B1b. bijlage - 20240911 Informatiebrief n.a.v. bestuurlijke gesprekken tarieven
Tekst van het document
Aan Van Opsteller Onderwerp Datum
: Bestuurscommissie Inkoop Zorg : Module Inkoop SDCG :[ ] : Informatiebrief bestuurlijke overleggen tarieven : 11 september 2024
Ter informatie Ter bespreking Ter advisering (Aanvinken wat van toepassing is)
Aanleiding De Bestuurscommissie Inkoop Zorg heeft op 30 augustus 2024 aan Inkoop SDCG gevraagd om een informatiebrief op te stellen waarin terugkoppeling wordt gegeven op de gevoerde bestuurlijke overleggen op respectievelijk 28 augustus 2024 (tarieven zorgvorm Behandeling – m.n. tarieven product Behandeling A21) en 30 augustus 2024 (ingangsdatum tarieven 2024 n.a.v. het tarievenonderzoek). De portefeuillehouders Zorg kunnen op basis van deze notitie hun colleges en desgewenst raden informeren.
Terugkoppeling bestuurlijke overleggen Het Tariefonderzoek Ambulant is afgerond en de vastgestelde tarieven zijn per 1 april 2024 ingegaan. Besluitvorming heeft hierover eind maart plaatsgevonden. Naar aanleiding van de ontvangen reacties van een aantal aanbieders heeft, onder leiding van het ketenbureau i-Sociaal Domein, op 1 juli 2024 een gesprek plaatsgevonden met deze aanbieders en Inkoop SDCG. Als vervolg op dit gesprek hebben twee bestuurlijke overleggen plaatsgevonden waarbij enkele bestuurders namens de regio Centraal Gelderland en enkele bestuurders namens aanbieders aanwezig waren: - Bestuurlijk overleg 28 augustus 2024, onderwerp tarieven zorgvorm Behandeling – m.n. tarieven product Behandeling A2 - Bestuurlijk overleg 30 augustus 2024, onderwerp ingangsdatum tarieven 2024 n.a.v. het tarievenonderzoek Aanbieders hebben twee verzoeken ingediend bij het bestuur van de MGR SDCG. 1. Voor de zorgvorm Behandeling structureel de oude tarieven per 1 januari 2025 behouden in plaats van de tarieven voortkomend uit het Tariefonderzoek Ambulant en 2. De ingangsdatum van de nieuwe tarieven stellen op 1 januari 2024 in plaats van 1 april 2024.
Essentie bestuurlijk overleg 28 augustus 2024 – zorgvorm Behandeling In dit gesprek hebben aanbieders aangegeven dat hun bedrijfsvoering binnen de zorgvorm Behandeling (nog) niet aansluit bij de opbouw van de tarieven, die berekend zijn op basis van de huidige productbeschrijvingen. Dit geldt met name voor een aantal aanbieders die Behandeling A2 leveren. Hierdoor zijn de tarieven vanuit het aanbiedersperspectief wel reëel, maar niet dekkend. Verder geven enkele aanbieders aan dat hun financiële positie de afgelopen jaren is verslechterd. Dit betekent dat er een zeer beperkte winstmarge is, financiële risico’s opvangen moeilijker wordt en de bedrijfsvoering daardoor onder druk komt te staan. Aan de andere kant is er begrip voor het feit dat gemeenten te maken hebben met oplopende tekorten en kijken vanuit het meerjarenperspectief, zodat zij de zorgkosten op termijn kunnen blijven betalen.
1
Dit product omvat de behandeling van cliënten met lichte ontwikkelings- en/of gedragsproblemen (conform de Jeugdwet) die zich afspeelt binnen het gezin en het netwerk.
1
☒ ☐ ☐
Essentie bestuurlijk overleg 30 augustus 2024 – ingangsdatum tarieven 2024 In dit gesprek is door de aanbieders Begeleiding en Huishoudelijke ondersteuning aangegeven dat de CAO-verhogingen hebben geleid tot fors hogere loonkosten en dat ze niet in staat zijn om deze loonkosten op te vangen. Wel is er een algemeen beeld vanuit de aanbieders dat de nieuwe tarieven reëel en kostendekkend zijn. Gemeenten hebben aangegeven met het tarievenonderzoek en de ingangsdatum van 1 april 2024 juist tegemoet te komen aan reële tarieven. Besluit BC Inkoop Zorg heeft op 30 augustus gesproken over beide verzoeken en geconcludeerd dat er geen aanleiding is om de besluitvorming voor Behandeling en de ingangsdatum van de tarieven 2024 te heroverwegen. Er is in 2023 bewust gekozen voor een onderzoek naar reële tarieven van zorgproducten en niet naar de kostprijs bij aanbieders. Onder normale omstandigheden kan een aanbieder een product tegen het reëel tarief aanbieden en concurrerend in de markt zetten. Bij enkele producten Behandeling (Behandeling A1 (45J21), Behandeling A2 (45J22), Consultatie A (45J15), Consultatie D (45J18) en Kindergeneeskunde licht (53A02) is gebleken dat het berekende reële tarief voor 2024 lager uitvalt dan het geïndexeerde tarief uit 2023. De aanbieders hebben aangegeven dat ze hun bedrijfsvoering hierop nog niet hebben kunnen aanpassen.
Daarom is voor deze producten in de besluitvorming 2024 als overgangsjaar bestempeld waarin het op het oude tarief gebaseerde, geïndexeerde tarief voor 2024 gehanteerd blijft. Hiermee wordt ruimte geboden aan aanbieders om de bedrijfsvoering bij deze zorgvorm aan te laten sluiten bij het reële tarief. Deze uitzondering is alleen gemaakt voor 2024, wat betekent dat deze vervalt per 1 januari 2025. Concreet betekent dit dat per 1 januari 2025 de tarieven voor Behandeling gaan gelden zoals deze berekend zijn in het tariefonderzoek van TransitiePartners. De gemeenten zijn verplicht om bij een verlenging van een zorgovereenkomst of bij een nieuwe inkoop van zorgproducten reële tarieven te hanteren. In de overeenkomsten zijn afspraken gemaakt over de indexatie gedurende de looptijd. Kostenstijgingen die niet kunnen worden opgevangen met de indexatie komen voor het ondernemersrisico van de aanbieders. De uitkomsten van het tarievenonderzoek zijn op 28 maart 2024 vastgesteld. De doelstelling van het tarievenonderzoek was om te komen tot reële tarieven bij de verlenging van de contracten per 1 juli 2024. Tevens is besloten deze tarieven per 1 april 2024 te hanteren. Alles overwegende is de BC Inkoop Zorg daarom van mening dat zij binnen de ruimte die gemeenten hebben, reeds maximaal tegemoet is gekomen aan de verzoeken van aanbieders.
We blijven met elkaar werken aan de maatschappelijke opgave om de zorg betaalbaar en beschikbaar te houden voor die inwoners die dat nodig hebben. Over drie maanden wordt daarom een vervolggesprek met de aanbieders van het bestuurlijk overleg en de gemeenten gepland. Landelijk signaal Gezien de nijpende financiële situatie van zowel gemeenten als aanbieders is het van belang een landelijk signaal af te geven dat het Rijk met voldoende financiële middelen dient te komen, zodat gemeenten reële tarieven aan aanbieders kunnen blijven betalen. En daarnaast ook voldoende middelen overhouden om te zorgen voor de transformatie die nodig is om de zorg beschikbaar te houden voor die inwoners die dat nodig hebben. Deze maatschappelijke opgave vraagt samenwerking op alle niveaus.
2