CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

B9b. bijlage - Toekomstbestendige Gelderse veren 2022.pdf

Raadsavond 4 oktober 2022, gemeente DuivenBij agendapunt: - overige informatie ter kennisname20.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Onderzoek Toekomstbestendige Gelderse veren 2022

Opdrachtgever: VNG Gelderland Rob Joosten Advies BV mei 2022

1

Inhoudsopgave 1. 2.

3.

4.

5.

6.

Woord Vooraf Managementsamenvatting Het onderzoek 1.1 Inleiding 1.2 Onderzoeksopzet en leeswijzer Het belang van de Gelderse veren 2.1 Inleiding 2.2 Het maatschappelijk belang van de veren 2.3 De waarde van de overzettingen 2.4 Vervoerskundig belang: twee voorbeelden 2.5 Samenvattend Het Gelders verenfonds 3.1 Inleiding 3.2 Toetsing subsidieaanvragen 3.3 Analyse uitgaven en inkomsten verenfonds 3.4 Samenvattend Visie ondernemers en gemeenten 4.1 Inleiding 4.2 De gesprekken met de ondernemers 4.3 De gesprekken met de gemeenten 4.4 De gesprekken samengevat Duurzame veervoorzieningen 5.1 Inleiding 5.2 De lessen uit het verenfonds 5.3 Het belang van de veren 5.4 Gesprekken met ondernemers en gemeenten 5.5 Toekomstscenario’s Conclusies en aanbevelingen 6.1 Algemeen 6.2 Conclusies 6.2 Aanbevelingen

Bijlagen: ● Lijst van geraadpleegde ondernemers, organisaties en gemeenten ● Vragenlijsten ondernemers en gemeenten ● Overzicht veren Twijnstra&Gudde (2020) ● Literatuurlijst

Pagina 3 5 11 13 14 16 18 22 23 26 27 33 38 40 42 43 46 47

49

Foto’s ● Voorpagina: bovenaanzicht Gierpont Culemborg 2 (Veerbedrijf Mason) ● pag. 15 Gierpont Culemborg 2 omstreeks 1965 naast de spoorbrug (Veerbedrijf Mason) ● pag. 28 Veerpont Steeds voorwaarts (Jansen Steeds Voorwaarts/Antoinet Roëling) ● pag. 36 Dommerholtsveer (gemeente Lochem) ● pag. 44 Brakel II (gemeente Gorinchem, Annelieke Haubrich)

2

Woord vooraf Voor u ligt de uitkomst van een onderzoek door Rob Joosten Advies BV naar de toekomst van de Gelderse Veren. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van VNG Gelderland met ondersteuning van Regio Rivierenland en een bijdrage van Uiterwaarde. Gelderland is een provincie met veel diversiteit in het landschap. Naast zandvlaktes en uitgestrekte bossen, zijn er grote gebieden met veeteelt of akkerbouw. Door de provincie stromen grote rivieren als Waal, Rijn, IJssel, Maas en een aantal kleinere rivieren en beken. Dat geeft de provincie een natuurlijke pracht en maakt de provincie aantrekkelijk om er te wonen, te werken of te recreëren. Tegelijk levert dat ook barrières op. Vooral rivieren moeten -letterlijk- overbrugd worden en wanneer de brug te ver is, zijn er veerponten. Tussen veerponten en Gelderland bestaat een oude band. Maar wie betaalt de veerman en kan deze daarmee uit? Er zijn veerponten in soorten en maten. Sommige varen het hele jaar door en kunnen alle reizigers bedienen van (vracht)auto tot fiets en voetganger. Anderen varen een deel van het jaar en zijn vaak gericht op recreatie en toerisme. Een oversteek met een pont is soms noodzaak om van A naar B te komen, maar kan ook een leuk onderdeel zijn van een mooie fietstrip of wandeltocht.

In het begin van de jaren negentig zijn de verantwoordelijkheden van de overheid voor de veren overgeheveld van rijk naar decentrale overheden. Na een langdurig traject werd met de Wet Herverdeling Wegenbeheer (WHW) begin jaren negentig het beheer van de wegen herverdeeld en voor een deel gedecentraliseerd naar provincies en gemeenten. Daarbij ging het om ongeveer een miljard gulden waarvan het rijk 40 miljoen zou krijgen, gezamenlijke provincies 595 miljoen, gemeenten en waterschappen 380 miljoen gulden. In die overheveling gingen veerponten mee als onderdeel van het mobiliteitsnetwerk. Om die verantwoordelijkheid invulling te geven hebben provincie Gelderland en de Gelderse gemeenten (via VNG Gelderland) een Verenfonds in het leven geroepen en daar de uitkering uit de WHW (elk 8 miljoen gulden) in ondergebracht (totaal € 7,3 miljoen). Het doel was het leveren van een bijdrage aan een doelmatige instandhouding van overzetveren in Gelderland. Vanuit de opbrengsten van het fonds zouden tekorten in veerexploitaties aangevuld kunnen worden. Dat ging goed zolang de rente voldoende was om de tekorten te dekken, en in 2006 is er een aanvulling van Rijkszijde geweest. Provincie Gelderland heeft die storting toen verdubbeld tot € 8 miljoen.

Daarmee leek het fonds zo stevig gevuld dat in 2011 de jaarlijkse storting vanuit recreatie en toerisme (€ 160.000) door de provincie werd afgebouwd en verlaagd tot een jaarlijkse bijdrage van € 16.000, die per 2022 beëindigd is. Eind 2018 hebben de Gelderse staten in een motie GS van Gelderland gevraagd om onderzoek: • naar de kosten per reiziger, toekomstig reizigerspotentieel en de verduurzamingsopgave van de veer- en vaarverbindingen in breder perspectief, inclusief nieuwe verbindingen en concepten zoals de watertaxi/bus en • naar veer- en vaarverbindingen en een visie te ontwikkelen op duurzame, betrouwbare, financieel gezonde en innovatieve voorzieningen voor in de toekomst. Die motie heeft geleid tot een rapportage ‘Onderzoek naar veren in Gelderland’ van Twijnstra&Gudde. Op basis daarvan heeft GS vanuit de omgevingsvisie Gaaf Gelderland de raakvlakken van de provincie met veren bezien. In de weging daarvan heeft GS de staten

3

voorgesteld geen beleidsmatige of financiële rol te kiezen richting de veren en de exploitatie te laten bij commerciële partijen en gemeenten. De staten van Gelderland hebben daar in september 2020 steun aan gegeven; de vraag naar maatwerk en enkele opties bleven daarbij ter nadere uitwerking over. Daarmee werd het bestuur van VNG Gelderland na 25 jaar samen optrekken geconfronteerd met een afbouw van de gezamenlijke verantwoordelijkheid van provincie en VNG Gelderland voor het fonds, tegen de achtergrond van een uitputting van het fonds in de voorliggende jaren. Wat te doen? Wat is nodig om te komen tot een visie op een vitaal bestel aan veerponten en welke rol heeft de overheid bij de instandhouding van veren, wanneer de exploitatie tekortschiet. Welke scenario’s zijn dan in beeld voor een gezonde en verantwoorde beoordeling. De Gelderse gemeenten hebben via VNG Gelderland middelen voor het onderzoek beschikbaar gesteld, naast een bijdrage van Regio Rivierenland en van Uiterwaarde. VNG Gelderland vindt draagvlak onder exploitanten en van overheden van belang om tot een keuze te komen. Het traject van totstandkoming van dit rapport toonde dat èn de veranderde rol van de provincie èn de uitputting van het fonds bij veel overheden en exploitanten niet bekend waren. Er is een proces van bezinning op gang gekomen, dat door het bijna lege fonds onder druk tot keuzes moet leiden.

Daarmee wordt een beroep gedaan op exploitanten en hun brancheorganisaties en op de (gemeentelijke) overheden om positie te kiezen. Het is nu ‘alle hens aan dek’, de tijd dringt. In het vervolg op dit onderzoek zullen exploitanten en gemeenten ieder voor zich en samen de schouders moeten zetten onder het vorm geven van een gezond verenbestel, waarbij eventuele bijdragen van de overheid gericht zijn op gezamenlijk afgesproken resultaten binnen een doelmatige bedrijfsvoering. Daarmee vormt dit rapport een basis voor verdere inzet van veerexploitanten en van de overheid. VNG Gelderland

4

Managementsamenvatting Inleiding In Gelderland is door provincie en gemeenten in de afgelopen decennia een uniek Verenfonds ingezet om veren financieel te ondersteunen. Dit omdat veerdiensten, waar een brug ontbreekt of deze ver weg ligt, passagiers en voertuigen over een rivier of kanaal vervoeren. Ze verbinden en verlengen daarmee wegen en fietspaden en spelen zo een belangrijke rol binnen de mobiliteit van Gelderland. Helaas verkeren diverse Gelderse veerdiensten financieel gezien in zwaar weer omdat de inkomsten niet tegen de uitgaven opwegen. Gedurende enkele decennia konden gemeenten een beroep op het Gelders Verenfonds doen voor financiële ondersteuning van niet-renderende veren. Het einde van deze ondersteuning lijkt in zicht, want het Gelders Verenfonds raakt uitgeput rond 2024. Het voortbestaan van dit Verenfonds is allerminst zeker, omdat het provinciaal bestuur in 2021 heeft besloten geen rol voor zich te zien met betrekking tot de veren, behoudens, tot op heden nog niet gedefinieerd, maatwerk. De Provincie Gelderland is van oordeel dat veren slechts lokaal relevant zijn en dat oevergemeenten verantwoordelijk zijn voor de veren. In beginsel zijn de gemeenten over enige jaren dus alleen aan zet, samen met de exploitanten. Het is echter de vraag of zij in staat zijn (en willen/kunnen zijn) om deze (financiële) verantwoordelijkheid voor hun rekening te nemen.

Het belang van de Gelderse veren Om een adequate discussie te voeren over het al dan niet financieel ondersteunen van de veren is gestart met een algemene analyse van de veerdiensten in Gelderland en hun belang. Duidelijk is dat de belangen van de veren bijna alle facetten van ons dagelijks leven raken en veel verder reiken dan op het eerste gezicht door de provincie Gelderland wordt aangenomen. De kwalitatieve waarde van deze belangen voor bijvoorbeeld ons sociale leven, het toerisme, het milieu of onze (cultuur)historie zijn groot maar echter moeilijk te becijferen. Het economisch belang van de veren is als enige belang (beter) kwantificeerbaar en dat geeft een indicatie aan welke waarde omvang we moeten denken bij de Gelderse veren. De waarde van het economisch belang van de overzettingen op utilitaire Gelderse veren bedraagt op basis van een grove doorrekening van kengetallen uit 2016 indicatief € 92 miljoen per jaar. Samen met de waarde van de overzettingen door de betaalde recreatieve

5

Gelderse veren en de bestedingen van recreatieve veergebruikers op bijvoorbeeld horecaterrassen kan een jaarlijkse waarde van € 100 miljoen worden verondersteld.

Het Gelders Verenfonds Het fonds van de Stichting Gelderse Veren voorziet in incidentele en vooral structurele jaarlijkse bijdragen in de exploitatietekorten van ongeveer de helft van alle Gelderse veren. De gemeenten zijn aanvrager van de subsidie. Het zijn met name particuliere veren die, via een oevergemeente, een beroep doen op subsidie van het verenfonds. De autoveren die een beroep doen op het fonds genereren gezamenlijk een exploitatieverlies van circa € 1,0 miljoen jaarlijks. De fiets- voetveren realiseren jaarlijks een exploitatietekort van circa een € 0,5 miljoen, derhalve samen circa € 1,5 miljoen. Hiervan wordt ongeveer een derde deel door de gemeenten gedragen en komt ca. één miljoen uit het fonds. De jaarlijkse tekorten zijn min of meer structureel en lopen bij de autoveren jaarlijks op. Bij de fiets- voetveren stijgt het totaal aan uitkeringen niet echt en slechts een enkel veer springt eruit met een flinke stijging. Tegenover het totaal aan uitkeringen van het verenfonds dat 80% van het exploitatietekort dekt staat 20% aan ongedekt exploitatietekort voor gemeenten. In 2019 pasten de gemeenten voor autoveren in totaal ongeveer € 200.000, -- bij in de tekorten. Bij de voetfietsveren was dit op basis van een 35% bijdrage van het verenfonds ongeveer € 350.000,--, 65% van het exploitatietekort.

In het geval het twee Gelderse oevergemeenten betreft kan het tekort door twee gemeenten gezamenlijk opgevangen worden. Bij interprovinciale veren ontvangt de Gelderse gemeente 50% van de bijdrage. Van de exploitanten wordt geen bijdrage verwacht. In prikkels vanuit het fonds naar gemeenten en exploitanten om de uitputting van het fonds af te remmen of te voorkomen voor zover dit mogelijk is- voorziet het fonds nauwelijks.

6

Visie ondernemers en gemeenten De provincie Gelderland is de provincie in Nederland met de meeste veren binnen haar grenzen: er varen 22 utilitaire veren en 26 toeristische veren (2021). Deze 48 veren worden geëxploiteerd door 27 ondernemers; diverse ondernemers exploiteren meerdere veren. Soms zijn gemeenten zelf exploitant van een veer. Het aantal Gelderse gemeenten dat een veer binnen haar grenzen heeft bedraagt 32. In het kader van het onderzoek zijn in 2021 interviews gehouden met ondernemers en gemeenten. Voorafgaand aan de gesprekken is aan alle partijen een vragenlijst (zie bijlage) toegezonden met het verzoek deze vooraf ingevuld te retourneren. Uit de gesprekken met de ondernemers en de gemeenten blijkt dat over veel onderwerpen hetzelfde wordt gedacht. De belangrijkste zaken staan hieronder. Algemeen • Voor zowel ondernemers als voor gemeenten geldt dat niet iedereen het rapport van Twijnstra & Gudde kent en niet iedereen de ernst van de (financiële) problematiek beseft. • Zowel ondernemers als gemeenten lijken redelijk overvallen door de snelheid waarmee na 30 jaar een abrupte einde van het fonds in zicht komt. • Men is van mening dat het fonds (of op zijn minst een fonds met gewijzigde doelstellingen) zou moeten blijven bestaan maar een betere werking zou moeten kennen. Spoedige actie is nodig, beter laat dan nooit.

Het Gelders verenfonds • Zowel gemeenten als ondernemers zijn voorstander van het structureel of incidenteel ondersteunen van veerexploitaties en willen het fonds niet afschaffen. Het dient dan wel exploitanten meer te prikkelen door een andere werking op basis van overeengekomen en vastgelegde voorwaarden, bijvoorbeeld op basis van een verbeterplan. • Het fonds kan ingezet worden voor maatwerk zoals verduurzaming of andere specifieke belangen. Met andere woorden een verenfonds voor “maatwerk op divers gebied”. De problematiek bij de veren • De ondernemers geven aan dat het vanwege de kosten voor exploitanten steeds moeilijker wordt om zelfstandig het hoofd boven water te houden. • De samenwerking binnen de verenbranche is niet optimaal en de belangenbehartiging is niet professioneel. Duurzaamheid ● Een ondersteunend fonds dient een rol te hebben op het gebied van duurzaamheid; de meeste gemeenten hebben nog niet nagedacht over de verduurzaming van veerponten. Tarieven ● Ondernemers zijn erg voorzichtig met tariefsverhogingen vanwege de concurrentiegevoeligheid en mogelijke gevolgen voor de omzet. De tariefstelling lijkt deels een gevoelskwestie; gezamenlijk optrekken (overleg en onderzoek) daarin is lastig maar wel noodzakelijk.

● Een prijsverhoging voor toeristen en recreanten lijkt voor de meeste gemeenten geen probleem mits de scholieren en inwoners (enigszins) ontzien worden met rittenkaarten en abonnementen. ● Tariefsverhogingen moeten in de ogen van beide partijen gefaseerd en goed gecommuniceerd over het hoe en het waarom ingevoerd worden. Beleid ● Een probleem is dat de veren met verschillende provinciale en gemeentelijke beleidsvelden te maken hebben en vrijwel altijd met ambtenaren die geen expertise

7

●

hebben op verengebied. Veren worden vanuit de overhead niet integraal maar sectoraal bekeken. Veren zijn een varende brug maar vaste bruggen zijn gratis. De OV-status wordt met getemperd enthousiasme bekeken want verplicht aanbesteden is niet goed mogelijk en minder gewenst; maar een vorm van landelijke ondersteuning is welkom.

Routestructuren e.d. ● De veren zijn onderdeel van het toeristische knooppunten netwerk voor fietsers en wandelaars en erg belangrijk voor de rivierbeleving. Zonder uitzondering benoemen niet alleen de ondernemers maar ook alle gemeenten met nadruk de grote belangen voor het toerisme en de recreatie. Zij op de lokale, bovenlokale en regionale gevolgen van het eventueel stoppen van exploitaties. Samenvattend is het standpunt van partijen: het verenfonds in Gelderland niet afschaffen maar anders inrichten, gericht op een betere werking: het dient veerondernemers en gemeenten veel meer dan nu te prikkelen om een renderende exploitatie te realiseren. Voorts zou een inzet van het fonds voor het verduurzamen van de schepen of voor andere specifieke belangen door “maatwerk op divers gebied” mogelijk moeten zijn. Duurzame veervoorzieningen Zonder verdere maatregelen staan verliesgevende veren en de gemeenten, waar deze veren varen, er vanaf 2024 alleen voor. Het is op voorhand niet aan te geven wat er precies gaat gebeuren en met welke veren. De veren die gebruik maken van het Verenfonds kampen met een gebrek aan evenwicht tussen inkomsten en uitgaven waar blijkbaar meerdere oorzaken aan ten grondslag liggen.

Met het verenfonds achter de hand was dit voor deze ondernemers tot op heden slechts een “relatief klein probleem”; sterker nog, het is in veel gevallen een marginaal onderwerp van discussie. Het fonds is er immers niet op gericht exploitatietekorten en/of subsidies te verkleinen met als doel een lagere onttrekking uit het fonds. Er was toch geld genoeg tot 2012. Vanaf dat moment stopten de aanvullende stortingen door de provincie Gelderland; er zette een periode van rentedaling in. Hoewel de uitputting van het fonds voor zover bekend en in de loop der tijd in diverse gremia aan de orde is geweest, heeft dit nimmer geleid tot werkelijke actie en/of verbeterende maatregelen. Bijvoorbeeld door het aanpassen van de voorwaarden van het Gelders verenfonds, een betere controle of het realiseren van extra stortingen in het fonds. Met het fondseinde in zicht realiseren alle partijen zich nu dat er huiswerk op dit gebied te doen valt. Maar de resterende tijd is beperkt. Op basis van het voorgaande zijn twee scenario’s te benoemen die de ondersteuning van de exploitaties van veren als uitgangspunt hebben. Scenario 1. Het verenfonds houdt op te bestaan, de provincie voorziet in (nog niet gedefinieerd) beperkt maatwerk Het verenfonds eindigt in de loop van 2024, mogelijk gevolgd door maatwerk subsidies vanuit de Provincie Gelderland.

Het fonds kan in 2024 de laatste uitkering verrichten over het boekjaar 2023, waarna het fonds uitgeput is. De gevolgen voor de exploitaties van veren en de bereidheid van gemeenten voor ondersteuning zijn niet exact te voorspellen. Zonder hogere bijdragen van de gemeenten zullen enkele gemeentelijke of particuliere veren stoppen of failliet gaan. De maximaal benodigde aanvullende bijdrage, naast de € 500.000,-- die de gemeenten nu betalen (autoveren 20%, fiets- voetveren 65 %), bedraagt bij een ongewijzigde structuur van het fonds ca. € 1.000.000,--, gelijk aan de huidige jaarlijkse ondersteuning.

8

Scenario 2. Het gezamenlijk ontwikkelen van een adequaat arrangement (instrument) ter ondersteuning van veren Om in de toekomst een gezonde en stabiele verenbranche in Gelderland te realiseren is het noodzakelijk in een gefaseerde gezamenlijke aanpak binnen enkele jaren adequate oplossingen te creëren voor de huidige problematiek. Bij een keuze voor dit scenario is het noodzakelijk de ondersteuning vanuit het Verenfonds met enkele jaren te verlengen na 2023, maar aangepast en gericht op een adequate en lagere onttrekking. Gezamenlijk met de Provincie Gelderland zal gezocht moeten worden naar mogelijkheden het fonds voor die overgangsperiode financieel aan te vullen. Voor het einde van de overgangsperiode moet een gezamenlijk instrument voor en door de gemeenten zijn ontwikkeld voor de structurele ondersteuning van veren die zonder steun niet overleven. Bij dit scenario is het noodzaak dat exploitanten, gemeenten, provincie(s), belangenorganisaties en eventueel de centrale overheid participeren in de route naar een gezonde en stabiele veerbranche. Conclusies 1. Het maatschappelijk en economisch belang van de veren, in het algemeen en voor de provincie Gelderland, is groot en alle betrokken partijen dienen dit te onderkennen; een grove becijfering geeft aan dat de waarde van de overzettingen in Gelderland jaarlijks de € 100 miljoen beloopt.

Een tijdelijke (of naar later wellicht blijkt een structurele) ondersteuning voor de veren, die momenteel niet goed op eigen benen kunnen staan, is noodzakelijk. 2. Het Gelders Verenfonds is over de afgelopen decennia een uniek instrument gebleken om exploitaties van veerponten te ondersteunen. Door het gemak en de vanzelfsprekendheid waarmee aanvragen werden gehonoreerd is echter niet zuinig met het fonds omgesprongen. Dit heeft ertoe geleid, in combinatie met een gebrek aan vulling, dat sneller dan nodig uitputting heeft plaatsgevonden. Met een strakkere sturing op voorwaarden en uitgaven was het fonds veel langer in stand gebleven. Het is echter nog niet te laat om het tij te keren. 3. Ondernemers en gemeenten onderkennen gezamenlijk dat een adequate ondersteuning van de veren belangrijk is en zijn bereid de handen ineen te steken gericht op het verkleinen van exploitatietekorten en het vergroten van inkomsten. Het is daarbij wenselijk dat dit gebeurt in een door alle betrokken partijen onderkende verantwoordelijkheid (ondernemers, gemeenten, provincie en eventueel het Rijk). Het uiteindelijke doel is een financieel gezonde en duurzame instandhouding van veerexploitaties in Gelderland te bereiken, maar daar waar nodig financieel te ondersteunen. 4.

Om in de toekomst een gezonde en stabiele veerbranche in Gelderland te realiseren is het noodzakelijk in een gefaseerde gezamenlijke aanpak hier binnen enkele jaren naar toe te werken. Gezamenlijk onderschrijven exploitanten en gemeenten het (voorkeur) scenario waarbij gezamenlijk een adequaat arrangement (instrument) ter ondersteuning van veren wordt ontwikkeld. Het is daarbij nodig om het Verenfonds met enkele jaren te verlengen na 2023, maar aangepast en gericht op een adequate en lagere onttrekking. Gezamenlijk met de Provincie Gelderland zal gezocht moeten worden naar mogelijkheden het fonds voor die overgangsperiode financieel aan te vullen. 5. Voor het einde van de overgangsperiode moet een gezamenlijk instrument voor en door de gemeenten zijn ontwikkeld voor de structurele ondersteuning van veren die zonder steun niet overleven.

9

Aanbevelingen Er zijn, zoals hiervoor beschreven, twee scenario’s denkbaar voor de toekomst van de Gelderse veren. Ten eerste: de ondersteuning vanuit het fonds stopt in 2024 waarna, behoudens maatwerk vanuit provincie, de gemeenten zelf volledig aan zet zijn voor de ondersteuning van de veren; Ten tweede: het gezamenlijk ontwikkelen van een adequaat arrangement (instrument) ter ondersteuning van veren. Bij een keuze voor dit scenario is het noodzakelijk de ondersteuning vanuit het Verenfonds met enkele jaren te verlengen na 2023, maar aangepast en gericht op een adequate en lagere onttrekking. Ondernemers en gemeenten kunnen exploitaties en veren in deze periode gezamenlijk saneren. Door een combinatie van een lager exploitatietekort en -bijdrage en meer andere inkomsten en bijdragen ontstaat zo een betere basis voor een nieuw ondersteuningsinstrument. Op basis van dit onderzoek heeft het tweede scenario de voorkeur en worden de volgende aanbevelingen gedaan: 1. Gemeenten gaan spoedig met de veerexploitanten in overleg om gezamenlijk te inventariseren welke korte- en lange termijn exploitatieverbeteringen mogelijk zijn; op basis van de rekening 2021 wordt in 2022 een verbeterplan opgesteld, gericht op een uiteindelijk sluitende exploitatie. 2.

De brancheorganisaties LVP en VEEON worden door de VNG Gelderland benaderd om mee te denken en gezamenlijk branche brede oplossingen voor de geschetste problematiek aan te dragen, en (zo mogelijk vanuit een verbeterde en meer professionele branche vertegenwoordiging) overleg met provincie(s) en Rijk aan te gaan over de ondersteuning van de veren; 3. VNG Gelderland gaat met de oevergemeenten en met de Provincie Gelderland in overleg over de haalbaarheid van een tijdelijke financiële ondersteuning ten behoeve van de voortzetting van het Verenfonds tot tenminste 2028. Dit als voorloper van een zelf te ontwikkelen gemeentelijk ondersteuningsinstrument voor veren; 4. VNG Gelderland en oevergemeenten gaan met het bestuur van het Gelders Verenfonds in overleg om de doelstellingen en voorwaarden voor het Verenfonds voor de komende (interim) jaren aan te scherpen; 5. VNG Gelderland verzoekt de Provincie Gelderland met voorstellen te komen voor maatwerk en een instrumentarium voor de ondersteuning van utilitaire en recreatieve veren voor (utilitaire en recreatieve) fietsers; 6. VNG Gelderland en de oevergemeenten starten op korte termijn een politieke lobby gericht op Provinciale staten en de Tweede Kamerfracties om het probleem van de afbouw van de exploitatieondersteuning van veren in Gelderland onder de aandacht te brengen.

Naast de problematiek in de provincie Gelderland kan een opschaling naar een landelijk niveau worden voorgestaan.

Sturingsinstrumenten: • • • • • •

Verbeterplannen 2022 Inzet branche verenigingen Overleg VNG-Provincie-RIJK Fondsvoorwaarden aanscherpen Utilitaire en recreatieve fietsers Start politieke lobby PS en 2e Kamer

10

1.Het onderzoek 1.1 Inleiding In Gelderland is door provincie en gemeenten in de afgelopen decennia een uniek Verenfonds ingezet om veren financieel te ondersteunen. Dit omdat veerdiensten, waar een brug ontbreekt of deze ver weg ligt, passagiers en voertuigen over een rivier of kanaal vervoeren. Ze verbinden en verlengen daarmee wegen en fietspaden en spelen zo een belangrijke rol binnen de mobiliteit van Gelderland. Helaas verkeren Gelderse veerdiensten financieel gezien in zwaar weer omdat de inkomsten niet tegen de uitgaven opwegen. Gedurende enkele decennia konden gemeenten een beroep op het Gelders Verenfonds doen voor financiële ondersteuning van niet-renderende veren. Helaas lijkt het einde van deze ondersteuning in zicht, want het Gelders Verenfonds raakt uitgeput rond 2024. Het voortbestaan van dit Verenfonds is allerminst zeker, omdat het provinciaal bestuur in 2021 heeft besloten geen rol voor zich te zien met betrekking tot de veren, behoudens maatwerk. De Provincie Gelderland is van oordeel dat veren lokaal relevant zijn en dat oevergemeenten verantwoordelijk zijn voor de veren. In beginsel zijn de gemeenten over enige jaren dus alleen aan zet, samen met de exploitanten. Het is echter de vraag of zij in staat zijn (en willen/kunnen zijn) om deze (financiële) verantwoordelijkheid voor hun rekening te nemen.

Indien dit niet het geval is heeft dat hoogstwaarschijnlijk vrij snel tot gevolg dat een aantal veren in de financiële problemen komt. Ook de Coronapandemie sinds maart 2020 leidde onverwacht tot minder reisbewegingen en lagere omzetten bij diverse veerexploitanten. Het staken van veerexploitaties is daardoor denkbeeldig en dat brengt consequenties met zich mee. De bereikbaarheid van bepaalde gebieden en onderwijs- of medische instellingen kunnen hiervan nadelige gevolgen ondervinden. Dat geldt evenzeer voor veerdiensten die deel uit maken van een fietsknooppuntennetwerk of onderdeel zijn van wandelroutes. Dit onderzoek probeert een antwoord te geven op de vraag hoe partijen kunnen voorsorteren op het naderende einde van het Verenfonds. Belangrijk daarbij is de visie van ondernemers en gemeenten voor het antwoord op de vraag hoe in Gelderland toch een toekomstbestendig netwerk van veren in stand kan blijven en wat zij als mogelijke oplossing zien.

1.2 Onderzoeksopzet en leeswijzer De door de opdrachtgever aangegeven deelvragen als doelstelling voor het onderzoek luidden als volgt: • • • •

wat is het belang van de veren in Gelderland?; analyseer de huidige overheidsondersteuning via het Gelders verenfonds; welke mogelijke scenario’s zijn denkbaar voor (overheids)ondersteuning in Gelderland?; formuleer een voorstel op hoofdlijnen met ingrediënten, uit te werken door opdrachtgever/overheid/ondernemers.

Om een adequate discussie te voeren over het al dan niet financieel ondersteunen van de veren is gestart met een algemene analyse van de veerdiensten in Gelderland. Het onderzoek heeft zo goed als mogelijk de omvang van het belang van de Gelderse utilitaire en recreatieve veren in beeld gebracht in hoofdstuk 2. Het Gelders Verenfonds bestaat ongeveer 25 jaar en heeft een groot aantal jaarlijkse uitkeringen aan gemeenten verricht. De wijze van ondersteuning door het Verenfonds wordt 11

in hoofdstuk 3 geanalyseerd. Dit op basis van beschikbare gegevens van het verenfonds over welke veren (veer/type/gemeente/particulier/bedrag) vanaf 2010 is uitgekeerd. Bekeken is of de voorschriften vanuit het fonds in de loop der jaren zijn gewijzigd en hoe het is gegaan met de inkomsten van het fonds. Verder is de wijze van beoordelen van de subsidieaanvragen bezien en zijn algemene conclusies getrokken. In hoofdstuk 4 wordt verslag gedaan van de gesprekken met ondernemers, belangengroepen en gemeenten. Daartoe heeft een gespreksronde plaatsgevonden onder de helft van de betrokken ondernemers en gemeenten. Voorafgaand aan de gesprekken is een vragenlijst toegezonden met het verzoek deze ingevuld te retourneren. Met deze informatie in de hand zijn de gesprekken gevoerd. Er zijn geen gebruikers van veren bevraagd en er worden geen uitspraken over individuele veren gedaan. Op basis van literatuurstudie, de gesprekken en een analyse van de geïnventariseerde gegevens zijn eerst bevindingen en daarna oplossingsrichtingen geformuleerd. Deze oplossingsrichtingen zijn vervolgens getoetst. Dit door een presentatie en discussie in twee bijeenkomsten: een bijeenkomst voor ondernemers en gemeenten (ambtelijk) en een bijeenkomst voor bestuurders van gemeenten.

In hoofdstuk 5 wordt het resultaat van het onderzoek gepresenteerd hoe te komen tot een duurzame veervoorziening, gedragen door ondernemers en gemeenten. Hoofdstuk 6 sluit samenvattend af met conclusies en aanbevelingen.

12

2. Het belang van de Gelderse veren 2.1 Inleiding Veerdiensten hebben het transporteren van passagiers en voertuigen als doel en spelen daarmee een belangrijke rol binnen de mobiliteit van onze waterrijke maatschappij. Die rol is breder dan transport alleen. Het ontsluiten van gebieden en de beleving van recreatie en toerisme bijvoorbeeld zou er anders uitzien zonder veerdiensten. En wat te denken van een deel van de schoolgaande jeugd dat bij gebrek aan een veer dagelijks tientallen kilometers zou moeten omfietsen. De rol die veerdiensten daarmee in ons waterrijke land en in ons leven spelen is aanzienlijk, maar de omvang van die rol is nauwelijks bekend. Duidelijk is dat veren zowel een immateriële als een materiële opbrengst hebben. De becijfering van deze opbrengsten is niet eenvoudig. In het verleden zijn in Nederland diverse onderzoeken verricht naar de rol en het belang van veerdiensten. Uit een onderzoek van M.A. Oostinjen (Hoe ver is de overkant, M.A. Oostinjen, 2004) bleek dat de veerdiensten in Nederland zowel vanuit maatschappelijk als economisch oogpunt een onmisbare rol vervullen. In opdracht van het Landelijk Veren Platform (LVP) is in 2010 een studie naar deze rol uitgevoerd als update op het onderzoek van Oostinjen (De verdiensten van veerdiensten, H.F.A. den Hartogh, 2010).

Mark Hoekstra heeft met zijn rapportage uit 2017 (Wel-varend, Mark Hoekstra, 2017) andermaal een update van beide eerdergenoemde onderzoeken uitgebracht, ditmaal ook met betrokkenheid van de Vereniging van Eigenaren en Exploitanten van Overzetveren in Nederland (VEEON). In de literatuur is verder weinig of geen (recent) onderzoek te vinden dat landelijk of per provincie concreet het economisch belang van veerdiensten duidt. Het onderzoek van Hoekstra is niet opgesplitst in provincies, maar gaat over de veren in heel Nederland. Veerdiensten zijn qua aantal niet gelijk verspreid over Nederland, er zijn concentratiegebieden. De provincie Gelderland heeft de meeste veren binnen haar grenzen varen waarvan 23 stuks interprovinciaal varen. Volgens het meest recente Onderzoek naar veren in Gelderland in opdracht van de Provincie Gelderland (Onderzoek naar veren in Gelderland, Twijnstra Gudde, 2020) zijn dat een kleine vijftig veren. Dat is maar liefst een zesde deel van de circa 300 (zoetwater) veren die volgens Hoekstra in heel Nederland varen. In dit hoofdstuk wordt beknopt beschreven wat het belang van de veerdiensten in Gelderland is.

Dit maatschappelijk belang van veerdiensten strekt zich uit over meerdere beleidsvelden: - sociale aspecten; - verkeerskundige aspecten; - milieueffecten; - recreatie en toerisme; - cultuurhistorie- en educatie; - landschap en ecologie; - economie De meeste belangen zijn kwalitatief van aard en kunnen lastig in kwantitatieve waarden uitgedrukt worden. Hoekstra heeft zich in zijn onderzoek met name op het economisch belang van veerdiensten gericht en heeft met een bepaalde methodiek een kwantitatieve waarde van het belang van alle Nederlandse veren berekend. Het valt buiten de reikwijdte

13

van dit onderzoek om met eenzelfde methodiek het economisch belang van de veerdiensten in Gelderland in beeld te brengen. Daarom is op basis van zijn uitkomsten een beperkte doorrekening naar Gelderland gemaakt op basis van het aantal veren. Hoewel dit een grove methode is, dient het theoretische rekenvoorbeeld alleen om gevoel te krijgen van de omvang van de toegevoegde waarde van de Gelderse veren. Het op deze wijze in beeld brengen van het belang van de veren is dan ook geen doel op zich. Het dient als achtergrondinformatie voor de partijen die bij de besluitvorming over de toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot de veerdiensten in Gelderland betrokken zijn.

2.2 Het maatschappelijk belang van de veren Het maatschappelijk belang van veerdiensten kan worden benaderd vanuit diverse invalshoeken. Hieronder volgt een korte opsomming van deze invalshoeken op kwalitatieve basis, die overigens vaak onderling samenhangen. Sociaal Het sociale aspect van een veerverbinding is heel divers, maar in een waterrijk land als Nederland van groot belang. Met name de gebied ontsluitende functie van veren moet niet worden onderschat. Elk individu in Nederland is voor allerlei activiteiten en intermenselijke contacten in meer of mindere mate afhankelijk van laagdrempelig en betrouwbaar vervoer. De toegang tot vervoer bepaalt mede het gevoel van welzijn van mensen en is een belangrijke levensbehoefte. Voor bepaalde regio’s in het Gelders rivierengebied zijn veren en veerdiensten noodzakelijk voor de leefbaarheid en om een sociaal isolement van een streek te voorkomen. Dit is met name aan de orde als meerdere rivieren, in feite geografische barrières, in een gebied aanwezig zijn. Het sociaal belang van vervoer over water neemt sterk toe als de (omrijd)afstand tot een alternatief (brug) groter wordt. Welke alternatieven zijn er dan voor het bereiken van aanpalende gebieden en welke inspanningen (grote afstanden) moeten daarvoor gedaan worden.

Uit de literatuur blijkt dat de mate van bereikbaarheid van familie/vrienden, medische en culturele faciliteiten, scholen en overige publieke voorzieningen van grote invloed is op het welzijn van individuen. Verkeerskundig Veerdiensten zijn een openbare schakel in de bereikbaarheid van dorpen en regio’s, maar vallen niet onder het openbaar vervoer hoewel ze hetzelfde doen. Veren zijn (netwerk)verbindingen tussen 2 of meer oevergemeenten daar waar vaste oeververbindingen zoals bruggen ontbreken of op verre afstand liggen. De meeste veerponten varen op de grote rivieren die onderdeel van de rijkswateren zijn. Veren zijn van belang voor de bereikbaarheid van regio’s en in veel gevallen een belangrijk onderdeel van de lokale en regionale infrastructuur. Afgezien daarvan zijn veerdiensten verkeerskundig van belang bij het eerdergenoemde sociale aspect (bereikbaarheid, gebiedsontsluiting, etc.) en bij verkeersveiligheid (minder kilometers, minder benodigde ruimte voor wegen). De elektrische fiets is in de laatste jaren een stevige opmars begonnen en vormt een toenemend alternatief voor auto, motor en bromfiets. Milieu De milieueffecten van veerdiensten bestaan uit directe en indirecte effecten. Directe milieueffecten zijn emissiebeperking en het reduceren van geluidhinder bij het verminderen c.q. voorkomen van vervoersbewegingen (omrijdkilometers).

Bij indirecte milieueffecten spreken we over duurzaamheid (energieverbruik), verminderen van het broeikaseffect en gezondheidsaspecten (minder gezondheidsklachten door minder wegverkeer). Steeds meer veren maken denken na over de mogelijkheden van emissieloze

14

voortstuwing door te werken met zonnepanelen en/of accu’s. Veerdiensten dragen in algemene zin dus bij aan duurzame mobiliteit. Recreatie en toerisme Het recreatieve belang van veerdiensten staat buiten elke discussie. In een maatschappij met toenemende mobiliteit, een ruimere vrije tijdbesteding en alsmaar groeiend toerisme, zijn veren een belangrijke factor. Veerdiensten zijn een onmisbare schakel in toeristische netwerken (auto-, fiets- en wandelroutes) en worden in gebieden met rivieren door gebruikers hoog gewaardeerd. Voor velen zijn veren een “attractie” op zich ook omdat ze de mogelijkheid tot rivierbeleving bieden. De Provincie Gelderland streeft er naar dat 35% van de verplaatsingen in 2030 per fiets plaatsvindt. In 2016 was het aandeel fietsverplaatsingen nog 27%. De ontwikkeling van fietsen in plaats van reizen met de auto heeft een positief effect op de omgeving en de reiziger zelf. Denk hierbij aan de bereikbaarheid en de leefbaarheid en het klimaat in/van de omgeving, terwijl fietsen een positieve invloed heeft op de gezondheid en vitaliteit van de reiziger. De provincie stimuleert het fietsen -met name over afstanden tot 15km- door te investeren in een kwalitatief goed fietsnetwerk, met brede en veilige fietspaden. Daarbij zoekt Gelderland de samenwerking op met gemeenten die wegbeheerder zijn van een traject in het hoofdfietsnetwerk.

Door het realiseren van een kwalitatief goede fietsroutes naar scholen, werklocaties en HUB’s moeten mensen ‘verleid’ worden om vaker met de fiets te reizen. Veren zijn hier onlosmakelijk aan verbonden. Cultuurhistorie en educatie Vanuit de historie zijn veren onlosmakelijk verbonden met de Nederlandse waterrijke cultuur. Al op vroege schilderijen werden rivieren met veerbootjes afgebeeld. In woordenboeken wordt de betekenis van het latijnse ponto omschreven als Gallisch transportvaartuig, drijvende brug, ponton. De rivieroverzettingen waren, toen er nog geen gemotoriseerd verkeer aanwezig was en weinig bruggen aanwezig waren, van veel groter belang dan tegenwoordig. Er kunnen niet overal bruggen worden gebouwd of onbeperkt wegen worden aangelegd in de schaarse ruimte van ons land. Het mobiliteitsvraagstuk in Nederland is dan ook het onderwerp van studie in vele opleidingen en cursussen op Nederlandse onderwijsinstellingen. Mogelijke bereikbaarheidsvraagstukken zijn een veelvoorkomend onderwerp in zowel sociale als technische wetenschappen. Het (personen)vervoer over water is daarbij altijd een apart, vaak ondergewaardeerd onderwerp.

15

Afbeelding: De veerpont Culemborg II rond de jaren zestig (foto veerdienst Culemborg) Landschap en ecologie In het kleine waterrijke Nederland zijn beeldbepalende elementen van belang bij de typologie van het landschap. Bij rivieren, kanalen en overige waterlopen zijn de oevers, de dijken en de kunstwerken (bruggen en dergelijke) beeldbepalende elementen. Maar ook molens en (veer)boten behoren onlosmakelijk bij dit beeld. Daarbij beperken veerdiensten het ruimtebeslag door de fysieke infrastructuur die nodig zou zijn als alle verkeer over wegen zou moeten worden geleid. Dit heeft onmiskenbaar invloed op het landschap, de leefomgeving van bewoners en de ecologische waarde van een gebied. Economie Het economisch belang van veren is als enige belang beter kwantificeerbaar. Het directe economisch belang bestaat volgens Mark Hoekstra uit het aantal overzettingen, de omzet die veerdiensten realiseren en het aantal personen/fte’s dat er werkt.

2.3 De waarde van de overzettingen Er worden twee soorten veerdiensten onderscheiden, utilitaire veren en recreatieve veren. Een veerdienst die reizigers overzet met als reismotief werk, school, familie- of winkelbezoek, kan worden getypeerd als een utilitaire veerdienst. De overige veren zetten reizigers over met een recreatief motief. Utilitaire veren Utilitaire veerdiensten zijn het gehele jaar in de vaart en de autoveren vormen vaak een schakel in de logistieke afwikkeling van bedrijven. Uit het onderzoek van Hoekstra uit 2016 blijkt dat het totaal aantal Nederlandse autoveren 50 stuks bedraagt. Volgens de rapportage van Twijnstra en Gudde (bijlage 4; Overzicht en locatie veren) varen in Gelderland op basis van de dienstregeling ongeveer 22 utilitaire veren het hele jaar door. Dit zijn voornamelijk autoveren. Het is wellicht overbodig om te vermelden, maar autoveren zetten niet alleen (vracht)auto’s over, maar ook aanzienlijke aantallen fietsers en voetgangers met uiteenlopende reismotieven.

16

Als we een aantal cijfers dat Hoekstra heeft verzameld over de utilitaire zoete veren in Nederland op vergelijkbare wijze voor Gelderland invullen resulteert dat in de volgende tabel:

Autoveren Fiets/ voetvr

Aantal zoete utilitaire veren Nederl. 2016

Over zett. in ml. Nederl. 2016

Omzet in ml. Nederl. 2016

Fte NL

Aantal utilitaire veren

Over zett. Mlj

50

22,92

23,2

20

2,33

2,6

Fte Geld.

Gelderland

Omzet ml Geld. 2020

Gelderland

293

18

7,3

7,4

94

65

4

0,7

0,8

21

2020

2020

Totaal 70 25,25 25,8 358 22 8 8 115 Tabel: directe economisch belang betaalde utilitaire zoete veren Nederland en Gelderland Gelderland beschikt over 22 utilitaire veren en dat is nationaal gezien ongeveer zowel een derde deel van het totale aantal utilitaire veren als van het nationale aantal autoveren. Dit is gebruikt als basis om de tabel verder in te vullen met de cijfers over Nederland uit 2016 als basis. Hierbij zijn de zo verkregen afgeronde rekenkundige resultaten cursief aangegeven. Waar mogelijk zijn deze cijfers ter controle vergeleken met gegevens uit de jaarrekeningen van veerdiensten, verstrekt aan de Stichting Veren Gelderland (Verenfonds), met de resultaten van antwoorden van veerexploitanten en gemeenten op de schriftelijke vragen en met de inhoud van de interviews met exploitanten en betrokken partijen. Hoekstra brengt de economische effecten van de overzettingen in beeld met de Economische Impact Studie methode. Hiermee wordt berekend met welk gemiddeld bedrag/waarde een gebruiker gecompenseerd dient te worden voor de extra reistijd (tijd is geld) en de extra reiskosten bij het wegvallen van de veerdienst. Dit bedrag per gebruiker wordt vermenigvuldigd met het totaal aantal overzettingen. Hoekstra gebruikt in zijn onderzoek 17,3 km als gemiddeld aantal omrijdkilometers voor het omrijden met de auto/fiets/openbaar vervoer.

De berekende waarde aan extra reistijd (€ 4,38) en reiskosten (€ 3,97) bedraagt in totaal € 8,35 gemiddeld per gebruiker per keer. Dit bedrag wordt vervolgens vermenigvuldigd met het totaal aantal overzettingen per jaar. Dit is in de onderstaande van Hoekstra overgenomen tabel weergegeven.

Tabel: waarde berekening veerdiensten Nederland uitgesplitst naar reiskosten en reistijd (Hoekstra, 2016)

17

Hoekstra telt bij de betaalde utilitaire veren -die samen bijna 25 miljoen passagiers overzetten- ook de gratis veren (zonder overzettarief) op, die goed zijn voor ruim 18,5 miljoen passagiers. In Gelderland vaart slechts een enkel gratis veer. Op basis van ruim 43 miljoen overzettingen in Nederland per jaar komt Hoekstra uit op een totale waarde berekening van ruim € 364 miljoen. Kijken we alleen naar de betaalde utilitaire veren dan ligt de waarde berekening op basis van 25 miljoen overzettingen op afgerond € 209 miljoen. We passen de methode om de waarde te berekenen met kengetallen vrij toe op het aantal overzettingen per jaar in Gelderland. Daar komt op basis van afgerond 8 miljoen Gelderse overzettingen met utilitaire veren een waarde uit van € 67 miljoen. In de motie van Provinciale Staten uit 2018 wordt overigens een getal van 9,6 miljoen overzettingen genoemd. Het rapport van Twijnstra&Gudde geeft geen totaal aantal overzettingen aan. In de overzettingen van de utilitaire autoveren zit een groot deel aan auto overzettingen. Daarvan wordt alleen de auto geteld en niet het aantal inzittenden omdat dit in de prijs van een autokaartje zit verdisconteerd. Als we spreken over een geschat aandeel van 40% auto’s dan spreken we al gauw over ruim drie miljoen extra overzettingen.

Daarmee ligt het totaal aantal overzettingen met utilitaire veren in Gelderland eerder rond de 11 miljoen. De waarde van deze overzettingen bedraagt dan afgerond circa € 92 miljoen. Recreatieve veren In Nederland varen ca. honderd recreatieve fiets/voetveren en twaalf voetveren. Volgens Hoekstra zetten de nationale recreatieve veerdiensten in 2016 afgerond 2,2 miljoen passagiers over met een eigen omzet van € 4 miljoen. Deze overzettingen gebeuren naast de recreatieve overzettingen op utilitaire veren. Hoekstra rekent met de waarde die de recreatieve gebruiker maximaal bereid is te betalen voor een overtocht. Deze in vergelijking met de utilitaire veren aanmerkelijk lagere waarde wordt verminderd met de kosten van een overtocht en vervolgens vermenigvuldigd met het totaal aantal overzettingen per jaar. Dit totale waarde van de overzettingen van deze recreatieve veren in Nederland is volgens Hoekstra gelijk aan € 32,1 miljoen per jaar. In Gelderland varen met 26 stuks betaalde recreatieve veren ongeveer een vijfde van het nationale aantal recreatieve veren. Dat betekent dat de waarde van de recreatieve overzettingen voor Gelderland geschat een vijfde van dat bedrag bedraagt, dus ongeveer € 6,4 miljoen.

18

2.Vervoerskundig belang: twee voorbeelden Naast de financiële gevolgen voor exploitanten en gemeenten raakt het stoppen van een veer de belangen van de passagiers. Om dit enigszins in beeld te brengen zijn als voorbeeld van twee veren de vervoerskundige aspecten in beeld gebracht. Hiervoor zijn uit de twee categorieën veren de twee veren gekozen die de grootste aanspraak maken op een bijdrage uit het verenfonds; het fiets-voetveer Tiel-Wamel in de gemeente Tiel en het autoveer Brakel-Herwijnen in de gemeente Zaltbommel. Infographic van het veer Tiel-wamel

Voor Tiel en omstreken is het veer Tiel-Wamel zeer belangrijk. Tiel is een winkelstad met een regionaal verzorgende functie. Met de wekelijkse warenmarkt en meer dan 200 winkels en horecabedrijven trekt Tiel het hele jaar bezoekers uit de omstreken. In de zomermaanden is Tiel het podium van enkele grote evenementen zoals Appelpop en het Fruitcorso. Het regionale ziekenhuis Rivierenland, de bedrijventerreinen waaronder Medel (270 hectare), hebben voor hun bereikbaarheid veel baat bij het Tielse voet/fietsveer Pomona en dat blijkt uit de forse aantallen overzettingen. Het is de enige fiets- (en P&R-) verbinding voor scholieren van de regionale scholengemeenschap RSG-Lingecollege. Dit geldt ook voor tal van andere onderwijs-, maatschappelijke en culturele voorzieningen in Tiel en voor het Land van Maas en Waal. Recreatief/toeristisch gezien is het veer zeer belangrijk om fiets- en wandelroutes met elkaar te verbinden en voor een rondje dijken langs de Waal.

19

Regionaal: afgezien van een recreatieve veerverbinding ter hoogte van Varik is dit voor fietsers en voetgangers de enige oeververbinding over de Waal tussen Echteld en Zaltbommel (omrijdkilometers circa 1,1 miljoen per jaar). Bovendien leidt het opheffen van deze veerverbinding naar verwachting tot verlies van scholieren en bezoekers van andere maatschappelijke instellingen met een regionale functie, zoals de culturele instellingen en de zorginstellingen in Tiel. Infographic van het autoveer Brakel-Herwijnen

Voor het Gelders gebied tussen de A27 en de A2, een groot deel van de Bommelerwaard, is het veer Brakel-Herwijnen in de gemeente Zaltbommel voor de noordzuidverbinding van groot belang. Het veer is onder “normale” omstandigheden van bovenlokaal tot regionaal belang en behartigt, indien er files staan op de rijkswegen, een landelijke functie. Dit veer verzorgt dagelijks ca. 60 vaarten met, op jaarbasis, gemiddeld ca. 450.000 tot 500.000 overzettingen, waarvan: Woon-werkverkeer:40% Woonschoolverkeer: 20% Winkelfamiliebezoek:20% Toeristisch gebruik: 20 % De omrijdkilometers, in het geval dit veer weg zou vallen, bedragen voor alle verkeer minimaal 17,3 km, enkele reis; in totaal ruim 8,3 miljoen kilometers per jaar. Voor het autoverkeer bedraagt de omrijdtijd ongeveer 20 minuten. Daarnaast is, als dit veer zou komen te vervallen, min of meer sprake van een sociaal isolement van een deel van de Bommelerwaard.

20

2.5 Samenvattend In dit hoofdstuk zijn de belangen van de veren in het algemeen en voor Gelderland kort aangegeven. Deze zijn enorm en reiken veel verder dan op het eerste gezicht wordt aangenomen. Ze raken aan bijna alle facetten van ons dagelijks leven. Helaas is de kwalitatieve waarde van deze belangen voor bijvoorbeeld ons sociale leven, het toerisme, het milieu of onze (cultuur)historie moeilijk te becijferen. Het economisch belang van de veren is als enige belang (beter) kwantificeerbaar en dat geeft een indicatie aan welke waarde omvang we moeten denken bij de Gelderse veren Ter indicatie van het aantal overzettingen van de veren kunnen we stellen dat de utilitaire Gelderse veren afgerond 8 miljoen overzettingen realiseren en de recreatieve Gelderse veren 0,45 miljoen overzettingen, samen afgerond 8.5 miljoenoverzettingen. Inclusief het aantal inzittenden van personenauto’s ligt het aantal overzettingen in Gelderland jaarlijks eerder richting de 11 miljoen. De prijs van een overzetting van een personenauto is namelijk inclusief inzittenden en dat zijn er gemiddeld twee per auto. De waarde van het economisch belang van de overzettingen op utilitaire Gelderse veren bedraagt op basis van een grove doorrekening van kengetallen uit 2016 indicatief € 92 miljoen.

Samen met de waarde van de overzettingen door de betaalde recreatieve Gelderse veren kunnen we denken aan een indicatief bedrag van € 98 miljoen. Bij dit bedrag dienen de bestedingen opgeteld te worden die (fietsende) recreanten doen bij het gebruik van recreatieve veren aan horeca en winkels in de buurt van de route naar de veerdienst. Menig veerhuis bloeit met de komst van het goede weer en daarmee van de fietsende toeristen jaarlijks op. Datzelfde geldt voor horecaterrassen die een flink graantje meepikken van de fietsende toerist die daar dorstig tijdens een rondje dijken neerstrijkt. Nationaal gezien komt Hoekstra daarvoor op een bedrag van € 12 miljoen. Dit betekent voor Gelderland, waar ongeveer een vijfde van het nationale aantal betaalde recreatieve veren vaart, nog eens een geschat bedrag van € 2,4 miljoen extra. In totaal bedraagt de economische waarde van de overzettingen in Gelderland, geschat op basis van kengetallen, daarmee rond de € 100 miljoen per jaar. Dit bedrag kan gezien worden als een becijfering van de materiële opbrengsten van de veren. De immateriële opbrengsten zijn in dit hoofdstuk wel aangeduid maar het is bijna onmogelijk deze te becijferen. Waarschijnlijk zijn zij veel groter dan de materiele opbrengsten. Tenslotte.

In Nederland zijn naar schatting van Hoekstra een kleine 600 FTE in dienst bij de utilitaire veren en er zijn ruim 840 vrijwilligers bij de recreatieve veren actief. Omgerekend naar aantal veren betekent dit dat in Gelderland afgerond naar schatting ongeveer 150 FTE werkzaam zijn bij de utilitaire veren en 180 vrijwilligers bij de recreatieve Gelderse veren. Alleen al de Recreatiemaatschappij Uitwaarde biedt aan ruim 150 vrijwilligers werk op hun tien toeristische veren. Ook dit kan zowel als een materiële als een immateriële opbrengst worden beschouwd.

21

3. Het Gelders verenfonds 3.1 Inleiding Een gesprek over de toekomst van de Gelderse veren kan niet plaatsvinden zonder de wijze van ondersteuning door het verenfonds van de Stichting Veren Gelderland te kennen. In 1995 is de Stichting Veren Gelderland opgericht en het doel is in de statuten in artikel 2 letterlijk omschreven als:

Het verenfonds in Gelderland bestaat ruim 25 jaar en heeft in die periode een groot aantal (jaarlijkse) uitkeringen aan gemeenten verricht. De statuten, een modellenboek en het subsidiereglement vormen de basis voor de activiteiten van de stichting die door de achtereenvolgende besturen zijn ontplooid. Het modellenboek (laatste herziening 2010) kent de volgende bijlagen als voorgeschreven stukken voor een subsidieaanvraag van een gemeente: 1. Checklist bij een ‘Verzoek om een bijdrage’; 2. Model exploitatierekening met toelichting; 3. Model exploitatiebegroting met toelichting; 4. Modelberekening van de personeelsformatie; 5. Model ‘kleine aanvraag’ fiets-/voetveer; 6. Accountantsverklaring of samenstellingsverklaring.

3.2 Toetsing subsidieaanvragen De procedure voor een aanvraag is sinds de start in 1995 ongewijzigd gebleven. De veerexploitant dient bij de desbetreffende Gelderse oevergemeente(n) voor 1 mei een exploitatierekening met subsidieaanvraag over het afgelopen jaar in. De oevergemeente beoordeelt de subsidieaanvraag en bepaalt de bijdrage aan de exploitant binnen 6 weken na ontvangst van de aanvraag. Jaarlijks verstrekt de oevergemeente de minimumadviesprijzen voor de tarieven, en ook bepaalde financiële uitgangspunten voor het

22

opstellen van de exploitatiebegroting en de exploitatierekening aan de veerexploitant. Dit zijn richtlijnen uit het modellenboek. Het is de oevergemeente die in eerste instantie de regie heeft en een toets doet op de stukken. Vervolgens wordt door Burgemeester en Wethouders van die gemeente een schriftelijk verzoek gedaan voor een bijdrage aan het bestuur van de Stichting Veren Gelderland. Bij de Stichting Veren Gelderland vindt een toets plaats waarbij de stichting de aanvraag formeel beoordeelt of deze compleet is en passend binnen de systematiek van het modellenboek van het Verenfonds. Procesmatig en inhoudelijk wordt de toetsing beoordeeld aan de hand van de criteria uit het modellenboek. Ambtelijk wordt dit gedaan door medewerkers van de provincie Gelderland. De provincie factureert voor deze ambtelijke diensten jaarlijks een bedrag (€ 19.000 in 2020) aan het verenfonds. Zij verzorgt de administratieve afwikkeling van de subsidieverlening, de financiële administratie en de verslaglegging. De controle is procesmatig en financieel en is veelal identiek aan wat de gemeenten doen. Als de aanvraag klopt, wordt ambtelijk tot uitkering besloten. Verantwoording aan het bestuur vindt plaats in de jaarrekening. Het bestuur vergadert tweemaal per jaar en stelt dan de begroting en de jaarrekening vast.

3.3 Analyse uitgaven en inkomsten verenfonds De uitgaven Voor de autoveren is over de afgelopen tien jaar volgens de jaarverslagen op deze wijze jaarlijks gemiddeld ruim € 700.000,-- aan gemeenten uitgekeerd als bijdrage in het exploitatietekort voor zeven autoveren. In totaal voor tien jaar dus € 7.000.000,--. De hoogte van de subsidie vanuit het verenfonds is gebaseerd op een percentage van het vastgestelde jaarlijks exploitatietekort van een veer: Autoveer Voet- en fietsveer

80 % subsidie 35 % subsidie

De gemeente(n) staat dus voor 20 respectievelijk 65% van het exploitatietekort aan de lat. Als een veer interprovinciaal vaart dan bedraagt de subsidie maximaal de helft van bovengenoemde percentages. Sommige net Gelderse oevergemeenten dragen vrijwillig voor een deel bij in het tekort, maar niet alle. Bij verschillende oevergemeenten in provincie Gelderland krijgt elke gemeente de helft. Het verenfonds subsidieert alleen het exploitatietekort van de veren. Investeringen worden niet gesubsidieerd. Echter rente en afschrijving op investeringen (20 tot 40 jaar) maken expliciet onderdeel uit van het exploitatietekort van veren. Investeringen worden dus indirect toch gesubsidieerd. In het overzicht op de volgende pagina staan de uitkeringen uit het verenfonds over de periode 2010 tot 2020 aan gemeenten voor de autoveren op een rij; het gaat om 8 uitkeringen aan gemeenten ten behoeve van 7 veren. De gemeenten Wageningen en Neder-Betuwe krijgen elk een gelijk bedrag voor hetzelfde veer. Uit de tweede kolom blijkt dat in de meeste gevallen (zesmaal) de ondersteuning bedoeld is voor een particulier veer. In slechts twee gevallen worden gemeentelijke veren ondersteund, beide in de gemeente Zaltbommel. De hoogte van het totaal aan uitkeringen loopt langzaam op van ruim vijf ton in 2010 naar ruim acht ton in 2020.

Het zijn met name de uitkeringen voor de veren Brakel-Herwijnen (investering in verduurzaming van het veer Brakel in 2010) en Dieren-Olburgen (nieuwbouw) die voor deze stijging zorgen.

23

Bron: Stichting Verenfonds Gelderland

24

532672

20.482 25.160 54.153 54.153 311.062 67.662

2010

596774

18.207 45.724 54.358 54.358 367.456 56.671

2011

655451

17.742 48.050 67.191 67.191 398.924 56.353

2012

Gorssel - Wilp Tiel-Wamel Millingen aan de Rijn Gendt - Millingen Hattem/'t Kleine Veer Drielse voetveer Varik-Heerewaarden Rheden-Rhederlaag Druten-Dodewaard Batenburg-Demen Nunspeet-Biddinghuizen Ermelo-Zeewolde Beuningen-Slijk Ewijk Ravenstein-Niftrik Rhenen-Lienden Renkum - Heteren Heerewaarden - Lith Zaltbommel Waterbus Brakel Loevestein Liniepont totaal

Exploitatie per jaar:

part/gem part gem part part gem part part part part part part part part part part part part part part

3.574 geen aanvr 8.750 8.750 3.320 3.325 2.800 geen aanvr 13.461 13.461

177248

7.147 8.750 2.975 geen aanvr

182164

7.147 8.750 2.975 2.800

161458

11.041 8.750 2.975 2.800

185156

9.292 8.750 2.975

184520

190730

181600

184267

7.000 7.720 6.048 2.578 7.000

162861,28

8.750 3.319 3.000 13.461 5.005 29.683

13461 4315,5 43871 3.325 185897,07

8.750 3.325

5.765 5.197 5.088 24.230 7.000 7.815 5.927 2.625

8.667 21.546 7.000 7.815 6.048 2.625

8.890 24.006 7.000 7.465 5.460 2.555

7.252 20.178 7.000 7.465 5.460 2.555

7.473 27.983 6.580 13.696 5.460 2.555

6.368 21.614 6.580 11.786 5.460 2.555

7.481 18.733 6.878 13.463 5.103 2.665 550 7.347 8.750 2.975

6.327 14.965 5.922 11.898 4.974 2.665 1.677 17.856

6.136 2.555

38.707 41.032

2019 35.151 43.604

2018

32.993 63.239

2017

812864,8

22.386 67.034 59.739 59.738 435.467 151.527 16.974

2019

14.202 87.254

2016

814548

18.617 64.248 58.842 58.842 384.790 178.767 24.769 25.673

2018

22.565 85.351

2015

676363

8.722 56.172 58.352 58.352 357.892 100.000 13.841 23.032

2017

22.360 67.516

2014

649515

19.794 57.562 57.710 57.710 364.848 54.090 12.223 25.578

2016

23.819 72.024

2013

812774,4

19.612 66.740 58.008 58.008 456.466 103.066 26.299 24.575

2015

22.847 86.293

2012

712018

19.354 66.284 57.144 57.144 362.922 109.906 17.043 22.221

2014

22.330 94.455

2011

712258

19.265 52.202 61.108 61.108 394.387 71.788 24.125 28.275

2013

21.981 93.335

2010

Fiets- en voetveren, bijdragen aan gemeenten 35%

totaal

Zaltbommel - Nederhemert Zaltbommel - Aalst Veen Wageningen - Opheusden Neder-Betuwe- Opheusden Zaltbommel - Brakel Herwijnen Dieren - Olburgen Alem-Maren Kessel Maasbommel-Megen

part/gem part gem part part gem part part part

Autoveren, bijdragen aan gemeenten 80%

Exploitatie per jaar:

0

2020

0

2020

Daarnaast zijn er de fiets- en voetveren. In het overzicht hiervoor staan de uitkeringen uit het verenfonds over de periode 2010 tot 2020 aan gemeenten voor de fiets- en voetveren op een rij. In het overzicht ontbreken de gegevens van twee van de 19 veren volledig: Millingen aan de Rijn-Pannerden en Gendt-Millingen. Zij tellen dus niet mee, net als Nunspeet-Biddinghuizen dat al jaren geen bijdrage meer nodig heeft. Er zijn 17 veren die (deels) in deze periode een uitkering via de gemeente gekregen hebben. Over 2019 hebben 13 fiets- en voetveren via de gemeente een uitkering mogen krijgen. Ook uit dit overzicht blijkt dat van de ondersteunde veren de meeste in particuliere handen zijn, vaak van een stichting; er zijn slechts twee gemeentelijke veren in het rijtje opgenomen. In negen van de gevallen zijn de bijdragen in de exploitatie bescheiden en liggen ruim onder de tienduizend euro. In de laatste twee jaar zijn het drie fiets- voetveren veren die twee derde deel van de totale bijdragen aan exploitaties voor hun rekening nemen. Bij het veer Tiel-Wamel daalt het langjarig tekort ieder jaar structureel. In de periode 2010 tot 2020 lag de gemiddelde totale uitkering voor de voet/fietsveren samen jaarlijks rond de € 180.000. In totaal is voor de voet/fiets- en de autoveren samen jaarlijks bijna € 1.000.000,-- uitgekeerd.

De inkomsten De inkomsten van het Verenfonds bestonden uit aanzienlijke incidentele donaties vanuit de Gelderse Gemeenten en de provincie Gelderland in 1995 (ieder 8 miljoen gulden) en het rijk en de provincie Gelderland in 2007 (samen ca. € 8 miljoen waarvan het rijk via BDU ca. € 3 miljoen en de provincie € 5 miljoen) en jaarlijkse bijdragen van de provincie van € 160.000 vanuit het beleidsveld recreatie tot 2012. Met name in het verleden werden aanzienlijke rente-inkomsten over het kapitaal gerealiseerd. Met de afname van het kapitaal en de dalende rentevergoedingen zijn de rente-inkomsten de laatste jaren steeds lager geworden. Dit blijkt duidelijk uit het gekleurde overzicht op de vorige pagina van de inkomsten en de uitgaven in het jaarverslag van de stichting over 2020. In de begroting 2020 van de stichting wordt het volgende aangegeven: …dat door de toenemende subsidieverstrekking in de exploitatietekorten het eigen vermogen in 2020 nog slechts € 3,9 miljoen zal bedragen. Dit zal betekenen dat met de prognoses van baten en lasten het eigen vermogen ultimo 2024 negatief zal worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=b5fb73aa-47f9-4148-b1b5-5b7beae6a5c7