Beantwoording aanvullende vragen BurgerBelangen
Tekst van het document
Aanvullende vragen BurgerBelangen n.a.v. ronde tafel 12 juni 2025
Naar aanleiding van de ronde tafel Intentiebesluit gemeentelijke herindeling, zou ik nog een vraag sturen om schriftelijk te laten beantwoorden. Deze vraag is: Vraag 54. In de gepubliceerde rapporten en onderzoeken wordt vaak gesproken over de grote opgave. Wat is die grote opgave? I Waarom hebben de onderzoeksbureaus niet gekeken naar welke oplossing de gemeente voor die grote opgave heeft? T Wat is de impact van de diverse gemeenschappelijke regelingen op het invullen van die grote opgave? T Is daarmee al geen invulling, via de gemeenschappelijke regelingen, gegeven aan de grote opgave? T Bestaat die grote opgave wel of wordt het gebruikt voor een doemscenario, die er eigenlijk niet is? T Er wordt in gepubliceerde onderzoeken zoals die van Dirk Louter/Rijnconsult en ‘Nu, of Nooit!’ gesproken over meerdere grote opgaven, maar bij ons weten niet over één grote opgave. Bij grote opgaven kan gedacht worden aan de energietransitie, woningbouw, asiel en migratie, etc. Gemeenschappelijke regelingen zoals de GMR helpen ons om invulling te geven aan deze opgaven, maar uit de besproken onderzoeken blijkt dat dit op en duur niet afdoende is gezien de toenemende complexiteit van opgaven.
Antwoord college: De afgelopen decennia heeft het gehele Nederlandse lokaal bestuur te maken gehad met een gestage verzwaring van taken, die voor het grootste deel veroorzaakt is door decentralisaties van het Rijk naar gemeenten. Er is, ons inziens, dan ook geen sprake van doemscenario's maar een landelijke en welomschreven trend. Wedervraag BurgerBelangen In het antwoord staat: ” Gemeenschappelijke regelingen zoals de GMR helpen ons om invulling te geven aan deze opgaven, maar uit de besproken onderzoeken blijkt dat dit op en duur niet afdoende is gezien de toenemende complexiteit van opgaven.”. Kan aangeven worden waar dit staat in de genoemde rapporten? Ons lijkt dat een GMR robuust genoeg is en kan groeien om de complexiteit van opgaven op te pakken en overzien. Graag een reflectie. Het onderzoek van Dirk Louter/Rijnconsult stelt o.a. op blz.8 van hun rapport dat de gemeente Duiven, met een ambtelijk gefuseerde organisatie en verschillende gemeenschappelijke regelingen en samenwerkingsverbanden zoals de GMR, op den duur te weinig bestuurskracht heeft om aan alle opgaven invulling te geven. Zo staat er over de organisatie 1Stroom onder meer: “Het bestuurlijk-ambtelijk construct heeft bestuurlijke zwakheden die binnen het construct niet opgelost kunnen worden, zoals een dubbele bestuurlijke aansturing en nog gebrekkig gezamenlijk bestuurlijk eigenaarschap.
Deze aspecten worden vooral ook manifest vanwege (te respecteren) verschillen in opgaven/ambities/bestuursstijlen van gemeenten Duiven en Westervoort.” En over samenwerkingskracht in de regio wordt geschreven: ”Duiven neemt qua grootte en invloed in de regio een bescheiden positie in: “groot onder kleinen” of “klein in de middenmoot”. Beeld van buiten naar binnen over Duiven bij partners: vaak constructief en loyaal. Ook op zichzelf gericht, heeft niet altijd een expliciete agenda en kan niet altijd leveren (m.n. ambtelijk).”
In het rapport Nu? of nooit! Van & Van de Laar staat onder meer (blz. 11.): “De vorming van één ambtelijke organisatie, onder één gemeentebestuur, geeft een krachtige impuls aan de denk- en uitvoeringskracht voor de Liemers, haar kernen en de inwoners en ondernemers.” en “Met de vorming van één ambtelijke organisatie onder één gemeentebestuur vervalt ook de complexiteit die binnen 1Stroom bestaat van het bedienen van twee gemeentebesturen vanuit één ambtelijke organisatie met dilemma’s rondom bijvoorbeeld prioriteitstelling, capaciteitsverdeling, bekostiging en kwaliteit.”
Het college geeft verder graag ook een toelichting over de volgende vragen/antwoorden: Vraag 9 (raadvoorstel). We lezen dat ingegaan wordt om tot (de mogelijkheid van) afspraken met de provincie over een investeringsagenda te komen. Welke investeringsagenda hebben we het dan over en wat gaat daar in staan? T Doet de Groene Metropoolregio (GMR) dit niet voor de regio? T Is er als GMR niet een grotere speler die goede afspraken kan maken over een investeringsagenda, waarbij de hele regio belang heeft bij deze afspraken? T Is dit eigenlijk niet een soort “wassen neus” om te laten lijken dat als heringedeelde regio met de provincie een investeringsagenda kunnen afspreken? P Antwoord college tijdens ronde tafel: Er geen sprake van een “wassen neus”. De mogelijkheid voor een investeringsagenda is door @VDL naar voren gebracht en het onderwerp is aan bod gekomen tijdens gesprekken met de gedeputeerde. Daarbij is aangegeven dat we niet moeten denken aan een investeringsagenda van tientallen miljoenen euro’s, maar er is wel een kans. BurgerBelangen vroeg hierop of er al gesprekken plaatsvinden met de provincie? Waar gaan deze gesprekken over en zijn deze niet te voorbarig? De bijeenkomst met de provincie, waar het college tijdens de ronde tafel op wees, vond plaats zo’n twee weken na het opleveren van het rapport ‘Nu, of nooit!’ door &Van de Laar.
Tijdens deze bijeenkomst op 22 april is gesproken over het rapport, de mogelijkheden voor een investeringsagenda en wat de provincie verder kan bijdragen. Ook op andere momenten is er bestuurlijk en ambtelijk contact tussen de gemeenten onderling en met de provincie. Deze bestuurlijke en ambtelijke gesprekken zijn voor het college van belang om een goed beeld te krijgen van positie van de andere colleges van burgemeester en wethouders een ook die van het college van gedeputeerde staten van de provincie. Deze gesprekken zijn van belang voor de voorbereiding van de besluitvorming in onze gemeente. Ze zijn daarmee niet voorbarig.
Vraag 9 (Uitwerking argumenten en kanttekeningen) Bij de voorbeelden uit de praktijk lezen we een positief verhaal, maar kunnen wij de onderliggende onderzoeken van die voorbeelden ontvangen, alsmede de evaluatie van na de herindeling? I Nu is het tekst die niet gecontroleerd kan worden. Schriftelijk antwoord college: De afgelopen decennia heeft het gehele Nederlandse lokaal bestuur te maken gehad met een gestage verzwaring van taken, die voor het grootste deel veroorzaakt is door decentralisaties van het Rijk naar gemeenten. Er is, ons inziens, dan ook geen sprake van doemscenario's maar een landelijke en welomschreven trend. BurgerBelangen vroeg tijdens de ronde tafel om aanvullende praktijkvoorbeelden en onderliggende onderzoeken. We merken dat het schriftelijke en mondelinge antwoord voor verwarring gezorgd heeft. We lichten het antwoord hier dan ook graag toe. Het college heeft, bij het opstellen van het raadsvoorstel, bij onderzoeker en ervaringsdeskundige Dirk Louter de vraag gesteld welke voorbeelden er genoemd kunnen worden van positieve en negatieve ervaringen met herindelingen. In hoeverre zouden deze vergelijkbaar zijn met onze situatie? De tekst op pagina 8 van bijlage 13, en het overzicht op pagina 9 en 10 is de reactie van Dirk Louter op die vraag.
Dat zijn dus de praktijkvoorbeelden die bij ons bekend zijn er zijn bij ons geen aanvullende onderzoeken bekend los van degene die zijn toegevoegd aan het raadsvoorstel. Naar aanleiding van de ronde tafel is de volgende vraag gesteld aan Dirk Louter: “In de raad waren er vragen over het feit dat er louter positieve ervaringen lijken te zijn. Klopt dit? Is het inderdaad zo dat fusiegemeenten in alle genoemde voorbeelden na een opstart periode goed gaan functioneren? Ik kan me voorstellen dat er allerlei gevallen zijn dat fusies voortijdig worden afgebroken, maar klopt het dat er na een fusie geen voorbeelden zijn waarbij een fusie ongedaan gemaakt wordt? De kritiek was dat we een te rooskleurig beeld scheppen, maar als eenmaal gefuseerde gemeenten simpelweg niet meer dergelijke fusies terugdraaien, dan is dat ook een antwoord.” De reactie van Dirk Louter is als volgt: Bij mijn beantwoording op de eerste set vragen zat een overzicht van 54 fusiegemeenten vanaf 2001. Dit zijn allemaal gemeenten die inmiddels regulier functioneren. Ze hebben de eerste jaren best overgangs- en aanloopvraagstukken gehad; de mate waarin verschilt per gemeente. Verder heeft iedere gemeente natuurlijk zijn eigen uitdagingen (financieel, inhoudelijk, bestuurlijk etc.). Maar die uitdagingen zijn in de regel niet fusie gerelateerd.
Het zijn inmiddels “normale” gemeenten geworden, die allen voldoende bestuurskracht hebben op dit moment, voor zover dat van de buitenkant is te bepalen uiteraard. Uit de genoemde lijst blijkt dat deze fusiegemeenten deels ook gevormd zijn uit/met gemeenten die eerder, dus voor 2001 gefuseerd zijn (jaren ’70, ’80, ’90). Enkele voorbeelden: Gemeente ZevenhuizenMoerkapelle opgegaan in de nieuwe gemeente Zuidplas (2009), Graafstroom in de nieuwe gemeente Molenlanden (2013), Cromstrijen, Binnenmaas en Korendijk in nieuwe gemeente Hoeksche Waard (2019). En het zijn er aanzienlijk meer. Bij deze gemeenten bleek dus dat 20/30 jaren na fusie de bestuurskracht nog (of opnieuw) onvoldoende was. Het betreft vrijwel allemaal “oude” gemeenten van 20.000 inwoners of (veel) minder.
Het komt af en toe voor dat een fusiegemeente wordt opgeheven vanwege een gebrek aan bestuurskracht. Voorbeelden van na 2001 zijn: • • •
Boarnsterhim (gestart in 1984, opgeheven in 2014, ca. 19.000 inwoners), grondgebied verdeeld over gemeenten Leeuwarden, Heerenveen, Súdwest-Fryslân, De Fryske Marren Haaren, (gestart 1996, opgeheven in 2015, ca. 14.000 inwoners), grondgebied verdeeld over Boxtel, Oisterwijk, Vught, Tilburg Maasdonk (gestart in 1993, opgeheven in 2015, ca. 11.000 inwoners), grondgebied verdeeld over Oss en ’s Hertogenbosch
Deze gemeenten konden na de fusie onvoldoende bestuurskracht ontwikkelen en hebben vrijwillig besloten om tot opheffing/splitsing over te gaan, uiteraard in afstemming met hun buurgemeenten. Een rol speelde in deze gevallen dat ze gevormd zijn vanuit een soort “restproblematiek” bij streekgewijze herindelingen, waardoor interne samenhang, gezamenlijke identiteit en regionale positie vanaf het begin relatief zwak waren. Als er al een algemene les uit deze “oude” fusietrajecten te trekken is, is dat er risico’s zijn als een fusiegemeente van aanvang te klein van schaal is en te weinig interne samenhang en eigen identiteit kan ontwikkelen. Voor een eventueel te vormen Liemerse gemeente zijn die risico’s mijns inziens niet aan de orde.