AM1a. Bijlage - Kader Strategisch Grondbeleid Haarlemmermeer 2024-2029
Tekst van het document
Kader Strategisch Grondbeleid Haarlemmermeer
2024-2029
Colofon Tekst, vormgeving en drukwerk Gemeente Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Telefoon 0900 1852 E-mail info@haarlemmermeer.nl Internet www.haarlemmermeer.nl
Fotografie Niels Reuter
juli 2023
2
Gemeente Haarlemmermeer
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................................................4 Inleiding......................................................................................................................................................................... 4
2.
Grondbeleid in Haarlemmermeer .....................................................................................................................5 Inleiding......................................................................................................................................................................... 5 2.1 Het middel grondbeleid .................................................................................................................................... 5 2.2 Vormen van grondbeleid ................................................................................................................................... 5 2.3 Situationeel grondbeleid ................................................................................................................................... 7
3.
Ontwikkelmodellen en afwegingen bij situationeel grondbeleid ......................................................................9 Inleiding......................................................................................................................................................................... 9 3.1 Ontwikkelmodellen bij situationeel grondbeleid .............................................................................................. 9 3.2 Afwegingen bij actief grondbeleid .................................................................................................................. 11 3.3 Afwegingen bij faciliterend grondbeleid ......................................................................................................... 12 3.4 Afwegingen bij publiek-private samenwerking (PPS) ...................................................................................... 12
4.
Grondinstrumenten ........................................................................................................................................ 14 Inleiding....................................................................................................................................................................... 14 4.1 Instrumenten voor grondverwerving (actief grondbeleid) ............................................................................. 14 4.2 Gronduitgifte en tijdelijk beheer (actief grondbeleid) .................................................................................... 15 4.3 Kostenverhaal (faciliterend grondbeleid) ....................................................................................................... 17 4.4 Publiek-private samenwerking (PPS) .............................................................................................................. 18 4.5 Overige instrumenten ..................................................................................................................................... 18
5.
Financieel kader bij situationeel grondbeleid ................................................................................................. 20 Inleiding....................................................................................................................................................................... 20 5.1 Reserve grondzaken ........................................................................................................................................ 20 5.2 Gemeentelijke projecten/grondexploitaties en voorbereidings- en uitvoeringsbudgetten ........................... 20 5.3 Faciliterende projecten en voorbereidings- en uitvoeringsbudgetten ........................................................... 20 5.4 Strategische gronden ...................................................................................................................................... 21 5.5 Reserve ruimtelijke investeringen Haarlemmermeer (Reserve RIH) .............................................................. 21 5.6 (tussentijds) Meerjarenperspectief Grondzaken ............................................................................................ 22 5.7 Grondprijzennota ............................................................................................................................................
22 5.8 Grondbeleid in programmabegroting en jaarstukken..................................................................................... 22
6.
Kostenverhaal en financiële bijdrage bij faciliterend grondbeleid................................................................... 23 Inleiding....................................................................................................................................................................... 23 6.1 Voorwaarden voor het verhalen van kosten ................................................................................................... 23 6.2 Typen verhaalbare kosten ............................................................................................................................... 23 6.3 Binnenplanse kosten ....................................................................................................................................... 24 6.4 Direct-verbonden bovenwijkse voorzieningen ............................................................................................... 24 6.5 Supra bovenwijkse voorzieningen ................................................................................................................... 24 6.6 Financiële bijdrage ..........................................................................................................................................
25 6.7 Overige regels bij kostenverhaal ..................................................................................................................... 25
Bijlagen...................................................................................................................................................................... 26 Bijlage 1 Begrenzing kostenverhaal: kostensoortenlijst en lijst met activiteiten........................................................ 27 Bijlage 2 Financiële bijdrage Haarlemmermeer .......................................................................................................... 29
3
Gemeente Haarlemmermeer
1. Inleiding Inleiding In dit Kader Strategisch Grondbeleid (hierna ‘Kader grondbeleid') is beschreven welke vorm van grondbeleid de gemeente Haarlemmermeer voorstaat en welke grondbeleidsinstrumenten zij (kan) inzet(ten) bij het verwezenlijken van haar ruimtelijke doelstellingen. Verder zijn in dit Kader grondbeleid de belangrijkste kaders opgenomen voor de verschillende vormen van grondbeleid, waaronder kaders voor het kostenverhaal bij faciliterend grondbeleid en de financiële bijdrage (in gemeente Haarlemmeer bekend als de ‘bijdrage RIH’). Dit Kader grondbeleid vervangt het Beleidskader Strategisch Grondbeleid Haarlemmermeer 2019-2023, welke verscheen in een periode van economische groei en waarbij in diverse sectoren de kenmerken van een overspannen markt aan de orde waren. De vaststelling van de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 (2021.0003036) en de inwerkingtreding van de Omgevingswet vormen de belangrijkste aanleiding voor de actualisatie van het Beleidskader Strategisch Grondbeleid Haarlemmermeer 2019-2023. De gemeente kiest met dit Kader grondbeleid de komende jaren wederom voor situationeel grondbeleid. Deze keuze sluit goed aan bij de huidige (economische) situatie, te weten grote maatschappelijke opgaven en verdeelde grondposities in een continu veranderende markt.
Grondbeleid Grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van wonen, werken, energie, natuur, recreatie, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te realiseren. Doel van dit beleid is dat grond in voldoende mate en op tijd beschikbaar is. In grote lijnen kan de gemeente op twee manieren interveniëren op de grondmarkt. Enerzijds heeft de gemeente publiekrechtelijke instrumenten om grondgebruik te beïnvloeden, zoals het omgevingsplan, en anderzijds kan de gemeente als private partij op de grondmarkt optreden door zelf grond aan te kopen of te verkopen. In de situatie dat de gemeente als private partij grond aankoopt, van de gewenste bestemming voorziet, bouwrijp maakt en vervolgens uitgeeft, spreken we over actief grondbeleid. In de situatie dat de gemeentelijke sturingsrol beperkt blijft tot het publiekrecht spreken we over faciliterend grondbeleid. Bij faciliterend grondbeleid stelt de gemeente de kaders en laat zij de grondverwerving en -uitgifte over aan marktpartijen. Verder zijn er verschillende tussenvormen van publiek-private samenwerking. De verschillende vormen van grondbeleid verschillen qua sturingsmogelijkheden en risico’s voor de gemeente. Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden.
Dit Kader grondbeleid is daarom gebaseerd op een ander stelsel van wet- en regelgeving voor de fysieke leefomgeving dan de voorgaande kaders grondbeleid. Onder de Omgevingswet wordt de structuurvisie vervangen door de omgevingsvisie en bestemmingsplannen door het omgevingsplan. Het exploitatieplan is vervallen. In plaats van een exploitatieplan worden er kostenverhaalregels opgenomen in het omgevingsplan of kostenverhaalvoorschriften in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (afwijking van het omgevingsplan).
4
Gemeente Haarlemmermeer
2. Grondbeleid in Haarlemmermeer Inleiding Haarlemmermeer ligt in een dynamische regio. Woongebieden en voorzieningen, kantorenlocaties en bedrijventerreinen, recreatie en de luchthaven Schiphol leggen grote ruimtelijke claims op het grondgebied van de gemeente. De vraag naar woningen en kantoor- en bedrijfsruimte is groot. Er zal veel worden (her)ontwikkeld de komende jaren. De kernen Hoofddorp en Nieuw-Vennep zullen steeds meer kenmerken van stedelijke gebied krijgen. In de kleinere kernen zal ook gebouwd worden, maar kleinschaliger om het dorpse karakter te behouden. Grondbeleid is een belangrijk middel om de ruimtelijke doelstellingen van de gemeente te realiseren. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het middel grondbeleid en de vorm van grondbeleid passend bij Haarlemmermeer.
2.1
Het middel grondbeleid
Grondbeleid is geen doel op zich, maar een middel. Grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van wonen, werken, energie, natuur en groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te realiseren. Grondbeleid is dus niet leidend, maar wordt afgestemd op de ruimtelijke doelstellingen. De ruimtelijke doelstellingen voor Haarlemmermeer staan in de Omgevingsvisie Haarlemmermeer 2040 (2021.0003036). Daarnaast heeft de gemeente diverse beleidsnota’s, waarin voor een bepaald thema/sector de omgevingsvisie wordt uitgewerkt. Bijvoorbeeld op het gebied van wonen, verkeer en groen. In het omgevingsplan wordt het voorgenomen ruimtelijk beleid vastgelegd in voorschriften en regels. Hiermee wordt het omgevingsbeleid voor iedereen bindend. Het omgevingsplan bepaalt uiteindelijk wat wel en wat niet en onder welke voorwaarden ontwikkeld mag worden. Een omgevingsplan houdt voor een eigenaar geen uitvoeringsplicht in. Indien bijvoorbeeld agrarische gronden in een omgevingsplan de functie wonen krijgen, is de eigenaar niet verplicht deze functie ook daadwerkelijk te realiseren. De eigenaar mag het bestaande agrarisch gebruik voortzetten. Om in een dergelijke situatie tot realisering van de plannen te komen, moet de gemeente gaan sturen op de uitvoering van de plannen.
Het gemeentelijk grondbeleid is een belangrijk sturingsmiddel bij de uitvoering van de omgevingsvisie, beleidsnota’s en het omgevingsplan. Grondeigendom (of juist niet) en de mogelijkheden van kostenverhaal zijn in hoge mate bepalend bij de keuze tot inzet en de vorm van het gemeentelijke grondbeleid. Als bewoners of bedrijven oneigenlijk gebruik maken van gemeentegrond komen de ruimtelijke doelstellingen in het gedrang. Ook tast oneigenlijk gebruik het eigendomsrecht van de gemeente aan. Als het gebruik door bewoners of bedrijven lang genoeg plaatsvindt, bestaat namelijk het risico dat de gemeente door verjaring het eigendom van de grond verliest. Dit is ongewenst. Voor de omgang met deze situaties heeft de raad in 2023 (raadsvoorstel 7502314) specifieke kaders en uitgangspunten vastgesteld.
2.2
Vormen van grondbeleid
Er zijn op hoofdlijnen drie vormen van grondbeleid: actief, faciliterend en de tussenvorm van publiek-private samenwerking. Alle drie de vormen van grondbeleid komen voor in Haarlemmermeer, waarbij steeds vaker sprake is van faciliterende grondbeleid. De kernvraag bij het kiezen van een bepaalde vorm van grondbeleid is hoe sterk de gemeente wil sturen op de kwaliteit van de locatie en het tempo van de realisatie. Dat hangt onder andere af van: • de ruimtelijke doelstellingen die de locatie dient; • de belangstelling van marktpartijen voor de locatie; • de financiële ruimte van de gemeente en de financiële risico’s die de ontwikkeling van de locatie met zich meebrengt;
5
Gemeente Haarlemmermeer
•
de bestaande grondposities die de gemeente op de locatie heeft.
Actief grondbeleid Bij actief grondbeleid heeft de gemeente de te ontwikkelen gronden in eigendom of verwerft de gemeente betreffende gronden. De gemeente kan daarbij gebruik maken van een aantal instrumenten. In de meeste gevallen verkrijgt de gemeente de grond via een minnelijke (ver)koop, al dan niet met behulp van de vestiging van een voorkeursrecht, of door middel van een grondruil. Daarnaast heeft de gemeente de mogelijkheid om gronden in het kader van het algemeen belang te onteigenen, indien het niet lukt om de grond minnelijk te verwerven en de eigenaar niet bereid en/of in staat is de gewenste functie zelf te realiseren. Bij actief grondbeleid zorgt de gemeente er zelf voor dat de grond geschikt wordt gemaakt om op te bouwen. De gemeente past de bestemming aan, maakt de grond bouwrijp en woonrijp en geeft de bouwkavels uit aan één of meerdere (markt)partijen (aannemers, ontwikkelaars, beleggers, corporaties, of particulieren). Die partijen zorgen voor de bouw van de woningen, kantoren, bedrijfsgebouwen en (eventuele) voorzieningen. Faciliterend grondbeleid Bij faciliterend grondbeleid begeeft de gemeente zich niet op de grondmarkt, maar laat zij de grondverwerving, het bouwrijp en woonrijp maken, en de gronduitgifte over aan andere (markt)partijen. De gemeente oefent dan alleen invloed uit via instrumenten als het omgevingsplan en de anterieure overeenkomst.
In veel gevallen sluit de gemeente met de initiatiefnemer een zogenaamde ‘anterieure overeenkomst’. Dit gebeurt voorafgaand aan de vaststelling van het besluit dat de aangewezen activiteit mogelijk maakt. In de anterieure overeenkomst worden afspraken gemaakt over (onder andere) het kostenverhaal, de financiële bijdrage en de eisen die de gemeente aan de locatie stelt. Lukt dat niet, dan regelt de gemeente voornoemde afspraken in het omgevingsplan of in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (afwijking van het omgevingsplan). Op die manier worden de kosten die de gemeente bij faciliterend grondbeleid maakt verhaald op de ontwikkelende partijen. Ook na vaststelling van kostenverhaalregels of kostenverhaalvoorschriften kan een overeenkomst worden gesloten, een zogenaamde ‘posterieure overeenkomst’. In een posterieure overeenkomst kunnen afspraken worden gemaakt over (onder andere) het kostenverhaal, de financiële bijdrage, nadeelcompensatie, fasering, tijdvak, koppelingen tussen activiteiten, locatie-eisen en woningbouwcategorieën. Publiek-private samenwerking (PPS) Publiek-private samenwerking is een tussenvorm van actief en faciliterend grondbeleid.
Een voorbeeld van publiekprivate samenwerking is de gemeente en (markt)partijen die samen een gezamenlijke onderneming oprichten om een locatie te ontwikkelen (een grondexploitatiemaatschappij, of kortweg GEM). In deze onderneming brengen gemeente en (markt)partijen gezamenlijk gronden in, brengen zij deze gezamenlijk tot ontwikkeling en delen zij de winst en de risico’s. De gemeente oefent zowel via publiekrechtelijke instrumenten als via het aandeelhouderschap van de publiek-private samenwerkingsconstructie invloed uit op het grondgebruik.
6
Gemeente Haarlemmermeer
De verschillende vormen van grondbeleid verschillen qua sturingsmogelijkheden en risico’s voor de gemeente. In hoofdstuk 3 worden de overwegingen om te kiezen voor een bepaalde vorm van grondbeleid uiteengezet.
2.3
Situationeel grondbeleid
Situationeel grondbeleid blijft, net als in het voorgaande Beleidskader Strategisch Grondbeleid Haarlemmermeer 2019-2023, het uitgangspunt. Situationeel grondbeleid betekent dat afhankelijk van de situatie een bijpassende vorm van grondbeleid wordt gekozen. Onder situationeel grondbeleid zijn zowel actief als faciliterend grondbeleid als een tussenvorm mogelijk. Dit biedt de gemeente de ruimte om de vorm van het grondbeleid en de instrumenten die worden ingezet af te stemmen op de concrete situatie. De keuze van grondbeleid is afhankelijk van onder meer de gewenste mate van sturing om ruimtelijke doelstellingen te realiseren, de belangstelling van marktpartijen, de financiële ruimte van de gemeente, de bereidheid (financieel) risico te nemen, de verdeling van de eigendomsposities, enzovoort. Voor elke ontwikkeling wordt een afweging gemaakt om te bepalen welke ontwikkelstrategie en welke vorm van grondbeleid het meest geschikt is. Op die manier kunnen, afhankelijk van de concrete situatie, specifieke grondinstrumenten worden ingezet, samenwerkingen worden aangegaan en kan voor elke opgave maatwerk worden geleverd. Via een brede inzet van en keuze uit de beschikbare grondinstrumenten kan er een evenwichtige ruimtelijke ontwikkeling worden gerealiseerd. Situationeel grondbeleid heeft zich de afgelopen jaren positief bewezen.
In de gemeente is veel grond tot ontwikkeling gebracht. Deels op eigen grond zoals in Beukenhorst Zuid en Badhoevedorp Centrum, maar ook in samenwerking met marktpartijen en/of andere overheden zoals in Tudorpark en met Schiphol Area Development Company (SADC), en door private ontwikkelingen te faciliteren zoals in Tudorgardens en Wickevoort. Ook hebben kleinschalige private woningbouwontwikkelingen tot een toename van de woningvoorraad geleid. Het faciliteren van ruimtelijke ontwikkelingen is een belangrijk onderdeel van het situationeel grondbeleid. Door de grote vraag naar woningen zullen marktpartijen met grondposities hun gronden de komende jaren tot ontwikkeling willen brengen. Ten opzichte van actief grondbeleid neemt de gemeente bij faciliterend grondbeleid minder de regie en beperkt zij zich meer tot het scheppen van ruimtelijke en financiële kaders, waardoor er meer verantwoordelijkheid bij de marktpartijen komt te liggen. Bij een faciliterende rol biedt de Omgevingswet de gemeente instrumenten voor kostenverhaal, financiële bijdragen en het stellen van locatie-eisen. Dankzij dit kader is het mogelijk om een goede ruimtelijke ordening tot stand te brengen zonder zelf risicodragend gronden aan te kopen en in ontwikkeling te brengen. Het initiatief wordt hierbij overgelaten aan marktpartijen met eigen grondposities.
Een actieve rol van de gemeente blijft tot de mogelijkheden behoren. Het door de gemeente actief aankopen van (strategische) gronden en in ontwikkeling brengen van gronden kan om diverse redenen gewenst zijn. Een gemeentelijke grondpositie kan meerdere effecten hebben: het kan de regie op een ontwikkeling vergroten, de ontwikkeling aanjagen en het kan het realiseren van ruimtelijke doelstellingen mogelijk maken, zoals infrastructuur, woningen, kantoren, bedrijven, scholen, sportvoorzieningen, groen en recreatie. Dit laatste is met name van belang in een situatie waarbij marktpartijen die een rol willen en kunnen spelen ontbreken, waardoor de gemeente zelf gronden zal moeten verwerven en in ontwikkeling brengen om de gewenste ruimtelijke doelen te bereiken. De actieve rol zal zich naar verwachting ook de komende jaren blijven voordoen, zoals in de Spoorzone Hoofddorp. Tevens biedt actief grondbeleid de mogelijkheid om naast het realiseren van ruimtelijke doelstellingen winst te genereren die kan worden ingezet om de gemeentelijke ambities te realiseren. Actief grondbeleid brengt daarentegen ook financiële risico’s met zich mee.
7
Gemeente Haarlemmermeer
Kader: modernisering van het grondbeleid Door de druk op de woningbouwmarkt heeft de rijksoverheid verschillende programma’s uitgerold om nieuwe woningen versneld en in grote aantallen te realiseren. Hierin is grondbeleid een belangrijke facilitator en de inrichting van dit grondbeleid is op het niveau van de Rijksoverheid in de aandacht komen te staan. Hierbij is de centrale vraag hoe het grondbeleid te moderniseren zodat het beter ten dienste komt te staan van gebieds- en daarmee woningbouwontwikkeling. In de brief aan de tweede kamer van 19 juni 2023 schetst de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening drie sporen waarlangs hij het grondbeleid wil moderniseren. Spoor I beschrijft maatregelen die op korte termijn kunnen worden ingezet om de beschikbaarheid van grond te verhogen en gebiedsontwikkelingen te versnellen binnen het bestaande wettelijk kader. Dit spoor richt zich op het beter benutten van reeds beschikbare instrumenten. Het tweede en derde spoor richten zich meer op de langere termijn en het probleem dat gebiedsontwikkeling vaak te duur is. Spoor II is gericht op het zorgen dat publieke kosten zoveel mogelijk ten laste kunnen worden gebracht van grondeigenaren en baathebbers.
Bij spoor III gaat het om het mogelijk fundamenteel anders inrichten van het grondbeleid, zodat waardeveranderingen van de grond in de eerste plaats zoveel mogelijk ten goede komen aan publieke doelen. Deze laatste twee sporen zijn meer verkennend van aard, waarbij het onderzoek naar (en het gesprek over) het nut, de noodzaak en de uitvoerbaarheid ervan een logisch onderdeel is. Sporen II en III zullen voorlopig geen aanleiding geven om ons Kader grondbeleid aan te passen. Voor Spoor I is ruimte binnen het situationeel grondbeleid.
8
Gemeente Haarlemmermeer
3. Ontwikkelmodellen en afwegingen bij situationeel grondbeleid Inleiding De gemeente Haarlemmermeer voert een situationeel grondbeleid, waarbij afhankelijk van de situatie zowel actief grondbeleid, faciliterend grondbeleid als een tussenvorm van publiek-private samenwerking (PPS) tot de mogelijkheden behoort. Situationeel grondbeleid biedt de mogelijkheid om bij elk project maatwerk toe te passen. Dit hoofdstuk richt zich op de verschillende ontwikkelmodellen en de belangrijkste afwegingen bij de mogelijkheden die situationeel grondbeleid met zich meebrengt.
3.1
Ontwikkelmodellen bij situationeel grondbeleid
Op basis van de analyse van de specifieke opgave wordt een afwegingskader geformuleerd op grond waarvan de ontwikkelingsstrategie wordt bepaald. Afhankelijk van de concrete situatie kunnen specifieke grondinstrumenten worden ingezet en samenwerkingen worden aangegaan. Afhankelijk van het gewenste niveau van risico en sturing kan de gemeente kiezen voor verschillende vormen van samenwerking met marktpartijen en andere overheden. Er zijn allerlei vormen van samenwerking denkbaar, variërend van een zeer actieve tot een meer passieve of volledig faciliterende rol van de gemeente. Samenwerking kan zich op diverse manieren manifesteren. Er kunnen drie hoofdvormen worden onderscheiden, die resulteren in een verschil in risico en sturing: 1) de publieke grondexploitatie1; 2) de publiek-private grondexploitatie; de bouwclaim, de joint venture (door middel van een overeenkomst of een gezamenlijke publiek-private onderneming) of de concessie; 3) de private grondexploitatie; Algemeen uitgangspunt hierbij is dat hoe meer zeggenschap een van de partijen heeft, hoe meer risico daarbij hoort. Figuur 2 illustreert dit.
1 Met grondexploitatie wordt bedoeld het proces van productie en daarmee ook prijsvorming van bouw- en woonrijpe grond. In de
grondexploitatiebegroting staan de kosten en opbrengsten die samenhangen met de productie van bouw- en woonrijpe grond.
9
Gemeente Haarlemmermeer
Figuur 2. Ontwikkelmodellen grondbeleid
In de gemeente zijn in het verleden alle in de afbeelding genoemde samenwerkingsvormen toegepast. Hieronder een toelichting per samenwerkingsvorm: Traditioneel (actief grondbeleid) Dit model gaat ervan uit dat de gemeente de grond verwerft, bouw- en woonrijp maakt en uitgeeft aan marktpartijen die tot ontwikkeling wensen over te gaan. Bouwclaim (publiek-private samenwerking) Dit model kan voorkomen bij versnipperd eigendom. Bij toepassing van dit model maakt de gemeente afspraken met de grondeigenaren om de gronden te verwerven, deze bouw- en woonrijp te maken en (een gedeelte van) de gronden weer aan de betrokken partijen uit te geven. Joint venture (publiek-private samenwerking) Bij de joint-venture wordt onderscheid gemaakt tussen de joint-venture door middel van een overeenkomst en de joint-venture door middel van een gezamenlijke publiek-private onderneming. Bij de joint-venture door middel van een overeenkomst formaliseren partijen hun samenwerking in een overeenkomst, maar is er geen behoefte aan een gezamenlijke publiek-private onderneming. Bij een joint venture door middel van een publiek-private onderneming is dat wel het geval en vormt de herverdeling van de gronden via een gezamenlijke publiek-private onderneming (grondexploitatiemaatschappij) veelal de kern van de samenwerking.
Ook kunnen taken in het kader van de grondexploitatie door de gezamenlijke publiek-private onderneming worden gedaan. In een aantal gevallen neemt de gemeente Haarlemmermeer deel aan een gezamenlijke publiek-private onderneming. Een voorbeeld hiervan is Schiphol Area Development Company (SADC). Naast SADC zijn er drie andere samenwerkingsconstructies. In 2006 is C.V./B.V. Polanenpark opgericht. In 2010 zijn C.V./B.V. A4 Zone West (Schiphol Trade Park) en C.V./B.V. De President opgericht. Hoofdvaart B.V. is er in laatstgenoemde samenwerkingsconstructies tussengeschoven om gemeentelijke aansprakelijkheid te beperken. Ook voor eventuele toekomstige samenwerkingsvormen kan deze gemeentelijke B.V. een rol spelen. In het Beleidskader verbonden partijen 2017 is de visie op samenwerkingsconstructies, de spelregels voor formele besluitvorming door de gemeente en de bewegingsvrijheid voor de portefeuillehouders binnen de door de gemeenteraad gestelde kaders vastgelegd. Het beleidskader geeft voorts de kaders voor de interne checks and balances en beschrijft de betrokkenheid van de gemeenteraad bij de verbonden partijen. Over de verbonden partijen wordt periodiek gerapporteerd in de jaarstukken en programmabegroting.
10
Gemeente Haarlemmermeer
Concessie (publiek-private samenwerking) Dit model gaat ervan uit dat de gemeente vooraf een aantal globale randvoorwaarden vaststelt en de planontwikkeling vervolgens overlaat aan een marktpartij. Een voorbeeld van een concessie is Toolenburg-Zuid waarbij de gemeente in samenwerking met Ymere woningbouw realiseert. Zowel de gemeente als Ymere hadden in dit gebied grond in eigendom en zij hebben besloten de gewenste ruimtelijke ontwikkeling, te weten woningbouw, middels concessie te realiseren. Ymere neemt het ontwerp en de uitvoering van de woningen en de inrichting van het openbare gebied op zich. De gemeente heeft een toetsende en toezichthoudende rol en wordt na oplevering eigenaar van de openbare ruimte. Anterieure overeenkomst (faciliterend grondbeleid) Dit model gaat ervan uit dat de private eigenaar de gronden zelf tot ontwikkeling brengt en dat de gemeente faciliteert door het stellen van ruimtelijke en financiële kaders voor de ontwikkeling. In veel gevallen sluit de gemeente met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst. Deze overeenkomst wordt voorafgaand aan de vaststelling van het besluit dat de aangewezen activiteit mogelijk maakt gesloten. Hierin worden afspraken gemaakt over het kostenverhaal, de financiële bijdrage, nadeelcompensatie en eventueel over fasering, tijdvak, koppelingen tussen activiteiten, locatie-eisen of woningbouwcategorieën.
Ingeval het niet lukt om een anterieure overeenkomst te sluiten, regelt de gemeente voornoemde afspraken in het omgevingsplan of in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (afwijking van het omgevingsplan). Ook na vaststelling van kostenverhaalregels of -voorschriften kan een overeenkomst worden gesloten over het kostenverhaal, de financiële bijdrage, fasering, tijdvak, koppelingen tussen activiteiten, locatie-eisen en woningbouwcategorieën. Dit wordt de ‘posterieure overeenkomst’ genoemd. Dit laatste komt in de praktijk weinig voor.
3.2
Afwegingen bij actief grondbeleid
Bij elke vorm van grondbeleid spelen vele afwegingen. Hieronder volgen enkele belangrijke afwegingen bij actief grondbeleid: Wel of niet verwerven De eerste stap voor actief grondbeleid is het maken van een afweging over het wel of niet verwerven van de gronden. In bepaalde gevallen blijft grondverwerving het meest geëigende instrument om een gewenste ontwikkeling tot stand te brengen. De afweging om wel of niet tot grondverwerving over te gaan vergt in ieder afzonderlijk geval een strategische afweging waarbij meerdere factoren een rol spelen, zoals: de noodzaak van de ontwikkeling ter plaatse; de eigendomssituatie ter plaatse; de bereidheid en mogelijkheid tot zelfrealisatie door de grondeigenaar; de prijsstelling; de marktsituatie; eventuele alternatieven. Voor het actief verwerven zal op basis van een ruimtelijke visie, een verwervingsstrategie moeten worden opgesteld aan de hand van de doelen die bij de betreffende ontwikkeling worden nagestreefd.
De verwervingsstrategie moet gebaseerd zijn op een zorgvuldige analyse van onder andere: de ruimtelijke visie op het gebied, volgend uit de omgevingsvisie/programma’s; de bijdrage die de gemeente wil leveren aan het gewenste resultaat; de (verwachte) verwervingsprijs; de financiële risico’s; de rol van de gemeente bij de ontwikkeling; de grondposities van eventuele andere partijen; de noodzaak om gronden te verwerven (mede bezien vanuit het belang van ruilgronden); de beschikbare financiële middelen. Indien grond aan de gemeente wordt aangeboden, de zogenaamde niet actieve verwerving, wordt beoordeeld of het aanbod past binnen een bepaald ruimtelijk perspectief, volgend uit de omgevingsvisie/programma’s. Als dit het geval is, zal de gemeente een taxatie laten opstellen om de marktwaarde te bepalen. Verwerving vindt in de regel op minnelijke wijze plaats. Voor het geval de onderhandelingen niet tot het gewenste resultaat leiden, beschikt de gemeente over een aantal instrumenten die haar in de gelegenheid stelt om regie op de toekomstige ontwikkeling te voeren, waaronder het voorkeursrecht en onteigening (zie paragraaf 4.1).
11
Gemeente Haarlemmermeer
Wel of niet zelf ontwikkelen Indien de gemeente gronden heeft verworven, is de tweede stap om als gemeente deze gronden zelf of zo nodig in samenwerking met marktpartijen, te ontwikkelen. De gemeente gaat in principe zelf tot ontwikkeling over als dat past binnen de ruimtelijke ambitie en er sprake is van een renderende grondexploitatie met beperkte risico’s. Of wanneer er een zwaarwegend maatschappelijk belang is gediend bij de ontwikkeling en het niet aannemelijk is dat een marktpartij een dergelijke ontwikkeling risicodragend ter hand zal nemen.
3.3
Afwegingen bij faciliterend grondbeleid
Bij elke vorm van grondbeleid spelen vele afwegingen. Hieronder volgen enkele belangrijke afwegingen bij faciliterend grondbeleid: Wel of niet ruimtelijk mogelijk maken van het plan Bij faciliterend grondbeleid verwerft de gemeente niet zelf de grond, maar wordt de ontwikkeling aan de eigenaren zelf overgelaten. De gemeente kan in deze situatie haar rol beperken tot het stellen van kaders en het toepassen van het wettelijk verplichte kostenverhaal. Naast de afweging of de ontwikkeling (voldoende) bijdraagt aan het gemeentelijke beleid, is de mogelijkheid tot kostenverhaal een belangrijke afweging. De Omgevingswet biedt verschillende instrumenten voor het kostenverhaal (zie paragraaf 4.3). De gemeente zet erop in om privaatrechtelijk afspraken te maken met de initiatiefnemer. In de meeste gevallen vindt dat plaats door het aangaan van een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer. In deze overeenkomst is minimaal het kostenverhaal opgenomen. De gemeente is immers wettelijk verplicht de kosten te verhalen die het gevolg zijn van ruimtelijke ontwikkelingen van derden. Kostenverhaal is echter wel begrensd tot de hoogte van de in het kostenverhaalsgebied te behalen opbrengsten (bij kostenverhaal met tijdvak) of de waardevermeerdering ten gevolge van de aanvraag voor de te verrichten activiteit (bij kostenverhaal zonder tijdvak).
Daarbovenop biedt de Omgevingswet de mogelijkheid voor een financiële bijdrage. Het kostenverhaal en de financiële bijdrage worden in één overeenkomst gecombineerd. De overeenkomst wordt in beginsel gesloten voorafgaand (anterieur) aan de vaststelling van de planologische maatregel. In de gevallen waarin het niet lukt om afspraken te maken in een anterieure overeenkomst, wordt gebruikt gemaakt van het publiekrechtelijk kader, het opnemen van de kostenverhaalregels in het omgevingsplan of kostenverhaalsvoorschriften in de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (afwijking van het omgevingsplan). Uitgangspunt is een financieel haalbare ontwikkeling. Als dat niet het geval is, kan de gemeente, indien er een zwaarwegend gemeentelijk belang speelt, via de kostenverhaalregels of -voorschriften bij de planologische maatregel het onrendabele deel van de ontwikkeling voor haar rekening nemen. Als het niet wenselijk wordt geacht het geraamde tekort ten laste van de gemeente te laten komen, is de ontwikkeling economisch niet uitvoerbaar en wordt het planologische kader niet gewijzigd. Afweging maatwerk bij herstructurering en transformatie In het kader van herstructurering en transformatie is het wenselijk om de eigenaren en mogelijke investeerders te faciliteren en in dat kader (maatwerk)afspraken in een anterieure overeenkomst vast te leggen.
Inmiddels heeft de gemeente hier ervaring mee (Hyde Park en diverse kleinschalige woningbouwontwikkelingen) en is een aantal projecten in voorbereiding. De mogelijkheid van transformatie van bestaande, leegstaande gebouwen wordt hierbij uitdrukkelijk meegenomen. Dit is een tijdrovend en ingewikkeld proces. De situatie op bijvoorbeeld Beukenhorst Oost (kantorenlocatie die aan het verouderen is en waar veel leegstand voorkomt) toont de noodzaak om hier met alle betrokken partijen en de nodige creativiteit vanuit de gemeente mee aan de slag te gaan.
3.4
Afwegingen bij publiek-private samenwerking (PPS)
Bij elke vorm van grondbeleid spelen vele afwegingen. Hieronder volgen enkele belangrijke afwegingen bij een publiek-private samenwerking: Afweging wijze van samenwerking In specifieke situaties, bijvoorbeeld bij een verdeelde grondpositie in combinatie met een gewenste ruimtelijke ontwikkeling, kan de gemeente een vorm van een publiek-private samenwerking aangaan. Er zijn verschillende samenwerkingsvormen: bouwclaim, joint venture (door middel van een overeenkomst en door middel van een gezamenlijke publiek-private onderneming) en concessie.
12
Gemeente Haarlemmermeer
De keuze tussen deze verschillende samenwerkingsvormen wordt onder meer bepaald door de eigendomsverhoudingen, de ruimtelijke opgave en de gewenste sturing en risicoverdeling. In het afwegingsproces moet worden gelet op onder andere: - democratische besluitvorming; - gewenste sturing en risico van de gemeente; - functiescheiding publieke en private rol gemeente; - waarborgen publiek belang; - verantwoording afleggen aan de gemeenteraad. In figuur 3 wordt de keuze voor een bepaalde samenwerkingsvorm vanuit de positie van de gemeente schematisch weergegeven.
Figuur 3: Stroomschema voor bepaling samenwerkingsvorm bij PPS
Het afwegingskader voor het aangaan of oprichten van samenwerkingsconstructies staat in het Beleidskader verbonden partijen 2017. Bij de afweging of een samenwerkingsconstructie door middel van een gezamenlijke publiek-private onderneming wenselijk is, moet zorgvuldig worden afgewogen welk gemeenschappelijk doel partijen nastreven en of dit doel eventueel anders kan worden bereikt. De synergie die tussen partijen in een dergelijke samenwerkingsconstructie wordt verondersteld, moet worden onderzocht. Deze synergie is niet vanzelfsprekend. Kortom, een zorgvuldige analyse van de te verwachten samenwerking en de risico’s dient onderdeel te zijn van de uiteindelijke afweging. De Europese en Nederlandse wet- regelgeving op het gebied van aanbesteding, staatssteun en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur dienen hierbij eveneens in acht te worden genomen.
13
Gemeente Haarlemmermeer
4. Grondinstrumenten Inleiding Bij de invulling van het grondbeleid kan gebruik worden gemaakt van diverse instrumenten. Bij de overgang van de Wet ruimtelijke ordening naar de Omgevingswet is ingezet op zoveel mogelijk neutrale omzetting van de bestaande regelgeving. De meeste instrumenten die beschikbaar zijn onder de Omgevingswet waren ook al beschikbaar onder de Wet ruimtelijke ordening. Bij het uitvoeren van grondbeleid heeft de gemeente twee soorten instrumenten tot haar beschikking: 1. Instrumenten die het mogelijk maken het eigendom van de grond te verkrijgen en/of beperkte zakelijke rechten op de grond te wijzigen of te beëindigen. Deze instrumenten stellen de gemeente in staat om eigenaren, die het door de overheid gewenste gebruik niet kunnen of willen realiseren, uit te kopen en beperkt zakelijke rechten af te kopen en deze te beëindigen. 2. Instrumenten waarmee de gemeente de kosten kan verhalen die zij moet maken om een gebied geschikt te maken voor het beoogde gebruik. Dit betreft een breed pakket aan kosten: van kosten voor het opstellen van ruimtelijke plannen en het saneren van de bodem tot en met het (her)inrichten van de openbare ruimte en het aanleggen van voorzieningen. Onderhandelingen met marktpartijen over de instrumenten de gemeente wil inzetten, vinden plaats met inachtneming van de meest recente versie van het onderhandelingsprotocol.
Hierna volgt een toelichting op instrumenten uit de Omgevingswet die de gemeente kan inzetten bij: a. Actief grondbeleid b. Faciliterend grondbeleid c. Publiek-private samenwerking (PPS)
4.1
Instrumenten voor grondverwerving (actief grondbeleid)
Bij actief grondbeleid heeft de gemeente een leidende rol en verwerft zij de gronden zelf. Om de grond te verwerven kan de gemeente gebruik maken van de volgende instrumenten: - Minnelijke verwerving - Voorkeursrecht - Onteigening Minnelijke verwerving Verwerving vindt in de regel op minnelijke wijze plaats. Het grootste gedeelte van de door de gemeente verworven gronden, is op deze wijze verkregen. Voor het geval de onderhandelingen niet tot minnelijke verwerving leiden, beschikt de gemeente over een aantal instrumenten die haar in de gelegenheid stelt om de regie op de toekomstige ontwikkeling te voeren, waaronder het voorkeursrecht en onteigening. Voorkeursrecht Het voorkeursrecht in de Omgevingswet, voorheen geregeld in de Wet voorkeursrecht gemeenten, biedt de gemeente de mogelijkheid om in bepaalde gevallen een voorkeursrecht te vestigen. Het voorkeursrecht wordt meestal gevestigd met het oog op een toekomstige gebiedsontwikkeling. Met het voorkeursrecht kan de gemeente de regie behouden over de gebiedsontwikkeling. Een voorkeursrecht verschaft de gemeente het eerste recht van koop: de eigenaar kan dan pas tot vervreemding aan een derde overgaan nadat de gemeente in de gelegenheid is gesteld de betreffende grond te kopen. De gemeente beslist of zij de grond al dan niet wil kopen.
Door het vestigen van een voorkeursrecht verstevigt de gemeente aldus haar positie op de grondmarkt, wordt toetreding van nieuwe eigenaren en versnippering voorkomen en wordt prijsopdrijving door speculatie tegengegaan. Het vestigen van een voorkeursrecht verplicht de eigenaar echter niet de grond te verkopen. Het college van burgemeester en wethouders kan met een voorkeursrechtbeschikking een voorlopig voorkeursrecht vestigen. Een voorlopig voorkeursrecht geldt maximaal 3 maanden. Om het voorlopig voorkeursrecht voort te zetten is er een nieuwe voorkeursrechtbeschikking nodig. De gemeenteraad kan dan de volgende voorkeursrechten vestigen: - een zelfstandige voorkeursrechtbeschikking (maximaal 3 jaar). - een voorkeursrechtbeschikking op grond van een omgevingsvisie of programma (maximaal 3 jaar). - een voorkeursrechtbeschikking op grond van een omgevingsplan (maximaal 5 jaar).
14
Gemeente Haarlemmermeer
- een beschikking tot verlenging van het voorkeursrecht op grond van het omgevingsplan (maximaal 5 jaar). Een voorkeursrecht vervalt automatisch (van rechtswege) als de geldingsduur is verstreken. Onteigening Onteigening onder de Omgevingswet, voorheen geregeld in de Onteigeningswet, biedt de gemeente de mogelijkheid om in het algemeen belang te onteigenen. Omdat onteigening een inbreuk maakt op het eigendomsrecht, een fundamenteel recht, en daarmee een ingrijpend instrument is, is onteigening alleen mogelijk onder strikte voorwaarden en is onteigening met procedurele rechtswaarborgen voor de eigenaar omkleed. Voorafgaand aan de onteigeningsprocedure dient altijd een minnelijke fase te worden doorlopen. Pas als gebleken is dat minnelijke verwerving niet mogelijk is, kan de onteigeningsprocedure worden gestart. Onder de Omgevingswet is de onteigeningsprocedure gewijzigd. De Omgevingswet brengt de procedure over de eigendomsontneming volledig onder in het bestuursrechtelijke kader. Alleen de vaststelling van de schadeloosstelling blijft bij de burgerlijke rechter. De rol van de Kroon om (op verzoek) onroerende zaken ter onteigening aan te wijzen, is vervallen. In plaats daarvan is een beperkt aantal bestuursorganen zelf bevoegd om te beslissen over de aanwijzing van gronden ter onteigening. Dit gebeurt door middel van een ‘onteigeningsbeschikking’.
Deze onteigeningsbeschikking wordt genomen door de gemeenteraad. Een onteigeningsbeschikking moet worden bekrachtigd door de bestuursrechter. Tegen het bekrachtigingsbesluit staat beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Uitgangspunt bij de onteigeningsprocedure is volledige schadeloosstelling. Pas als het besluit ter uitvoering waarvan wordt onteigend onherroepelijk is, de onteigeningsbeschikking onherroepelijk is en de voorlopige of overeengekomen schadevergoeding is betaald, kan de eigendom naar de gemeente overgaan. De eigendom gaat over door inschrijving van een notariële onteigeningsakte in de openbare registers. Wanneer een eigenaar betoogt dat hij ook zelf ‘in staat en bereid’ is om het door de gemeente gewenste grondgebruik te realiseren, oftewel een beroep doet op zelfrealisatie, en dat beroep slaagt, kan de gemeente deze eigenaar niet onteigenen.
4.2
Gronduitgifte en tijdelijk beheer (actief grondbeleid)
Op het moment dat de grond in eigendom is van de gemeente, ontstaan er nieuwe sturingsinstrumenten in de vorm van tijdelijk gebruik en uitgifte. De gemeente geeft grond in veel gevallen in eigendom uit. Voor specifieke functies of situaties kan de grond in erfpacht worden uitgegeven, een recht van opstal worden gevestigd of de grond worden verhuurd. Deze paragraaf gaat in op: - Mededingingsruimte - Uitgifte in eigendom - Erfpacht - Recht van opstal - Verhuur - Tijdelijk beheer Mededingingsruimte Op 26 november 2021 heeft de Hoge Raad het ‘Didam-arrest’ gewezen, waarin is overwogen dat een overheidslichaam bij het aangaan en uitvoeren van privaatrechtelijke overeenkomsten, zoals de uitgifte in eigendom, uitgifte in erfpacht, het vestigen van een recht van opstal, verhuur en tijdelijk beheer als verpachting en verhuur, de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht moet nemen, waaronder het gelijkheidsbeginsel. Volgens de Hoge Raad vloeit uit het gelijkheidsbeginsel voort dat ruimte moet worden geboden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen naar deze onroerende zaak indien er meerdere gegadigden voor zijn of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zullen zijn.
Het gelijkheidsbeginsel brengt ook mee dat een passende mate van openbaarheid moet worden verzekerd met betrekking tot de beschikbaarheid van de onroerende zaak, de selectieprocedure, het tijdschema en de toe te passen selectiecriteria. Er hoeft geen mededingingsruimte te worden geboden indien bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat op grond van objectieve, toetsbare en redelijke criteria slechts één serieuze gegadigde voor de onroerende zaak in aanmerking komt. In dat geval dient het overheidslichaam zijn voornemen tot verkoop/uitgifte in erfpacht/verpachting/verhuur tijdig hieraan voorafgaand op zodanige wijze bekend te maken dat eenieder daarvan kennis kan nemen. Daarbij dient de gemeente te motiveren waarom naar zijn oordeel op grond van de hiervoor bedoelde criteria bij voorbaat vaststaat, of redelijkerwijs mag worden aangenomen, dat er slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt.
15
Gemeente Haarlemmermeer
Het bieden van mededingingsruimte heeft tot gevolg dat, om te komen tot gronduitgifte dan wel tijdelijk beheer, in beginsel een openbare selectieprocedure wordt gehanteerd. Er kunnen op hoofdlijnen drie typen openbare selectieprocedures worden onderscheiden: de prijsselectie, de planselectie en de partnerselectie. Er zijn ook verschillende tussenvormen mogelijk. De meest geschikte vorm hangt af van het gewenste resultaat dat de openbare selectieprocedure moet opleveren. Uitgifte in eigendom Uitgifte van grond in eigendom is een eenmalige transactie waarbij de gemeente het eigendom overdraagt aan de koper en de koper de koopprijs aan de gemeente voldoet. De koopprijs is de kostendrager voor de verwervings- en grondproductiekosten. Een eventuele winst die hierbij wordt gemaakt kan de gemeente inzetten voor extra ruimtelijke kwaliteit dan wel ten gunste van andere ontwikkelingen laten komen. In de meeste gevallen wordt voor deze situaties een gemeentelijke grondexploitatie geactiveerd. Omdat de kosten van de grondexploitatie worden gedekt door de opbrengsten uit gronduitgifte is als zodanig het kostenverhaal geregeld. Ter bevordering van eenduidigheid bij de verkoop van gronden worden algemene voorwaarden gehanteerd. De algemene voorwaarden zijn onderverdeeld in een algemeen deel en een bijzonder deel voor woningbouw, kantoren en bedrijven.
Erfpacht Erfpacht is een zakelijk recht. Dit recht geeft de erfpachter de bevoegdheid om de onroerende zaak van een ander te houden en te gebruiken. Bij de uitgifte van grond in erfpacht mag de erfpachter de grond houden en gebruiken als ware hij de eigenaar is. De gemeente blijft de zogenaamde “bloot eigenaar” en spreekt een canon af met de erfpachter als vergoeding voor het recht van erfpacht. Erfpacht kan in specifieke gevallen worden ingezet om te sturen op het gebruik van gemeentegrond en de gebruiker. De gemeente kan ook besluiten erfpacht als sturingsinstrument in te zetten voor die gebieden waar de gemeente op het moment van uitgifte slechts voor een relatief korte periode voorziet in een tijdelijke invulling of bestemming, maar waar mogelijk op langere termijn een andere bestemming wenselijk is, en om een verwachte waardesprong aan de gemeente en daardoor de gemeenschap te laten toekomen. Recht van opstal Het recht van opstal is een zakelijk recht om in, op of boven een onroerende zaak van een andere eigenaar gebouwen, werken of beplanting (opstallen) in eigendom te hebben of te verkrijgen. Bij een recht van opstal blijft de gemeente (opstalgever) dus eigenaar van de grond en wordt degene die het recht van opstal krijgt (opstaller) eigenaar van de opstallen.
Net als bij erfpacht kan de gemeente besluiten om een recht van opstal als sturingsinstrument in te zetten voor die gebieden waar de gemeente op het moment van uitgifte slechts voor een relatief korte periode voorziet in een tijdelijke invulling of bestemming, maar waar mogelijk op langere termijn een andere bestemming wenselijk is. Verhuur Van huur van een onroerende zaak is sprake als de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, om een onroerende zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te geven en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie. Bij verhuur blijft de gemeente dus eigenaar en spreekt een huurprijs af met de huurder als vergoeding voor het gebruik. De wet kent verschillende huurregimes. Welk huurregime van toepassing is, hangt af van het soort onroerende zaak dat wordt verhuurd. Met name de wijze waarop een huurovereenkomst beëindigd kan worden, de termijnen waarvoor verhuurd moet worden, de mogelijkheden om de huurprijs van een lopende huurovereenkomst aan te passen en de bescherming van anderen dan de huurder zelf, zijn voor de huurregimes verschillend. Tijdelijk beheer Tijdelijk beheer is gericht op het tijdelijk beheren van gronden en opstallen die eigendom van de gemeente zijn en die worden ingezet voor de realisatie van een gewenste ontwikkeling.
In de praktijk is er vaak sprake van een overbruggingstermijn tussen het moment van verwerving en uitgifte. Gedurende deze termijn moeten de gronden en de eventuele opstallen worden beheerd. Cruciaal is dat de gronden en opstallen worden beheerd met het doel ze in te zetten voor de gewenste ontwikkeling. Belangrijke factor hierbij is de termijn waarbinnen de gronden en opstallen hiervoor beschikbaar moeten zijn. Voor gronden wordt het tijdelijk beheer doorgaans geregeld door middel geliberaliseerde pacht dan wel verhuur.
16
Gemeente Haarlemmermeer
Voor de op de gronden aanwezige opstallen wordt het tijdelijk beheer geregeld door middel van een tijdelijke huurovereenkomst dan wel door middel van leegstandsbeheer.
4.3
Kostenverhaal (faciliterend grondbeleid)
Bij faciliterend grondbeleid kiest de gemeente ervoor om ruimte te geven aan marktpartijen. De gemeente is dan geen eigenaar of ondernemer op de grondmarkt, maar kan wel invloed uitoefenen op wat er met die grond gebeurt. Hiervoor gebruikt de gemeente instrumenten als het omgevingsplan, de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een overeenkomst. In veel gevallen sluit de gemeente met de initiatiefnemer voorafgaand aan de vaststelling van het omgevingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit een anterieure overeenkomst over onder andere het kostenverhaal, de financiële bijdrage, nadeelcompensatie, fasering, tijdvak, koppelingen tussen activiteiten, locatie-eisen en woningbouwcategorieën. Mocht dat niet lukken, dan neemt de gemeente kostenverhaalregels en andere regels op in het omgevingsplan of kostenverhaalvoorschriften in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (afwijking van het omgevingsplan). In dat geval is de eigenaar verplicht een kostenverhaalbijdrage te betalen voordat met de bouwwerkzaamheden een aanvang mag worden gemaakt.
Om kosten te verhalen (en afspraken te maken / regels te stellen over de financiële bijdrage, fasering, een tijdvak, koppelingen tussen activiteiten, locatie-eisen en woningbouwcategorieën) kan de gemeente gebruik maken van de volgende instrumenten: - Intentieovereenkomst - Anterieure overeenkomst - Omgevingsplan / omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit - Posterieure overeenkomst - Gebiedsgericht programma Intentieovereenkomst In de verkenningsfase gaat het om het onderzoek naar de haalbaarheid van een eventuele private en/of publiekprivate ontwikkeling. De gemeente beoordeelt voorafgaand op basis van de omvang en complexiteit van de ontwikkeling of er afspraken over de verkenningsfase moeten worden gemaakt in een intentieovereenkomst. Een intentieovereenkomst wordt met de betreffende initiatiefnemer gesloten op basis van vrijwilligheid en geldt voor een beperkte periode. De intentieovereenkomst geeft de kaders voor de verkenningsfase. Het doel van een intentieovereenkomst is kort gezegd het vastleggen van afspraken over het haalbaarheidsonderzoek, wie wat doet, binnen welke kaders en wat partijen over en weer van elkaar kunnen verwachten, kostenverdeling (waaronder de hoofdlijnen van kostenverhaal) en duidelijke afspraken over de looptijd en een afscheidsscenario.
Indien uit de verkenningsfase blijkt dat sprake is van een haalbare ontwikkeling wordt de intentieovereenkomst opgevolgd door een anterieure overeenkomst. Anterieure overeenkomst In de anterieure overeenkomst worden afspraken vastgelegd over kostenverhaal en overige aspecten van de ontwikkeling zoals ruimtelijke, stedenbouwkundige, civieltechnische, programmatische en financiële aspecten en de planning en fasering. De term anterieur (voorafgaand) verwijst naar een overeenkomst die gesloten wordt in de fase voorafgaand aan het mogelijk maken van de ontwikkeling in een omgevingsplan of met een projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De overeenkomst wordt aangegaan met de betreffende initiatiefnemer op basis van vrijwilligheid. In de Omgevingswet zijn geen nadere regels voor de inhoud en totstandkoming van anterieure overeenkomsten opgenomen. Er geldt een grote mate van contractsvrijheid, waarbij de gemeente wel gehouden is aan (onder andere) de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Daarbovenop biedt de Omgevingswet de grondslag voor een financiële bijdrage. De onderwerpen kostenverhaal en financiële bijdrage worden in één overeenkomst gecombineerd. De overeenkomst wordt gesloten voorafgaand aan de vaststelling van de planologische maatregel.
De gemeente zet in op het sluiten van anterieure overeenkomsten, omdat daarmee maatwerk kan worden geleverd en het de ontwikkelaar en gemeente aan de voorkant van het ontwikkeltraject zekerheid biedt wat betreft (onder andere) de financiële aspecten, planning en realisatie. Omgevingsplan / omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit In die gevallen waarin het niet lukt om overeenstemming te bereiken over de inhoud van een anterieure overeenkomst, wordt gebruik gemaakt van het publiekrechtelijke spoor: het opnemen van kostenverhaalregels bij het omgevingsplan of kostenverhaalvoorschriften bij de omgevingsvergunning voor de buitenplanse
17
Gemeente Haarlemmermeer
omgevingsplanactiviteit. Op deze manier wordt het kostenverhaal onderdeel van de betreffende planologische maatregel. Hiermee vormen de kostenverhaalregels de basis voor de kosten die eigenaren in het kader van het verlenen van de omgevingsvergunning dienen te betalen. De Omgevingswet stelt eisen aan de vorm en inhoud van de kostenverhaalregels- en voorschriften. In dat kader zijn ook de verhaalbare kosten begrensd: de kosten die verhaald kunnen worden zijn beschreven in een kostensoortenlijst, de kosten dienen te voldoen aan de PTP-criteria (profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit) en voor de plankosten is een regeling opgenomen in de Omgevingsregeling. Naast het kostenverhaal biedt de Omgevingswet de mogelijkheid om een financiële bijdrage te laten betalen. De Omgevingswet biedt voor het publiekrechtelijke kostenverhaal twee mogelijkheden: kostenverhaal met tijdvak (integrale gebiedsontwikkeling) en kostenverhaal zonder tijdvak (organische gebiedsontwikkeling). De gemeente heeft de keuze tussen deze twee mogelijkheden. Het kostenverhaal met tijdvak past bij een actieve aanpak, waarbij er een duidelijke blauwdruk is voor de gebiedsontwikkeling. Het tijdvak en het eindbeeld liggen vooraf vast. Hierdoor is het kostenverhaal vooraf te berekenen.
Het kostenverhaal zonder tijdvak past bij een faciliterende aanpak, waarbij de initiatiefnemers de invulling, fasering en looptijd bepalen. De ontwikkeling gaat organisch waardoor niet vaststaat hoe de ontwikkeling vorm zal krijgen. Het ontbreken van een eindbeeld maakt dat een kostenraming niet mogelijk is. Daarom wordt gewerkt met een kostenplafond. Posterieure overeenkomst Met de term posterieur (nadien) wordt een overeenkomst aangeduid die gesloten wordt na het besluit dat de ontwikkeling mogelijk maakt. In sommige gevallen wordt een overeenkomst over de ontwikkeling van de locatie gesloten nadat kostenverhaalregels zijn opgenomen in het omgevingsplan of kostenverhaalvoorschriften in de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De gemeente moet zich bij het sluiten van een posterieure overeenkomst onder andere houden aan de kostenverhaalregels in het omgevingsplan. Gebiedsgericht programma Bij gebiedsontwikkelingen met meerdere grondeigenaren kan het voorkomen dat bepaalde grootschalige investeringen, zoals de aanleg van een gebiedsontsluitingsweg, vergoed moeten worden door meerdere grondeigenaren in het gebied. In een situatie waarin er nog niet met alle grondeigenaren een anterieure overeenkomst is gesloten, kan het voorkomen dat één of meerdere grondeigenaren de betreffende investering voorfinancieren of dat de gemeente de investering doet.
Om op een later moment een deel van de investering op de andere grondeigenaren te kunnen verhalen, heeft de gemeente de mogelijkheid om een gebiedsgericht programma vast te stellen. Een gebiedsgericht programma is een uitwerking van de omgevingsvisie. In tegenstelling tot de omgevingsvisie, welke betrekking heeft op het gehele grondgebied van de gemeente, staan in een programma voor een specifiek gebied de verdere beleidsuitwerking en de uitwerking van de concrete maatregelen om de doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. Door de investeringen op te nemen in een programma kunnen ze op een later moment op andere initiatiefnemers worden verhaald. Daarnaast kan in het gebiedsgerichte programma ook een uitwerking van het stedenbouwkundig beleid en/of de plannen voor de openbare ruimte worden opgenomen. Een gebiedsgericht programma kan een geschikt instrument zijn in gebieden waarbij nog niet met alle grondeigenaren een anterieure overeenkomst is gesloten en het nog niet zeker is wanneer en in welke vorm toekomstige ontwikkelingen plaatsvinden.
4.4
Publiek-private samenwerking (PPS)
Bij het ontwikkelen van locaties is het ook mogelijk om te kiezen voor een publiek-private samenwerking, bijvoorbeeld de bouwclaim, de joint venture of de concessie. Bij een joint venture richten de gemeente en marktpartijen een gezamenlijk onderneming op om de locatie te ontwikkelen, bijvoorbeeld een grondexploitatiemaatschappij (GEM). Het idee achter de publiek-private samenwerking is dat de gemeente en de marktpartijen de risico’s delen, oftewel de winst en het verlies. In de afspraken tussen de gemeente en de marktpartijen wordt vastgelegd hoe kosten en opbrengsten over de partijen worden verdeeld. Bij publiek-private samenwerking kan de gemeente aanvullend gebruik maken van instrumenten voor grondverwerving, zoals het voorkeursrecht en onteigening om gronden te verwerven van eigenaren die niet willen of kunnen meedoen aan de publiek-private samenwerking.
4.5
Overige instrumenten
De Omgevingswet biedt aanvullend nog twee instrumenten voor het vormgeven van grondbeleid. Deze instrumenten richten zich op het komen tot een inrichtingsplan door middel van herindeling van het grondgebruik en eigendom. Het gaat om de volgende instrumenten: 18
Gemeente Haarlemmermeer
• •
Stedelijke kavelruil Herverkaveling landelijk gebied (instrument Provincie)