CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden op openstaande vragen PvdA beleidskader zon-wind.pdf

Raadsavond 15 februari 2022, gemeente DuivenBij agendapunt: Beleidskaders initiatieven grootschalige opwek zon en wind1.010 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp: Beleidskader zon/wind gemeente Duiven

Er staan nog twee technische vragen open van de PvdA: 1) Inzake beschikbaarheid gegevens websitebezoek en verwerking berichten op social media. 2) Inzake verplichtingen voortvloeiende uit Europese richtlijnen dan wel jurisprudentie hierover op basis waarvan elk project voor een windpark of zonnepark bemerd moet worden. Antwoorden: 1. De berichten op social media worden dagelijks gemonitord. Vanuit het KCC worden vragen beantwoord, zo nodig in overleg met communicatie. Door het monitoren van de reacties springen we in op de actualiteit en kunnen we berichtgeving beter sturen. We zien wat er leeft. Voor de websites kunnen we rapporten laten maken, die o.a. laten zien hoe vaak en hoe lang een bezoekers op de website/pagina is geweest en hoe de bezoekers binnen komen. Op de toptakenwebsite duiven.nl staat de toptaak samen1nergie, dit onderdeel van de website verwijst direct door naar de website samen1nergie.nl. In 2021 hebben ruim 23.000 unieke bezoekers samen1nergie.nl bezocht.

2. In antwoord op deze vraag delen wij de volgende informatie, afkomstig van het nationale IPLO, het Informatiepunt Leefomgeving: De Europese M.e.r.-richtlijn (zie ook https://ec.europa.eu/environment/eia/eia-support.htm) ziet op het uitvoeren van een milieueffectbeoordeling op bepaalde publieke en private werken. De richtlijn verplicht de lidstaten om voorafgaande aan de toelating van bepaalde soorten activiteiten met mogelijkerwijs aanzienlijke milieugevolgen een milieueffectrapport te eisen. Uit een dergelijk rapport moeten de milieugevolgen van de voorgenomen activiteit blijken zodat bij de beslissing omtrent toelating en eventuele voorwaarden daarbij rekening kan worden gehouden met deze gevolgen. De M.e.r.-richtlijn is in 2001 aangevuld door de Richtlijn 2001/42/EG betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's (strategische milieubeoordelingsrichtlijn). De m.e.r.-richtlijn is in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de Wet Milieubeheer en het Besluit m.e.r. In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn activiteiten aangewezen waarvoor een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. De Europese Commissie heeft enkele handleidingen (guidances) uitgebracht waarin de Europese richtlijnen worden geïnterpreteerd. De guidances zijn geen regelgeving, de uiteindelijke interpretatie ligt bij het Europese Hof van Justitie.

In haar uitspraken verwijst het Hof vaak naar de guidances voor interpretatie van de richtlijnen. Ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hecht waarde aan de Europese guidances bij interpretatie van begrippen of inhoudelijke vereisten. In Annex II (3) van Interpretation of definitions of project categories of annex I en II of the EIA Directive wordt stilgestaan bij windparken. De m.e.r.-plicht vloeit dus voort uit Europese wetgeving, deze is in Nederland verankerd in de Wet Milieubeheer en het Besluit m.e.r.

Windparken Windparken komen voor als categorie in de bijlage bij het Besluit m.e.r., namelijk categorie C 22.2 "De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark" en categorie D 22.2 "De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een gezamenlijk vermogen van 15 megawatt (elektrisch) of meer, of 2°. 10 windturbines of meer." De definitie van een windturbinepark is (in lijn met de Europese guidance): park bestaande uit ten minste drie windturbines. O.b.v. het Besluit m.e.r. betekent dit het volgende: - Er geldt een directe project-m.e.r.-plicht voor windturbineparken met meer dan 20 windturbines. - Een windturbinepark bestaande uit 10 tot 20 windturbines is m.e.r.-beoordelingsplichtig. - Voor een windturbinepark bestaande uit tenminste drie windturbines, maar minder dan 10 moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. - Er geldt een plan-m.e.r.-plicht voor (bestemmings)plannen en structuurvisies (kolom 3 van categorie C 22.2 en D 22.2) over windenergie of die windturbineparken mogelijk maken (kaderstelling voor toekomstige m.e.r.-beoordeling van windturbineparken In de uitspraak van 30 juni 2021 over bestemmingsplan "Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding 2020' heeft de Raad van State geoordeeld over rijksregels voor windturbineparken.

Voor deze Rijksregels en de hierin opgenomen normen is namelijk niet de juiste procedure gevolgd. De rijksregels zijn wel gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar de milieugevolgen. Maar volgens een Europese richtlijn (de hier eerder benoemde strategische milieubeoordelingsrichtlijn) had een MER moeten worden gemaakt. Zie voor meer informatie en de betekenis van deze uitspraak de website van Infomil. Zonneparken Zonneparken zijn in de m.e.r.-richtlijn niet direct aangewezen als m.e.r.(beoordelings)-plichtige activiteit. Ook in de Europese guidance worden zonneparken (solar fields) niet nader benoemd. Het was lang onduidelijk of een zonnepark valt onder het Besluit milieueffectrapportage. In de uitspraak 201807860/1/A1 van 14 augustus 2019 (tijdelijk zonnepark met trafostations, gemeente Staphorst), staat de afweging centraal of een zonnepark onder de definitie van categorie D 9 (Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan) van de bijlage bij het Besluit m.e.r. valt of niet. Strekking van deze uitspraak is dat een zonnepark van 4,3 ha onvoldoende substantieel karakter heeft om als landinrichting aangemerkt te worden. Daarnaast wordt in dezelfde uitspraak ook in gegaan op het tijdelijke karakter van dit zonnepark aangezien het op een demontabele constructie wordt gebouwd.

Met deze uitspraak is ook geoordeeld dat een zonnepark geen stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D 11.2) is en evenmin een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water (categorie D 22.1). Met deze uitspraak is duidelijk dat voor zonneparken geen m.e.r.-beoordeling/ m.e.r. hoeft te worden gemaakt en dat de planologische inpasbaarheid daarvan in beginsel ook kan plaatsvinden middels een omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan waarbij de kruimelgevallenregeling wordt toegepast. Echter, mocht een zonnepark groter zijn dan de 4,3 ha waarvoor deze uitspraak is gedaan, of een minder tijdelijk karakter hebben, dan zou een activiteit mogelijk wel als landinrichtingsproject aangemerkt kunnen worden. Ook oordeelde de Raad van State dat een drijvend zonnepanelenpark van ongeveer 15 hectare niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig is omdat er geen sprake is van grootschalige ruilverkaveling. (https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBNNE:2019:3853).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=43e0acb7-6d54-4136-a49d-f2ccbc2b0b1e