Antwoorden Technische vragen CDA
Tekst van het document
Vragen fractie CDA Duiven-Groessen-Loo Politieke Avond 11 januari 2022 Onderwerp: Raadsvoorstel Beleidskader initiatieven grootschalige opwek zon/wind Vraag 1: Welke gevolgen heeft het Beleidskader voor de bestaande vier windmolens? Bijvoorbeeld ten opzichte van de algemene levensduur en of voor de vier bestaande windmolens een tijdelijke omgevingsvergunning geldt. Zo ja, voor welke periode? Zo nee, dan graag toelichten. T Antwoord Het Beleidskader geldt voor de beoordeling van nieuwe projecten, dus niet voor bestaande, vergunde projecten. De locaties van de bestaande vier windmolens zijn planologisch destijds geregeld in een bestemmingsplan. De verleende vergunningen hebben geen tijdelijk karakter. Er zal een moment komen waarbij deze molens zijn afgeschreven. Mogelijk zal er dan een nieuw initiatief worden ingediend voor vervanging van oud door nieuw, al dan niet op dezelfde locatie. Zo’n initiatief moet vanzelfsprekend aan de dan geldende regels en beleidskaders worden getoetst. Vraag 2: op pagina 5 van het Beleidskader wordt onder Samenloop met uitbreiding bedrijventerrein in de 2e alinea verwezen naar de kaart ‘Werken’ van de Omgevingsvisie.
Kan deze kaart niet aan de stukken worden toegevoegd zodat we direct weten over welke kaart we het hebben? T Antwoord Onderaan deze antwoorden hebben wij een uitsnede opgenomen van de integrale visiekaart van de (ontwerp)Omgevingsvisie. Hierop is te zien dat het gearceerde deel ‘zoekgebied uitbreiding bedrijventerreinen’ (gearceerd en met een pijltje daarbinnen) samenvalt met het zoekgebied voor wind/zon. Preciezer gezegd: gedeeltelijk met het zoekgebied zon en geheel met het zoekgebied voor windmolens. Deze kaart zullen wij ook separaat aan de griffie meegeven en kan aan de stukken worden toegevoegd. Vraag 3: op pagina 13 wordt onder de Omwonendenregeling gesproken over direct omwonenden. Wie/welke doelgroep wordt hiermee bedoeld? Of wordt de directe omgeving, zoals op pagina 10 staat vermeld, hiermee bedoeld? T Antwoord Een omwonendenregeling wordt meestal in het leven geroepen voor de doelgroep: omwonenden uit de directe omgeving. Vraag 4: Volgens het regeerakkoord komen er heldere afstandsnormen voor de bouw van windmolens op land en wordt (financiële) participatie van omwonenden om het draagvlak te versterken gestimuleerd. Moet deze afspraak geen onderdeel zijn van het beleidskader zodat hier rekening mee wordt gehouden? Zo nee, welke argumenten liggen hieraan dan aan ten grondslag? Zo ja, hoe kan dit dan alsnog worden geborgd in het Beleidskader? T
1
Antwoord Er gelden op dit moment geen landelijke afstandsnormen voor de bouw van windmolens. Zodra een nieuwe landelijke regeling is ingevoerd, zal deze vanzelfsprekend ook van toepassing zijn op eventuele aanvragen voor nieuwe windmolens. Het voorgestelde Beleidskader heeft overigenms reeds als voorwaarde dat te allen tijde wettelijke normen van toepassing zijn. Op dit moment is nog geen enkel zicht op hoe de door het nieuwe kabinet voorgenomen afstandsnormen zullen gaan luiden en wanneer de onderzoeken hiertoe en de besluitvorming hierover zijn afgerond. Volgens berichten van het ministerie kan dat mogelijk tot twee jaar in beslag nemen. Op grond van de nu geldende jurisprudentie over milieunormering voor windmolens is het wel mogelijk dat het bevoegde gezag, bijv. een gemeente, zelf voorziet in maatwerk-normering, op grond van zorgvuldig onderzoek. Er zijn daarvan al recente voorbeelden. Zo heeft in onze regio de buurgemeente Lingewaard aangekondigd dit jaar zelf in milieunormering te gaan voorzien voor de twee geplande windmolens bij Caprice. Ook onze gemeente zou dat kunnen overwegen zodra er zicht is nieuwe initiatieven voor windmolens. Vraag 5: In het beleidskader wordt niet gesproken over een lokale (of regionale zonneladder).
Hoe moeten dit instrument plaatsen in relatie tot het (in onze ogen) noodzakelijke uitgangspunt dat in eerste instantie zoveel mogelijk bestaande en nieuwe daken moeten worden benut? Daarnaast vernemen wij graag in hoeverre een verplichtende koppeling gelegd kan worden tussen zonnevelden en zon-op-dak (bijvoorbeeld minimaal 25% van de oppervlakte aan zonneveld nieuw zon-op-dak realiseren). I/P Kaart horend bij antwoord op vraag 2 (uitsnede integrale visiekaart Omgevingsvisie)
2
3