Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Politieke Avond van 13 april 2023
Agenda bijlagen Agenda extra Politieke Avond 13 april 2023.docx A A.1
- RAADZAAL te volgen via de livestream 19.30 – 20.30 - Verordening Leerlingenvervoer Duiven 2023 / debattafel De raad wordt gevraagd akkoord te geven voor een nieuwe verordening leerlingenvervoer: tegemoetkoming in kosten (of aangepast vervoer) voor leerlingen die niet zelfstandig kunnen reizen. 0. Behandeladvies Verordening leerlingenvervoer Duiven 2023 inc. opbrengst 4 april.docx 1a. Raadvoorstel leerlingenvervoer Duiven 2023 - getekend.pdf 1b. Raadvoorstel leerlingenvervoer Duiven 2023.docx 2. Concept Raadsbesluit leerlingenvervoer Duiven 2023.docx 3. 201599731 – motie leerlingenvervoer 22 juni 2021.pdf 4. 201599730 – verordening leerlingenvervoer Duiven 2023.pdf 5. 201599728 – beleidsregels leerlingenvervoer Duiven 2023.pdf 6. 201599827 – advies Raad voor Sociaal Domein.pdf 7. 201599930 – veranderingen verordening 2023 t.o.v. verordening 2014.pdf 8. 201601415 – reactie advies Raad voor Sociaal Domein Duiven.pdf Antwoord DOED - leerlingenvervoer tech.vragen.docx Antwoord Lokaal Alternatief - leerlingenvervoer TIP.docx Antwoord Lokaal Alternatief Verordening leerlingenvervoer Duiven 2023 TIP deel II.docx Antwoord PvdA Duiven - vragen Politieke Avond 7 maart leerlingenvervoer 2022.docx Antwoord Technische vragen CDA - LeerlingenvervoerTIP.docx Antwoord Vragen GroenLinks - Bezuinigingen m.b.t.
leerlingenvervoer TIP.docx Bijlage - 201602345-Brief aan ouder(s) getekende en verzonden brief leerlingenvervoer.pdf Bijlage - Aanvraag LLV duiven schooljaar 2021-2022.pdf Bijlage -201604685-Rapport Evaluatie Opstapplaatsen Westervoort _06-07-2022.pdf Aanvullende vragen GroenLinks - Bezuinigingen m.b.t. leerlingenvervoerTIP -met antw.pdf Toezegging Lokaal Alternatief politieke avond 7 maart 2023.docx 2023-04-06 beantwoording VVD inz LLV nav politieke avond 4 april 2023.docx 2023-04-06 PvdA - Beantwoording aanvullende vragen PvdA Leerlingenvervoer Politieke Avond 4 april 2023.docx
A.2
20.35 – 21.30 - Verordening Jeugdhulp Duiven / ronde tafel In een verordening staan regels van de gemeente over een specifiek thema: in dit geval over jeugdhulp. Kan de gemeenteraad instemmen met deze nieuwe versie? 0. Behandeladvies Verordening jeugdhulp Duiven 2023.docx 1a. Raadsvoorstel Verordening Jeugdhulp Duiven 2023.pdf 1b. Raadsvoorstel Verordening Jeugdhulp Duiven 2023.docx 2. Concept Raadsbesluit verordening Jeugdhulp gemeente Duiven 2023.docx 3. 201596171-Verordening Jeugdhulp gemeente Duiven 2023.docx 5. 201604475-Reactie op advies RSDD inzake verordeningen Wmo en Jeugdwet.pdf 4. 201603596-Advies verordening jeugdhulp Raad voor Sociaal Domein Duiven.pdf 6. 201604859-Veranderingen nieuwe verordening jeugdhulp gemeente Duiven 2023.docx Vragen GroenLinks - Verordening Jeugdhulp en WMO Duiven TIP combi.docx PvdA Duiven - vragen Politieke Avond Jeugdhulp 13042023 - beantw techn vragen.docx
Lokaal Alternatief - vragen Verordening Jeugdhulp WMO gecombineerd 13 april 2023 TIP -beantw techn vragen.docx A.3
21.35 – 22.30 - Verordening Wmo Duiven / ronde tafel In een verordening staan regels van de gemeente over een specifiek thema: in dit geval de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Kan de raad instemmen met deze nieuwe versie? 0. Behandeladvies Verordening Wmo gemeente Duiven 2023.docx 1a. Raadsvoorstel verordening Wmo gemeente Duiven 2023.pdf 1b. Raadsvoorstel Verordening Wmo gemeente Duiven 2023.docx 2. Concept Raadsbesluit Verordening Wmo gemeente Duiven 2023.docx 3. 201596173-Verordening Wmo Duiven gemeente 2023.docx 5. 201606666-Reactie op advies RSDD concept verordeningen Wmo en Jeugdwet.pdf 4. 201603597-Advies verordening Wmo Raad voor Sociaal Domein Duiven.pdf 6. 201604858-Wijzigingen op hoofdlijnen oude en nieuwe verordening in overzicht.docx Vragen GroenLinks - Verordening Jeugdhulp en WMO Duiven TIP combi.docx PvdA Duiven - vragen Politieke Avond WMO 13042023 - beantw techn vragen.docx Lokaal Alternatief - vragen Verordening Jeugdhulp WMO gecombineerd 13 april 2023 TIP -beantw techn vragen.docx
Agenda bijlagen 1 Agenda extra Politieke Avond 13 april 2023.docx
Agenda Politieke Avond 13 april 2023 Raadzaal Tijdstip: 19.30 – 20.30 Onderwerp: Verordening leerlingenvervoer Duiven 2023 Debattafel Portefeuillehouder: weth. Goossen Voorzitter: Marco Holtus
Tijdstip: 20.35 – 21.30 Onderwerp: Verordening Jeugdhulp Duiven Ronde tafel Portefeuillehouder: weth. Goossen Voorzitter: Mathieu Maanders
Tijdstip: 21.35 – 22.30 Onderwerp: Verordening Wmo Duiven Ronde tafel Portefeuillehouder: weth. Goossen Voorzitter: Joyce Zwaga
A.1 19.30 – 20.30 - Verordening Leerlingenvervoer Duiven 2023 / debattafel 1 0. Behandeladvies Verordening leerlingenvervoer Duiven 2023 inc. opbrengst 4 april.docx
Onderwerp Ondertitel Portefeuillehouder Behandelend ambtenaar Belangrijkste bespreek- en/of beslispunten Historie
Opbrengst ronde tafel 7 maart
Verordening leerlingenvervoer Duiven 2023 De raad wordt gevraagd akkoord te geven voor een nieuwe verordening leerlingenvervoer: tegemoetkoming in kosten (of aangepast vervoer) voor leerlingen die niet zelfstandig kunnen reizen. Wethouder Goossen Zaaknummer Z/23/ 103989 Arthur de Boer a.deboer@1stroom.nl 1. Verordening Leerlingenvervoer Duiven 2023 vast te stellen. 2. Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Duiven 2014 in te trekken. 3. Kennis te nemen van de beleidsregels 2023 die het college na vaststelling van de nieuwe verordening in werking wil stellen. Het college was in de vorige raadsperiode van plan om wijzigingen aan te brengen in de verordening leerlingenvervoer. Eén van de wijzigingen was het herintroduceren van centrale opstapplekken waar leerlingen naar toe gebracht moeten worden voor vervoer. Tijdens de Speakers’ Corner van 8 juni 2021 is hierover ingesproken door bezorgde ouders. Tijdens de raad van 22 juni 2021 is een motie aangenomen door de raad om de nieuwe wijzigingen niet door te voeren en later terug te komen bij de raad met een nieuwe verordening. Inmiddels ligt de nieuwe verordening voor. Op 7 maart is er een ronde tafel geweest over dit onderwerp. Alle partijen zijn aanwezig, behalve D66. Eric Bron en Mireille Uilenhoed zijn aanwezig als belanghebbende inwoners.
Zij hebben twijfels bij de opstapplekken en twijfels bij de voordelen die dat gaat opleveren. Het voelt alsof er landelijk beleid moet worden uitgerold. Het één dag in de week brengen en halen (door de ouders zelf) is niet altijd haalbaar praktisch en financieel. De wethouder geeft een mondelinge toelichting op het raadsvoorstel. Er volgt nog schriftelijk antwoord op de vraag welke opleiding de consulenten van de gemeente zoal gedaan hebben. Er zijn (vervolg) vragen gesteld door Lokaal Alternatief, GroenLinks, CDA en Pro Duiven. In m.n. de vragen van GroenLinks werd gevraagd naar kostenoverwegingen. De wethouder benadrukt daarbij dat opstapplekken geen doel op zich zijn, maar een instrument dat ingezet kan worden. [Alleen als het voor het individuele kind de zelfredzaamheid bevordert].
Termijn
De ronde tafel is nog niet afgerond. DOED, PvdA en VVD (en D66) hebben nog geen vragen kunnen stellen. De agendacommissie wordt gevraagd een nieuwe ronde tafel in te plannen. Omdat er enige tijdsdruk is op het onderwerp wordt aan de commissie verzocht of de reservedatum van 6 april gebruikt kan worden (4 april ronde tafel, 6 april debattafel). Vanwege de termijnen die in de verordening staan voor bijvoorbeeld de beoordeling van aanvragen is tijdige besluitvorming noodzakelijk om het schooljaar 2023-2024 met het nieuwe beleid te starten; en daarom: - Het besluit niet later dan 18 april 2023 in de raadsvergadering te nemen.
Politieke Avond Voorzitter J. van der Steen Behandeladvies
4 april Ronde Duur: 90 13 April Debattafel Duur: tafel minuten 60 minuten Griffie Zaal Domein Zaal E.N. Bosscha Raadzaal Maatschappij Raadzaal Tijdens de vorige Ronde tafel hebben twee insprekers ingesproken en het grootste deel van de fracties hebben al vragen kunnen stellen, zie kopje opbrengst 7 maart hierboven. De agendacommissie heeft besloten om tijdens de ronde tafel eerst ruimte te bieden aan vragen vanuit de raad en vervolgens aan eventuele (nieuwe) insprekers. Tijdens de 2e ronde tafel is er gelegenheid tot het stellen van informatieve vragen over het voorstel. Technische vragen dienen vooraf gesteld te worden, dit kan via griffie@duiven.nl. Bij technische vragen gaat het vaak om verzoeken tot feitelijke informatie (wie/wat/waar) die een ambtenaar kan beantwoorden. Overige vragen (o.a. waarom-vragen) kunnen op de avond zelf worden gesteld.
De agendacommissie besluit om de debattafel in te plannen op 13 april. Na de debattafel zal de voorzitter vragen of een fractie een amendement of motie bij dit onderwerp wil indienen in de raad, dan wordt het voorstel als bespreekstuk geagendeerd. Of dat het voorstel als hamerstuk (eventueel met een stemverklaring) geagendeerd kan worden in de raadsvergadering. Spreekrecht publiek
Inwoners/derden kunnen meepraten aan de ronde tafel. Aanmelden via griffie@duiven.nl. Voor meer informatie https://www.duiven.nl/meeprateninspreken
Opbrengst van de Ronde tafel 4 april
Alle partijen zijn aanwezig met uitzondering van D66. Eric Bron is aanwezig als inspreker en hij start met een korte toelichting. De PvdA heeft nog aanvullende vragen, maar er kan niet direct op alle vragen een antwoord komen. Er wordt afgesproken dat er uiterlijk vrijdag een schriftelijk antwoord komt, ook i.v.m. de debattafel die al 13 april gepland staat. Ook de VVD krijgt nog antwoord op de vraag of het college bekend is met het feit dat sommige ouders geen kosten horen te krijgen voor het leerlingenvervoer omdat hun kinderen een bepaalde vorm van autisme hebben. Vanuit de VVD wordt gevraagd naar de beleidsregels: deze zijn collegebevoegdheid, maar hoe kan de raad hier invloed op hebben? De wethouder geeft aan dat dit kan met een toezegging vanuit het college of een motie. Wethouder Goossen zegt toe om pragmatisch om te gaan met de beleidsregel over het verplicht 1x per week zelf naar school te brengen (artikel nummer7).
Wethouder Goossen zegt toe om pragmatisch om te gaan met de locaties van de opstapplekken en deze in overleg met de ouders te bepalen. Een groot gesprekspunt is het feit dat alles redelijk nauw wordt vastgelegd in de beleidsregels om (woorden college) willekeur te voorkomen en alles helder zwart op wit te hebben. Tegelijkertijd is er volgens het college veel ruimte om van de regels af te wijken en wordt er maatwerk geleverd. Dit spanningsveld levert veel vragen op bij de gemeenteraad. De ronde tafel is afgerond en het onderwerp kan naar de debattafel op 13 april a.s. Opbrengst van de Debattafel 13 april Raadsvergadering 18 april 2023
1 1a. Raadvoorstel leerlingenvervoer Duiven 2023 - getekend.pdf
RAADSVOORSTEL Onderwerp : Verordening leerlingenvervoer Duiven 2023 __________________________________________________________________________ Zaak- & documentnr. : Z/23/ 103989 & 201599744
Opsteller : Arthur de Boer
Portefeuillehouder
Afdeling : Sociaal Domein
: J. Goossen
Telefoonnr
: (0316) 279 111
__________________________________________________________________________ Samenvatting Middels het raadsvoorstel vraagt het college de raad in te stemmen met de nieuwe verordening leerlingenvervoer 2023. De verordening is geactualiseerd en aangepast. De bijbehorende beleidsregels zijn aangepast en in lijn gebracht met de verordening. Dit verschaft voor inwoners en uitvoerders een duidelijk en helder beleid in lijn met de uitgangspunten van de gemeente. Vanwege de wijzigingen die mogelijk diep in kunnen grijpen op de levenssfeer van de gezinnen wordt in de uitvoer gefaseerd gewerkt, waarbij een tussentijdse evaluatie de basis vormt voor een eventuele volgende stap in de gefaseerde uitvoering. De eerste groepen die mogelijk met opstapplaatsen in aanraking komen zijn de leerlingen die voor het eerst van het leerlingenvervoer gebruik maken en leerlingen die van onderwijsinstelling overstappen. Beslispunten 1. Verordening Leerlingenvervoer Duiven 2023 vast te stellen. 2. Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Duiven 2014 in te trekken. 3. Kennis te nemen van de beleidsregels 2023 die het college na vaststelling van de nieuwe verordening in werking wil stellen. Aanleiding De raad heeft in juni 2021 in een motie het college gevraagd eind 2021 een nieuwe verordening de raad te laten passeren.
In de tussenliggende periode zijn er allerlei uitdagingen op de gemeente afgekomen en heeft het college geacht het proces zorgvuldig vorm te geven gezien de voorgeschiedenis rondom dit thema. Het zorgvuldige proces van belangenafweging; contact met participanten; gesprekken met uitvoerders en consulenten; raadplegen van collega’s uit andere gemeenten etc. heeft geleid tot het raadsvoorstel zoals die nu voor u ligt. Planning Vanwege de termijnen die in de verordening staan voor bijvoorbeeld de beoordeling van aanvragen is tijdige besluitvorming noodzakelijk om het schooljaar 2023-2024 met het nieuwe beleid te starten; en daarom: - Het besluit niet later dan 18 april 2023 in de raadsvergadering te nemen. Tevens is dit voor de samenwerking binnen het perceel van AVAN met de gemeente Zevenaar, Westervoort en Montferland van belang om zo veel als mogelijk hetzelfde beleid te kunnen voeren.
Beoogd effect Iedere leerling moet deel kunnen nemen aan het onderwijs. Waar mogelijk zal ‘eigen kracht’ en ‘zelfredzaamheid’ gestimuleerd worden. Waar het nodig is, zal deze verordening voorzien in een vangnet om leerlingen onderwijs te kunnen (blijven) bezoeken. Deze verordening zorgt dat de gemeente herkenbaar en duidelijk beleid voert en bij de praktijk aansluit. Met de beleidsregels wordt beoogd dat de uitvoering transparant is en maatwerk mogelijk blijft. De beleidsregels geeft ruimte aan het college om opstapplaatsen in te stellen en tegelijk ook de ruimte om zelfredzaamheid te bevorderen, maar de menselijke maat niet uit het oog te verliezen. De verordening biedt ruimere mogelijkheden rondom het gebruik van een opvangadres, het geeft meer ruimte voor het vervoer naar stage en regelt de inzet van opstapplaatsen.
Argumenten 1.1 De huidige verordening (2014) is verouderd en onvoldoende actueel Er wordt vanuit de VNG geadviseerd de bestaande verordeningen te vervangen door de modelverordening die (meer) aansluit bij de actualiteit, bijvoorbeeld bij de huidige wet- en regelgeving. 1.2
De nieuwe verordening (2023) sluit aan bij gevoerde beleid van de gemeente De gemeente heeft uitgangspunten geformuleerd in ‘Samen Sterk’ waarbij o.a. uitgegaan wordt van ‘eigen kracht’, ‘zelfredzaamheid’ en ‘inclusie’. De verordening is vanuit dezelfde visie beschouwd en opgesteld met o.a. ruimte in de verordening om beleidsregels op te stellen voor de eigen bijdrage, stages, opstapplaatsen en stimuleren van zelfstandigheid.
1.3
De nieuwe verordening (2023) blijft voorzien in maatwerkvoorziening waar nodig Een goede aansluiting bij wat een leerling nodig heeft is niet alleen een wettelijke taak, maar een belangrijke verantwoordelijkheid. Participatie moet mogelijk zijn, voor iedereen. Waar de ‘zelfredzaamheid’ en ‘eigen kracht’ volledig aangesproken wordt maar niet voldoende is zal maatwerkvervoer een (deel)oplossing kunnen bieden voor de leerling. De burger (leerling) staat daarbij centraal. De toegezegde afwegingskader opstapplaatsen zijn vanuit de verordening voldoende vorm te geven in de beleidsregels.
1.4
De nieuwe verordening (2023) wordt breed gedragen De huidige verordening en de modelverordening van de VNG is meegenomen in de totstandkoming van deze verordening. Input is breed opgehaald bij de klankbordgroep, Raad voor Sociaal Domein Duiven, consulenten, AVAN. Ook de evaluatie van de opstapplaatsen van de gemeente Westervoort is gebruikt om deze verordening (en de beleidsregels) goed aan te laten sluiten. Tevens is overleg met het ‘perceel1’ geweest om beleid zo veel als mogelijk op elkaar aan te laten sluiten. De opgehaalde input is waar mogelijk meegenomen.
1 Perceel: Westervoort en Duiven zitten met o.a. met Zevenaar in een gebied waardoor
overleg over de uitvoer bij kan dragen aan een effectieve vorm van leerlingenvervoer. Pagina 2
1.5
De nieuwe verordening biedt een grondslag om een groter beroep te doen op de zelfredzaamheid van leerlingen en het zelf-organiserend vermogen van ouders. De toepassing van de verordening kent in ieder geval de volgende uitgangspunten: 1. Zelfstandigheid van de leerling. Het is van belang dat kinderen opgroeien tot inwoners die zelfstandig participeren in de samenleving. Het beleid stimuleert het zelfstandig (leren) reizen van kinderen waar mogelijk. 2. Ouders regelen de begeleiding zelf. Het reizen te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer, indien nodig onder begeleiding van een volwassene, heeft altijd de voorkeur boven aangepast vervoer per taxi of taxibusje. Het doel is dat de leerling zelfstandig leert deelnemen aan de samenleving. Het begeleiden van het kind in de weg daar naartoe is een onderdeel van het ouderschap. Ouders hebben een eigen verantwoordelijkheid. Werk, studie en/of de medische situatie van ouders en gezinssamenstelling maken ouders niet minder verantwoordelijk dan ouders van kinderen die geen belemmeringen hebben. Waar nodig bieden we ondersteuning om de zelfredzaamheid te vergroten, bijvoorbeeld training zelfstandig reizen.
2.1
Het intrekken van de huidige verordening (2014) is logischerwijs noodzakelijk Als de nieuwe verordening wordt vastgesteld is de oude verordening niet meer geldig en moet worden ingetrokken.
3.1
De gemeenteraad moet op de hoogte zijn van de actualisatie van de beleidsregels Het is voor de gemeenteraad van belang kennis te nemen van de beleidsregels. Deze regels geven een duidelijk beeld van de uitvoer (mogelijkheden). Hieraan kan de gemeenteraad afleiden dat de eerder genoemde uitgangspunten niet uit het oog worden verloren. De beleidsregels gaan specifiek in op de stimulering van eigen kracht en zelfredzaamheid, het stimuleren van zelfstandigheid, het regelen van opstapplaatsen, het combineren van onderwijs en zorg etc.
3.2
De beleidsregels beschrijft hoe het college uitvoer wil geven aan de verordening De beleidsregels van 2021 zijn niet passend bij de verordening 2023 en de beleidsregels die zijn opgesteld zijn in samenhang met de verordening gebracht.
Kanttekeningen 3.1 Nadere invulling van werkwijze persoonlijke gesprekken is nodig De nieuwe verordening voorziet in het voeren van persoonlijke gesprekken over (het bevorderen van) de zelfredzaamheid van de leerlingen en het oefenen van zelfstandig reizen. Hiervoor moeten (extra) gesprekken worden gevoerd in de zogenoemde onderzoeksfase. Het op- en inzetten van deze gesprekken vraagt extra personele inzet. 3.2
De verordening is niet eerder door de gemeenteraad behandeld Door de ingediende motie heeft de verordening leerlingenvervoer niet eerder de gemeenteraad gepasseerd. Het verzoek om eind 2021 een verordening te laten passeren is niet gehaald. Echter, het proces is zeer zorgvuldig doorlopen en heeft tijd gekost. Omdat veranderingen in de verordening kan leiden tot veranderingen in de
Pagina 3
persoonlijke levenssfeer is de tijd genomen. Zo wordt nu in de communicatie en beleid nadrukkelijker stil gestaan bij deze gevoeligheid en verwacht het college minder (noodzakelijke) weerstand. 3.3
Ouders zullen mogelijk een andere toewijzing van leerlingenvervoer krijgen Met de invoering van de nieuwe verordening en de beleidsregels zal voor een beperkt aantal ouders een wijziging optreden bij aanvang van het nieuwe schooljaar. Het kan betekenen dat een toewijzing in de vorm gaat veranderen. Wanneer gewenst kan er met de ouders door de consulenten meegedacht worden hoe de nieuwe situatie voor hen passend kan zijn en welke afspraken voor de overgang gemaakt kunnen worden. Sommige veranderingen zijn ten gunste van de aanvrager, zoals de meerjarige beschikkingen en het (in sommige situaties) schrappen van het drempelbedrag bij toekenning fietsvergoeding.
Financiële paragraaf Bij de nieuwe verordening worden geen noemenswaardige kostenverschillen verwacht. Wel zal de uitvoer van de verordening (extra) inzet vragen en zal in de uitvoer gekeken moeten worden welke keuzes gemaakt moeten worden om de inzet en de opbrengsten met elkaar in balans te brengen. In de evaluatie moet bezien worden welke effecten de wijzigingen heeft op de uitvoeringskosten van het maatwerkvervoer. Participatie en communicatie 1. Communicatie met de gebruikers is een belangrijk item geweest in het gesprek met leden van de klankbordgroep. Nadrukkelijk is er geadviseerd om de wijze van communicatie per ‘doelgroep’ aan te passen. Dat heeft te maken met het perspectief wat leerlingen (en hun ouders) hebben op langer termijn. In het aangepast vervoer is niet elke leerling ooit in staat om zelfstandig te worden, een verbetering van een situatie is niet altijd mogelijk. Sterker nog, verslechtering kan ook voorkomen! Kortom; er is geadviseerd te differentiëren in de boodschap aan de ouders. De boodschap aan leerlingen waarvan verwacht kan worden dat ze zelfstandiger kunnen leren reizen zal anders zijn dan leerlingen en ouders waar geen verandering te verwachten valt. Dit advies zal meegenomen worden in de wijze van communiceren / communicatieplan. 2.
Gedurende de looptijd van deze verordening en de bijbehorende beleidsregels zal er geregeld overleg georganiseerd worden over de uitvoering. Zowel intern met de consulenten die geconfronteerd worden met allerlei vragen, als extern met leden van de klankbordgroep, partners en gebruikers. Doel hiervan is om breed te evalueren en te kijken naar nieuwe mogelijkheden die recht doen aan de situatie van de leerlingen en voor iedereen een voordeel kan betekenen. Uiteraard zullen de eerste ervaringen over de opstapplaatsen een onderwerp zijn. Dit is een nadrukkelijke wens van de klankbordgroep.
Pagina 4
3. Om zorgvuldig te blijven omgaan met de veranderingen zullen de consulenten actief met inwoners meedenken wanneer er vragen zijn voor (tijdelijk) maatwerk. 4. Inwoners zullen actief geïnformeerd worden over de nieuwe verordening en beleidsregels. Uitvoering Bij het openbaar maken van dit raadsvoorstel zal er met afdeling communicatie een brief worden opgesteld en verspreid om te wijzen op de mogelijke veranderingen. Daarin zal nadrukkelijk onderstaand schema onder de aandacht gebracht worden én gedifferentieerd worden in de doelgroepen. De leerlingen waar nu (zeer) weinig perspectief op verandering is zullen op een andere wijze aangesproken worden dan de leerlingen waarvan te verwachten valt dat die op den duur meer zelfstandig in de maatschappij kunnen bewegen. Na vaststelling zal de “Verordening leerlingenvervoer gemeente Duiven 2023” met ingang van de eerste dag na bekendmaking in werking treden. De “Verordening leerlingenvervoer gemeente Duiven 2014” zal per diezelfde datum worden ingetrokken. Hierna worden de consulenten direct op de hoogte gebracht en zullen zij in overleg met de gemeente de benodigde communicatie naar alle belanghebbenden (waaronder ouders, scholen en uitvoerder AVAN) in gang zetten voor de aanvragen voor 2023-2024. Vanaf dat moment zijn de consulenten het centrale punt waar ouders en andere belanghebbenden terecht kunnen met alle vragen.
Er zal een gemeentepagina met FAQ gecreëerd worden voor de beantwoording van de meest gestelde vragen gedurende dit traject. Per schooljaar 2023 – 2024: 1. Zullen de her-aanvragen voor leerlingenvervoer getoetst worden middels de nieuwe verordening en beleidsregels maar niet toegewezen worden aan een opstapplaats. 2. Zullen de volledig nieuwe aanvragen die in aanmerking komen getoetst worden aan de mogelijkheid voor toewijzing opstapplaats. 3. Zullen de aanvragen voor leerlingen die van onderwijstype veranderen getoetst worden aan de mogelijkheid voor toewijzing opstapplaats, bijvoorbeeld op het moment van PO naar het VO. Per schooljaar 2024 - 2025: 1. Zullen naast de volledig nieuwe aanvragen ook de her-aanvragen getoetst worden op de mogelijkheid voor toewijzing opstapplaats. 2. Zullen de aanvragen die getoetst zijn op de toewijzing opstapplaats en niet leidt tot een toewijzing in aanmerking kunnen komen voor een meerjarige beschikking. In het algemeen is de verwachting dat de aanvragen voor leerlingenvervoer op een meer eenduidige manier worden getoetst aan de aangepaste verordening en de beleidsregels. In de loop van het schooljaar 2023-2024 zullen de beleidsregels worden geëvalueerd, hierbij worden de leden van de klankbordgroep en de consulenten betrokken. Rondom de communicatie zal afdeling communicatie adviserend meedenken in een communicatieplan en -strategie.
Pagina 5
Intergemeentelijke samenwerking De gemeenten Westervoort, Duiven, Zevenaar en Montferland vormen samen een perceel bij de vervoerder AVAN. Voor efficiënte samenwerking o.a. door opzetten en in gebruik nemen van opstapplaatsen maken de gemeenten binnen dit perceel de vervoersbewegingen efficiënt. Bijlagen 201599731 – motie leerlingenvervoer 22 juni 2021 201599730 – verordening leerlingenvervoer Duiven 2023 201599728 – beleidsregels leerlingenvervoer Duiven 2023 201599827 – advies Raad voor Sociaal Domein 201599930 – veranderingen verordening 2023 t.o.v. verordening 2014 201601415 – reactie advies Raad voor Sociaal Domein Duiven 201600891 - concept raadsbesluit
Duiven, 7 februari 2023. Burgemeester en wethouders van gemeente Duiven,
mr. drs. R.J. (Rutger) den Haan secretaris
mr. H.B. (Huub) Hieltjes burgemeester
Pagina 6
1 1b. Raadvoorstel leerlingenvervoer Duiven 2023.docx
RAADSVOORSTEL Onderwerp : Verordening leerlingenvervoer Duiven 2023 __________________________________________________________________________ Zaak- & documentnr. : Z/23/ 103989 & 201599744
Opsteller : Arthur de Boer
Portefeuillehouder
Afdeling : Sociaal Domein
: J. Goossen
Telefoonnr
: (0316) 279 111
__________________________________________________________________________ Samenvatting Middels het raadsvoorstel vraagt het college de raad in te stemmen met de nieuwe verordening leerlingenvervoer 2023. De verordening is geactualiseerd en aangepast. De bijbehorende beleidsregels zijn aangepast en in lijn gebracht met de verordening. Dit verschaft voor inwoners en uitvoerders een duidelijk en helder beleid in lijn met de uitgangspunten van de gemeente. Vanwege de wijzigingen die mogelijk diep in kunnen grijpen op de levenssfeer van de gezinnen wordt in de uitvoer gefaseerd gewerkt, waarbij een tussentijdse evaluatie de basis vormt voor een eventuele volgende stap in de gefaseerde uitvoering. De eerste groepen die mogelijk met opstapplaatsen in aanraking komen zijn de leerlingen die voor het eerst van het leerlingenvervoer gebruik maken en leerlingen die van onderwijsinstelling overstappen. Beslispunten 1. Verordening Leerlingenvervoer Duiven 2023 vast te stellen. 2. Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Duiven 2014 in te trekken. 3. Kennis te nemen van de beleidsregels 2023 die het college na vaststelling van de nieuwe verordening in werking wil stellen. Aanleiding De raad heeft in juni 2021 in een motie het college gevraagd eind 2021 een nieuwe verordening de raad te laten passeren.
In de tussenliggende periode zijn er allerlei uitdagingen op de gemeente afgekomen en heeft het college geacht het proces zorgvuldig vorm te geven gezien de voorgeschiedenis rondom dit thema. Het zorgvuldige proces van belangenafweging; contact met participanten; gesprekken met uitvoerders en consulenten; raadplegen van collega’s uit andere gemeenten etc. heeft geleid tot het raadsvoorstel zoals die nu voor u ligt. Planning Vanwege de termijnen die in de verordening staan voor bijvoorbeeld de beoordeling van aanvragen is tijdige besluitvorming noodzakelijk om het schooljaar 2023-2024 met het nieuwe beleid te starten; en daarom: - Het besluit niet later dan 18 april 2023 in de raadsvergadering te nemen. Tevens is dit voor de samenwerking binnen het perceel van AVAN met de gemeente Zevenaar, Westervoort en Montferland van belang om zo veel als mogelijk hetzelfde beleid te kunnen voeren.
Beoogd effect Iedere leerling moet deel kunnen nemen aan het onderwijs. Waar mogelijk zal ‘eigen kracht’ en ‘zelfredzaamheid’ gestimuleerd worden. Waar het nodig is, zal deze verordening voorzien in een vangnet om leerlingen onderwijs te kunnen (blijven) bezoeken. Deze verordening zorgt dat de gemeente herkenbaar en duidelijk beleid voert en bij de praktijk aansluit. Met de beleidsregels wordt beoogd dat de uitvoering transparant is en maatwerk mogelijk blijft. De beleidsregels geeft ruimte aan het college om opstapplaatsen in te stellen en tegelijk ook de ruimte om zelfredzaamheid te bevorderen, maar de menselijke maat niet uit het oog te verliezen. De verordening biedt ruimere mogelijkheden rondom het gebruik van een opvangadres, het geeft meer ruimte voor het vervoer naar stage en regelt de inzet van opstapplaatsen.
Argumenten 1.1 De huidige verordening (2014) is verouderd en onvoldoende actueel Er wordt vanuit de VNG geadviseerd de bestaande verordeningen te vervangen door de modelverordening die (meer) aansluit bij de actualiteit, bijvoorbeeld bij de huidige wet- en regelgeving. 1.2
De nieuwe verordening (2023) sluit aan bij gevoerde beleid van de gemeente De gemeente heeft uitgangspunten geformuleerd in ‘Samen Sterk’ waarbij o.a. uitgegaan wordt van ‘eigen kracht’, ‘zelfredzaamheid’ en ‘inclusie’. De verordening is vanuit dezelfde visie beschouwd en opgesteld met o.a. ruimte in de verordening om beleidsregels op te stellen voor de eigen bijdrage, stages, opstapplaatsen en stimuleren van zelfstandigheid.
1.3
De nieuwe verordening (2023) blijft voorzien in maatwerkvoorziening waar nodig Een goede aansluiting bij wat een leerling nodig heeft is niet alleen een wettelijke taak, maar een belangrijke verantwoordelijkheid. Participatie moet mogelijk zijn, voor iedereen. Waar de ‘zelfredzaamheid’ en ‘eigen kracht’ volledig aangesproken wordt maar niet voldoende is zal maatwerkvervoer een (deel)oplossing kunnen bieden voor de leerling. De burger (leerling) staat daarbij centraal. De toegezegde afwegingskader opstapplaatsen zijn vanuit de verordening voldoende vorm te geven in de beleidsregels.
1.4
De nieuwe verordening (2023) wordt breed gedragen De huidige verordening en de modelverordening van de VNG is meegenomen in de totstandkoming van deze verordening. Input is breed opgehaald bij de klankbordgroep, Raad voor Sociaal Domein Duiven, consulenten, AVAN. Ook de evaluatie van de opstapplaatsen van de gemeente Westervoort is gebruikt om deze verordening (en de beleidsregels) goed aan te laten sluiten. Tevens is overleg met het ‘perceel1’ geweest om beleid zo veel als mogelijk op elkaar aan te laten sluiten. De opgehaalde input is waar mogelijk meegenomen.
1 Perceel: Westervoort en Duiven zitten met o.a. met Zevenaar in een gebied waardoor
overleg over de uitvoer bij kan dragen aan een effectieve vorm van leerlingenvervoer. Pagina 2
1.5
De nieuwe verordening biedt een grondslag om een groter beroep te doen op de zelfredzaamheid van leerlingen en het zelf-organiserend vermogen van ouders. De toepassing van de verordening kent in ieder geval de volgende uitgangspunten: 1. Zelfstandigheid van de leerling. Het is van belang dat kinderen opgroeien tot inwoners die zelfstandig participeren in de samenleving. Het beleid stimuleert het zelfstandig (leren) reizen van kinderen waar mogelijk. 2. Ouders regelen de begeleiding zelf. Het reizen te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer, indien nodig onder begeleiding van een volwassene, heeft altijd de voorkeur boven aangepast vervoer per taxi of taxibusje. Het doel is dat de leerling zelfstandig leert deelnemen aan de samenleving. Het begeleiden van het kind in de weg daar naartoe is een onderdeel van het ouderschap. Ouders hebben een eigen verantwoordelijkheid. Werk, studie en/of de medische situatie van ouders en gezinssamenstelling maken ouders niet minder verantwoordelijk dan ouders van kinderen die geen belemmeringen hebben. Waar nodig bieden we ondersteuning om de zelfredzaamheid te vergroten, bijvoorbeeld training zelfstandig reizen.
2.1
Het intrekken van de huidige verordening (2014) is logischerwijs noodzakelijk Als de nieuwe verordening wordt vastgesteld is de oude verordening niet meer geldig en moet worden ingetrokken.
3.1
De gemeenteraad moet op de hoogte zijn van de actualisatie van de beleidsregels Het is voor de gemeenteraad van belang kennis te nemen van de beleidsregels. Deze regels geven een duidelijk beeld van de uitvoer (mogelijkheden). Hieraan kan de gemeenteraad afleiden dat de eerder genoemde uitgangspunten niet uit het oog worden verloren. De beleidsregels gaan specifiek in op de stimulering van eigen kracht en zelfredzaamheid, het stimuleren van zelfstandigheid, het regelen van opstapplaatsen, het combineren van onderwijs en zorg etc.
3.2
De beleidsregels beschrijft hoe het college uitvoer wil geven aan de verordening De beleidsregels van 2021 zijn niet passend bij de verordening 2023 en de beleidsregels die zijn opgesteld zijn in samenhang met de verordening gebracht.
Kanttekeningen 3.1 Nadere invulling van werkwijze persoonlijke gesprekken is nodig De nieuwe verordening voorziet in het voeren van persoonlijke gesprekken over (het bevorderen van) de zelfredzaamheid van de leerlingen en het oefenen van zelfstandig reizen. Hiervoor moeten (extra) gesprekken worden gevoerd in de zogenoemde onderzoeksfase. Het op- en inzetten van deze gesprekken vraagt extra personele inzet. 3.2
De verordening is niet eerder door de gemeenteraad behandeld Door de ingediende motie heeft de verordening leerlingenvervoer niet eerder de gemeenteraad gepasseerd. Het verzoek om eind 2021 een verordening te laten passeren is niet gehaald. Echter, het proces is zeer zorgvuldig doorlopen en heeft tijd gekost. Omdat veranderingen in de verordening kan leiden tot veranderingen in de
Pagina 3
persoonlijke levenssfeer is de tijd genomen. Zo wordt nu in de communicatie en beleid nadrukkelijker stil gestaan bij deze gevoeligheid en verwacht het college minder (noodzakelijke) weerstand. 3.3
Ouders zullen mogelijk een andere toewijzing van leerlingenvervoer krijgen Met de invoering van de nieuwe verordening en de beleidsregels zal voor een beperkt aantal ouders een wijziging optreden bij aanvang van het nieuwe schooljaar. Het kan betekenen dat een toewijzing in de vorm gaat veranderen. Wanneer gewenst kan er met de ouders door de consulenten meegedacht worden hoe de nieuwe situatie voor hen passend kan zijn en welke afspraken voor de overgang gemaakt kunnen worden. Sommige veranderingen zijn ten gunste van de aanvrager, zoals de meerjarige beschikkingen en het (in sommige situaties) schrappen van het drempelbedrag bij toekenning fietsvergoeding.
Financiële paragraaf Bij de nieuwe verordening worden geen noemenswaardige kostenverschillen verwacht. Wel zal de uitvoer van de verordening (extra) inzet vragen en zal in de uitvoer gekeken moeten worden welke keuzes gemaakt moeten worden om de inzet en de opbrengsten met elkaar in balans te brengen. In de evaluatie moet bezien worden welke effecten de wijzigingen heeft op de uitvoeringskosten van het maatwerkvervoer. Participatie en communicatie 1. Communicatie met de gebruikers is een belangrijk item geweest in het gesprek met leden van de klankbordgroep. Nadrukkelijk is er geadviseerd om de wijze van communicatie per ‘doelgroep’ aan te passen. Dat heeft te maken met het perspectief wat leerlingen (en hun ouders) hebben op langer termijn. In het aangepast vervoer is niet elke leerling ooit in staat om zelfstandig te worden, een verbetering van een situatie is niet altijd mogelijk. Sterker nog, verslechtering kan ook voorkomen! Kortom; er is geadviseerd te differentiëren in de boodschap aan de ouders. De boodschap aan leerlingen waarvan verwacht kan worden dat ze zelfstandiger kunnen leren reizen zal anders zijn dan leerlingen en ouders waar geen verandering te verwachten valt. Dit advies zal meegenomen worden in de wijze van communiceren / communicatieplan. 2.
Gedurende de looptijd van deze verordening en de bijbehorende beleidsregels zal er geregeld overleg georganiseerd worden over de uitvoering. Zowel intern met de consulenten die geconfronteerd worden met allerlei vragen, als extern met leden van de klankbordgroep, partners en gebruikers. Doel hiervan is om breed te evalueren en te kijken naar nieuwe mogelijkheden die recht doen aan de situatie van de leerlingen en voor iedereen een voordeel kan betekenen. Uiteraard zullen de eerste ervaringen over de opstapplaatsen een onderwerp zijn. Dit is een nadrukkelijke wens van de klankbordgroep.
Pagina 4
3. Om zorgvuldig te blijven omgaan met de veranderingen zullen de consulenten actief met inwoners meedenken wanneer er vragen zijn voor (tijdelijk) maatwerk. 4. Inwoners zullen actief geïnformeerd worden over de nieuwe verordening en beleidsregels. Uitvoering Bij het openbaar maken van dit raadsvoorstel zal er met afdeling communicatie een brief worden opgesteld en verspreid om te wijzen op de mogelijke veranderingen. Daarin zal nadrukkelijk onderstaand schema onder de aandacht gebracht worden én gedifferentieerd worden in de doelgroepen. De leerlingen waar nu (zeer) weinig perspectief op verandering is zullen op een andere wijze aangesproken worden dan de leerlingen waarvan te verwachten valt dat die op den duur meer zelfstandig in de maatschappij kunnen bewegen. Na vaststelling zal de “Verordening leerlingenvervoer gemeente Duiven 2023” met ingang van de eerste dag na bekendmaking in werking treden. De “Verordening leerlingenvervoer gemeente Duiven 2014” zal per diezelfde datum worden ingetrokken. Hierna worden de consulenten direct op de hoogte gebracht en zullen zij in overleg met de gemeente de benodigde communicatie naar alle belanghebbenden (waaronder ouders, scholen en uitvoerder AVAN) in gang zetten voor de aanvragen voor 2023-2024. Vanaf dat moment zijn de consulenten het centrale punt waar ouders en andere belanghebbenden terecht kunnen met alle vragen.
Er zal een gemeentepagina met FAQ gecreëerd worden voor de beantwoording van de meest gestelde vragen gedurende dit traject. Per schooljaar 2023 – 2024: 1. Zullen de her-aanvragen voor leerlingenvervoer getoetst worden middels de nieuwe verordening en beleidsregels maar niet toegewezen worden aan een opstapplaats. 2. Zullen de volledig nieuwe aanvragen die in aanmerking komen getoetst worden aan de mogelijkheid voor toewijzing opstapplaats. 3. Zullen de aanvragen voor leerlingen die van onderwijstype veranderen getoetst worden aan de mogelijkheid voor toewijzing opstapplaats, bijvoorbeeld op het moment van PO naar het VO. Per schooljaar 2024 - 2025: 1. Zullen naast de volledig nieuwe aanvragen ook de her-aanvragen getoetst worden op de mogelijkheid voor toewijzing opstapplaats. 2. Zullen de aanvragen die getoetst zijn op de toewijzing opstapplaats en niet leidt tot een toewijzing in aanmerking kunnen komen voor een meerjarige beschikking. In het algemeen is de verwachting dat de aanvragen voor leerlingenvervoer op een meer eenduidige manier worden getoetst aan de aangepaste verordening en de beleidsregels. In de loop van het schooljaar 2023-2024 zullen de beleidsregels worden geëvalueerd, hierbij worden de leden van de klankbordgroep en de consulenten betrokken. Rondom de communicatie zal afdeling communicatie adviserend meedenken in een communicatieplan en -strategie.
Pagina 5
Intergemeentelijke samenwerking De gemeenten Westervoort, Duiven, Zevenaar en Montferland vormen samen een perceel bij de vervoerder AVAN. Voor efficiënte samenwerking o.a. door opzetten en in gebruik nemen van opstapplaatsen maken de gemeenten binnen dit perceel de vervoersbewegingen efficiënt. Bijlagen 201599731 – motie leerlingenvervoer 22 juni 2021 201599730 – verordening leerlingenvervoer Duiven 2023 201599728 – beleidsregels leerlingenvervoer Duiven 2023 201599827 – advies Raad voor Sociaal Domein 201599930 – veranderingen verordening 2023 t.o.v. verordening 2014 201601415 – reactie advies Raad voor Sociaal Domein Duiven 201600891 - concept raadsbesluit
Duiven, 7 februari 2023. Burgemeester en wethouders van gemeente Duiven,
mr. drs. R.J. (Rutger) den Haan secretaris
mr. H.B. (Huub) Hieltjes burgemeester
Pagina 6
1 2. Concept Raadsbesluit leerlingenvervoer Duiven 2023.docx
RAADSBESLUIT Zaak- & documentnr.
:
Z/23/103989/201600891
Datum besluitvorming : __________________________________________________________________________ Onderwerp
:
Verordening leerlingenvervoer Duiven 2023
Samenvatting Middels het raadsvoorstel vraagt het college de raad in te stemmen met de verordening leerlingenvervoer 2023. De verordening is geactualiseerd en aangepast ten opzichte van de nu geldende verordening leerlingenvervoer 2014. De bijbehorende beleidsregels zijn aangepast en in lijn gebracht met de verordening leerlingenvervoer 2023. Dit verschaft voor inwoners en uitvoerders een duidelijk en helder beleid in lijn met de uitgangspunten van de gemeente. Vanwege de wijzigingen die mogelijk diep in kunnen grijpen op de levenssfeer van de gezinnen wordt in de uitvoer gefaseerd gewerkt, waarbij een tussentijdse evaluatie de basis vormt voor een eventuele volgende stap in de gefaseerde uitvoering. De eerste groepen die mogelijk met opstapplaatsen in aanraking komen zijn de leerlingen die voor het eerst van het leerlingenvervoer gebruik maken en leerlingen die van onderwijsinstelling overstappen. Beslispunten 1. Verordening Leerlingenvervoer Duiven 2023 vast te stellen. 2. Verordening Leerlingenvervoer Gemeente Duiven 2014 in te trekken. 3. Kennis te nemen van de beleidsregels 2023 die het college na vaststelling van de nieuwe verordening in werking wil stellen.
Verordening leerlingenvervoer gemeente Duiven 2023 Besluit van de raad van de gemeente Duiven tot vaststelling van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Duiven 2023 (Verordening leerlingenvervoer gemeente Duiven 2023) De raad van de gemeente Duiven; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 februari 2023; gelet op artikel 147 van de Gemeentewet, artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 8.29 van de Wet op het voortgezet onderwijs; gelet op het advies van de Raad voor Sociaal Domein Duiven; besluit vast te stellen: Verordening leerlingenvervoer gemeente Duiven 2023
Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijving In deze verordening wordt met de volgende begrippen bedoeld: a) aangepast vervoer: vervoer per besloten busvervoer, schoolbusvervoer, taxi, taxibus, bustaxi of touringcar; b) aanvrager: de ouders, voogden of verzorgers (ook pleegouders) van de leerling of de leerling zelf indien deze meerderjarig is en handelingsbekwaam geacht wordt. In geval van artikel 20 (lid 2) de school; c) afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; d) begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden; e) college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven; f)
commissie van onderzoek: commissie als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra;
g) commissie voor de begeleiding: commissie als bedoeld in artikel 40b van de Wet op de expertisecentra; h) deskundige: onafhankelijk medisch of pedagogisch deskundige of de school; i)
eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of (brom/snor)fiets;
j)
gehandicapte leerling: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de (brom/snor)fiets gebruik kan maken;
k) inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs; l)
leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school als bedoeld in dit artikel;
m) ondersteuningsplan: een voor de leerling van het primair onderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel voortgezet onderwijs vastgesteld plan als bedoeld in artikel 40a van de Wet op het primair onderwijs, artikel 41a van de Wet op de expertisecentra of artikel 26 van de Wet op het voortgezet onderwijs, dat door het bevoegd gezag en na op overeenstemming gericht overleg met de ouders is opgesteld. Ingeval van het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs adviseert hierin de commissie voor de begeleiding dan wel de commissie van onderzoek; n) openbaar vervoer (OV): voor een ieder openstaand personenvervoer per bus, trein, metro, tram, veerdienst, OV-fiets of auto; o) opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer. De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke loopafstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider; p) opvangadres: een adres waar de leerling voor langere periode (meer dan één jaar) verblijft anders dan het in het basis registratie personen geregistreerde woonadres. Het opvangadres
Pagina 2
bevindt zich binnen de gemeente Duiven. Bijvoorbeeld een buitenschoolse opvanglocatie, gastouder etc. q) ouders: ouder(s), voogd(en) of verzorger(s) van de leerling; r)
reistijd: de totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en het aankomen bij de school, berekend met behulp van een door het college vastgesteld routeplanningsprogramma en rekening houdend met 10 minuten extra tijd als wachttijd, zoals in het geval van een wachtplek / opstapplaats.
s) samenwerkingsverband: 1. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs; 2. voor het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of 3. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.47 van de Wet op het voortgezet onderwijs; t)
school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt. Dit is: a. het primair onderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; b. het speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of het speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; c.
het voortgezet speciaal onderwijs: school voor voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of
d. het voortgezet onderwijs: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; u) stage: praktische leertijd bij de (beroeps)opleiding tijdens de schooltijd; v) toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school; w) vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt; x) vervoersvoorziening: •
1°. bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider;
•
2°. een fietsvergoeding voor de leerling en zo nodig diens begeleider;
•
3°. aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of
Pagina 3
•
4°. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider;
y) woning: plaats waar de leerling feitelijk en structureel verblijft. Artikel 2. Toekenning vervoersvoorziening 1. Ten behoeve van het schoolbezoek wijst het college, op aanvraag, aan de ouders van de in de gemeente verblijvende leerling een vervoersvoorziening toe rekening houdend met alles wat in deze verordening staat. 2. Als het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt zij van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen. 3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kind(eren). 4. Als de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag toegewezen aan de leerling. 5. Het college bepaalt bij toewijzing van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking of de uitbetaling. 6. Het college wijst een vervoersvoorziening toe voor een bepaalde periode, welke kan variëren van één tot enkele maanden tot één of meerdere schooljaren. 7.
Het college kan aan de toewijzing van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden. 8. De aanspraak op vervoer beperkt zich uitsluitend tot het vervoer tussen de opstapplaats, woning of het opvangadres en de voor de leerling dichtstbijzijnde toegankelijke school of stageplaats. Artikel 3. Weigeringsgronden Er wordt geen vervoersvoorziening toegekend: a. als het gaat om vervoer met een tijdelijke en/of incidenteel karakter; b. als het gaat om (structureel) vervoer buiten de reguliere schooltijden die niet zijn aangekondigd in de schoolgids.
Pagina 4
Paragraaf 2. Aanvraag van de vervoersvoorziening Artikel 4. Aanvraagprocedure 1. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan in de gemeente waar de leerling zijn woning heeft. Door de aanvrager wordt een volledig ingevuld en door de ouders, voogd(en), verzorger(s) of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling ondertekend (e-)formulier bij het college ingediend, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. 2. Het college kan de aanvrager verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken als dit nodig is voor een juiste beoordeling van de aanvraag. 3. De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de vervoersvoorziening voor de leerling. 4. Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening. 5. Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken uitstellen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis uiterlijk voor afloop van de in lid 4 gestelde termijn. 6. Als het gaat het om een verlenging van het aangepast vervoer voor het daarop volgende schooljaar, dan dient de aanvraag uiterlijk twaalf weken voor de start van het nieuwe schooljaar door het college te zijn ontvangen. 7. Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a.
wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de aanvrager verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het een aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo dicht mogelijk aansluit bij de door de aanvrager verzochte datum. 8. De vervoersvoorziening kan worden ingetrokken indien de bij de aanvraag verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van de aanvraag de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest. 9. Bij het beoordelen van het toekennen van de vervoersvoorziening kan het eventuele persoonlijk vervoersontwikkelingsplan, zoals bedoeld in artikel 5 lid 5, of vervoersadviezen van deskundigen worden betrokken. Artikel 5. Gesprek over zelfstandigheid en zelfredzaamheid bij de aanvraag 1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin. 2. Bij een eerste aanvraag wordt in een gesprek, met de ouders, desgewenst de leerling en een deskundige, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzocht als bedoeld in de ‘onderzoeksfase’.
Deze onderzoeksfase houdt een beoordeling van de aanvraag in met daarbij een gesprek zoals gesteld in lid 4.
Pagina 5
3. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden. 4. In het gesprek als bedoeld in het tweede lid wordt tenminste besproken: a. de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling b. de dichtstbijzijnde toegankelijke school als bedoeld in artikel 6; c. de mogelijkheid (of potentie) om gebruik te maken van een opstapplaats bedoeld in artikel 8. 5. Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, kan het college in overleg met de ouders en de leerling (afhankelijk het ontwikkelingsperspectief) een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen. Hierin wordt de weg naar zelfstandig reizen naar school beschreven alsmede de mogelijkheden van de leerling. Dit plan maakt onderdeel uit van het besluit. Hierbij wordt uitgegaan van de leeftijd zoals die vastgesteld is volgens artikel 12 in deze verordening. 6. In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan ondersteuning worden geboden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen.
Pagina 6
Paragraaf 3. Beoordeling van de aanspraak op vervoersvoorziening Artikel 6. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de opstapplaats of de woning van de leerling en de dichtstbijzijnde toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de aanvrager met het vervoer naar die school schriftelijk (per email) instemt. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, ontstaat niet eerder een aanspraak op een vervoersvoorziening dan dat de aanvrager de keuze voor de toegankelijke school schriftelijk (per email) hebben bevestigd. 3. Met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden wordt eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en: a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is; of b. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a. 4.
Aanvrager kan een vervoersvoorziening toegekend krijgen voor het bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen dan een andere school van dezelfde onderwijssoort, als door de aanvrager schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen de richting van alle andere dichterbij gelegen toegankelijke scholen. Als de aanvrager vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aan het college is door de aanvrager genoegzaam aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling is; b. aan het college is door de aanvrager genoegzaam aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod. Artikel 7. Afstandsgrens 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor: a. basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; b.
speciaal basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; of c.
speciaal onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer.
2. In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan het college genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kan het college hierover advies vragen aan een onafhankelijk medisch deskundige. De deskundige
Pagina 7
betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de (brom/snor)fiets of het openbaar vervoer te reizen. Artikel 8. Opstapplaatsen 1. Overeenkomstig artikel 5, lid 4 zal bij het verstrekken van aangepast vervoer rekening gehouden worden met het toewijzen van een opstapplaats. De zelfstandigheid van de leerling en het gezin om van een opstapplaats gebruik te maken zijn daarin bepalende factoren. 2. De afstand van de woning tot aan de opstapplaats is maximaal twee kilometer. 3. De verantwoordelijkheid voor het aanwezig zijn van de leerling op de opstapplaats berust bij de ouder(s) of de begeleiding die zij daarvoor organiseren, gelet op de voorwaarden onder artikel 11. 4. Als het vervoer van en naar een opstapplaats leidt tot hogere kosten dan vervoer van en naar de woning kan het college besluiten om (tijdelijk) af te zien van een opstapplaats. 5. Het college kan ten gunste van de aanvrager van dit artikel afwijken en daarover beleidsregels opstellen. Artikel 9. Doorgeven van wijzigingen 1. De aanvrager is verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk (per email) door te geven aan het college. 2.
Is de doorgegeven wijziging van invloed op de toegekende vervoersvoorziening, dan vervalt de eerder toegekende voorziening en kent het college al dan niet een nieuwe vervoersvoorziening toe. Wanneer nodig kan een gesprek bedoeld in artikel 5 lid 3 plaatsvinden. 3. De vervoersvoorziening kan worden ingetrokken indien tussentijdse wijzigingen niet of niet tijdig worden doorgegeven en deze wijzigingen van invloed zijn op de toegekende voorziening. Het college deelt zijn besluit schriftelijk mee aan de aanvrager. 4. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de aanvrager worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening. Artikel 10. Ontzegging aangepast vervoer 1. Om te zorgen voor goed en veilig vervoer is het van belang dat alle betrokken partijen zich houden aan de gestelde omgangsregels. In het vervoersreglement van de vervoerder zijn deze regels te vinden. Indien men zich niet houdt aan deze regels, kan dit gevolgen hebben voor het toegewezen aangepast vervoer. Bij acute overschrijding van de omgangsregels (incident), treedt het incidentenprotocol leerlingenvervoer van de vervoerder in werking en kan vervolgens een sanctionering door het college volgen. 2. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de leerling gedurende de reis naar en van school berust bij de ouder(s). 3.
Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is toegewezen, tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de vervoersvoorziening intrekken / ontzeggen indien bij herhaling is gebleken dat de leerling door: a. agressief gedrag de orde in het vervoersmiddel verstoort; of
Pagina 8
b. op een andere wijze de orde in het vervoersmiddel verstoort; of c.
de veiligheid van de inzittenden van het vervoersmiddel in gevaar brengt.
4. Bij een uitsluiting van het vervoer zal de vervoersvoorziening schriftelijk worden ingetrokken. Artikel 11. Begeleiding 1. Als begeleiding van een leerling tijdens het vervoer en/of van en naar een opstapplaats noodzakelijk is, wordt deze aangeboden door de ouder(s). Wanneer het onmogelijk is voor de ouder(s) om te begeleiden is het aan de ouder(s) om op andere wijze de begeleiding te (laten) organiseren. 2. Onder begeleiding wordt mede verstaan het achterop de (brom/snor)fiets vervoeren van een leerling. 3. Als extra begeleiding in het vervoer vereist is, worden geen andere kosten vergoed dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer. 4. Wanneer het voor een ouder onmogelijk is, of wanneer het leidt tot ernstige benadeling van de leerling, om de begeleiding in het vervoer en/of van en naar een opstapplaats op een andere wijze te organiseren kan de ouder het college, op basis van redenen en met aantoonbare en onderbouwende argumenten, vragen om de begeleiding in het vervoer en/of van en naar een opstapplaats te organiseren. Artikel 12. Peildatum leeftijd leerling Voor het toekennen van een vervoersvoorziening wordt uitgegaan van de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft. Artikel 13.