CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoord PvdA Duiven - vragen Politieke Avond 7 maart leerlingenvervoer 2022.docx

Raadsavond 18 april 2023, gemeente DuivenBij agendapunt: Verordening Leerlingenvervoer Duiven 20232.825 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen Politieke Avond 7 maart 2023 Verordening Leerlingenvervoer Duiven 2023 Vragen over raadsvoorstel: 1. Wat heeft ten grondslag gelegen aan de keuze om de evaluatie van de opstapplaatsen van de gemeente Westervoort niet aan de stukken toe te voegen, terwijl deze wel aan de basis van dit voorstel ligt? (I) Het bevreemd ons des te meer omdat deze evaluatie in de Lijst Ingekomen Stukken staat van de Raadsavond van 6 december 2022. De evaluatie opstapplaatsen Westervoort, die op 6 december 2022 (201581879 ) met u is gedeeld, is zeker meegenomen in de wijze waarop we nu omgaan met het opstellen van het beleid. We leren van de eerdere ervaringen, zo is o.a. de communicatie een punt van aandacht geweest, wat hier in Duiven o.a. bijgedragen heeft aan de motie en uitstel had de gemeente Westervoort andere motieven om de opstapplaatsen (toch) in te stellen. 2. Waarom wordt een negatieve evaluatie gebruikt voor een ander beleid en een nieuwe verordening? (P) 3. “Het college heeft geacht het proces zorgvuldig vorm te geven gezien de voorgeschiedenis rondom dit thema.” Waarom is de gemeenteraad bijvoorbeeld tijdens een informele avond niet meegenomen in dit proces? (P) 4. Waarom wenst het College een prima verordening aan te passen en te vervangen voor deze nieuwe verordening die niet uitvoerbaar is in verband met een tekort aan personeel? (P) 5.

Hoe gaat u het tekort aan personele capaciteit opvangen (kanttekeningen 3.1) wanneer u deze verordening (en beleidsregels) wel uit gaat voeren maar dit door een tekort aan personeel niet kan? (I) De consulenten hebben regelruimte, ze bepalen daarin in belangrijke mate de snelheid van het behandelen van de aanvragen en de toetsing. Hoe meer ruimte ze hebben hoe beter er aangesloten kan worden bij de situatie. Door bijvoorbeeld meerjarige beschikkingen komt er capaciteit om meer persoonlijke gesprekken over de zelfstandigheid en zelfredzaamheid te kunnen voeren. Het college monitort de personele capaciteit en stuurt waar nodig bij. 6. Kunt u voorbeelden geven van negatieve veranderingen in de vorm van toewijzing? U benoemt onder kanttekeningen 3.3 slechts en alleen de “positieve” veranderingen. (I) We zijn juist transparant waarop we communiceren over de wijze waarop het leerlingenvervoer aangeboden wordt. Overgang naar nieuwe beleid roept altijd vragen op, consulenten zullen in die gevallen meedenken met de situatie van de ouder(s).

7. Wat verstaat u onder “geregeld overleg” waar het gaat om de eerste ervaringen van de evaluaties van de opstapplaatsen? (T) In eerste instantie zullen de consulenten de ogen en oren zijn. Ze staan dagelijks in nauw contact met de ouder(s) van de leerlingen. Wanneer er geluiden zijn die prioriteit vragen zal daarop geacteerd worden. In het schooljaar 2023-2024 wil het college in elk geval eenmaal van gebruikers de ervaringen ophalen. Hierom worden de ouders opgeroepen zich op te geven voor de klankbordgroep via het aanvraagformulier. 8. Wij horen graag van de wethouder welke mogelijkheden er zijn (lees: wat is ervoor nodig) om, wanneer er (ernstige) excessen zijn met de opstapplaatsen, deze opstapplaatsen op te geven en terug te gaan naar het huidige goed werkende systeem? (I) Het college is van mening dat de opstapplaatsen bij kan dragen aan o.a. stimulering van de zelfredzaamheid. Daarnaast is het een bijdrage aan een efficiëntere vervoersvoorziening die nodig is om het gehele vangnet in de regio overeind te houden. Het college doet er alles aan om ervoor te zorgen dat het leerlingenvervoer soepel blijft verlopen. Indien nodig blijven we kijken naar individuele oplossingen en blijven we maatwerk bieden. 9. De gemeenteraad heeft nog geen besluit genomen, echter de brieven naar de ouders / leerlingen zijn al verspreid.

Waarom is gekozen voor deze (wellicht) verwarrende wijze van communiceren? (Wanneer de gemeenteraad niet akkoord gaat of het raadsvoorstel amendeert, moeten de ouders/leerlingen wederom worden aangeschreven.) (I/p) Juist lerende van de lessen van 2 jaar geleden hebben we het op deze wijze uitgevoerd. Het college heeft een besluit genomen en dat aan de raad voorgelegd zoals verwacht wordt bij dergelijke zaken. Waar eerder veel onrust ontstaan was over de invoering van de opstapplaatsen in 2021 wil het college nu daar direct duidelijkheid over geven. Er zijn ongeveer 100 brieven verzonden in Duiven waarop 1 reactie is gekomen van iemand met vragen en 1 iemand die graag zelf vroeg om toewijzing aan een opstapplaats. De zorgvuldigheid van communicatie die ontbrak in 2021 en in de raadsvergadering aan de orde is gekomen is hiermee betracht. 10. De gemeenteraad heeft nog geen besluit genomen, maar toch staat de pagina met veel gestelde vragen al online. Dit in tegenstelling van wat in het raadsvoorstel staat, dat dit pas na vaststelling zou gaan gebeuren.

Waarom is gekozen voor deze (wellicht) verwarrende wijze van communiceren? (Wanneer de gemeenteraad niet akkoord gaat of het raadsvoorstel amendeert, moeten de antwoorden op veel gestelde vragen aangepast worden, waardoor er (nog) meer verwarring kan ontstaan) (I/p) Op de gemeentepagina staat: “Op 7 februari 2023 heeft het college van de gemeente Duiven een besluit genomen over het leerlingenvervoer. Aan de gemeenteraad wordt een gewijzigde verordening leerlingenvervoer voorgelegd. Als de raad deze verordening goedkeurt, worden vanaf schooljaar 2023-2024 gefaseerd opstapplaatsen ingevoerd. Mogelijk heeft u hier vragen over. Onderaan deze pagina staat een overzicht van veel gestelde vragen.” Dit is gedaan omdat de stukken van de agendacommissie op 10 februari in de ochtend online komen. Hierdoor bestaat de mogelijkheid dat de pers in het

weekend schrijft over het onderwerp zonder de onderliggende stukken in te kunnen zien, want die worden na besluit van de agendacommissie pas openbaar. Om onrust weg te nemen bij ouders en om te voorkomen dat op basis van de korte toelichting van de agendacommissie in de media geschreven wordt heeft het college besloten hierover duidelijkheid te verschaffen, zowel door de brief na het weekend als het persbericht in de middag van 10 februari te publiceren en het beschikbaar stellen van de antwoorden op veelgestelde vragen. 11. Kan de gemeenteraad (geanonimiseerd) inzage krijgen in deze brieven om te bepalen of de inhoud van deze brief duidelijker is dan de brieven die in 2021 zijn verstuurd?(T) Zeker. De brief (2023) en het aanvraagformulier van 2021 (waar de brief bijgevoegd was) komen via de griffie naar uw raad. 12. In het raadsvoorstel, de verordening en de beleidsregels wordt vooral het fysieke aspect benoemd. Kan de wethouder aangeven waarom ervoor gekozen is om niet ook het psychologische aspect van de leerling (en diens ouders) mee te nemen in de toekenning van een voorziening? (P) Hoe wordt bepaald of leerlingen het vervoer vanaf een opstapplaats psychologisch of mentaal wel aan kan? (I) Het psychologische aspect wordt meegenomen. In de verordening staat dat bij de beoordeling eventueel deskundigen worden betrokken.

In de meeste gevallen zijn de ouder(s) de deskundigen, maar soms zijn dat bijvoorbeeld een orthopedagoog van een school die goed zicht heeft op het wel en wee van een leerling. Hier wordt rekening mee gehouden in de toekenning van de voorziening. 13. Kan de wethouder uitleggen hoe maatwerk er uit ziet? Wat kan er meer of anders bij maatwerk, dan beschreven is in de verordening en in het beleid? (I) Is het überhaupt mogelijk om maatwerk te realiseren? (I/P) Feitelijk is alle vervoer maatwerk. Dit kan bijvoorbeeld zijn het toekennen van medische begeleiding tijdens vervoer. Maatwerk kan ook het afwijken van de bepalingen uit de verordening op basis van de hardheidsclausule. Maatwerk is dus zeker mogelijk. Maatwerk in de vorm van individueel vervoer is evenwel steeds lastiger vanwege de personeelskrapte.

Vragen over verordening: 14. Hoe wordt de zelfstandigheid en de zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin beoordeeld? En door wie? (Artikel 5.1) (I) Dat start bij de ouders zelf. Dat doen ze bij het invullen van de aanvraag. Daarna wordt uiteraard gekeken op welke wijze er contact gelegd moet worden door de consulenten voor aanvullende vragen, documenten of deskundige verklaringen. Doorgaans kunnen de consulenten met de ouders deze beoordeling uitvoeren. 15. Wie betaalt deze deskundige? (Artikel 5.2) (T) Hierbij valt te denken aan een behandelaar die verbonden is aan de leerling. Daar zijn geen extra kosten aan verbonden. Uiteraard is gratis onafhankelijke cliëntenondersteuning ook een optie. In sommige gevallen is er een dossier bekend bij de gemeente (vanuit jeugdwet) met allerlei betrokken deskundige en wijzen ouders daarop tijdens een aanvraag / geven toestemming dat te gebruiken.

16. Wie biedt deze ondersteuning en hoe ziet deze ondersteuning eruit? (Artikel 5.6) (I) Deze vorm van ondersteuning wordt nu nog niet geboden. Hiervoor zijn wel initiatieven gestart, maar in opstartende fase. Het opstellen van een dergelijk plan is voor de consulenten niet haalbaar in de uitvoering met de huidige bezetting. 17. Wat verstaat de wethouder onder “gehandicapt”? (Artikel 7.2) (T) Zie definities in artikel 1 onder j; gehandicapte leerling: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de (brom/snor)fiets gebruik kan maken 18. Begrijpen wij goed uit artikel 8.3 en artikel 11 dat niet het welzijn van de leerling voorop staat én dat deze dus ondergeschikt is aan het moeten bereiken van de opstapplaats? (P) 19. Is het bij de wethouder bekend dat het vinden van een stageplaats in het regulier onderwijs vandaag de dag een uitdaging op zich is én er vaak ver buiten de regio gekeken moet worden? Dit zal voor stageplekken voor leerlingen in het speciaal onderwijs niet anders zijn. Vanuit deze optiek is het vaststellen van een bepaald aantal kilometer van de woning niet raadzaam. Kan de wethouder aangeven waarom hiervoor gekozen is? (Artikel 20) (P) 20.

Hoe wordt de leerling vervoert wanneer de stageplek zich binnen de 6 kilometer van de woning bevindt? (Artikel 20) (I) De afstandsgrens van 6 kilometer is de afstand die we hanteren. Bekostiging leerlingenvervoer wordt ingezet vanaf 6 kilometer. Van ouder(s) wordt verwacht dat ze hierin hun kind eventueel begeleiding in bieden. Uiteraard is maatwerk mogelijk. 21. Waarom worden “reguliere schooltijden” gehanteerd bij stages? Over het algemeen werken bedrijven van 9:00 tot 17:00, waarom wordt hierin voor kinderen die op het speciaal onderwijs zitten van afgeweken? (Artikel 20) (I) Een stage kan deel uitmaken van het onderwijsprogramma van scholen voor voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. In het arbeidsmarktgerichte uitstroomprofiel van het voortgezet speciaal onderwijs is voor leerlingen vanaf 14 jaar minstens één stage op ten hoogste vier dagen per week zelfs verplicht. Wel dienen stagebedrijven zich ook aan regels te houden zoals de arbeidstijdenwet. Leerlingen mogen in de week niet meer dan 35 uur onderwijstijd hebben (dat is dus inclusief stage). In de praktijk zullen stages daardoor korter zijn. Waar nodig is gebruik van hardheidsclausule een mogelijkheid. Vragen over beleidsregels: 22.

Kan de wethouder aangeven in welk artikel in de Verordening Leerlingenvervoer Duiven 2023 artikel 15.3 van de beleidsregels geregeld is? (I) Dat is geregeld in Artikel 2 lid 7; Nadere voorwaarden. 23. Kunt u artikel 19.2.b. uitleggen? (T)

Hierin wordt geregeld dat de vervoersvoorziening in principe altijd OV is of er toegewerkt wordt naar reizen via OV, zie artikel 17 (lid 5) verordening, echter dit artikel kunt u niet los zien van artikel 18 van de verordening. 24. Welke organisatie verzorgt deze trainingen? (Artikel 20) (T) “De reiskoffer” met gebruik maken van de Go-OV app https://www.go-ov.nl/ kan ingezet worden. 25. Wie betaalt deze organisatie? Wat zijn de kosten van deze trainingen / intake? En wie betaalt de trainingen / intake? (T) Dat wordt bekostigd uit de gelden die de gemeente krijgt voor leerlingenvervoer. Go- OV app traject kost ongeveer 1500 euro. 26. In welke mate beschikt deze organisatie over de kennis en kunde om te bepalen of een leerling aan een training kan beginnen en/of dit passend is? (Artikel 20) (I) De deskundigheid komt veelal van ouders vandaan. Wel zijn er ook ervaringen bij presentaties van de Go-OV app dat leerlingen dat wel zien zitten en ouders wat voorzichtiger zijn en extra gestimuleerd moeten worden om mee te werken. 27. Wanneer vindt deze training / intake plaats? (T) (extra belasting ouders én niet naar school kunnen leerling) (Artikel 20) We melden een leerling aan en er wordt een gesprek en huisbezoek gepland en het starten van het traject gaat in overleg met de ouders, leerling en het leerlingenvervoer.

Op den duur – als een traject geslaagd is - wordt het leerlingenvervoer met een andere voorziening voortgezet. Vragen over advies Raad voor Sociaal Domein Duiven (RvSDD) én de reactie van het College hierop: 28.Het College gaat niet in op de voorwaarde van de RvSDD over het “in de buurt” zijn van de opstapplaats vanaf het woonadres van de leerling. Artikel 8.2 van de verordening Leerlingenvervoer Duiven 2023 spreekt over maximaal 2 kilometer. Kan de wethouder aangeven waarom deze afstand gekozen is én waarom dit niet dichterbij kan? (I) Er is gekozen om de 2 km aan te houden in de verordening en beleidsregels, daar is ook jurisprudentie over. Maar dat is dan ook de maximale afstand. Het college zal trachten de opstapplaatsen binnen 1km te houden, waardoor de dorpen Loo en Groessen ook een eigen locatie kunnen krijgen wanneer nodig en niet naar Duiven hoeven voor een opstapplaats of andersom uiteraard. 29. Het College gaat slechts heel summier in op de voorwaarde van de RvSDD over de haalbaarheid voor het kind én de ouders om zo het vervoer naar school te regelen? Kan de wethouder aangeven hoe dit geborgd is? (P) 30. Ook is de veiligheid van de opstapplaatsen niet beschreven.

Hoe veilig is het voor kinderen om op een opstapplaats te wachten op het vervoer? (I) Waar worden bijvoorbeeld de opstaphaltes geplaatst, langs drukke wegen of in een woonwijk? (I) De ouder(s) worden verantwoordelijk geacht tot het moment van instappen en bij het uitstappen hun kind te begeleiden, juist als hun kind niet zelfstandig bij een opstapplaats kan wachten. Gekeken zal worden naar veilige plekken en zo veel / goed als mogelijk beschut bijvoorbeeld bestaande bushaltes. Maar het zal

vooral afhangen van waar de leerlingen het meest opstappen (uit welke wijk ze komen). Uiteraard nemen we ervaringen uit Westervoort en andere gemeenten hierin mee. Ook vragen we de klankbordgroep om mee te denken.

31. Het College stelt dat de verordening en beleidsregels voldoende ruimte geven om rekening te houden met de menselijke maat. Kan de wethouder dit verduidelijken wanneer veiligheid, haalbaarheid én een opstapplaats in de nabijheid van de woning niet geborgd is in de verordening en de beleidsregels? (P) 32. De RvSDD adviseert bij de afstandsgrens van woning tot de school te streven naar gelijkheid voor alle inwoners en de afstandsregel te vervangen door een regeling die recht doet aan een gelijkwaardige behandeling van alle inwoners, ongeacht hun woonadres. Het college geeft in haar antwoord aan dat de 6 km landelijk geadviseerd wordt als een redelijke grens en verwijst hierin wederom naar de hardheidsclausule. Kan de wethouder uitleggen waarom wel afgeweken wordt van deze afstandsgrens bij opstapplaatsen? Kan de wethouder tevens uitleggen waarom vastgehouden wordt aan deze afstandsgrens wanneer dat betekent dat in de ene helft van de gemeente Duiven kinderen recht hebben op een vervoersvoorziening en de andere helft van de gemeente Duiven kinderen dat niet hebben? (P) 33.Is er op dit moment een achterstand / wachttijd bij het Sociaal Loket Duiven? Zo ja, hoe lang is de wachttijd? (T) Het lukt de consulenten leerlingenvervoer om alle aanvragen op tijd te behandelen.

29. Het College gaat slechts heel summier in op de voorwaarde van de RvSDD over de haalbaarheid voor het kind én de ouders om zo het vervoer naar school te regelen? Kan de wethouder aangeven hoe dit geborgd is? 30. Ook is de veiligheid van de opstapplaatsen niet beschreven. Hoe veilig is het voor kinderen om op een opstapplaats te wachten op het vervoer? Waar worden bijvoorbeeld de opstaphaltes geplaatst, langs drukke wegen of in een woonwijk? 31. Het College stelt dat de verordening en beleidsregels voldoende ruimte geven om rekening te houden met de menselijke maat. Kan de wethouder dit verduidelijken wanneer veiligheid, haalbaarheid én een opstapplaats in de nabijheid van de woning niet geborgd is in de verordening en de beleidsregels? 32. De RvSDD adviseert bij de afstandsgrens van woning tot de school te streven naar gelijkheid voor alle inwoners en de afstandsregel te vervangen door een regeling die recht doet aan een gelijkwaardige behandeling van alle inwoners, ongeacht hun woonadres. Het college geeft in haar antwoord aan dat de 6 km landelijk geadviseerd wordt als een redelijke grens en verwijst hierin wederom naar de hardheidsclausule.

Kan de wethouder uitleggen waarom wel afgeweken wordt van deze afstandsgrens bij opstapplaatsen? Kan de wethouder tevens uitleggen waarom vastgehouden wordt aan deze afstandsgrens wanneer dat betekent dat in de ene helft van de gemeente Duiven kinderen recht hebben op een vervoersvoorziening en de andere helft van de gemeente Duiven kinderen dat niet hebben? 33. Is er op dit moment een achterstand / wachttijd bij het Sociaal Loket Duiven? Zo ja, hoe lang is de wachttijd?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=11831bcf-728c-4efb-9406-68911a589270