Agendabundel
Tekst van het document
Brief zonne-energie in Gelderland en provinciaal beleid Op 2 december 2020 heeft ons college van Gedeputeerde Staten van Gelderland u een brief gezonden om aandacht te vragen voor de ontwikkeling en locatiekeuze van zonne-energie in Gelderland. Als vervolg hierop zijn in actualisatie 8 van de omgevingsverordening benoemd welke punten door de provincie van belang zijn bij de locatiekeuze voor initiatieven. Dit zijn: - De behoefte aan energieopwekking met zonne-energie; - De mogelijkheden om binnen het stedelijk gebied en op daken van gebouwen in die behoefte te voorzien; 15
-
De mogelijke nadelige gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit van gebieden of locaties waar zonneparken mogelijk zijn; - De samenhang met het omliggende landschap; - De consequenties voor het elektriciteitsnetwerk; - Het huidige grondgebruik. 3. Advies Wij adviseren u dan ook om bij concrete initiatieven en ontwikkelingen die passen binnen uw beleidskader met deze punten rekening te houden. Reactie gemeente 1. Als de gemeente begin 2022 besluit tot medewerking aan een uitbreiding met 15 ha. van Centerpoort-Noord dan blijft er in dit gebied potentie voor de opwek van zonne-energie op gebouwen. Bij de uitgifte worden duurzaamheidseisen aan bedrijven gesteld. 2. De gemeente Duiven is zich bewust van het ganzenrustgebied. In de ruimtelijke studie is een eerste verkenning van de mogelijkheden tot het plaatsen van zonnevelden en windturbines gedaan. Hierbij is ook aandacht besteed aan rustgebieden voor winterganzen. Ook in het beleidskader wordt naar de Omgevingsverordening verwezen. Op concreet projectniveau en met nader onderzoek en eventueel te nemen maatregelen dienen initiatiefnemers te onderbouwen dat er geen overwegende beletselen zijn. 3. Dit advies neemt de gemeente ter harte. In hun projectvoorstel en de ruimtelijke onderbouwing zullen initiatiefnemers moeten onderbouwen hoe hun project in lijn is met de provinciale omgevingsverordening.
Dit wordt toegevoegd in het beleidskader. Advies Gemeente Rheden 1. Continuering overleg Wij willen onze willen onze waardering uitspreken over de wijze waarop de gemeente Duiven onze gemeente heeft betrokken bij de ontwikkeling van de ruimtelijke studie zon en wind en de bovengemeentelijke afstemming over het ‘regionale zoekgebied wind-zon’ (WZ. 5) in Duiven en het nabij gelegen ‘verkenningsgebied extra windturbines’ de Beemd-Velperwaarden (RES 1.0). Daarvoor onze hartelijke dank. Wij zien dit als een mooi begin van bestuurlijke en ambtelijke samenwerking over deze gebieden en wij zetten dit graag in de komende jaren met u voort. 2. Lokale en regionale clustering Zowel in het ontwerp beleidskader als de ruimtelijke studie wordt gesproken over ‘clustering’. (p. 14-15 ontwerp beleidskader en p. 9 ruimtelijke studie). Over de reikwijdte van deze clustering hebben wij een opmerking. Wij zien in de stukken graag terug dat de clustering verder reikt dan de gemeentegrenzen van Duiven. Het ‘verkenningsgebied extra windturbines‘ de BeemdVelperwaarden zoals bij u bekend, sluit hier op aan. Dit vraagt bij zowel de uitwerking van het regionale zoekgebied WZ. 5 als het te onderzoeken verkenningsgebied de Beemd-Velperwaarden afstemming over de ruimtelijke, milieutechnische, landschappelijke en maatschappelijke impact. 3.
Borging regionale afspraken Met het benoemen van deze ruimtelijke relatie borgen wij de ruimtelijke afspraak groepering windturbines’ uit de Regionale Energie Strategie 1.0 (RES 1.0) en spelen wij in op de provinciale brief (d.d. 19 januari 2021) aan de Regio Arnhem Nijmegen waarin het gebied Duiven-DoesburgWestervoort-Rheden-Zevenaar expliciet is genoemd als kansrijk cluster voor windenergie. Betrokken partijen worden gevraagd elkaar hierover op te zoeken. Daarnaast heeft de gemeente Rheden in het vastgestelde beleidskader Energie en Landschap (d.d. juni 2021) aangegeven zoveel mogelijk aan te sluiten bij regionale clusters. Over de afstemming tussen WZ.5 en het verkenningsgebied de Beemd-Velperwaarden blijven wij graag met u in gesprek met dien verstande dat wij er ons van bewust zijn dat de gemeentelijke processen in tempo en dynamiek 16
van elkaar verschillen. 4. Betrokkenheid inwoners Wij zijn blij dat u de inwoners van Velp als belanghebbende gaat betrekken bij mogelijke projecten (ontwerp beleidskader, p. 9). Uiteraard zullen wij in overleg met u ook Duiven betrekken bij ontwikkelingen ten aanzien van het verkenningsgebied de Beemd-Velperwaarden. Reactie Gemeente Duiven 1. De gemeente Duiven waardeert het dat gemeente Rheden een reactie heeft ingestuurd en zet ook graag de bestuurlijke en ambtelijke afstemming voort. 2. De clustering heeft in eerste instantie betekenis op de lokale schaal van de gemeente Duiven. In onze gemeente is er sprake van één clustergebied dat zich bevindt in het regionale zoekgebied WZ5. Dat zoekgebied grenst inderdaad aan een ‘verkenningsgebied’ in Rheden. Zoals bekend is het niet zeker dat dit verkenningsgebied de status als RESzoekgebied zal krijgen. Dat komt aan de orde in het traject naar de RES 2.0. Dan zal ook de relatie met bestaande zoekgebied WZ5 aan de orde zijn. 3. De gemeente Duiven vindt dit eveneens belangrijk en blijft hier graag met de gemeente Rheden en andere partners over in gesprek. 4. Er wordt van initiatiefnemers verwacht dat ze belanghebbenden, conform het beleidskader, blijven betrekken. De gemeente Duiven vindt dit belangrijk.
Wij zijn blij om te horen dat gemeente Rheden ook de inwoners uit gemeente Duiven zal betrekken bij de eventuele ontwikkelingen t.a.v. het verkenningsgebied de Beemd-Velperwaarden.
17
4. Zienswijzen en beantwoording Respondent 1 Zienswijze/reactie De respondent geeft aan dat het aan zijn/haar hart gaat dat kostbare grond besteed wordt aan zonneparken, terwijl er mensen zijn op de wereld die honger lijden. Daarnaast wordt aangegeven dat, als we toch grond willen besteden aan duurzaam worden, we beter een bos kunnen planten en zonnepanelen op dak van gebouwen te leggen, zoals het gemeentehuis en scholen. Reactie gemeente De gemeente onderschrijft het belang dat er zorgvuldig met de grond om gegaan dient te worden. Om de doelen van het klimaatakkoord en de RES te halen is echter óók opwekking van zonneenergie op land als opgave noodzakelijk. Náást de opgave om veel meer zonnepanelen op daken te realiseren. Respondent 2 Zienswijze/reactie De respondent geeft aan de voorkeur te hebben voor het plaatsen van zonnepanelen op daken en zo het groen te behouden. Daarnaast wordt benoemd dat windturbines storend zijn in het landschap en dat deze beter op zee geplaatst kunnen worden. De reactie benadrukt het belang van woongebieden en de bewoners. Reactie gemeente Zie antwoord respondent 1. Naast windturbines op zee, zijn ook windturbines op land nodig om de ambities te behalen. Bij de inpassing van windturbines is goede landschappelijke inpassing en het gesprek met de omgeving belangrijk. Dit beleidskader stelt hier voorwaarden aan. Respondent 3 Zienswijze/reactie 1.
Indieners komen op voor de belangen van de bewoners aan de Kievitstraat. Zij vinden dat tot nu toe onvoldoende gewicht is toegekend aan deze belangen. Zij zijn van mening dat de gemeente al op een eerder moment met hen gesproken zou moeten hebben. Insprekers hebben nu al zicht op vier windturbines en daar komen binnenkort nog twee nieuwe turbines bij van het Waterschap. Zij maken zich zorgen over de grote hoeveelheid zonneparken die op én naast hun percelen zijn geprojecteerd. 2. De insprekers zijn van mening dat te veel agrarische gronden verloren dreigen te gaan aan zonnepanelen. Bovendien geven zonneparken in hun directe omgeving visuele hinder en verlies aan landschapskwaliteit. 3. Als suggestie voor het gemeentelijk Beleidskader wind/zon geven zij het voorbeeld van het beleid gemeente Olst-Wijhe in overweging: daar is als voorwaarde gesteld dat alleen medewerking wordt verleend als de ontwikkelaar een akkoord heeft van alle direct omwonenden.
18
Reactie gemeente 1. De gemeente respecteert de belangen van bewoners van het gebied. Bij behoefte aan extra gesprek staat de gemeente hier voor open. De gemeente heeft in 2019 een participatietraject doorlopen over de verschillende potentiële locaties binnen de gemeente. Hier is voorkeursgebied InnoFase/CenterpoortNoord ook aan de orde gekomen. De gemeente heeft daarnaast een informatiebijeenkomst specifiek voor de grondeigenaren georganiseerd. Bij concrete initiatieven is het aan de initiatiefnemers om het gesprek met bewoners te voeren. 2. De gemeente neemt kennis van deze zorg en heeft begrip voor de belangen van bewoners van het voorkeursgebied. Het toevoegen van zonne- en windenergie heeft visuele gevolgen. Door het opstellen van het beleidskader schept de gemeente voorwaarden voor een gedegen proces rondom initiatieven en de landschappelijke inrichting. Het is aan de initiatiefnemers om aan te tonen hoe hun initiatief zorgvuldig ingepast kan worden en hier nader over in gesprek te gaan met o.a. de bewoners van het gebied. 3. Bij initiatieven voor duurzame energie opwekking is een zorgvuldige belangenafweging essentieel (zeker ook de belangen van de bewoners van het gebied). De gemeente kan niet vooraf toezeggen welke belangen hier de doorslag in geven. Respondent 4 Zienswijze/reactie Bijlage A: Ruimtelijke studie 1. Uitgangspunten/Beperkingen (p.
7): Van de RWZI ligt een persleiding in oostelijke richting. De consequenties hiervan m.b.t. het beoogde zonnepark zijn niet in kaart gebracht en in het document opgenomen, hetgeen wij een grote omissie vinden en gecorrigeerd dient te worden. 2. Landschappelijk Raamwerk (p. 9, 10, 12): er wordt niet aangegeven wat de ruimtelijke impact is van de ondergrondse infrastructuur. Wij verzoeken dat alsnog te doen. 3. Op de kaart op p. 10 staat een bomenlaan aan de Nieuwgraafsestraat getekend. In Duiven is van een bomenlaan nog geen sprake. Gaat de gemeente deze bomenlaan aanleggen? 4. Is m.b.t. hetgeen vermeld staat op de ecologische kaart op p. 12 recentelijk onderzoek gedaan naar vleermuizen, roeken, zangvogels, vlinders, kleine vogels en kleine zoogdieren? Zo ja, dan verzoeken wij de gemeente deze informatie aan ontwikkelaars te verstrekken. Zo nee, waarom staat dit op deze kaart vermeld? Overigens missen wij andere belangrijke fauna, zoals roofvogels, reigers, ooievaars en ganzen met hun impact t.a.v. windturbines en onderliggende zonnevelden. 5. Ruimte voor biodiversiteit (p. 13-14): De groenstructuur op en langs het bedrijventerrein vermeldt op p. 14 de verantwoordelijkheid van de gemeente en niet die van de ontwikkelaar, zo ook over de bomen langs de verschillende straten. Wij verzoeken de gemeente dit te bevestigen. 6. Mogelijke locaties van zonnevelden (p.
16): de totale omvang van de mogelijke locaties is ca. 93 ha bruto. Los van de vraag of alle perceeleigenaren hieraan mee willen werken, vragen wij ons af of het adviesbureau of de gemeente een minimum-maximum bandbreedte qua bruto omvang stelt? Indien dit het geval is verzoeken wij deze bandbreedte m.b.t. de vier locaties – Nieuwgraafsestraat Noord, Nieuwgraafsestraat Zuid, Wijde Wetering Zuidwest en Wijde Wetering Zuidoost. Nergens staat vermeld wat de impact van de dalende SDE++ en de afstand van het onderstation op de (totale) omvang van het zonnepark InnoFase heeft. Dat is een omissie die gecorrigeerd dient te worden. 7. Zon en Wind in het Zoekgebied/Zon in het Zoekgebied (p. 17): waarom is er in de eerste alinea sprake van eerste mogelijkheden? Het voordeel van een oost-westopstelling, namelijk de momenten waarop pieken in de energielevering van panelen naar het net 19
komen (2x bij oost-west en 1x bij zuidopstelling), is niet aangegeven noch de negatieve impact t.a.v. grondkwaliteit! 8. Zon en Wind in het Zoekgebied/Wind in het Zoekgebied (p. 18): Waarom staat in de derde kolom niet de (negatieve) impact van lage/hogere windturbines t.a.v. onderliggende zonnevelden vermeldt? Wij verzoeken deze aanvulling toe te voegen. Ook staat niet in de eerste kolom de (negatieve) impact van de huidige vier bestaande windturbines (en de toekomstige vervanging) t.a.v. de onderliggende zonnevelden zal zijn. Wij verzoeken ook deze informatie toe te voegen. 9. Inpassingsprincipes Zon en Wind/Indicatie Inpassing Zonnevelden (p. 24): onderliggende infrastructuur (gas- en persleidingen) en de implicaties daarvan zijn niet in deze kaart aangegeven. De kaart dient dus aangepast te worden. Welke afstanden tussen windturbines en zonnepanelen moeten ontwikkelaars rekeninghouden? 10. Inpassingsprincipes Zon en Wind/Inpassingsprincipes Zonnevelden (p. 25-26): is een zonneveld alleen de opstallen binnen het hekwerk of ook de groene ruimte tussen de rijen panelen? Waarom moet (regen)water worden opgevangen? Wij snappen dit niet. Infiltratie in de bodem en natuurlijke afwatering via de weteringen vindt plaats via de tussenliggende watergangen/lopen. Er is geen verharding, dus geen kolken, noch riool. 11. Zijn de principes voor inpassing vermeld op p.
27-34 een harde eis of een gewenste indicatie? Waarom laat men dat niet over aan de landschapsarchitect van de ontwikkelaars i.s.m. landschapsarchitect van de gemeente? De creativiteit van landschapsarchitect van de ontwikkelaars wordt daardoor niet beperkt. Wij verzoeken dit aan te passen! M.b.t. p. 34 merken wij op dat wat hier voorgesteld wordt, niet rijmt met wat Het Gelders Landschap onder Kommenlandschap verstaat! 12. Scenario’s Zon en Wind/Energiepotentie in drie scenario’s (p. 35): wat wordt met het WTG oppervlak op deze kaarten bedoeld? Waarom staan die dan niet reeds bij de bestaande vier windturbines ingetekend? 13. Scenario’s Zon en Wind (p. 37-38): in totaal zijn er 13 velden geselecteerd die beschikbaar worden geacht voor zonne-energie. Zijn deze velden bindend (harde eis) of slechts indicatief? Argument is dat grondpercelen niet met deze indeling matchen. Om die reden kan het niet bindend zijn. En de grondeigenaar moet willen. Wij verzoeken dat in de tekst aan te passen! Zijn de tafelopstellingen bindend of indicatief? Wij pleiten voor het laatste en ontwikkelaars daarin niet te beperken! Een opstelling onder hoek van 20 graden is verledentijd. Eerder in de tekst was er sprake van 2 meter tussen-rijen afstand, nu staat er 2,5 meter. In deze context verwijs ik naar hetgeen in de vorige alinea is gesteld en dat hier niet te herhalen. M.b.t.
het berekenen van de energieproductie hanteren wij nieuwe, meer geavanceerde systemen met een hogere opbrengst die tijdens aanvang bouw beschikbaar komen. M.a.w. de daadwerkelijke productie is in ons geval hoger dan aangegeven. De voetafdruk van de windturbines in de kaart van scenario 1 matcht niet met de 25 meter straal in de vorige p. genoemd. Het vierkant is hier groter getekend! 14. Effect van de bestaande vier windturbines: men heeft dit niet in de studie opgenomen, hetgeen gecorrigeerd dient te worden. Vervanging van de bestaande vier windturbines: men heeft dit niet in de studie opgenomen, hetgeen gecorrigeerd dient te worden. 15. Locatie en soorten windturbines: zonontwikkelaars hebben de voorkeur voor een minder aantal en hogere windturbines omdat deze minder impact (slagschaduw) op een zonnepark hebben. 16. Effecten van verschillende bouwfasen zon & wind: men heeft dit niet in de studie opgenomen, hetgeen gecorrigeerd dient te worden. Zonnepark wordt eerder gebouwd dan windpark en dat heeft implicaties. 17. Wat bedoelt de gemeente met: ”plaatsing van zonnevelden zijn richtafstanden kleiner dan bij windturbines.”
20
18. Potentiële energieproductie (p. 45-47): er wordt op p. 45 aangegeven dat in het oostelijk deel van het gebied een bedrijventerrein van ca 15 ha wordt ontwikkeld zonder dit op de kaart aan te geven. Wij verzoeken dat alsnog te doen. 19. Wij kunnen ons niet vinden in de zonnestroomproductie berekeningen, omdat de impact van de vier bestaande windturbines niet is meegenomen en van huidige systemen wordt uitgegaan. Wij missen ook de tijdsdimensie. Immers de ontwikkelingstijd van windparken zijn minimaal tweemaal langer dan voor zonneparken. Ook is geen verband gelegd tussen duurzame e-productie en e-vraag in de gemeente en RES-regio. 20. Bijlage 1 Gehanteerde Milieukundige Contouren (p. 49-51): wij missen de risicokaarten zoals vermeldt in de tabel op p. 50 in het rapport. Tevens missen wij de ondergrondse buisleidingen vermeldt in de tabel op p. 51 in het rapport. 21. Andere punten die wij in dit rapport missen zijn: • Schade impact van windturbines m.b.t. het onderliggende zonneveld (b.v. ijsafzetting, wiekbreuk, brand, e.d.); • Impact op de omvang van het totale zonnepark InnoFase als men niet voor windturbines kiest, zoals in omliggende gemeenten het geval is; • Waarom de gemeente Zevenaar niet aansluitend wil meedoen hoewel zij zich in RES-regio verband daartoe wel verplicht heeft; • De rol van de provincie m.b.t. 50+ MW energieparken; • Netaansluiting (bijv.
locatie, omvang en inbedrijfstelling van het nieuwe onderstation). Bijlage B: Beleidskader 1. Scope/Andere technologie (p. 3): wij zien graag een bevestiging dat opslag, op/ontladen, conversie en e-management en andere soortgelijke technologieën niet worden uitgesloten. Liever nog dat innovatieve technologieën worden aangemoedigd, waarbij InnoFase, als Smart Energie Hub, wordt gedragen door gemeenten, provincie en RES en als regionaal voorbeeld dient. 2. Algemene voorwaarden/inleiding (p. 6): wij missen natuurinclusiviteit (biodiversiteit) en klimaatadaptatie in deze alinea. 3. Algemene voorwaarden/tijdsduur functie zon/wind opwek (p. 6): opbouw en afbouw duurt 2 x 6 maanden ofwel 1 jaar en verzoeken derhalve de omgevingsvergunning met 1 jaar te verlengen tot 26 jaar plus een verlengingsoptie van 5 jaar. Door intensieve landbouw is de grond verarmd. Ons natuurinclusieve zonnepark zorgt voor grondverrijking en willen dit niet terug brengen naar de oude verarmde staat. Er dient dus te staan dat initiatiefnemers aan grondverrijking moeten voldoen. 4. Algemene voorwaarden/economische haalbaarheid (p. 7-8): waarom moet de initiatiefnemer inzage in de economische haalbaarheid/business case geven? Is dit een eis of een wens? In hoeverre wil de gemeente inzage hebben? 5. Algemene voorwaarden/herkomst financiering (p.
8): verzoek om deze paragraaf explicieter te maken, te onderbouwen en te motiveren. Wat verstaat de gemeente onder de gehanteerde begrippen? Hoe gaat de gemeente om met de situatie als de financiering bij indiening van het initiatief nog niet (definitief) vaststaat? 6. Algemene voorwaarden/overleg (p. 8 -9 procesparticipatie): wat verstaat de gemeente onder het begrip omwonenden? Particuliere huishoudens die binnen de gemeente op 600-800 meter van het zonnepark wonen of ook bedrijven en instellingen? Overigens pleiten wij niet voor een bandbreedte van 600-800 meter van het zonnepark, maar voor een eenduidige afstand van 600 meter waarbij wij erop wijzen dat gemeenten 400 meter aanhouden. Het begrip stakeholders (belanghebbenden in het Nederlands) is breder dan de gemeente aangeeft. Het omvat natuur- en milieuorganisaties, VVV en andere belanghebbende organisaties.
21
7. Proces- en financiële participatie/inleiding (p. 9): eerste alinea laatste zin is niet af. Graag vernemen wij wat de gemeente onder de begrippen verstaat. Tevens vragen wij of dit eisen of wensen zijn? Wij vinden dat de gemeente te ver gaat in aan te geven dat het om obligaties moet gaan/gaat! Is het niet te taak, verantwoordelijkheid en bevoegdheid van de ontwikkelaar om te bepalen welke financieringsvorm wordt gekozen? Tweede alinea eerste zin klopt taalkundig niet. Derde alinea laatste zin verzoeken wij om een toelichting wat dit concreet inhoudt. 8. Proces- en financiële participatie (p. 9): zie opmerking over 600-800 meter bandbreedte hierboven. We verzoeken wat de gemeente bedoelt met afhankelijk van de zichtbaarheid in de laatste zin in de voorlaatste alinea? Dat deze omwonende in het zicht van het zonnepark wonen? Gaat het daarbij om het gehele zonneveld (van alle zonontwikkelaars tezamen) of om alleen het zonnepark van de desbetreffende ontwikkelaar? Betreft de laatste alinea alleen windturbines of ook zonnevelden? 9. Participatieplan (p. 9-10): is de gemeente ook toehoorder bij de omgevingsdialoog van de directe omgeving? Kan de gemeente voorbeelden van aanwijzingen geven, zoals vermeld staat in de eerste zin van de laatste alinea. 10. Proces- en financiële participatie (p. 10-11): m.b.t.
de laatste alinea willen wij de gemeente aangeven dat een zonnepark een elektriciteitscentrale is en dat het ontwikkelen, bouwen en beheren van een zonnepark core business van de initiatiefnemer is. In deze context heeft een ontwikkelaar een eigen visie op zeggenschap. In de eerste alinea geeft de gemeente aan dat zij toetst of een optimale inspanning is verricht. Graag vernemen wij welke criteria hierbij gehanteerd worden en wat de gemeente onder een optimale inspanning verstaat. Verder vernemen wij graag wat de gemeente verstaat onder recht doet aan de wensen van de omgeving en wat een haalbare business case is. 11. Proces- en financiële participatie/lokaal mede-eigenaarschap (p. 11): Wat verstaat de gemeente onder eigendom productie-installaties? In de volgende paragraaf geeft de gemeente aan dat het om eigendom van de energieproductie gaat! Dit zijn tegenstrijdigheden. 12. Proces- en financiële participatie (p. 11): wat verstaat de gemeente onder een sluitende business case? In de eerste zin van de tweede alinea heeft de gemeente het over obligaties. Obligaties is vreemd en niet eigen vermogen. De laatste zin van de tweede alinea is onduidelijk wat het laatste deel betreft. Wij verzoeken de gemeente dat toe te lichten. 13. Proces- en financiële participatie/omgevingsfonds (p. 11): wij pleiten voor een onafhankelijk bestuur van dit fonds. 14.
Proces- en financiële participatie/bovenwettelijke financiële ruimte (p. 12): op hetgeen in de derde alinea hebben wij reeds ons standpunt hiervoor gegeven. Gemakshalve verwijzen wij hierna. 15. Ruimtelijke inpassingsvoorwaarden/ruimtelijke studie... (p. 13): in de tweede paragraaf van dit schrijven hebben wij feedback gegeven op dit rapport. Gemakshalve verwijzen wij daarnaar toe. 16. Ruimtelijke inpassingsvoorwaarden/landschappelijk ‘groenblauw’ raamwerk (p. 13-14): in de vierde alinea van onder op p. 14 lezen we dat ook buiten het projectgebied wij in ons inpassingsplan rekening moeten houden met landschapsontwikkeling en-beheer. Graag vernemen waarom de gemeente dat wil en wat onder projectgebied en buiten wordt verstaan? De gemeente toetst op de mate van een effectieve en aantoonbare bijdrage aan het maatschappelijk raamwerk. Graag vernemen wij welke toetscriteria daarbij worden gehanteerd en hun wegingsfactor. Tot slot verzoeken wij de gemeente aan te geven wat onder effectieve en aantoonbare bijdrage wordt verstaan. Welke grondslag hanteert de gemeente wat er in de laatste zin van deze alinea staat beschreven.
22
17. Ruimtelijke inpassingsvoorwaarden/inpassingsprincipes zonnevelden (p. 15): zie opmerkingen die wij reeds in de ruimtelijke studie hebben gemaakt m.b.t. bovenstaand onderwerp. In de laatste alinea staat beschreven dat een project moet bestaan uit aaneengesloten kavels met zonnevelden. Wij willen dat veranderen dat in het totale zonnepark, dat de drie zonneparkprojecten omvat, alle kavels bij voorkeur aaneengesloten zijn. Dit voorkomt dat initiatiefnemers onderling grondposities moeten ‘ruilen’! 18. Richtlijnen …/Inleiding (p. 16): graag vernemen wij voorbeelden van maatwerkeisen zoals in de laatste alinea staat vermeld. 19. Richtlijnen …/Overeenkomst (p. 16-17): graag ontvangen wij z.s.m. voorafgaand aan het indienen van het projectvoorstel een concept anterieure overeenkomst. 20. Richtlijnen …/Formele ruimtelijke procedure (p. 17): voorlaatste zin 2021 moet 2022 zijn. 21. De volgende onderwerpen ontbreken tot slot: - Afstemming projectvoorstellen - Faseverschil ontwikkeling zonnepark versus windpark (en de implicaties daarvan) - Planning van processtappen - Beoordelingscommissie (wie beoordeelt wat1) - Gewenste meerwaarden - Gewenste innovaties - Netaansluiting issue - Gemeentelijk streven om ontwikkelaars de mogelijkheid te bieden om SDE-aanvraag najaar 2022 te kunnen indienen - Smart Energy Hub link Reactie gemeente A Ruimtelijke studie 1.
Ten behoeve van deze studie zijn de buisleidingen volgens de Risicokaart geraadpleegd. Deze zijn meegenomen in de analyse. Overige leidingen zoals persleidingen zijn inderdaad niet meegenomen. Alle factoren die meegewogen zijn in de analyse zijn weergegeven in de bijlage. De zonnevelden zoals deze nu zijn weergegeven, vallen buiten de richtafstanden van deze buisleidingen en de andere milieuaspecten. Bij een officiële aanvraag, dient uiteraard voldaan te worden aan alle veiligheidseisen. 2. De bestaande ondergrondse infrastructuur is, middels de risicokaart, meegenomen in de berekeningen. In toekomstige, concrete initiatieven voor zon en wind zal de ruimtelijke impact van ondergrondse infrastructuur in het landschappelijk inpassingsplan moeten worden opgenomen. 3. De bomenlaan langs de Nieuwgraafsestraat hoort bij het nog verder te ontwikkelen landschappelijk raamwerk. Het is een voorbeeld waarvan ontwikkelaars een substantiële bijdrage wordt verwacht. Over de bijdrage aan het landschappelijk raamwerk worden afspraken gemaakt met de ontwikkelaar(s). 4. Er heeft soortgericht onderzoek plaatsgevonden naar vleermuizen, roeken, winterrustgebieden en algemene broedvogels in het kader van de omgevingsvergunning voor de windturbines InnoFase. De rapportages zijn openbaar beschikbaar via ruimtelijke plannen.nl. Daarnaast is de kaart op p.
12 bedoeld als indicatie voor waar ecologische waarde in het gebied gecreëerd kan worden en voor welke soorten dit kan functioneren. Het is geen totaalbeeld van de effecten van de plannen op alle soortgroepen. Toetsing op
1
23
eventuele nadelige effecten op bijvoorbeeld roofvogels en ganzen zal per project in een toetsing Wet natuurbescherming verder beschouwd moeten worden. 5. De gemeente is verantwoordelijk voor de inrichting van het gemeentegroen direct grenzend aan het bedrijventerrein InnoFase/Centerpoort-Noord. Ontwikkelaars van zon en wind zullen een bijdrage moeten leveren aan overige delen van het landschappelijk raamwerk. De gemeente voert de regie en maakt hierover bij concrete initiatieven afspraken met de ontwikkelaars. 6. De gemeente stelt geen minimum-maximum bandbreedte qua bruto omvang. 7. Wij hebben de tekst in het rapport veranderd in ‘eerste verkenning van de mogelijkheden’. 8. Deze opsomming is bedoeld om inzicht te verkrijgen in het verschil tussen de hoogtes. De effecten van de windturbines op de onder- en omliggende zonnevelden is wel meegenomen in de berekening naar de opbrengsten in het kader van een scenario afweging. Dit staat kort beschreven op p. 37. 9. Zie antwoord vragen 1 en 2. De voetafdruk waar in dit rapport rekening mee is gehouden staat beschreven op p. 37. Dit betreft een indicatieve waarde. 10. Met ‘zonneveld’ wordt bedoeld de zonnepanelen, de ruimte tussen de rijen en de ruimte voor alle technische voorzieningen die horen bij de zonnepanelen, bijvoorbeeld de transformatoren.
Regenwater wordt inderdaad op een natuurlijke manier geïnfiltreerd in de bodem en afgevoerd via het bestaande watersysteem. 11. Het gaat in dit geval om een beleidskader met principes en uitgangspunten waarmee rekening moet worden gehouden bij de toetsing van voorstellen. Het is bedoeld om ecologische waarden en eenheid in de vormgeving van de zonnevelden te garanderen. Er zal altijd maatwerk mogelijk zijn. In het landschappelijk inpassingsplan worden de definitieve afspraken met de ontwikkelaar vastgelegd. Met beplanting die past in het kommenlandschap wordt inheemse beplanting bedoeld die hoort in de komgebieden. 12. Met ‘WTG oppervlak’ worden mogelijke locaties oor nieuwe windturbines binnen het zoekgebied bedoeld. Dit gebied is bepaald in de ruimtelijke studie. In de directe omgeving van bestaande windturbines is er geen potentie voor nieuwe windturbines. 13. De opbrengstberekening geeft een indicatie voor de energieopbrengst van diverse zonneparkscenario’s. Het doel van deze analyse is om een afweging te maken tussen de gedefinieerde scenario’s. De studie bevat diverse aannames met als doel om deze afweging te maken. Die aannames zijn geenszins normstellend voor de eventueel verdere ontwikkeling van zonne-energie. Voor de berekening van de potentiële opbrengst zijn per scenario alle mogelijke zonnevelden in het gebied geselecteerd.
Dit betekent niet per se dat deze velden ook gerealiseerd gaan worden. De gebieden betreffen indicatieve locaties waarbij in deze fase grondeigendom niet als onderscheidende factor is meegewogen in de berekening. In de tekst staat inderdaad foutief 2,5 meter. Dit moet zijn 2 meter en wordt aangepast in het rapport. 14. De effecten van de vier bestaande windturbines zijn meegenomen in de raming van de energieopbrengst. De zogeffecten van de windturbines hebben invloed op mogelijk toekomstige windturbines. Dit is berekend in het windopbrengstmodel. Bij de bepaling van de zonopbrengst is met dit windpark rekening gehouden door zonnepanelen uit te sluiten op turbinelocaties en kraanopstelplaatsen. Ook zijn schaduweffecten op het zonnepark berekend. Er is vooralsnog geen scenario voorzien waarin het bestaande windpark Duiven wordt
24
vervangen. Dit windpark bestaat momenteel 7 jaar. Er is nog geen concreet zicht op een termijn wanneer de 4 windturbines worden vervangen. 15. De voorkeur van de respondent voor hoge windmolens is voor kennisgeving aangenomen. 16. Het RES-zoekgebied WZ5 kenmerkt zich door een combinatie van wind- en zonneenergie. Dat is positief vanuit zowel energie- alsmede ruimtelijke aspecten. In die gevallen waar een initiatief voor zonneparken zou samenvallen met een potentieel windturbinegebied (WTG) zal de gemeente beoordelen hoe er hiermee rekening wordt gehouden. Als een zon-initiatief een duidelijke belemmering zou vormen voor een reële windmolen-potentie, dan kan de gemeente besluiten op dat punt geen medewerking te verlenen 17. Richtafstanden betreffen vuistregels van afstanden van zon- en windparken tot bepaalde infrastructuur, objecten of andere functies. Voor windenergie worden deze richtafstanden vaak ingegeven door externe veiligheidsoverwegingen. Doordat externe veiligheid een minder grote kwestie is bij zonneparken, zijn de richtafstanden hierdoor lager. 18. De potentiële locatie voor uitbreiding van het bedrijventerrein ligt tussen de Kosterstraat en de Giesbeeksestraat. Dit wordt aangeduid op de kaart op p.45. 19. De uitgevoerde opbrengstberekeningen bevatten indicatieve waarden met algemene aannames en hebben als doel om een onderlinge afweging tussen scenario’s te maken.
De effecten van de vier bestaande windturbines zijn meegenomen bij de bepaling van de energieopbrengst. De zogeffecten van de windturbines hebben invloed op mogelijk toekomstige windturbines. Dit is berekend in het windopbrengstmodel. Bij de bepaling van de zonopbrengst is met dit windpark rekening gehouden door zonnepanelen uit te sluiten op turbinelocaties en kraanopstelplaatsen. Ook zijn schaduweffecten op het zonnepark berekend Voor beantwoording over de tijdsdimensie verwijzen wij naar voorgaand antwoord nr. 16. 20. De aspecten waarmee in deze eerste ruimtelijke studie rekening mee is gehouden zijn opgenomen in de bijlagen. Dit betreft een eerste indicatieve en niet-uitputtende studie om een beeld te krijgen van de mogelijkheden in het gebied en de daarbij horende energieopbrengsten. Bij een aanvraag dient te allen tijde alle wettelijke/ milieurechtelijke aspecten meegenomen te worden. 21. - Dit is geen zaak voor het beleidskader. - In deze studie is gekozen voor een optimalisatie van wind en zon samen - Het is niet aan de gemeente Duiven om uitspraken te doen over de gemeente Zevenaar. - Mocht blijken dat het gaat om een zonneproject met 50+MW, dan is de provincie vooralsnog bevoegd gezag. -De netaansluiting is inderdaad buiten deze studie gelaten. Vanzelfsprekend dient er voor de realisatie door de ontwikkelaar overleg plaats te vinden met de netbeheerder.
B Beleidskader 1. Er wordt in de tekst een passage over innovatie opgenomen. De gemeente staat open voor innovatie en wil ruimte bieden aan alternatieven. Daarnaast staat de gemeente in principe ook open voor oplossingen gerelateerd aan systeemefficiëntie. Ervaringen zullen gedeeld worden in RES-verband. 2. De betreffende opsomming is niet uitputtend. Wel worden klimaatadaptatie, biodiversiteit en recreatieve doeleinden opgenomen in deze tekst. 3. We zien een zonnepark als een tijdelijke invulling. De gemeente kiest ervoor om medewerking te verlenen voor een termijn van 25 jaar. De huidige bestemming van de betreffende gronden blijft gelden. In afwijking van deze bestemming kan gedurende een periode van 25 jaar een zonnepark worden geëxploiteerd. 25
4. Deze passage wordt aangepast. De initiatiefnemer hoeft geen inzage te geven in de businesscase, maar dient wel de financiële haalbaarheid van het plan aan te tonen. 5. Deze passage wordt aangepast. Het is begrijpelijk dat enkele elementen rondom de financiering bij het indienen van een eerste voorstel nog niet helemaal vast staan. We verwachten dat de gehele financiering bij de eventuele vergunningverlening voldoende vast staan. Hierover maken we afspraken, welke we vastleggen in een overeenkomst. 6. De gemeente is zich ervan bewust dat het begrip belanghebbenden breder is. Dit wordt aangepast in de tekst. Voor zonnevelden gebruiken we een vuistregel van minimaal 600 meter tot maximaal 800 meter. Deze straal wordt in overleg bepaald en is mede afhankelijk van de betreffende kavels, de ligging, wat er in de nabijheid is en de zichtbaarheid. De gemeente Duiven kijkt hier per geval in mee. Voor wind houden we 10x de tiphoogte als definitie van de omgeving, dit in lijn met de juridische uitspraak over belanghebbenden bij windparken. 7. De taalkundige opmerkingen worden verwerkt in het beleidskader. De begrippen procesparticipatie en financiële participatie zijn in de tekst reeds uitgelegd. Gemeente Duiven ziet procesparticipatie als eis. De gemeente verwacht dat ontwikkelaars zich maximaal inspannen om aan het streven van minimaal 50% lokaal eigendom te kunnen voldoen.
We zien obligaties als een van de verschillende vormen van financiële participatie. Dit wordt ter verduidelijking aangepast in het beleidskader. 8. De eerste zin van de laatste alinea heeft betrekking op initiatieven voor windturbines en zonneparken. De belanghebbenden kunnen per initiatief verschillen, maatwerk is essentieel. De laatste zin heeft betrekking op initiatieven op windturbines. Zie ook antwoord 6. 9. De gemeente is geen toehoorder bij de individuele gesprekken met de directe omgeving. Bij bredere bijeenkomsten zal de gemeente als toehoorder aansluiten. Het is aan de initiatiefnemer om de bevindingen hiervan in verslaglegging vast te leggen. Een voorbeeld van een aanwijzing is bijvoorbeeld om een bepaalde belangenroep te betrekken in het participatieproces. 10. De gemeente begrijpt het belang van de ontwikkelaar. Dit betreft een kwalitatieve toetsing. De initiatiefnemer dient voor te leggen hoe de proces- en financiële participatie is uitgevoerd, wat de resultaten daarvan waren en hoe dit meegenomen is in het projectplan. Met een haalbare businesscase wordt bedoeld dat de initiatiefnemer de financiële haalbaarheid van het plan dient te onderbouwen. 11. De tekst wordt veranderd in lokaal eigendom. 12. Deze tekst wordt aangepast in het beleidskader. Financiële participatie hoeft niet per se in de vorm van obligaties.
In de Participatiewaaier zijn de verschillende vormen van financiële participatie omschreven, deze lijn nemen we over in het beleidskader. Daarbij blijft het streven naar 50% lokaal eigendom en zeggenschap. Met een sluitende businesscase wordt bedoeld dat de initiatiefnemer de financiële haalbaarheid van het plan dient aan te tonen. Deze passage wordt aangepast. 13. In de tekst van het beleidskader is reeds opgenomen dat er een onafhankelijk bestuur kan worden aangesteld. 14. Reeds beantwoord in onderdeel A. 15. Idem 16. De gemeente kiest voor clustering van zon en wind in dit zoekgebied. Tegelijkertijd dient het landschap en de biodiversiteit versterkt te worden. Daarom wordt van de ontwikkelaars een bijdrage in het landschappelijke raamwerk en een landschappelijk inpassingsplan gevraagd. Hierover worden nadere afspraken gemaakt met de ontwikkelaars. Dat is maatwerk: naarmate een zonnepark groter is, zal een grotere
26
bijdrage worden verwacht. Belangrijk is dat aantoonbaar (hetzij fysiek, hetzij met financiële bijdragen) geborgd wordt dat het landschappelijk raamwerk wordt versterkt. 17. Dat is een terecht punt. Wij zullen de tekst daarop aanpassen. 18. Dit is maatwerk en afhankelijk per situatie, dit wordt dan pas concreet. 19. De gemeente doet hier een voorstel voor, zoals beschreven op p. 17. 20. Dat klopt, de tekst wordt aangepast naar 2022. 21. - Afstemming projectvoorstellen Dit is een terecht punt, dit is wenselijk voor het afstemmen van de plannen op elkaar en ook voor de communicatie. Hierover wordt een passage toegevoegd in het beleidskader. - Faseverschil ontwikkeling zonnepark versus windpark (en de implicaties daarvan) → zon versus wind De fases van de ontwikkeling van een zonnepark en windpark kunnen verschillen. De gemeente ziet kansen voor de combinatie van zonnepark en windpark. Dit is afhankelijk van de initiatieven die uit de markt komen. - Planning van processtappen De richtlijnen voor het proces van concrete initiatieven zijn beschreven in hoofdstuk 6. Een planning is afhankelijk per project en wordt daarom niet opgenomen in het beleidskader. - Beoordelingscommissie (wie beoordeelt wat: één voor wind en één voor zon?) De gemeente beoordeelt zelf de initiatieven, er bestaat geen voornemen voor specifieke beoordelingscommissies.
- Hoe wordt beoordeeld: wat zijn de beoordelingscriteria en hun onderlinge weging Het beleidskader beschrijft de beoordelingscriteria waaraan getoetst wordt, er is geen sprake van een onderlinge weging. - Gewenste meerwaarden De meerwaarden zijn in het beleidskader en ruimtelijk kader omschreven. Verdere specificering volgt bij concrete initiatieven. - Gewenste innovaties In het beleidskader wordt een passage over innovatie toegevoegd. - Netaansluiting issue Dit wordt al benoemd in het beleidskader. Daarbij staan we ook open voor innovatie. - SDE-subsidies: De gemeente begrijpt het belang hiervan, maar kan geen garanties geven ten aanzien van indieningsmijnen. - Smart Energy Hub InnoFase: Dit zal genoemd worden in de passage over innovatie, die toegevoegd wordt. Respondent 5 Zienswijze/reactie 1. In het gemeentelijk kader is de landschappelijke inpassing vrij ver uitgewerkt. De achtergrond daarvan steunen we, namelijk goed ingepaste zonneparken met een meerwaarde voor de omgeving qua biodiversiteit. De voorschriften zijn soms echter dermate dwingend, dat ze onze landschapsarchitect en de omgeving alle creativiteit ontnemen. Graag zien wij dat de inpassingsvoorschriften een advies zijn, waarop onderbouwd kan worden afgeweken. 2.
Wij missen in de studies een aantal kabels en leidingen naast de wel ingetekende gasleiding, die van invloed zijn op het ontwerp en inpassing van de parken. Zo loopt er een brede strook van 25 meter aan kabels en leidingen ten noorden van de A12 die de 27
plaatsing van panelen verhindert. Ook loopt er een persriool over het InnoFase terrein die de inpassing van de zonneparken beïnvloedt. Op zich geen probleem, maar wel in combinatie met alle dwingend voorgeschreven andere inpassingsmaatregelen. Geef de ontwikkelaar de ruimte om met een creatief en goed ontwerp te komen, rekening houdend met alle wensen en beperkingen. Zo kunnen we bijvoorbeeld de ruimte boven leidingen goed benutten voor de 20% kwaliteitsverbetering. 3. Wij zetten ons voor grotere zonneparken graag in om tot 50% lokaal eigenaarschap te komen, of een vergelijkbare manier waarop 50% van de waarde van het zonnepark bij de omgeving terechtkomt. Graag gaan we daar de dialoog aan met de omgeving en de energiecöoperatie om dit goed in te vullen. De tekst uit het beleid wordt soms echter zo specifiek, dat alle ruimte uit het gesprek verdwijnt. Op andere momenten zit deze er wel in. Een specifiek punt zouden wij er graag uit hebben, simpelweg omdat deze specifieke vorm voor een klein en vaak ook niet voor een groter zonnepark haalbaar is. “Concreet wordt verwacht dat de initiatiefnemer initieel tenminste 50% van de hoogte van het eigen vermogen in de vorm van obligaties beschikbaar stelt.” 4. In het ontwerp beleidskader staat: “Het planologisch régime hiervoor is het verlenen van een tijdelijke omgevingsvergunning van maximaal 25 jaar”.
Wij zouden er voor willen pleiten dit te verlengen tot in ieder geval 26 jaar en het liefst 31 jaar. In de praktijk kost het een half jaar om een zonnepark te bouwen en een half jaar om hem weer af te breken. De businesscase van een zonnepark is uitgerold op 25 of 30 jaar. Om het zonnepark goed te benutten is een vergunning van 26 jaar noodzakelijk. Omdat het zonnepark na 25 jaar zeker nog 5 jaar mee kan, is een periode van 31 jaar ideaal. Reactie gemeente 1. Het gaat in dit geval om een beleidskader met principes en uitgangspunten. Het is bedoeld om ecologische waarden en eenheid in de vormgeving van de zonnevelden te garanderen. Er zal altijd maatwerk nodig zijn. In het landschappelijk inpassingsplan worden de definitieve afspraken met de ontwikkelaar vastgelegd. 2. Dit kader betreft enkel een eerste ruimtelijke studie naar de mogelijkheden van wind en zon in het gebied en stelt aan de hand daarvan richtlijnen op. De gemeente staat open om initiatieven op een zo goed mogelijke manier in te vullen. 3. Deze tekst wordt aangepast in het beleidskader. Financiële participatie hoeft niet per se in de vorm van obligaties. In de Participatiewaaier zijn de verschillende vormen van financiële participatie omschreven, deze lijn nemen we over in het beleidskader. Daarbij blijft het streven naar 50% lokaal eigendom en zeggenschap. 4. Zie respondent 4, beleidskader, antwoord 3.
Respondent 6 Zienswijze/reactie 1. Het rapport SAB/Pondera geeft vanaf vier standpunten visualisaties van de opties voor windparken 120-120 140-142 en 160-160; deze zijn inzichtelijk. In de plaatjes in het rapport lijken de as- en tiphoogtes van de opties niet veel te verschillen, in werkelijkheid zal dit wel degelijk in het oog springen, zeker bij bepaalde lichtval en afhankelijk van de reflectie van zonlicht door mast en wieken. Wij menen dat hiermee rekening gehouden moet worden door een bewegende visualisatie (bijv. windplanner.com) en met diverse intensiteit en invalshoek van zonlicht, resp. diverse reflectie-intensiteit. Ook zijn er geen visualisaties opgenomen vanaf Velp bedrijventerrein de Beemd, locatie Broekdijk langs de Velperwaarden. Wij constateren dat inwoners van onze woonwijk Velp-Zuidoost op grond van de vigerende afstandsnorm bij de 160-160 windparkoptie belanghebbenden zijn. 28
2. Het rapport vermeldt (p. 23) als inrichtingsprincipe voor een nieuw windpark: ´Wanneer een keuze wordt gemaakt voor een nieuwe hoogte windturbine geldt dat voor alle overige nieuwe turbines in het gebied.´ Dit geldt met terugwerkende kracht evenzeer, wat ons betreft. Een windpark vanaf onze (over)zijde van de rivier op de gezichtseinder springt het minst in het oog springt, en is visueel het minst storend, indien de hoogte van een nieuw windpark overeenkomt met het bestaande windpark InnoFase, of -maximaal- aan de hoogte van het vergunde windpark van WRIJ. Ofwel de 120-120 dan wel de 140-142 variant. De 160-160 variant wijkt visueel zeer sterk af van de genoemde windparken, zeker in het landschapsperspectief over de rivier. Ook zal deze het hoogte het zicht vanuit de Liemers op de Veluwezoom domineren. Wij menen daarom dat vanwege de landschappelijke impact in het Beleidskader de variant 160-160 dient te worden geschrapt. 3. Het ontwerp Beleidskader vermeldt 'Met [ ... ] het vastleggen [ ... ] voor concentratie van wind- en zonne-energie in het gebied WZ5 ontwikkelt het hele gebied zich nog meer als een energielandschap dan nu al het geval is. Hierdoor verandert het uiterlijk en de beleving van het landschap in dit deel van de gemeente sterk.
Dat hoort bij de uitgesproken voorkeur voor clustering en niet voor versnippering over de andere delen van de gemeente.' Ook dit aspect van ontwikkeling is voor de landschapsbeleving vanuit Velp, met name vanaf de Broekdijk en Lathumseveerweg, bepalend. Zo zien wij dat de massieve bouw van de bedrijfshal van het circulaire bedrijf InSus de gezichtseinder over de rivier onverwacht en opvallend bepaalt. Wij begrijpen de opzet en uitbouw van InnoFase als circulair bedrijfspark en energiepark. Daarom pleiten wij voor het maximaal realiseren van zon-op-dak op te ontwikkelen bedrijfshallen en parkeergelegenheid, evenals op bestaande bedrijfshallen. Duiven kan daarin op InnoFase een voortrekkersrol innemen. Zo wordt dit maximaal complementair met zon-op-land, en hoeft het areaal zonnevelden zoals in het onderzoek van SAB/Pondera beschreven, minder grondoppervlak te beslaan. 4. Het ontwerp Beleidskader vermeldt (p14): [ ... ] heeft de provincie Gelderland in haar Omgevingsverordening regels gesteld voor wanneer er sprake is van ganzenfoerageergebieden. In de nieuwste versie van deze verordening (2021) staan meer mogelijkheden.
Het beschermingsregime biedt ruimte voor ontwikkeling, zolang de functie van het rustgebied behouden blijft of wordt gecompenseerd.' Vanwege het onderzoek naar leefgebied van de wespendief volgt gemeente Rheden het moratorium op het extra verkenningsgebied (RES 2.0) voor wind in de Velperwaarden. Wij zien dat hier druk is op de corridor voor trekvogels. Die omvat nu grofweg de uiterwaarden (Natura2000 Rijntakken), samenvallend met het Rivierklimaatpark. Bouw van windturbines (WRIJ windpark; technische ruimte voor RES windgebied in blauwe cirkel) nabij de dijk aan de zuidoever betekent extra inperking en versmalling van die corridor. Het windpark Koningspleij heeft hierop vanaf 2022 ook effect. Ook de ontwikkeling van windpark WRIJ is al zeer dicht bij rivier en uiterwaard, met mogelijk effect op trekvogels en ganzenrustgebied. Hoe wordt het cumulatieve effect van meerdere, ongelijktijdig gerealiseerde windparken op nabije Natura2000 (Rijntakken) gebieden Hondsbroekse Pleij, Velperwaarden en Koppenwaard beoordeeld? Het is de vraag of mitigerende maatregelen (tijdelijke stilstand, kleur van de wieken, afschrikking, of andere innovatieve technieken) voldoende zijn om letsel en sterfte onder vogels te voorkomen.
Hoe wordt dit onderzocht en gemonitord, ook in samenhang met de andere genoemde windparken? Vanuit natuurbelang zijn wij daarom tegenstander van de plaatsing van windturbines dichter bij de rivier dan het bestaande windpark InnoFase. Reactie gemeente 1. De visualisaties geven een (statisch) beeld van hoe de verschillende hoogtes van de windturbines zichtbaar zullen zijn. Ook deze visualisaties zijn gebruikt om een afweging te 29
maken in de verschillende scenario’s. Bij concrete initiatieven voor windturbines kan een ontwikkelaar eventueel bewegende visualisaties gebruiken om een beeld te krijgen van de impact van een windturbine in de omgeving. Ten aanvulling op onze visualisaties hebben wij nog een extra visualisatie vanuit Velp toegevoegd. De opgevraagde locatie was niet beschikbaar voor dit programma, derhalve is gekozen voor een andere locatie welke het meest bij de gevraagde locatie overeen komt. 2. Zie gezamenlijk advies van de Erfgoedcommissie Duiven-Zevenaar en het Gelders Genootschap, antwoord 18. 3. De gemeente onderschrijft het belang van het plaatsen van zonnepanelen op daken van bijvoorbeeld (nieuwe) bedrijven. Dit beleidskader richt zich niet op deze opgave. Maar om het belang te duiden wordt de tekst van het beleidskader aangepast en wordt deze opgave wel benoemd. Er wordt in de RES al uitgegaan van grote inzet op zon op dak (0,49 TWh). Maar om de totale ambitie te realiseren zijn zon op dak als zon op land nodig. Dit is dus al complementair aan elkaar. Gemeente Duiven blijft inzetten op bewustwording rondom zon op (bedrijfs)daken. Daarnaast kijkt de gemeente – in regionaal verband – wat de nieuwe wetgeving vanuit de Omgevingswet voor mogelijkheden biedt om zon op industriële daken verplicht te stellen.
Indien de wetgeving dat toelaat, is de gemeente bereid deze mogelijkheden toe te passen. 4. In de ruimtelijke studie is gekeken naar algemene invloedzones van Natura 2000-gebied en andere beschermde gebieden. Er is echter nog geen specifieke toetsing van aantasting aan natuurwaarden of instandhoudingsdoelen van gebieden gedaan. Toetsing aan de Wet natuurbescherming (soortbescherming en gebiedsbescherming) en andere natuurwetgeving zal per project nog getoetst worden. In deze toetsingen wordt ook naar cumulatieve effecten met andere windparken gekeken. Respondent 7 Zienswijze/reactie Beleidskader 1. Op p. 6 is opgenomen dat “de levensduur van een zonnepark op dit moment ongeveer 25 jaar is”. Daarom wordt er gekozen voor het verlenen van een tijdelijke omgevingsvergunning van maximaal 25 jaar. De levensduur van een zonnepark is echter zeker 30 jaar. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid en economische haalbaarheid achten wij het daarom wenselijk om omgevingsvergunningen voor zonneparken te verlenen voor 30 jaar. 2. In het verlengde hiervan wordt opgemerkt dat er tijdelijke vergunningen worden verleend waarbij na afloop van deze periode het land weer in gebruik wordt genomen voor agrarische doeleinden conform de onderliggende bestemming. Voor de grondeigenaren is het van belang dat zij de percelen, na de exploitatiefase van het zonnepark, weer ten volle kunnen benutten.
Echter ongeveer 20% van het areaal wordt in beslag genomen door landschappelijke inpassing. In sommige gevallen heeft de, in de ruimtelijke visie opgenomen, inpassing ook een redelijk duurzaam karakter zoals struweel en natuurvriendelijke oevers. Kan de gemeente uitleggen hoe deze landschappelijke inpassing zich verhoudt met de agrarische functie en toezeggen dat de grondeigenaren de grond weer ten volle in gebruik kunnen nemen? 3. Op p. 10 is opgenomen dat “wanneer een lokaal actieve energiecoöperatie (al functionerend of in oprichting) interesse toont in actieve deelname aan het project, zij vanaf het begin een vaste gesprekspartner van de initiatiefnemer is. De gemeente verwacht dat beide tot onderlinge afspraken komen”. Daarnaast is op dezelfde p. 30
4.
5.
6.
7.
opgenomen “De initiatiefnemer verkent tijdens de omgevingsdialoog ook de wensen uit de omgeving voor de wijze en omvang van financiële participatie aan een project. Een actieve lokale energiecoöperatie krijgt de gelegenheid om vormen van zeggenschap over ontwikkeling, realisatie en beheer alsook mede-eigenaarschap met de initiatiefnemer af te spreken. De gemeente brengt partijen bij elkaar en stimuleert het onderlinge overleg”. Voor ons is niet duidelijk hoe het belang van de omgeving zich verhoudt tot het belang van een energiecoöperatie omdat het niet zondermeer zo is dat deze belangen samenvallen. Conform het Klimaatakkoord is het doel van financiële participatie dat niet alleen de lasten maar ook de lusten in de omgeving van een energieproject terecht komen. Volgens de principes van de ‘participatiewaaier’ moet invulling gegeven worden aan financiële participatie waarbij de participatiewaaier het belang van de omwonenden als uitgangspunt hanteert. Wij zouden graag meer duidelijkheid wensen over de verhouding van het belang van de omgeving en het belang van de energiecoöperatie. Ook op p. 10 staat “Een actieve lokale energiecoöperatie krijgt de gelegenheid om vormen van zeggenschap over ontwikkeling, realisatie en beheer alsook mede-eigenaarschap met de initiatiefnemer af te spreken”.
Wij staan hier positief tegenover omdat wij denken dat dit bijdraagt aan de acceptatie van wind- en zonneparken. Financiële participatie is alleen mogelijk als er een rendabel project wordt ontwikkeld en daar is de planning een belangrijk onderdeel van. Eventuele medezeggenschap en mede eigenaarschap mag dan ook niet ten koste gaan van de beoogde planning en geen risico’s toevoegen. Ook zien we graag dat erkend wordt dat over het algemeen energiecoöperaties en ontwikkelaars niet gelijkwaardig zijn in hun expertise en ervaring en dat ontwikkelende partijen al jaren bezig zijn met het opbouwen van deze expertise an sich en ook al jaren zowel tijd als geld investeren om een project in het InnoFase gebied te ontwikkelen. Op p. 11 van het beleid staat onder het kopje “Financiële participatie en proberen 50% lokaal eigendom te halen” dat “Concreet wordt verwacht dat de initiatiefnemer initieel tenminste 50% van de hoogte van het eigen vermogen in de vorm van obligaties beschikbaar stelt.” Wij zetten ons bij de ontwikkeling van zonneparken graag in om tot 50% lokaal eigenaarschap te komen, echter het is voor ons cruciaal dat er in het beleid niet op wordt vooruitgelopen hoe dat precies moet plaats vinden. Er zijn namelijk verschillende manieren om lokaal eigenaarschap te organiseren. Wat ons betreft is dit onderdeel van de dialoog met de omgeving.
Wij verzoeken u de specificatie “Concreet wordt verwacht dat de initiatiefnemer initieel tenminste 50% van de hoogte van het eigen vermogen in de vorm van obligaties beschikbaar stelt” te laten vervallen. Op p. 15 is opgenomen dat een zonneparkproject moet bestaan uit aaneengesloten kavels met zonnevelden. Graag verzoeken wij de gemeente om hier aan te sluiten bij wat ruimtelijk logisch is. Meerdere projecten samen kunnen er immers voor zorgen dat zonnekavels ruimtelijk aaneengesloten zijn. In hoofdstuk 4 ‘Proces- en financiële participatie, waaronder 50% lokaal eigendom’ zijn randvoorwaarden opgenomen voor procesparticipatie en financiële participatie. Voor ons is niet duidelijk waarom zonneparken in de paragraaf ‘Bovenwettelijke financiële ruimte’ genoemd worden. In de gedragscode zon op land is geen bovenwettelijke financiële ruimte opgenomen. Wij veronderstellen dan ook dat het wenselijk om zonneparken niet te noemen in deze paragraaf, om verwarring te voorkomen.
Ruimtelijke studie 1. Inpassingsprincipes zon en wind Ten aanzien van de inpassingsprincipes voor zonnevelden op p. 25 en 26 zien hebben wij op 3 onderwerpen een aantal opmerkingen: 1. Verhouding zonnepanelen - ruimte voor inpassing Onder het kopje Verhouding zonnepanelen – ruimte voor inpassing is 31
opgenomen dat als verhouding tussen de oppervlakten van de zonnevelden plus alle bouwwerken die daarbij horen en de ruimte voor de ecologische en landschappelijke inpassing 80 - 20 wordt aangehouden. Wij vinden het van belang dat in de ruimtelijke studie wordt opgenomen dat de situering van leidingen in het plangebied van invloed zijn op deze verhouding. Ook zien we graag opgenomen in de ruimtelijke studie dat de ‘inpassingsprincipes zonnevelden’ op basis van maatwerk kunnen worden uitgewerkt in het landschappelijk ontwerp van een zonnepark waarbij de verhouding 80 – 20 leidend is. Zie hiervoor ook de zienswijze onder het kopje 3. Randen. 2. Bebouwing Onder het kopje Bebouwing zijn alleen transformatoren en bijgebouwen benoemd. Wij zien graag dat hier ook inkoopstations en batterijen worden benoemd. 3. Randen Hier is opgenomen dat de rand tot een zonneveld bestaat, afhankelijk van het specifieke wegprofiel, uit een zone van minimaal 20 meter met een bloemrijke grasberm met langs sommige wegen een bomenrij en/ of een watergang en een struweelhaag. Bij de nadere uitwerking van de inpassingsprincipes, na p. 26, wordt in de doorsnedes afgeweken van dit principe.
Er zijn doorsnedes zoals de doorsnede van de rand bij de Kievitstraat waar een grotere minimale afstand tussen het wegprofiel en de panelen is weergegeven (20m bloemrijk grasland, 5m struweel en 3,5m onderhoudspad) en er zijn doorsnedes waar een kleinere minimale afstand is weergegeven zoals bij de doorsnede van de rand van de Nieuwgraafsestraat (10m watergang met natuurvriendelijke oever en 3,5m onderhoudspad). In de doorsnedes op p. 27 tot en met 34 is ook geen rekening gehouden met een mogelijk benodigd hekwerk waardoor de rand tussen de weg en de panelen groter wordt dan in de doorsnede is opgenomen. Wij zien daarom graag dat in de ‘inpassingsprincipes zonnevelden’ op p. 25 onder het kopje randen wordt aangegeven dat gestreefd wordt naar een rand tussen de openbare weg en een zonneveld van 20 meter breed. Tevens zien we graag dat aangegeven wordt dat de doorsnedes op p. 27 tot en met 34 indicatief zijn. Op deze manier kan iedere rand op basis van maatwerk, en in overleg met belanghebbenden, uitgewerkt worden en kan ook de verhouding panelen versus inpassing van 80 – 20 gerealiseerd worden. Als alle randen tussen de openbare weg en de zonnevelden 20 meter dienen te zijn dan is deze verhouding niet te realiseren. Tevens is hier opgenomen dat er langs een watergang ruimte is voor rietgroei.
Wij zijn graag dat hier wordt toegevoegd dat er ruimte is voor rietgroei bij watergangen die dienen als afscheiding van een zonneveld. Dit betekent dat het dus niet voor alle watergangen geldt. 4. 4. Tussenruimte Op p. 33 is de tussenruimte tussen de zonnevelden uitgewerkt. Niet duidelijk is wat de strekking is van de tekening op deze p. waarop een aantal sloten zijn gemarkeerd. De indruk wordt gewekt dat bij deze sloten een groene tussenruimte van 15 meter is vereist. In de inpassingsprincipes is echter opgenomen dat de tussenruimte vereist is tussen afzonderlijke zonnevelden met een maximale grootte van 10 hectare. Wij zien graag dat op p. 33 wordt toegevoegd dat een groene tussenruimte is vereist als er sprake is van een scheiding tussen afzonderlijke zonnevelden. Daarnaast wordt hier aangegeven dat tussen de rijen zonnepanelen de ruimte minimaal 2 meter moet zijn, ten
32
behoeve van optimalisatie van het zonnepark is het wenselijk dat dit een streven is waar gemotiveerd vanaf geweken kan worden. 5. Scenario’s zon en wind In dit hoofdstuk zijn een aantal scenario’s uitgewerkt. Het is niet altijd helder hoe deze scenario’s zich tot de ontwerpprincipes verhouden. We gaan ervanuit dat een en ander illustratief en indicatief is, maar het zou verhelderend zijn als dit duidelijk wordt weergegeven. Een paar voorbeelden: - Op p. 37 is op figuur 2 de oriëntatie van de rijen zonnepanelen verbeeld. Deze oriëntatie lijkt gebaseerd op de richting van de Wijde Wetering. Wij denken dat het, uitgaande van de landschappelijke kwaliteit, wenselijker is om oriëntatie te baseren op de Nieuwgraafsestraat omdat het zonnepark vanaf deze weg beleefd wordt en niet vanaf de Wijde Wetering. - Op p. 37 is op figuur 3 een zijaanzicht van de zonne-energie opstelling weergegeven. Dit betreft een verouderde opstelling, welke niet representatief is voor de huidige zonnepaneelopstellingen, dit geldt met name voor de hellingshoek en de tafellengte. Wij zien daarom graag dat aan figuur 3 wordt toegevoegd dat het een voorbeeld opstelling betreft. - Op p. 39, 41 en 43 zijn op respectievelijk figuur 5, 7 en 9 de afzonderlijke zonnevelden en de onderhoudspaden ingetekend waarbij niet duidelijk is wat de status van deze figuur is.
Wij zien graag dat bij deze figuur wordt aangegeven dat het een indicatieve figuur is zodat het mogelijk is om de zonnevelden en de onderhoudspaden, binnen de inpassingsprincipes, ook een andere vorm te geven. - Op p. 38, 40 en 42 worden opstellingen weergegeven hoe toekomstige windturbines zou kunnen worden gesitueerd, echter dit zijn slechts indicaties. We zouden dat ook graag vermeld zien. Reactie gemeente Beleidskader 1. Zie respondent 4, beleidskader, antwoord 3. 2. Een deel van de inrichting zal permanent zijn. Dat betreft een groene zone aan weerszijden van de Wijde Wetering en een natuurvriendelijke oever langs de Nieuwgraafsewetering. De overige landschappelijke inpassingen, de bloemrijke stroken en het afschermende struweel, zijn net als de zonnepanelen tijdelijk. De agrarische functie blijft in tact. Na 25 jaar is de grond weer te gebruiken voor agrarische doeleinden. 3. Het gaat erom dat er tijdens het proces voldoende ruimte is voor suggesties, vragen en bezwaren, dat de baten lokaal terecht komen en dat er gestreefd wordt naar het realiseren van 50% lokaal eigendom. Dit is in lijn met het Nederlandse Klimaatakkoord. Hier is de oorspronkelijke passage op p. 10 en 11 op gericht. Waarbij een energiecoöperatie bedoeld is als een van de opties om hier uitwerking aan te geven. De gemeente is bekend met de verschillende belangen.