CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

B12b. Onderzoeksprogramma 2020 Doesburg Duiven Westervoort.pdf (LIS 10-12)

Politieke Avond 14 januari 2021, gemeente DuivenBij agendapunt: 20:20 - 21:25 - Rekenkamer implementatie omgevingswet - ronde tafel4.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ONDERZOEKSPROGRAMMA 2020

INHOUD Onderzoeksprogramma 2020 .............................................................................................. 1 1.

Introductie............................................................................................................. 3

2.

Samenstelling rekenkamercommissie .......................................................................... 3

3.

Ontmoeting met de fracties....................................................................................... 3

4.

Resultaat van de inventarisatie onderzoeksonderwerpen ................................................ 3

5.

Toets aan selectiecriteria .......................................................................................... 4

6.

Resultaat van de inventarisatie onderzoeksonderwerpen ................................................ 4

7.

Onderzoeken 2020 en 2021 ....................................................................................... 4

8.

Opzet onderzoek..................................................................................................... 5

9.

Financiën............................................................................................................... 6

Bijlage A .......................................................................................................................... 7 Criteria ........................................................................................................................ 7 Bijlage B .......................................................................................................................... 8 Concept onderzoeksvoorstellen ........................................................................................ 8

2

1. Introductie De rekenkamer van de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort is een onafhankelijke commissie benoemd door de gemeenteraden van de desbetreffende gemeenten. De rekenkamer onderzoekt of het gemeentebestuur haar werk doelmatig (efficiënt), doeltreffend (effectief) en rechtmatig (conform de wet) uitvoert. De rekenkamer heeft een onafhankelijke positie met als doel om de gemeenteraad te ondersteunen in haar kaderstellende en controlerende functie. De rekenkamer voert onderzoek uit naar de realisatie en doelmatigheid van het gemeentelijk beleid en naar de efficiency en de effectiviteit van het beleid en de beleidsuitvoering. De rekenkamer voert onderzoeken zelf uit of laat deze, onder haar verantwoordelijkheid, door externen uitvoeren. Voor elk onderzoek staat voorop dat het doel is om te leren van het verleden. Daarmee wil de rekenkamer een bijdrage leveren aan het versterken van de rol en het functioneren van de raad. Jaarlijks stelt de rekenkamercommissie een onderzoeksprogramma op waarin wordt aangegeven welke onderwerpen in aanmerking kunnen komen voor onderzoek en welke specifieke onderzoeken worden uitgevoerd. In dit programma voor het jaar 2020 worden de onderzoek werkzaamheden voor de komende periode geschetst. 2.

Samenstelling rekenkamercommissie De rekenkamer bestaat uit drie externe leden: René Jansen (voorzitter) Honny de Gucht Corine Sluiter – Kuilwijk 3. Ontmoeting met de fracties De rekenkamer stelt het contact met de raadsleden zeer op prijs. Van juni tot september 2018 heeft de rekenkamer een bezoek gebracht aan de raadsfracties. Deze gesprekken hadden een tweeledig doel: de nadere kennismaking van de rekenkamer met de raadsleden en het ophalen van input voor mogelijke onderzoeksonderwerpen voor het komend jaar. Deze gesprekken zijn door de rekenkamer als zeer open en plezierig ervaren en dragen bij aan de verdere invulling van onze taak. 4. Resultaat van de inventarisatie onderzoeksonderwerpen Op basis van suggesties van de verschillende raadsfracties heeft de rekenkamer een zogenoemde groslijst van mogelijke onderzoeksonderwerpen opgesteld. Met genoegen hebben wij kunnen constateren dat deze input ook dit jaar nog actueel en toereikend is voor de te onderzoeken onderwerpen. Uit deze groslijst heeft de rekenkamer een selectie van een viertal onderwerpen gemaakt. Voor deze onderwerpen is een onderzoeksopzet gemaakt (zie punt 4 Selectiecriteria). In het gesprek met de klankbordgroep op 7 november 2019 heeft de rekenkamer deze onderwerpen en voorstellen voorgelegd en de klankbordgroep gevraagd een prioritering aan te geven ten behoeve van de uit te voeren onderzoeken in 2020.

3

5. Toets aan selectiecriteria De rekenkamer heeft de onderzoeksonderwerpen zoals opgenomen op de groslijst getoetst aan de vastgestelde selectiecriteria: 1. Het organisatorisch, bestuurlijk, maatschappelijk belang van een onderwerp; 2. De mate van risico met betrekking tot doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid; 3. Het financiële belang van een onderwerp In bijlage A is een nadere toelichting te vinden op de selectiecriteria en daarbij bijbehorende aandachtspunten. Na toetsing aan de selectiecriteria komen wij tot de volgende vier onderwerpen voor 2020 – 2021 :    

Verkenning aanpak implementatie omgevingswet Positie en sturing van gemeenten in samenwerkingsverbanden Burgerparticipatie ‘Van inspraak naar invloed Duurzaamheid en energietransitie

Deze onderwerpen en onderzoeksvoorstellen zijn opgenomen als bijlagen bij dit onderzoeksprogramma, waarbij tevens de centrale onderzoeksvraag en de deelvragen benoemd zijn. 6. Resultaat van de inventarisatie onderzoeksonderwerpen Op basis van suggesties van de verschillende raadsfracties heeft de rekenkamer een zogenoemde groslijst van mogelijke onderzoeksonderwerpen opgesteld. Met genoegen hebben wij kunnen constateren dat deze input ook dit jaar nog actueel en toereikend is voor de te onderzoeken onderwerpen. Uit deze groslijst heeft de rekenkamer een selectie van een viertal onderwerpen gemaakt. Voor deze onderwerpen is een onderzoeksopzet gemaakt (zie punt 4 Selectiecriteria). In het gesprek met de klankbordgroep op 7 november 2019 heeft de rekenkamer deze onderwerpen en voorstellen voorgelegd en de klankbordgroep gevraagd een prioritering aan te geven ten behoeve van de uit te voeren onderzoeken in 2020. 7. Onderzoeken 2020 en 2021 De afweging van de rekenkamer om tot een keuze van onderzoeksonderwerpen te komen wordt niet alleen bepaald door de aangedragen suggesties vanuit de raadsfracties, maar kan ook worden bepaald door kennis te nemen van reacties van inwoners, beleidsstukken, raadsstukken en politieke actualiteit. Tevens kan de insteek zijn dat aangehaakt wordt bij de voorbereiding om nieuw beleid vast te stellen en daar adviezen over te geven.

Het onderzoek heeft dan een pro actief karakter in plaats van reflecterend. De rekenkamer maakt tevens de afweging of een onderwerp als onderzoek behapbaar is en binnen een redelijke termijn kan worden afgerond. Ook houdt de rekenkamer rekening met onderzoeken die het college verricht. De rekenkamer neemt de gemeenteraad graag mee in de overwegingen van de rekenkamer ten aanzien van de relevantie en mogelijkheid tot onderzoek. Binnen het huidige budget ziet de rekenkamer mogelijkheden om 3 onderzoeken per 2 jaar uit te voeren. Afwisselend een groot (extern) onderzoek en twee kleinere onderzoeken dat wordt uitgevoerd door de leden van de commissie.

4

Bij de vier hiervoor genoemde onderwerpen heeft de rekenkamer een nadere afweging gemaakt. De volgende onderwerpen zijn geselecteerd voor onderzoek in 2020: 1. Verkenning aanpak implementatie omgevingswet 2. Positie en sturing van gemeenten in samenwerkingsverbanden Hiervoor zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: Verkenning aanpak implementatie omgevingswet 

Hoe geven de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort vorm aan de invoering van de omgevingswet?

Met de volgende deelvragen ten behoeve van de centrale vraag en het onderzoek:     

Op welke worden de vastgestelde ambitiedocumenten gehanteerd als richtinggevend kader? Hoe worden de gemeenteraden (formeel en informeel) betrokken bij de implementatie van de omgevingswet? Is helder wat de formele bevoegdheden van de gemeenteraden worden? Is er zicht op hoe en wanneer de gemeenteraden invulling kunnen geven aan hun bevoegdheden? Hoe worden de gemeenteraden meegenomen in de overige aspecten van de invoering van de omgevingswet?

Positie en sturing van gemeenten in samenwerkingsverbanden 

Hebben de gemeenteraden van Doesburg, Duiven en Westervoort zicht en grip op de verschillende samenwerkingsverbanden waarin de gemeenten participeren?

Met de volgende deelvragen ten behoeve van de centrale vraag en het onderzoek:     

Aan welke samenwerkingsverbanden nemen de gemeenten deel? Hoe is de besluitvorming om deel te nemen tot stand gekomen? Wat zijn de doelen en ambities van de samenwerkingsverbanden en hoe is hierin de betrokkenheid van de gemeenteraden geregeld? Op welke wijze in de informatievoorziening richting de gemeenteraden over de verbonden partijen geregeld? In hoeverre is de informatie vanuit de samenwerkingsverbanden voldoende als het gaat om evaluatie en toetsing van de resultaten?

Beide onderzoeken worden in 2020 aan de gemeenteraden voorgelegd. In bijlage B vindt u de onderzoeksvoorstellen zoals deze ook besproken zijn met de klankbordgroep. 8. Opzet onderzoek De vraagstelling zoals verwoord bij de geselecteerde onderwerpen is nu nog algemeen gesteld. In het in te stellen vooronderzoek en de onderzoeksopzet krijgt dit een verdere vertaling. Dit om te borgen dat het uiteindelijke onderzoek en advies toepasbare handvatten zal opleveren voor de uitvoeringspraktijk van de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort.

5

Hiervoor zal de rekenkamer een vooronderzoek verrichten door bestudering van relevante documenten. Daarna zal de rekenkamer in overeenstemming met het onderzoeksprotocol een onderzoeksopzet opstellen. De onderzoeksopzet wordt ter kennisname van de gemeenteraad, het college en de gemeentesecretaris gebracht. Daarbij wordt ook informatie opgenomen over degene die het onderzoek gaat uitvoeren (intern door de rekenkamer of extern door een onderzoeksbureau). Vanzelfsprekend kan de rekenkamer, indien gewenst, de onderzoeksopzet nader toelichten in de raadscommissie(s). 9. Financiën Voor de totale werkzaamheden van de rekenkamer is voor 2020 door de gemeenteraden een budget ter beschikking gesteld van circa € 25.000,-. Uit dit budget worden onder meer de onderzoekskosten en de vergoedingen aan de leden van de rekenkamer betaald. Het resterend budget 2019 wordt in overeenstemming met de klankbordgroep overgeheveld naar 2020.

22 November 2019 De rekenkamer van de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort René Janssen Honny de Gucht Corine Sluiter – Kuilwijk

6

BIJLAGE A

Criteria De Rekenkamercommissie beoogt bij de keuze van haar onderwerpen een zo groot mogelijke bijdrage aan haar missie en doelstelling. Hierbij worden in overeenstemming met het onderzoeksprotocol de volgende criteria gehanteerd: 1. Het organisatorisch, bestuurlijk, maatschappelijk belang van een onderwerp 2. De mate van risico met betrekking tot doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid 3. Het financiële belang van een onderwerp Toelichting op de selectiecriteria: Maatschappelijke relevantie Het is van belang om bij de keuze van de onderzoeksonderwerpen aandacht te schenken aan de maatschappelijke relevantie van het onderwerp. Hierbij kan gedacht worden aan frequent voorkomende klachten van burgeres, thema's die aandacht krijgen van de landelijke politiek en dergelijks. Risicoprofiel Financieel belang en risicoprofiel gaan niet altijd samen. Er kunnen beleidsterreinen of onderwerpen zijn waar weinig of zelfs geen geld aan wordt uitgegeven, maar waar wel hoge risico's mee gepaard gaan. Naast deze criteria wordt bij de selectie van een onderzoeksonderwerp ook rekening gehouden met enkele specifieke aandachtspunten, zoals:  De lengte van de beleidsperiode  Het leren voor de toekomst  Een evenwichtige verdeling van onderzoeken over de sectoren  Heeft het onderzoek voldoende toegevoegde waarde? a.

Rechtvaardigen de te verwachten leereffecten en nieuwe inzichten de onderzoeksinspanning? b. Is het onderwerp niet onlangs onderzocht door anderen?  Is er sprake van subsidiariteit : is de onderzoeksvraag niet op een andere meer eenvoudige wijze te beantwoorden?  Is het voor de rekenkamer haalbaar en past dit binnen de financiële en organisatorische mogelijkheden?  Zijn de onderwerpen en de onderzoeken communiceerbaar naar de samenleving?

7

BIJLAGE B

Concept onderzoeksvoorstellen

8

VERKENNING AANPAK IMPLEMENTATIE OMGEVINGSWET DOOR DE REKENKAMER VOOR DUIVEN, DOESBURG EN WESTERVOORT Onderwerp Aanpak van de implementatie van de Omgevingswet in de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort. Aanleiding Op 1 januari 2021 wordt de nieuwe Omgevingswet van kracht. Deze wet vormt een ingrijpende stelselherziening die als doel heeft het omgevingsrecht te verbeteren. Gemeenten hebben daarin een belangrijke verantwoordelijkheid. Zij vervullen nadrukkelijk de rol van “eerste overheid”. De nieuwe wet betekent voor elke gemeente dat ze actief moet worden op meerdere fronten. Ze moet haar nieuwe instrumentarium (o.a. Omgevingsvisie en Omgevingsplan) vormgeven. Ze moet zich een andere manier van werken eigen maken. Ze moet – meer dan in het verleden- ingericht zijn op het digitaal ondersteunen van plan- en besluitvorming en aangehaakt zijn op de landelijke voorziening. De nieuwe omgevingswet kan ook behoorlijke consequenties hebben voor de rolverdeling tussen raad en college. Alle drie de gemeenten hebben al in een vroegtijdig stadium op ambitieniveau kenbaar gemaakt hoe ze de implementatie van de Omgevingswet willen aanpakken. Doesburg heeft in de loop van 2016 en 2017 gewerkt aan een koersdocument voor de invoering van de Omgevingswet.

Dit werd gestart met een Plan van Aanpak en kreeg eind 2017 zijn beslag in de vorm van een Uitgangspuntennotitie die door de raad is vastgesteld. Duiven en Westervoort hebben medio 2017 een Koersdocument Implementatie Omgevingswet vastgesteld. Hierin worden ambities uitgesproken op alle relevante aspecten van de implementatie. Ook is een globale tijdsplanning opgenomen. Deze was echter gebaseerd op de op dat moment van kracht zijnde invoeringsdatum van 1 januari 2019. Inmiddels zijn we alweer enkele jaren verder en begint de invoeringsdatum dichterbij te komen. Een goed moment om te spiegelen op het algehele proces, op de tot dusverre behaalde resultaten, de concrete plannen voor de aankomende periode, en de rol van de gemeenteraad. Onderzoeksvragen -

Hoe geven de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort vorm aan de invoering van de omgevingswet?

9

-

Op welke wijze worden de vastgestelde ambitiedocumenten gehanteerd als richtinggevend kader?

-

Hoe worden de raden (formeel en informeel) betrokken bij de implementatie van de Omgevingswet? Is helder wat de formele bevoegdheden van de raad worden? En is er al zicht op hoe en wanneer de raad hier invulling aan kan geven? Hoe wordt de raad meegenomen in de overige aspecten van de invoering van de Omgevingswet (de onderdelen waarin ze beperkter bevoegdheid heeft maar die wel van invloed zijn op de wijze waarop de dienstverlening naar inwoners en initiatiefnemers eruit zal zien)?

Wijze van onderzoek     

10

Analyse van de drie coalitieakkoorden en actuele beleidsstukken Gesprek met de drie wethouders en trekkers Omgevingswet van elke gemeente Vergelijking met handelwijze van enkele vergelijkbare gemeenten door literatuurstudie (en /of telefonische verkenning) Geschatte duur onderzoek: 2 – 3 maanden. Geschatte tijdsbesteding: 80 uur

POSITIE EN STURING VAN GEMEENTEN IN SAMENWERKINGSVERBANDEN Onderwerp In de zomer van 2018 heeft de Rekenkamer Duiven, Doesburg, Westervoort bij alle fracties in de gemeenteraden onderzoeksonderwerpen opgehaald. Uit deze inventarisatie is tevens de positie van de gemeenten en de sturing van de gemeenteraden in de verschillende samenwerkingsverbanden naar voren gekomen. Aanleiding De laatste jaren zijn er veel ontwikkelingen geweest omtrent de samenwerkingsverbanden in en tussen gemeenten. Dit is mede ingezet door de verschillende decentralisaties. Doordat het takenpakket van de gemeenten in rap tempo uitgebreid is en nog steeds wordt, zoeken steeds meer gemeenten de samenwerking op. Dit stelt de gemeenten in staat proactief met grote lokale en regionale veranderingen aan de slag te gaan. Toch staan in de maatschappelijke discussies rondom het thema samenwerkingsverbanden en de positie van de gemeente en de gemeenteraad deze voordelen ook ter discussie. Dit omdat samenwerkingsverbanden doorgaans op een wat grotere afstand staan van zowel college als gemeenteraad. En is de basis; waarvoor deden we het ook al weer, een mogelijke bron van zorg, ontevredenheid en gevoel van ongrijpbaarheid geworden. Dit wordt versterkt door een ontwikkeling die bij vele gemeenten gezien wordt dat niet zelden gemeenten moeten opdraaien voor onverwacht extra kosten.

Samenwerkingsverbanden zijn er in het land in vele soorten en mate te vinden. Hiermee verschilt ook de reden om samen te werken sterk. En de ervaren afstand verschilt ook per samenwerkingsvorm. Coalitieakkoorden Alle drie de gemeenten hebben in de coalitieakkoorden voor de periode 2018 - 2022 een paragraaf verbonden partijen. Dit komt als dusdanig terug in de begroting hetgeen wettelijk geregeld is in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten. Als er sprake is van een verbonden partij dan leggen de deelnemende gemeenten haar taak als het ware neer bij die verbonden partij. Wel is en blijft de gemeente verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen. De drie gemeenten hebben hun opgaven rondom de samenwerking als volgt verwoord in hun coalitieprogramma’s: 

11

Duiven: ‘we staan open voor samenwerking met andere gemeenten daar waar het meerwaarde oplevert’ (in het coalitieprogramma - Ruimte en Vertrouwen)

Westervoort: ‘als gemeente werken we steeds nauwer samen met onze buurgemeenten in de Liemers, maar ook met de grotere regio Arnhem - Nijmegen .Op deze wijze proberen we samen krachtig invulling te geven aan de opgaven die gemeenten hebben op allerlei terrein’ (in het coalitieprogramma – Regionale Samenwerking) Doesburg: ‘we hechten grote waarde aan de zelfstandigheid van Doesburg en we willen dit o.a. bereiken door regionale samenwerking blijvend te bevorderen’ (in het coalitieprogramma – Vol energie)

Doel van het onderzoek Met dit onderzoek wil de rekenkamer van Duiven, Doesburg en Westervoort de gemeenteraden meer zicht geven op de verschillende samenwerkingsverbanden waarin de gemeenten participeren en inzicht bieden in de mogelijkheden van de gemeenteraad voor de uitvoering van zijn kaderstellende en controlerende taken ten aanzien van de samenwerkingsverbanden. Onderzoeksvragen Centrale onderzoeksvraag: “Hebben de gemeenteraden van Duiven, Doesburg en Westervoort zicht en grip op de verschillende samenwerkingsverbanden waarin de gemeenten participeren?” Ten behoeve van de centrale onderzoeksvraag worden de volgende deelvragen/aanvullende onderzoeksvragen gehanteerd: a. Aan welke samenwerkingsverbanden nemen de gemeenten deel? b. Hoe is de besluitvorming om deel te nemen tot stand gekomen? c. Wat zijn de doelen en ambities van de samenwerkingsverbanden en hoe is hierin de betrokkenheid van de gemeenteraden geregeld? d. Op welke wijze in de informatievoorziening richting de gemeenteraden over de verbonden partijen geregeld? e.

In hoeverre is de informatie vanuit de samenwerkingsverbanden voldoende als het gaat om evaluatie en toetsing van de resultaten? Met deze onderzoeksvragen wordt op de volgende onderwerpen het onderzoek gestalte gegeven:  Inventarisatie van de samenwerkingsverbanden  Aangaan en vormgeving van de samenwerkingsverbanden  Beheersing, sturing, controle en verantwoording samenwerkingsverband  Evaluatie van de samenwerking

Drie samenwerkingsverbanden nader bekeken Aan samenwerking met andere partijen ligt altijd een reden of doel ten grondslag. Interessant is echter na te gaan of dit beoogde doel, bij de start van het samenwerkingsverband, ook daadwerkelijk is bereikt. Oftewel, heeft de samenwerking ook het gewenste resultaat opgeleverd? Zijn de verwachtingen uitgekomen? Zo nee, waarom niet en kunnen de gemeenteraden hier iets van leren? In dit onderzoek gaat het met name om de vraag hoe tot samenwerking wordt gekomen, waar de grootste risico’s liggen en waar de sturingsmogelijkheden voor de gemeenteraad liggen. Wat weet de gemeenteraad en welke mogelijkheden heeft de gemeenteraad voor grip op het (doel van het) samenwerkingsverband.

12

Wijze van onderzoek      

13

Analyse van de drie coalitieprogramma’s Analyse van de beleidsdocumenten en documenten omtrent de samenwerkingsverbanden Gesprek met de drie wethouders en trekkers regionale samenwerking en verbonden partijen Vergelijking met handelwijze van enkele vergelijkbare gemeenten door literatuurstudie en/of telefonische verkenning Duur onderzoek: 3 tot 4 maanden Geschatte uren: 80 uur

VERKENNING AANPAK DUURZAAMHEID EN ENERGIETRANSITIE DOOR DE REKENKAMER VOOR DUIVEN, DOESBURG EN WESTERVOORT Onderwerp Beleid van de gemeenten Doesburg, Duiven en Westervoort op het gebied van duurzaamheid en energietransitie Aanleiding Alle drie de gemeenten hebben in de coalitieakkoorden voor de periode 2018-2022 een belangrijke plaats ingeruimd voor het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en energietransitie. Naast inhoudelijke ambities worden daarbij ook uitspraken gedaan over de wijze waarop deze moeten worden gerealiseerd. De aanpak in elk van de drie gemeenten toont (althans volgens de teksten van de akkoorden) een aantal gelijkenissen. In het coalitieakkoord van de gemeente Doesburg wordt vooral aandacht gevraagd voor het verduurzamen van de woningvoorraad. Dit moet in samenwerking met de woningstichting en particuliere huiseigenaren gebeuren. In het coalitieakkoord voor de gemeente Duiven wordt vooral ingezet op bewustwording van de samenleving. De gemeente ziet zich vooral als initiator en aanjager. Men wil werken met een aantal pilots. In het coalitieakkoord voor de gemeente Westervoort wordt uitgesproken dat het college “op alle mogelijke manieren” inwoners en bedrijven zal wijzen op de noodzaak tot verduurzaming. Daarbij wordt ingezet op informatie en voorlichting.

Subsidiëring in bij voorbeeld de vorm van een duurzaamheidslening wordt daarnaast als benaderingswijze voorgesteld. Samenvattend kan gesteld worden dat er veel aandacht is voor aanjagen en stimuleren. Er moet veel aandacht zijn voor een bottom up aanpak en het aanhaken bij lokale initiatieven. Er worden nog concrete of gekwantificeerde ambities uitgesproken. De verkiezingen waren in maart 2018. Deze akkoorden zijn vervolgens opgesteld in het voorjaar van 2018. Sindsdien hebben zich (op nationaal niveau) een aantal ontwikkelingen voorgedaan. Mede door de discussies over bevingsschade in Groningen is er landelijke regelgeving gekomen die de afkoppeling van aardgas moet versnellen. Zo moeten bouwaanvragen vanaf juli 2018 in beginsel uitgaan van gasloze woningen. In het najaar van 2018 zijn de concept-afspraken van het nationale klimaatakkoord (onder voorzitter van oud milieuminister Nijpels) verschenen. Deze worden waarschijnlijk dit najaar definitief gemaakt en bieden op tafel van onderdelen kaders voor de duurzaamheidsaanpak van gemeenten. Zo vloeit wat de energietransitie betreft uit dit akkoord voort dat gemeenten in een gezamenlijke RES (Regionale EnergieStrategie) gaan duidelijk maken welk deel zij in de regio voor hun rekening kunnen nemen van de duurzame energieopwekking.

14

Krachtige ontwikkelingen die behoorlijk van invloed zullen zijn op het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid. De vraag is hoe deze nieuwe ontwikkelingen vanuit hogere overheden kunnen worden vormgegeven. En of dit kan op een wijze die past bij de intenties vanuit het coalitieakkoord. Onderzoeksvragen -Hoe geven de Doesburg, Duiven en Westervoort uitvoering aan de klimaat- en duurzaamheidsambities uit het coalitieakkoord. Hoe zijn de ambities vertaald naar concreet beleid en initiatieven of projecten? Hoe wordt de aanpak georganiseerd? -Hoe worden de nieuwe landelijke ontwikkelingen hierbij betrokken? -Hoe is de raad betrokken bij de uitvoering hiervan (en bij eventuele koersverleggingen als gevolg van de nieuwe ontwikkelingen)? Wijze van onderzoek     

15

Analyse van de drie coalitieakkoorden en actuele beleidsstukken Gesprek met de drie wethouders en trekkers duurzaamheid van elke gemeente Vergelijking met handelwijze van enkele vergelijkbare gemeenten door literatuurstudie (en /of telefonische verkenning) Geschatte duur onderzoek: 2 – 3 maanden. Geschatte tijdsbesteding: 80 uur

BURGERPARTICIPATIE: VAN INSPRAAK NAAR INVLOED Aanleiding Burgerparticipatie is een onderwerp dat in vrijwel alle Nederlandse gemeenten hoog op de agenda staat. De ambities lopen uiteen; sommige gemeenten leggen de nadruk op het vergroten van draagvlak voor het gemeentelijk beleid en plannen, andere gemeenten zetten nadrukkelijk in op het vergroten van eigen verantwoordelijkheid en het faciliteren van burgers. Een sterk onderdeel van het integrale beleid, zo kwam naar voren uit ons rapport: ‘de integraliteit van het sociaal domein’, is het betrekken van de burger, organisaties en instellingen. Zij worden uitgenodigd mede het beleid op te zetten en uit te voeren. Hier is de gedachte van overheidsparticipatie op gestoeld; de overheid treedt terug en beperkt haar rol tot het faciliteren van de burger. De vraag hierbij is: wat kan en mag je van de burger verwachten en hoe kan je de burger het beste faciliteren? Dit is tevens teruggekomen in de vierde aanbeveling van het rapport. De vraag vervolgens kijkend naar de betrokkenheid en het faciliteren van de burger, wat is dan de burgerparticipatie en gebeurt dit ook? Onderwerp Met dit onderzoek wil de rekenkamer van de gemeenten Duiven. Doesburg en Westervoort de gemeenteraden inzicht bieden in de huidige stand van zaken rondom burgerparticipatie.

Achtergrond In de relatie tussen de overheid en de burger heeft de afgelopen jaren een behoorlijke verschuiving plaats gevonden. Burgerparticipatie is daarmee een onderwerp dat in vrijwel alle Nederlandse gemeenten hoog op de agenda staat. De ambities binnen de gemeenten lopen op dit onderwerp echter wel uiteen. Maar los van de ambitie probeert iedere gemeente op haar eigen manier en in meer of mindere mate vorm te geven aan burgerparticipatie. Burgerparticipatie is een complex thema; overheden willen burgers meer en meer betrekken bij het beleid en de plannen, tot aan soms onderdeel maken van de besluitvorming. Tegelijkertijd zijn burgers in deze tijd mondiger, de komst van de sociale media maakt betrokkenheid en het geven van meningen eenvoudiger maar soms ook kritischer. Daarnaast wordt er al heel veel gevraagd van burgers; dus hoe betrokken kunnen burgers daadwerkelijk worden gemaakt zonder dat er teveel gevraagd wordt en de verantwoordelijkheid van de overheid uit het oog verloren wordt. De complexiteit van burgerparticipatie maakt dat het voor gemeenten ook veel ruimte voor eigen invulling geeft, passend op de eigen omgeving, aansluitend bij haar eigen inwoners.

16

Doel van het onderzoek Met dit onderzoek wil de rekenkamer van Duiven, Doesburg en Westervoort inzicht bieden in de wijze waarop in de betrokken gemeenten invulling wordt gegeven aan burgerparticipatie. Ook wil de rekenkamer beoordelen in hoeverre de inzet van de instrumenten voor burgerparticipatie effectief is. Onderzoeksvragen De centrale onderzoeksvraag: “Op welke wijze zet de gemeente burgerparticipatie in bij de totstandkoming of uitvoering van beleid en in hoeverre is deze inzet effectief? ” De centrale onderzoeksvraag is uitgewerkt in de volgende deelvragen: 1. Welke beleidsdoelstellingen en welke instrumenten van burgerparticipatie kent de gemeente? 2. Wordt een adequate afweging gemaakt tussen de verschillende instrumenten van burgerparticipatie? 3. Op welke wijze is burgerparticipatie geborgd in de besluitvormingsprocessen en werkprocessen van de gemeente? 4. Wat is daarbij de rol van de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie? 5. Hoe wordt het beleid ten aanzien van burgerparticipatie uitgevoerd en toegepast? Te toetsen aan de hand van een aantal casussen 6. Heeft de inbreng van de participanten voldoende doorwerking gekregen in het door de gemeente vastgestelde (project) resultaat? Ter afbakening van het onderzoek zal de beantwoording van een aantal deelvragen aan de hand van vier casussen plaatsvinden. Wijze van onderzoek    

   

17

In afstemming met de klankbordgroep (en de ambtelijke organisatie) worden vier casussen geselecteerd voor nadere verdieping Gesprekken met ambtelijke projectleiders en studie van desbetreffende documenten Voor de evaluatie van de casus wordt gebruik gemaakt van het landelijke instrument ‘de Participatiemonitor’ Aan de hand van vier kwaliteitsmaatstaven die onder te verdelen zijn in twee maatstaven voor de aanpak en twee maatstaven voor het resultaat, zullen online enquêtes worden ingevuld door: o De projectleider(s) of beleidsmedewerker(s) van de gemeente (zelfevaluatie) o Burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties (participanten) Aangezien wij een rekenkamer zijn voor drie gemeenten kan uitstekend een benchmark plaatsvinden, aangevuld met landelijk onderzoek op dit gebied Voorkeur uitspreken voor een onderzoek meer op de theoretische kant of meer gericht op de praktische invulling Duur onderzoek: 4 maanden Geschatte uren: 80 uur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=b25f3f7d-c398-4703-bd3c-0f39120c439f