CConstaterende datDuiven
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Politieke Avond 8 februari 2022, gemeente Duiven36.755 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Wij staan hier positief tegenover omdat wij denken dat dit bijdraagt aan de acceptatie van wind- en zonneparken. Financiële participatie is alleen mogelijk als er een rendabel project wordt ontwikkeld en daar is de planning een belangrijk onderdeel van. Eventuele medezeggenschap en mede eigenaarschap mag dan ook niet ten koste gaan van de beoogde planning en geen risico’s toevoegen. Ook zien we graag dat erkend wordt dat over het algemeen energiecoöperaties en ontwikkelaars niet gelijkwaardig zijn in hun expertise en ervaring en dat ontwikkelende partijen al jaren bezig zijn met het opbouwen van deze expertise an sich en ook al jaren zowel tijd als geld investeren om een project in het InnoFase gebied te ontwikkelen. Op p. 11 van het beleid staat onder het kopje “Financiële participatie en proberen 50% lokaal eigendom te halen” dat “Concreet wordt verwacht dat de initiatiefnemer initieel tenminste 50% van de hoogte van het eigen vermogen in de vorm van obligaties beschikbaar stelt.” Wij zetten ons bij de ontwikkeling van zonneparken graag in om tot 50% lokaal eigenaarschap te komen, echter het is voor ons cruciaal dat er in het beleid niet op wordt vooruitgelopen hoe dat precies moet plaats vinden. Er zijn namelijk verschillende manieren om lokaal eigenaarschap te organiseren. Wat ons betreft is dit onderdeel van de dialoog met de omgeving.

Wij verzoeken u de specificatie “Concreet wordt verwacht dat de initiatiefnemer initieel tenminste 50% van de hoogte van het eigen vermogen in de vorm van obligaties beschikbaar stelt” te laten vervallen. Op p. 15 is opgenomen dat een zonneparkproject moet bestaan uit aaneengesloten kavels met zonnevelden. Graag verzoeken wij de gemeente om hier aan te sluiten bij wat ruimtelijk logisch is. Meerdere projecten samen kunnen er immers voor zorgen dat zonnekavels ruimtelijk aaneengesloten zijn. In hoofdstuk 4 ‘Proces- en financiële participatie, waaronder 50% lokaal eigendom’ zijn randvoorwaarden opgenomen voor procesparticipatie en financiële participatie. Voor ons is niet duidelijk waarom zonneparken in de paragraaf ‘Bovenwettelijke financiële ruimte’ genoemd worden. In de gedragscode zon op land is geen bovenwettelijke financiële ruimte opgenomen. Wij veronderstellen dan ook dat het wenselijk om zonneparken niet te noemen in deze paragraaf, om verwarring te voorkomen.

Ruimtelijke studie 1. Inpassingsprincipes zon en wind Ten aanzien van de inpassingsprincipes voor zonnevelden op p. 25 en 26 zien hebben wij op 3 onderwerpen een aantal opmerkingen: 1. Verhouding zonnepanelen - ruimte voor inpassing Onder het kopje Verhouding zonnepanelen – ruimte voor inpassing is 31

opgenomen dat als verhouding tussen de oppervlakten van de zonnevelden plus alle bouwwerken die daarbij horen en de ruimte voor de ecologische en landschappelijke inpassing 80 - 20 wordt aangehouden. Wij vinden het van belang dat in de ruimtelijke studie wordt opgenomen dat de situering van leidingen in het plangebied van invloed zijn op deze verhouding. Ook zien we graag opgenomen in de ruimtelijke studie dat de ‘inpassingsprincipes zonnevelden’ op basis van maatwerk kunnen worden uitgewerkt in het landschappelijk ontwerp van een zonnepark waarbij de verhouding 80 – 20 leidend is. Zie hiervoor ook de zienswijze onder het kopje 3. Randen. 2. Bebouwing Onder het kopje Bebouwing zijn alleen transformatoren en bijgebouwen benoemd. Wij zien graag dat hier ook inkoopstations en batterijen worden benoemd. 3. Randen Hier is opgenomen dat de rand tot een zonneveld bestaat, afhankelijk van het specifieke wegprofiel, uit een zone van minimaal 20 meter met een bloemrijke grasberm met langs sommige wegen een bomenrij en/ of een watergang en een struweelhaag. Bij de nadere uitwerking van de inpassingsprincipes, na p. 26, wordt in de doorsnedes afgeweken van dit principe.

Er zijn doorsnedes zoals de doorsnede van de rand bij de Kievitstraat waar een grotere minimale afstand tussen het wegprofiel en de panelen is weergegeven (20m bloemrijk grasland, 5m struweel en 3,5m onderhoudspad) en er zijn doorsnedes waar een kleinere minimale afstand is weergegeven zoals bij de doorsnede van de rand van de Nieuwgraafsestraat (10m watergang met natuurvriendelijke oever en 3,5m onderhoudspad). In de doorsnedes op p. 27 tot en met 34 is ook geen rekening gehouden met een mogelijk benodigd hekwerk waardoor de rand tussen de weg en de panelen groter wordt dan in de doorsnede is opgenomen. Wij zien daarom graag dat in de ‘inpassingsprincipes zonnevelden’ op p. 25 onder het kopje randen wordt aangegeven dat gestreefd wordt naar een rand tussen de openbare weg en een zonneveld van 20 meter breed. Tevens zien we graag dat aangegeven wordt dat de doorsnedes op p. 27 tot en met 34 indicatief zijn. Op deze manier kan iedere rand op basis van maatwerk, en in overleg met belanghebbenden, uitgewerkt worden en kan ook de verhouding panelen versus inpassing van 80 – 20 gerealiseerd worden. Als alle randen tussen de openbare weg en de zonnevelden 20 meter dienen te zijn dan is deze verhouding niet te realiseren. Tevens is hier opgenomen dat er langs een watergang ruimte is voor rietgroei.

Wij zijn graag dat hier wordt toegevoegd dat er ruimte is voor rietgroei bij watergangen die dienen als afscheiding van een zonneveld. Dit betekent dat het dus niet voor alle watergangen geldt. 4. 4. Tussenruimte Op p. 33 is de tussenruimte tussen de zonnevelden uitgewerkt. Niet duidelijk is wat de strekking is van de tekening op deze p. waarop een aantal sloten zijn gemarkeerd. De indruk wordt gewekt dat bij deze sloten een groene tussenruimte van 15 meter is vereist. In de inpassingsprincipes is echter opgenomen dat de tussenruimte vereist is tussen afzonderlijke zonnevelden met een maximale grootte van 10 hectare. Wij zien graag dat op p. 33 wordt toegevoegd dat een groene tussenruimte is vereist als er sprake is van een scheiding tussen afzonderlijke zonnevelden. Daarnaast wordt hier aangegeven dat tussen de rijen zonnepanelen de ruimte minimaal 2 meter moet zijn, ten

32

behoeve van optimalisatie van het zonnepark is het wenselijk dat dit een streven is waar gemotiveerd vanaf geweken kan worden. 5. Scenario’s zon en wind In dit hoofdstuk zijn een aantal scenario’s uitgewerkt. Het is niet altijd helder hoe deze scenario’s zich tot de ontwerpprincipes verhouden. We gaan ervanuit dat een en ander illustratief en indicatief is, maar het zou verhelderend zijn als dit duidelijk wordt weergegeven. Een paar voorbeelden: - Op p. 37 is op figuur 2 de oriëntatie van de rijen zonnepanelen verbeeld. Deze oriëntatie lijkt gebaseerd op de richting van de Wijde Wetering. Wij denken dat het, uitgaande van de landschappelijke kwaliteit, wenselijker is om oriëntatie te baseren op de Nieuwgraafsestraat omdat het zonnepark vanaf deze weg beleefd wordt en niet vanaf de Wijde Wetering. - Op p. 37 is op figuur 3 een zijaanzicht van de zonne-energie opstelling weergegeven. Dit betreft een verouderde opstelling, welke niet representatief is voor de huidige zonnepaneelopstellingen, dit geldt met name voor de hellingshoek en de tafellengte. Wij zien daarom graag dat aan figuur 3 wordt toegevoegd dat het een voorbeeld opstelling betreft. - Op p. 39, 41 en 43 zijn op respectievelijk figuur 5, 7 en 9 de afzonderlijke zonnevelden en de onderhoudspaden ingetekend waarbij niet duidelijk is wat de status van deze figuur is.

Wij zien graag dat bij deze figuur wordt aangegeven dat het een indicatieve figuur is zodat het mogelijk is om de zonnevelden en de onderhoudspaden, binnen de inpassingsprincipes, ook een andere vorm te geven. - Op p. 38, 40 en 42 worden opstellingen weergegeven hoe toekomstige windturbines zou kunnen worden gesitueerd, echter dit zijn slechts indicaties. We zouden dat ook graag vermeld zien. Reactie gemeente Beleidskader 1. Zie respondent 4, beleidskader, antwoord 3. 2. Een deel van de inrichting zal permanent zijn. Dat betreft een groene zone aan weerszijden van de Wijde Wetering en een natuurvriendelijke oever langs de Nieuwgraafsewetering. De overige landschappelijke inpassingen, de bloemrijke stroken en het afschermende struweel, zijn net als de zonnepanelen tijdelijk. De agrarische functie blijft in tact. Na 25 jaar is de grond weer te gebruiken voor agrarische doeleinden. 3. Het gaat erom dat er tijdens het proces voldoende ruimte is voor suggesties, vragen en bezwaren, dat de baten lokaal terecht komen en dat er gestreefd wordt naar het realiseren van 50% lokaal eigendom. Dit is in lijn met het Nederlandse Klimaatakkoord. Hier is de oorspronkelijke passage op p. 10 en 11 op gericht. Waarbij een energiecoöperatie bedoeld is als een van de opties om hier uitwerking aan te geven. De gemeente is bekend met de verschillende belangen.

De passage in het beleidskader wordt daarom aangepast en genuanceerd. 4. De gemeente is op de hoogte van de initiatieven. Het toevoegen van expertiseniveaus in de tekst van het beleidskader is inhoudelijk niet relevant. Deze suggestie leidt niet tot aanpassing van de tekst. 5. Deze tekst wordt aangepast in het beleidskader. Financiële participatie hoeft niet per se in de vorm van obligaties. In de Participatiewaaier zijn de verschillende vormen van financiële participatie omschreven, deze lijn nemen we over in het beleidskader. Daarbij blijft het streven naar 50% lokaal eigendom en zeggenschap. 6. Zie het antwoord bij respondent 4, onder A 6.

33

7. De bovenwettelijke financiële ruimte is van toepassing op windenergie initiatieven en inderdaad niet op zonne-energie. De passage wordt aangepast: zonne-energie zal niet in deze subparagraaf genoemd worden. Ruimtelijke studie 1. Het gaat in dit geval om een beleidskader met principes en uitgangspunten voor landschappelijke inpassing en is bedoeld om ecologische waarden en eenheid in de vormgeving van de zonnevelden te garanderen. Er zal altijd maatwerk nodig zijn. In het landschappelijk inpassingsplan worden de definitieve afspraken met de ontwikkelaar vastgelegd. 2. Deze suggestie wordt in de tekst opgenomen. 3. De inpassingsprincipes zijn gebaseerd op de specifieke profielen van de wegen en watergangen in het gebied die het landschappelijk raamwerk vormen. Bij de Kievitstraat is het landschappelijk raamwerk breder omdat hier rekening is gehouden met de woningen die aan de weg liggen. De basis voor de landschappelijke inpassing is een strook van 10 meter met bloemrijk grasland en struweel. De verhouding 80-20 is daarmee o.i. haalbaar. Er zal altijd maatwerk nodig zijn. Zie ook punt 1. Er is aangegeven dat er zo min mogelijk hekwerken toegepast dienen te worden. In een aantal gevallen kunnen watergangen dienen als afscherming. In andere gevallen kan het hekwerk gecombineerd worden met het struweel zodat het niet in het oog valt.

Hekwerken behoren overigens ook tot ‘de techniek’ van de 80% aan zonnevelden. 4. De zonnevelden dienen aan te sluiten bij het bestaande landschap en verkaveling. De kavels worden in noord-zuid richting gescheiden door watergangen. Deze kunnen dienen als scheiding tussen afzonderlijke zonnevelden. Dit principe is hier geschetst. In concrete gevallen is maatwerk vereist. 5. De scenario’s zijn bedoeld als rekenmodel om een indicatie te krijgen van de mogelijke energieopbrengst in het zoekgebied. – Een oriëntatie evenwijdig aan de Nieuwgraafsestraat is ook goed mogelijk. Belangrijk is dat de oriëntatie van het hele zonneveld dezelfde is om een zo rustig mogelijk beeld te krijgen. Respondent 8 Zienswijze/reactie 1. De respondent spreekt de teleurstelling uit over het moment dat de inwoners van Lathum zijn betrokken bij de ontwikkelingen in het gebied InnoFase/Centerpoort-Noord, gezien dit dichtbij het zoekgebied ligt. In het kader van de procedure die loopt t.a.v. de turbines op de zuiveringslocatie bij InnoFase en de uitspraak van de Raad van State van 30 juni jl. (zaaknummer 202003882/1) verzoekt de respondent om nieuwe ontwikkelingen omtrent mogelijke plaatsing van windturbines op te schorten totdat duidelijkheid gegeven kan worden over o.a. de milieuaspecten en uitgangspunten voor het bepalen van mogelijke locaties voor windturbines. 2.

De respondent benoemt dat plaatsing van windturbines in en rond dit gebied effect heeft op de Natura2000 doelen en verwijst naar soorten volgens de Wet Natuurbescherming. De respondent vraagt om het cumulatieve effect van alle windturbines tezamen op de N2000 soorten en op het leefmilieu van omwonenden en belanghebbenden te onderzoeken. 3. Betreft p. 2-3: We vinden het onjuist om (urbane) windturbines van <1.5 Mw en kleine zonneparken <50 m2 buiten beschouwing te laten. Ze kunnen afzonderlijk of in gezamenlijkheid grote effecten hebben op de omgeving afhankelijk van de locatie. Door het juridisch opdelen van landbouwpercelen zouden op deze wijze alsnog grote zonneparken 34

kunnen ontstaan of een wildgroei aan kleine windturbines. Wij vinden dat er een maximum aan vermogen binnen het zoekgebied moet worden aangegeven. Immers het plaatsen van zonneparken en windturbines is geen doel op zich, maar is een uitvloeisel van een klimaatakkoord dat zich richt op terugdringen van de CO2-uitstoot. Zodra dit doel is bereikt zou er een stop moeten komen op de realisatie van zonneparken en windturbines. Ook zien wij graag opgenomen dat zodra er alternatieven voor windenergie komen (bijvoorbeeld wind op zee, energie uit de IJssel of waterstof), er geen nieuwe initiatieven voor windturbines of zonneparken worden gehonoreerd. Wij vinden dat het in het beleidsplan ontbreekt aan een maximum hoogte voor windturbines. De praktijk is dat turbines vroegtijdig worden vervangen door hogere turbines met hogere vermogens. 4. Betreft p. 4: Het gebied rond InnoFase/Centerpoort-Noord werd over het algemeen als meest ‘geschikte’ locatie gezien. Deze keuze is gemaakt vanuit de inwoners van Duiven en Westervoort met als één van de belangrijkste argumenten dat dit verder van woonlocaties is gelegen. De woningen in Lathum, gemeente Zevenaar, liggen echter vlakbij deze locatie. We vinden het daarom onbegrijpelijk waarom de gemeente Zevenaar en de bewoners van Lathum niet in dit proces betrokken zijn. Ook geeft u aan dat de locatie aansluit op het bedrijventerrein.

Voor ons is het onduidelijk waarom u deze relatie noemt. Immers eerder geeft u aan dat het beleidskader los staat van energieopwekking door de industrie. We vinden dat de energieopwekking in dit gebied volledig ten goede moet komen aan de bestaande particuliere markt (zie ook verderop) en niet aan het bedrijfsleven. Voor het bedrijfsleven is wind op zee een alternatief. 5. P. 5: Realisatietermijn. In welke gevallen zou uitstel verlenen mogelijk zijn? 6. P. 6: We vinden de tijdelijkheid van de vergunning een goede zaak, inclusief het terugbrengen in oude staat. Wel menen wij dat de uitzonderingen hierop alleen betrekking moeten hebben op een groene invulling en niet op een industriële (rode) functie. Het noodzakelijk onderzoek naar milieueffecten zouden we graag geformuleerd willen zien als onderzoek naar effecten op milieu, natuur en volksgezondheid. Dit geldt ook voor de overige passages in het document waar het begrip milieu wordt gehanteerd. 7. P. 7: Economische haalbaarheid. Ook inzichtelijk maken van de business case voor omwonenden en belanghebbende. Zeker wanneer financiële afspraken of tegemoetkomingen zoals binnen een omgevingsfonds later aan de orde komen. 8. Betreft p. 8: Overleg met omwonenden en stakeholders. Onder vroegtijdig verstaan wij bij aanvang van een initiatief. En niet een overleg met een informatief karakter na de planvorming. 9. P.

9: Procesparticipatie. Tot op heden worden omwonenden binnen 10 maal de tiphoogte van een turbine als belanghebbende aangemerkt. We verzoeken u dan ook deze afstand op te nemen. Mocht uit onderzoek blijken dat de effecten van windturbines groter zijn dan deze afstand, dan verzoeken wij u op te nemen dat deze afstand wordt aangepast. We verzoeken u de ‘gedragscodes’ expliciet te maken. Om welke gedragscodes gaat het en welke looptijd hebben ze? 10. P. 9: Participatieplan. Graag willen wij toevoegen dat initiatiefnemers voor het opstellen van een participatieplan niet alleen met de directe omgeving in gesprek gaan maar ook met de overige belanghebbenden. Het gewenste moment is niet de start van een planontwikkeling maat de start van het initiatief. Wij zien graag dat ook de omwonenden betrokken worden in de verantwoording van de omgevingsdialoog om de kwaliteit daarvan te borgen. We verzoeken u explicieter te maken waar de participatie betrekking op heeft en met welke reikwijdte en resultaten. Kortom wij vinden dat er niet alleen sprake moet zijn van procesparticipatie, maar dat ook zoveel als mogelijk concrete mogelijke resultaten van de participatie moeten worden benoemd (hoogte van de turbine, effecten, financiële participatie).

35

11. P. 10: Waar u Omgevingsadviesraad noemt stellen wij voor hier te spreken van een onafhankelijke OAR. Bij financiële participatie stellen wij voor het streven naar 50% te veranderen in meer dan 50% participatie door burgers en het streven naar 100 % participatie door burgers. Het begrip andere belanghebbenden verzoeken wij te vervangen door burgers. Voor bedrijven wordt immers in andere trajecten voorzien. Bij het door u genoemde vreemd vermogen zijn wij van mening dat er gezocht moet worden naar lokale of regionale investeerders waardoor rendement uit subsidies niet naar het buitenland verdwijnt. 12. P. 11: Het eventueel bijdragen aan een omgevingsfonds vinden we te vaag, mede gezien onze ervaringen tot nog toe. We vinden een omgevingsfonds noodzakelijk gezien de impact op de omgeving en verzoeken u dit als zodanig op te nemen waarbij jaarlijks een percentage (1%) van de bouwkosten in dit fonds wort gestort. Immers er is ook een groot effect op de omgeving. 13. P. 12: De omwonendenregeling en bovenwettelijke ruimte vinden we te vaag. We stellen voor hier op voorhand al afspraken over te maken. Percentages van de winst blijken onwerkbaar en multi interpretabel. Ook hiervoor verzoeken we een percentage van de bouwkosten op te nemen. Reactie gemeente 1. De gemeente heeft begrip voor de zorgen van de respondent.

In 2019 heeft er een uitgebreid participatieproces plaatsgevonden over onder andere dit gebied. In juni 2021 is er een brede informatiebijeenkomst georganiseerd over het beleidskader. Deze informatiebijeenkomst is onder de aandacht gebracht via social media, de website www.samen1nergie.nl en de gemeentebladen van Duiven, Westervoort, Rheden en Zevenaar. Een ieder was welkom tijdens deze bijeenkomst. Daarna heeft eenieder de afgelopen periode de gelegenheid gekregen om zienswijzen in te dienen. De gemeente is zich bewust van de huidige jurisprudentie omtrent de milieunormering van windturbines. In dit geval gaat het om een beleidskader voor het zoekgebied. Pas in een later stadium worden concrete initiatieven beoordeeld. De gemeente ziet daarom geen reden om de ontwikkeling van windmolens in dit beleidskader op te schorten. Gemeente Duiven zal de landelijke richtlijnen en wet- en regelgeving in acht nemen bij de behandeling van initiatieven. Zo nodig zal de gemeente zelf milieuregels opstellen. 2. In de ruimtelijke studie is gekeken naar algemene invloedzones van Natura 2000-gebied en andere beschermde gebieden. Er is echter nog geen specifieke toetsing van aantasting aan natuurwaarden of instandhoudingsdoelen van gebieden gedaan. Toetsing aan de Wet natuurbescherming (soortbescherming en gebiedsbescherming) en andere natuurwetgeving zal per project nog getoetst worden.

In deze toetsingen wordt ook naar cumulatieve effecten met andere windparken gekeken. De locatie van de roekenkolonie en het nest van de slechtvalk is al wel bekend. Hier is naar gekeken in de toetsing voor windpark InnoFase. 3. Dit beleidskader is gericht op grootschalige energieopwekking. De RES-opgave voor dit gebied is ook grootschalig. De vraag over kleinschalige windmolens zal als afzonderlijke vraag beschouwd moeten worden en dit zal vooralsnog per situatie afgewogen dienen te worden. Er is voor gekozen geen maximum te stellen aan het vermogen voor het zoekgebied. Door het aanwijzen van zoekgebied is er ingezet op clustering binnen dit gebied. Hiermee wordt voorkomen dat er in de gehele gemeente losstaande initiatieven ontstaan. Met onder andere de voorwaarden uit dit beleidskader, zoals medewerking van de grondeigenaar en de 80%-20% verdeling, worden al grenzen gesteld aan het vermogen. We gaan nu uit van de bewezen technieken, zoals dat ook in regionaal verband is afgesproken. De gemeente staat positief ten opzichte van innovatie als dat verband houdt 36

met wind en zon. In de ruimtelijke studie is opgenomen dat de eerste nieuwe windturbine de hoogte bepaalt. Dit principe hanteren we. 4. In 2019 heeft er een uitgebreid participatieproces plaatsgevonden over onder andere dit gebied. In juni 2021 is er een brede informatiebijeenkomst georganiseerd over het beleidskader. Daarna heeft eenieder de afgelopen periode de gelegenheid gekregen om zienswijzen in te dienen. Het zoekgebied sluit ruimtelijk gezien aan op het bedrijventerrein. Er wordt in het beleidskader niet op aangestuurd dat de duurzaam opgewekte elektriciteit exclusief ingezet wordt voor de bedrijven. De duurzaam opgewekte energie komt op het openbare elektriciteitsnet terecht, waar zowel woningen als bedrijven op zijn aangesloten. 5. Dit is afhankelijk van de situatie, er kan hier op voorhand geen sluitende opsomming van worden gegeven. 6. Een tijdelijke vergunning betekent dat de gronden daarna weer gebruikt worden voor de oorspronkelijke bestemming, bijvoorbeeld agrarisch. Dit is dus afhankelijk van de huidige bestemming. We zijn gebonden aan de huidige normen uit de huidige wet- en regelgeving op milieu, natuur en gezondheid. Die zullen bij elk initiatief in acht genomen worden. 7. Deze oorspronkelijke passage wordt al aangepast in het beleidskader.

Met een sluitende businesscase wordt bedoeld dat de initiatiefnemer de financiële haalbaarheid van het plan dient aan te tonen. Het gaat dus om onderbouwing van de financiële haalbaarheid, niet om inzage in de businesscase. Ook omwonenden kunnen hiervan kennisnemen, dit is onderdeel van de onderbouwing van het project. 8. Met de tekst in het beleidskader wordt inderdaad verstaan: bij aanvang van een initiatief. 9. De tekst in het beleidskader wordt aangepast. Voor omwonenden wordt als vuistregel uitgegaan van de door Raad van State gehanteerde norm van tien maal de tiphoogte (Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (oktober 2020). De gedragscodes zijn al met naam vermeld in het beleidskader. 10. De bestaande Omgevingsadviesraad is opgericht voor de windturbines bij het waterschap. Bij nieuwe initiatieven wordt per geval bekeken welke organisatievorm het meest passend is. We sluiten aan bij de lijn van het Klimaatakkoord en streven naar 50% lokaal eigendom. We onderschrijven het belang van vroegtijdig omwonenden en belanghebbenden te betrekken, dit is ook de insteek van het participatieplan. Op basis van uw reactie passen we hier en daar het taalgebruik aan, om de beleidstekst aan te scherpen en voegen we toe dat de initiatiefnemer bij het formeel indienen van het projectplan aangeeft wat de concrete resultaten van de participatie zijn. 11.

De suggestie betreffende het omgevingsfonds en het jaarlijkse percentage van 1% wordt niet overgenomen in het beleidskader. Dit krijgt pas invulling bij een concreet initiatief. 12. Er zullen op voorhand geen afspraken gemaakt worden. Dit is afhankelijk van het initiatief en krijgt te zijner tijd nadere invulling. Respondent 9 Zienswijze/reactie De respondent geeft aan bezwaar te hebben tegen de plaatsing tot wel 14 windturbines op het terrein tussen de afvalverwerker en Lathum. De respondent en andere bewoners uit Lathum hebben uitzicht op de windturbines. Daarnaast is deze omgeving ook een recreatiegebied. Ten slotte benoemt de respondent dat er weinig kenbaar is gemaakt over de plannen. Reactie gemeente 37

Er is geen sprake van concrete plannen voor 14 windturbines. De ruimtelijke studie laat zien wat de potentie voor zonne- en windenergie is in het zoekgebied InnoFase/Centerpoort-Noord. De gemeente vindt het belangrijk dat de omgeving bij initiatieven vroegtijdig betrokken wordt. Dit is de verantwoordelijkheid voor de initiatiefnemer. Inwoners en andere belangstellenden vanuit bijvoorbeeld buurgemeenten hebben tijdens de informatiebijeenkomsten de gelegenheid gekregen om vragen en zorgen te uiten, evenals tijdens de zienswijze periode. Respondent 10 Zienswijze/reactie 1. Wij verwachten we een beleidskader met ruime mogelijkheden (beleidsvrije ruimte), transparantie over zowel het proces, als ook bij de uitwerking van het beleid. Daarbij wensen we intensief te worden betrokken en voldoende ruimte te krijgen voor invulling van de kaders en de uitvoering van het beleid, samen met alle andere betrokken partijen (stakeholders) binnen de Liemers. Verder verwachten we dat het beleidskader integraal is en dat dit als zodanig in documenten is terug te lezen. Met integraal beleid bedoelen we de directe verbinding tussen onderwerpen als duurzame energie, economie, toerisme en werkgelegenheid die bijdraagt aan een inclusieve arbeidsmarkt, in het bijzonder voor jongeren. 2. Belangrijk onderdeel van het Duivens beleid dient de samenwerking met omliggende gemeenten te zijn.

Gezien de momenteel terughoudende rol van het Zevenaarse bestuur, is extra inspanning essentieel om te komen te gezamenlijkheid, in ieder geval op Liemerse schaal. Het ondersteunt het huidige bestuur, als ook het bestuur na de komende verkiezingen, wanneer in het beleidskader een aparte passage wordt opgenomen hierover. Concreet: Een eerste relatief kleine stap zou zijn wanneer Zevenaar wordt verleid tot participatie die ruimte geeft voor ontwikkeling op de strook grond aan de rand van Innofase. Zo draagt ze direct bij aan de energietransitie zonder er direct hinder van te ondervinden. Is gemeente Duiven bereid om het beleid hierop aan te passen en een leidende rol te pakken om Zevenaar erbij te betrekken? 3. Bij de uitwerking vergt dit ook een integrale samenwerking en coördinatie door de Liemerse gemeenten, zowel binnen hun interne organisatie, als ook onderling èn met de stakeholders. Immers, een breed draagvlak onder inwoners en bedrijven is essentieel. Gezien de omvang van de lokale opgave en de verbinding met regionale, provinciale besturen en belanghebbenden, als onderdeel van de landelijke energieopgave, zien we een risico voor de belasting van het ambtelijke apparaat en daarmee voor de kwaliteit (kennis, vaardigheden) en snelheid (parallelle processen en tijdlijnen) waarmee kan worden geacteerd, zowel anticiperen als reageren op ontwikkelingen.

Dit geldt ook voor lokale besturen en het door hen beschikbaar gestelde budget. Welke risico's ziet het college v.w.b. de kwaliteit en snelheid van handelen door het ambtelijk apparaat, nu en in de komende 10-15 jaar? 4. Een ander punt van zorg is de onduidelijkheid over de opslag van energie aan de rand van het industrieterrein InnoFase. Duidelijkheid hierover is urgent en de rol van de lokale overheden gezamenlijk essentieel om samen met Waterschap en energieleverancier(s) te investeren in plan en uitvoering. Wanneer er zicht is op een oplossing op korte termijn, heeft dit een direct positief effect op de business cases voor zon en wind. En daarmee op de inkomsten van landeigenaren, projectontwikkelaars, inclusief de lokale economie en de energiecoöperatie met haar maatschappelijke doelen. 5. Het is voor lokale bestuurder belangrijk om zich te realiseren dat de kosten voor de baten uitgaan en wanneer we als lokale gemeenschap willen profiteren van de opgewekte energie en een schoner milieu nastreven, het de investering waard is. We zijn dit verplicht 38

6.

7.

8.

9.

aan de generaties die na ons komen. Is gemeente Duiven bereid om een prominente rol te spelen en extra budget vrij te maken om lokale opslag mogelijk te maken? En, werkt ze hierin samen met de provincie en Waterschap? De recente uitspraak van de Raad van State over windpark Delfzijl Zuid in Groningen leidt tot de vraag hoe gemeente Duiven en omliggende gemeenten hiermee omgaan. Welke effecten heeft de uitspraak op het beleidskader en/of de uitvoering ervan? Hoe gaat de gemeente Duiven hiermee om? Het beleidskader dient naast meer integraliteit ook ruimte te bieden om te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen en innovaties, zowel in technische zin m.b.t. zon, wind en andere mogelijkheden, als ook m.b.t. biodiversiteit, landschapsinrichting. Wij zien graag dat hierover in het definitieve beleidskader meer wordt beschreven, bij voorkeur in een apart hoofdstuk. Tijdens de informatiebijeenkomst op 16 juni jl. hebben we hier al uitgebreid bij stilgestaan. Onderdeel van de voorwaarden voor alle projectontwikkelaars en stakeholders, inclusief de energiecoöperatie, moet zijn dat circulariteit onderdeel van de business cases is. Oftewel, ook na gebruik van de middelen voor het opwekken zon- en windenergie, of andere vormen van energieopwekking en gebruik van grond, is hergebruik of andere toepassing zonder afval een vereiste.

Bijdrage Energie De Liemers Wij verwachten dat Energie De Liemers een belangrijke rol te kunnen spelen om hierover me mee denken en te participeren, zowel in proces als financieel en waar mogelijk bij de uitvoering ook door de leden. Verder hopen we dat ook direct omwonenden, waarvan een aantal ondernemer is, ruimte krijgen èn nemen om een bijdrage te leveren en tegelijkertijd een vorm van compensatie krijgen voor hetgeen zich in hun achtertuin afspeelt.

Reactie gemeente 1. De energiecoöperatie, de directe omgeving en andere belanghebbenden zijn een belangrijk onderdeel van het proces. In het beleidskader wordt de integraliteit tussen verschillende onderwerpen als duurzame energie en biodiversiteit ondersteund. Bij elk initiatief wordt een integrale afweging gemaakt door de gemeente. 2. Gemeente Duiven heeft gemeente Zevenaar benaderd tijdens het opstellen van dit beleidskader en de ruimtelijke studie. Daarnaast werken de gemeenten ook samen in o.a. het regionale overleg (RES). Elke gemeente blijft bevoegd over de eigen bestuurlijke besluitvorming en haar beleid. 3. Er komt inderdaad veel op de gemeente af vanuit de afspraken vanuit o.a. het nationale Klimaatakkoord. Hier is aandacht voor binnen de gemeentelijke organisatie. Verder is deze vraag inhoudelijk niet relevant voor het beleidskader. 4. Als de mogelijkheden voor opslag hier benut kunnen worden, staan we hier in beginsel positief tegenover. 5. Dat is op dit moment nog onbekend. Er kan dan ook nog geen uitspraak gedaan worden over de rol van de gemeente hierin. Als de kansen zich voordoen, kan de gemeente samen met bijvoorbeeld het bedrijfsleven, energiecoöperaties of initiatiefnemers kijken naar de mogelijkheden. 6. Dit heeft vooralsnog geen concrete gevolgen.

Gemeente Duiven zal de landelijke richtlijnen en wet- en regelgeving in acht nemen bij de behandeling van initiatieven voor zowel windenergie als zonne-energie. Zo nodig stelt de gemeente zelf regels op. 7. Dit punt wordt onderschreven. In het beleidskader wordt een apart kopje toegevoegd dat gericht is op innovatie.

39

8. Dit punt wordt in het beleidskader beschreven in de paragraaf ‘Levenscyclusplan’ op p. 6 – 7. 9. Het beleidskader onderschrijft het belang van proces- en financiële participatie. Wij verwachten van de initiatiefnemers dat zij aan de hand van het beleidskader ruimte bieden aan ideeën, zorgen en bijdragen van ondernemers en inwoners.

Respondent 11 Zienswijze/reactie 1. In het beleid wordt op p. 6 vermeld dat er tijdelijke vergunningen worden verleend voor zonneparken. Dat betekent dat na afloop van deze periode (of eerder indien het zonnepark eerder opgeheven zou worden) het land weer in gebruik wordt genomen voor agrarische doeleinden conform de onderliggende bestemming. Voor ons als grondeigenaar is het van belang dat de percelen dan weer ten volle kunnen worden benut. Echter ongeveer 20% van het areaal wordt in beslag genomen door landschappelijke inpassing. In sommige gevallen heeft de, in de ruimtelijke visie opgenomen, inpassing ook een redelijk duurzaam karakter zoals struweel en natuurvriendelijke oevers. Wij zijn bereid om mee te werken aan de verduurzaming van de gemeente Duiven, maar het kan en mag niet zo zijn dat wij daarvoor 'gestraft' worden doordat na afloop onze landbouwgrond gedeeltelijk natuur wordt. Wij verzoeken u het beleid dusdanig aan te passen dat hierin wordt toegezegd dat de grondeigenaren de grond na afloop weer ten volle in gebruik kunnen nemen als landbouwgrond. 2. Op dit moment wordt in het voorstel uitgegaan van een ruimtelijke inpassing per individuele kavel van circa 10ha.

Ons inziens kan de gemeente beter één intensief gebied creëren voor zon op land in plaats van veel ruimte in te tekenen voor landschappelijke inpassing en uiteindelijk te weinig opwekkend vermogen te kunnen realiseren om aan de RES te voldoen. Door een best passende inpassing aan te houden gebaseerd op het hele gebied inclusief de niet participerende grondeigenaren waar het land al groen van blijft is het gebied veel efficiënter en mooier aan te kleden in plaats van het minimum percentage van 20% voor landschappelijke inpassing per kavel. Er is dan minder schaarse grond nodig voor dezelfde landschappelijke inpassing. Met de huidige manier van intekenen zien wij een risico dat er ook nog een ander gebied wordt aangewezen voor zon en wind in Duiven. Wij verzoeken jullie derhalve de landschappelijke inpassing zoals hierboven omschreven toe te passen op het gebied als geheel, en niet op ieder individueel kavel. 3. De landschappelijke inpassing zoals geschetst door de gemeente lijkt ingegeven te zijn door het creëren van compenserende natuur, in plaats van het visueel inpassen in de omgeving. In een gebied dat afgebakend wordt door een drukke provinciale weg, industrieterreinen en van boven door windturbines wil de gemeente tijdelijk zonnepanelen plaatsen, maar wel definitieve natuur ontwikkelen.

De flora en fauna die nu aanwezig is zal echter minstens zo goed gedijen onder de zonnepanelen als op de huidige landbouwgronden. Dit wordt ook onderschreven in het rapport op p. 17. Door aanleg van o.a. kruidenrijke grasstroken tracht de gemeente een aantrekkelijk gebied te creëren voor buizerds, steenuilen en valken (ruimtelijke studie p. 14) . Echter, het leefgebied van deze dieren past niet bij de aanwezigheid van windturbines in het gebied. Ook zijn deze roofdieren de natuurlijke vijanden van de weidevogels die al wel aanwezig zijn in dit gebied. De zonnepanelen worden als tijdelijk iets gezien zodat er nadien weer de oude functie hersteld kan worden. Dat gaat niet als 20% van het areaal als landschappelijke inpassing en natuur wordt ingericht op de manier hoe het nu voorgesteld word in de ruimtelijke 40

studie. Ja, de panelen moeten visueel ingepast worden in de omgeving door middel van groen. Maar compleet natuur en recreatiegebied van maken lijkt ons uitermate ongewenst voor een tijdelijke bestemming! Accepteer dat er een energieopwekking gebied wordt gecreëerd waar ruimte is voor de dieren en planten die al aanwezig zijn maar ga geen natuur proberen te creëren in een gebied waar veel industrie en verkeer is, en waar bovendien tijdelijk additionele ‘bedrijvigheid’ gerealiseerd wordt middels de zonen windopwek. Reactie gemeente 1. De bestemming blijft agrarisch. De vergunning heeft een tijdelijke geldigheidsduur, inclusief de 20% groen die behoort bij de inrichting van het zonneveld. Het landschappelijk raamwerk dat geschetst wordt in het ruimtelijk kader heeft bij voorkeur een blijvend karakter. De precieze begrenzing van het landschappelijke raamwerk wordt nog vastgelegd in overleg met de partners in het gebied. 2. Naast een zo hoog mogelijk energieopbrengst vinden wij het ook belangrijk dat het landschap in de tijdelijke situatie aantrekkelijk blijft voor bewoners en bezoekers en dat er ruimte is voor het vergroten van de biodiversiteit. Daarom is er voor gekozen om minimaal 20% van de zonnevelden in te richten voor groen. 3. We realiseren ons dat het geen natuurgebied wordt, maar een gebied met zonnevelden.

Toch willen we in die situatie zo goed mogelijke omstandigheden creëren voor flora en fauna. De natuurwaarde van het landschappelijk raamwerk heeft bij voorkeur een blijvend karakter. Het is inderdaad goed mogelijk dat een deel van de natuur weer moet wijken als de tijdelijke vergunning ophoudt. Mogelijk kan in samenspraak met de eigenaar/gebruiker van dat moment afspraken gemaakt worden over de handhaving van het groen of delen van het groen bij agrarisch gebruik, bijvoorbeeld aan de randen. Respondent 12 Zienswijze/reactie De respondent heeft in de reactie – naast vragen – ook zorgen, aandachtspunten en suggesties benoemd. Hieronder worden deze kort samengevat. De RES Arnhem-Nijmegen en betreffende gemeenten willen de Natura2000-gebieden en de uiterwaarden ontzien. Een afweging dient op basis van een goede ruimtelijke ordening, met oog voor de kwaliteiten die Gelderland uniek maken te worden gemaakt. De respondent geeft aan dat windturbines een grote visuele impact hebben. De situatie is dat er nu nog mooie zichtlijnen zijn vanaf bijv. de Posbank. Maar, daar zijn nu al de windturbines gemeente Duiven en Bijvanck gemeente Zevenaar duidelijk zichtbaar. Hier komen nog bij: windturbines bij Steenfabriek Caprice, Bronckhorst, de Pleij en Keppel. De respondent geeft aan bang te zijn dat de beleving van het landschap te veel aangetast wordt door de windturbines.

Er wordt aanbevolen om de ontwikkeling van windturbines en zonnevelden te combineren met de ruimtelijke kwaliteit en samenhang van het totale gebied. En om daarbij rekening te houden met het gebruik door lokale partijen en inwoners. Streef daarbij naar een integrale aanpak met koppeling regionale opgaven, andere opgaven in gebiedsprocessen en het benutten van meekoppelkansen bij de lokale inpassing. Borg met de participatiestrategie dat de energietransitie in Regio Arnhem Nijmegen zoveel mogelijk ten goede komt aan de inwoners van de regio. En streef naar minimaal 50% eigendom en zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Houdt rekening met zoveel mogelijk gezondheidsaspecten, milieueffecten en zorg dat natuurwaarden zoveel mogelijk behouden blijven. Denk aan het woon- en leefklimaat van de bewoners. Verdere concrete aanbevelingen zijn: 41

-

Gebruik de grond in het InnoFase-gebied voor de landbouw en benut juist de daken. Laat de grond onder een windturbine beschikbaar blijven voor andere doelen, zoals recreatie, natuur of landbouw.

Verder beschrijft de respondent enkele ontwikkelingen die hij/zij zag en ziet gebeuren in het proces naar RES 1.0 en in de gemeente, bijvoorbeeld rondom de systeemverkenning energiehub InnoFase. De respondent geeft aan bezorgd te zijn over verrommeling en aantasting van het landschap en daarom gemotiveerd is om betrokken te blijven. Ook kaart de respondent zorgen over geluidsoverlast, slagschaduw en gezondheidsrisico’s van windturbineparken aan. Er wordt aandacht gevraagd voor laag frequent geluid en voor geluid bij nacht. De respondent verwijst o.a. naar het Europees hof, het RIVM en de uitspraak van de Raad van State van 30 juni 2021 over het bestemmingsplan van Windpark Delfzijl. Vragen: 1. Waar zijn ideeën van de OAR gebleven, en de landschapsvisie vanuit Land-ID m.b.t. de windmolens WRIJ en het LOP over dit gebied? 2. Hoe wordt het LOP in de huidige RES plannen geïmplementeerd? 3. Is er onderlinge afstemming met het WRIJ in de keuze van de turbines? 4. Bij de presentatie van de windturbines en zonnevelden in de gemeente Duiven zagen wij een kant en klaar inpassingsplan. Is er over dit plan een overleg geweest met de bewoners, WRIJ en andere belanghebbenden? Of gaat dit nog komen? 5. Wat zijn de reële geluidsmetingen bij hoge windturbines van tiphoogtes 180, 211 en 240 m? ook in samenhang met andere windturbines. 6.

Wat is het programma van eisen voor de aanbesteding? En wat zijn de zorgen? 7. Wij wonen in een provincie die een groot belang heeft bij de recreatieve waarde van het landschap. Welke schade levert de energietransitie op aan het landschap en hoe wordt dit gecompenseerd? Zeker in deze Coronatijd blijkt hoe belangrijk het is om in de eigen omgeving te kunnen recreëren. 8. De respondent wijst ook naar onderzoek over de mortaliteit van vogels. Een aanbeveling is om een goed rentmeester mee te nemen in de aanbesteding. Omdat er sprake is van verschillende vogelsoorten in het gebied. Verdere vragen en aanbevelingen zijn: 9. Waardevermindering Landschap compenseren en het instellen van een gebiedsfonds. 10. Borg met de participatiestrategie dat de energietransitie in Regio Arnhem Nijmegen zoveel mogelijk ten goede komt aan de inwoners van de regio. En streef naar minimaal 50% eigendom en zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Houdt rekening met zoveel mogelijk gezondheidsaspecten, milieueffecten en zorg dat natuurwaarden zoveel mogelijk behouden blijven. 11. Wat is de afstand tot bestaande en nieuw te bouwen woningen? 12. Hoe is de financiële compensatie voor de omwonenden van een Windturbine park? 13.

Een deel van het bedrijventerrein valt onder de geluids- en risico contouren, wat betekent dit voor het bedrijventerrein? Vallen zij ook onder de regelingen? Zoals een Planschaderegeling? 14. Veiligheid Overtoeren: Een windturbine van 211 meter hoogte welke in overtoeren geraakt en zijn wieken verliest kan brokstukken tot zeker 800 meter werpen. Dit is reeds gebeurd in Denemarken in 2008 bij windturbines lager dan 240 hoogte. Ook bij een windturbine in Andijk, tiphoogte 135 m. –(gehoord dat er ook sprake kan zijn van metaalmoeheid) (https://www.medemblikactueel.nl/2015/01/10/wieken-waaien-vanmolen-andijk/) . 15. Wordt er een Sterkte berekening van de fundering van de windturbine gemaakt? 42

16. De sterkteberekening van de fundering van een 211 meter hoge windturbine waar substantiële krachten op worden uitgeoefend worden onderbouwd en gevalideerd met een rapport van de TUV nord van 21 april 2011 Vraag: Hoe is de sterkteberekening van het fundament van - een windturbine van deze omvang door beweging in de lucht? 17. Zijn er Grondboringen nodig? Een vraag is het risico van grondboringen op de uitstroom van de verontreiniging van de Bult van Putman. brengen we met het bewerken van de grond het gif niet naar boven. 18. Welke verdere omgevingseffecten en risico’s zijn er? 19. Fijnstof: Er zal tijdens de aanleg zeker een toename zijn van fijnstof naast de al aanwezige fijnstof door jarenlang personen- vrachtverkeer en bedrijvigheid in het gebied. 20. De plaatsing van windturbines ontsiert zeker 20 tot 25 jaar het Open Kommenlandschap. Zijn ze na deze periode recyclebaar? 21. Wat doet de gemeente aan het bevorderen van zonnepanelen op daken van de bedrijfsgebouwen op het bedrijventerrein? 22. Suggestie, is het mogelijk om op palen schuine schermen te plaatsen met daarop zonnepanelen op de vele parkeerterreinen en gebouwen op het bedrijventerrein, met als bijkomstigheid meer schaduwplekken voor de geparkeerde auto’s. 23. Suggestie: Het bedrijventerrein verder verduurzamen door meer groen. Op de hittestresskaart van Nederland licht het bedrijventerrein nu rood op. 24.

Aanbeveling: Er wordt te weinig aandacht besteed aan het verantwoord en zuinig omgaan met energie, in brede zin. Acties als bewust omgaan met energie zijn nodig. Wat kunnen mensen zelf doen in het kader van grondstoffen gebruik, keuze voor mobiliteit, ect. 25. Aanbeveling: momenteel worden er zowel door burgers en bedrijven veel airco’s aangeschaft. Die energie slurpen en warmte afstoten. De beste airco’s zijn bomen, ze geven beschutting en koelte bij hitte (kan wel 10 graden C schelen), reinigen de lucht van fijnstof en slaan CO2 op. 26. Zijn er mogelijkheden om de gevolgen van een mogelijke overschot aan elektriciteit op te vangen. Er wordt al gesproken dat overschot bij particulieren wat niet terug geleverd kan worden aan het net. Hoe zit dit bij de InnoFase/Centerpoort-Noord? 27. Evt. de resterende zonneweides omruilen voor 1 extra molen, gezien het enorme grondbeslag en de verwachte overcapaciteit van de zonneweides. 28. Inpassing ideeën land-ID en andere punten van de OAR 29. Is er nagedacht over de biodiversiteit onder en rond de zonneparken, voor zover bekend zijn hier twee positieve voorbeelden van in Nederland, de overige parken hebben een negatief effect op de biodiversiteit. 30. Grote biodiversiteit volgt wanneer panelen meer “plat” liggen t.o.v. eenzijdig diagonaal op het zuiden gericht. En wanneer ze omzoomd worden door b.v.

Sleeen meidoorns en andere gebiedseigen vegetatie. 31. Verdeling opbrengsten in bijvoorbeeld een coöperatie? Reactie gemeente 1. De uitwerking van de ruimtelijke kaders voor zon en wind in het zoekgebied zijn gebaseerd op de doelstellingen voor het landschap, zoals vastgelegd in het Landschapsontwikkelingsplan en in het Koersdocument Omgevingsvisie Duiven. De landschapsvisie die Land-ID heeft opgesteld met betrekking tot de windturbines van het Waterschap Rijn en IJssel is ook gebaseerd op die beleidsdocumenten. Ook deze visie is meegenomen bij het opstellen van de ruimtelijke kaders. De bouwstenen die Land-ID noemt in haar rapport komen ook terug in het ruimtelijk kader: ▪ Versterken wegbeplanting ▪ Versterken groenblauw raamwerk 43

▪ ▪ ▪

Landschappelijk inpassen randen bedrijventerrein Aandacht voor biodiversiteit Integreren recreatief routenetwerk in het landschappelijk raamwerk

Beplanting op erven is in het ruimtelijk kader open gelaten voor overleg bij concrete initiatieven. De uitwerking van de bouwstenen in het ruimtelijk kader blijft op hoofdlijnen, maar gaat op sommige punten iets verder dan het rapport van Land-ID. Maatregelen zijn: ▪ Realiseren en/of herstellen van de laanstructuren langs de wegen ▪ Versterken en beter beleefbaar maken van de weteringen: aanleg van een brede groene zone aan beide zijden van de Wijde Wetering, bij voorkeur met een natuurvriendelijke oever. Aanleg van een natuurvriendelijke oever langs de Nieuwgraafsewetering. ▪ Aansluiting op de hoofdgroenstructuur langs de rand van – en op het industrieterrein ▪ Ommetjes en struinroutes door het landschappelijke raamwerk. Een indicatie van een wandelroute wordt op de kaart aangegeven en wordt later in samenwerking met belanghebbenden uitgewerkt. 2. Dit is meegenomen als input in de RES en vervolgens aan de lokale partijen om daar uitvoering aan te geven, uiteraard binnen de richtlijnen die vanuit RES zijn meegegeven. Dit doen we in het beleidskader. Vervolgens bij concrete projecten wordt dit verder uitgewerkt. 3. De aanleg van zonnevelden en de plaatsing van windturbines zal effect hebben op het open kommenlandschap en de beleving daarvan.

Daarom zijn er, om een rommelige aanblik zoveel mogelijk te voorkomen, voorwaarden gesteld ten aanzien van de hoogte van windturbines en de plaatsingsrichting van zonnepanelen. – impact: Windturbines hebben inderdaad een visuele impact in de omgeving. De keuze voor een locatie, hoogte of aantal is echter nog niet gemaakt. Voor omwonenden wordt van de vuistregel uitgegaan van de door de Raad van State gehanteerde norm van tien maal de tiphoogte. Dit wordt aangepast in het beleidskader. – werkwijze: Windturbines hebben een eigen maat en schaal. De plaatsing ten opzichte van elkaar en de inrichting rond de voet van de windturbine zijn belangrijk voor de beleving in het landschap. Hier wordt dan ook aandacht aan besteed in het beleidskader. – De gemeente erkent dat het toevoegen van zonne- en windenergie visuele gevolgen heeft maar heeft ook de opdracht om bij te dragen aan het opwekken van energie. Door het opstellen van het beleidskader schept de gemeente voorwaarden voor een gedegen proces rondom initiatieven en de landschappelijke inrichting. 4. In de RES zijn de zoekgebieden gezamenlijk met de regio bepaald. De gemeenteraad van Duiven heeft gekozen voor clustering in het zoekgebied bij InnoFase. In het ruimtelijk kader is aangegeven dat er zoveel mogelijk moet worden gestreefd naar een opstelling in lijn met de bestaande windturbines en aansluitend bij de kavelstructuren.

Het ruimtelijk kader geeft randvoorwaarden voor de landschappelijke inpassing. Bij initiatieven moet dit worden uitgewerkt in concrete landschappelijke inrichtingsplannen. De precieze begrenzing van het landschappelijke raamwerk wordt nog vastgelegd in overleg met de partners in het gebied. In de scenario’s is uitgegaan van een maximale hoeveelheid windturbines en zonnevelden. Het is aan de initiatiefnemers om concrete plannen in te dienen voor zon en/of wind. 5. Bij een concreet voorstel voor het plaatsen van een windturbine dient altijd rekening gehouden te worden met de wet- en regelgeving. Daar horen ook milieuonderzoeken, waaronder een onderbouwing voor wat betreft akoestiek, bij. In deze ruimtelijke studie is 44

een richtafstand van 400 meter aan gehouden ten opzichte van woningen voor wat betreft het aspect geluid. 6. Een planning van de aanbesteding is niet van toepassing. Na vaststelling van het Beleidskader “Initiatieven grootschalige opwekking wind- en zonne-energie Gemeente Duiven” zijn initiatiefnemers vrij om initiatieven aan te dienen ter toetsing. Er wordt niet ingezet op een Europese aanbesteding. 7. Aan de ontwikkelaars van zon- en windenergie in het zoekgebied in Duiven wordt een bijdrage gevraagd aan het landschappelijke raamwerk. Daarnaast worden er in het beleidskader eisen gesteld aan de landschappelijke inpassing. Hiermee wordt niet alleen geïnvesteerd in het landschappelijke beeld maar ook in vergroting van de biodiversiteit en een recreatieve route in de groene structuren. 8. De aanbeveling voor de literatuur betreffende mortaliteit bij vogels wordt gewaardeerd. In dit stadium is nog niet naar aanvaringsslachtoffers van vogels en vleermuizen gekeken, maar dit zal per project wel getoetst worden. In deze toetsingen zal ook rekening gehouden moeten worden met de meest recente kennis over de impact van de mortaliteit op de vogelpopulaties. 9. De aanleg van zonnevelden en de plaatsing van windturbines zal effect hebben op het open kommenlandschap en de beleving daarvan.

Daarom is het ruimtelijk kader opgesteld om de bijdrage aan langdurige versterking van het landschap in de vorm van het landschappelijk raamwerk en de voorwaarden voor landschappelijke inpassing vast te leggen. Belangrijke doelstelling, naast versterking van de kwaliteit van het landschap, is vergroting van de biodiversiteit door het creëren van zoveel mogelijk diversiteit in leefomgevingen voor planten en dieren. Het landschappelijke raamwerk biedt plaats aan een recreatieve wandelroute of ommetje voor de werknemers op het industrieterrein. 10. De gemeente vindt het belangrijk dat niet alleen de lasten, maar ook de lasten ten goede komen aan de omgeving en andere belanghebbenden. Hoofdstuk 4 van het beleidskader gaat hier verder op in. Hier wordt ook het streven naar 50% lokaal eigendom in benoemd. 11. In dit onderzoek is een indicatieve richtafstand aangehouden van 400 meter voor wat betreft geluid voor een windturbine. Dit is indicatief en zal altijd met een onderzoek aangetoond dienen te worden. Hier gelden strikte geluidnormen voor. 12. Hier wordt in hoofdstuk 4 van het beleidskader op in gegaan. Verdere specificering volgt bij concrete initiatieven. 13. Voor een bedrijventerrein gelden andere normen dan voor bijvoorbeeld een woning. Hier is in de analyse mee rekening gehouden. Zo is onder andere een bedrijventerrein niet geluidsgevoelig. 14. Voor kennis aangenomen.

Bij een concrete aanvraag voor een windturbine of zonneveld dient aan alle wet en regelgeving voldaan te worden. Ook aan de veiligheids- en constructie-eisen. 15. Voor kennis aangenomen. Bij een concrete aanvraag voor een windturbine of zonneveld dient aan alle wet en regelgeving voldaan te worden. Ook aan de veiligheids- en constructie-eisen. 16. Deze vragen behoren niet toe tot dit kader, maar volgen in een lader stadium. 17. Deze vragen behoren niet toe tot dit kader, maar volgen in een lader stadium. 18. Deze vragen behoren niet toe tot dit kader, maar volgen in een lader stadium. 19. Deze vragen behoren niet toe tot dit kader, maar volgen in een lader stadium. 20. De gemeente verplicht een levenscyclusplan met aandacht voor recycling. 21. Zie respondent 6, antwoord 3. 22. Deze suggestie is niet opgenomen in het beleidskader. In de tekst wordt wel een passage opgenomen over innovatie. De initiatiefnemer kan in zijn/haar plan onderbouwen dat dit onder innovatie valt. 23. Landschappelijke inpassing dient onderdeel te zijn van de plannen. 45

24. Het is inderdaad belangrijk om bewust met energie om te gaan. Dit wordt in de inleiding van het beleidskader toegevoegd. Daarnaast zet de gemeente Duiven in op bewustwording over dit onderwerp via de gemeentelijke communicatiekanalen, zoals Samen1nergie. 25. De gemeentelijke organisatie begrijpt het belang van de suggestie. Aangezien dit niet direct van toepassing is op de opwekking van duurzame energie in het zoekgebied, wordt deze suggestie niet toegevoegd aan de tekst. 26. Energie-opslag draagt zeker bij aan energie-efficiëntie. Initiatieven daartoe worden aangemoedigd. Bij de doorontwikkeling van de Energyhub InnoFase speelt dit mogelijk ook een rol. 27. De gemeente ziet kansen voor een combinatie tussen de opwek van wind en zonneenergie. Zo is dit RES-zoekgebied ook bedoeld. De gemeente wil hierin niet de toepassing van wind of zon uitsluiten. 28. Zie antwoord 1. 29. De zonnevelden zullen zo goed mogelijk natuurvriendelijk ingericht worden. Hier wordt rekening gehouden met een zuidelijke opstelling en wordt bloemen- en kruidenrijk grasland gerealiseerd. Op p. 15 van de ruimtelijke studie worden meerdere voorbeelden gegeven van hoe de zonnevelden zo natuurinclusief ingericht kunnen en zullen worden. 30. Zie reactie bij punt 35. 31. De initiatiefnemer maakt in dialoog met de omgeving en andere belanghebbenden een plan voor financiële participatie.

Een lokale energiecoöperatie is inderdaad een van de mogelijkheden om hier invulling aan te geven.

46

1 4. Bijlage 2 - Beleidskader initiatieven grootschalige opwek wind- en zonne energie - 201540510.pdf

Beleidskader Initiatieven grootschalige opwek wind- en zonne-energie gemeente Duiven

Gemeente Duiven 30 november 2021

Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................................... 1 1. Scope ................................................................................................................................................... 2 Zon op daken van woningen en bedrijven .......................................................................................... 2 Zonnepanelen op parkeerplaatsen/geluidsschermen ........................................................................ 3 Zonnevelden kleiner dan 50m2 op land .............................................................................................. 3 Urban windturbines............................................................................................................................. 3 Andere technologie dan windturbines en zonnepanelen ................................................................... 3 2. Relatie met andere beleidsstukken en -processen ............................................................................. 4 Gemeentelijk Programma Circulaire Economie .................................................................................. 4 Lokaal aandeel RES ..............................................................................................................................

4 Aangewezen zoekgebieden 12 mei 2020 ............................................................................................ 4 Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 regio Arnhem-Nijmegen .......................................................... 5 3. Algemene voorwaarden ...................................................................................................................... 7 Inleiding ............................................................................................................................................... 7 Vrijwilligheid en medewerking van grondeigenaar............................................................................. 7 Passend binnen geschikt zoekgebied .................................................................................................. 7 Tijdsduur functie zon/wind opwek...................................................................................................... 7 Milieueffecten, veiligheid en gezondheid ........................................................................................... 7 Innovatie.............................................................................................................................................. 8 Levenscyclusplan .................................................................................................................................

8 Beheer en onderhoud ......................................................................................................................... 8 Realisatietermijn ................................................................................................................................. 8 Netaansluiting, netcapaciteit en cablepooling .................................................................................... 8 Gedragscodes ...................................................................................................................................... 8 Financiële haalbaarheid ...................................................................................................................... 9 Herkomst financiering ......................................................................................................................... 9 Overleg met omwonenden en stakeholders ....................................................................................... 9 4. Proces- en financiële participatie, waaronder 50% lokaal

eigendom .......................................... 10

Procesparticipatie.............................................................................................................................. 10 Participatieplan ................................................................................................................................. 11 Informatievoorziening ....................................................................................................................... 11 Financiële participatie en streven 50% lokaal eigendom .................................................................. 12 Lokaal mede-eigenaarschap .......................................................................................................... 12 Financiële deelneming................................................................................................................... 12 Pagina 2

Omgevingsfonds ............................................................................................................................ 12 Omwonendenregeling ................................................................................................................... 13 Bovenwettelijke financiële ruimte ................................................................................................ 13 5. Ruimtelijke inpassingsvoorwaarden.................................................................................................. 14 Ruimtelijke studie zon en wind gemeente Duiven (SAB/Pondera, november 2021) ....................... 14 Landschappelijk ‘groenblauw’ raamwerk.......................................................................................... 14 Inpassingsprincipes zonnevelden ...................................................................................................... 16 Inpassingsprincipes windturbines ..................................................................................................... 16 6. Richtlijnen voor het proces van concrete initiatieven....................................................................... 17 Stap 1: Initiatief .................................................................................................................................

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duiven&id=95b2ad96-8fe9-4b9b-b0de-af98a8471ec2