij staan voor sterk bestuur, na een mogelijk herindelingsadvies een verantwoordelijkheid hebben, omdat de provincie kan meebetalen aan mogelijke onderzoeken (net als het onderzoek door Dirk Louter/Rijnconsult) en omdat een investeringsagenda onderwerp van gesprek is. 4. Is de passage “de stappen te zetten die nodig zijn om achtereenvolgens en zo spoedig mogelijk een raadsvoorstel voor een principebesluit en - na eventueel genomen positieve besluiten van de gemeenteraden - een raadsvoorstel voor een herindelingsontwerp op te stellen.” niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en in strijd met de voorwaarde van een zorgvuldig, transparant en inhoudelijk proces? P Zo spoedig mogelijk betekent dat er haast, maar welke haast is er? P 5.
Hoe wordt ingegaan op lokaal draagvlak en de wijze waarop (vertegenwoordigers van) inwoners, ondernemers en instellingen worden en/of zijn betrokken om aandachtspunten mee te geven? T Hoe gaat u dit polsen of uitzetten, zodat de genoemde groepen zich ook gehoord voelen? T Inwoners, ondernemers en instellingen zijn in dit traject al op verschillende momenten nadrukkelijk geïnformeerd, geraadpleegd of anderszins betrokken. Zo zijn er in het kader van het onderzoek naar toekomstscenario’s dorpsgesprekken gevoerd, zijn er thema-avonden belegd en namen honderden inwoners deel aan een KiesKompas-onderzoek. Dit kan de gemeenteraad meewegen in de besluitvorming of een intentiebesluit. Na een genomen intentiebesluit is er ruimte voor een verdiepende verkenning waarbij de wensen, zorgen en aandachtspunten van inwoners, ondernemers en instellingen bij de voorgenomen fusie worden opgehaald. Dat kan bijvoorbeeld via een burgeradviesraad of een inwonersenquête. Zo kan de inbreng van inwoners worden meegenomen bij het op te stellen herindelingsontwerp. Daarnaast kan de gemeenteraad thema-avonden organiseren. 6.
Waarom worden de te verwachten (financiële) effecten voor onze inwoners en ondernemers pas bij een herindelingsscan duidelijk? T Kan dat niet voor dat er een principebesluit genomen wordt? T We weten immers dat Duiven ten opzichte van de andere gemeente meer belastingruimte heeft op bijvoorbeeld
OZB. Kan het college hier een reflectie opgeven wat de gevolgen kunnen zijn voor inwoners, ondernemers, verenigingen en stichtingen? I Ook aangaande wat het eventueel voor subsidies zou kunnen beteken voor deze groep? I Dit beeld van de te verwachten (financiële) effecten voor onze inwoners en ondernemers is globaal aanwezig. Zie hiervoor het rapport van Dirk Louter en Rijnconsult en het rapport van &Van de Laar. Het verschil in belastingruimte op bijvoorbeeld OZB en subsidies kan nog veranderen met de besluitvorming in de verschillende gemeenteraden over de voorjaarsnota en de begrotingen. Een meer gedetailleerd beeld kan ontstaan als een herindelingsscan wordt gemaakt bij een op te stellen herindelingsontwerp. 7. Hoe gaat het college strijden voor het behoud van de identiteit van de kernen? P Welk plan heeft het college daarvoor en als dat plan er is, kan dat gedeeld worden met de gemeenteraad? T De gemeenteraad kan met het intentiebesluit aangeven dat het behoud van voorzieningen in de dorpen belangrijk is. Daarnaast is het van belang dat de beoogde partnergemeenten allen ook de wens hebben uitgesproken om in een herindelingsontwerp stil te staan bij een kernenbeleid. Oftewel: een plan kan worden uitgewerkt in het herindelingsontwerp. Daarom is er vertrouwen dat ook in een nieuwe Liemerse gemeente de wens zal bestaan om voorzieningen in de dorpen te behouden. 8.
Hoe gaat het college het behoud van de nabijheid van het bestuur realiseren en borgen, zodat na de herindeling een nieuwe gemeenteraad deze afspraken blijft respecteren en uitvoeren? P Welk plan heeft het college daarvoor en als dat plan er is, kan dat gedeeld worden met de gemeenteraad? T De gemeenteraad kan met het intentiebesluit aangeven dat nabijheid belangrijk is, zoals staat verwoord in het dictum van het raadsvoorstel (beslispunt 2). Daarnaast is het van belang dat de beoogde partnergemeenten allen ook de wens hebben om in een herindelingsontwerp stil te staan bij nabijheid. Oftewel: een plan kan worden uitgewerkt in het herindelingsontwerp. 9. We lezen dat ingegaan wordt om tot (de mogelijkheid van) afspraken met de provincie over een investeringsagenda te komen. Welke investeringsagenda hebben we het dan over en wat gaat daar in staan? T Doet de Groene Metropoolregio (GMR) dit niet voor de regio? T Is er als GMR niet een grotere speler die goede afspraken kan maken over een investeringsagenda, waarbij de hele regio belang heeft bij deze afspraken? T Is dit eigenlijk niet
een soort “wassen neus” om te laten lijken dat als heringedeelde regio met de provincie een investeringsagenda kunnen afspreken? P Het betreft een mogelijke investeringsagenda van de vier gemeenten, de beoogde nieuwe gemeente en de provincie Gelderland. De inhoud hiervan staat nog niet vast en hierover moeten nog gesprekken gevoerd worden. De groene metropoolregio (GMR) is inderdaad een grote speler. Het fusietraject biedt een extra kans om afspraken te maken met de provincie. Zie hierover ook het rapport van &Van de Laar.
10. We lezen dat ingegaan wordt of afspraken gemaakt worden om de borging van de uitvoering van de bestaande (ruimtelijke en infrastructurele) plannen, zoals met name woningbouw veilig te stellen. Zijn deze plannen al niet geborgd in de Woondeal en via afspraken met de GMR? T We hebben toch als regio al afspraken gemaakt over woningbouw? T Deze worden toch niet aangepast door een mogelijke herindeling? T Er zijn inderdaad bestaande afspraken die een borging bieden. De gemeenteraad kan met het intentiebesluit aangeven dat handhaving hiervan na een fusie belangrijk wordt gevonden. 11. Er wordt ingegaan op de financiële positie van de mogelijk nieuw te vormen gemeente, inclusief kansen en risico’s. Wat zijn hier de verwachtingen over? I Wat is de inzet van het college met betrekking tot de “Nuon-gelden”? P Wil het college die terug laten vloeien naar de inwoners of inbrengen in de herindeling? P Dit beeld van de te verwachten (financiële) effecten voor onze inwoners en ondernemers is globaal aanwezig. Hiervoor wordt verwezen naar het rapport van Dirk Louter en Rijnconsult en het rapport van &Van de Laar. 12. Welke kansen ziet het college en welke risico’s zijn er? P 13. Gezien de voorjaarnota’s van de vier gemeenten zien we dat Westervoort en Duiven een sluitende begroting heeft voor alle jaren.
Zevenaar heeft een flinke bezuinigingsopdracht en Doesburg heeft naast de bezuinigingsopdracht ook een negatieve Algemene Reserve. Is dit wel het moment om een herindeling te starten? I Uit het rapport van &Van de Laar concluderen we dat er nu momentum is om een herindelingstraject te starten. Het beeld van de te verwachten (financiële)
effecten maakt dit niet anders. 14. Wat is een gelijkwaardige herindeling, zoals het college van Doesburg voor ogen heeft en is er wel sprake van een gelijkwaardige herindeling gezien de financiële situatie in de andere gemeenten. T Gaat Duiven opdraaien voor tekorten van andere gemeenten? T Met een reguliere (of gelijkwaardige) herindeling wordt gedoeld op een fusietraject waarop de beoogde gemeenten opgaan in een nieuwe gemeente. Het zegt ook iets over de houding om elkaar als gelijkwaardig te benaderen. Die houding is niet gekoppeld aan de financiële situatie in deelnemende gemeenten. Een nieuwe Liemerse gemeente zal verantwoordelijk zijn voor de eigen financiën (tekorten en overschotten). 15. Er wordt ingegaan op de grenzen van de mogelijke nieuwe gemeenten. Wat wordt hier mee bedoeld? T De grenzen van de gemeenten zijn toch duidelijk? T Graag uitleg wat hier mee bedoeld wordt. T Een van de verplichtte criteria van een herindelingsontwerp is het maken van afspraken over de grenzen van de mogelijke nieuwe gemeente. Het kan een moment zijn om te kijken naar de logica van de buitengrenzen, waarbij één specifiek aandachtspunt, te weten de grens met Lingewaard. Na overleg met de gemeente Lingewaard kan worden beoordeeld of het gewenst is de grens met de gemeente Lingewaard te handhaven dan wel af te stemmen op de loop van de Rijn (bij het pontje tussen Loo en Huissen). 16.
Er wordt ingegaan op de positie in de regio en bij de verbonden partijen. Wat wordt hier mee bedoeld? T Een gemeentelijke herindeling heeft gevolgen voor de positie in de regio en bij verbonden partijen. De overtuiging is dat een grote Liemerse gemeente meer invloed kan uitoefenen in de regio. 17. Als er ingegaan wordt over de te vormen ambtelijke organisatie en de personele gevolgen, waar wordt dan naar gekeken? T Wordt hier mee bedoeld dat er ook mogelijk gedwongen ontslagen zullen vallen na een herindeling? T In beginsel zullen de medewerkers van de vier gemeenten worden samengevoegd in de nieuwe ambtelijke organisatie. De verdere gevolgen voor medewerkers zijn op dit moment nog niet inzichtelijk, dat komt in een latere fase aan de orde.
18. Ook wordt ingegaan op de betrokkenheid van de ondernemingsraden en lokale overleggen. Wat wordt er met de ondernemingsraden overlegd en is wat dat betreft de gemeenschappelijke regeling van 1Stroom niet de zogenaamde vreemde eend in de bijt, omdat de ambtenaren van Zevenaar en Doesburg bij de gemeente indienst zijn en niet bij een gemeenschappelijke regeling? T Op welke lokale overleggen wordt gedoeld en wat zou hun rol bij de herindeling kunnen zijn? T Wordt er ook gesproken met overige gemeenschappelijke regelingen zoals de Samenwerking de Liemers (SdL) (niet uitputtende opsomming, er zijn meer gemeenschappelijke regelingen) of zijn dat de lokale overleggen? T In het kader van de organisatieontwikkeling waarover uw raad onlangs een presentatie heeft gekregen is de algemeen directeur van 1Stroom nauw in overleg met de ondernemingsraad. Tijdens deze gesprekken komt ook de mogelijke impact van een bestuurlijke fusie regelmatig aan de orde. Hoewel aan de ondernemingsraad (nog) geen officieel advies hiervoor is gevraagd, geven de leden van de ondernemingsraad wel aan dat een mogelijke fusie tot meer duidelijkheid voor medewerkers kan leiden. In die zin heerst er binnen de ondernemingsraad een positieve grondhouding ten opzichte van een mogelijke fusie.
Wel leven daarbij, zoals eigenlijk altijd bij wijzigingen in een organisatie, vragen over de directe en indirecte gevolgen voor medewerkers. Die zijn op dit moment nog niet inzichtelijk. Met Lokaal Overleggen wordt gedoeld op een vorm van overleg tussen de gemeente als werkgever en vertegenwoordigers van vakbonden, vergelijkbaar met ondernemingsraden. In tegenstelling tot ondernemingsraden gaat het bij hierbij om overleg over lokale regelingen die betrekking hebben op afspraken die verder gaan dan de cao Gemeenten, en die de werkgever en vakbonden lokaal in de gemeente zelf vaststellen. Met lokaal overleg doelen we niet op gemeenschappelijke regelingen zoals de SDL. Sterker nog, een organisatie zoals de SDL kent zelf ook een eigen ondernemingsraad en lokaal overleg. 19. Wat is de gedachte of plan van de raadpleging van inwoners? T Kan de gemeenteraad dit plan ontvangen? T Er is wat BurgerBelangen zonder plan geen mogelijkheid om het college de opdracht te geven om (een vertegenwoordiging van) inwoners te raadplegen over eventuele aanvullinde aandachtspunten die meegenomen kunnen worden in een eventueel herindelingsontwerp. Waarom ontbreken hier de inwoners, de stichtingen en de verenigingen bij? P
Inwoners, ondernemers en instellingen zijn in dit traject al op verschillende momenten nadrukkelijk geïnformeerd, geraadpleegd of anderszins betrokken. Zo zijn er in het kader van het onderzoek naar toekomstscenario’s dorpsgesprekken gevoerd, zijn er thema-avonden belegd en namen honderden inwoners deel aan een KiesKompas-onderzoek. Dit kan de gemeenteraad meewegen in de besluitvorming of een intentiebesluit. Na een genomen intentiebesluit is er ruimte voor een verdiepende verkenning waarbij de wensen, zorgen en aandachtspunten van inwoners, ondernemers en instellingen bij de voorgenomen fusie worden opgehaald. Dat kan bijvoorbeeld via een burgeradviesraad of een inwonersenquête. Zo kan de inbreng van inwoners worden meegenomen bij het op te stellen herindelingsontwerp. Daarnaast kan de gemeenteraad thema-avonden organiseren. 20. Er wordt een budget gevraagd van € 50.000,-. Wat wordt er gedaan voor dit budget en waarvoor worden de kosten gemaakt? T Graag een overzicht van de invulling van dit budget. T Ervaring in den lande leert dat er in het vervolgtraject aanleiding kan zijn voor verder onderzoek of om externe expertise in te schakelen. Dit budget is bijvoorbeeld nodig voor de verdiepende verkenning waarbij de wensen, zorgen en aandachtspunten van inwoners, ondernemers en instellingen bij de voorgenomen fusie worden opgehaald.
Ook kan budget nodig blijken om externe deskundigheid in te huren bij het opstellen van de raadsvoorstellen en het beantwoorden van vragen uit de gemeenteraad. Ook kan budget nodig blijken bij het uitwerken van de investeringsagenda. 21. We lezen: “Het wordt steeds moeilijker om op veel vlakken ambtelijk en bestuurlijk te presteren, ontwikkelingen bij te houden en mee te blijven sturen.”. Kan het college dit verder uitleggen, zonder in oneliners te antwoorden. Graag een diepe analyse waarom wij niet kunnen presteren, terwijl andere gemeenten van een vergelijkbare omvang dat wel kunnen? P Wat doen wij anders dan die gemeenten? P 22. We lezen: “Ook de gemeente Doesburg ervaart dat het steeds moeilijker wordt om op alle vlakken voldoende te blijven presteren. De conclusie van een recent bestuurskrachtonderzoek in Doesburg is dat de gemeente over de volle breedte sterk onder druk staat, in relatie tot haar kerntaken, opgaven en ambities4. Bestuurlijke zelfstandigheid is niet langer houdbaar en de gemeente verkent dan ook met de nodige urgentie mogelijke samenwerkingsverbanden en fusiecombinaties. De verwachting is dat zij voor deze zomer een principebesluit nemen om bestuurlijk te fuseren met de
gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar.”. Moet het genoemde principebesluit in de laatste zin niet intentiebesluit zijn? T Wij lezen het raadsvoorstel van de gemeente Doesburg als een principebesluit. 23. We lezen: “Gedurende dit proces heeft het college een ondersteunende rol vervuld, maar maakte in een brief aan de raad op 14 november 2024 wel duidelijk dat het scenario van een bestuurlijk en ambtelijk zelfstandig Duiven in haar optiek als het minst kansrijk wordt beschouwd7.”. Kunnen we daarmee stellen dat dit voorliggende raadsvoorstel niet meer een ondersteunende rol is van het college, maar dat het college hierbij haar mandaat in dit proces te buiten is gegaan? P 24. In de motie van 27 juni 2023 waarnaar in het raadsvoorstel wordt verwezen staat onder meer: a. De raad is initiatiefnemer. Het college is opdrachtnemer. b. De gemeenteraad wordt een integraal afwegingskader geboden om een finaal besluit te nemen over de gewenste koers (als een denk/werkrichting vooralsnog voldoende is) of vervolgstappen (indien de raad nu al actief wil toewerken naar een van de scenario’s). Waarom heeft het college zich niet aan deze opdracht gehouden en waarom is er geen integraal afwegingskader aan de gemeenteraad aangeboden? P Kunnen wij die alsnog ontvangen? P 25. Waarom heeft het college haar visie gedeeld, terwijl die niet vanuit de gemeenteraad gevraagd werd.
Welk belang werd hiermee gediend? P 26. We lezen: “De gemeenteraad van Zevenaar nam op 21 mei 2025 een motie aan waarin het de intentie uitspreekt om samen met Duiven, Westervoort en Doesburg een herindelingsgesprek aan te gaan.”. Heeft de gemeente Zevenaar niet aan gegeven dat ze de intentie hebben afgegeven om te kijken of er vervolggesprekken kunnen volgen die tot een mogelijke herindeling kunnen leiden? T Is een herindelingsgesprek niet iets anders, dan een intentie uitspraak? T Motie vreemd Uitspreken intentie tot gemeentelijke fusie van 21 mei 2025 spreekt de intentie uit om een gemeentelijk herindelingsproces aan te gaan samen met de gemeenten Duiven, Westervoort en Doesburg. Het college van Zevenaar krijgt de opdracht om de vervolgstappen van het gemeentelijk herindelingsproces, inclusief de benodigde onderzoeken, in gang te zetten
zodra alle betrokken raden deze intentie hebben uitgesproken. Er is dus sprake van een intentiebesluit.
27. Waarom zien wij niet een procesbeschrijving hoe het proces eruit gat zien nadat de intentie door de gemeenteraad in Duiven is uitgesproken? T Op pagina 4 en 5 is het traject van principebesluit tot en met herindelingsadvies omschreven. In het rapport van Dirk Louter/Rijnconsult, blz.39, staat aangegeven hoe het traject tot en met de realisatie van de herindeling eruitziet. 28. Waarom zien we het proces wel dat leidt tot de daadwerkelijk herindeling? T Omdat dit relevant is in een raadsvoorstel waarin de intentie wordt uitgesproken om een herindeling aan te gaan. 29. We lezen: “Een bestuurlijke fusie van Duiven met alleen Westervoort geeft wel enige meerwaarde ten opzichte van de huidige situatie, maar het lange termijnperspectief van deze gemeente is onzeker gezien de omvang en de ontwikkelingen in de regio.”.
Kan dit verder geduid worden? I Waarom wordt Wageningen, die een iets kleinere omvang heeft dan Westervoort en Duiven samen, wel als toekomst bestendigd gewaardeerd? I Wat kunnen wij leren van Wageningen, wat doen wij anders en waarom is dit niet verder onderzocht en krijgen we slechts één kant van de medaille, de kant van herindeling, te zien? I Onderzoeksrapporten zoals ‘Nu, of Nooit!’ maken duidelijk dat een bestuurlijke fusie tussen Duiven en Westervoort niet alleen bestuurlijk onrealistisch is, maar ook leiden tot een organisatie die onvoldoende toekomstbestendig is. De gemeenteraad heeft opdracht gegeven om toekomstscenario's uit te werken voor de gemeente Duiven, met al zijn specifieke kansen en uitdagingen en niet om een vergelijk te maken met de gemeente Wageningen. 30. We lezen: “Een herindeling biedt de mogelijkheid om gemeentelijke diensten efficiënter en professioneler in te richten, terwijl de persoonlijke benadering en lokale betrokkenheid behouden blijven.”. Kan het college hier een diepere analyse van geven en ook aangeven hoe die diensten efficiënter en professioneler ingericht kunnen worden en waarom we dit nu niet kan? I Hoe
garandeert het college dat de lokale betrokkenheid behouden blijft? I Deze diepere analyse is te vinden in het rapport van Dirk Louter/Rijnconsult, blz. 33. Lokale betrokkenheid kan worden meegenomen in het herindelingsontwerp.
31. We lezen: ”Door krachten te bundelen en middelen effectiever in te zetten, kunnen inwoners en ondernemers profiteren van een betere service, zonder dat de afstand tot het bestuur vergroot wordt.”. Waarom hebben we daar een herindeling voor nodig en was dat ook niet het adagium van de ambtelijke fusie 1Stroom? P Hoe garandeert het college dat de service beter wordt zonder dat de afstand tot het bestuur vergroot wordt? P Welke ideeën heeft het college daarvoor? P Waarom kan het college dit nu niet bereiken? P 32. We lezen: “Zo ontstaat een toekomstbestendige gemeente die zowel schaalvoordelen benut als dichtbij haar gemeenschap blijft staan.”. Was dit ook niet het doel van de ambtelijke fusie 1Stroom? P Zijn we daar ook niet van terug gekomen? P Waarom zou dit bij een herindeling wel werken? P Kan hier een diepere analyse van gegeven worden, waarom het college van mening is dat een herindeling al deze problemen, waar we nu tegen aanlopen, wel oplost? P 33. We lezen: “Een gemeentelijke herindeling kan een positieve impact hebben op de arbeidsmarkt.”. Waarom “kan” een gemeentelijke herindeling een positieve impact hebben op de arbeidsmarkt? I Wat wordt hiermee bedoeld? I De arbeidsmarkt is een eigen systeem die niet warm of koud wordt van een herindeling van Doesburg, Duiven, Westervoort en Zevenaar.
Graag een diepere analyse hierover zodat wij kunnen begrijpen wat het college met die zin bedoeld. I Daarmee wordt gedoeld op de positie als werkgever op de arbeidsmarkt. Het woord ‘positie’ lijkt weggevallen te zijn. Grotere gemeenten zijn aantrekkelijker voor medewerkers die intern loopbaankansen willen hebben, dan wel willen groeien in specialisatie op hun vakterrein. Om de kansen van een grotere organisatie op de arbeidsmarkt ook daadwerkelijk te benutten is het wel belangrijk dat hier ook in het kader van het fusietraject actief op ingezet wordt; het zal niet alleen “vanzelf” gaan.
34. We lezen: “Door schaalvergroting ontstaan nieuwe functies en doorgroeimogelijkheden binnen de gemeentelijke organisatie, wat de werkgelegenheid versterkt.”. Als er nieuwe functies ontstaan wil dat niet
zeggen dat die, gezien de huidige arbeidsmarkt, ook snel ingevuld worden. Graag een reflectie. Maar waarom ontstaan er nieuwe functies? I Welke functies ontstaan er en zorgt een grotere organisatie juist niet voor een minder snel besluitvormingsproces. Graag een analyse waarom een herindeling werkgelegenheid versterkt. Het zou toch juist moeten zijn dat de huidige ambtenaren voldoende in omvang zijn om de doelstellingen te halen? I Daarnaast worden er ook nog een aantal gemeenschappelijke regelingen opgeheven, omdat die rechtstreeks onder de heringedeelde gemeente gaan vallen, zoals bijvoorbeeld Samenwerking de Liemers. Dat betekent dat er voldoende ambtenaren zouden moeten zijn om het werk te verrichte en het beleid te harmoniseren, waardoor op de lange termijn minder ambtenaren nodig zijn. Graag een reflectie. I Een grotere gemeentelijke organisatie heeft meer mogelijkheden om specifieke taken of specialismen onder te brengen in een afzonderlijke functie en zodoende gericht specialisten aan te trekken. Zo kun je denken aan privacy en informatiebeveiligingspecialisten, subsidie adviseurs en fiscalisten. Grotere organisaties hoeven niet per definitie voor langzamere besluitvorming te zorgen.
Het wegvallen van de complexiteit van het werken voor twee besturen en de bestuursorganen van gemeenschappelijke regelingen zoals de SDL en SALD, zullen positief bijdragen aan een het tempo van besluitvorming . Het ontstaan van een grote gemeentelijke organisatie en het opgaan van gemeenschappelijke regelingen zoals in SDL in dit geheel zal een efficiencyslag opleveren, bijvoorbeeld in de aansturing. Tegelijkertijd zijn bij de SDL taken belegd, zoals op het gebied van ICT, waar de vier gemeenten nu geen mankracht voor inzetten. Of er minder capaciteit nodig zal zijn, is op dit moment nog te voorbarig. 35. We lezen: “Daarnaast kunnen verbeterde arbeidsvoorwaarden en opleidingskansen bijdragen aan een aantrekkelijker werkklimaat..”. Maar het werkklimaat is toch hoe de mensen zich op werkvloer kunnen bewegen en voelen? T Dat heeft toch niet met verbeterde arbeidsvoorwaarden en opleidingskansen te maken? T Die laatste twee factoren zou ook bij 1Stroom uitgevoerd kunnen worden. Waarom gebeurd dat niet of te weinig? T Waarom moeten we daarvoor herindelen? T Is dat niet heel raar, want eigenlijk wordt hiermee gezegd dat het bestuur van 1Stroom geen goed bestuur is. Dit gelooft BurgerBelangen niet, vandaar graag een reflectie hierop. I Aspecten zoals interne doorgroeimogelijkheden en secundaire arbeidsvoorwaarden dragen positief bij aan het ervaren werkklimaat. In een
grote gemeentelijke organisatie is daarnaast simpelweg meer mogelijk wat betreft opleidingen en ontwikkelingen; er is bijvoorbeeld meer ruimte voor initiatieven zoals interne trainers en ook op het vlak van HR kan er meer expertise worden aangetrokken. Het bestuur en de directie van 1Stroom doen wat nodig is op het gebied van aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden en opleidingskansen en stimuleert interne ontwikkelkansen. 36. We lezen: “Een fusiegemeente biedt een breder scala aan functies en stimuleert innovatie, waardoor de vraag naar gespecialiseerd personeel toeneemt.”. Waarom biedt een fusiegemeente een breder scala aan functies? T Waar is dat voor nodig? T Waarom stimuleert 1Stroom geen innovatie? T Waarom zou je de vraag naar gespecialiseerd personeel laten toenemen? T Wordt een flink gedeelte waarvoor gespecialiseerd personeel voor nodig is, niet door de gemeenschappelijke regelingen geleverd? T Denk aan bijvoorbeeld GMR, VGGM en nu nog ODRA. Hoe kan de gemeente zich op een andere manier gespecialiseerd binden aan de regio? T Is daar over nagedacht? I Onderzoeken zoals die van Dirk Louter/Rijnconsult wijzen uit dat meer ruimte voor specialistische functies leidt tot meer bestuurskracht en slagkracht. Grote opgaven zoals de energietransitie, woningbouw, asiel en migratie vragen oplossingen waarvoor specialistische kennis en competenties benodigd zijn.
Een grotere organisatie biedt meer kansen om die specialismen aan te trekken of intern op te leiden. Ook 1Stroom stimuleert innovatie, met dien verstande dat op niet alle ontwikkelingen (denk aan digitalisering/AI) dat de bestaande capaciteit vraagt dat hierin keuzes en prioriteiten worden gesteld. Gemeenschappelijke regelingen zoals de GMR hebben weliswaar specialisten in dienst, maar deze worden gedeeld met de andere deelnemende gemeenten. Een kleinere gemeente zou ook specialisten kunnen aantrekken, maar in veel gevallen gaat het om werkzaamheden die in kleinere gemeenten te weinig voor komen om daarvoor een formatieplaats vrij te maken. Gevolg is dat dergelijke expertise moet worden ingehuurd of gedeeld via een gemeenschappelijke regeling. 37. We lezen: “Door schaalvergroting ontstaat meer capaciteit om complexe vraagstukken aan te pakken en beleid effectief uit te voeren.”. Welke complexe vraagstukken worden bedoeld? T Heen we die niet belegd bij gemeenschappelijke regelingen waarbij de gemeente Duiven is aangesloten of kunnen we dat alsnog doen? T
Zie voor complexe vraagstukken blz.7 van het rapport door Dirk Louter/Rijnconsult. Deze zouden meer belegd kunnen worden bij gemeenschappelijke regelingen, maar dat neemt niet weg dat de gemeente Duiven dan een van de kleinere spelers is met minder invloed en doorzettingsvermogen als een grote Liemerse gemeente. 38. We lezen: “Efficiëntere besluitvorming en gespecialiseerde expertise dragen bij aan een professionelere en slagvaardigere organisatie, mits er voldoende aandacht is voor bestuurlijke cohesie en samenwerking.”. Een zou de bestuurskracht en het strategisch denkvermogen kunnen versterken, maar dan moet er wel voldoende aandacht zijn voor bestuurlijke cohesie en samenwerking. Hoe zorgt het college ervoor dat de mits wordt ingevuld? T Voor nu, maar ook in de toekomst. Hoe kunnen we er voor zorgen dat de efficiëntere besluitvorming en gespecialiseerde expertise bij 1Stroom al gerealiseerd kunnen worden en waarom is dat niet eerder onderzocht of met de gemeenteraad gedeeld? P Hier wordt invulling aan gegeven in het herindelingsontwerp- en advies. 1Stroom heeft als ambtelijke fusieorganisatie inherente ambtelijke en bestuurlijke nadelen die in dit construct niet op te lossen zijn. Een herindeling zou hiervoor wel een oplossing kunnen bieden. 39.
We lezen: “Vorming van één Liemerse gemeente biedt mogelijkheden om eventueel een hernieuwde verbinding aan te gaan met (gemeenten in) de Regio Achterhoek.”. Waarom zou dat nu ook niet kunnen? T We lezen juist dat de Achterhoek door een herindeling van Duiven, Doesburg, Westervoort en Zevenaar zich ook gaat oriënteren op een herindeling naar één of twee Achterhoekse gemeente, is het dan niet een beetje lood om oud ijzer, want dan ben je als de Liemers weer een kleinere gemeente en aangezien dat het college stelt dat omvang telt, is het wellicht een utopische gedachte. Graag een reflectie. I Daarnaast zit de GMR niet voor ons en namens ons aan tafel met de provincie, het Rijk en de Europese Unie? T Is in dat kader een herindeling niet overbodig en zouden we ook de Liemerse Ambassade hier meer voor in kunnen zetten? T Een Liemerse gemeente zou een hernieuwde verbinding met de regio Achterhoek kunnen aangaan omdat die nieuwe organisatie meer te bieden heeft en meer invloed kan uitoefenen. Andere gemeenten onderzoeken, net als de gemeenten in de Liemers, wat er nodig is om hun inwoners op de lange termijn te kunnen blijven bedienen. Het
uitblijven van een Liemerse herindeling betekent niet dat de Achterhoek niet alsnog een verdere schaalvergroting aangaat. De GMR zit voor ons, maar ook voor de andere deelnemende gemeenten aan tafel met de provincie en andere overheden. De Liemerse Ambassade is wat dat betreft geen vervanging voor een Liemerse gemeente. Overigens zijn de GMR en de Liemerse Ambassade niet actief op alle gemeentelijke beleidsterreinen. 40. Graag ontvangen wij een verdere uitwerking van de stelling dat een herindeling tussen de gemeenten Duiven, Westervoort, Zevenaar en Doesburg de financiële slagkracht verstevigd. I Want in het raadsvoorstel wordt alleen een positief beeld beschreven, maar uitgaan van het Gemeentefonds is na het zogenaamde “Ravijnjaar” niet echt meer een zekerheid. Ook de zin “Dit geldt ook voor de mogelijke gevolgen voor harmonisatiebeleid (bijvoorbeeld subsidies) en woonlasten voor inwoners.” Behoeft meer uitleg. I Het kan ook betekenen dat de lasten voor inwoners gaan stijgen en subsidies verlaagd gaan worden. Graag een reflectie. I Deze uitwerking is te vinden op blz. 33 van het rapport door Dirk Louter/Rijnconsult. De gevolgen ten aanzien van de uitkering door het gemeentefonds moeten nader uitgewerkt worden op een later moment in dit traject.
Door Dirk Louter is in zijn toelichting op zijn rapport wel duidelijk gemaakt dat fusiegemeenten er grosso modo niet sterk financieel voor- of achteruit op gaan. Mogelijke gevolgen voor harmonisatiebeleid en de lasten van inwoners worden ook pas op een later moment beter in beeld gebracht bij bijv. een herindelingsscan. Het zou dus kunnen dat lasten stijgen en subsidies afnemen, maar het zou ook kunnen dat ze dalen respectievelijk toenemen (en meer expertise in huis vergroot de kans om als gemeentesubsidies te benutten). 41. We lezen: “Een fusie als deze zal zeker op onderdelen leiden tot efficiencyvoordelen en mogelijkheden tot kostenbesparingen. Er zal ook veel moeten worden geïnvesteerd in robuustheid, strategisch vermogen en kwaliteit om zo’n nieuwe gemeente op alle schaalniveaus die voor inwoners van belang optimaal te kunnen laten presteren.”. Kan er aangeven worden op welke onderdelen een herindeling tot efficiencyvoordelen en mogelijkheden tot kostenbesparingen zal leiden? T Waarom kan dat niet met een verregaande samenwerking, die geen herindeling is? T Ook horen wij graag de hoogte van de investeringen die nodig zijn om de robuustheid, strategisch vermogen en kwaliteit van de heringedeelde gemeente dusdanig te verhogen op alle schaalniveaus die voor inwoners van
belang zijn. Wat moet daarvoor gebeuren? T Waarom kan dat niet met een (verregaande) samenwerking, die geen herindeling is, gerealiseerd worden? T Bij efficiencyvoordelen en mogelijke kostenbesparingen valt – zonder uitputtend te zijn – te denken aan bestuurskosten met bijbehorende ondersteuningsbehoefte (van vier naar één gemeentebestuur), wegvallen van een aantal gemeenschappelijke regelingen naar één ambtelijke organisatie (zoals SDL en SALD), potentieel huisvestingskosten en allerlei (bedrijfsvoerings-)taken die nog voor één gemeente nodig zijn uit te voeren. De hoogte van benodigde investeringen worden in kaart gebracht bij het herindelingsontwerp.
42. We lezen: “Als college vinden wij het belangrijk om bij de verdere voorbereiding en uitwerking van dit voorname traject een expliciet mandaat van de gemeenteraad te hebben.”. Hoe ziet dat expliciete mandaat er uit en wat wordt bedoeld met expliciet. Waarom is een gewoon mandaat niet voldoende? T Zie de beantwoording van vraag 2 van deze vragenlijst. Expliciet om eventuele misverstanden te voorkomen. 43. We lezen: “Een gemeentelijke herindeling moet ten goede komen aan de inwoners.”. Wanneer komt een gemeentelijke herindeling ten goede aan de inwoners en wanneer niet? T Welke criteria gelden daarvoor? T Het onderzoek naar toekomstscenario's door Dirk Louter/Rijnconsult geeft een beeld over de wijze waarop verschillende scenario's op den duur ten goede komen voor inwoners. De criteria die hierbij gehanteerd zijn, zijn meegegeven door de gemeenteraad (blz. 3 van dat rapport). 44. We lezen: “Uit onderzoek blijkt dat het voorzieningenniveau in de nieuwe gemeenten na fusie eerder toe- dan afgenomen is en dat de participatie en initiatieven van burgers op dorps- en kernenniveau na een fusie zijn toegenomen.”. Welk onderzoek wordt hier bedoeld? T Kunnen wij dat onderzoek ontvangen? T Zie bijlage 14 van het raadsvoorstel voor het besproken onderzoek.
45. We lezen: “Het voorbereiden en uitvoeren van een herindeling vraagt van de gemeentelijke organisaties van Duiven, Westervoort, Zevenaar en Doesburg veel extra werk en inzet.”. Welk werk blijft er liggen door dit extra werk? T Hoeveel werkuren worden hier ingestopt? T Hoe zien de werkzaamheden van de betrokken ambtenaren eruit? T Is het wenselijk om dit werk nu te doen, terwijl er ook diverse achterstanden zijn? T Is dit wel het moment om extra onderzoek te doen? T Het is op dit moment en in deze fase nog niet concreet te benoemen welk werk zou kunnen blijven liggen. Het herindelingsontwerp is het moment om een eerste beeld te verkrijgen van de verwachte benodigde werkzaamheden. 46. We lezen: “….dat er op voorhand geen showstoppers zijn en het totaalbeeld is dat de betrokken organisaties door samenvoeging aan robuustheid en expertise winnen. Het proces van samenvoegen zal onvermijdelijk impact hebben op het vermogen van de betrokken organisaties om bestuurlijke ambities te realiseren.”. Hoe kan het college dit op voorhand concluderen? P Betekent dit dat er eigen projecten vertraging op gaan lopen en is dat überhaupt wel wenselijk? P Welke ambities gaat het college niet meer uitvoeren of realiseren? P 47. Wat is een stevige projectorganisatie? T Wat wordt er met “stevig” bedoeld? T Na het intentiebesluit brengen we in beeld welke projectorganisatie nodig is. 48.
Waarom worden rapporten over herindelingen en de gevolgen van herindelingen van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) niet betrokken bij dit raadsvoorstel? T Stan van de Laar, opsteller van het onderzoek ‘Nu, of Nooit’ gaf op 6 mei 2025 tijdens een bijeenkomst van de gemeenteraad aan dat hij bekend is met het onderzoek van COELO. 49. Welke samenwerkingsverbanden of netwerken zijn er nog meer waar Duiven zich bij aan kan sluiten om een ingang te krijgen bij de provincie, het Rijk of de EU? I We doelen hier bijvoorbeeld op K80, dat is een netwerk van krachtige gemeenten in Nederland tot ongeveer 25.000 inwoners? I De K80 is een samenwerkingsverband waar Duiven zich bij kan aansluiten als behartiger van de kleinere gemeenten. De inschatting is echter dat een Liemerse herindeling zorgt een betere ingang bij de provincie, het Rijk en mogelijkerwijs zelfs de EU.
50. Welke andere mogelijkheden of gremia, dan een herindeling zijn er nog meer om krachten te bundelen en de problemen van de toekomst in te kunnen beleggen? I Het onderzoek van Dirk Louter/Rijnconsult naar de toekomstscenario's voor de gemeente Duiven resulteerde in eerste instantie in een longlist van mogelijke oplossingen. Deze longlist werd mei 2024 teruggebracht tot de vier meest kansrijke varainten, waaronder een Liemerse herindeling. 51. Waar ligt het zwaartepunt om over te gaan naar een heringedeelde gemeente? P Ligt dit belang bij wat het beste voor de inwoners, ondernemers, stichtingen en verenigingen is of wat het beste voor de gemeente is? P
52. Hoe wordt de gemeenteraad meegenomen in de gesprekken die het college gaat voeren met de andere colleges? I Hoe vaak krijgen wij een update? I De gemeenteraad wordt vanzelfsprekend goed meegenomen in de vervolgprocedure en zal nog driemaal een raasbesluit moeten nemen om uiteindelijk tot een herindeling te komen (principebesluit, herindelingsontwerpen advies). 53. Wie voeren de gesprekken of onderhandelingen namens het college? I Daarover zijn nog geen afspraken gemaakt. Het zou voorbarig zijn om dergelijke personen aan te wijzen voordat er een intentiebesluit genomen is. 54. In de gepubliceerde rapporten en onderzoeken wordt vaak gesproken over de grote opgave. Wat is die grote opgave? I Waarom hebben de onderzoeksbureaus niet gekeken naar welke oplossing de gemeente voor die grote opgave heeft? T Wat is de impact van de diverse gemeenschappelijke regelingen op het invullen van die grote opgave? T Is daarmee al geen invulling, via de gemeenschappelijke regelingen, gegeven aan de grote opgave? T Bestaat die grote opgave wel of wordt het gebruikt voor een doemscenario, die er eigenlijk niet is? T Er wordt in gepubliceerde onderzoeken zoals die van Dirk Louter/Rijnconsult en ‘Nu, of Nooit!’ gesproken over meerdere grote opgaven, maar bij ons weten niet over één grote opgave. Bij grote opgaven kan gedacht worden aan de energietransitie, woningbouw, asiel en migratie, etc.
Gemeenschappelijke regelingen zoals de GMR helpen ons om invulling te geven aan deze opgaven, maar uit de besproken onderzoeken blijkt dat dit op en duur niet afdoende is gezien de toenemende complexiteit van opgaven. De afgelopen decennia heeft het gehele Nederlandse lokaal bestuur te maken gehad met een gestage verzwaring van taken, die voor het grootste deel veroorzaakt is door decentralisaties van het Rijk naar gemeenten. Er is, ons inziens, dan ook geen sprake van doemscenario's maar een landelijke en welomschreven trend. 55. Kunnen wij een recenter onderzoek ontvangen over Effecten van gemeentelijke herindelingen en ook uit de provincie Gelderland? I Het recent toegevoegde onderzoek is uit 2008 en de wereld is daarna drastisch veranderd. Als voorbeeld, in 2015 werden er allerlei taken naar de gemeenten overgeheveld en de effecten daarvan staan niet in dat rapport. Daarnaast verschillen Zuid Hollandse gemeenten ook van opvattingen in vergelijking met Groningse of Gelderse gemeenten. Daarmee is dit onderzoek eigenlijk geen goede graadmeter om bij een herindeling die mogelijk meer dan twintig jaar later gaat plaatsvinden. Graag een uitgebreide reflectie met daarin waarom juist dit rapport aan de stukken is bijgevoegd. I Het onderzoek uit 2008 biedt veel ervaringen en lessen die nog steeds relevant zijn.
Wij zij niet bekend met een vergelijkbaar recent onderzoek uit de provincie Gelderland.
Uitwerking argumenten en kanttekeningen intentiebesluit gemeentelijke herindeling 1. We lezen: “Uit de rapportage van Dirk Louter/Rijnconsult komt naar voren dat het opgavenprofiel van Duiven op dit moment al zodanig stevig en complex is (“Duiven moet aan heel veel tafels presteren”) dat versterking van bestuurs- en organisatiekracht nodig is om regie te blijven houden op de ontwikkelingen en om een complete gemeente voor de inwoners te blijven die de taken goed aan kan.”. Is hier een herindeling voor nodig of kan je dit ook op een andere manier regelen? T Kan je dit door samenwerking niet op een voldoende goede manier oplossen? T
De onderzoeken van Dirk Louter/Rijnconsult en &Van de Laar geven aan dat een Liemerse herindeling ons het beste in staat stelt om ook in de toekomst invulling te blijven geven aan het opgavenprofiel. In bijlage 13 van het raadsvoorstel, blz. 3, staat verder uitgewerkt waarom een verdere samenwerking een suboptimale oplossing is. 2. We lezen: “Als we de ambitie hebben om op diverse gebieden (wonen, economie, duurzaamheid, veiligheid, leefbaarheid, verkeer en vervoer, etc.) voor onze inwoners van betekenis te zijn en te blijven, dan biedt volgens de rapportage van Dirk Louter/Rijnconsult een zelfstandig Duiven aanzienlijk minder mogelijkheden en kansen dan de stap naar één grote Liemerse gemeente.”. Maar hebben we een groot deel van deze ambities niet belegd in gemeenschappelijke regelingen en is bijvoorbeeld de ambities binnen duurzaamheid niet al in plannen verwerkt? T Een deel van onze ambities zijn inderdaad belegd bij gemeenschappelijke regelingen, en een deel voeren wij zelf uit. Een zelfstandig gemeente Duiven kan binnen die constructen minder invloed uitoefenen dan een grote Liemerse gemeente om in de toekomst al onze ambities te kunnen blijven waarmaken. 3. Waarom wordt als ontvlechting gekeken naar ontvlechten en niet naar andere oplossingen zoals het onderbrengen van de ambtenaren bij de gemeente Duiven, waarbij Westervoort kan inkopen.
Is een dergelijke constructie mogelijk en onderzocht? T Het onderzoek van Dirk Louter en Rijnconsult, het rapport van ‘Nu, of nooit!’ en de bestuurlijke gesprekken met Westervoort geven geen aanleiding om deze constructie te onderzoeken. 4. We lezen: “Voor een gemeente van ca. 25.000 inwoners komt de organisatie daarmee wel richting een kritische ondergrens, zeker in relatie tot het opgavenprofiel en de dynamiek in het gebied.”. Waarom zijn andere gemeenten met circa 25.000 inwoners wel toekomstbestendig en ontvlechten in deze tijd hun ambtelijke organisatie? I Er wordt uitgegaan van negatieve gevolgen, maar wat doen gemeenten van een vergelijkbare omvang die wel toekomstbestendig zijn, anders dan de gemeente Duiven? I Uit de onderzoeken die ons bekend zijn, en de expertise die door ons is ingewonnen, blijkt dat onze organisatie voor ca. 25.000 inwoners met bijbehorend kwadranterend opgaveprofiel aan de kritieke ondergrens zit. De
gemeente Duiven wordt verder geconfronteerd met specifieke kansen en bedreigingen die anders zijn bij andere gemeenten van een dergelijke omvang, waardoor een exacte vergelijking niet direct te maken valt. 5. We lezen: “De rapportage toont verder aan dat het vermogen van de organisatie om opgaven op de lange termijn te realiseren, in vergelijking met de huidige situatie, afneemt. Het bestuur kan zich wel meer richten op de belangen en ontwikkelingen van Duiven. Tegelijkertijd zal de capaciteit en kwaliteit van het bestuur niet toenemen. Duiven zal in nog grotere mate afhankelijk zijn van samenwerking met andere (grotere) gemeenten en partijen voor het realiseren van opgaven. Dat zal de mogelijkheid tot eigen regie op ontwikkelingen voor het gebied en de gemeenschap verder beperken.”. Welke oplossingen zijn er om capaciteit en kwaliteit van bestuur toe te laten nemen? I Uiteindelijk is een herindeling ook een vorm van samenwerking, alleen is dat een samenwerking die de controle volledig overneemt, waarbij je veel minder de belangen van de kernen Loo, Groessen en Duiven kan vertegenwoordigen.
Hoe ziet het college die ontwikkeling, omdat de toekomstige gemeenten heel veel kernen in zich heeft? P De overtuiging is dat oplossingen om de capaciteit en kwaliteit van het bestuur te laten toenemen, minder rendement opleveren dan het realiseren van een grote Liemerse gemeente, mede vanwege de huidige mate van afhankelijkheid van samenwerking met andere gemeenten of die in gemeentelijke samenwerkingsverbanden. Een grote Liemerse gemeente heeft bijvoorbeeld meer mogelijkheid om strategisch denkvermogen te organiseren, bestuursadviseurs aan te stellen en heeft als gevolg van de toegenomen omvang meer invloed. 6. We lezen: “De gemeente Westervoort heeft een duidelijke voorkeur geuit voor één grote Liemerse gemeente. Een zelfstandig Duiven maakt deze optie onmogelijk en betekent voor Westervoort ook een (ongewenste) zelfstandigheid of een (ongewenste) fusie met Arnhem als alternatief.”. Waarom is een fusie met Arnhem ongewenst? P Waarom wordt hier niet gesproken over een lichte samenvoeging van Westervoort met Duiven? P Deze optie is door Westervoort afgedaan als te klein, zonder dat te voorzien van een zeer goede onderbouwing. Sterker nog, zoals eerder in deze vragenserie aangegeven, is Wageningen een gemeente die van gelijke omvang is en als toekomstbestendig wordt gezien. Waarom zou dat voor Duiven samen met Westervoort niet kunnen gelden? P
7. We lezen: “Als het eindperspectief geen Liemerse fusie is, is het een stap met enige meerwaarde dus en - vanuit Duivens perspectief – ook met weinig bezwaar.”. Waarom wordt deze variant niet beter onderzocht, zodat Westervoort overtuigd kan worden dat het wel degelijk een verstandig stap is, met de minste impact en met veel minder investeringen en (frictie)kosten (ten opzichte van een herindeling met vier gemeenten)? T Deze variant is nader onderzocht tijdens de tweede fase van het onderzoek door Dirk Louter/Rijnconsult. Samen met de bevindingen uit de driehoeksgesprekken en het rapport ‘Nu, of Nooit!', is het de overtuiging dat een herindeling met Doesburg, Westervoort en Zevenaar het passende toekomstperspectief geeft. 8. We lezen: “Een verdergaande inhoudelijk-bestuurlijke samenwerking veronderstelt dat de gemeenten veel meer samen gaan beslissen over grote gemeentegrensoverschrijdende opgaven in het gebied (wonen, mobiliteit, regionale voorzieningen, ruimtelijke ordening etc.). Dat betekent dat gemeenten (en gemeenteraden) hierin autonomie moet inleveren.”. Hebben wij deze opgaven niet al belegd in de Groene Metropoolregio en hoeven we verder geen autonomie in te leveren? T Het onderzoek van Dirk Louter/Rijnconsult spreekt over een ‘kwadraterend opgavenprofiel’ waarbij opgaven toenemen in complexiteit.
De veronderstelling is dat naar mate opgaven complexer worden, in toenemende mate samenwerking moet worden opgezocht. Het gevolg kan zijn dat we verder autonomie inleveren. Deze opgaven zijn breder dan het takenpakket van de GMR. 9. Bij de voorbeelden uit de praktijk lezen we een positief verhaal, maar kunnen wij de onderliggende onderzoeken van die voorbeelden ontvangen, alsmede de evaluatie van na de herindeling? I Nu is het tekst die niet gecontroleerd kan worden. Wij hebben Dirk Louter gevraagd om praktijkervaringen met gemeentelijke herindelingen met ons te delen. 10. We lezen: “Op 1 aspect namelijk de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen scoorden fusiegemeenten slechter. Wat dat betreft volgen fusiegemeenten de trend dat in grotere gemeenten de opkomst kleiner is. Of dit ook voor Duiven zal gelden is overigens nog de vraag. De opkomst bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in Duiven was 48,6% en dat is al goed vergelijkbaar met de opkomst in grote steden (vergelijking Arnhem 46,7%).”. Het college stelt
dat een lagere opkomst bij verkiezingen wel degelijk een gevolg is van een herindeling. Echter, daarna stelt het college dat wij een goede opkomst hebben. Wat begrijpt het college niet van de opmerking dat fusie gemeenten slechter scoren bij verkiezingen? I Waarom maakt u iedere keer de herindeling mooier dan die in de praktijk is? P In het citaat staat niet dat Duiven een goede opkomst heeft. Wel staat er dat de opkomst in Duiven goed vergelijkbaar is met de opkomst in grote steden. Ook staat er dat fusiegemeenten slechter scoorden qua opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen. 11. We lezen: “Oprechte aandacht, houding en kwaliteit van persoonlijke contacten wordt in de beleving van inwoners belangrijker gevonden dan fysieke aanwezigheid, afstand of een goede back-office. Dat zit veel meer in gedragsaspecten (zoals tijdig terugbellen, initiatief tonen, actieve interne afstemming, oplossingsgericht denken, zich verdiepen in de lokale situatie). Hierin ligt een belangrijke opgave voor organisatie en bestuur in een fusiegemeente.”. Dat dit nu ook van belang is, wordt niet gemeld.
Ook Duiven kan dit organiseren als we ander prioriteiten stellen, waarom wordt dit nu niet geregeld en wordt het als argument voor een herindeling gebruikt? T Het citaat geeft in de eerste plaats weer dat in de beleving van inwoners bepaalde aspecten belangrijker worden gevonden dan een aantal andere aspecten. De aspecten die in de beleving van de inwoners belangrijker zijn, verdienen zowel in de huidige als de toekomstige situatie de volle aandacht. Ook in de huidige situatie wordt hier op ingezet. 12. We lezen: “In grotere organisaties voelen medewerkers zich sneller als een 'radertje in het geheel' door formele relaties en een minder directe verbinding met het management. Dit heeft echter alles te maken met de organisatiecultuur.”. De laatste zin haalt alles onderuit. Als het met organisatiecultuur te maken heeft, waarom zet het Dagelijks Bestuur van 1Stroom niet in op zo’n organisatiecultuur? T Een cultuur heeft weinig van doen met de omvang van een organisatie. Ook hier benadrukt het college het, in hun ogen, positieve, maar veel medewerkers voelen zich juist dat radartje in een kleine organisatie waarin de lijnen kort zijn om elkaar te bereiken. Graag een reflectie. I
Aandacht voor de organisatiecultuur, passend bij het doel en de omvang, is zowel in de huidige als de nieuwe situatie van essentieel belangen krijgt daarom uiteraard ook nu alle aandacht. 13. We lezen: “Een uitgebreider onderzoek naar ervaring van vergelijkbare fusiegemeenten kan veel informatie boven water brengen over hoe met aspecten van identiteit, voorzieningen en gemeenschapsleven is omgegaan en wat succes- en faalfactoren zijn hierbij.”. Moet een dergelijk onderzoek niet voor een intentieverklaring worden uitgevoerd? T Wat is de status van dit onderzoek en kunnen wij dit onderzoek ontvangen? T De overtuiging is dat na een traject van bijna twee jaar en meerdere onderzoeken op dit moment voldoende informatie beschikbaar is voor de gemeenteraad om een intentie uit te spreken. De raad heeft na dit intentiebesluit nog driemaal de gelegenheid om een besluit te nemen over dit onderwerp. In aanloop naar een herindelingsontwerp kan het passend zijn om de ervaringen van (vergelijkbare) fusiegemeenten te onderzoeken. Een vorm kan zijn dat de betrokken gemeenteraden op werkbezoek gaan bij een aantal fusiegemeenten. Een in de toekomst te verrichten onderzoek kan nu nog niet worden ontvangen door de gemeenteraad. 14.
Waarom moet je bij fusieprocessen werken vanuit positieve denkbeelden en niet vanuit eerlijke en realistische beelden? T Is dit laatst niet veel beter, zodat iedereen weet waar het over gaat en waar het naar toe gaat? T We baseren ons voornamelijk op de resultaten van het onderzoek door Dirk Louter/Rijnconsult. Dit onderzoek is opgesteld in opdracht van de gemeenteraad en de opdracht is gegund aan deze partij in samenspraak met een vertegenwoordiging van de gemeenteraad. We veronderstellen dat de resultaten realistisch en objectief zijn. Eerlijke en realistische beelden kunnen ook positieve beelden opleveren. Dit hoeft dus geen tegenstelling te zijn. 15. We lezen: “Benut de integratie-uitkering vanuit het Gemeentefonds zo, dat de fusiekosten en tijdsinspanning geen grote belemmering vormen voor het normaal door functioneren van de activiteiten en werkzaamheden in de voorbereidingsperiode (de winkel blijft open). Stem investeringen en lange termijnuitgaven als fusiegemeenten in de voorbereiding op elkaar af, zodat er na de fusie zo weinig mogelijk desinvesteringen nodig zijn.”. Waarom nu al weer
kijken waar geld vandaan kan komen om een herindeling te komen? T Hoe en wanneer worden de investeringen op elkaar afgestemd? T Is dat sowieso geen goed idee om dat regelmatig met buurgemeenten te doen, zodat er wellicht extra voordelen gehaald kunnen worden door een simpele samenwerking? T Het is passend om in een raadsvoorstel voor een intentiebesluit tot een herindeling de raad te informeren over waar financiering voor de herindeling vandaan komt en hoe de inzet van deze middelen optimaal benut kunnen worden. Bij voorkeur in het herindelingsontwerp stemmen de beoogde fusiegemeenten de investeringen en lange termijn uitgaven op elkaar af. Kansen benutten om investeringen gezamenlijk uit te voeren, is zeker goed. Daar hebben we al aandacht voor en we passen dat toe als we daar realistische mogelijkheden voor zien. 16. We lezen: “De complexiteit van lokale besluitvorming wordt als gevolg van een fusieproces op Liemerse schaal minder. Er is één gekozen gemeenteraad, één college van burgemeester & wethouders en één organisatie in plaats van vier gemeentebesturen en drie organisaties. Ook inliggende gemeenschappelijke regelingen (zoals 1Stroom) worden opgeheven. De vertegenwoordiging van het gebied in bijvoorbeeld de Groene Metropool wordt een stuk slagvaardiger, duidelijker en eenduidiger.”.
Over welke complexiteit hebben we het hier? T Wat is het voordeel van maar één gemeenteraad ten opzichte van de vier die er nu zijn? T Wil het college soms zeggen dat het hoogste orgaan, de gemeenteraad, voor complexiteit in de lokale besluitvorming zorg? T Graag een diepgaande analyse en reflectie. T Qua complexiteit spreken we hier over het werken voor twee besturen in plaats van één, en het construct met verschillende gemeenschappelijke regelingen zoals de SDL en SALD. Inherent aan het construct van 1Stroom is dat deze organisatie niet één maar twee gemeenteraden bedient. Dit is per definitie complexer dan het bedienen van één gemeenteraad. Vraagstukken die in de huidige situatie gemeentegrens overstijgend zijn (binnen de vier genoemde gemeenten), vragen momenteel besluitvorming bij meerdere bestuursorganen. Dat zal straks bij één bestuursorgaan liggen. Dat is met andere woorden wat het college wil zeggen.
17. We lezen: “Kijkend naar de lijst van fusiegemeenten sinds 2001 (bijlage 1 hieronder) kan geconstateerd worden dat al deze gemeenten na de fusie – na enige jaren – goed zijn gaan functioneren als ‘normale’ gemeenten op hun schaalniveau. Wel zijn er zeker opstartproblemen geweest in de eerste jaren en zijn niet altijd alle verwachtingen geheel uitgekomen tijdens de eerste jaren.”. Kunnen wij in deze tijd van vele veranderingen, onder meer in het WMO-beleid, een dergelijke stilstand en slecht functioneren ons wel veroorloven? P Wat betekent zo’n stilstand en een, wederom, intern gerichte organisatie voor de afhandeling van onze inwoners en het afgeven van beschikkingen, voor onze inwoners, ondernemers, stichtingen en verenigingen? P 18. Het college geeft voorbeelden van gemeenten waar zo’n fusie, op de schaal van de mogelijke voorliggende herindeling goed zijn ver lopen. Hoe kunnen wij die stelling controleren? I Bij welke gemeenten is zo’n fusie niet goed gegaan en waarom worden de slechte voorbeelden niet benoemd? I Het staat de gemeenteraad vrij om de toegevoegde bronnen te raadplegen, experts te benaderen of om deze fusiegemeenten te benaderen al dan niet te bezoeken.
De stelling dat ‘geconstateerd [kan] worden dat al deze gemeenten na de fusie – na enige jaren – goed zijn gaan functioneren als ‘normale’ gemeenten op hun schaalniveau’ baseren wij op de expertise en ervaring van Dirk Louter.